'de Franse Verleiding'
het verhaal van een ontdekking .....O

Deze 'slow-page' is voor het laatst bijgewerkt op 20 september, 2017.

Nog een paar dagen en een bespreking van een Hollandse stem over Frankrijk.


Franse stem.

Christopher Maé:

"Il est oú, le bonheur, il est oú?"


Franse 'stemmingen'.

Schitterend halfuur kijk- en luisterbeleven met Fons te Poel in en rondom Lyon en daarmee tegelijk een portret van het gespleten Frankrijk, op basis van uitstekend research !


Cultuurverschillen?

Lekker d'r even uit, naar Frankrijk bijvoorbeeld, toch weer net even iets anders. En je plukt de krenten uit de pap: andere landschappen, andere steden, een andere keuken, iets meer zon waarschijnlijk en andere omgangsvormen. Sommige Nederlanders zijn er van gecharmeerd, van het beleefde 'Au revoir, passez une bonne soirée' in plaats van dat kort-afffe 'Doei!' Maar vaak is daar ook ergernis, zoals de Parijse rapheid of het geneuzel bij een kassa in het verre zuiden. Gewoon op vakantie. Moet je er wonen en moeten werken ! Het 'dolce far niente' moeten loslaten en een verplichtende relatie te hebben aan te gaan. Je verkeert vaak in een 'culture shock'.

Lees: Geheim rapport: voortbestaan Air France-KLM loopt gevaar door cultuurverschillen


Ijsje in Frankrijk ? Ijs?

Klik en schrik.


Geschiedenis in versnelling.!

Tot zo rond 1845 nam de reis Amsterdam - Parijs nog minimaal één week in beslag, totdat in Frankrijk en Belgie heel rap een spoorwegnetwerk tot stand kwam. Vanuit Nederlands perspectief is de Noord-Zuid-verbinding immer problematisch geweest.
Maar nu wordt er toegewerkt op een verbinding van 30 minuten:

de 'hyperloop' ... .

-------------

De 'hyperloop' is natuurlijk geinspireerd op de buizenpost, dat vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw een grote vlucht nam. Kantoren, banken vooral, maar ook warenhuizen werden er van voorzien. Mij staat me nog 'de Bijenkorf' in Amsterdam voor de geest waar jouw geld en de bon in een kokertje werd gestopt die dan met een duwtje in de buis werd hehannest, het klepje met rubberen ring dicht, als een weckflesje, en op weg naar de centrale kassa.
Een metropool als Parijs had een uitgebreid netwerk door de gehele stad en dat lijkt me milieuvriendelijker dan die giftige koeriersscootertjes van nu

'Le Réseau Pneumatique'

Ik geef toe, heel vervelend, maar het is wéér in het Frans. Zoek maar op 'buizenpost'.


Dit wilt u niet weten !

Reizen, toerisme ....

Is het blikverruimend? Is't goed?
Brengt het de wereldvrede dichterbij, zoals ooit gedacht?
Of is het, ook weer, ecologische rampzalig?

't Minst slechte wat U kunt doen is de trein te nemen en straks die 'hyperloop' ... .


Herinneringen aan vakanties in Frankrijk

"... de geuren van tijm, rozemarijn, de bloemenpracht, de peilloos diepe zwarte nachten, soms nog even ’n verfrissend plonsje in de rivier vóór ’t slapen gaan. Je wilde het allemaal vast kunnen houden."

door

Ralph en Andrea de Jongh.

Voor het laatste bijgewerkt
op zondag 5 maart 2017.

-----

Deze aanbevelenswaardige site en nieuwsbrief gaf me eindelijke een samenhangend verhaaltje over waarom en wanneer Parijs de bijnaam 'la Ville Lumière' - 'de Lichtstad' kreeg.


Amsterdam vol?
Nu U en dan ik weer.


Nieuw:

SOMS LOOPT EEN VAKANTIE ANDERS DAN GEDACHT
Van Montfrin naar de Gard en
van polonaise, een zuigfles met
pastis en een palingoproer.


Une invitation, un appel.

Laatste zat ik eens met iemand te kletsen. Zo maar, van de hak op de tak. Ogenschijnlijk. Ook over Frankrijk natuurlijk. Ik: " 't Is goed dat je soms de dingen opschrijft. Weet je, dat was nou zo'n vreemde bewustwording: mijn moeder overleefde m'n vader nog lang en toen ging zij ook. En kort daarop ging ook mijn oom, de allerlaatste van die generatie. Na een paar weken kreeg ik een soort klap in m'n gezicht: er was niemand meer aan wie ik nog wat kon vragen! Geen 'weet je nog of 'hoe zat dat toch?' of 't soms heikele 'waarom', ... vul maar in."'
Mijn gespreksgenoot keek me bedachtzaam aan. " 't Is gek, nu ik zo met jou zit te praten, moet ik ineens denken aan de eerste minirokjes die ik zag, zo, gewoon, in één of ander lullig Frans plattelandsgehucht. In Nederland was dat toen nog taboe! Mini-jupes! En dat in zo'n Frans dorp! Jeetje, die mini-jupes!"
En toen zei hij: "Ik geloof dat we elkaar wat vaker moeten spreken, je hebt gelijk! Got, dat dat ineens zo maar terugkomt!"

Dat bedoel ik. Schrijf. Schrijf op die impressies, die sterke momenten, gevoelens ook, emoties en misschien wel een sterk avontuur op de koop toe.
Straks valt er niets meer te vragen, te vertellen en verdwijnt alles in de vergetelheid.
Neem 't voornemen en weet dat ondergetekende met zijn ervaring klaar staat om uw soms bijna al vervlogen herinneringen weer naar voren te halen en op te poetsen. En nog eens bereid is te helpen met het schrijven van een veelzeggend of ontroerend of anecdotisch verhaaltje.

Mag in Fontcouverte en laat dan die €5 .99 maar zitten.

Schrijf mee. En misschien wordt het wel een boekje!

"Goed gedaan, jochie !"



Nieuw:

Quote kwam onlangs met 7 redenen waarom u Saint Tropez moet mijden, maar Le Rayol Canadel sur Mer niet.


Le Rayol in de jaren dertig.

Coll. 'dFv'.


Nieuw:

1952

We zochten een huisje aan de Côte d'Azur

" ... . En daar men in Frankrijk niets gek vindt, nam ik de tafel en een borstel, stak de boulevard over en ging er mee in zee, om er enkele ogenblikken later met een hagelwitte tafel weer uit te komen. ..."

-----

Blijvend uitgelicht:

Een waanzinnige documentaire
over

Paris 1920 - 1930:
'Les Années Folles'

Ooit, twee keer maar liefst, werd er in Nederland, in Holland en Utrecht vooral, gesproken en geschreven over 'de Fransche Tyrannie'; nu is Frankrijk de belangrijkste buitenlandse vakantiebestemming van de Nederlanders. Sterker, van de hele wereld! Op 83 miljoen buitenlandse toeristen staat de teller nu, nummer één qua aantal. Qua bestedingen, en dat is de Fransen natuurlijk een doorn in het oog, staat ze echter op de derde plaats. Maar toch, het toerisme is Frankrijk's belangrijkste 'export'-produkt, belangrijker dan 'l'industrie agro-alimentaire'! De Franse minister van buitenlandse zaken, Laurent Fabius, die ook het inkomende toerisme als portefeuille heeft mikt zelfs op 100 miljoen buitenlandse toeristen voor 2020. Daartoe moet er, los van de bestaande budgetten, nog eens 1 miljard euro extra gemobiliseerd worden. Het merendeel daarvan wordt gestoken in, zeg, de ontvangstcapaciteit, maar qua marketing zijn de pijlen vooral gericht op de 'nouveaux riches' in opkomende, wat heet, landen als China, Taiwan, Thailand, de Emiraten, enzovoorts. Die zuinige Hollander zal toch wel komen.

In de na-oorlogse jaren '50 was, opmerkelijk genoeg, Duitsland voor de Nederlander nog dè buitenlandse vakantiebestemming nummer één. Pas rond 1980 ging Frankrijk wat dat betreft althans Duitsland de loef afsteken. En nu? Nu liegen de cijfers er niet om maar draaien er ook om heen, net zoals met de werkeloosheids- en arbeidsparticipatiestatistieken. Een hele batterij 'organismen' meent de exacte cijfers op een rijtje te hebben. En jawel, de schatting van Nederlandse uitstapjes naar Frankrijk 'fluctueren' tussen de twee en vier miljoen per jaar. Sterker, 'ergens' tussen 'de' statistieken kwam ik zwart op wit het onwaarschijnlijke aantal van zes miljoen tegen! Het is hetzelfde laken en pak met de aantallen Nederlanders die een optrekje in het Franse hebben om er vakantie te vieren of om er permanent te wonen. 40.000? 80.000? Honderdtwintig duizend?

Hoe is dat allemaal zo gekomen?

De reis naar Frankrijk is tegenwoordig, als er geen files zijn, betrekkelijk eenvoudig: er zijn snelwegen met brede bruggen, er zijn geen douanecontroles meer, we hebben de euro, we hebben creditcards en we hebben die fameuze smartphones met al haar toeters en bellen: altijd verbonden, ook tussen Frankrijk en Nederland.

Maar het is nog niet zo echt lang geleden dat men alleen maar naar het zuiden kon reizen door een bootje te nemen, het waren echt bootjes over zee of over de grote rivieren. Pas met de spoorbrug bij Moerdijk, die in 1872 gereed kwam en in 1876 met aansluitende verbindingen echt in functie kwam omdat tussenliggende bruggen in de buurt van Rotterdam nog niet klaar waren kon dat. Het was een revolutie. En het duurde zelfs tot 1936 voordat men vanuit de Noordelijke Nederlanden per auto, zonder pont, naar het zuiden kon reizen. Ook dat was een revolutie.

