'de Franse Verleiding'
Nederlanders op reis naar het zuiden

Met Leo Faust door Parijs (1915-1940)

door
Ger Verhoeve
\ \

"Volgens een statistiekje in den Figaro hedenmorgen zijn er dit jaar op de Parijsche kerkhoven 593.573 lijken ter aarde besteld tegen 437.280 verleden jaar. Men mag dus aannemen, dat er alleen hier in de hoofdstad tot op heden reeds ongeveer 150.000 slachtoffers van den oorlog begraven zijn. Hoevelen er ginds nog liggen op de slagvelden en de doodenakkers in het Noorden, is uit geen statistiek te becijferen", schreef Parijs-correspondent Leo Faust begin november 1914 in één van zijn vele brieven aan z'n krant.

Faust had zich vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in Parijs gevestigd en tijdens zijn eerste jaren kwam hij in zijn berichten alleen tussen de regels door toe aan waar hij in de jaren '20 en '30 zo bekend om zou worden: de loftrompet afsteken over 'deze schoone, verrukkelijke stad'. Zijn eerste impressies werden gebundeld in 'Faubourg en boulevard in oorlogstijd - Dagboek van een Hollanschen journalist te Parijs' (1915).

Na 'den Grooten Oorlog' kwam de omslag. Parijs stond aan de vooravond van 'Les Années Folles', 'de uitzinnige jaren', waarin Fransen de herinneringen aan de oorlogsontberingen al feestend trachtten van zich af te schudden. Leo Faust begon aan een serie Parijsche brieven voor 'De Nieuwe Courant'. Een bundeling daarvan verscheen in 1921 als eerste uitgave van zijn 'Nieuwe Gids van Parijs (Parijs in tien dagen)'. En Faust wist zich in zijn inleiding danig goed als noodzakelijk 'nieuwe gids' aan te prijzen, want: "Er is veel veranderd in Parijs, sinds Juli 1914!... De straten zijn hetzelfde gebleven (al hebben zij hier en daar ook een andere naam gekregen), maar de 'bons endroits' zijn verwisseld van plaats. Wat vroeger gereputeerd goed was is in vele gevallen slecht geworden, een groot deel van wat beroemd was bestaat niet meer, nieuwe hotels, restaurants en theaters zijn verrezen, allerlei onbekende hoekjes zijn 'en vogue' gekomen, in gebruiken en in prijzen, in trek en in mode heeft er een 'Umwertung aller Werte' plaats gehad. In de plaats van het oude Parijs is een geheel nieuwe stad verrezen, waar zelfs de vreemdeling die tot kort voor den oorlog zich beroemen mocht hier den weg te weten 'als in zijn zak', thans met den mond vol tanden staat."

Faust schreef op een breukvlak van twee tijdperken. Immers, waar niemand nu nog aan zou denken, suggereerde hij als het uitstapje voor de eerste dag: de Avenue du Bois de Boulogne, "het rendez-vous (-) van mondain Parijs. Ge zult daar dadelijk uw doop krijgen van Fransche gratie en bekoorlijkheid, en als eerste daad in de 'ville lumiere' uw opwachting komen maken aan de onvolprezen elegantie en chic der Parisienne." Zijn 'Nieuwe Gids van Parijs' wemelt van aanraders om ergens te lunchen, uit te gaan, bij te komen en ... prijsopgaven. Voor hem was de geschiedenis van de stad, in tegenstelling tot veel van zijn Nederlandse tijdgenoten, bijzaak: "Voor het dejeuner zou ik u, dien eerste dag, het restaurant 'Frolics', rue Gaumont, willen aanbevelen" ... .


