'De Franse verleiding'
op zoek naar de geschiedenis van het reizen naar en in Frankrijk en daarmee het land.
O

THE FRENCH SEDUCTION

An intimate and deliberate bibliography.

LA SÉDUCTION FRANÇAISE

Une bibliographie intime et raisonnée.

DIE VERFÜHRUNG FRANKREICHS

Eine intime und wohlüberlegte Bibliographie.

DE FRANSE VERLEIDING

Een persoonlijke en weloverwogen literatuurlijst.

-------------

-------------

REIZEN, HET ZICH VERPLAATSEN, IS VAN ALLE TIJDEN. NEEM MIGRATIE.

ZO ZIJN 'WE' HIER IMMERS TOCH OOK UITEINDELIJK TERECHT GEKOMEN?

NEEM BIJVOORBEELD DE STAMMEN IN 'HET FRANSE' TIJDENS DE GALLIERS,

EN DAN BEGINNEN WE ALLEEN NOG MAAR BIJ DE A:

OOIT GEHOORD VAN DE 'ABRINCATUENS' IN NORMANDIE?

VAN DE 'ADUNICATES' IN DE ALPEN OF DE 'ALBIQUES' IN DE VAUCLUSE?

EN ZO VOLGEN WE DE A VERDER EN OP NAAR DE B TOT AAN DE V,

DE 'VOCONTIL' IN DIE VAUCLUSE WEER, DE 'VOLQUES ARECOMICI' EN DE

'VOLQUES TECTOSAGES' IN DE LANGUEDOC TOT EN MET DE

DE 'VORDENSES EN VULGIENTES', WEER IN DIE VAUCLUSE.

DAAR GINGEN DE ROMEINEN OVER HEEN EN DE MOREN OOK.

MIGRATIE. OORLOGSVOERING. STAMMENSTRIJD, HANDEL OOK EN

VOORAL OM MACHT, EEN CONTAINER DIE NAGENOEG ALLE REIS-

MOTIEVEN KON BEVATTEN.

EDOCH, HEEL GELEIDELIJK ONSTONDEN MACHTSCONCENTRATIES.

ZO WETEN WE WELLICHT NOG BIJVOORBEELD VAN DE

WISIGOTHEN, DE KELTEN, DE MEROVINGERS EN DE KAROLINGERS.

TOT DIT ALLES SAMENVLOEIDE IN DE EERSTE KONINGSLIJN, DIE VAN DE CAPETS.

EN REKEN DAT DIT ZICH VERPLAATSEN NOG STEEDS GEPAARD GING MET GEWELD.

MAAR TOERISME, HET ZICH VERPLAATSEN VOOR LOUTER PLEZIER?

WEGGAAN VOOR EEN POOSJE EN MET ZOVEEL MOGELIJK ZEKERHEDEN OMGEVEN

WEER VEILIG THUISKOMEN? DAT DATEERT VAN VEEL EN VEEL LATER.

EN WAT GAAT ER ALLEMAAL ACHTER DAT 'WEGGAAN' SCHUIL?.

OOK DAAROVER TREFT U HIERONDER ENIGE BESCHOUWINGEN AAN.

Door de eeuwen heen hebben reizigers en toeristen hun indrukken op
schrift gesteld, schilders die op doek vastgelegd en de eerste foto-
grafen op kwikachtige Daguerre-types. Totdat er zels gefilmd ging worden.
Reisgidsen waren er al eeuwenlang en daar, ook van al die oorspronkelijke
bronnen, van schrift, schilderij, van foto, zelfs die selfies, komt ooit,
zeker Frankrijk aangaande, hier ook een opgave van, van het belangrijkste
dan, want voor de rest is 't voor mij, zonder funding, niet te doen.

Maar oh, hoeveel is er inmiddels al niet geschreven over
reizen en over het fenomeen 'toerisme' als zodanig, feitelijk en filosofisch.
Over wegen van ooit bijvoorbeeld of over 'het ijzeren spoor?. Politieke
verhoudingen speelden een rol, maar qua toerisme nauwelijks. Na de volks-
verhuizingen trokken er aanvankelijk weinigen er op uit, gekluisterd aan
hun gemiddeld armzalig onderkomen in een een veelal geisoleerd dorp of stadje.
Eens waren het enkele honderden, los dan van de pelgrim en wat handelaren
op 'de groote vaart', kustvaart eigenlijk en rond 1900 rekenden we in
enige duizenden als het om toerisme ging. Na 1900 steeg de teller al
naar de honderduizenden en in 1950 was er sprake van 25 miljoen grensover-
schreidingen en toen al sprak men bezorgd van MASSATOERISME, als ware
een explosie. En nu? Nu staat de teller inmiddels op ruim 1,4 miljard!

Beleefden we ooit, zeker vanaf het eind van de jaren '69, een REVOLUTIE
wat toerisme betreft, nu is er sprake van een EXPLOSIE waarvan het vuur
de komende decennia zich verder zal verspreiden als een veenbrand.
Inmiddels is het toerisme goed voor 10 % van het bruto wereldproduct,
één op de tien werkenden heeft direct of indirect te maken met het
wereldwijde toerisme.

In de hieronderstaande bibliografie worden studies opgesomd
die rechtstreeks ingaan op het fenomeen 'reizen' en 'toerisme'
en het merendeel, 'de Franse verleiding' 'oblige', is gewijd aan Frankrijk.
Maar er worden ook studies en bespiegelingen aangedragen die
er ogenschijnlijk slechts zijdelings mee te maken hebben.
Maar niets is minder waar. Meer dan eens komen culturele, technologische
en economische ontwikkelingen aan bod die een enorme invloed
hebben gehad op ons reisgedrag. Over 'transport' en 'mobiliteit'
bijvoorbeeld, over 'Het verlangen naar de kust' om maar iets te
noemen of bijvoorbeeld Thomas Cook of dat eerste Touring Club
Holland-vakantiekamp in Antibes. Van ooit Bataven en Friezen,
Merovingers en Karolingers, van toerist tot mogelijk kosmopoliet?
Het komt hier allemaal aan bod. Ook het Franse landschap waar
zoveel Nederlanders van houden, maar dat door de eeuwen heen nogal
aan verandering onderhevig was, nu ook nog steeds: ik ben er getuige van.
Nog sterker: de literatuur verwijst ook naar de Franse samenleving
die de reiziger door de eeuwen heen aantrof. Hoe zag bijvoorbeeld
dat 'Vranckryck' van ooit er eigenlijk uit? Wat viel de reiziger op
voorzover dat nog te achterhalen valt? Want echt goede reis-
verslagen geven ook een beeld van de eigen samenleving en de wereld
van ooit tot en met 'van nu', want zo alles bij elkaar opgeteld blijft
het bepaald niet alleen bij 'van gisteren'. Een schets van 'Frankrijk
door de eeuwen heen' is in mijn komende verhalenbundel onvermijdelijk,
ja, meer dan welkom.


Hier rechts een indruk van een deel van het archief van de Coll. 'de Franse verleiding' waar honderden oorspronkelijke bronnen zoals bijvoorbeeld reisverhalen, reisgidsen, landkaarten en souvenirsalbums worden bewaard.



Coll. 'de Franse verleiding'


Tijdens het Romeinse Rijk legden de Italianen - want dat waren ze toch of vergis ik me nu? - meer dan 250.000 kilometer wegen aan, van Via's - de heirwegen - tot de secondaire camino's waar zoveel Santiago-gangers nu nog steeds gebruik van maken. En wil je hier terecht belanden, in Fontcouverte in de Franse Aude, dan kruis je zonder het te weten resten van Romeinse wegen. Het nabij gelegen Narbonne vormde in die tijd al een kruispunt, un carrefour. Waarom? Vanuit de Italiaanse Alpen liep via Narbonne de Via Domitia en wel helemaal tot in Spanje. In Narbonne kon men ook een afslag nemen en de Via Aquitania volgen, helemaal tot Bordeaux.


Raymond Chevalier, Voyages et déplacements dans l’Empire Romain. Paris, Armand Colin, 1988.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


Pierre A. Clément et Alain Peyre, La Voie Domitienne. De la Via Domitia aux routes de l'an 2000. Les Presses du Languedoc, 1998.

Coll. 'de Franse verleiding'


Jean Verdon, Voyager au Moyen-Age. Paris, Editions Perrin, 2003.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

En zo, geleidelijk aan en steeds vaker passeren studies aan uw revu en niet alleen in dat onmogelijke maar toch vaak onvermijdelijke Frans: Nederlandse teksten volgen ook nog.
Het betreft studies over 'ooit' en dan weer eeuwen 'later' en tot 'nu', tot het bevatten van het heden, naar beste weten vastgelegd.

Een mij prangende vraag betreft bijvoorbeeld de uitvinding van het draaiende voorstel van de koets, toch iets revolutionairs niet? Het einde van met schurend effect een kar een hoek om te slepen en te sjorren. In de tot nu toe doorgenomen literatuur heb ik er tot nu toe noh niets over terug kunnen vinden. Merkwaardig.


Coll. 'de Franse verleiding'

H. A. Poelman , Geschiedenis van den handel van Noord-Nederland gedurende het Merovingische en Karolingische tijdperk. Amsterdam, proefschrift. ‘s Gravenhage, 1908.

Vechten ooit, oorlog dus, handel,dat was mede het motief van zich verplaatsen. Gewin. Waarom? Bataven tegen Romeinen bijvorbeeld. Maar wist U bijvoorbeeld dat rond 750 al Friezen, en dat was alles dat boven de grote rivieren woonden, op de marktplaats Saint-Denis aan de Seine vlak boven Parijs voeren en zelfs, rond Gibraltar heen, op het mediterrane Narbonne. En dat in 778 de achtste koning van Fryslan, ene Gondebald, bij Roncevaux in de Pyreneen, in de strijd tegen de Moren aan de zijde van Karel de Grote sneuvelde? Dat betreft dan het zuidelijke Frankrijk. Het Franse noorden werd al eeuwen eerder door Friese kustvaarders aangedaan.

En dat die Hollanders, als zeevarende handelsnatie, vlak na de Middeleeuwen, een quasi-monopolie hadden op de Franse wijnhandel? 't Ging om gewin.
Reizen voor plezier kwam pas van veel later.

Coll. 'de Franse verleiding'

Jan Craeybeckx, Un grand commerce d'importation: Les vins français aux anciens Pays-Bas (XIIIe - XVIe siècle). Paris, S.E.V.P.E.N., 1958.

Toen al, ook al weer eeuwen geleden:

Coll. 'de Franse verleiding'

André Jouanel: 'Bergerac et la Hollande. Les vins de Monbazillac, le papier, les relations familiales'. Bergerac, 1951.


Coll. 'de Franse verleiding'

Stammend uit 1954, maar hoe aktueel! Lees de binnenflap:

"Michel de Montaigne (1533-1592) is één van de merkwaardigste figuren in de geschiedenis van het Europese denken. Hij was kasteelheer en schrijver, diplomaat en wijsgeer, burgemeester en tourist.
Hij valt ook nog te omschrijven als sceptisch humanist met als crédo 'Que sais-je?', ietwat vrijelijk vertaald als 'Wat weet ik eigenlijk?'
Deze veelzijdigheid wordt weerspiegeld in één van de boeiendste geschriften, die de literatuur kent: de Essais. Diepzinnige bespiegelingen, geestige anecdotes, fijn-psychologische tekeningen en bizarre verhalen wisselen elkaar af. In dat alles tekent MONTAIGNE vooral zichzelf, zoals hij de dingen ziet, de landen doorreist, oudere denkers bestudeert om zo, in deze levenstocht, tot de reiziger te worden, die philosophie en landschap, menselijk zieleleven en uitheemse folklote ontdekt.

MONTAIGNE's werk is van groot wijsgerig belang. Want in de beschrijvingen, die hij van zichzelf geeft zoals hij de rumoerige wereld van de 16e eeuw doorreist - want reiziger was hij - tekent hij tevens iets van de mens van alle tijden. Telkens terugkerende thema's als: de mens geconfronteerd met de dood, de dubbelzinniheid der cultuur, de begrensdheid der wetenschap, de rol van het lichaam zullen in latere stromingen van invloed zijn en maken ook vandaag zijn werk weer bijzonder actueel. Het rationele denken van DESCARTES, het empirisme van Engelse philosophen als BACON, het existentiele denken van PASCAL, zij allen werden gestimuleerd door deze philosophische reiziger: MICHEL de MONTAIGNE."

En ook nu nog is Michel de Montaigne inspiratiebron (2019):

Coll. 'de Franse verleiding'


En Montaigne was nauw bevriend - dit speelt zich allemaal af in de Dordogne en vooral in de omstreken van Sarlat - met nog zo'n bijzonder figuur, Etiènne de La Boétie, die leefde van 1530 tot 1563. Hij was de schrijver van het 'Vertoog over de vrijwillige onderdanigheid', het 'Discours de la servitude volontaire'. Wat de titel niet doet vermoeden is dat het juist een pleidooi is voor burgerlijke ongehoorzaamheid!
Een citaat?
"Om te zorgen dat mensen, voor zover het nog mensen zijn, zich laten onderwerpen, zijn er twee mogelijkheden: óf ze worden gedwongen, óf ze worden bedrogen."
Zo, die zit.

Maar nu terugkomend op de vriendschap tussen Michel de Montaigne en Etiènne de la Boétie. Die moet zeer hecht geweest te zijn en zelfs nu nog wordt er gespeculeerd over hoe ver die vriendschap ging. Ik vermoed dat het niet een Platonische was, een lijfelijk intieme liefdesrelatie. Neen, het was als tussen twee jonge jongens en de één aan de ander vraagt: "Mag ik je vriendje zijn?"

Jean-Luc Hennig schreef in de tijd voor publicatie in 2015 'De l'extrême amitié. Montaigne & La Boétie'. Laat ik het daarbij laten: een intense gemeenschappelijke band.


En het mooie is dat zijn 'château' ook nog eens - nog steeds - te bezoeken valt!

Coll. 'de Franse verleiding'


WEGH-WYSER, Vertoonende De besonderste vremde vermaecklijkheden die in 't Reysen door VRANCKRYCK en eenige aengrensende LANDEN te sien zyn. T'AMSTELREDAM, By Nicolaes van Ravesteyn, op S. Anthonie Marckt, 1657.

Coll. 'de Franse verleiding'.

Een heel verhaal gaat overigens achter dit boekje schuil. De eerste druk in de 'Hollandsche' taal dateert van 1647, met buitengemeen vermakelijke en nog steeds herkenbare 'Reys-Wetten', over 'vreemde invloeden' en zo, geschreven door ene Justius Lipsius, u weet wel, de naam van de EU-hoofdzetel. Bij mijn weten verscheen overigens een eerste versie rond 1610, in het Latijn nog. Moe'k wederom uitzoeken, maar toen al kwam 'de Groote Tour'op gang, veel eerder dan de Britten veelal claimen.

En wat waren dan die ondervonden 'vreemde' invloeden? Omgangsvormen natuurlijk. Zo was 'sodomie' een heikel punt, zeker Italie aangaande. Hoe kunnen opvattingen en beleven van zeden toch wisselen, want ooit gingen prinsen in het fameuze Louvre ook naar believen en gelieven hun gang.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Helaas niet meer het origineel antiquarisch te vinden, het boekwerk zal wellicht nog in een enkele bibliotheek berusten in 'Bijzondere Collecties'.

Hier de geannoteerde heruitgave, stammend uit het oorlogsjaar 1942 'Bij de N.V. De Nederlandsche Boekhandel Op de St. Jacobsmarkt Tot Antwerpen' van:

'Korte Beschrijvinge van Parys; En de Manieren en Zeden van die haer onthouden', iets voor 1667 geschreven door ene D. Buyseroo of Dirk Buysero (Den Haag, 8 mei 1644 - Rotterdam, 1708), een Nederlands librettist, toneelschrijver en dichter. Zijn schets van Parijs - waarschijnlijk het eerste in het Nederlandse taalgebied - was dan ook opgetekend in dichtvorm.

"PARYS, Princes der Steên van ‘t machtigh Lely-rijck,
Vermakelijcke Stadt, waer vintmen uw’s gelijck,
In pracht en heerlijckheyt, in kostelijcke kleden;
In vriendelijck gelaet, in aengename zeden;
In hoff’lijck onderhout, in heug’lijck tijt-verdrijf
Met ‘t aerdigh Jufferschap, of ander man sijn wijf;

In menighte van Volck, in deftige Gebouwen,
Gelegentheyt van plaets, en schoonheyt van Landtsdouwen;
In lieffelijcke dranck, in aengename Spijs’?
Kort-om, ghy zijt in weeld’een wereldtsch Paradijs.
Men leef hoe datmen wil, men vint sijn vergenoegen."

Zijn woorden zetten de toon voor de vele eeuwen die zouden volgen.


Gerrit Verhoeven, Anders Reizen? Evoluties in vroegmoderne van Hollandse en Brabantse elites (1600-1750). Hilversum, Uitgeverij Verloren, 2009.

Coll. 'de Franse verleiding'.


Le voyage en France. Du maître de poste au chef de gare 1740 - 1914.
Coll. 'de Franse verleiding'.

UItgegeven ter gelegenheid van een tentoonstelling georganiseerd door het 'Musée national de la Voiture et du Tourisme' in het Château de Compiègne in 1997.
Met 'toerisme' in de hedendaagse betekenis heeft het musée bitter weing van doen. Nee, dan de koninklijke stallen van de laatste keizer van Frankrijk, Napoléon III (het Tweede Empire, 1852-1870), het staat vol met karren, karossen, koetsen, calèches, omnibussen en de lieve heer weet al niet.
Ooit waren wij de enige bezoekers en speciaal voor ons werden met grote sleutels de staldeuren geopend en we wisten niet wat we zagen, wat daar voor ons opdoemde. Geen gids, geen uitleg, dus dat werd rondbanjeren. Je wilde wel in zo'n eeuwenoud voertuig plaatsnemen, maar zag het verdroogde zittingsleer aan: "Nee, dat moet ik dus maar niet doen!"

Fantastisch allemaal, maar de naam van dit museum in Compiègne dekt nagenoeg alleen vooral dat 'voiture'. En 'tourisme' wordt opgevat als een zich voortbewegen. En daarmee kwamen de stallen toch een beetje in de richting van wat de moderne mens onder 'tourisme' / toerisme' / 'tourism' verstaat.


'Partir = vertrekken'. Waarom verplaatsten men zich en waarom gaat men, steeds meer, op pad?

Coll. 'de Franse verleiding'

'Partir = vertrekken'.
'Conquérir = veroveren'.
'Quitter = verlaten'.
'Fuir = vluchten'.
'S'exiler = tijdelijk elders zijn onderdak vinden'.
'Voyager = reizen'.
'Découvrir = ontdekken'.

'Fuir = vluchten'.


Coll. 'de Franse verleiding'.

'Partir' = 'vertrekken' kent dus vele motieven en vele kwamen in 1672 voor de Noordelijke Nederlanden samen. Zo had de Franse Zonnekoning, Lodewijk XIV (1638-1715), tomeloze ambities en viel in 1672, via de Duitse landen de zuidelijke Spaanse Nederlanden omzeilend, en nota bene via Lobith de Verenigde Provinciën binnen, met maar liefst 120.000 manschappen, een schijntje van wat de Provinciën en stadhouder Willem III op de been konden krijgen. 't Was het begin van 'het Rampjaar'. En er volgde het beruchte gezegde: "het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos", want Engeland had eveneens de Republiek de oorlog verklaard. Al moordend en plunderend - zo werden Bodegraven en Zwammerdam in brand gestoken - hielden de Fransen huis. Edoch, daar was 'het water': Michiel de Ruyter deed zijn werk, de Hollandse Waterlinie eveneens en de Fransen trokken zich moedeloos terug uit de Hollandsche modder.


De Zonnekoning voert nog een aanval op Maastricht aan in 1673.