'de Franse verleiding' verhaalt en illustreert die geschiedenis met talloze documenten. Hoe ging dat reizen in vroeger tijden eigenlijk? Van karresporen tot diligence, van bootjes tot bruggen, van de eerste landkaarten tot de GPS van nu, van trein, vliegtuig, autoroute en HSL/TGV, en van de eerste Nederlandstalige reisgids voor Frankrijk ooit tot de app's van tegenwoordig.

Wie waren die eerste sporadische reizigers en waarom trokken ze er op uit? Voor handel vooral, voor vechten soms, bedevaarten niet zelden, en later ook voor studie en vorming.
La Rochelle, Rouen, Nantes en Bordeaux aan de Atlantische kust waren lange tijd belangrijke Hollandse pleisterplaatsen vanwege de wijnhandel. Maar geleidelijk aan werd het reizen over zee of over de grote rivieren iets minder uitzonderlijk en kwam Parijs over land iets gemakkelijker binnen bereik. Het waren veranderende gewoonten geworden, da's toch uitzonderljk in die tijd? Heel langzaam kwam de transporttechniek op gang. De 'rechtstreekse' verbinding tussen Amsterdam en Parijs nam 200 jaar geleden nog minimaal een week! Een 50 jaar later, toen er tussen Parijs en Moerdijk een spoorlijn was komen te liggen, tot Moerdijk slechts, zo'n twee dagen en nu? Per auto, pak'm beet, vijf uur!
Ongemakkelijk reizen bleef het dus eeuwenlang. Het kostte naar Parijs een week voortsjokken per schuddende koets, voortgetrokken door paarden. Af en toe werd er gestopt om van afgematte paarden te verwisselen en tegelijkertijd een soepje te nuttigen. Onderwijl bleven het grote rivieren die overgestoken moesten worden, zand- en modderpaden die begaan moesten worden en eeuwenlang bleef het tot die plichtmatige avonturen om met die zeilbootjes het Hollandsch Diep over te steken. Er zijn er heel wat verzopen. Een Prins van Oranje zelfs, wiens koets de plons in dook.

Later kwamen nieuwe nieuwsgierigheden boven die niets te maken hadden met handel, maar met behoefte aan luxe, diplomatie, cultuur en ook vermaak. Parijs bood dat alles. Parijs was in die tijd DE metropool van de westerse wereld. Parijs was voor een Nederlander niet simpel een andere stad maar, zoals men het lange tijd in Nederland omschreef, maar 'een wereld' en op maar 500 kilometer gelegen van Amsterdam, ook toen nog steeds een week reizen.

Parijs was ook de stad van de persoonlijke bevrijding en inspirate; Nederlandse schilders, schrijvers en fotograven getuigen er nog steeds van. Dat is de geschiedenis die 'de Franse Verleiding' vertelt en toont, tot het massatoerisme van nu, een eeuwenlang verhaal, van vooruitgang, van verandering, van mythen en van nostalgie, tot de digitale revolutie en 'de horden' van nu.

Het oudste gedrukte document waar 'de Franse Verleiding' over beschikt dateert van 1657, een "Wegh-Wyser; Aenwijsende De besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door Vranckryck en eenige aengrensende landen te sien zijn. Tot nut van al die gheneghen zijn om die landtschappen te besichtigen". 't Was bedoeld voor jonge, uiteraard rijke patriciërszonen die op de 'Groote' (Frankrijk en Italië) of de 'Kleene' (Frankrijk) gingen voor hun vorming. 'Le Grand Tour' of, liever, 'the Grand Tour' was niet een achtiende eeuwse, in Engeland ontstane gewoonte, maar wel degelijk een in de zeventiende eeuw gegroeid 'Lage Landen'-traditie.

Vijf routebeschrijvingen door Frankrijk gingen vooraf door 'Reys-wetten', verrijkt met 'Een groot oordeel van diengrooten en uytsteeckenden JUSTUS LIPSIUS over het REYSEN', waarin de jonge reizigers menige goede raad - en waarschuwingen - mee werd gegeven.

Noot tussendoor:
Een hoog gebouw in Brussel is naar deze Vlaamse geleerde vernoemd, die van oorsprong overigens gewoon Jodocus (of Joost) Lips heette. In dat glanzende gebouw zetelt niet een multinational, ook niet het Europese Parlement, niet de Europese Commissie en haar voorzitter, niet de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, geen groepsaccommodatie voor Europese lobbyisten, niet de Organisatie van Europese Veiligheid en Samenwerking, niet de Raad van Europa en haar Parlementaire Vergadering, niet de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, niet de burelen van het Eurovisie Songfestival, niet het Hof van Jusititie van de Europese Unie, niet de Europese President, die schijnen we ook te hebben, ik geloof dat hij Donald Trumsk heet of zoiets, geen roulerend Europese Voorzitterschap, niet het Europees Hof van de Rechten van de Mens, nee, daar zetelt de Raad van de Europese Unie ... . Dat moet en kan dus allemaal door- en inzichtelijker.

Hy zy gematight in geneuchelijke dingen, belangende voedsel en wellust: want een nuchtere reysigher, vereyscht insonderheyt matigheydt. Die maeckt nuchteren, ghematight, schaemroot, stil-swijgend’, toomt de wellusten, matight de herts-tochten, vermeerdert loflijcke, en straft de quade begeerten, stiert te recht al ‘t geen in ons verwert is, verdrijft quade ghedachten, blust het vryer uyt van kittelighe wellusten, stelt het gemoedt in een lieffelijcke rust, en beschermt den gheheelen mensch altijdt van de stormen der ondeugden.

En dan, dichtbedrukte pagina's verder, wordt weer gewaarschuwd voor de vrouwen, al komt de herenliefde ook aan bod, dat moet ik weer even opdiepen, morgen ...:

Allenckskens groeyt de soete min; en ‘t lonckend’
vrouwen ooghs begluuren,
ontsteeckt het hert der mannen in onlesschelijcke
minne-vuuren.

Op 1 september 2016 opende in het zuiden van Frankrijk 't kleine museum, 'un musée condensé, over deze geschiedenis.


'How the French think' van Sudhir Hrareesingh is een
fascinerende schets van de geestesgesteldheid van de Fransen
èn de Franse tijdgeest. Ik zam m'n best doen om binnenkort zèlf
met een impressie te komen. Maar vooralsnog laat ik Mark Lila
aan 't woord die in het October 22, 2015 Issue van het onvolprezen
New York Review of Books uitgebreid op Harrareesingh's werk inging:

"Today one rather has the impression that many think the way
for France to recover its vitality is for it to
become half-American—so long as they can choose which half.
Some fantasize about Silicon Valleys springing up
across the country (but with government seed money and
strong labor regulations), others fantasize about France
developing a more open and daring culture (but with high
taxes to make sure no one makes any money from it),
and others still fantasize about Paris becoming a center
of world finance (without anyone having to work on Sundays).
Authors of recent books on the French malaise can be divided
into California dreamers and those in a New York state of mind.
But France will never be America for the simple reason that
it is a deeply conservative country, perhaps the most
conservative in Europe. Despite their radical tradition in
the political spectrum today is their distrust of change.
(This, perhaps more than any idealism about Europe,
was behind the extraordinary recent efforts of François
Hollande to keep Greece within the eurozone under just
about any conditions.) The truth is that the French like
the way they are; if presented with the set of all
genuinely possible worlds most would undoubtedly choose
the one they find themselves in. One can’t help thinking
that if the French were able to recognize themselves for
what they are, and the advantages of being that way,
they would deal with their problems moderately but steadily.
That would not be terribly interesting intellectually,
but it might restore their joie de vivre."

'Wonen op vakantie' is een illusie. "Je neemt je zelf altijd
mee" werd me bij het uitzwaaien meegegeven. Da's dus de halve
waarheid. "Je zult de ander tegen komen" had er bij gezegd
moeten worden, want ik werd een illusie armer, een desillusie
rijker en raakte aan de rand van de afgrond. Daarover ooit meer.
Nu eens niet serveerster, campinghouder, hotelreceptionist of
buur op een camping, nee, echte buren, echte functionarissen
en echte collega's. Da's andere koek zo vlak om de hoek. In wezen.
Zo ontdekte ik een sterk hierarchische samenleving en werd
ik geconfronteerd met een ten diepste andere denkwijze. En ik
trok één van de vele conclusies: 'Fransen hebben eerst een
theorie nodig voordat ze een feit kunnen en durven vaststellen.'
En waarachtig, onder andere dààr heeft Harareesingh het uitvoerig
over. John Lichfield vatte zulks in The Independant van 25 juni, 2015
mooi samen: klik om zijn tekst integraal na te lezen)

"(Sudhir Harareesingh) defines the characteristic French
mental landscape as: "The presentation of ideas through
overarching frameworks; a preference for considering questions
in their essence, rather than in their particular manifestations;
a fondness for apparent contradictions; and a tendency to frame
issues around binary oppositions."
In other words, the French like to construct a theory and then use
it to explain the facts; the British and others like to examine
the facts and then construct theories. But why? Why do the French
think differently? Hazareesingh traces the phenomenon to the
eureka moment of the great 17th-century philosopher-mathematican
Descartes. By concluding that the only certainty was the consciousness
of the individual – "I think, therefore I am" – Descartes created one
strand of the modern, humanist intellectual tradition. The other
strand was the "empiricist" British line of Hobbes, Locke and Hume.
The British thinkers believed in starting with observable facts;
Descartes believed the human senses of touch or sight or smell were
unreliable. He trusted only the deduction capacity of the mind.
The second founding father of the French intellectual tradition
was Rousseau. His utopian vision directly influenced the Revolution
and later French theorists of both Left and Right. (Those political
definitions were themselves a typically "binary" French invention.)
Hazareesingh traces, often brilliantly, the influence of Descartes
and Rousseau on French thinking and French politics to this day.
The theoretical construct is all.