In 1924 volgde 'De ziel van Parijs', met tekeningen van Andrey-Prévost. Frits Lapidoth, een toen bekende Frankrijk-autoriteit, schreef in zijn voorwoord o.a.: "Het Parijs, dat gij voor uw landgenooten doet leven, is niet de stad, die ik heb gekend (-) De zwarte en andere vreemdelingen hebben mij veel liefs bedorven en dat dit al voor den oorlog is begonnen. Het echt Parijsche wordt door het cosmopolitische element verdrongen." Het voorwoord werd ongetwijfeld achteraf toegevoegd aan wat Leo Faust inmiddels aan het papier had toevertrouwd: "De negers zijn in Parijs als kind aan huis. Zij weten het, en zij vestigen zich er ook gaarne. Parijs, dat zooveel van kinderen houdt, heeft voor de groote kinderen, welke de negers zijn, niet de gestrengheden en de minachting, welke vele andere wereldsteden aan den dag leggen voor de afstammelingen van Cham.

In 'De Ziel van Parijs' geeft Faust, als waarachtig voorloper van de na-oorlogse Jan Brusse, zijn welwillende impressies van de wereldstad: "Hebt ge weleens opgemerkt hoe naief-kinderlijk de Parijzenaar eigenlijk is? Mij heeft het meermalen getroffen. Ze zijn als groote kinderen, deze menschen die door de buitenwereld worden gedoodverfd als uitersten van onzedelijkheid en perversiteit! Tusschen twee haakjes: ik heb in de zonde-stad Parijs - althans op straat - lang niet zooveel aanstoot gevonden als bijv. in Amsterdam."
Faust hield van zijn weer opbloeiende Parijs: "Wie 's nachts tusschen 12 en 4 Montmartre ziet, tintelend van licht en parel-glans, ruischend van vroolijk gelach, muziek en dans, wie door de rue Pigalle slentert, onder de vurig vlammende uithangborden, terwijl ....".

En van correspondent werd Faust publicist en ... horeca-uitbater, want in diezelfde rue Pigalle, op nummer 55, begon hij in 1923 samen met zijn Franse vrouw Catherine het restaurant "Au Neuvième Art", 'het restaurant voor den Hollander in Parijs met Hollandsche Gerechten, opgediend door Hollandsche kellners'. En hij schreef, samen met F.X.M. Schiphorst, 'Parijs bij nacht', gepubliceerd als luxe gebonden uitgave met foto's van, waarschijnlijk, Brassai, die toen adembenemend waren en het nu nog steeds zijn. Aan het begin van het boek bezien Faust en Schiphorst vanaf 'de Butte' de stad Parijs: "Drie millioen menschen (-) En ... achter die minuscule, onbelangrijke lichtjes ... dansen er een paar duizend, drinken champagne en doen dwaas, - om ... de leelijkheid van wat het dag-licht bescheen te vergeten en de wereld te zien onder dien anderen hoek, waar wij allen naar zoeken, heel ons leven, en dien wij slechts kunnen vinden ... misschien ... wanneer wij zullen hebben opgehouden te zoeken. Dit is de voornaamste aantrekkelijkheid van Parijs: nergens ter wereld leeft ge zo heerlijk als hier, omdat men hier beter dan ergens de kunst verstaat het leven te vergeten."

(Links; portret van Leo Faust en zijn Franse vrouw Cathérine, datum onbekend)

In 'Parijs bij nacht' werd een schets gegeven van de Parijse uitgaanswereld, van bars, nachtclubs, cabarets, theaters en restaurants. Het kon als gids dienen, maar ook - bijna filmisch - als een kijkje in een andere wereld die voor velen nog onbereikbaar was: "De place Pigalle is 's-nachts vol licht, getoeter en stemmen-geroes en naar drie kanten plant haar levendigheid zich als een zeester voort. Naar het Zuiden is het de verblindend gloeiende helle-krocht van de rue Pigalle; daar straalt en trilt het als in een wit-gloeiende oven, en men durft nauwelijks erin te gaan, zoo lijkt het alsof men zich aan het vuur zou schroeien. Naar het oosten en het westen lijnt zich de breede boulevard met zijn dubbele boomen-rijen, en ook daar is het als een onafgebroken keten van hel-verlichte vermaakhuizen: 'La Chaumière', het geestig cabaret van Paul Weil; 'Le Libertin', 'Le Chat noir', 'Le Moulin de la Chanson', waar Fursy thans heerscht, het 'théatre Comoedia' wedijveren in licht-reclames. Naar het oosten wordt het perspectief afgesloten door het 'Cirque Medrano' en het théatre la Cigale', naar het westen door de wuivend wenkende roode wieken van den 'Moulin Rouge'."
Toch had Faust ook wel oog voor het gezwoeg, vooral het nachtelijk gezwoeg en getob: de voddenrapers, de beerputlegers, spoorweg-en postbeambten, taxi-chauffeurs, de sjouwers in de Hallen, daklozen en al diegenen die waren 'gevangen in de hallucinatie der metropolis'.