Willem III van Oranje (1650-1702) had echter ook zo zijn ambities en het kon dus niet deren dat hij in 1677 met de Engelse erfprinses Mary stuart trouwde, nota bene zijn volle nicht. Op 15 november 1688 viel Willem III Engeland binnen, overwon en koning werd van Engeland, Schotland en Ierland. Echtelijke huwelijken komen er, dacht ik, zo bij Raden van Bestuur en CEO's niet aan te pas, maar het was allemaal wel een beetje multinational / hedge fund spelen. Ik weet nog dat voorafgaande aan 1988 een hele trits ambtenaren in de weer waren om er een 'William and Mary'-jaar van te maken, met de volle steun van Beatrix natuurlijk. Ik meen niet dat de diplomatieke spanningen tussen Nederland en het voor dat soort symbolysche festijnen gevoelige Frankrijk zijn opgelopen. Ook was het weer in 2015 raak: er werd 'Twee Honderd Jaar Koninkrijk' gespeeld hetgeen bezijden de waarheid was. De eerste koning van Nederland was Louis Bonaparte, de broer van Napoléon lui-même / himself en wel van 1806 tot 1810. Ook dat Oranje-affront liet de Fransen koud.
Na de nederlaag van Napoleon in de Slag bij Leipzig in 1813 werd Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau (Den Haag, 24 augustus 1772 — Berlijn, 12 december 1843) ingehuldigd als 'Soeverein Vorst' der Verenigde Nederlanden. Door wie eigenlijk? Op 16 maart 1815 riep hij zichzelf uit tot koning- toe maar- van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en hertog van Luxemburg, waarna hij op 21 september 1815 in Brussel werd ingehuldigd als koning, als CEO-Benelux dat maar een kort leven beschoren zou zijn.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Het is voor velen vaak nog lastig met die eeuwduiding: de achtiende eeuw begint met het jaar 1700; het zij zo. Trok een enkele Hollander er gedurende de 17-de nog op uit, tijens de achtiende eeuw raakte de fut er een beetje uit en begon men de voorkeur te geven aan 'leunstoel-reizen'. Dikke pillen over andere landen werden gepubliceerd, ook over 'Frankryk', waarvan bovenstaand uit 1757 een voorbeeld.

HEDENDAAGSCHE HISTORIE of TEGENWOORDIGE STAAT van FRANKRYK. Eerste deels en Tweede Deels. Te AMSTERDAM, By ISAAK TIRION 1752. Met Privilegie.


Coll. 'de Franse verleiding'.

M. Piganiol de la Force, Nouveau voyage de France avec un itinéraire, et des cartes faites exprès, qui marquent exactement les routes qu'il faut suivre pour voyager dan toutes les Provinces de ce Royaume. Nouvelle edition, revue, corrigée & augmentée. Paris, Bailly, 1755.


'Partir' = vertrekken kon ook om gezondheidsredenen en dat deed de Schot Tobias Smollett in 1764-65 hij: verbleef lange tijd in Nice. En vergeet hierbij maar 'Italy', dat bestond alleen maar uit wat we tegenwoordig 'city trips' noemen. 't Meest belangrijk van zijn boek was dat Smollett dagelijks aantekening hield van het weer in Nice en dat werd in zijn verslag als gedetailleerd 'Registre of the Weather' mede afgedrukt. 't Bracht de Britse aristocratie in beweging. 's Winters zaten ze daar maar rillerig opgeloten in nauwelijks te verwarmen kastelen en landhuizen. Met de publicatie van Smollett's boek en 'Registre' kwam voor hen de traditie op gang om in en rond Nice te gaan overwinteren.

Coll.'de Franse verleiding'.


Patrick Marchand, Le maître de poste et le messager. Les transports publics en France au temps des chevaux. Paris, Editions Belin, 2006.
Coll. 'de Franse verleiding'.

Hier bevinden we ons nog in een'mensen- en paardensamenleving met koetsen en koetsiers, postmeesters, koetshuizen, 'posthoorns', hoefsmeden en reken maar dat het allemaal betrekkelijk langzaam ging, want de meeste 'wegen' waren nog lang niet bestraat; een postkoets kon je, als je er stevig de pas in hield, gewoon bijhouden. De wegen waren niet veel meer dan klei-, modder- en zandpaden. Zo nam een reis van Amsterdam nagenoeg één volle week. Dat kwam ook omdat de Hollander per definitie een bootje moest nemen om de vele rivieren over te steken. Lange tijd was het dan ook gebruikelijk om, als je naar Frankrijk wilde, met een kustvaarder meevoer, wel zo gemakkelijk als de wind goed stond. Rivieren moesten niet alleen overgestoken worden, nee, ze dienden ook als verplaatsingsroute,zoals hieronder zal blijken.


Coll.'de Franse verleiding'.

VOOR 'T BOVENSTAAND, NEUS ER BOVENOP OF BRIL OF LOEP.

Dit zijn dan enkele fragmenten van de uit 1765 stammende:

'De Getrouwe Wegwijzer of Gids voor de Reizigers'.

Le Sr. Desnos, L'Indicateur Fidèle ou Guide des Voyageurs,
qui enseigne Toutes les Routes Royale et Particulières
de la France, Routes levées Topographiquemt dès le
Commencement de ce Siècle, et Assujettiés à une Graduation
Géométrique, contenant Toutes les Villes, tous les Bourgs,
Villages, Hameaux, Fermes, Châteaux, Abbayes, Communautés,
Eglises, Chapelles, et d'autres Maisons Réligieuses,
les Moulins, les Hotelleries, les Justices, et les Limites
des Provences, les Fleuves, les Rivières, les Ruisseaux,
les Etangs, les Marais, les Ponts, les Gués, les Montagnes,
les Bois, les Jardins, les Parcs, les Avenues, et les Prairies
traversés par les Grandes Routes & Accompagné d'un Inneraire
Instructif et raisonné sur chaque Route, qui donne le Jour
et l'Heure du Départ, de la Dinée et de la Couchée tant des
Coches par Eau, que des Carosses, Diligences et Messageries
du Royaume, avec le Nombre des Lieues que ces differentes

Voitures font chaque jours.

Dressé par le Sieur Michel, Ingénieur Géographe du Roy à l'Observatoire
&
Mis au jour et Dirigé Par Le Sr. Desnos Ingénieur Géographe pour
les Globes Shères et Instrument de Mathématique. A Paris,
MDCCLXV. (= 1765).

Afijn, hier fragmenten van twee opengeslagen bladzijden voor de route Amsterdam - Marseille, vol met aanduidingen in de linker legenda
en 15 kaarten bevat met 15 hoofdroutes. In het linkerkader werden vertrektijden aangegeven, waar wat gegeten kon worden, enzovoorts.

Zoals uit deze 2 deelkaarten blijkt was er zelfs sprake van een postkoetsverbinding tussen Amsterdam en Marseille. Die lange tocht nam maar liefst drie weken in beslag en men reed gelet op de staat van de, noem het, sporen min of meer op sukkeldracht, overdag zowel als 's nachts. Alleen als bij een 'relais de poste', een postkoetshuis gestopt werd om van paarden te wisselen kon men de benen strekken en iets eten. En natuurlijk waren de Novotels, Campanilles en noem maar op nog verre toekomstmuziek.
Trouwens, zuidwaarts reizend stapte men in Lyon op een bootje richting Marseille, eigenlijk een wegwerpbootje, want het was onbegonnen werk die bootjes stroomopwaarts weer naar Lyon terug te krijgen.


Coll. 'de Franse verleiding'.

De titel van deze studie spreekt voor zich: mede onder invloed van het Franse hofleven was de Franse adel en 'haute bourgeoisie' op tal van vlakken qua stijl trend settend.


Reizen, ooit in ieder geval, deed je beinvloeden en die indrukken nam je mee, ze vormden je mede. De uiteenlopende bijdragen in 'Zuidenwind', onder redactie van Monique van Hoogstraten, Addie Schulten en Gert Jan van Setten, geven aanzetten, maar het het blijft goeddeels onder de hoge 'C': schilderkunst, literatuur, machtspolitiek ook en godsdienst nauwelijks: het katholieke zuiden versus het protenstantse, ja, calvinistische noorden? Wonderlijk genoeg vond ik wat dit aangaande ook weinig terug in al die reisverslagen waarover 'de Franse verleiding' beschikt. In één van de collectiestukken, geschreven door ene Adriaan van der Willigen vond ik lovende worden over het reinigende bidet, maar hygiène was mooi, maar hij gaf toch de voorkeur aan de zedelijkheid van de Hollandsche vrouw, ook al 'waschten' zij gedurende hun gehele leven slechts handen en gezicht .... . Da's C met een lagere c. Toch is het 'Zuidenwind' alleszins aan te raden.

Monique van Hoogstraten, Addie Schulte, Gert Jan van Sette (red.), Zuidenwind. Romaanse invloeden op de Nederlandse cultuur. Amsterdam, Prometheus, 2000.
Coll. 'de Franse verleiding'.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Een 'Almanach du Voyageur à Paris', een stadsgids voor Parijs, daterend uit 1783. Dit dikke boekje, maar klein van formaat, zou best weleens gebruikt kunnen zijn door de Amsterdammer Jacob Muhl aan wie een pagina op deze site is gewijd. Wellicht was deze Jacob Muhl één van de eerste Nederlandse toeristen in Parijs, want hij ondernam de reis (één week reizen heen en één week reizen weer terug, en dat merendeels over zand- en modderpaden) zuiver en alleen maar voor zijn plezier. Wellicht heeft Thomas Jefferson 't ook gebruikt.


Roy & Alma Moore, Thomas Jefferson's Journey to the South of France. New York, Stewaert, Tabori & Chang, 1999.

Coll. 'de Franse verleiding'.

Net zoals vele Nederlanders onderhouden ook Amerikanen een haat-liefde relatie met Frankrijk. Edoch, tijdens 'de Franse Verlichting' en de daarop volgende revolutionaire periode staken toch wat Amerikanen de Atlantische Oceaan over, uit nieuwsgierigheid en voor inspiratie. Onder hen waren enkele van de 'Foundings Fathers' die de uitmuntende en nog steeds geldende Amerikaanse grondwet opstelden. Onder hen was ook Thomas Jefferson die niet alleen Parijs aandeed, maar ook in de vroege lente van 1778 naar het zuiden van Frankrijk trok. En die Thomas Jefferson is hier vlak in de buurt geweest! Per postkoets en ook te voet. Wat we er van weten is dat hij de hier nabijgelegen citadel van Carcassonne heeft bezichtigd, Castelnaudary ook en vaarde naar die bestemmingen hoogstwaarschijnlijk over het Canal du Midi. Gelet op de kaart van 'Les Postes de France' heeft hij op weg naar de zeven sluizen van Ensérune bij Béziers, onvermijdelijk in die tijd, door Moux gereden, een plaatsje 3 kilometer ten noorden van het Fontcouverte waar ik nu woon.

Coll. 'de Franse verleiding'


Wellicht gebruikte hij één van de eerdere uitgaven van deze gids uit 1856: 'Guide du voyageur sur le Canal du Midi et ses embranchements, et sur les canaux de étangs et de Beaucaire'.

Coll. 'de Franse verleiding'


Annie Jourdan et Joep Leerssen (éds.), Remous Révolutionnaires: République Batave, Armée Française. Amsterdam. Amsterdam University Press, 1996.

Coll. 'de Franse verleiding'


En zo maken we een niet-wetenschappelijke, ja, romanesque sprong in de tijd, naar de jaren van de Bataafsche Revolutie (1787) die maakte dat vele patriotten na het door de Oranje's neerslaan van de opstand naar Frankrijk vluchtten en daar jaren in ballingschap leefden en a de Fransche Revolutie (1789) terugkeerden, zo meeslepend beschreven in de roman-trilogie van Jo van Ammers-Küller in 'Heeren, Knechten en Vrouwen'. De Geschiedenis van een Amsterdamsche Regenten-Familie in de jaren 1778 tot 1813. Amsterdam, J. M. Meulenhoff, MCMXXXVIII.

Coll. 'de Franse verleiding'


Déclaration des Droits de l'Homme et du Citoyen,
datée du 10 août 1793.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Het Nederlandse beeld van de Franse Revolutie' (dit cahier werd gepubliceerd in 1989 - de 'bi-centenaire') was er goeddels één waarin geweld, terreur en bloed overheersten. En op de keper beschouwd is dat zo gebleven: Napoleon nam weliswaar de plaats in van Robespierre, maar was eigenlijk toch ook een machtswellusteling. Of niet soms?


Al zo rond 1760, 1780 had de 'Industriële Revolutie' een aanvang genomen en de 'Franse Revolutie' wordt ook wel 'la Révolution des Savants', van wetenschappers dus, genoemd, zoveel nieuwe vindingen werden er in die periode gedaan en ook mogelijk gemaakt. Hier een voorbeeld wat betreft communicatie.

Coll. 'de Franse verleiding'

In dit werk wordt het levensverhaal uit de doeken gedaan van Claude Chappe (1763-1805) en zijn levenwerk, de optische telegraaf, 't was het allereerste begin van de telecommunicatie!

Ooit las ik eens dat Napoleon vanuit Parijs getelegrafeerd had met secondanten in noordelijke Lille en ik dacht: "Huh, heb ik iets gemist?!" Echter, telegraferen is heel iets anders dan het latere telefoneren. Tot nog niet zo lang geleden hadden we voor telefoneren een draad nodig en nu, zeker, hebben we onze mobieltjes.

Claude Chappe werd aanvankelijk priester, maar gaf zich ten lange leste over aan de bestudering van de mechanica en physica.
En hoe kom je op een geniaal idee? Boekenkasten zijn over 'creativiteit' volgeschreven en Chappe was, samen met zijn broers, kennelijk creatief. Want wat gebeurt er?
Chappe had zin, hoe kom jer er op, om te communiceren met een paar vrienden 'verderop' en ze komen op het idee zichtbare signalen in te zetten. En 't werkte! Voilà, telecommunicatie! En waarom niet iets functioneels groots aan te pakken?

Claude Chappe, waarschijnlijk dè visionnair, besluit samen met zijn broer Ignace (1760-1830) een 'communicatielijn' bestaande uit 15 signaalpunten aan te leggen tussen Parijs en Lille, zo ongeveer 220 kilometer. Torentjes werden er speciaal voor gebouwd en kerktorens werden gebruikt en er werd wel een jaar aan gewerkt. Vraag me nu even niet hoe ze aan het benodigde kapitaal zijn gekomen, dat zoek ik later nog wel eens uit.

Het seinsysteem valt als volgt samen te vatten. 't Bestond uit twee beweegbare armen verbonden door een dwarsbalk. Elke arm kende 7 standen, de dwarsbalk 4, dus dat telde op tot 196 standen, symbolen eigenlijk, ieder met een specifieke betekenis. Semiologie in wezen dus - de leer der symbolen, symbolen met een specifieke betekenis: codes.

In 1791 werden de eerste begrijpbare berichten van Parijs naar Lille verzonden, maar pas in 1794 en met steun van 'la Convention' waren er genoeg middelen om de communicatielijn te perfectioneren. Resultaat? Waar anders een koerier met zijn bericht op zijn paard bijkans twee dagen over deed, dat bericht werd vanaf 1794 binnen 9 minuten overgeseind. Telecommunicatie.De verbinding Parijs - Amsterdam kwam trouwens in 1811 tot stand, de Lage Landen waren toen toch departementen van Frankrijk en Amsterdam, na Rome, de derde hoofstad van het Napoleontische Rijk, het eerste 'Empire'? En natuurlijk werden in dat 'Empire' alle steden van enige betekenis van optische communicatie voorzien.

Claude Chappe kwam overigens op een nare manier aan zijn einde, want hij bleek uiteindelijk te lijden aan oorkanker en pleegde in 1805 zelfmoord.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Galignani's New Paris Guide', stammend uit 1841.

De in 1911 door Sylvia Beach in Parijs gestichte Engelstalige boekhandel Shakespeare & Co is bij Nederlandse Parijsgangers die tevens boekliefhebbers zijn, veel bekender dan Galignani's Bookstore. Simpele redenen? Ten eerste hangt er een sfeer van nostalgie omheen, die van 'The Lost Generation', verbonden met namen zoals die van Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald; Man Ray en Stephen Spender. En het is er oer-authentiek en 'gezellig'. Voorts bevindt het zich min of meer vlak om de hoek van de Place Saint-Michel met haar immense terrassen, bijkans onvermijdelijke pleisterplaatsen voor de flâneurs.

De Brit John Anthony Galignani opende zijn eerste continentale Engelstalige boekhandel aanvakelijk in het noordelijk gelegen Cambrai, maar vestigde zich al spoedig in Parijs, eerst in de rue Vivienne en vanaf 1855 aan de drukke rue Rivoli met al haar arcades, paralel aan het Louvre en de Tuileriën. En daar zit Galignani nu nog steeds tussen alle souvenirshops ... .


Coll. 'de Franse verleiding'

"As David McCullough writes: "NOT ALL THE PIONEERS WENT WEST." In The Greater Journey, he tells the enthralling, inspiring - and until now, untold - story of the adventurous artist, writers, doctors, politicains, and others who set off for Paris in the years between 1830 and 1900,hungry to learn and to excel in their work. What the achieved would profoundly alter American history."

Gold dat in die tijd ook voor de Nederlandse maatschappelijke ontwikkeling? Wederom?


Coll. 'de Franse verleiding'

Met Mr. A. W. Engelen, Naar Parijs, Havre en Tours in den zomer van 1847. Te Groningen, bij W. van Woekeren, 1848 zitten we midden in een transportrevolutie die zo vanaf 1830 op gang kwam.

Illustratief daartoe zijn de openingszinnen van A.W. Engelen:

"Ik heb mijn wandelstaf voor het oogenblik ter zijde gelegd: wel niet met het bepaalde oogmerk, om te beproeven, hoe men de verste afstanden in den korts mogelijken tijd kan afleggen - eene proefneming, welk ieder nieuw jaar nieuwe en meer verbazende uitkomsten oplevert - maar toch met eene snelheid,, die weinig bestaanbaar is met mijne meest gewone manier van reizen, een einds wegs in den vreemde door te dringen. Het was mijn plan, om een vlugtig stoomtogtje naar Parijs te ondernemen, en de vandaar uitgaande spoorweglinie te volgen, in eene zuidwestelijke rigting, tot waar zij den reiziger plotseling begeeft, hare verdere voltooijing door het midden en zuiden van Frankrijk te gemoet ziende; en noordwestwaarts, tot waar zij aan het kanaal stuit. (-) Een der booten van de Rijn- en IJsselmaatschappij bragt mij herwaarts. (-) Men beschrijft dit gedeelte van de Rijnvaart over het algemeen als zeer vervelend; en zelfs verklaarde voorstanders van het reizen met de stoombooten geven niet zelden de voorkeur aan den korteren weg over land, schoon ook daarmede een ongemakkelijke nacht in de diligence gepaard gaat."

Eén nachtje diligence, daar zat je wis en waarachtig niet mee in Parijs. Welk traject had Van Engelen dan in godsnaam gekozen om uiteindelijk in Parijs te komen?
Via Keulen!, "nog de meest katholijke stad van Duitschland, ja misschien van geheel het westelijke Europa".
Door ging de reis. Wat was na Keulen de volgende tussensthalte op weg naar Parijs?
"Meer dan eenmaal heb ik in vroegeren tijd een lang gerekten en onaangename nacht in de coupé der diligence van Keulen naar Aken doorwaakt. Thans legt men dien weg in ruim twee en half uur af (ik) beklom in den vroegen morgen een der redelijk wèl ingerigte char à banc, teneinde op deze wijze mijne reis tot Brussel voort te zetten. Men komt aldaar tijdig genoeg aan, om, des verkiezende, met den nachttrein naar Parijs te vertrekken, en die stad alzoo, ruim twintig uren nadat men Keulen verlaten heeft, te bereiken. Het is echter een vermoeijende toer, dien wij buiten volstrekte noodzakelijkheid aan niemand zouden aanraden. Want men zal mij gaarne toestemmen, dat een wat langdurige rid in de stoomwagens oneindig afmattender is dan in een gewoon rijtuig.(-)
Het was omstreeks acht uren nadat wij Keulen verlaten hadden, toen wij bij het noorderstationsgebouw te Brussel, dat een eindwegs binnen de stad gelegen is, aankwamen. (-)
Tweemalen in de vier-en-twintig uren vertrekken des zomers treinen van Brussel naar Parijs en van Parijs naar Brussel, in regtstreeksche verbinding tusschen beide steden.(-)
Deze rijtuigen zijn zeer goed ingerigt, en die van de tweede klasse althans beter dan bij ons en in Duitschland. Verlangt men zich nog meer op zijn gemak te zetten, dan kan men tegen betaling van vijf-en-veertig franken eene plaats in de Coupé nemen, die het voorkomen van een klein net ingerigte salon heeft.(-)
Het zuider stationsgebouw te Brussel is mede binnen de stad, doch onderscheidt zich even min als dat van den noorder spoorweg, waarmede het door een langs de Boulevards loopend spoor verenigd is, in geenen delen door zijn fraaiheid. De stations onzer spoorwegen winnen het te dien opzigte zeer ver van die der Duitsche, Belgische en ook van de meeste Fransche wegen. Slechts Mechelen en Parijs maken een zeer gunstige uitzondering. (-)


Het eerste Gare du Nord dat op 14 juni 1846 officieel werd geopend. Let op het nog goeddeels maagdelijke achterland met de nog groene 'Butte Montmartre'.