Zo gek was ik dus inmiddels niet geworden; wat een feest van herkenning !
Wat een heerlijk gram halen en een 'bijna-postuum' alsnog gelijk krijgen !

Marketing-gelikt - local branding, zeg maar - verscheen het boek in
Franse vertaling overigens met als titel 'Ce peuple qui aiment les idées' ... .


Redacteuren / webmasters:

Gerrit Verhoeve en Jonathan van Breughel.

Voor reacties, bijdragen en informatie:
'de Franse verleiding'




Du 'musée condensé'
vers
'le' musée.

Klik! Al was het maar voor de Franse plaatjes ...


Of

Plannen
-
van 'musée condensé'
naar
'het' museum ... .

Klik! Al was het maar voor de Hollandse illustraties ...


Lezenswaardig:

Nog steeds klassiek wat betreft het moderne reizen is Daniel J. Boorstin's derde hoofdstuk uit 'The Image' (1961)
From Traveler to Tourist:
The Lost Art of Travel,
met als kopcitaat "You're just 15 gourmet meals from Europe on the world's fastest ship." (Advertisement for the United States Lines.)

Van veel latere datum (maar toch van 2012 alweer) stamt een soort van 'individialoog' met / van Romann Krznaric, auteur van 'The Wonderbox: Curious Histories of How to Live'

Get lost! The new art of travel for the 21st Century.


Los van mijn persoonlijke, soms zeer indringende er-/aanvaringen heb ik bijzonder veel opgestoken van de onvolprezen cultureel antropoloog Edward T. Hall:

- The Silent Language (1959)
- The Hidden Dimension (1966)
- The Fourth Dimension In Architecture: The Impact of Building on Behavior (1975, co-authored with Mildred Reed Hall)
- Beyond Culture (1976)
- The Dance of Life: The Other Dimension of Time (1983)
- Understanding Cultural Differences - Germans, French and Americans (1990, geschreven met Midred Reed Hall)
- An Anthropology of Everyday Life: An Autobiography (1992).

En met hem gaat dus in één adem door:

- Geert Hofstede, Cultures and Organizations.Intercultural Cooperation and Its Importance for Survival. Software of the Mind, 1991;

- Clotaire Rapaille, Culture Codes; Comment déchiffrer les rites de la vie qoutidinne à travers le monde, 2006 en

- Erin Meyer, The Culture Map: Breaking Through the Invisible Boundaries of Global Business, 2016.

Maar geloof me, leven in een dorp als Fontcouverte is ook pijnlijk onthullend.

Voor hen die een kortstodige duik willen nemen in het interculturele sop, goeddeels gebaseerd op Erin Meyer:
'Nederlanders zijn te lomp en te direct. Hoe ben jij op zakenreis?'
't Artikel bevat veel onthullende aan Erin Meyer ontleende schema's. Buitenland? Nu eens niet als toerist? Om iets meer te binnen te halen dan die consumptie? Daar komt heel wat meer bij kijken.


Een recente aanwinst

en heerlijk schaamteloos nostalgisch!


Uitgelicht:


Langzaam door Frankrijk en SNELLER !!!
De reis Amsterdam - Marseille
1764 - 2007 - 2016 -202?


Op (de) stapel:

Ooit 'incontournable', onvermijdelijk dus, op weg tussen Rome, Narbonne, Toulouse en Bordeaux

't milennia oude dorpje Moux, eens dichtgeslibt, toen 'une déviation', een bypass, en vervolgens toch doodgebloed,

een circulaire 'circulation'-geschiedenis.



Gauw, maar het kan nog even duren:
Passion et subversion Fontcouverte
Amsterdam
Brussel
Paris
Fontcouverte



En zo spoedig mogelijk:

Le Train Bleu van Philip Freriks



Lees voor meer historisch detail .....


De Tour de France van Lambert Doomer en Willem Schellinks
1646


De reis van Leiden naar Parijs in
1759


Jacob Muhl in Parijs
1778

Met Adriaan van der Willigen in Parijs en door Frankrijk
(1804 - 1805)

met integrale teksten van zijn reisverslagen
Een vergeten Nederlander die ooit werd bijgezet in het Panthéon
1812

"Waarheid door gekheid omsluijerd of wat wordt van Parijs gezegd"
A. Cramer, 1822

1842 - 1888

Een stem uit het verleden,
de 'paléophone'

of
Hoe Fabrezan haar Edison misliep ...


Vincent van Gogh in de Midi
1888 - 1890


De jaren van Louis Couperus in Nice - 'een witte stad van weelde'
1900 - 1910


Op reis met Michelin
een korte geschiedenis
1886 - 2006


Het Parijs van Leo Faust
1914 - 1946


'Spits en smal (-) naarmate zij verder den donkere nacht in boorden'

1914 - 1915

Leo Faust
Parijs' oorlogscorrespondent tegen wil en dank


Circa 1923 - 1928


Circa 1923 - 1928

'De uitvinding van de Rivière'
Ooit, zo vanaf 1770, werd de Côte d'Azur een overwinteringsbestemming voor de Europese chique. In de jaren '20 van de vorige eeuw begon dat te veranderen en werd de Rivièra zomerbestemming. Het waren Amerikanen die voor de omslag zorgden.


------

1949

'De Hollandse voorloper van de ClubMed,

het zomerkampement 'Le Cercle Hollandais' van pionier Jan Switzer in Antibes.

1925 - 1960

"De mimosa bloeit"
De Nederlandse kunstenaarskolonie in Cagnes-sur-Mer


'Paris vous parle'
Jan Brusse flanerend door het Franse leven
1921-1996


1996 ( - 2016)

Gallisch.
l'Horreur économique

1996?
Gedateerd?


Weinig Nederlanders zullen, op weg naar Frankrijk, die grens 'nemen', maar omdat ze plots weer aktueel zijn, gaan we
op zoek naar de Zeeuws-Vlaamse grens


2002 - 2014:
Reizen door contreien
van het Front national


2015

Bakens op weg naar het zuiden


2014
Een dag in de Aude


2015

FN: 40 %
In Haramont stelt men in niemand nog vertrouwen


- 450.000 / + 2015

De tijd van Monsieur Albert
450.000 l'Homme de Tautavel


2015

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
en 't is een gek die 't er voor vraagt
op de Franse zondagsmarkten,

'les vide-greniers'



Overige reisimpressies:


onze prachtige reis naar Frankrijk
1927


met de personeelsvereniging naar Parijs
1952


naar Tourrettes-sur-Loup (1950)


en Mazerolles
1953


Met een vleestransportwagen
naar de Hallen
1953


'Soepkommen voor de koffie'
Op de scooter naar de Riviera
1955


Paris Passion
1948 - 1993


met de Kever naar de Provence
1967


dromen op het Canal du Nivernais
1996


Een tweede huis in Frankrijk
2007

Filmpje over de Franse verleiding.


2015
Een 'HHVV' uit de Archèche,
een Heerlijk Herkenbaar Vakantie Verhaal


2015 - 2016

Voor ontzettend veel Nederlanders is Frankrijk zo'n fijn land, omdat je er 'zo heerlijk omheen' kunt, je de zorgen en beslommeringen voor een tijdje achter je kunt laten, gewoon als 'convenience tourists' in het prachtige Franse, zonder al te veel maatschappelijke weet.
Ik zou het anders aangepakt hebben, ik zou nauwer aangesloten hebben bij de feitelijke belevenissen van de Nederlandse Frankrijk-ganger en dàn gaan graven, maar Wilfred de Bruijn presteert het wel degelijk ons achter de gemiddeld mooie 'Franse schermen' te laten kijken. Zes afleveringen waren 't, VPRO, tot en met 24 april 2016:

'Op zoek naar Frankrijk'

Verscheidene Amsterdamse vrienden vertelden mij dat ze ER een beetje triest van werden: "En 't is zo'n mooi land!"
En zo heeft Wilfred de Bruijn zich uitstekend van zijn taak gekweten: de stemming onder ontzettend veel Fransen is er één van mineur. Om niet te zeggen, de ambiance bij 'Fransen onder ons ' is vaak zelfs desolaat, nou, dat is iets te sterk,ze zijn vertwijfeld als ze het over politiek en economie hebben. Kijk, dààr kun je dus, omdat het Frans weinig of niet beheerst wordt, gemakkelijk 'omheen'. Je kunt je in de Franse ruimte vermeien en verliezen, en eigenlijk ook maatschappelijk.

En dus, vergeet vooral niet deel 4 te bekijken:

Het verdriet van Frankrijk.
of
'Waarom de Fransen zo ongelukkig zijn'.

En tenslotte het afsluitende deel 6:
Veranderen? Jamais!

De Fransen zijn onmiskenbaar minder gelukkig dan de omliggende nationaliteiten. Brrr, glad ijs, hè, culturen, nationaliteiten. De Bruijn licht een tipje van de sluier op: 't keurslijf van 'la République', dat tot een soort conformisme leidt. * En dus hypocrisie.
Verhelderend is ook de notie dat 'de' Fransen in wezen nog heel sterk de stempel dragen van een overwegend agrarische cultuur dat Frankrijk nog tot in de 20-ste eeuw was. Dat nu, dat leidt weer tot een behoorlijke mate van conservatisme, conformisme zelfs ook***, in weerwil van een hele reeks van revoluties en revoltes.
In de agrarisch en nu ook toeristische Aude is een gay nog steeds een 'OVNI', un 'objet volant non-identifié, een UFO dus.