Toen hij enkele jaren later in de Rue Pigalle was opgeschoven naar nummer 36, werd het 'Bij Leo Faust' (Hollandsch koffie-uurtje!). Van daaruit organiseerde hij jarenlang iedere zaterdagavond een 'ommeganck' door Parijs-bij-nacht. En dat was zijn handelsmerk, het 'Parijs-bij-nacht', voor de voorzichtige, onwennige, redelijk tot zeer welgestelde 'Hollandsche' Parijs-ganger. Zijn gidsjes beleefden door de jaren heen druk op herdruk, 'Parijs-bij-nacht werd opnieuw uitgegeven en enkele jaren later verscheen "Parijs om middernacht van 10 - 4, geschreven samen met Hans Nesna. Maar in 'Parijs om middernacht' was de vrolijke toon ietwat veranderd: de stad was voor Faust en Nesna nog steeds die van feestend plezier, maar het soms louche karakter van Parijs als toeristenfuik kreeg ook een plaats. En toch weer die mijmering: "Parijs is overweldigend in de voortschuivende avond, het licht fonkelt op de daken van de natte wagens, het is een voortdurend spel van vonken, een beklemmend spel van 'verkeer'. Ik heb op de Arc de Triomph gestaan bij dag ... maar voortaan wil ik, in Parijs, één uur staan op deze plaats, op de treden van de Opera. En ik wil Parijs zien defileeren, als het kan in de regen, en het vonkend spel van het licht op de honderden auto's zien ...."


En er bleef oog voor ondeugende schoonheid: "Dat men het naakt dansen kan opvoeren tot de hoogte van werkelijke kunst, ik geloof, dat niemand ons dit zoo mooi heeft getoond als Joan Warner. (-) De wufte zaal werd stil wanneer zij verscheen. Zij verscheen in een nauwsluitende, lange witte robe, en droeg in een van haar prachtige handjes een groote struisveeren waaier, waarmee zij zeer gracieus manoeuvreerde. Niet lang echter duurde het of, zonder dat iemand het merkte, had zij in den rug een paar drukknoopjes losgemaakt. De jurk gleed af, snel doorgegeven aan een andere danseres, die het kleedingstuk wegmoffelde. En Joan Warner danste naakt, slechts zich bedekkend met de groote waaier."

Maar 'Les Années Folles' werden 'Les Années de crise', 1937 gaf nog een opleving te zien met de Parijse Wereldtentoonstelling, toen ook werd de laatste 'Nieuwe Gids van Parijs' uitgegeven. En na het uitbreken van de oorlog was het in 1941 gedaan met het restaurant van Leo Faust. 't Werd verkocht en met de opbrengsten redde hij zich door de oorlog. Na de bevrijding werkte Faust nog enige tijd in een door de Amerikanen geconfisqueerd hotel, maar besloot tenslotte naar Nederland terug te keren. Voor een Dordse scheepswerf werkte hij nog jarenlang als handelscorrespondent en uitgever van het personeelsorgaaan. In 1956 publiceerde hij onder de titel '36, Rue Pigalle, een bar op Montmartre' zijn herinneringen aan zijn Parijse tijd, maar hij zou - volgens de overlevering - nooit meer in Parijs zijn geweest. Leo Faust overleed in 1974 op 96-jarige leeftijd in een Zeeuws verpleegtehuis.

Hieronder enkele foto-illustraties uit 'Parijs bij nacht' en 'Parijs om middernacht van 10- 4':

Voor reacties, bijdragen en informatie: info@defranseverleiding.nl

Terug naar de hoofdpagina van
'de Franse Verleiding'