De uiterste grensplaats in Quievrain (-) Bij het laatstgenoemde station vertoonen zich dan ook de Fransche Douanes; doch dewijl de voor Parijs bestemde passagiersgoederen eerst dààr terstede nagezien worden, zoo lieten ons deze heeren voor het tegenwoordige ongehinderd voorbij trekken. Wat mij echter zeer verwonderde was, dat zich geen gensd'armes of soortgelijke lastige personaadjes vertoonden, om maar de passen der reizigers te vragen. Vroegere ondervinding toch had mij geleerd, dat deze in Frankrijk den vreemdeling onophoudelijk op de hielen zaten. De spoorwegen hebben echter, zoo het schijnt, ook hierin eene gunstige verandering te weeg gebragt: geen sterveling werd om zijne papieren gemoeid, en zelfs in Parijs was niemand onbescheiden genoeg mij naar de mijne te vragen.(-)
Het was ruim zes uur; en wij hadden dus, niettegenstaande het herhaald oponthoud aan gene zijde der Fransche grenzen, den geheelen afstand tusschen Parijs en Brussel, die door de groote krommingen van den weg driehonderd en zeventig kilometers, of ruim twee-en-negentig Fransche mijlen bedraagt, in omstreeks tien uren afgelegd."


Coll. 'de Franse verleiding'

Op het breukvlak van twee tijdperken qua vervoer hier één van de laatste uitgaven vand de 'Guide Richard', de 23 editie maar liefst.
De 'Guide Richard' was echt de reisgids voorde door paarden voortgetrokken postkoetsen en diligences, ook al werd in deze uitgave nog één van de laatste pgingen gedaan een graantje van het stoomtijdperk mee te pikken. Dat nieuwe werd zelfs op de titelpagina in het cursief afgedrukt ....

Guide Classique du Voyager en France,
Comprenant:
la topographie complète des routes de postes
des chemins de fer;
la description des villes, bourgs, villages qui traverse
le voyageur, avec l'indication de leurs curiosités, commerce,
de leur population,
d'après les derniers renseignements du gouvernement:
les communications et embranchements des routes; la liste des
messageris, diligences, voitures,
bateaux à vapeur; l'indication et la description
de tous les établissements thermaux; les noms de bons hôtels;
la descrition des merveilles naturelles des départements;
une double table des routes
et des noms cités dans le Guide:
Par Richard, ingénieur-géographe.
Vingt-troisième édition
Ornée d'une bonne Carte routière
et de la
carte spéciale des chemins de fer et de la navigation à vapeur.
Paris.
L. Maison, éditeur des Guides-Richard,
3, rue Christine
1849


Coll. 'de Franse verleiding'

Na de Guides-Richard kregen de 'Guides-Joannes' de overhand. Hier een treingids uit 1861 voor het traject Paris-Lyon-Marseille dat in 1857 gereed was gekomen. Het werd ge-exploiteerd door de de private spoorwegmaatschappij PLM die er vrolijk Paris-Lyon-Méditerranée van maakte. Er waren maar liefst twee delen voor nodig, want elke plaats van enige betekenis werd uitvoerig beschreven. Hier deel I:

'Itinéraire Général de la France par Adolphe Joanne - I - Réseau de chemin de fer de Paris à lyon et à la Méditerrannée. Première partie' en uitgegeven door Librairie de L. Hachette et Cie te Parijs.
Toen het tijdperk van 'den automobiel' aanbrak werden de Guides Joanne als uitgangspunt gebruikt voor de bekende 'Guides Bleus' die nog immer worden uitgegeven.



Coll. 'de Franse verleiding'.

'Wat Parijs mij te zien en te denken gaf'
door
Mevr. Elise van Calcar, geb. Schiotling.
De Toren van St. Jacques.
Haarlem, A.C. Kruseman.
1859

En zij opent met:

"Ik heb altijd een wijd verschiet bemind om in de verte te turen en mijn oog in de ruimte te laten dwalen - ik heb altijd gedroomd van verre landen en groote togten - het Oosten, het Westen en het Noorden hebben mij om strijd gewekt, en altijd, als ik mij reisvaardig zou maken, viel het reisplan in duigen! Zoo had ik mij dan ook alreede verzoend met het denkbeeld geen andere reizen te doen dan in het hoekje van den haard of op de landkaart, om na te pluizen waar mijne meer bevorregte vrienden het schoone jaargetijde sleten - toen er een spoorlijn langs ons dorpje gelegd werd en wij ons eensklaps met onze Belgische buren in een gedurige gemeenschap gesteld zagen.
Nu werd het ons eerst duidelijk hoe na wij aan de grenzen woonden. Wat was Antwerpen digt bij gekomen - en Brussel werd weldra door onze dorpers bezocht als eertijds Breda, om boodschappen te doen op éénen dag heen en weer ... ."


Coll. 'de Franse verleiding'.

De voor het fascisme op de vlucht zijnde Duits-Joodse literair en maatschappelijk criticus en filosoof Walter Benjamin had in de dertiger jaren zijn toevlucht gevonden in Parijs en besteedde, gefascineerd, aan de ontwikkeling van die metropool onvermijdelijk zijn aandacht. Met de bloei van Parijs in de negentiende eeuw benoemde Benjamin de satd Parijs tot 'hoofdstad van de negentiende eeuw', van de wereld wel te verstaan. Benjamin (1892-1940) was zéér onder de indruk van de consumtiemaatschappij die in de negentiende eeuw al op gang kwam en echt op stoom kwam gedurende zijn jaren in Parijs en bracht hem - dit is mijn persoonlijke indruk - van zijn stuk en probeerde er grip op te krijgen.

Dit bracht Agnès Sinaï tot het verzamelen van een aantal teksten van Walter Benjamin en een inleidende analyse: 'Walter Benjamin in 't zicht van de storm der vooruitgang' (2016).

Coll. 'de Franse verleiding'.


Boodschappen doen? Gemiddeld heeft in onze hoofden de idee vastgezet dat we pas vanaf de zestiger jaren konden gaan spreken van 'de consumptiemaatschappij. Niets is echter minder waar. Al in de tweede helft van de negentiende eeuw onstond het verschijnsle 'massaconsumptie.

Coll. 'de Franse verleiding'.


Het moet in 1860 geweest zijn dat Karl Baedeker zijn eerste in het Franse gestelde gids voor Parijs publiceerde. En mèt succes, want vele edities volgden.


Coll. 'de Franse verleiding'


Zomaar in die immer historisch rijke Franse kiosken opgepikt:

'De wereld is aan ons!'

Ooit bijvoorbeeld geweten dat ene Ferdinand de Lesseps in het voetspoor van 'handel' en vooral 'kapitaal'een stoot heeft gegeven aan het wereldreizen? Met het ook voor de scheepvaartverbinding - er was immers niets anders - tussen Nederland en Nederlands Indië het historische Suez-kanaal? Er hebben oorlogen om gewoed. En het Panama-kanaal als zoveelste toppunt, maar dat vooral in herinnering bleef als een financieel schandaal.

Chrislain de Diesbach, Ferdinand de Lesseps, Paris, Perrin, 1998.

Coll. 'de Franse verleiding'


En wist je dat ene Georges Eugène Haussmann, hij was baron, prefect en nog zo wat, maar vooral stadsontwerper, in zijn geval stadssaneerder en vormgever, een stoot gaf aan het hedendaagse toerisme? Want het Parijs zoals we dat nu vooral kennen was zijn werk.

Georges Valance, Haussmann le grand. Paris, Flammarion, 2000.

Coll. 'de Franse verleiding'

Uit: Patrice de Moncan, Paris avant et après Haussmann - Rive Gauche (2012) met fotografie van de fotograaf-klassieker Charles Marville en met fotografie door het hedendaagse Studio Traktir. 't Geeft een indruk van de door Napoléon III gewilde en door Haussmann ontworpen en gedirigeerde transformatie van het Middeleeuwse Parijs tot negentiende eeuwse metropool. En zo kennen de Parijs-gangers de Franse hoofdstad, als metropool nu nog steeds, afgezien van hier en daar nog wat Middeleeuwse straatjes. Of dienen we nu inmiddels te spreken van een West-Europese metropool, gelet op de huidige stadsontwikkelingen in met name Zuid-Oost Azië?

Coll. 'de Franse verleiding'


Haussmann schiep in Parijs ruimte, ruimte voor grootse gebouwen en de eerste grote warenhuizen verrezen. Denk aan 'La Samaritaine', 'Galerie Lafayette', 'Le Printemps' en ga zo maar door.

osette Demory, La folie des grands magasins. Editions Du May, 2009.


Coll. 'de Franse verleiding'

Toegegeven, in 1855 was al als eerste moderne hôtel het Grand Hôtel du Louvre gerealiseerd, maar de transformatie die Parijs onder aanvoering van Haussmann onderging ging gepaard met grote boulevards en,zoals hierboven al geduid, bouwruimte. Zo verrees tussen 1861 en 1862 schuin tegenover de nieuwe, door Garnier ontworpen Opéra het immense en luxueuse 'Grand Hôtel' met haar 'Café de la Paix', een binnenkomsthal voor de koetsen, een dinerzaal, een leeszaal, een balzaal, 35 salons en maar liefst 800 kamers.


Sylvain Ageorges, Sur les traces des Expositions universelles. 1855 PARIS 1937. Paris, Parigramme, 2006.

Coll. 'de Franse verleiding'


Julius Rodenberg, Paris bei Sonnenschein und Lampenlicht. Ein Skissenbuch zur Weltausstellung, 1867.
Coll. 'de Franse verleiding'.


Nederland - de Noord-Zuidverbinding liet nog steeds veel te wensen over - stuurde er geen journalisten op af, naar die Parijse Wereldtentoonstelling in 1867. Twee Nederlandse uitgevers durfden het aan delen van de twee meer dan vuistdikke delen van 'Paris Guide par les principaux écrivains et artistes de la France' als ééndelige bundel uit te geven met als titel 'Parijs in 1867' met op de titelbladzijde: 'Het leven van de wereldstad, haar gebouwen, openbare instelingen en merkwaardigheden. EEN GIDS voor allen die Parijs bezoeken. Voor Nederlanders bewerkt naar het Fransch'. En dan volgt een greep uit belangrijke Franse schrijvers die hadden meegewerkt aan de Franse uitgave, met belangwekkende namen als Louis Blanc, Ernest Renan, Theophile Gautier, Paul de Kock en Alexandre Dumas.

De dikke bundel werd uitgegeven door H. Nijgh in Rotterdam en Van den Heuvel & Van Santen in Leiden.

Citaat? "Wat wij tot nu toe beschreven hebben, is echter alleen Parijs bij dag, hoogstens de helft van Parijs. Maar daarnaast bestaat een ander Parijs, dat pas na den ondergang der zon begint te leven, wannneer de gasvlammen uit de poriën der aarde schijnen op te stijgen en in aantal met de sterren aan de hemel wedijveren. De stad staat dan in vuur en spreidt door het kristal der toonkasten al de zeldzaamheden van den aardbol ten toon."
Het is zeer verleidelijk om de verdere poëtisch beschrijvingen hier uitvoeriger over te nemen, maar dat zal ik bij een andere gelegenheid doen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Louis de Semein, Parijs en de Parijzenaars. Gouda, G. B. van Goor Zonen, Tweede druk, 1877.

Louis de Semein bleek mij al zoekende een fenomeen en uiteindelijk vond ik in zijn laatste boek, 'Achter het gordijn' in het naschrift enkele nadere gegevens:

"Louis de Semein werd den 4den April 1850 te 's Gravenhage geboren. Over zijn leven en streven ligt een sluier. Hij schijnt vroegtijdig zijn vaderstad verlaten te hebben om zich in of nabij Parijs te vestigen. In 1876 woonde hij te Nanterre en in 1878 te Parijs. Hij hield zich onledig met letterkundigen arbeid; hij was directeur van den 'Polichinelle', schreef verschillende werken over Parijs en Londen, leverde Parijsche brieven aan het 'Nieuws van den Dag' en literaire beschuowingen voor 'Euphonia', een weekblad, dat zich in een korten levensduur mocht verheugen. ( - ) In den avond van den 30sten Juli 1878 verliet hij "cette triste vie". Hij was slechts 28 jaar."

En zie hier de hoeveelheid van wat Louis de Semein in slechts zeer korte tijd schreef en publiceerde:

Louis de Semein, Parijs en de Parijzenaars. Gouda, G. B. van Goor Zonen, 1875
Louis de Semein, Het Parijsche leven. Gouda, G. B. van Goor Zonen, 1877.
Louis de Semein, Herinneringen van een Parijsch reporter. Arnhem, J. Minkman, 1877.
Louis de Semein, Brieven van Louis de Semein aan De Erven F. Bohn, Haarlem. 1877.
Louis de Semein, Uit de Parijsche dievenwereld. Minkman's Bibliotheek, No 1. Arnhem, J. Minkman, 1877.
Louis de Semein, Parijsche schetsen, 1e serie. Minkman's Bibliotheek, J. Minkman, Arnhem, 1877.
Louis de Semein, Parijsche schetsen, 2e en 3e serie. Minkman's Bibliotheek, Arnhem, 1878.
Louis de Semein, Schetsen uit Londen. Minkman's Bibliotheek, No. 8. Arnhem, J. Minkman, 1878.
Louis de Semein, Door eene wereldstad (met illustratie van Eug.Ladreyt). Arnhem, J. Minkman, 1878.
Louis de Semein, Achter het gordijn (Schouwburgschetsen). Met voorrede, aanteekeningen en naschrift van J.H. Rössing. J. Heijnis Tsz., Zaandijk, 1878.

Met goede reden kan men zich afvragen hoe dit alles in zo'n korte tijd tot stand kon komen. Eén verklaring ligt als mogelijkerheid voor de hand: Louis de Semein deed zich te goed aan een geestverruimend middel dat destijds vrijelijk te koop was en zeer veel gebruikt werd in Parijs: opium. De handel daarin heeft de kassen van de Nederlandse Staat èn het Nederlandse Koninklijke Huis danig verrijkt .... .


Coll. 'de Franse verleiding'

Hier de catalogus van een tentoonstelling die in 2017 en 2018 achtereenvolgens in Amsterdam en Parijs te zien was: Nederlandse schilders in Parijs.

Waarom trokken toch zovele Nederlandse schilders naar Parijs?
'Parijs was in de 19de eeuw een droomstad. "Den grootsten tooverklank mijns levens. Daar vlamt de fakkel der moderne kunst en woont de geestdrift en de liefde voor haar, daar zijn hare ijverigste aanbidders en hare uitverkorene lievelingen", schreef de schilder Gerard Bilders. Nergens ter wereld was zo veel kunst te zien. In 1793 was het Musée du Louvre geopend, in 1818 het Musée du Luxembourg voor eigentijdse meesters.
Amsterdam en Den Haag waren suffe provinciesteden vergeleken met het grote Parijs. "De stad, kerel, als stad, 't boemelen, straat slijpen en kijken en niets anders dan kijken; ik verzeker je dat dat iets heerlijks is, opmerken en er over redeneeren", schreef de schilder Willem Witsen in 1882.'
Peter Giesen, 13-10-2020.


Dominique Paulvé, Villes d'eaux: histoire , architecture, thermes. Issy-les-Moulineaux, Editions Massin, 2013.

Coll. 'de Franse verleiding'

In Frankrijk is de traditie van kuren eeuwenoud en door de Romeinen geïntroduceerd met de thermen. Het stikt er dan ook van xyz-les-Bains, Thermes-de-zyx en allemaal, vanwege de verschillende bronwaters, gericht op specifieke gezondheidskwalen. In tegenstelling tot Nederland, toch een land van water, maar met nauwelijks bronnen, is het heel normaal dat je naar zo'n kuuroord gaat; het zit zelfs in het ziekenfondspakket en er wordt gretig gebruik van gemaakt, soms zelfs met zekere regelmaat. Frankrijk kent 110 van die etablissementen, terwijl Nederland het heeft te stellen met slechts 5. In Frankrijk bieden de kuuroorden direct of indirect werk aan 100.000 mensen.awxcvb!0.631

Coll. 'de Franse verleiding'

NOUVEAU GUIDE PRATIQUE
médical et pittoresque
EAUX D'AIX EN SAVOIE
ou
Le Vade Mecum
du baigneur et du touriste.

Chambéry, Imprimerie A. Pouchet et Compagnie, Place Saint-Léger.
1868.

Tal van typen mineraalwateren helpen tegen specifieke typen van aandoeningen. Meer dan 1200 Thermes des -'vul maar een plaatsnaam in' of 'plaatsnaam'-les Bains telt Frankrijk wel. Longaandoeningen, hartkwalen, bloedsomloop, cholesterol, er is wel een Thermes of Bains voor.

Het bronwater van Aix en is goed voor rheumathologische klachten en voor flebologie, dat wil zeggen beenaandoeningen ... .

Uit dit van 1868 daterende gidsje voor Aix-les-Bains in de Savoye blijkt dat het kuuroord over verschillende bronnen beschikt en elke bron heeft weer zijn karakteristieken, zoals gehaltes aan sulfaat, sodium, bicarbonaat, fluor, phosphaat, ijzer en ga zo maar door plus nog eens verschillende temperaturen: voor de gemiddelde Nederlander is het allemaal van een te wantrouwen hocus-pocus, maar zelfs die bescheiden bron in mijn dorp Fontcouverte, 'la Source de Fontcalel', 't water daarvan? Ik zag eens een keer iemand daar flessen met dat bronwater vullen en ik vroeg: "Is 't lekker water? Doet u het daarom?" De dorpelingen hier zijn nogal gesloten van karakter, maar ik kreeg een openhartig antwoord: "Nee, ik heb af en toe last van exceem op m'n billen en als ik die plek met een nat washandje met dit water dep dan gaat het weer voor een tijdje over."


Coll. 'de Franse verleiding'

A.Pessy, Guide des Étrangers à Menton accompagné d'une carte dressée avec soin, indiquant l'Itinéraire des Promenades et Excursions à faire dans un rayon de six lieues. Troisième Édition. Menton, à L'Établissement littéraire Papy, 1870.


Coll. 'de Franse verleiding'

Amédée Goubet, Cannes-Guide. Promenades de Cannes et ses environs. Historique - Flore - Géologie. Climatologie Par le Docteur Bernard. Renseignement sur la ville. Cannes, Paul Maillan, 1875.


Coll. 'de Franse verleiding'

Paul Joanne, Les Stations d'Hiver de la Méditerranée. Nice, Hyères - Cannes - Monaco - Menton - Bordighera -SanRemo. Collection Joanne - Guides Diamant. Paris, Librairie Hachette et Cie., 1878.

Moesten de Alpen en het bergbeklimmen, laat staan de wintersport nog min of meer 'uitgevonden' worden, de Méditerrane kuststrook was inmiddels voor het overwinteren van de zeer welgestelden tot luxe-paradijs omgetoverd. Boulevards werden aangelegd, palmbomen en mimosa van elders gehaald, grandioze hotels - 'palaces' - waren verrezen en chique villa's gebouwd. Pas na 'la Grande Guerre' - de Eerste Wereldoorlog - veranderde de kust die inmiddels ook een naam had gekregen van karakter. Maar net zoals met het kuren was een verblijf aan die kust vanwege gezondheidsredenen of werd ter rechtvaardiging opgedist.


Coll. 'de Franse verleiding'

Al in 1863 werd in Monte-Carlo haar eerste, nog bescheiden casino geopend, maar weldra vanwege het doorslaande succes in 1879 opgevolgd door het huidige, majestueuze 'paleis' naar ontwerp van de beroemde architect Charles Garnier, ontwerper van de al even majestueuze 'L'Opéra de Paris'. De logiva wil natuurlijk dat er meer vermogen verloren ging dan dat er werd gewonnen. Marcellus Emants schreef er al in 1886 indringend over en zijn observaties worden later hier bijgevoegd.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Gids voor de Vreemdeling te La Bourboule' - uit 1880.