Maar er is meer. Een zekere Monsieur Croulot, een bereisde professor, wreef me in Montpellier eens onder de neus dat de Franse cultuur geworteld is in wantrouwen, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Nederlandse.
Maar pas op, onder het illusoire neoliberalisme van 'deregulering', groeit in Nederland het wantrouwen de laatste decennia. Steeds meer regels en controle overvallen de burger, kennelijk 'om de zaak niet uit de klauwen te laten lopen' ... . **

Conformisme, conservatisme, wantrouwen, een behoorlijke dosis 'Zo hoort het eigenlijk' dus, etiquette, gebed in ... hierarchie. De Franse samenleving is wellicht wel hierarchischer dan de Duitse 'Ordnung muss sein'-cultuur. In Nederland is er ook sprake van hierarchie, waarachtig, maar het is meer verhuld en gaat schuil achter een 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' en een polderend 'pappen en nathouden'. De Duitse 'Adler'en de Franse 'Coq' ... . 'Fransen' zijn, 'in functie', vaak autoritair, op het onwellevende af. Nederlanders schatten dat onjuist in door het 'arrogant' te noemen. Dat zijn ze soms ook, maar ze zijn vaak vooral autoritair, bang om afgestraft te worden door een superieur. Kan je beter naar beneden trappen, niet?

't Autoritaire, 't hierarchische - en hier word ik echt een intellectueel, nee, een 'philosophe à la française' - vloeit naar mijn aanvoelen ook voort uit de complexheid, de subtiliteit en de oneindige nuances van de Franse taal. Dat zal je als kindje allemaal maar moeten leren! Dat moet er dus ingestampt worden, mèt autoriteit. Daar raakte Wilfred de Bruijn ook wel even aan. Franse ouders gaan met hun kinderen anders om dan Nederlandse met de hunne. een wereld van verschil.
Conformisme, conservatisme, hierarchie, autoriteit >>> hypocrisie. Hoe dan ook, gepaard gaande met een economische, politieke en identitaire crisis, sta je als Fransman nou niet bepaald te juichen. Totdat de bom weer eens barst ... .
Want gaande is er iets.

******************

Er is natuurlijk ontzettend veel nagedacht over de Franse identiteit. Denk aan Theodore Zeldin (de volumineuze reeks 'A History of French Passions' en 't meer beknopte 'The French') en natuurlijk Fernand Braudel en zijn even volumineuze 'L'Identité de la France'.

**************

*** Conformisme is overigens 'des samenlevings', ook de Nederlandse. Wijlen de notoire dwarsligger Gerrit Komrij riep het eens uit, t zal rond 2000 geweest zijn, toen de babyboom-generatie in de illusie verkeerde dat nu wel alle vrijheden op die suffe 50-er jaren waren terugveroverd: "Ik heb nog nooit zoveel conformisme om me heen gezien!"

Lees voor de huidige stand van zaken, over de krachten waar u aan onderworpen bent, onder andere:
- 'Disrupted: My Misadventure in the Start-Up Bubble' by Dan Lyons (2016)
- Mark Hunyadi, La tyrannie des modes de vie. Sur la paradoxe moral de notre temps (2015);
- Christian Salmon, Storytelling, la machine à fabriqur des histoires et à formater les esprits (2007);
- Noam Chomsky and Edward Herman, Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media (2002).
and back into the subversive future,
- Nicolas Bordas, L'Idée qui tue! Comment vendre une idée révolutionaire (Groupe Eyrolles, Atlantico, 2014).
en over die babyboomers:
- Francis Beckett, What Did The Baby Boomers Ever Do For Us? (2016).

** David Graeber, The Utopia of Rules. On Technology, Stupidity, and the Secret Joys of Bureacracy (Melville House, 2015)


2016


over het leeglopende
Franse platteland:
‘De bloemenwinkel is er nog. Die leeft van de rouwkransen'


2015 - 2016

'Dame Jeanne'
et
la sculpture sur livre

Plieuse de livres,
boekenvouwster.


'Ooit, in 2016, the current issue' van Quote, maar nu - geheel in lijn met het aan te bevelen verhaal - is het een kwestie van betalen:

Werpe het Campingazje verre van U,

want zó, alweer volgens Quote, maakt U de perfecte dagtrip door Zuid-Franrijk (foto's inclusief).


Hotelletje ?

Het Franse blad 'Capital' 'Le plaisir de comprendre l'économie' pakt uit over luxueuze hotels ....
'Découvrez les 19 palaces français'.


Huisje ?

'Capital' over € 2000.000,00 per week villa's in .... Saint-Tropez. Net zo gemakkelijk.


Tochtje ?


Ook leuk om te weten.

De Top-Tien van de rijkste Nederlanders aan de Côte d'Azur.


De Franse verleiding van 'Akkie' van Ramshorst.

De vrijgevochten Hollandse illusie van 'liberté, fraternité et égalité in de Franse Ardèche.

"Eigenlijk, zeggen de buurmannen, is het onvermijdelijke gebeurd. Stegeman: 'Akkie leefde de zoete leugen van de ultieme vrijheid. Hij kon niet tegen regels. Als je zo leeft kom je onvermijdelijk in botsing met de autoriteiten.

In Frankrijk?


Spoedig:
Jean Boullet


Terug naar Pézenas,
en vergeet Molière.



Parijs. Een feest?
Een openbaring!

Vroegste herinneringen.


1970 - 2016

Le mal français?
A Year in the Merde?
L'Exception française?
l'Identité malheureuse?
The Arrogance of the French?

WhyThey Can't stand Us and Why the Feeling is Mutual?
Surplace?
Le suïcide français?
How the French Think?
l'Exception culturelle?
La decomposition française?
The French Puzzle?
l'Indicateur Trimestriel du Bonheur des Français?
Op zoek naar Frankrijk?



"1 point, 2 points"
--
't Lijkt wel het Eurovisiesongfestival als je hier door het land rijdt.
- - - -
Over de onderkant
van de 'neo-liberalisering'.


Jarnac, 1916 - Parijs, 1996
François Mitterrand
1981 - 1995

Over de eerste der Mohikanen,

ook al sprak hij ooit, in 1969,
de volgende wijze woorden:

“La gauche a pour vocation d’exprimer ce qui est nouveau et ce qui est juste. Quand elle ne le fait pas, il y a quelque chose qui ne va pas chez elle. Une gauche léthargique est en soi un non-sens."

oftewel:

"Links heeft als roeping te formuleren wat nieuw is en wat rechtvaardig is. Als ze dat niet doet, dan is er met haar iets mis. Een lethargisch links (lees: verdoofd, bewusteloos, onverschillig) is zonder betekenis."

François Mitterrand, Ma part de vérité – de la rupture à l’unité. Librairie Arthème Fayard, 1969.


'Les grandes surfaces'
hypermarchés en supermarchés in Frankrijk


1938 - 2015
Argelès-sur-Mer, Barcarès, Rivesaltes
l'internement des "étrangers indésirables".
Le Mémorial de Rivesaltes


2016

De wondere wereld van de Franse kiosk.


Les Champs-Élysées, Frankrijk?
In 2025?
1891 - 1892
Jan Verkade, een Nederlandse schilder in Bretagne




En terzijnertijd o.a.:


Hij schreef met een ganzenveer, had overigens weinig zitvlees en ... hij had een vork!

Op pad met Erasmus
1466 - 1536


'Dagelijskse aentekeninge van Vincent Laurensz van der Vinne'(1652 - 1655)


'den ijzeren spoorweg' volgens Jacobus Noorduyn (1836)
'Wat Parijs mij te zien en te denken gaf'
Elise van Calcar, 1859
Het Parijs volgens de Nederlandsche correspondent Louis de Semein (ca. 1875 - 1878)
'Feesten van de vooruitgang'
De wereldtentoonstellingen in Parijs (1855 - 1937)

Wilt U ook een bijdrage leveren aan
'de Franse Verleiding'
raadpleeg dan vooral ....

De expositie in Frankrijk en verdere plannen


en ook de

'dFV'-zoeklijst


Links naar vroeger, toen en nu



'de Franse verleiding' steunt

'Société pour la Protection des Paysages
et de l'Esthétique de la France'.


"Paris-FvdV.blogspot.fr".
Een vreselijke naam voor fantastische verhalen over Parijs.

Onuitputtelijk en in het Nederlands. Onnavolgbaar!

------

Et, par hasard, bij toeval. De Amsterdamse metro?
Ik weet het, Fransen kunnen etters zijn. Maar waar heb je die niet?
Had er hun savoir-faire bijgehaald. 500 km.en een taalgrens. Da's waar.

Dans les coulisses du metro de Paris.

Hallucinant.

Gaat pappa nou of komt hij er aan?

Et, "les extrêmes se touchent."

Faits divers

Aan het begin van de negentiende eeuw, zo rond 1803, was Parijs voor de weinige Hollanders die 't bezochten nog een bijkans exotisch oord en men deed tal van bijzondere indrukken op. Zo ook Adriaan van der Willigen die een - nu - soms komisch portret van de Franse hoofdstad schreef.

Zijn schets leert niet alleen over Parijs en de Parijzenaars, maar ook over de Nederlandse zeden en gewoonten van toen:

“Het gebruik van de baden, inzonderheid van de warme of laauwe, dient, zoo als men zich verbeeldt, om de gezondheid, en de buigzaamheid der leden te onderhouden of te bevorderen niet alleen, maar ook vooral om het ligchaam te wasschen en te reinigen: bovendien heeft men tot dat einde in de meeste woningen van lieden, die het maar eenigzins doen kunnen, eene soort van stoeltjes, langwerpige smalle potten, waarop men schrijdelings gaat zitten, om op die wijze door middel van spons of anderszins, het onderlijf te reinigen: deze stoeltjes noemt men bidets.
De vrouwen vooral maken daar zeer veel gebruik van; en men zou mijns bedunkens wel doen, daar men anders bij ons zoo gereed is, om de Franschen nateäpen, om hen in het wasschen en reinigen van het ligchaam wat meer natevolgen: want immers wasschen de meeste onzer landgenooten, gedurende hun geheele leven, nooit iets anders dan de handen en het hoofd. (Red. dFv).
De Franschen verwonderen zich dan ook zeer, dat de anderszins zoo zindelijke Hollanders, in dat opzigt zoo achteloos zijn, en hebben daar op dikwijls niet weinig aantemerken. Een Franschman liet zich daar over ook eens, op eene schimpende en spottende wijze, tegen een’ onzer Landgenooten uit: ‘er bijvoegende, dat het toch onaangenaam moest zijn voor een echtgenoot, dat zijne huisvrouw zeekere deelen van haar ligchaam nooit reinigde, en kreeg daar op ten antwoord: dat in dien de Fransche vrouwen boven de Hollandsche in dit opzigt uitmunten, hij wel verzekerd was, dat de laatste daarentegen, de eerstgenoemde in zedelijke reinigheid ver overtroffen; en dat hij zulks voor een der voornaamste genoegens hield van den Huwelijken-staat.”

Uit: Adriaan van der Willigen, Parijs in den aanvang van den negentiende eeuw. Te Haarlem. Bij A.Loosjes Pz., 1806 (gecensureerd) en 1814 (integraal).

Men kwam terug met vaak bijzondere indrukken, maar ook de heenreis was voor die tijd uitzonderlijk. Adriaan van der Willigen is ongetwijfeld per postkoets naar Parijs gereden, een reis waar in die tijd nog ongeveer een week voor stond.

Zo'n 150 jaar eerder was het allemaal nog veel moeizamer. In 1646, op reis naar Frankrijk, had de jonge schilder Willem Schellinks pech. Het was in die tijd namelijk gebruikelijk om de tocht over zee te maken en Schellinks was vanuit Amsterdam meegevaren naar Texel waar hij met een kustvaarder richting Frankrijk zou zeilen. Maar de wind stond wekenlang niet gunstig en pas zes weken na zijn vertrek kon hij voet op Franse bodem zetten.

Ruim 100 jaar later kon de Hollandse Frankrijk-ganger dus per postkoets naar Frankrijk reizen, zelfs helemaal naar Marseille. Dat nam dan drie weken in beslag, als alles meezat overigens. Maar pech, zoals Schellinks ondervond, was eerder regel dan uitzondering.

Nog weer 100 jaar later, na de constructie van de Moerdijk-brug, kon men voor het eerst zonder de boot te nemen zuidwaarts trekken.

De aanvankelijk enkelsporige Moerdijkbrug was lange tijd met zijn 1500 meter de langste
brug van Europa (Foto: NS coll. NVSB).

En het is nog maar zo’n 30 jaar geleden dat men vanuit Nederland over ononderbroken snelwegen naar een geliefde streek in ‘la Douce’ kan zoeven, als je tenminste niet vast komt te staan rond Parijs of op de ‘Autoroute du Soleil’. Maar voor die tijd werden, na Parijs en de Côte d'Azur' - gek, in Nederland bleef men tot ca. 1990 hardnekkig spreken van de Rivièra - ook 'de bonnenlanden' van Frankrijk, 'la France profonde' ontdekt. Steeds meer. Ooit zwaaide je uitbundig, uit een soort 'comrade in arms'-gevoel, naar tegenkomende landgenoten, nu denkt je al gauw "maak dat je wegkomt!"

En? Waar bent u al geweest?

0





Niet alleen de indrukken en het ‘hoe’ van het vroeger reizen is fascinerend, ook de redenen waarom Frankrijk reisdoel was en nog steeds is, vormt een apart verhaal.
‘de Franse verleiding’ probeert dat allemaal geleidelijk in kaart te brengen.

Ook uw vroegste reisherinneringen horen daarbij! En ze zijn meer dan welkom.


0 0 Recent door 'de Franse verleiding' verworven:

Tobias Smollett’s tweedelige ‘Travels throught France and Italy’ uit 1766 (zie iets verder naar beneden) betekende een keerpunt in de geschiedenis van een kuststrook die pas met Stéphane Liégard’s bijkans vuistdikke ‘La Côte d’Azur’ uit 1888 haar uiteindelijke naam zou krijgen. ‘de Franse verleiding’ verwierf ’t met een prachtig opalen omslag uitgegeven ‘La Côte d’Azur’ enige tijd geleden tijdens een Brusselse tussenstop Fontcouverte – Amsterdam. Schrijft Liégard zweverig lyrisch over ‘la Côte’, de onlangs verkregen Smollett blijkt, lyrisch ook, meer to-the-point. Hij schreef, niet ongebruikelijk voor die tijd, in briefvorm. Los van zijn reisbeschrijving zuidwaarts, onder andere via Montpellier, komt de rest van Frankrijk er maar bekaaid af en zijn ‘Travels through Italy’ waren niet meer dan korte 'flitstrips'.

Nee, het is hem om Nice te doen, toen nog een van Frankrijk onafhankelijke comté en ook nog wel ‘Nizza’ geheten. Pas in 1860 werd het in een machtspel met een zich verenigend Italië ingelijfd door Napoléon III, zoon van Louis Bonaparte die als broer van Napoléon I de eerste koning van de Nederlanden werd, hoe hardnekkig de Oranje's en 'hun' achtereenvolgende regeringen dat châpitre van de geschiedenis van de Lage Landen ook blijven wegmoffelen. Hoe dan ook, Smollett's impressies vormden een waterscheiding in de geschiedenis van het Franse toerisme, ook al was dat woord nog niet 'uitgevonden'.

De gebundelde brieven hebben dan ook heel accuraat als ondertitel: “With a particular Description of the Town, Territory, and Cimate of Nice: To which is added, A Register of the Weather, kept during a Residence of Eighteen Months in that City.” En jawel hoor, de lavendel en de perzikken worden al geprezen. Pas later zou de mimosa geimporteerd worden … . Maar dat weer! Zijn 'Register of the Weather' - in Reaumur's en Chateauneuf's 'above ice' beslaat maar liefst 30 pagina's. Los van de ervaringen van tropengangers bleek dat ‘ontdekte’ weer, in Europa nota bene, als een godsgeschenk. Wij, we weten nu wel beter en weten wel iets beters te doen ook en voegen dan ook de daad bij het woord, een reisje naar het warmere Marokko of Thailand bijvoorbeeld, maar toen? Stel je voor, de Britse aristocratie onder die grauwe luchten van begin herfst tot begin lente en, later, die Russische prinsen ’s winters permanent ‘onder nul’. In een tijd waarin wat we tegenwoordige zo onaantrekkelijk ‘mobiliteit’ zijn gaan noemen heel geleidelijk aan toenam zette Smollett de toon: ’t luxueuze Mediterrane overwinteringstoerisme nam een aanvang.

Nog een scharnierpunt in de geschiedenis van het toerisme: de Expositions Universelles, en dan met name die van Parijs, onder aanvuring van die Napoléon III weer.. De eerste daar werd gehouden in 1855, en vervolgens ook in 1867, 1878, 1889 (de met de Eiffeltoren ‘opgetopte’ ‘Centenaire’ van de Franse Revolutie), 1900 en, de laatste vooralsnog, die van 1937, ook al was die dan niet ‘universeel’, doch ‘slechts’ ‘internationaal’. ’t Waren ‘Feesten der vooruitgang’ en ‘Vieringen van het triomferende Westen’: de eerste naaimachine, nieuwe weefstoffen, de eerste ‘théatrophone’, schrijfmachine, gloeilamp, roltrap, televisie ook, you name it, op die wereldtentoonstellingen werd ’t allemaal breed uitgemeten voor een toestromend publiek. En hoe ‘toestromend’. De expo van 1855 trok zo’n vijf miljoen bezoekers, maar die van 1900 maar liefst vijftig miljoen! Daarmee vertegenwoordigen ze de eerste signalen van wat we ‘massatoerisme’ zijn gaan noemen.

Begin december2015 verwierf ‘de Franse verleiding’ op een veiling van Zwiggelaar’s ‘Invaluables Auctions’ in die wonderschone ‘de Burcht’ aan de Amsterdamse Henri Polaklaan een fraaie handgekleurde en getinte litho van 50 bij 72 centimeter, voorstellende de Exposition Universelle van 1867 op de Champs-de-Mars: ‘Vue générale des hauteurs de Trocadéro.’ Twee kanttekeningen: het beeld is één van de eerste kleurenprenten, want los van schilderijen en ingekleurde landkaarten waren ‘afbeeldingen’ tot ongeveer die tijd nog immer in zwart-wit ‘only’. Ten tweede: de immense bouwsels voor ‘les expos’ waren tijdelijk, ’t werd allemaal telkens weer gesloopt! Hedendaags idee voor een werkgelegenheidsproject? Gewoon de frequentie opvoeren. Alleen de Eiffeltoren, het Trocadéro en, later, le Grand en le Petit Palais ontsprongen de dans. Nieuwtjes in 1867? Aluminium bijvoorbeeld en tal van ongekende toepassingen van dat nieuwe goedje ‘petroleum’ genaamd en ook de eerste, Amerikaanse, lift mèt veiligheidspal, heel nuttig toen niet alleen meer kerken en monumenten de hoogte ingingen, maar ook ‘gewone’ gebouwen.

Parijs, de Côte d’Azur, de Provence ook, Britten en Amerikanen hebben er hun stempel op gedrukt en ook de Nederlandse perceptie mede bepaald. We gaan zigzaggend vanuit het heden terug in de tijd. Na de 2015- aanslagen is ’t meest recente fenomeen de revival van Ernest Hemingways’, in 1964 postuum uitgegeven ‘A Moveable Feast’ oftewel ‘Parijs is een feest’ over zijn vroege jaren in Parijs.