La Bourboule-les Thermes ligt in de vulkanische Auvergne en de oorsprong van het geneeskrachtig bronwater dateert al vananf de Gallo-Roeinse tijd, dus iets na het begin van onze jaartelling. Toen misschien ook al, maar tegenwoordig heeft het bronweter een helende of in ieder geval verlichtende werking bij ademshaling problemen en huiaandoeningen, met name brandwonden. Zoals met zovele kuuroorden werden de jaren van 'la Belle Epoque' (1900-1940) qua architecture bepaald door door de stijl van die tijd.


Lynne Withey's 'Grand Tours and Cook's Tours. A History of Leisure Travel, 1750 to 1915'. New York, William Morrow and Company Inc., 1997. Het was de diepgelovige Brit Thomas Cook (1808-1892) die reizen en vakantie binnen het bereik bracht van de kleine burgerman en een enkele arbeider. Zijn eerste groepsreis betrof nota bene een treintocht in 1841 naar een anti-alcoholcongres en van het één kwam het ander: verheffing was zijn roeping. Cook's groepsreizen worden wel gezien als het begin van de toeristenindustrie.


Coll. 'de Franse verleiding'

Jean-Yves Andrieux et Patrick Harismendy (dir.), Initiateurs et entrepreneurs culturels du tourisme (1850-1950). Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2011.

Ook in Frankrijk kwam halverwege de negentiende een waarachtige toeristenindustrie op gang, want wat voor die tijd zich in Parijs en aan de Côte d'Azur voltrok was kinderspel in vergelijk met wat zou komen.


En weer gaan we verder, want juist in die periode, die van Thomas Cook, toen kwam qua 'zich verplaatsen' alles 'in beweging' in vergelijk met de voorafgaande eeuwen. En wel massaal:

Wolfgang Schivelbusch, Geschichte der Eisenbahn. Zur Industrialisierung von Raum und Zeit im 19-Jahrhundert. Frankfurt am Main, Fischer, 2000 (6. Auflage:2015).

Coll. 'de Franse verleiding'


En let op wat er in Frankrijk gebeurde qua aanleg van spoorlijnen en bedenkt dat dit voornamelijk handmatig door zwoegende arbeiders gerealiseerd werd, natuurlijk geholpen door paardenkracht:

1840-------497 kilomètres
1850-----2.915 kilomètres
1860-----9.167 kilomètres
1870----15.544 kilomètres
1880----23.089 kilomètres
2019----30.000 kilomètres

Hier in beeld de inspanning die Frankrijk sociaal-economisch veranderde. Noodgedwongen te klein, maar kijk van links naar rechts en van boven naar onder: 1837, 1846, 1851, 1856, 1860 en onderaan rechts 1875. Pas enkele jaren later kwam er een spoorverbinding tussen Nederland en Frankrijk tot stand dat grote gevolgen had.

Coll. 'de Franse verleiding'


Zie wat zich in Frankrijk in zo'n vijftig jaar voltrok qua aanleg van een steeds dichter wordend netwerk aan spoorlijnen en zie hieronder wat in Parijs aan netwerk werd aangelegd, maar iets heel anders: 'les tubes pneumatiques', zeg maar een 'hogedrukbuizennetwerk'.

Wéér was het een Schot die op een uniek idee kwam: stop in een smalle buis een nog smaller kokertje met daarin een bericht, voorwerpje of, vooral, waardepapieren en dat met luchtdruk van de ene kant naar de andere kant te blazen of te zuigen (daar ben ik tot nu toe nog niet achtergekomen, wel dat het een kwestie was van overdruk of vacuüm). Die Schot richtte een bedrijf op en in 1853 zoefde z'n eerste kokertje van de Londense beurs naar het hoofdpostkantoor, een afstand van 200 meter. Eerst keken de Parijzenaars de kat uit de boom, maar vanaf 1866 was het hek van de dam. Als dolerenden legden ze in een paar jaar tijds al kilometers buizenpost aan, tussen gebouwen en in gebouwen. Rond 1934 stond de teller op maar liefst zo'n 467 kilometer aan buizen! De dossiers werden dikker, de pakjes werden groter en de electronica en de koeriers haalden het ingenieuze systeem in dat voor het laatst in 1984 de capsules door Parijs rondpompte. Edoch, her en daar functioneert binnen 'complexen' het buizenstelsel nog steeds.

En dat geeft me nu te denken. Ooit heb ik een cassière gezien die de handeling verrichtte: ze vulde een metalen cylindertje met mijn papiergeld, gaf een klap op een roze-rode rubberen afsluitring, stopte het in zo'n buis en enige minuten later kwam mijn wisselgeld in zo'n cylindertje terug. Hoe zij nou wist dat het op 'mijn' cylindertje en geld ging? "Toen was het waarschijnlijk nog niet zo druk", bedenk ik me nu.
Maar was het nou in de Amsterdamse Bijenkorf dat ik het 'event' voor het eerst meemaakte of toch in één van die grote Parijse warenhuizen? En zo struinde ik zonder enig resultaat het internet af en ondervroeg Amsterdamse vrienden 'van zekere leeftijd' die er geen herinnering aan hadden, dus hou ik het op 'La Samaritaine' of 'Les Galeries Lafayette'. Wat betreft Lafayette weet ik het nu zo goed als zeker, want uit Jean-Claude Daumas' z'n 'La Révolution Matérielle' (pagina 130; zie literatuurlijst) blijkt dat dit warenhuis in de negentiende eeuw over zo'n buizenstelsel beschikte. Het twintigste eeuwse management zal toch niet zo gek zijn geweest om opdracht gegeven te hebben het eruit te slopen? Nu, in de éénentwintigste eeuw, zou het me trouwens niet meer verbazen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Bertall et Scott (Dessins par), Les Plages de France. Manche - Océan - Méditerranée. Paris, C. Marpon et E. Flammarion Editeurs, 26, Rue Racine, près l'Odéon, 1880.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Le droit à la paresse', 'Het recht op luiheid' en geschreven door nota bene de schoonzoon van Karl Marx was één van die schoten voor de boeg in de oplaaiende strijd om kortere arbeidsdagen. Dagen. In die tijd werkte de arbeider 70 uur per week, met waar mogelijk alleen de zondag vrij!


Les Merveilles de la Science ou Description Populaire des Inventions Modernes par Louis Figuier
-------
Photographie - Stéréographie - Poudres de Guerre - Artillerie Ancienne et Moderne - Armes à Feu Portatives - Batiments Cuirassés - Drainage - Pisciculture
***
Paris, Furne, Jouvet et Cie. Editeurs.
45, Rue Saint-André-des-Arts, 45
M DCCC LXIX (= 1869)
Coll. 'de Franse verleiding'.

Die wereldtentoonstellingen, de eerste vond in 1851 in Londen plaats, maar Parijs nam vervolgens vanaf 1855 decennialang glorieus de fakkel over, was mede bedoeld als uiting van de suprematie van de Westerse wereld, zo'n beetje als het hier boven al aangehaalde 'Le monde est à nous' ('Aan ons behoort de wereld'). Het steeds in aantal groeiende bezoekerspubliek kon zich vergapen aan en uitproberen van de telefoon, electriciteit, tal van voor die tijd geavanceerde machinerieën, wapentuig, de lift, de loopband, de naaimachine, de fiets, de auto en ook ketchup! De wereldtentoonstellingen vormden mede de eerste voorschoten en voorproef van wat later de 'consumptiemaatschappij' zou worden.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Met de komst van de trein en uiteindelijk ook een directe verbinding met Frankrijk groeide tevens het aantal Hollands-Franse en Frans Hollandse woordenboeken, waarvan het bovenstaande, fraai gebonden deeltje uit 1891 getuigd. Gingen deze deeltjes ook over 'Idiotismmes', Galieismes en Batavismes zelfs, 'Parisismes' van Dr. Césaire Villatte dat ene H.W.F. Bonte omwerkte tot Fransch-Nederlands woordenboek wel een stapje verder: het nam ook veel streek- en zelfs wijkgebonden jargon op, bargoens, zeg maar gerust platvloers taalgebruik. Vandaar dan ook de volgende waarschuwing:
"Dit boek is volstrekt niet geschreven voor de Fransch leerende jeugd, maar voor volwassenen bestemd. Het ligt in den aard der zaak, dat eene verzameling van woorden, die voor het grootste deel ontleend zijn aan de taal der dieven en moordenaars, der veile deernen en der laagste volksklassen, eene menigte vuile, cynische uitdrukingen bevat, die, ter wille van de originaliteit - al is er zooveel mogelijk naar welvoeglijkheid gestreefd - dikwijls moeten vertaald worden, door de overeenkomstige even krasse Nederlandsche uitdrukkingen.
In het belang der zaak verzoeken wij de lezer zich daaraan niet te ergeren."


Coll. 'de Franse verleiding'

Ach, de Parijse poéet en volkszanger Aristide Bruant (1851-1925), hier vereeuwigd door Toulouse-Lautrec, wordt nog steeds vereenzelvigd met het Montmartre van ooit, maar elders, op het toppunt van zijn roem rond 1890 zong hij in tal van andere plaatsen ook en dat werd als het ware aangekondigd met de publicatie van de zangbundel 'Dans la rue' in 1889. In de jaren 1950 en '60 hing zijn door Toulouse-Lautrec geschilderde portret als affiche in menige Hollands tienerkamer. Was Bruant in zekere zin een overleefde popster, maar symbool van Hollandse Parijs-nostalgie, eind jaren 1960 overwon het politieke en Che Guevarra kwam er voor in de plaats.
Zouden er nog affiches hangen op die tienerkamers of zijn die verdrongen door flat screens, waarmee je naar believen van hot naar her springt. 'The liquid society'?


Raf de Bont & Ton Verschaffel (red.), Het verderf van Parijs. Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2004.

Coll. 'de Franse verleiding'

Dat 'verderf' bestond uit van alles, van extremen ook, bijvoorbeeld die van de chique mode, van sieraden en van parfum, in scherp contrast met extreme armoede. Zo bleef de Parijse clochard net als Montmartre en de Eiffeltoren nog lange tijd evenzeer een 'zinnebeeld' van Parijs, onderdeel van haar imago. Dan waren er de wijdverbreide prostitie en lichtere zeden in vergelijk met bijvoorbeeld Nederland en er bestond een levendig, maar soms wat al te vaak lichtzinnig nachtelijk uitgaansleven. En daar was ook de criminaliteit. 'Parijs bij nacht' was uitdagend, maar ook spannend, risicovol, vooral door het fenomeen van 'les appaches', groepjes schorem bestaande uit zakkenrollers, messenstekers, pooiers en ander gespuis en geteisem die hele buurten onveilig maakten. Opvallend genoeg meetten zij zich uiterlijk maar al te vaak een identiteit aan, zoals een rood sjaaltje. De Coll. 'de Franse verleiding' beschikt over een nu onvindbaar verslag door ene Johan Schmidt die 'zo dapper, kranig en heldhaftig' was geweest zich te mengen in die kringen en er in onderstaand boek verslag van deed. Het zal zo uit 1910 stammen.

Coll. 'de Franse verleiding'


Marc Boyer, L’hiver dans le Midi. L’invention de la Côte d’Azur, XVIIIe – XXXIe siècle. Paris, L'Harmattan, 2009.

Coll. 'de Franse verleiding'


L'invention de la Côte d'Azur?
De uitvinding van de Côte d'Azur?

Daar kwam veel voor kijken, zelfs de naam! Want die Frans mediterrane kuststrook had eigenlijk nog geen naam.
Totdat de schrijver Stéphen Liégeard eind 1887 een lyrische beschrijving publiceerde met als titel ..... 'La Côte d'Azur'.
En dàt bekleef, althans bij de Fransen.

Coll. 'de Franse verleiding'

Met alles wat er inmiddels gebeurd was met 'zijn' Côte d'Azur en nog gaande was, had Stéphen Liégard een vooruitziende blik en zo schreef hij: "Binnen twinig jaar, of misschien wel eerder, zal Thomas Cook hier zijn triomferende bussen laten rondtoeren: haast U dus, tegenstanders van het profanum vulgus!" Ook zonder kennis van het Latijn weet u precies wat hier bedoeld werd.


Vreemd eigenlijk dat Nederlanders tot ver in de twintigste eeuw consequent spraken van 'de Rivièra'. De omslag kwam waarschijnlijk mede door het televisieprogramma 'Villa Felderhof'van de NCRV met presentator Rik Felderhof. Het programma bestond van 1996 tot 2010 en speelde zich af rond een luxe villa in Ramatuelle, een dorpje in de buurt van de Golf van Saint-Tropez, aan de Côte d'Azur, waar bekende Nederlanders door Felderhof werden genodigd en geïnterviewd.


Een 'Carte Routière Vélocipédique de France' uit 1888 ... . Coll. 'de Franse verleiding' Een kaart voor de fietser, un 'vélocipédiste'. Een fiets heette in Frankrijk van toen een 'vélocipède'. Het vreemde woord vormt een uit het Latijns samengevoegd 'velox', 'velocis' = 'snel' plus het 'pède' = 'voeten', zoiets ongeveer, en dat maakt alles tot 'met 'snelle voeten'. Hoe de Nederlanders aan het woord 'fiets' zijn gekomen is voor de Nederlandse woordgeschiedkundigen, etymologisten, vooralsnog onduidelijk.

Coll. 'de Franse verleiding'

Maar zie hier welke vlucht ook de fiets in Frankrijk toen nam:

1890.......50 000
1895......300 000
1900......980 000
1907....2 224 000


Coll. 'de Franse verleiding'

In Grenoble werd het eerste Franse toeristeninformatiebureau opgericht, in 1889. Dit wordt door de formalistisch denkende Fransen wel gezien als het startpunt van de toeristenindustrie in Frankrijk. En dat is dus flauwekul. Zeker in Parijs en aan de Côte d'Azur bestond er al meer dan een eeuw een informele toeristenindustrie.


Coll. 'de Franse verleiding'

De Dion-Bouton kan worden beschouwd als één van de oudste Franse automerken en de stoot daartoe werd in 1883 gegeven door ene graaf Albert de Dion, die nog steeds als de vader van de Frannse autoindustrie beschouwd wordt. Onder andere sloot ook ene George Bouton zich bij de onderneming aan en vandaar die naam. 't Begon allemaal met stoomauto's, driewielers, 'tricycles', al gauw volgde een 'quadricycle', een viertaktmotor werd ontwikkeld en dat leidde vervolgens in 1899 tot een waarachtige automobiel, met die viertaktmotor. Er bestonden in die tijd ruim meer dan 50 autofabrikanten, maar: "In 1900 was de Dion-Bouton de grootste autofabrikant ter wereld. Er werden 400 auto's en 3200 motoren afgeleverd ..". Dion-Bouton gaf ook als eerste wegenkaarten uit nog voordat Michelin zich op die markt wierp ter promotie van het autorijden. Hier dus de ornamentele op linnen geplakte deelkaartjes van Dion-Bouton die tezamen een klein deel van het zuidwesten van Frankrijk dekten. Coll. 'de Franse verleiding' In 1932 stopte Dion-Bouton met de productie van personenauto's.


Wolfgang Schivelbusch weer, hier met zijn 'Lichtblicke: Zur Geschichte der künstlichen Heiligkeit im 19. Jahrhundert' uit 2004.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

En Parijs kreeg als bijnaam 'de Lichtstad'.
Over het waarom en wanneer daarvan verschillen de meningen. Vooralsnog heeft mijn speurwerk geen uitsluitsel gegeven, maar mijn inschatting ligt zo halverwege de negentiende eeuw of net iets later.

Gelet op oude reisgidsen die ik geraadpleegd heb, lijkt me wat 'theculturetrip.com' erover schrijfteen fabeltje:

How Paris really came to be called ‘The City of Light’?
"The real reason for the city’s name actually stems from the mid-17th century, when Louis XIV, otherwise known as Louis the Great (Louis le Grand) or the Sun King (Roi Soleil), was on the throne. After a prolonged period of war and domestic civil strife, the king was committed to restoring the public’s faith in law and order.
On March 15, 1667, Louis XIV made Gabriel Nicolas de la Reynie the Lieutenant General of Police, entrusting him with the task of making Paris more safe. In addition to quadrupling the number of policemen in the city, one of the measures was to install more lighting. Lanterns were placed on almost every main street and residents were asked to light their windows with candles and oil lamps. The idea was to prevent lawbreakers from dodging the police or hiding in dark alleys, therefore reducing the crime rate. From here on, the city gained the nickname La Ville-Lumière (‘The City of Light’)."

Binnenkort verhaal ik over mijn speurtocht en het werkelijke antwoord.


Coll. 'de Franse verleiding'

Maar we zijn niet alleen op buitenlandse onderzoekers aangewezen. Hier een alleraardigst boekje van de onvolprezen journalist-schrijver Herman Besselaar met zijn uit 1968 stammende 'Het Licht der Lamplantaren. Kleine geschiedenis van de straatverlichting.'

Een tekening van Parijs kon niet ontbreken, want 'la Ville Lumière' liep qua straatverlichting voorop.

'De Avenue de l'Opéra, verlicht door de 'kaarsen' van Jablochkoff'. Ooit van gehoord?


Was stoom een uitvinding, gas kwam en elektriciteit kwam er in de tweede helft van de negentiende eeuw nog eens over heen. En ik citeer hier, u wilt het niet geloven, een kort artikel geschreven door Dick Keijzer in de 'Nieuwsbrief Stationseiland Amsterdam Centraal, nr 10, jaargang 3, mei 2003':

Een verlichte tijd
Duizenden Amsterdammers verzamelden zich in februari 1904 op het Stationsplein. Hier werd voor het eerst in de stad elektrische straatverlichting ontstoken. Een gebeuren dat men niet wilde missen. In totaal 24 lantaarnpalen met de hoogst moderne 'vlambooglampen' zorgden voor een sprookjesachtig schouwspel.
Bij de opening van het Centraal Station, op 15 oktober 1889, werden het gebouw, de perrons en het Stationsplein verlicht met gaslampen. Zo'n zevenduizend gaslantaarnpalen telde de Amsterdamse stadsverlichting toen. Het gas werd geleverd door de Imperial Continental Gas Association. De onderneming had twee gasfabrieken, één bij de Linnaeusstraat en één bij de Westergasfabriek aan de Haarlemmerweg.
In 1900 besloot de gemeente Amsterdam aan de Hoogte Kadijk een elektriciteitscentrale te bouwen en deze in eigen beheer te exploiteren. Nederland liep duidelijk achter bij andere Europese landen met de elektrificatie. Een Duitse firma, de Allgemeine Elektrizitäts Gesellschaft uit Berlijn, had de kennis en ervaring om de generatoren te leveren en te installeren. De Nederlandse industrie mocht en kon slechts voor de 'randapparatuur' zorge, zoals stoomketels, stoommachines en leidingen.
Naar goed Amsterdams gebruik protesteerde een actiegroep tegen de bouw van de centrale. "Wat mankeert er aan het vertrouwde gaslicht? De gevaarlijke open gasvlammen in de lantaarnpalen zijn immers vervangen door de veilige gasgloeilichten, die toch ruimschoots voldoen? Nee", zo schreef de actiegroep in een brochure aan de gemeenteraad en bevolking, "de centrale is duur en niet nodig, daar de behoefte aan elektrisch licht slechts een behoefte aan weelde is."
Ondanks dit protest ging de bouw door en werd de centrale Hoogte Kadijk op 27 december 1903 in gebruik genomen. Met een intensieve reclamecampagne werd de 'stroom' aan de man gebracht. Het voorzien van het Stationsplein - als eerste stukje Amsterdam - van elektrische straatverlichting paste in de verkoopstrategie.

Wat heeft dit nou allemaal te maken met de relatie Nederland - Frankrijk? Gewoon, omdat het veelzeggend is.
Al in 1869 telde Parijs maar liefst 23.325 gaslantaarns, de zogenaamde 'becs à gaz', die iedere avond handmatig dienden te worden ontstoken en idem dito iedere ochtend om ze weer te doven. Vanaf 1844 al experimenteerde de stad Parijs met elektrische straatverlichting, maar de doorbraak kwam in 1878 ter begeleiding van de derde Parijse Wereldtentoonstelling: verscheidene pleinen en boulevards werden voorzien van elektrische straatverlichting en door dit alles, van gasverlichting tot elektriciteit, kreeg Parijs de bijnaam 'de Lichtstad' oftewel 'la Ville Lumière'.