Een centraal ingrediënt van de Angelsaksische blik op Frankrijk komt aan de oppervlakte: nostalgie, weemoed, want van ’t zelfde laken en pak is Woody Allan’s film ‘Midnight in Paris’ (2011), een hedendaagse liefdesgeschiedenis gebed in flashbacks naar de fameuze, ja vooral Parijse ‘Roaring Twenties’ met een enkele uitschieter naar ‘la Belle Epoque’. Verder terug komen we in 1989 Peter Mayle tegen die, om te beginnen met ‘Een jaar in de Provence’, een gekoesterd vooroordeel bevestigend stereotype anekdotisch beeld neerzette van de hinderlijk onachtzame Provençaal. t' Is'zomaar' een voorbeeld.

Weer een sprongetje terug in de tijd en daar was eens, in 1985, ‘A view to a kill’, een song èn clip van Duran Duran. Hup, weer een sprong ‘back in time’ en we zien, als de dag van gister, Shirley MacLaine als ontroerend Hallen-hoertje in ‘Irma La Douce‘ uit 1963. Er zijn inmiddels studies en ‘Coffee Table Books’ – waarom toch, die opmars van ’t Engels-Amerikaans als we in onze eigen taal duidelijke willen zijn? Neem dat irritant-patserige 'we willen erbij horen' CEO – aan gewijd, ‘Le Paris d’Hollywood – Sur un air de réalité’ bijvoorbeeld, van Gilbert Salachas. Het is het verhaal van de gebroeders Séeberger die, in opdracht, voor Amerikaanse filmproducenten Parijs op de plaat vast legden en enkele decennia ‘thè image’ van de wereldstad gaven. En, Hollywood ‘is global’. De decors in de klassieker ‘An American in Paris’ (1951, zes Oscars) van Vincente Minnelli met onder andere Gene Kelly in de hoofdrol waren zelfs nog op die beelden geïnspireerd. 'Coffee Table' ‘Paris by Hollywood’ zet het allemaal nog eens op een rij, bijvoorbeeld met Audry Hepburn die vele in Parijs gesitueerde rollen speelde en zo kunnen we nog wel even doorgaan, op het gebied van film, literatuur èn qua nostalgie-oproepende schetsen.

Maar fundamenteler is dat een aantal Founding Fathers van de fameuze Amerikaanse 'Constitution' in Parijs werden geinspireerd.

Neem bijvoorbeeld Calvin Tomkins, die onder de ijzersterke titel ‘Living well is the best revenge’ in 1962 een portret neerzette van aan de vooroorlogse Côte d’Azur – tijdens de nadagen van het klassieke wintertoerisme introduceerden zij het zonnebaden - levens genietende Amerikaanse miljonairskinderen en c.s., de Fitzgeralds (‘Tender is the night’), de Hemingways wederom, de Murphys en ook bijvoorbeeld Cole Porter.

Het is een fascinerend èn intrigerend onderwerp, dat Amerikaanse ingrediënt van wat het wereldwijde ‘image’ van Frankrijk is, ook het Nederlandse Frankrijk-beeld. Zo teert ‘la Côte d’Azur’ nog steeds in zekere zin op haar oude roem of is ze aan het ‘indikken’? Was ‘Villa Felderhof’ daar een voorbeeld van? Vanaf die tijd ongeveer ging de ‘Nederlandse’ Rivièra in ieder geval eindelijk de Côte d’Azur heten. In Nederland.

Dat beeld, het toeristische ‘verwachtingsbeeld’, dat ‘gerecht’, kent ‘natuurlijke’ bestanddelen, maar tegelijkertijd is het ‘processed food’, ‘processed’ vóór de ‘convenience tourist’ dóór de gevestigde octopusachtige toeristenindustrie die in principe wars is van toeval. Vele koks werkten en werken er hard aan, consciëntieus en doelgericht, inclusief de ’organen’ van het Franse overheidsapparaat. La France? C’est un ‘produit’, c’est une marque : une marque ‘de luxe’, ‘premium’ vervolgens en dan via ‘Les Routiers’ en de ‘Formule 1’, ram helemaal naar beneden, op de grond met een Thermarest TrailLite 'matelas': "Super Léger Et Comfortable!"

De basis ingrediënten van het inmiddels eeuwenoude ‘France’-recept blijven min of meer onveranderd, maar worden indien nodig om bijvoorbeeld de stromen – ‘les flux touristiques’ - te ‘sturen’, telkens weer met een nieuw vleugje ‘opgeleukt’, zoals die franjes op je bordrand tegenwoordig. Van chocola tot honing, van thijm tot lavendel - een tot hype geworden bedenksel, dat gefrutsel. Toch? Denk echt niet dat je ‘spontaan’ op vakantie gaat: er wordt hard aan gewerkt, aan ¨l’imaginaire¨ van de toerist.


En de 'de Franse verleiding' gaat onvermoeibaar door:


Het boek 'Emo's reis' van Prof. dr. Dick E.H.de Boer is in meer dan één opzicht opmerkelijk. Monnikenwerk gewijd aan een monnik. Want waar gaat 't over? Aan het begin van de dertiende eeuw had ene diepgelovig geworden Emo uit het Groniningse Wittewierum het plan opgevat om een abdij te stichten, een klooster. En toen ook al, dat ging zomaar niet, daar was toestemming voor nodig, van een machtige geestelijke hoogwaardigheidsbekleder die zetelde in het klooster van Piemontré in de buurt van Parijs en van ... de Paus himself. En zo vertrok Emo op de negende november 1211 met zijn makker Hendrik richting Piemontré, via Coevorden, Duisburg, Maastricht, Tongeren en Laon. Na Premontré liep de route vervolgens via Troyes, Lyon, Chambery, Susa, Pavia en Lucca tot Rome waar ze op 19 januari 1212 aankwamen. Ruim 70 dagen stevig doorstappen, te voet dus, hoe had het anders gemoeten? Dick de Boer heeft de tocht overgedaan en schetst in een prachtig opgemaakte dikke pil van dag tot dag een gedetaillerd beeld van landschap en samenleving in het Europa van het begin van de dertiende eeuw, gezien door de ogen van Emo én door die van de moderne reiziger, niet toerist, nee, reiziger. En dat klooster? Dat kwam er, de Bloemhof.

Van klooster en hooimijt tot de Ritz en de Formule 1? De geschiedenis van eten en slapen is een fascinerende. Met het verval van het Romeinse Rijk en haar infrastructuur restte bleef er weinig over voor onze Middeleeuwse reizigers. Wanneer verschenen weer de eerste taveernes? De eerste herbergen? Een hotel? Eeuwenlang huurde de reizende Hollandse Parijsganger een woning, een etage, en dat heet nu een appartement. Neem een tafel, een geglazuurd bord en een vork. Na de Romeinen werd er nog eeuwenlang halfzijdelings op de grond rustend gegeten. Van een hakplank. En de vork? Van Erasmus (ca. 1467 - 1536) is bekend dat hij een vork had, één met twee tanden. En dat werd zo vervaarlijk gevonden dat de vork niet naar de mond werd gebracht, maar alleen gebruikt werd om een homp vlees van 't hakbord op een vleesplank te leggen. Nee, 't was de Italiaanse Catharina de Médicis die de vork in de hoogste Franse kringen introduceerde. Maar de gewone man en vrouw zouden ng eeuwenlang uit het vuistje eten. Wist U dat de eerste menukaart pas verscheen in de negentiende eeuw, ruim na 1800 ? De Franse verleiding vertelt het u allemaal, hier en in het museumpje en laat U er in een reisgeschiedenisboek van smullen: 'de Franse verleiding - het verhaal van een ontdekking' (in voorbereiding).

Baden, wassen, schrobben zelfs en afdrogen, ook dat kent een lange geschiedenis en in 'Le propre et le sale' wodt zulks heerlijk uit de doeken gedaan. 't Is geschreven met het perspectief van de grote socioloog Norbert Elias en zijn 'Prozess der Zivilisation'. Elias was trouwens mijn bij de socioloog Johan Goudsbloem inwonende buurman in de Amsterdamse Viottastraat. Maar dat terzijde. Denk maar liever aan Adriaan van der Willigen en zijn oordelende verbazing over zijn eerste bidet in Parijs. 'Het verderf van Parijs' gaat natuurlijk over de 'verwilderde' zeden in dè metropool van het Westen. Er zijn genoeg aanwijzingen dat in de ogen van Holloandse calvinisten er geen sprae was van 'verwildering', ze waren nooit beter geweest. En dan de Duitse klassieker 'Gott in Frankreich', daterend van 1927, maar tot ver in de vorige eeuw talloze malen herdrukt. Ik beloof u: mocht de tijd dààr zijn dan zal ik het lezen op mogelijke Duitse 'Oh la La'-toontjes.

En dan 'filmpje !' In het bioscoopje van 'de Franse verleiding' ... VOD. 'Vacances - Vakantie', 10 filmpjes over het betaald verlof in Belgie, een produktie van de Brusselse evenknie van het Hilversumse 'Beeld en Geluid' . "Voor even, al was het maar enkele dagen, niet in alle vroegte uit de veren te hoeven om aan het werk te gaan, en toch betaald worden: het heeft de samenleving, en meer bepaald het leven van de werknemer, grondig veranderd. Sinds 1936 genieten werknemers van dit betaald verlof." Ook op het programma de klassieker 'Les Vacances de M. Hulot' van Jacques Tati uit 1953. Met 'Jours de fête', 'Mon Oncle' en 'Playtime' worstelde hij meesterlijk met de toen voor hem soms ondoorgrondelijke 'nieuwe tijd'. Of u kijkt de rest van de middag met af en toe een snik naar 'Boerin in Frankrijk'. Van Wil den Hollander's 'Land van zon en wijn', 'Volwassen mensen huilen niet', 'En de boer hij ploegde voort' en 'Mijn vallei in Frankrijk' werd een nu klassieke televisieserie gemaakt. We spreken begin jaren '70.'t Was het verhaal van een Hollands boerengezin dat geemigreerd was naar Frankrijk met het idee een groot modern gemengd boerenbedrijf op te zetten. En de boerin schrijft het allemaal van zich af. Eerste klas drama, met onder andere Lia Dorana, John Ledy en Josephine van Gasteren in de hoofdrollen.