Coll. 'de Franse verleiding'

Dit is dan de voorkant van een sjieke en uitklapbare kartonnen cassette met negen boekdeeltjes die tezamen de 'Geïllustreerde Gids voor Hollandsche Reizigers van en naar Indië via Genua en Marseille' vormen, geschreven door ene A.S.H. Booms, Gep. Luit.-Kol.O.-I.Leger. Coll. 'de Franse verleiding'.

De flappen van de cassette en ook de boekdeeltjes staan vol van advertenties van, bijvoorbeeld, de 'Rotterdamsche Lloyd', die in Marseille zelfs kantoor hield, maar ook van 'Ruys & Co.' en de 'Stoomvaart Maatschappij "Nederland" '. Deze laatste had vooral Genua als aanlegplaats. De gids werd voor het eerst uitgegeven in 1896 en vele 'herziene en vermeerderde uitgaven' zouden nog volgen. 't Bevatte deeltjes zoals 'Geïllustreerde Gids voor Parijs en omgeving', 'De Landreis van Holland naar Marseille' en bijvoorbeeld ook 'De Zeereis naar Indië via Genua en Marseille; Indië en Holland'. Dit laatst genoemde deeltje is vanwege dat 'Holland' opmerkelijk, want kennelijk bedoeld voor in Indië geboren Nederlanders die voor het eerst het land 'hunner ouders' bezochten. Dat kwam natuurlijk ook voor.

Waarom zoveel aandacht voor deze prachtige cassette? Simpelweg omdat het staat voor een lange geschiedenis met veel historische mijlpalen aangaande het Nederlandse reizen naar het zuiden en verder. Een heel verhaal, een verhaal over stoom, van boten, bruggen en treinen.

Daar gaan we.

Eerst dat stoom dan. Dat behoort tot de categorie 'sinds mensenheugenis', maar om er een machine mee aan te drijven, ach, op die gedachte kwam een Engelse enkeling voor het eerst rond 1700 en werd ermee geëxpirimenteerd. Maar het was de perfectionering door de Engelsman James Watt in 1765 waardoor het algehele toepassing kreeg. 't Vormde min of meer haar zegevierende 'doorstart' tijdens de Industriele Revolutie die rond 1760 langzaam op gang kwam en uiteindelijk hele fabrieken ging aandrijven en zo'n halve eeuw later ook transport.

In 1804 zette ene Richard Trevithic, weer een Engelse uitvinder, als eerste onder zo'n stoommachine een viertal wielen en dat alles bij elkaar was dus de eerste locomotief; 't Was heel wat uiteraard, maar die gevaarten zo langzaam dat een wandelaar ze nog makkelijk kon bijbenen. Maar de Engelsen lieten het hier natuurlijk niet bij zitten. Zo reed er al in 1830 een locomotief met een snelheid van 50 km/uur over de eerste spoorlijn van de wereld, weer in dat Engeland. De Engelsen waren in die tijd op vele gebieden voorlopers, ook, zoals zal blijken, op het gebied van toerisme. Zo werden na de Côte d'Azur bijvoorbeeld door hen ook de Alpen 'uitgevonden'.

In de Nederland omringende landen kwam het al gauw tot een zich snel uitbreidend spoorwegnet, ook in Frankrijk en Belgie, terwijl Nederland er aanvankelijk hopeloos op achter liep. Tekenend in dat verband was het reisverslag dat de Gorkumse uitgever en boekverkoper Jacobus Noorduyn er op nahield tijdens zijn uitstapje in 1836 naar Brussel. Zijn schrijfsel is als door een wonder bewaard gebleven en we mogen daarvoor de 'Erven Noorduyn' dankbaar zijn.

Op 23 augustus stapte Noorduyn 's ochtends in Gorinchem op de diligence van Van Gent en Loos met Antwerpen als bestemming en werd via Sleeuwijk, Geertruidenberg, Breda, Zundert, Wernhout, Wuustwezel naar Brasschaat gereden.

Wat een tijdrovend gedoe was dat nog voor een Hollander in 1836.

De volgende ochtend trok hij per diligence verder. Eenmaal in Antwerpen kocht hij kaartjes voor ‘den ijzeren spoorweg naar Brussel, alsmede voor den omnibus die hem naar het vertrekpunt bracht. Even daarna zag hij voor het eerst van zijn leven inderdaad zo'n omnibus. Toen ten teken van vertrek de trompet geblazen werd zag hij “dat vreemde rijtuig staan, hetwelk reeds eenige jaren door de straten van Parijs zweeft, en in navolging daarvan nu ook in Brussel en Antwerpen is overgebragt. Hetzelve was ongeveer 14 a 15 voeten lang, de ingang is van achteren en staat altoos open, terwijl de zitbanken aan de zijden zijn geplaatst. Bij mijne komst zaten er reeds 16 of 18 personen in geschaard, en klom ik met eenige anderen boven op het zelve, waar zich almede een aantal zitplaatsen bevonden.” Vervolgens verbaasde hij zich er over dat er talrijke van die omnibussen rondreden.
Was de omnibus een nieuw fenomeen voor hem, eenmaal bij het station werd hij
“door een geheel nieuw en allervreemdst schouwspel" getroffen.

Voor het eerst in zijn leven zag Noorduyn een trein. Het tafereel is zo nieuw voor hem dat hij z’n lezers omstandig moet uitleggen wat 't ‘vreemd zamenstel’ behelste:

“In den grond zag ik over den geheele weg doorkliefde boomen liggen, van 12 a 14 duim r. l. breedte, met eene tusschenruimte van 1 ½ voet, met het platte gedeelte in den grond gewerkt, zoodat de ruggen of het ronde gedeelte der boomen met de oppervlakte gelijk liggen. In dit ronde gedeelte zijn ijzeren dragers gevestigd, waarop ijzeren staven rusten, die over de geheele lengte van den weg loopen, ongeveer 2 duimen r. l. hoog en breed. Deze ijzeren staven vormen het spoor, waarover de raderen der rijtuigen loopen.” De vierkanten bakken, ‘waggon genaamd’ zijn ofwel open, sommigen als tenten bedekt en een enkele ‘gemaakt en ingerigt als onze gewone driedubbele diligences.”

De prijs van een kaartje vindt hij geen geld gelet op het feit dat wat anders 9 uur reistijd had genomen nu in vijf kwartier werd afgelegd. Noorduyn was nog in bewondering “opgetogen over de verbazende hoogte, waartoe het menschelijk vernuft, vooral in de werktuigkunde, in deze eeuw gestegen is” toen - hij had er nog geen woord voor - een ander voertuig ten tonele verscheen: “eene, op lage wielen geplaatste, groote ton. Voor op dezelve was een schoorsteen, als die op onze stoomboten, geplaatst, en achter den schoorsteen de buis, waardoor zich de overtollige stoom, met een hevig geruisch, eenen weg baande.”

Wat de Nederlanders later als locomotief leerden te betitelen rangeerde, haakte aan en de trein ‘met ongeveer 300 a 400 reizigers, van beider geslacht** en allerlei standen’** zette zich zachtjes in beweging. En zo ‘zweefde’ Noorduyn in 5 kwartier - de regering had uit veiligheidsoverwegingen 4 kwartier verboden - van Antwerpen over Mechelen naar Brussel. Hij was plat van de ‘verbazende vlucht’.
(Bron: Jacobus Noorduyn , Herinneringen van een uitstapje naar Brussel in audustus 1836. Leiden, Primavera Pers, 1994.)

Terwijl België allang aansluiting had gevonden met het in rap tempo groeiende Franse spoorwegnet kon van een aansluiting met Nederland nog geen sprake zijn. want de eerste strekke spoor - die tussen Amsterdam en Haarlem - kwam pas gereed in september 1839. Maar zou Noorduyn zijn reisje naar Brussel tien jaar later ondernomen hebben, dan zou hij vanuit Brussel met de trein doorgereis kunnen hebben naar Parijs, want vanf half juni 1846 was de spoortreinverbinding tussen Parijs en Brussel gerealiseerd en in datzelfde jaar eveneens Parijs-Lille!

Wat Nederland-België aanging duurde het nog tot 1852 dat er een overeenkomst gesloten werd tussen de Belgische en Nederlandse regeringen en met grootindustriëlen en grootgrondbezitters en kwam in mei 1855 de spoorweglijn Antwerpen - Zevenaar - Moerdijk gereed. En daar, vanuit het zuiden komend, was het overigens weer een kwestie van een boot te nemen, maar wel inmiddels een stoomboot.

Ook elders in de wereld werd gewerkt aan een project dat het reizen, zeker 'op de Oost', danig zou gaan beïnvloeden: in 1869 kwam namelijk, met als drijvende kracht de Fransman Ferdinand de Lesseps, het Suez-kanaal gereed. Het 193 kilometer lange kanaal loopt van Port Said aan de Middellandse Zee naar Suez aan de Indische Oceaan en vormt daarmee de scheiding tussen Afrika an Azië.

Voor Nederlandse Indië-gangers was dat al heel wat, want men hoefde niet meer helemaal om Afrika en Kaap de Goede Hoop te varen, toen toch en in weerwil van innovatie een zeiltocht van drie maanden, want een zeiltocht bleef het vooralsnog. Met de benodigde hoeveelheid kolen die nodig was om zo'n reis te volbrengen was simpelweg geen ruimte voor passagiers.

Voorafgaande aan het Suez-kanaal was er nog enige tijd sprake van een 'overlandroute' naar Indië, juist ook weer in de contreien van dat latere Suez-kanaal, maar wel met een stoomboot via Southampton en bijvoorbeeld Napels ook, want daar konden weer steenkolen gebunkerd worden. Voort naar Alexandrië en dan, hup op een kameel heen en weer geslingerd door de woestijn naar de Indische Oceaan. Die route duurde aanzienlijk korter dan die maandenlange zeiltocht rondom Kaap de Goede Hoop: tussen de acht à negen weken.

Maar er kwam meer aan, in Nederland nog wel, want zoals inmiddels duidelijk was men daar in die tijd nog niet echt voortvaardig, er heerste een 'Jan Salie-geest' of, anders gezegd, een soort van overgave aan een 'Laat maar waaien'-mentaliteit.
Zo dacht men rond 1840 nog dat het vanwege kruiend ijs gedurende de wintermaanden het technisch onmogelijk zou zijn houdbare bruggen over de grote rivieren te slaan en zeker niet over dat brede Hollandsch Diep. Die dienst moest maar met stoomveren onderhouden blijven, zelfs na de realisering in 1855 van dat treinstation bij Moerdijk.

Edoch toch, maar na veel vijfen en zessen, begonnen de ondernemers Adriaan Volker en neef DirK Volker in 1868 met baggeren in dat Hollandsch Diep, de tien vaste pijlers van de brug te bouwen, alsmede de landhoofden en de noodzakelijke dammen aan te leggen. Maar wie waren hun hoofdopdrachtgevers? Want zo'n groot werk, los natuurlijk van al die drooggelegde polders, was bouwtechnisch zoiets nog nooit vertoond in onze delta, een brug tussen het noordelijke Willemstad en het zuidelijke Moerdijk en wel over dat brede en soms woest tekeer gaande Hollandsch Diep!
De enkelsporige vakwerkbrug bestond uit veertien boogvormige overspanningen van elk ruim honderd meter, die aan de oever waren gebouwd en vervolgens naar hun plaats werden gevaren. De overspanningen werden vervaardigd door de 'Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen' te Amsterdam in 1869-1871. Bij de opening in 1872 was de Moerdijkbrug de langste brug van Europa.

De spannende vraag is natuurlijk wie de uiteindelijke initiatief- en opdrachtgever was. Dat wist ik aanvankelijk niet te achterhalen. Was het de Staat, was het de Hollansche IJzeren Spoorweg Maatschappij of een combinatie van beide?

Toch was die Moerdijkbrug nog steeds niet voldoende voor één vloeiende, ononderbroken treinverbinding met het zuiden, want Rotterdam met de Maas, al haar vaargeulen en kanalen moest nog overbrugd worden, zelfs met een te bouwen viaduct. Maar daarvan kwam het vanwege ambtelijk en politiek gesteggel pas jaren later.

"Over het lange spoorwegviaduct boven de gedempte Binnenrotte trekt rommelend en rokerig een stoomtrein op naar de rivier. Voor de passerende scheepvaart daar geldt elke passerende trein als een ramp." Bron: Jan van Borselen, Sporen in Rotterdam. Stadsgeschiedenis rondom de trein, 1993.

Om de toestand in die periode te verduidelijken is het aardig de reisgids van Plantenga 'Belgie met de reizen tot Parijs' uit 1873 aan te halen.

Opmerkelijk genoeg en in weerwil van die Moerdijkbrug staat er:
"De Spoorwegverbinding tusschen Rotterdam en Antwerpen laat vooralsnog veel te wenschen over. De Nederlandsch-Belgische spoorweg loopt slechts van den Moerdijk naar Antwerpen. Van Rotterdam naar Moerdijk geschiedt de overtocht met stoomboten. De reis van Rotterdam per boot naar den Moerdijk heeft in 2 1/2 uur plaats, en van daar per spoor naar Antwerpen in 1 uur 50 minuten. De staatsspoorweg tusschen Rotterdam en den Moerdijk, met de belangrijke bruggen over de Maas te Rotterdam en te Dordrecht en over het Hollandsche Diep tussen Willemsdorp en den Moerdijk, is in aanbouw."

Eén ding leren we hier in ieder geval en wel dat het de staat was die opdracht tot de bouw van de Moerdijkbrug had gegeven en uitbesteed. Wat betreft het functioneren van die brug in haar begintijd is het van tweeen één: of Plantenga actualiseerde zijn gidsjes niet of de Moerdijkbrug stond er wel, maar was nog niet in functie. Dat laatste is na enig denkwerk 't meest waarschijnlijke, want waar hadden die treinen vanuit het noorden vandaan moeten komen? Of hadden ze uit het zuiden moeten komen? Konden die locomotieven dan ook in hun 'achteruit'? Had men in Willemstad voor treinen een draaischijf, keerdriehoek of keerlus geconstrueerd? 't Zal niet, zo vermoed ik, de brug lag er een paar jaar voor nop.

"Het toenemende treinverkeer is iets waar de bedrijvige binnenstad mee moet leren leven. Als een stoomtrein de lawaaierige brug over de Steigersgracht passeert is het rumoer compleet." Bron: Jan Willem van Borselen, Sporen in Rotterdam. Stadsgeschiedenis rondom de trein, 1993.

En zo nu dus wederom de problematische kwestie Rotterdam:

"De officiële beproeving van de nieuwe spoorlijn door Rotterdam inclusief alle bruggen - vindt plaats op 30 januari 1877 en begint om acht uur 's morgens. Er komen tien zware locomotieven met tender aan te pas, plus zes goederenwagons die elk tien ton spoorrails dragen. Naast elkaar kruipen twee treinen - bij elkaar 500.000 kilo zwaar - stapvoets over beide sporen vanaf de linker Maasoever het traject langs, om op alle belangrijke punten een tijdje stil te staan: houdt de constructie het? (-) Stap voo stap verloopt de proefrit prima. Zo wordt als doorbuiging op de grote spoorbrug over de Maas slechts 22 millimeter gemeten, een stuk minder dan is toegestaan. Rond half vier 's middags wodt de beproevig afgerond met een snelle rit - van noord naar zuid - over het hele traject." Op de 28-ste april 1877 isde feestelijke opening. "De treinrit boven de stad en rivier laat een uitbundig versierde stad zien. Er wordt volop gevlagd langs het traject (-)." (Bron: Jan Willem van Borselen, Sporen in Rotterdam. Stadsgeschiedenis rondom de trein. 1993.)

Dit alles was weliswaar geen Bataafsche, mùaar wel een Hollandsche Revolutie, want voor het eerst in de geschiedenis kon de Hollander van boven de rivieren zonder een boot te nemen naar het zuiden reizen, werd de reis naar Indië reusachtig bekort, kwam Parijs op één dag reizen te liggen en al met al net op tijd voor de spectaculaire 'Exposition Universelle' van 1878!

-------------

** Let hier op 'beider geslacht' en op 'allerlei standen'. Dat was dus voor Noorduyn opmerkelijk en kennelijk was Nederland qua 'beider geslacht' en 'allerlei standen' nog een zeer gespleten samenleving. Zulke observaties, die maken voor mij reisverslagen meestal veel interessanter dan de moderne reisgidsen, een enkele uitzondering daargelaten.

Souvenir de l'Exposition Universelle Paris 1878.
Coll. 'de Franse verleiding'.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Conrad Busken Huet, Parijs en omstreken. Tweede druk, herzien door G. Busken Huet. Haarlem, H.D. Tjeenk Willink, 1889.

In 1878, ter gelegenheid van de derde Parijse 'Exposition Universelle', publiceerde de literator en literair criticus Conrad Busken Huet (1826-1886) voor hedendaagse begrippen een nogal historisch en kunstkritisch wijdlopige 'impressie' van 'Parijs en omstreken', een praktische reisgids was het zeker niet. In 1889 werd met het oog op 1789, het jaar van de Franse Revolutie, een vierde -'Centenaire' - Wereldtentoonstelling gehouden en wéér werd Busken Huet's 'Parijs en omstreken' uitgebracht, ietwat bijgewerkt door zijn enige zoon Gideon.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Veel concreter en meer praktisch was:
Galignani's Paris Guide 1888 with 82 views and 4 plans,
gepubliceerd door de befaamde Engelstalige boekhandel-uitgeverij, toen inmiddels gelegen aan de Parijse rue de Rivoli en tot aan de dag van vandaag.


De in Nederland tot nog zo in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de Franse naturalistische schrijver Emile Zola (1840-1902) zeer veel gelezen. Zola inspireerde zich mede op Honoré de Balzac (1799-1850) die, hoe onvoorstebaar, wel zo'n honderd realistische romans schreef en die wereldberoemd werden onder de verzamelnaam 'La Comédie Humaine'. In die romans schetste Balzac het leven en de zeden van de verschillende klassen tegen de achtergrond van het na de val van Napoleon oprukkende kapitalisme.

Coll. 'de Franse verleiding'

Emile Zola's Werken - 'In het hartje van Parijs', meer bekend geworden als 'De buik van Parijs' ('Le ventre de Paris') , speelde zich in en rondom 'de Hallen' af. Dat was een prachtig en immens, door Victor Baltard ontworpen, samenstel van metalen overkappingen van staal, gietijzer en dikke ruiten. Twintig jaar, tussen 1854 en 1874, werd er aan gebouwd, zo groot was het. Zo goed als alle groenten, vlees en vis voor de Parijse bevolking werd daar verhandeld. 's Nachts was er een aanzwellend - Zola beschrijft dat heel mooi - dof geroffel, knersperend geratel en de paardenhoeven hèt alles overheersende geluid.
Net zoals Balzac was Zola zeer productief en beiden publiceerde hun teksten veelal eerst als feuilleton in krantenen bladen. Zeer bekend is hij geworden met de twintig delen tellende cyclus 'Les Rougon-Macquart', al met al een portret van achtereenopvolgend familiegeneraties en tegelijkertijd een schets van de maatschappelijke verhoudingen en verwikkelingen tijdens het Tweede Keizerrijk, 'le Second Empire' (1852-1870) onder de heerschappij van Napoleon III, de zoon van de eerste koning van Nederland ... . Zola was tevens journalist en in die hoedanigheid, maar zeker gekoppeld aan zijn beroemdheid en status, schreef hij op 11 januari 1898 in de literaire krant 'Aurore' zijn fameus geworden ' J'accuse ... !. ' ('Ik beschuldig ...!').Zola werd daarna nota bene zelf aangeklaagd en veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf en vluchtte tijdelijk naar Engeland.
Wat was er aan de hand? In het Frankrijk van die tijd, die van de Derde Republiek, stonden tal van pluimages met opvattingen scherp tegenover elkaar. Er waren royalisten, anarchisten, republikeinen, bonapartisten, simonisten, communisten, kapitalisten 'tout court', socialisten tot en met utopisten aan toe. Kortom, een nogedrukpan. En dat vond gedurende enkele jaren een uitweg in onverbloemd antisemitisme. Dat was, zeker in die dagen, wijdverbreid in Frankrijk.
En wat gebeurde er? Een Joodse militaire kapitein, ene kapitein Alfred Dreyfus, werd in oktober 1894 beschuldigd van hoogverraad, hoogverraad aan Duitsland uiteraard, en gevangen gezet. De gemoederen liepen jaren lang hoog op en het werd jarenlangeen alles beheersende affaire, ' l'affaire Dreyfus '.Uiteindelijk werd het een strijd tussen de linkse partijen die Dreyfus steunden en de rechtse, nationalistische monarchisten en kerkelijke partijen die de monarchie en het leger steunden. De laatsten verloren door de zaak steeds meer invloed. Of Zola's ' J'accuse ... !. ' doorslaggevend is geweest laat zich raden, maar Alfred Dreyfus werd op 19 september 1899 vrijgelaten. De affaire sleepte zich nog jaren voort, tot maar liefst in 1906: op 12 juli van dat jaar werd Alfred Dreyfus vrijgesproken van spionage. Aan het licht was gekomen dat de hele zaak berustte op valse verklaringen en op gegevens die de daadwerkelijke spion, Ferdinand Esterhazy, had gedeponeerd.