L'imaginaire du tourist ... . de mooiste en beste reisgidsen voor Frankrijk vooraf, tijdens en achteraf, zijn de Guides Gallimard. Ze werden zo'n twintig tot tien jaar geleden uitgegeven, maar zijn, tja, wat zijn ze? Boordevol historische en hedendaagse informatie in woord en beeld, en impressionistisch met glans de tand des tijds doorstaand. 'Graphisme', 'iconographie', 'mise en pages', het is allemaal prachtig. 't Bestaat geloof ik nog niet, maar eens komt 'de Franse verleiding er aan toe: de jaarlijkse uitreiking van 'le Prix du Meilleur Guide Touristique Culturel'. En tja, de Guides Gallimard zijn in het Frans en inderdaad, U kunt het uitstekend doen met de Nederlandstalige gidsen van de ANWB. Maar de Guides Gallimard zijn zóó goed, beter zelfs dan de Guides Bleus of die van La Manufacture, dat ze eigenlijk ook uitmuntende leerstof vormen voor het 'Hollandse' onderwijs in de Franse taal èn cultuur. Ze zijn zo uitnodigend, niet alleen om te reizen en te ontdekken, maar om als reiziger-toerist zelfs het woordenboek F.-N. er bij te pakken ... . Maar, zo ontdekte ik onlangs, een paar titels zijn ooit door de Antwerpse Standaard Uitgeverij 'bezorgd', maar ik vrees dat het wat Frankrijk betreft gebleven is bij 'Het Loiredal', 'Bretagne', 'Het Louvre', 'Parijs' en 'Provence en Côte d'Azur'. Jammer, want ze zijn min of meer tijdloos en met een 'Petit Futé' voor 'leefinformatie' heb je een naadloze combinatie.


Er is dus waanzinnig veel geschreven voor toeristen, maar over reizigers, toeristen en vrije tijd ook. Voor 'de Franse verleiding' heb ik één en ander zelfs van de grond geraapt, antiquariaten afgelopen, veilngen bezocht en via het internet de wereld afgespeurd, voor de verzameling en het uitvoerige onderzoek dat loopt. Eigenlijk niets is uit de lucht gegrepen, nee, 't steunt op eindeloos speurwerk, ook wetenschappelijk. Hier een greep uit de literatuur 'over' en dan beperk ik me nog maar tot Frans werk ..... :

Van Marc Boyer bijvoorbeeld:

- Le tourisme, 1972, [1re éd.], Paris, Le Seuil.
- L’invention du tourisme, 1996, Gallimard-Découvertes.
- Le tourisme de l’an 2000, 1999, Lyon, PUL.
- Histoire de l’invention du tourisme dans le Sud-Est de la France XVIe-XIXe, 2000, La Tour d’Aigues, L’Aube.
- L'art d'être touriste. 2001, Paris: Fayard.
- L’hiver dans le Midi, 2002, La Tour d’Aigues, L’Aube. ; rééd. 2010, L'Harmattan.
- Vade-mecum - Le tourisme en France, 2003, Caen, Éditions Management et société
- Le Thermalisme dans le Grand Sud-Est de la France, 2005, Grenoble, Presses universitaires de Grenoble.
- Histoire générale du tourisme du XVIe au XXIe siècle, 2005, L'Harmattan.
- Le tourisme de masse, 2007, L'Harmattan.
- La Maison de campagne XVIIIe-XXIe siècle. Une histoire culturelle de la résidence de villégiature. 2007, Paris: Autrement.
- Les villégiatures du XVIe au XXIe siècle. Panorama du tourisme sédentaire. 2008, Caen: EMS (Éditions Management et Société).
- Les Savoyards et le Tourisme depuis l’Annexion, 2009, Montmélian: La Fontaine de Siloé (introduit et présenté par).
- Ailleurs. Histoire et Sociologie du Tourisme. 2011, Paris: L'Harmattan.

Van Daniel Roche is daar:

- (Sous la direction de) La Ville promise. Mobilité et accueil 0 Paris (fin XVIIe - début XIXe siècle, Paris, Fayard, 2000.
- Humeurs vagabondes : de la circulation des hommes et de l'utilité des voyages, Paris, Fayard, 2003.
- La Culture équestre de l'Occident, XVIie?-?XIXe siècle, L'ombre du cheval : Tome 1, Le cheval moteur, Essai sur l'utilité équestre, vol. 1, Fayard, 2008.
- Histoire de la culture équestre, xvie?-?xixe siècle, L'ombre du cheval : Tome 2, La gloire et la puissance, vol. 2, Fayard, 2011.

Van Alain Corbin:

- Le Territoire du vide. L’Occident et le désir du rivage, 1750-1840, Flammarion, coll. « Champs », Paris, 1990; in het Nederlands verschenen met als titel 'Het verlangen naar de kust'.
- L’Avènement des loisirs (1850-1960), avec la collaboration de Julia Csergo, Jean-Claude Farcy, Roy Porter, André Rauch, Jean-Claude Richez, Léon Strauss, Anne-Marie Thiesse, Gabriella Turnaturi et Georges Vigarello, Flammarion, coll. « Champs », Paris, 2001.

Van André Rauch:

- Le souci du corps : histoire de l’hygiène en éducation physique, Paris, Presses universitaires de France, 1983.
- Vacances et pratiques corporelles : la naissance des morales du dépaysement, Paris, Presses universitaires de France, 1988.
- Les vacances en France de 1830 à nos jours, Paris, Hachette Littérature, coll. Pluriel, 2001.

Van Marc Augé:

- L'Impossible Voyage. Le tourisme et ses images, Editions Payot & Rivages, Paris, 1997.
- Éloge de la bicyclette, Payot & Rivages, 2008.
- Pour une anthropologie de la mobilité, Paris, Payot & Rivages, 2009.
- La Vie en double. Voyage, ethnologie, écriture, Paris, Payot & Rivages, 2011.

Jean-Didier Urbain schreef:

- Paradis verts : désirs de campagne et passions résidentielles, éditions Payot, 2002 (revue et augmentée, 2008).
- La France des temps libres et des vacances, éditions de l'Aube, Datar, 2002.
- Les vacances, éditions Le Cavalier bleu, 2002.
- Sur la plage : mœurs et coutumes balnéaires aux XIXe et XXe siècles, éditions Payot, 2002.
- L'idiot du voyage : histoires de touristes, éditions Payot, 2002.
- Secrets de voyages : menteurs, imposteurs et autres voyageurs impossibles, éditions Payot, 2003.
- L'envie du monde, éditions Bréal, 2011.
- Au Soleil. Naissance de la Méditerranée estivale, Payot, 2014.

Boeiend is ook Paul Gerbod:

- Voyages au pays des mangeurs de grenouilles. La France vue parles Britanniques du XVIIIe siècle à nos jours, Albin Michel, 1991.
- Voyager en Europe (Du Moyen Age au IIIe millénaire, l'Harmattan, 2002.

En zo kan ik doorgaan, maar hou het bij de volgende titels voorlopig:

- Le voyage en France. Du maître de poste au chef de gare, 1740 - 1914, Musée nationaal de la Voiture et du Tourisme, Compiègne, 1997.
- Patrick Marchand, Le Maître de Poste et le messager. Les transport publics en France au temps des cheveaux, 1700 - 1850, Belin, 2006.
- Catherine Bertho Lavier, La Roue et le Stylo. Comment nous sommes devenus touristes, Editions Odile Jacob, 1999.
- Gilbert Salachas, Le Paris d'Hollywood. Sur un air de réalité, Caisse Nationale des Monuments Historiques et des Sites, 1994.
- Christophe Leribault, Les Anglais à Paris au 19e siècle, Paris Musées, 1994.
- Vincent Bastien, Pierre-Louis Dubourdeau, Maxime Leclère, La marque France, Presses des Mines, 2011.

En dan ben ik nog in blijde verwachting (uit Roslindale nota bene, een voorstadje van het Amerikaanse Boston). Hoezo zou mondialisering per definitie slecht zijn?:
- Geoffroy Atkinson's 'Les Relations De Voyages De XVIIe Siècle et L'Evolution Des Idees, Contribution à l'étude de la formation de l'esprit du XVIIIe siècle', Paris, E´. Champion, uit 1924 maar liefst, en 'aan de andere kant' van de tijdslijn:
- Francis Jauréguiberry et Jocelyn Lachance, Le voyageur hypermoderne, partir dans un monde connecté, 2016.