Coll. 'de Franse verleiding'

Aan het leven en werk van Emile Zola is en wordt nog steeds veel aandacht besteed. Immers, met zijn romans was hij niet alleen literair schrijver, maar tegelijkertijd socioloog en cultureel antropoloog va, met name, Parijs. Hier een studie uit 1966 naar hoe Zola de ingrijpende veranderingen van Parijs tijdens het leven van de familie Rougon-Macquart heeft vastgelegd en geanalyseerd.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Guide Diamant, Collection des Guides-Joanne, Dauphiné et Savoie. Paris, Librairie Hachette et Cie, 1896.


Coll. 'de Franse verleiding'. Ca. 1898.


Coll. 'de Franse verleiding'.


Coll. 'de Franse verleiding'.


Coll. 'de Franse verleiding'

Taride was in wezen de eerste moderne kaartenmaker in Frankrijk, eerst met schoolkaarten, maar vanaf 1895 ook met kaarten voor fietsers en kort daarna met kaarten voor automobilsten. De kaarten van Dion-Bouton waren er uiteraard, ook de wegenkaarten 'Guillot' van de Parijse uitgeverij Plon, maar Taride werd gedurende enige tijd 'marktleider. Edoch, in 1905 begon bandenfabrikant Michelin met het uitgeven van wegenkaarten en ook met het plaatsen van betonnen richtingaanwijzers die je hier en daar nog aantreft. In 1910 'dekte' Michelin inmiddels geheel Frankrijk met 47 uitvouwbare wegenkaarten en werd al gauw marktleider.

Coll. 'de Franse verleiding'


Le Mont-Dore Thermal Pittoresque (Puy-de-Dôme).
Edité par le Syndicat Thermal, 1899.

Het gidsje bestemd voor dit kuuroord heeft een voorwoord dat werd afgesloten met de volgende opmerkelijke zin:

"Ik weet niet wat de volgende eeuw aan onverwachte ontdekkingen en verrassingen voor ons in petto heeft, maar het lijkt me dat wij in alle opzichten niet echt jaloers hoeven te zijn op de toekomstige badgasten in 1996!"

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Dit is het voorblad van een folder stammend uit het einde van de 19-de eeuw en uitklapbaar opdat een zestig centimeter brede, rijkelijk ingekleurde kaart van de volledige Côte d'Azurkust zich voor je ogen ontvouwt .....


Caroline de Westenholz, Een witte stad van weelde. Louis Couperus en Nice (1900-1910). Den Haag. Couperus Cahier III, Louis Couperus Genootschap, 1996.

De schrijver Louis Couperus was voor een korte tijd één van die Indië-gangers, alwaar hij goeddeelszijn beroemde 'De stille kracht' schreef. Maar in 1900 terug in Europa en de treinreis Marseille richting Den Haag had ondernomen bedacht hij zich ter plekke, keerde terug naar 'de Azuurkust', naar Nice waar hij tot 1910 woonde. Wie nu denkt dat Couperus toen een successchrijver was, heeft het mis. Zijn royalties vielen zo tegen dat hij en zijn vrouw in Nice tenslotte een pension begonnen ... .

Coll. 'de Franse verleiding'


Op de Parijse Wereldtentoonstelling presenteerde Michelin haar allereerste gidsje, 'Offert gracieusement aux Chauffeurs', met als officiële titel voluit: 'Guide Michelin pour les Chauffeurs et Vélocipédistes', fietsers dus. Het was niet veel meer dan een zakboekje dat toch nog 399 bladzijden telde, maar het was in méér dan één opzicht een primeur: het introduceerde symbooltjes. Want waar bevond zich een garage, een apotheker, een postkantoor, een treinstation en natuurlijk ook hotel-restaurants? En jawel hoor, bij de laatste categorie werden de fameuze en gevreesde sterretjes ingevoerd.
En ieder jaar volgde een vermeerderde en bijgewerkte nieuwe uitgave. Zo ook in 1905 met als titel voluit: 'Guide Michelin pour la France, l'Algérie et Tunisie', want dat was ook Frans. Dit keer stond het vol met advertenties en telde inmiddels ruim 800 pagina's.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

De 'Guides des Plaisirs à Paris', de Gids voor pleziertjes in Parijs' heeft vele edities gekend en deze stamt van vlak na 1900 ook, want het noemt vier metrolijnen ook al is het nog de tijd van de 'fiacres', de paardenkoetsjes.

En hier, voorin nog uitvoeriger de aanprijzingen.
Met een beetje Frans komt u er wel uit.


Coll. 'de Franse verleiding'

Adriaan Venema publiceerde in 1980 een welkans standaardwerk: 'Nederlandse schilders in Parijs 1900-1940', doorwrochten en rijkelijk geïllustreerd. En ja, hij was gestopt rondom 1940 en dat schoot de na-oorlogse 'progressieve' Parijsgangers kennelijk in het verkeerde keelgat, Venema kreeg de stempel opgedrukt een querelant te zijn en raakte in een verdomhoekje. Van de pré-babyboomers viel ook niets te verwachten.


Coll. 'de Franse verleiding'

Venema's studie gaf uiteraard veel aandacht aan Kees Maks, 'schilder van het 'mondaine' leven. Je kunt veel van Amsterdam zeggen, maar dat het in die tijd 'mondain' geweest zou zijn was en is niet bij zinnen. En nog steeds is Amsterdam niet 'mondain', in weerwil van die P.C. Hooftstraat: wat daar naar 'mondain' tracht te neigen blijft veelal 'ordinair'.


Met recht 'antiek' toerisme, want dit met lint samengehouden gidsje stamt uit 1902.

Coll. 'de Franse verleiding'


In die tijd werden nog sjieke souvenirsgidsjes uitgegeven, hier zo één van Fontcouverte, het dorpje waar ik woon.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Dit Segboer's Reisgidsje voor Parijs, bewerkt door de hierboven al vermelde A.S.H. Booms - en het is een 2e druk - stamt uit omme nabij 1905-1906.
Waarom? Omdat er melding wordt gemaakt van een vierde metrolijn. Maar we bevinden ons nog echt op een breukvlak van twee eeuwen.
Zo was er van 'den' automobiel nog maar spaarzaam sprake. Er was vooral nog sprake van door paarden voortgetrokken omnibussen en wilde je persoonlijk vervoer dan kwam je op het volgende uit:

VERVOERMIDDELEN

De stationeerende rijtuigen of Fiacres, zijn gesloten of open rijtuigen, meest met 2 plaatsen, waarbij nog, echter niet zonder toestemming van den koetsier, een plaats op den bok bij de gesloten - of op een klein bankje (strapotin) in de open rijtuigen plaats is voor een 3e persoon.
Deze Fiacres, ten getale van meer dan 15000, hebben hunne vaste plaatsen waar zij stationeeren, o.a. bij de stations, en zijn allen duidelijk genummerd; die welke gevoerd worden door koetsiers met witte hoeden zijn doorgaans de beste (-).


Coll. 'de Franse verleiding'

Het bronwater van het kuuroord Lamalou-les-Bains in de Zuidfranse Hérault (Languedoc) had, en heeft nog steeds, een gunstige uitwerking op onder andere rheumatische klachten. Hierboven een gidsje uit circa 1904 met uitvoerige beschrijvingen van het bronwater en haar positieve effecten, ook op zenuwaandoeningen en menstruatieklachten ....


Coll. 'de Franse verleiding'

De Autoroute du Soleil, op weg naar een nog verder zuiden. Wie verlaat tegenwoordig nog de autoroute voor een stop in Valence? "t Staat meer voor een 'We zijn er bijna, maar nog niet helemaal' en dan nog ietsjes zuidelijker, bij Orange, kiest men voor 'rechtsaf' richting Provence en de Côte d'Azur of voor 'rechtsaf' richting de Languedoc en de Pyreneeën.


Coll. 'de Franse verleiding'

Een uit 1905 stammende reisbrochure voor Corsica van de private spoorwegmaatschappij P.L.M..
Chemins de Fer de Paris-Lyon-Mediterranée. La Corse. Un voyage à l'île de Beauté. Marseille, Imprimerie Moullot Fils Ainé, 1905.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Naast Parijs, de Côte d'Azur en de Franse Alpen kwam zo rond 1900 het regionale toerisme op gang. Kennelijk ook in zo'n afgelegen streek als de Morvan in de noordelijke Bourgogne waarvan dit gidsje uit 1909 getuigd. Coll. 'de Franse verleiding'. Vanaf de jaren '90 vestigden zich steeds meer Nederlanders in de streek of hebben er een vakantiehuisje. En die kans kregen ze want steeds meer Fransen zelf vertrokken, vanwege gebrek aan banen, slecht openbaar vervoer, winkeliers die de deuren sloten en er is een tekort aan huisartsen. Maar ruimte is er wel, en daar zijn vele Nederlanders dol op, in de Morvan, op redelijke rijafstand. En een Nederlandse club is er natuurlijk ook.


Coll. 'de Franse verleiding'

'La Cité de Carcassonne et les Pays de l'Aude'.

Voyages et Excursions à Carcassonne et aux Pays de l'Aude. Livret-Guide Iluustré publie par le Syndicat d'Initiative de Carcassonne et de l'Aude, 1909.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Millau. Centre de Tourisme de la Région des Causses et des Gorges du Tarn - Livret-Guide du Touriste. Edité par le Syndicat d'Initiative de Millau. Edition 1911-1912.

Lange tijd was de 'Autoroute du Soleil' via Lyon de meest voor de hand liggende route naar het verre Zuid-Frankrijk, maar in XXX begon men met de verlenging van de autoroute tussen Parijs en Orléans, en dat werd de A71 via Vierzon, Bourges, Saint Amand-Montrond, langs Montluçon scherend tot aan Clermont-Ferrand, een 290 kilometer lange tolweg. Met de aanleg begon men begin jaren '70, maar - kun je nagaan - het hele traject kwam pas klaar in 1989.

En verder zuidwaarts moest het, 335 kilometer nog, tot aan de Mediterrane kust van de Languedoc en dat werd de A75 met de mooie naam 'la Méridienne'. Een niet onbelangrijk gegeven is dat ter ontsluiting van het Centrale Massief 'la Méridienne' tolvrij werd, een plus in vergelijk met de 'Autorote du Soleil". Tot 2009 maar liefst zou het duren voordat het gehele traject was gestroomlijnd en wel voor de lieve som van 6,5 millioen euro per strekkende kilometer.

Fransen noemen zoiets 'Grands Travaux', zeg maar 'grote klussen' en in Nederland wordt qua infrastructuur en bruggen wel het eigenaardige woord 'kunstwerk' gehanteerd. Nou, aan de A75 mankeerde nog zo'n 'kunstwerk.

Ooit moest je, over die nieuwe A75 zuidwaarts rijdend, via een kronkelende Route Nationale nog van de hoge 'cause de Larzac' stijl afdalen naar het plaatsje Millau aan de rivier de Tarn en vervolgens weer stijl omhoog klimmen, de 'cause Rouge' op. Avontuurlijk was het wel, beneden in Millau dronk je een glaasje op een terras, charmant ook, maar uiteindelijk een hele klus, tijdrovend ook.

Een brug moest er komen, een 'kunstwerk' en vanaf 1987 werd er maar liefst dertien jaar door de 'Groupe Eiffage'op gestudeerd, eindeloos geschetst, gerekend en getekend: en de brug die kwam er, staand en hangend tegelijk. Het werd een viaduct van bijkans 2,5 kilometer lang en op een bepaald punt 343 meter hoog boven de rivier de Tarn gespannen staan. Op 14 december 2001 werd zoiets als een eerste zet verricht en op 16 december 2004 was het wonder geschied: het viaduct werd opengesteld voor doorgaand A75-verkeer. Kosten? 320 millioen euro. Eén minpunt dient helaas nog vermeld te worden: het moest uit de lengte èn de breedte komen, aan beide voorwaarden voldoet dat magnifieke viaduct en het werd een tolbrug.

Geen zin an? Sla dan af, volg de oude Route Nationale weer, daal af, neem je glaasje en ga vervolgens naar het bezoekerscentrum onder het viaduct: je krijgt een stijve nek van het omhoog kijken en je wordt duizelig.


Coll. 'de Franse verleiding'

De 'Guides Richard' waren er voor de postkoetsen, de Guides Joanne werden vanaf 1840 gepubliceerd als in een overgangsfase. Maar met het de definitieve doorbraak van de trein was Adolphe Joanne er in 1854 als de kippen bij om de reeks 'Bibliothèque des chemins de fer' op te starten, de 'Bibliotheek voor de spoorwegen'. De 'Guides-Joanne' volgden later die eerste reeks op, onder de hoede van de uitgever Louis Hachette, tegenwoordig een uitgeversconglomeraat. De zoon van Adolphe Joanne, Paul Joanne, voerde de redaktie en werd naamgever. De Franstalige gidsen werden dè referentie voor de reiziger, Frans of buitenlander, meer dan de gidsen van Karl Baedeker. In 1919 krijgen de 'Guides-Joanne' de naam 'Guide Bleus' en hebben nog steeds een zeer groot aandeel op de markt van reisgidsen.

Hierboven de eerste uitgave van:

Guides-Joanne, Pyrénées. Paris, Librairie Hachette et Cie, 1912.


Coll. 'de Franse verleiding'

En waarempel, hierboven één van de eerste edities van zo'n 'Guides Bleus' uit 1927, die voor de oevers van de Loire en het zuid-westelijk gedeelte daarvan, tot aan de Atlantische Oceaan met onder andere Nantes: 'Orléanais -Touraine - Anjou - Poitou et Vendée - Angoumois - Aunis et Saintonge - Périgord et Bordelais'. De uitgave stond onder 'Patronages officiels: Touring Club de France, Office National du Tourisme, Club Alpin Français' en het was één en al 'par route' wat de klok sloeg: de postkoets behoorde inmiddels tot een feitelijk nog niet zo ver verleden, maar een ver verleden leek het wel, de trein kende toch zo haar beperkingen en men vierde 'met den automobiel' het feest van de bevrijding.

Hiermee werd een sprongetje vooruit gemaakt in de tijd, logisch, maar nu keren we weer terug tot de historische orde wat afbeeldingen betreft ...


De langgestrekte kuststrook van de Zuidfrande méditerraanse Languedoc heeft geen naam en is geen wereldberoemd 'merk' zoals de Côte d'Azur. Het moet het hebben van plaatsnamen, zoals - van noord naar zuid - La Grande-Motte, Palavas, Marseillan-Plage, Le Cap d'Agde, Valras-Plage, Leucate, Barcarès, Canet, Saint-Cyprien en dan komt het: 'La Côte Vermeille'.
Waar ten noorden de brede stranden van de Languedoc nauwelijks of geen rugdekking hebben is hier het achterland heuvel- en hier en daar rotsachtig en eindigend aan de grens met Spanje.
Maar wat de 'toeristrieëlen' er gedurende ruim honderd jaar ook hebben uitgespookt, de naam wil nog steeds niet beklijven. Dit zijn namen van badplaatsen die er wèl toe doen: Collioure, Port-Vendres en Banyuls.
Het hier afgebeelde gidsje stamt uit 1913.

Coll. 'de Franse verleiding'


Aan Gérardmer de eer in 1875 als eerste een toerismebureau opgericht te hebben: 'Le Comité des Promenades de Gérardmer', maar het eerste officiële 'Syndicat d'Initiative' dat op 2 mei 1889 in Grenoble werd geopend wordt veelal gezien als het echte startpunt van de georganiseerde toeristenindustrie in Frankrijk. In 1914 telde men er al 230. Hier een gidsje van het Syndica d'Initiative de Carcassonne & l'Aude dat in 1902 werd opgericht. De gids zelf dateert uit 1914. Coll. 'de Franse verleiding'.


Mathieu Flonneau et Vincent Guigueno (dir.), De l'histoire des transports à l'histoire de la mobilité. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2009.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Mobiliteit, dat weet wat, ook in die tijd al, vooral juist in die tijd. De ooit als PLM aangeduide en fameuze 'Chemins de Fer de Paris à Lyon & à la Méditerranée' bood de Hollandsche reiziger een redelijk comfortabele treinreis richting Middellandse Zee, maar vanuit Parijs, een kwestie van overstappen dus. De Hollandsch Yzeren Spoorweg Maatschappij zag kennelijk in een 'linea recta' wel brood en zo kwam het tot de 'Hollandsche' Rivièra Express, eigenlijk om 'niet te geloven'.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Begin 1895 deponeerde de gebroeders Louis en Augustus Lumière hun brevet voor de commercialisering van bewegende beelden op een scherm in een zaaltje en 28 december van dat jaar kwam het er voor het eerst van, en wel in de kelder van het Grand Café, boulevard des Capucines in Parijs. In de daarop volgende jaren zou 'le cinéma' zich rap verspreiden door geheel Frankrijk. Gaumont en Pathé zouden al gauw grootschalig het voortouw nemen. Hier een programmaboekje van Eden-Cinéma in Lyon, Concessionaire du Cinématographe Monopole, Région du Sud-Est de Pathé Frères. Je moet bedenken dat men het voorheen moest stellen met toneelstukken en grootbeeldscherm was toch, als nieuwtje, een stuk indrukwekkender. In mijn provincieplaatjes Lézignan-Corbières, dat in die tijd hooguit 8000 inwoners had, zijn nog architecturele sporen te zien van minstens vijf 'cinéma's', nu opmerkelijk genoeg veelal vervangen door pharmacies ... .


Jean-Paul, Le Goût du Voyage. De l'Orient--Express au Train à Grande Vitesse.
Histoire de la Compagnie des Wagons-Lits. Paris, Compagnie des Wagons-Lits / Flammarion, 2001.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Zouden ze nog bestaan, die treinen met een restauratiewagon? Met gedekte tafeltjes en een lampje erboven, en met een echt servies plus een menukaart? In het 'livret' hierboven zaten zelfs 'uit te ritsen' ansichtkaarten!


Coll. 'de Franse verleiding'

En zouden ze nog bestaan, die kruiers? Zij sjouwden of rolden op een karretje enorme koffers die, recht opstaand, bij opening naast de kleren soms de meest verrassende taferelen boden: een barretje bijvoorbeeld, een bibliotheekje of een opmaaktafeltje met spiegel. Ach, dat is nu, maar dan in andere vorm, voorbehouden aan de private jet set. Daar is alles al aan boord ... .

A. Mihm, Packend ... Eine Kulturgeschichte des Reisekofferns. Marburg, Jonas Verlag, 2001.


Coll. 'de Franse verleiding'

Uit 1913, een gids voor pootjebaden en, heel kuis en voorzichtig, zwemmen in de oceaan voor de kust van Normandië, tussen Tréport en het overbekende Mont Saint-Michel.


Coll. 'de Franse verleiding'

De journalist Leo Faust was, net zoals Louis Couperus, ook één van die terugkerende Nederlands-Indiëgangers die liever in 'het Franse' bleef hangen. En Leo Faust verkreeg faam als Nederlands Parijs-correspondent, Parijse gidsenschrijver, Parijsche romanschrijver en zelfs als uitbater van Café-Restaurant 'Bij Leo Faust' in de rue Pigalle, 'Het restaurant voor den Hollander in Parijs' met 'Elken Zaterdagavond 'OMMEGANCK' door Montmarte-bij-Nacht'. Talloos waren de herdrukken van zijn 'Nieuwe Gids van Parijs' tijdens het 'interbellum', de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar Leo Faust eerste 'Parijsche' verslag dateert van 1915: 'Faubourg en Boulevard in oorlogstijd', zo spannend uit de tijd weer tot leven gebracht door Peter de Leeuw.. Echt lezenswaard!


Coll. 'de Franse verleiding'

P. Visser, De Slag om de Marne. Alkmaar, Gebr. Kluitman, 1915.

Het 'Monument aux Morts' in Fabrezan in de Zuidfranse Aude,een dorpje van toen misschien 950 inwoners, waarvqn wel 85 mannen en tenslotte ook jongens omkwamen op de slagvelden in Noord-Frankrijk.


Coll. 'de Franse verleiding'

De eerste 'Guide Michelin' - 'Offert gracieusement aux Chauffeurs' verscheen ter gelegenheid van de Parijse Wereldtentoonstelling in 1900. 't Was een puur praktisch gidsje waarin werd aangegeven waar benzinepompen waren, afstanden met name gerekend vanaf Parijs, uiteraard ook waar Michelinbanden te verkrijgen waren ('Stock Michelin'), een enkele van pas komende middenstander, zoals een ijzerwarenwinkel en natuurlijk hôtels. En daar zat hem nou net de kneep: voor het eerst werden er sterren toegekend, maar van een 'echte' toeristengids was nog geen sprake.

Michelin publiceerde haar eerste 'echte'toeristengidsen macaber genoeg gewijd aan de slachtvelden in het Noord-Frankrijk, nota bene in 1917 al, toen 'la Grande Guerre' nog in volle gang was. De eerste gidsen betroffen de 'Champs de Bataille de la Marne' die plaats greep in de week van 5 tot 12 september 1914.

De twee deeltjes stonden en, door 'de Franse verleiding' bewaard, staan vol met met misselijk makende foto's van de verwoestingen. Maar los van een enkele groepsfoto ontbreken - kennelijk mede uit piëteit - beelden van gesneuvelden en gewonden. Gedurende die Marne-week sneuvelden aan Frans-Britse zijde 122.000 soldaten en aan Duitse zijde 83.000.

Voor de Franse generaal Joffre was het de prijs om de opmars van de soldaten van de Duitse keizer Wilhelm II - die later trouwens de rest van zijn leven comfortabel doorbracht op een buiten bij het Nederlandse Doorn - te stoppen. Het was geen echte overwinning, geen echte nederlaag, maar het begin van een betrekkelijk statische loopgravenoorlog met in totaal 10 miljoen gesneuvelde soldaten en 9 miljoen omgekomen burgers.

In die macabere reeks verschenen daarna nog vele titels, waaronder uiteraard ook 'De Slag om Verdun'. Daarbij vielen aan Franse zijde 160 000 doden en 140 000 aan Duitse zijde. Daar bovenop kwamen nog eens ongeveer 400 000 gewonden. Bent u op vakantie, let dan eens goed op de 'Monuments aux Morts', de oorlogsmonumenten. Soms zult u versteld staan van het aantal gesneuvelde soldaten uit maar zo'n klein dorp, 't had - bij wijze van spreken - uw broer geweest kunnen zijn of ... U zelf.

De Eerste Wereldoorlog was gruwelijk en rampzalig: naast een groot aantal Amerikaanse en Britse soldaten sneuvelden 930 000 Duitse en meer dan één miljoen Franse soldaten. Dus sta voor een moment stil bij zo'n oorlogsmonument en laat je gedachten gaan, filmisch als het u lukt, maar denk in ieder gevald diep na, want een Tweede volgde.


Coll. 'de Franse verleiding'.


Weer een uniek document uit de Coll. 'de Franse verleiding'.

Terwijl Nederland tijdens WOI 'neutraal' was, toekeek en goud geld verdiende met oorlogshandel, waren er toch Nederlanders die begaan waren met het feit dat Noord-Frankrijk door de Duitsers met tanks en ander geschut als het ware 'omwoeld' werd voorzover de Franse loopgraven zulks niet verhinderden.
In mijn ogen valt over de schuldvraag niet meer te twisten: Duitsland had met haar poten van Frankrijk dienen af te blijven.
Een paar Nederlanders vonden dat ook en richtten een maandblad op ' pour le maintien de l'amitié traditionelle et le défense des intérêts réciproque des deux pays', ' voor het onderhouden van de traditionele vriendschap en de verdediging van wederzijdse belangen van beide landen'.
Een zoon van de eerder aangehaalde Conrad Busken Huet speelde er een rol in en ook ene M. C. M. Voorrbeytel die U hieronder nog zult aantreffen en dat alles onder de noemer
L'Idée Francaise à l'Etranger. Association Nationale pour la défense des idées françaises à l'étranger.
"Bij het Nederlandse volk lag tijdens de oorlog over het algemeen de sympathie bij de Geallieerden" schrijft Wikipedia zonder dat maar enigszins te concretiseren.
Laten we achteraf wel wezen, in die tijd had het merendeel van de de Nederlanders 'geen idee', behalve de dominee-handelslui die als ongedierte de krenten uit de pap haalden.


Coll. 'de Franse verleiding'.

Het aantal gidsen die Michelin uiteindelijk aan de slagvelden wijdde bedroeg in totaal 23 ! 'Dark tourisme' noemen de toeristische marketeers van tegenwoordig dat. Zouden er nu mensen zijn die als toerist naar de brandhaarden in het Midden-Oosten trekken?


Pierre Dufay, Un chapitre inédit de l'histoire de costume: le pantalon féminin. Paris, Librairie des Bibliophiles parisiens, 1916.

'Een nog niet eerder vertoond hoofdstuk uit de geschiedenis van het zich kleden:
de pantalon voor de vrouw.'

Eigenlijk, zo steeds meer te weten komend van de Franse geschiedenis en dan meer van haar 'volkse' geschiedenis, kom je er achter dat Yves Saint-Laurent met zijn ophefmakende 'broeken voor vrouwen'-lijn eigenlijk helemaal niet zo vernieuwend was. Hij maakte het 'chique', dat wel en het sijpelde door. Maar wat blijkt? Zo ten tijde van de Eerste Wereldoorlog gingen steeds meer vrouwen broeken dragen. Kwam dat door die vreselijke oorlog waardoor veel broeken van mannen die op het slagveld waren gesneuveld op een knaapje hingen niets te doen? Was het een kwestie van armoe, improvisatie, melancholie zelfs?

Maar uit een eerder, in 1912 verschenen boek van ene Jacques Mauvain getiteld 'Leurs pantalons: comment elles les portent. Interviews et confessions' valt wellicht een ander beeld te destilleren, want 'Hun broeken: zoals zij ze dragen. Interviews en bekentenissen', verscheen al voor 'de Groote Oorlog'. Er was dus meer aan de hand en een duiding zal ik u terzijnertijd niet onthouden.


Coll. 'de Franse verleiding'

Hoe dan ook, na 'de Groote Oorlog' kwam het tot een ontlading, een vrolijke, ja, zelfs uitzinnige: met name in Parijs en in Berlijn. Lange broek, blote borsten, korte broek; het alsmaar gekker maken was nog niet goed genoeg. Hoe de Duitsers die periode noemden weet ik niet, maar de Fransen hebben nogal de neiging zekere tijdsperioden van een naam te voorzien. En zo veranderde 'la Belle Epoque' in 'les Années Folles', 'the Roaring Twenties'. Met holle, bolle en stijfstaande ogen danste men zich een nieuwe crisis in, op weg naar een Tweede Wereldoorlog.



Coll. 'de Franse verleiding'

En daar is die legendarische P.L.M weer die als treinnmaatschappij goeddeels een monopolie had in het zuid-oosten van Frankrijk, zo gerekend vanaf Parijs. En, in luguber verband, schreef ik over 'filmisch'. Dit is een werkelijk ontroerend fotoalbum dat werd uitgereikt aan passagiers voor een pleziertochtje langs de Côte d'Azur, van Marseille tot aan Nice. 't Zal van vlak na de verschrikkelijke Eerste Wereldoorlog stammen, 'la Grande Guerre', waarna mensen die het geestelijk konden opbrengen en er geldelijke de middelen toe hadden de draad van 'plezier' toch weer oppakten. De foto's doen je willen een hele geschiedenis van volplempen en betonnering te herroepen, zo wonderschoon zijn die beelden van een nog weinig aangetaste, een oorspronklijke Rivièra. Hieronder bijvoorbeeld een een foto het strand van Aiguebelle met uitzicht op 'le Cap Nègre'. Ik droom ervan, met overigens enige huivering, terug te keren naar de plekken waar die foto's ooit geschoten zijn. Denkt u dat die heuvels op de achtergrond er nog hetzelfde uitzien?


Coll. 'de Franse verleiding'



Stephen L. Harp, Marketing Michelin. Advertising & Cultural Identity in Twentieth-Century France. Baltimore & London, The John Hopkins University Press, 2001.

Coll. 'de Franse verleiding'


Na de 'Belle Epque' volgde die afschuwelijke 'Groote Oorlog' met daarop volgend nog eens de Spaanse Griep die naar huidige schattingen tussen de 50 en 100 miljoen levens eiste, zo'n 6% van de toenmalige wereldbevolking misschien wel. En toch, na wereldoorlog en wereldpandemie pakte men de draad uiteraard weer op en draaide het uit op 'Les Années Folles', 'The Roaring Twenties' en zette men, om al de ellende achter zich te laten, de bloemetjes buiten; het ingetogen Nederland heeft aan die twintiger jaren nimmer een naam gegeven ... .

En in Frankrijk zette het kuren zich weer door. Hier een gidsje voor het kuuroord Luchon, nu 'Les Thermes De Luchon', ten zuiden van Toulouse in de net nog Franse Pyreneeën. Rond 100 jaar na het begin van onze jaartelling laafden de Romeinen zich al aan het bronwater en weten we dat het een heilzame uitwerking heeft bij ademhalingsproblemen en rheumatische klachten.


Waarachtig, na WOI kwamen sommige Nederlandse toeristen al zo ver als de 'Fransche' Pyreneeën!

'Dwars door de Pyreneeën. Beschryving der reis per autocar'.

Deze brochure stamt uit 1921 en maakt onderdeel uit van de
Coll. 'de Franse verleiding'

Let op, zo begint de inhoud van de 36 pagina's tellende brochure met pentekeningen en ook wat fletse zwart-witfoto's:

"MEVROUW ... Maar moet ik schryven Mevrouw, Miss of Signora? Zyt ge de Française die de prettige, opgewekte stemming in onzen autocar wist gaande te houden, of die Amerikaansche, die haar enthousiasme op zoo spontane wyze uitte? Of die Engelsche, die in stilte bewonderde, of die Spaansche, die hare bewondering vertolkte in een vloed van sonoor klinkende woorden? Of nog een andere misschien, een dier droomende Scandinaafschen of vriendelyke Hollandschen, die ik heb ontmoet op de verschillende etapen van onzen autotocht door de Pyreneeën?
Ik weet het niet meer. Ik herinner me slechts, dat een uwer me heeft gevraagd, de herinneringen van onze mooie reis vast te leggen en de uitingen van bewondering, die ze niet konden weerhouden over zooveel sprookjesachtige schoonheid, tot een harmonisch samenhangend geheel samen te voegen. Hoewel ik gevoel, dat elke beschryving verre zal achterblyven bij de woorden, waarmede U uiting hebt gegeven aan uwe verrukking, zal ik daartoe een poging wagen en u gehoorzamen."


F. Maurette, Pour comprendre les paysages de la France. Paris, Hachette, 1923.

Coll. 'de Franse verleiding'


François Buot, Gay Paris. Une histoire du Paris interlope entre 1900 et 1940. Paris, Fayard, 2013.

Parijs was toen dè metropool van de wereld en veel menselijks werd er beleefd wat elders onherroepelijk tot hel en verdoemenis zou leiden. Voor velen echter was de kosmopoliete stad bevrijdend.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Natuurlijk, de Verenigde Staten waren ontegenzeggelijk in opmars, maar Parijs was in velerlei opzicht nog steeds toonaangevend.
De lossere, om niet te zeggen, het losbandiger leven daar in vergelijk met de Victoriaanse en puriteinse 'ommelanden' had haar aantrekkingskracht, maar ook de uitstraling van kunst en vormgeving misten haar uitwerking niet. Hadden we aan het 'fin du siècle' en 'la belle époque' de zwierige 'l'Art Nouveau' overgehouden, met de Parijse 'Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels modernes' uit 1925 was het de beurt aan de 'Art Déco'.


Jean Gravigny, Montmartre en 1925. Paris, Editions Montaigne, 1925.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

'naar de Côte d'Azur in den winter', een uitgave van de Franse spoorwegmaatschappij P.L.M. uit ca. 1924.

VOORWOORD

Carpe diem.

Van Holland naar de Côte d'Azur ... "il n'y a qu'un pas" in dezen tijd van snelverkeer!... Geen twee etmalen zelfs scheiden U meer in uw land van regen en vorst, van gure hagelbuien en snerpende wind, van dit land van zon en zomer, waar, - voor ons Noorderlingen het hoogste symbool van liefelykheid, - de citroenen bloeien en de sinaasappelen rijpen!...
De Blauwe Kust!... Wie in ons grauwe vaderland heeft het zich niet als'n ideaal gedroomd, die slechts in de verbeelding bestaans-mogelyk geachtte landschappen, in licht en kleur gedrenkt, in natura te aanschouwen?... Wie, die ze zag ... had ooit geloofd, dat de werkelykheid dermate nog zn'schoonste voorstelling overtreffen zou?...
De Riviera..., droom van zalig niets doen en verrukkelyk levensgenieten... van zon-en zomerfestynen, zwymelend in licht en kleur, en zwaar van geur!...
De snelle vervoermiddelen van onzen tyd hebben het onder uw bereik gebracht. De in éénen trek dóórgaande treinen van Paris-Lyon-Méditerranée-spoorweg, voeren U s'avonds uit het kille Parys, om U in den volgenden ochtend de oogen te laten opslaan aan de Zonnekust van Provence... En uwe blikken, die nog voor kort zochten naar wat zielsverheffends in de gryzen achtermiddag des slechts in kunstlicht badende stad, weiden nu over de droomblauwe Onder den hoogen blauwkoepelende hemel van dit zoele Zuiden, richt de onder lage Hollandsche luchten gebogen gaande mensch zich veerkrachtig op...
Nog géén twee etmalen... Eén dag, één nacht... en in de ryzende zonneochtend voert de bestofte wagon, die ge in Amsterdam besteegt, en die U meenam uit Holland's duinen, U zonder overgestapt te zyn, langs het Masief des Maures, langs het Estérel, langs de baai van Eze.
Ging ooit één droom, zóó snel in vervulling?... Carpe diem, zei onze groote Couperus, die aan deze kust leefde. Laten we het hem nazeggen: Carpe diem!... Het is de hoogste wysheid, en ze geldt voor deze kust!...

Tom SCHILPEROORT.

Veel lyrischer kun je het niet maken zo rond 1924 en deze Tom Schilperoort leefde en werkte zèlf aan dez Franse Rivièra, artikelen schrijvend en als reisleider fungeren, onder andere voor de Nederlandsche Reisvereeniging. Achter deze Tom Schilperoort, een vrijbuiter waarschijnlijk, moet 'de Franse verleiding' ook nog aan.


Coll. 'de Franse verleiding'

Best veel Nederlanders hadden in vroeger tijden de Middellandse Zee gezien en hoe. Neem Michiel de Ruyter die in 1676 sneuvelde bij Sicilië nadat hij met een zwak eskader was uitgezonden om de Spanjaarden te ondersteunen tegen Frankrijk. Samen met Spanje? Het kan verkeren.

Maar er over schrijven stamt van veel later. Ene Adriaan van der Willigen had in 1804 een deel van de Franse Middellandse Zee-kust 'gedaan' en zijn bevindingen schreef hij op en werden gepubliceerd met als titel 'Reize door Frankrijk In gemeenzame brieven, door Adriaan van der Willigen aan den uitgever'.

In 1829 volgde van de Duitser Willibald Alexis 'Reistogten in het zuiden van Frankrijk' ('Uit het Hoogduitsch'). Trouwens, wat er in die tijd aan reisverslagen in Nederland verscheen betroffen voornamelijk vertalingen en vervolgens bleef het weer een poos stil totdat Louis Couperus, die vanaf 1900 een aantal jaren in Nice woonde, uit geldnood reportages, zogenaamde 'Legenden', slijtte aan onder andere 'Het Vaderland'. Pas in 1951 werden ze door Elseviers Weekblad als abonnee-lokkertje gebundeld tot 'Legenden van de blauwe kust'.

En zo kwam de eer toe aan schilder en schrijver Philip Zilcken het eerste portret in boekvorm van 'de Fransche Rivièra' te publiceren, en wel in 1925. Zilcken (1857-1930) had zich, wanneer precies valt niet te achterhalen, in het tussen Nice en Monte-Carlo gelegen Villefranche gevestigd waar hij ook overleed.

Eerst had echter die Tom Schilperoort zijn lyrische woorden aan 'den Fransche Rivièra' gewijd, helemaal in de sfeer van onderstaand zeer sjiek uitgevoerd gidsje; verleidelijker kan bijna niet, met goud in reliëf bedrukt ... .


Coll. 'de Franse verleiding'

'Côte d'Azur Hyères-les-Palmiers. Guide des Etrangers. Saison 1926-27. 29e Année.'

Hyères-les-Palmiers wordt wel, vanaf Marseille via Toulon komend, als het eerste, waarachtige 'Côte'-oord beschouwd, daarna volgt de hele trits tussen Saint-Tropez en Menton ....


La Savoie. Guide publié par l'Union des Syndicats d'Initiative de Savoie. French and English Text. Edition 1926.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Zonder jaar van uitgave vermeld stamt deze reisbrochure eveneens uit de jaren '20, toen de private vervoersmaatschappij P.L.P. in het zuidoosten van Frankrijk zo goed als een monopolie had op het opbenbaar vervoer.

Chemins de Fer Paris - Lyon - Méditerranée.
Services Automobile de la Routes des Alpes.
6ème Etape: Chamonix - Evian.


Coll. 'de Franse verleiding'

In Parijs waren na de Eerste Wereldoorlog Amerikanen 'all over the place' en dat had vele redenen. In de eerste plaats heerste in het kosmopoliete Parijs meer dan elders een sfeer van tolerantie. Zo werden African-American (zo zeg je dat zo keurig tegenwoordig) die waren blijven 'hangen' veelal niet met de nek aangekeken en ook zij hielpen Europa aan de jazz. En in vergelijk met het puriteinse Amerika waren de zeden veel losser. Bekijk die ilm van Woody Allen, 'Midnight in Paris' (van 2011 alweer), vol met flashbacks naar die periode. En dan had je natuurlijk ook nog de Amerikaanse 'prohibition', 't verbod op alcohol dat in 1920 werd ingevoerd en tot 1933 zou duren. Nee, voor veel Amerikanen was Parijs 'the place to be'.


Janet Flanner (1892-1978) was één van die vele Amerikaanse 'expatriates' in Parijs. Tussen 1925 en 1975 schreef zij voor The New Yorker haar 'Letters from Paris'. Zij maakte deel uit van wat later 'The Lost Generation' zou gaan heten en onderhield nauwe contacten met mensen als Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, John Dos Passos, Ezra Pound en Gertrude Stein en haar geliefde, Alice B. Toklas.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

De Nederlandse Parijs-correspondent Leo Faust (zie boven) was de twintigste eeuwse opvolger van de negentiende eeuwse in weerwil van zijn naam tochNederlandse Parijs-portretteur Louis de Semein en voorganger van Jan Brusse; zij allen verglijden in de vergetelheid. Leo Faust publiceerde naast zijn vele malen herdrukte 'Nieuwe gids van Parijs' tevens twee fraai met foto's verrijkte portretten van het nachtelijk feestvierend Parijs: rond 1920 samen met F.X.M. Schiphorst 'Parijs by Nacht' en enkele jaren later samen met Hans Nesna 'Parijs om middernacht van 10 tot 4'. Bijzonderheid van deze laatste uitgave is dat de fotografie naar alle waarschijnlijkheid van de hand is van de wereldberoemde fotograaf Brassaï.

Coll. 'de Franse verleiding'


Leo Faust maakte de Nederlanders op betrekkelijk onschuldige wijze kennis met het 'Parijs van plezier', maar op de rand van het 'Parijs van ontucht'. Hier een soortement van verslag van die ontucht: 'La Prostitution. Enquête de Maurice Hamel & Charles Tournier' uit 1927.
Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

"Hoe zuidelijker je komt, des te ... ."