Titelblad van de 'Wegh-wyser; Vertoonende De besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door Vranckryck en eenige aangrensende landen te sien zijn. Tot nut van al die gheneghen zijn om die Landtschappen te besichtigen. Den tweeden Druck, vermeerdert en verbetert. t' Amsterdam, By Nicolaes van Ravesteyn, op S. Anthonis Marckt, 1657.
(Coll. 'dFV')

Waarschijnlijk werd rond 1450 Frankrijk voor het eerst met enig detail in kaart gebracht. Omdat er geleidelijkaan weer wat meer gereisd werd, de geografische kennis toenam en er steeds meer postkoetsroutes kwamen, werden de kaarten steeds verfijnder. Hierboven het vignet en een deel van Aquitaine van de 56 X 48 cm. kaart van Jaillot uit 1745: de 'Gallia Postarum', oftewel 'Carte generale des Postes de France avec les Postes de Communication en Flandre, Haynaut, Artois, Alsace, Lombardie & c - tiree de l'original, que M. Jaillot a corrige & augmente l'an 1738. Mise au jour par les Heritiers de Homann. A. 1745'.
(Coll. 'dFV

Titelblad van de 14-de editie van 'Le Nouveau Conducteur de l'Etranger à Paris', door F. M. Marchant. Deze 'Nieuwe leidsman voor de vreemdeling in Parijs' beleefde tussen 1811 en 1851 29 edities.
(Coll. 'dFV')

Niet alleen qua vormgeving hadden de eerste moderne Nederlandse reisgidsen van P. B. Plantenga veel weg van de Duitse Baedekers, de Zutphense uitgever kopieerde ook ruimhartig de inhoud. In 1861 publiceerde hij een gids over 'De Rijn van Arnhem tot in Zwitserland', o.a. gevolgd door 'Parijs en Omstreken' (1862), 'België en Parijs en Omstreken' (1862), 'Noord-Duitschland' (1864) en 'Londen' (1868). Hierboven 'Parijs en Omstreken' uit 1862: "Naar eigen aanschouwing en naar de beste bronnen bewerkt."
(Coll. 'dFV')


Voor reacties, bijdragen en informatie:
info@defranseverleiding.nl


Enfin, eindelijk, u bent er aan toe: l'histoire,
en perspective cavalière, in vogelvlucht ....

" De France natie is een lichthartich, geestich en los volck, wel en rat ter tael, daer beneffens vrientlyck en beleeft . . . ."
Vincent Laurensz van der Vinne, 1628 - 1702.

Opgetogen schreef in 1778 de Amsterdamse koopman Jacob Muhl tijdens zijn reis naar Parijs aan zijn neef en nichtje in Holland: "ik word luchtig, ik moet hier vandaan of zoude van zelfs dansen leeren". En hij spoorde hen aan ook eens een 'reijsje' te maken, al was het maar 'tot Brussel': "Het is een schande, dat een Hollander niets ziet. Laaten wij werken, dat is puijk, maar een weinig genot is ook prijselijk."

De vroegste sporen

Muhl moet een bijzonder man zijn geweest, want hij maakte de reis naar Parijs louter uit nieuwsgierigheid en voor zijn plezier. Bovendien ging hij met zijn eigen koets met de koetsier op de bok en vergezeld door een vriend en een bediende. Jacob Muhl was waarschijnlijk één van de eerste Hollandse 'toeristen' in Frankrijk, nog voordat voor zo'n reiziger een woord bestond. Parijs was inmiddels uitgegroeid tot het kosmopolitische hart van de Westerse wereld en trok per jaar zo'n 4000 buitenlanders, waaronder circa 200 Hollanders. Ter vergelijking: nu trekt de Parijse regio jaarlijks zo'n 22 miljoen buitenlandse bezoekers en Frankrijk als geheel ruim 76 miljoen!

Vanaf 1720 werd voor welgestelden weliswaar het 'Kleefsche reisje' een begrip en was een pleziertochtje naar het kuuroord Spa in opkomst, maar gedurende de daaraan voorgaande eeuwen werd er eigenlijk alleen gereisd uit dwingende of ingebeelde noodzaak: voor een bedevaart of een veldtocht, om diplomatie te bedrijven, te tekenen en te schilderen, om gezondheidsredenen, voor studie, om aan vervolging te ontkomen, voor een kruistocht of om handel te drijven.

De oudste sporen daarvan dateren, voorzover bekend, van halverwege de achtste eeuw: een koninklijke oorkonde uit 753 vermeldt het recht van 'Frisi' om handel te drijven op Saint Denis vlakbij Parijs en in 778 zou de Friese koning Gondebald begraven zijn in Belin ten zuiden van Bordeaux, nadat hij aan de zijde van Karel de Grote gesneuveld was in de strijd tegen de Moren. In wat misschien wel de eerste Europese reisgids ooit was, stond aangetekend dat uit het graf de zoetste geuren opstegen en zieken werden genezen.

De eerste gidsen

Die eerste reisgids is de 'Gids voor de pelgrim', die vanaf 1100 door monniken keer op keer met de hand voor bedevaartgangers werd overgeschreven. In de gids stonden verscheidene reisroutes door Frankrijk naar het Noordspaanse Santiago di Compostella. Pas in 1552, al weer lang na de uitvinding van de boekdrukkunst en in een tijd dat de eerste lompe koetsen werden gebouwd, verscheen in Parijs het eerste gedrukte reishandboek voor Frankrijk: 'La guide des chemins de France' van schrijver-uitgever Charles Estienne

Vanaf 1600 werden voor rijke patriciërszonen uit Holland de eerste 'reiswysers' gedrukt, die ze meenamen op hun 'groote tour' door Frankrijk en veelal ook door Italië. De soms jarenlange reis diende ter afsluiting van hun vorming, zodat ze na terugkomst de rol van hoogstaand burger op zich konden nemen.
Meestal ging het eerste stuk van de heenreis over zee naar Dieppe, Rouen, Nantes of La Rochelle om van daar over land de reis te voet of te paard voort te zetten, naar Parijs of naar de Loire-streek waar, vond men, het meest zuivere Frans werd gesproken en onderwezen.

In 1619 verscheen de eerste in het Nederlands gestelde 'Delitiae Galliae & Angliae. Ofte Lustigheden van Vranckrijck en Engheland', in 1647 opgevolgd door de nagenoeg identieke eerste 'Wegh-Wyser; Aenwijsende De besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door Vranckryck en eenige aangrensende landen te sien zijn. Tot nut van al die gheneghen zijn om die Landtschappen te besichtigen'.

De gidsjes werden gedrukt inclusief 'Reys-wetten' die de jongeling op het gebied van gebruiken en zeden moesten vormen en waarschuwen, niet alleen wat betreft het eigen gedrag, maar ook omtrent de zeden van andere volken, 't waren 'lessen' in culturele antropologie zouden we nu zeggen, 'cultural codes':
"By de netste volckeren lette hy op Godtsdienst, kleedingh en daden; wat voor minnelijckheden en aerdigheden in haer ghebaurden en redenen wel staen. Dese sal hij na de gelegentheyt van plaets, tijt en persoon aennemen, en gebruycken. Hy zy dan anders ghemaniert by Spanjaerts, anders by Italianen, anders by Franschen. Want, gelijck yeder volck is, sulcke zeden heef’et. De Spanjaerts zijn in haer ommegangh hooghmoedigh: seer aerdigh dan seghen de Italianen, of de Venetianen: Che dire Spagnivolo, dire duolo. De Italianen zijn wijs. De Franschen haestigh. De Hooghduytschen voorsichtigh: soo zijn in haer redenen, de Hoogduytschen klaer en deftigh. De Spanjaerts net en snorkachtigh. De Franschen vleyend. En d’Italianen doortrapt."

Het eerste openbaar vervoer

In Frankrijk ontstond een uitgebreid netwerk van postkoetsverbindingen en in de Noordelijke Nederlanden een stelsel van trekschuitverbindingen. Toch bleven het eeuwenlang enkelingen die de moeizame reis zuidwaarts ondernamen: de tocht naar Parijs nam ongeveer een week in beslag en Marseille drie weken, als alles meezat . . . Pas toen de trein de oude vertrouwde postkoets en trekschuit verdrong, gingen geleidelijk wat meer mensen op reis. Met de opkomst van de trein verschenen in Engeland, Frankrijk en Duitsland de eerste 'moderne' reisgidsen, zoals rond 1830 de Duitse Baedeker's, de Engelse Murray's en de Franse Joanne's, in Nederland rond 1860 gevolgd door de reisgidsen van uitgever Plantenga in Zutphen.

Gidsjes zoals 'Le Nouveau Conducteur' (zie linkerkolom) bevatte weliswaar prachtige etsjes van monumentale gebouwen, maar meer 'volkse' beelden van het 'Parijse leven' waren zeldzaam. In 1842 verscheen een Nederlandse bewerking van een oorspronkelijk Frans boek onder de titel 'Parys en deszelfs omstreken, voorgesteld door de daguerréotype - Naar het Fransch van Victor Ratier - Letter en Druk van Elix & Co., te Amsterdam'. 't Bevat 59 steendrukken ('Chez Aubertgal Vero-Dodat') van 'straatbeelden' naar dageurréotypes, gemaakt door ene Ch. Philippon.
Hierboven ''Paris Daguerréotype No. 20 - Jardin des Plantes': "De Planten-tuin is een van de juweelen van Parijs. Hij is er ook de gezondste en bezienswaardigste wandelplaats." (Coll. 'dFV').

'Feesten van de vooruitgang'

Aanvankelijk reisden slechts enkele zeer welgestelde 'toeristen' zuidwaarts, naar Parijs vooral, maar later eveneens naar de Côte d'Azur om de grauwe winters in het noorden te ontvluchten. Ook kunstschilders, zoals de later bekend geworden Johan Jongkind en Jozef Israëls, trokken naar Frankrijk. Vooral de totstandkoming in 1875 van een directe spoorwegverbinding tussen het Nederland van boven de grote rivieren en het zuiden, betekende een doorbraak. En de steeds spectaculairder wordende Wereldtentoonstellingen in Parijs bleken enorme publiekstrekkers. Trok de Wereldtentoonstelling van 1855 iets meer dan 5 millioen bezoekers, die van 1889 waaraan de Eiffeltoren nog herinnert al ruim 32 millioen en die van 1900 bijna 51 millioen, wereldwijd wel te verstaan. Parijs werd 'de Lichtstad' en Montmartre, en later Pigalle, groeide uit tot de uitgaanscentra van de wereld, opgevolgd door achtereenvolgens Montparnasse en St. Germain-des Prés.


Naar het tweede en laatste deel van deze vogelvlucht

of

Terug naar de voorpagina van 'de Franse verleiding',
back to the cover of 'the French seduction',
retour vers la couverture de 'la séduction française'...