Van Griekenland weten we het maar al te goed: 'knapenliefde'. En in de 'Reys-Wetten' die Lipsius rond 1600 schreef voor hen die op de 'Grand Tour' gingen, werd er onomwonden voor gewaarschuwd. Dat betrof dan Italië, Noord-Italië al, Veneto. En lange tijd gold ook Marokko als vrijhaven, nu nog steeds wellicht. Parijs bevond zich halverwege en de 'herenliefde' en ook de 'knapenliefde' lag daar meer aan het oppervlak dan in het puriteinse Noorden. Neem bijvoorbeeld het Victoriaanse Engeland. Het computergenie Alan Turing, die tijdens WOII de geheime Nazi-oorlogscode kraakte, pleegde tijdens een 'helende' chemo uiteindelijk in 1954 om die reden zelfmoord, althans dat wordt verondersteld. In de adembenemende film 'Breaking the Code' (1996) zegt de door Derek Jacobi vertolkte Alan Turing tegen de zijn aan hem liefde betuigende vriendin wanhopig: "I love you too, but I can't make love to you."

Begrijpt U nu wat er schuil kan gaan achter die op het eerste gezicht vraagtekens oproepende studie 'culturele geografie': een macht aan 'verschil'-aspecten! Ook de wereld van masculine prostitutie.
En ook de vele culturele verschillen tussen Nederland en Frankrijk.


En die bestaan er en of! Bijvoorbeeld het hechten van 'de' Fransen aan hun 'vie privée' en dat staat voor méér dan alleen maar 'de persoonlijke levenssfeer'. Voor een niet-Franse valt 't op dat als er aangebeld wordt, je de deur open doet en het gebaar maakt van 'Kom binnen!' ze toch voor de drempel blijven staan. En zo is het vaak een langdurige gang van zaken voordat het een 'jij' en 'jou' wordt. Net zo lang duurt het tot je vragen durft te stellen hoe het met 'die en die' gaat; je krijgt in ieder geval een ontwijkend antwoord. En zo kun je wel doorgaan. Nog een voorbeeldje. Hier zijn alle tuinen, àls er sprake is van tuinen, zijn ze nagenoeg allemaal ommuurd. En hoe. Tot kruinhoogte. Mijn overbuurman had een kniehoog muurtje om zijn 'plaatsje waarin een tafel en anderhalfe stoel passen. En toen, ineens, metselde hij er stenen bovenop, tot schouderhoogte. Op mijn vraag "Waarom nou?" kreeg ik simpelweg geen antwoord. Zomaar een zichtbaar voorbeeldje. En toch zijn er, terecht, vele studies aan dat ondoorgrondelijke Franse 'la vie privée' gewijd.

.

Coll. 'de Franse verleiding'


De mémoires van Josephine Baker, zoals verteld aan Marcel Sauvage en in Nederlandsche vertaling verschenen in 1927.

Coll. 'de Franse verleiding'


'Spoorweg Parijs-Lyon-Middellandsche Zee
Het Rhône Dal
Lyon - Vienne - Orange - Avignon - Arles -Nîmes - Aidues-Mortes'

Coll. 'de Franse verleiding'


Rafaël Pic, Balnéaire. Une histoire des bains de mer. Paris, Editions Little Big Man, 2004.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

C. Cheilan, une heure aux Baux. Guide Souvenir Illustré. En vente chez l'auteur. M. le Curé des Baux-en-Provence. Aix, 21 septembre 1931.

Zo, nu weet u dat dit fraai gekleurde dorpje op een heuvel in de Provence ligt en dat de toeristenstromen nog niet van dien aard waren dat de schrijver, mijnheer de pastoor, 't nog persoonlijk verkocht.


Coll. 'de Franse verleiding'

Emile Ripert, La Côte Vermeille et le Languedoc Méditerranéen. Grenoble, B. Arthaud, 1931.

Als naam, als begrip, is de Côte Vermeille, de meest zuidelijke kuststrook van de Languedoc tot aan de Spaanse grens, voor hen die er niet wonen zo goed als onbekend. In vergelijk met de Côte d'Azur mankeert, door eigen 'regionale' schuld, de kust van de Languedoc geen historische lading; een jammerlijk toeristisch marketing-falen. Maar misschien is het ook wel goed zo.


En nu komt er iets heel bijzonder.
Met de door Michelin in 1900 geintroduceerde 'Guide Rouge' waren en zijn we nog steeds bekend, de Michelin-sterren voor restaurents kwemen er uit voort.

De in blauw linnen gestoken en vele delen kennende 'Guides Illustrés Michelin des Champs de Bataille' zijn inmiddels ook de revue gepasseerd

Maar nu de 'Guides Michelin Régionaux', die vanaf het eind van de jaren '20 werden geintroduceerd. Exemplaren zijn nog wel te vinden, maar veelal ontbreekt de gele stofomslag. De Coll. 'de Franse verleiding' heeft er echter een aantal in bezit, hier de eerste uitgave van één van die 'Guides Michelin Régionaux' aangaande de 'Provence - Bas-Languedoc' en uitgegeven voor het 'Saison 1931-1923. .

Coll. 'de Franse verleiding'

Coll. 'de Franse verleiding'

Uit deze serie ontstond - en gedurende enkele jaren vooralsnog in rood uitgegeven - de later overbekende geworden groene 'Guide du Pneu Michelin'.


In de negentiende eeuw boezemden strand en zee voor de meeste mensen nog vrees in, maar rond 1900 begon dat te veranderen en het begon met pootje baden maar nog goeddeels gekleed. 't Waren als het ware in die tijd nog als onze boerkini's ... .
Veel stranden waren gemakkelijk toegangbaar en leefbaar, maar hier loop ik wederom vooruit in de tijd, niet de stranden van de Languedoc. Door de étangs - de binnenmeren - waren de duinen en de stranden vergeven van muggen.
Totdat De Gaulle in de zestiger jaren besloot er orde op zaken te stellen en de reizigersstroom naar Franco-Spanje te verleiden halt te houden in de Languedoc: daartoe moesten er tal van nieuwe badplaatsen geconstrueerd worden. En met gif dat nu allang verboden is, werd met Gaullistische machtsvertoon eerst de aanval ingezet op de muggen en dat lukte. Edoch, de natuur is goeddeels onbeheersbaar en er is nu sprake van een nieuwe en vooralsnog resistente generatie van muggen.

Coll. 'de Franse verleiding'


Pascal Ory, L'invention du bronzage. Paris, Editions Complexe, 2008.

Het waren met name de nog zozeer puriteinse Verenigde Staten ontvluchte Amerikaanse miljonairskinderen die na de Eerste Wereldoorlog aan de Franse Rivièra het zonnebaden introduceerden.

Coll. 'de Franse verleiding'


Volgens dit affiche uit 1927 kwamen er maar liefst nog vier spoorwegmaatschappijen bij kijken voor de verbinding Amsterdam - Parijs.


Coll. 'de Franse verleiding'

Voor wie iets meer wilde weten over de geschiedenis van Parijs was dit boek gedurende vele jaren een zeer populair werk.

M.C.M Voorbeytel, 'Hoe Parijs Parijs werd' uit 1931. 'Iets over het nu en vroeger van onze twintig arrondissementen'.

En let op dat woordje 'onze'.

Mr. M.C.M. Voorbeytel was toenmalig 'Parijsch Correspondent van het Algemeen Handelsblad'.
De titel doet vermoeden dat het een gortdroog historisch verhaal betreft, maar niets is minder waar. Het is speels afwisselend en nu nog het lezen en doorbladeren waard, want het is gelardeerd met mooie, maar ietwat statische fotografie.

Sindsdien hebben tientallen Nederlandse Parijs-correspondenten hem opgevolgd en vele hebben zich in de traditie geplaats om 'achteraf' hun indrukken in boekvorm te publiceren, maar dan met meer aktuele maatschappelijk-politieke inhoud. Tot nu toe is de laatste reeks de Volkskrant-correspondent Peter Giesen die heel Frankrijk onder de loep nam met 'Retour de France. Over de route nostalgique naar het Frankrijk van nu'. Uit 2018 alweer.


Naar hedendaagse begrippen was de Koloniale Wereldtentoonstelling uiteraard een schandalige vertoning, met exotische inboorlingen achter hekwerken als één van de hoogtepunten. En laten we wel wezen, niemand zou het zich heden tendage toch in zijn hoofd halen een 'Wereldtentoonstelling van het Imperialisme' te organiseren? Edoch, in Parijs, hoofdstad van een imperiale macht, studeerden velen uit de gekolonialiseerde landen die later voor politieke bevrijding zouden zorgen, zoals Hô Chi Minh, Zhou Enlai, Léopold Senghor, C. L. R. James, de Pan-Afrikanist George Padmore, Messali Hadj of de revolutionaire Indiase M. N. Roy.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

J. Cauvin, Raymond Gaudet, Cagnes-sur-Mer (Alpes-Maritimes) 1931-1932. Guide touristique diffusé par le Syndicat d'Initiative. Imprimerie Nouvelle à Cagnes-sur-Mer, 1931.

Cagnes, een heel klein heuveldorpje in de buurt van Nice, was tussen zo de jaren '30 en '60 een konstenaarskolonie waar ook tal van Nederlanders woonden of er vaak verbleven. Zo situeerde de eens zo bekende detectiveschrijver Havank veel van zijn verhalen in het gehucht. Paul Arnoldussen geeft er in zijn "Waar de mimosa bloeit. Nederlandse kunstenaars in Cagnes-sur-Mer' (2013) een liefdevol portret van. Nu maakt Cagnes inmiddels deel uit van de uitgedijde agglomeratie van Nice.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Nouveau Guide Touristique
de la Côte d'Azur'

Edité par L'Eclaireur de Nice et du Sud-Est.
Toutes les Stations de la Rivièra de Hyères à Menton.


Inderdaad de vader van ene minister ....: Huib Luns, Tien wandelingen in Parijs. Met tekeningen van de schrijver & 51 fotografische reproducties. W. L. & J. Brusse's Uitgeversmij., Rotterdam, 1934.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Nederlandsche Reisvereeniging, Programma van den Propagandatocht no. 135 naar Parijs, van 6 tot 12 Augustus 1923.


Toegegeven, nu kom ik op een punt dat ik hier en daar wat speels om ga met de chronologie.
Maar wat wil het geval? Reizen, laat staan vakantie vieren, was in de negentiende eeuw nog een ongewisse aangelegenheid. En men liet zich graag leiden en begeleiden en graag nog in groepsverband. De Engelsman Thomas Cook kwam er in 1841 als eerste mee en in Nederland volgde ene Jacob Lissone hem in 1876. En het waren bedrijven: een reisje met Lissone was slechts voorbehouden aan de zeer welgestelden.
Maar later volgden reisverenigingen die niet op winst uit waren, maar meer op vorming voor de eenvoudige burgerman en arbeider.
Zo werd op 24 maart 1906 de 'Nederlandsche Reisvereeniging' opgericht en Nederland zou Nederland niet zijn als er geen reisverenigingen bij kwamen al naar gezinten.
Op 23 oktober 1922 volgde de oprichting van de 'Nederlandsche Christelijke Reisvereeniging'. Wanneer het 'Arbeiders Reisbureau van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling' werd opgericht heb ik nog niet weten te achterhalen, maar omdat de 'Sociaal-Democratische Arbeiderspartij', de 'SDAP' in 1894 was opgericht vermoed ik dat het eerder was dan de oprichting van de 'Nederlandsche Christelijke'.


Coll. 'de Franse verleiding'

Nederlandsche Christelijke Reisvereeniging, Reisboek (Reisprogramma's 1928).


Net zoals later Edith Piaf 'van straat' kwam, zo kwam Maurice Chevalier uit een volksbuurt, maar trok uiteindelijk volle zalen.

Maurice Chevalier de Ménilmontant au Casino de Paris' door André Rivollet, stammend uit 1927.
Razend populair was de charmeur Chevalier, ook in Nederland. Of hij ooit in het Amsterdamse Carré heeft opgetreden weet ik niet, maar Hollanders gingen mede om hem naar Parijs, al was het op de fiets.


Zo zagen ze er in 1930 nog niet uit, maar het is wel het jaar dat het vak ontstond: die van stewardess.

Alain Pluckers, Histoire des hôtesses de l'air. Les filles du ciel. Editions Du May, 2007.

Neen, in die eerste jaren zagen ze er zo uit:

Eén van de meest 'glamorous' banen ontstond en vele jonge vrouwen droomden ervan. Toch was het werk in het begin - door de instabiliteit van de vliegtuigen toen - bepaald niet gemakkelijk, maar glamour had het, vele jaren. In het begin was het zelfs mannenwerk, want in vanaf 1931 nam KLM vooralsnog alleen stewards in dienst. Pas in 1935 werden de eerste stewardessen in dienst genomen. Glamour dus. Zo tekenden voor de kleding onder andere Nina Ricci en later Mart Visser.

Maar toch, vliegen werd heel gewoon, de glamour taande ietwat en zeker de werkomstandigheden. Zo stond ik eens bij een tramhalte en herinnerde mij een buur'meisje' die als stewardess voor de KLM werkte en immer met een taxi werd thuisgebracht. En nu stond bij die tramhalte zo'n zelfde KLM-stewardess. En ik vroeg haar verbaasd: "Wat doet u hier? Was er geen taxi beschikbaar?" Haar antwoord liet niets aan twijfel over: "Ja, zo ging het vroeger, in de goede oude tijd, maar nu moet je gewoon de bus of de tram nemen."


Coll. 'de Franse verleiding'

Een drietalig gidsje uit 1933 voor Nice en voor Nizza, zoals de Duitsers Nice lange tijd bleven noemen. Trouwens, zo heette het eigenlijk ook voordat Frankrijk op 24 maart 1860 er zeggenschap over kreeg. Dat gebeurde door een overeenkomst tussen de Franse keizer Napoléon III en de Italiaanse koning Victor-Emmanuel II. In ruil voor Nizza zegde Napoléon III de Italiaanse koning steun toe in zijn conflict met de Oostenrijkers en bij zijn streven van Italië een eenheidstaat te maken.


Coll. 'de Franse verleiding'

De eerste langwerpig karakteristieke Michelingidsen -'Les Guides Verts' - waren vlak voor en vlak na de Tweede Wereldoorlog nog niet in dat typerende en bekende groen, maar in rood.


Coll. 'de Franse verleiding'

Deze Reiswijzer voor Frankrijk voor automobilisten, motorrijders en wielrijders - Uitgave van den Kon. Ned. Toeristenbond A.N.W.B. stamt uit 1936 en betreft de zesde editie. Vraag luidt natuurlijk wanneer de eerste uitgave verscheen. De 1936-inleiding biedt uitkomst.

"Binnen dertien jaren, nadat de eerste uitgave van den Reiswijzer voor Frankrijk is verschenen, ziet thans de zesde het licht. Wel een bewijs, dat tegenwoordig zeer veel Nederlanders Frankrijk per automobiel, mototrijwiel of rijwiel bezoeken."

De eerste uitgave dateert dus van 1923, maar stelt U er zich niet veel vrolijks bij voor. 't Betreft voornamelijk gortdroge beschrijvingen van een aantal hoofdroutes met aanduidingen waar je links of rechts af dient te slaan. Voorbeeld? "Aank. over de Gardon, vertr. oostwaarts. Voorbij R. is het terrein heuvelachtig met een paar steile hellingen." Daar bleef het voornamelijk bij, plus natuurlijk wel de aantallen kilometers.


Coll. 'de Franse verleiding'

Rond, naar ik schat, 1935 verscheen van Machteld den Hertog haar 'Kampeertocht naar de Mont Blanc', een romantisch verslag dat werd uitgegeven door G.B. van Goor Zonen's Uitgeversmaatschappij te 's-Gravenhage.

Ter verduidelijking werd aangetekend:
"De schrijfster maakte enige tochten in de geest van de door haar beschrevene. Alle gegevens zijn dus juist, de practische details uit ondervinding voortgekomen.
Wanneer men zich tot een dergelijke tocht geïnspireerd voelt, zou men gerust op de gegevens kunnen vertrouwen."


Coll. 'de Franse verleiding'

Arbeiders Reisbureau van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling, Reisgids 1936.


Het was nog een tijd waarin door arbeiders en 'kleine luiden' nog volop strijd geleverd werd voor kortere werkdagen en vakantie zelfs. En dat kwam in Frankrijk zelfs in één klap: twee weken doorbetaald verlof werd afgekondigd door de Franse links-progressieve Volksfrontregering onder leiding van Léon Blum. In Nederland ging het allemaal geleidelijker en tal van verenigingen werden opgericht om die nog onwennige toerist te begeleiden. Hierboven een gidsje van de voorloper van het FNV en hieronder een Frans gidsje voor 'volks'-toerisme in het noorden en het oosten van Frankrijk.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

In Nederland werd gedurende de eerste helft van de twintigte eeuw wat betreft Frankrijk voornamelijk gepubliceerd over Parijs, ook al gaf bijvoorbeeld de Nederlandsche Reisvereeniging brochures uit die een groepsreis naar Parijs of de Fransche Rivièra begeleidden. En er was dat Nederlandsche buitenbeentje Ph. Zilcken die in Villefranche sur Mer woonde, aan die Fransche Rivièra dus. En die Zilcken publiceerde in 1925 zijn met prachtige zwart-wit foto's verrijkte 'Langs wegen der Fransche Rivièra'.
De ANWB gaf weliswaar al een poosje de immer blauwe 'Reiswijzer voor Frankrijk' uit, 'voor automobilisten, motorrijders en wielrijders', maar die waren gortdroog en gaven voornamelijk afstanden aan, de stijlheid van de wegen en waar je links of rechts af moest slaan.
Het hierboven afgebeelde album, want dat is het, vormde een heuse doorbraak: 'Frankrijk als toeristenland - "zijn geneeskrachtige bronnen en vacantieoorden" moet in 1935 of 1936 gepubliceerd zijn, misschien wel ter gelegenheid van de opening in 1936 door Koningin Wilhelmina van de eerste brug voor automobielen, bij Moerdijk ook weer.
Met vele bruinachtige foto's en fraaie advertentie van luxe hotels en winkels, werden voor het eerst in Nederland veel van de Franse streken beschreven. Maar aan de gewone man was het nog niet echt besteed, want in die tijd konden alleen mensen als notarissen, artsen, hoogleraren, fabrieksdirecteuren en de rest van de bourgeoisie de reis op eigen houtje ondernemen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Deze folder ter promotie van treinreizen naar Atlantische badplaatsen moet uit zo ongeveer vlak na 1936 stammen, het jaar waarin door de linkse Volksfront-regering als één van de eerste wetten die van 'les congés payés' door het Franse parlement joeg: in één klap voor iedereen twee doorbetaalde vakantieweken, een nieuwe markt voor spoorwegmaatschappijen.


Coll. 'de Franse verleiding'


En dit is dan zo'n praktisch gidsje voor die notarissen, artsen, hoogleraren, fabrieksdirecteuren en de rest van de bourgeoisie, uit 1936 ook weer.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Na de Russische Revolutie intigeerde heel veel Fransen het Sowjet-systeem, ook toen het op een regelrechte stalinistische dictatuur was uitgedraaid. De schrijver/filosoof André Gide was na een Ruslandreis één van de eerste intellectuelen die er openlijk zijn vraagtekens bij ging zitten, zoals in zijn 'Retour de l'U.R.S.S.' uit 1936.
"(-) le Retour de l'URSS , malgré l'éloge qu'il contient de certaines réalisations du régime, malgré la volonté qu'il exprime d'éviter le pamphlet, est bien un ouvrage de dénonciation d'un régime totalitaire. Inégalités criantes, ravitaillement lamentable, alignements de taudis, inertie de la masse, complète dépersonnalisation des individus, façonnement de l'esprit par la propagande, défaut généralisé d'esprit critique, conformisme dans tous les domaines, stalinolâtrie, ignorance extraordinaire de l'étranger... "Dictature du prolétariat, nous promettait-on. Nous sommes loin du compte. Oui : dictature, évidemment ; mais celle d'un homme, non plus celle des prolétaires unis, des Soviets. Il importe de ne point se leurrer, et force est de reconnaître tout net : ce n'est point là ce qu'on voulait. Un pas de plus et nous dirons même: c'est exactement ceci qu'on ne voulait pas."

Les injures pleuvent dès lors sur Gide. Romain Rolland s'insurge, L'Humanité se révolte et, là-bas, la Pravda s'indigne: ce Gide, en vérité, n'a pas été très "rentable". Le cinéaste soviétique Eisenstein chargé de mission l'assimile à un valet des fascistes et des trotskistes. A Nice, un meeting est organisé par les Amis de l'URSS, où le Retour est démoli. Tous les jours, le facteur apporte un monceau de lettres au domicile de Gide, rue Vaneau. Jean Guéhenno, au nom de l'hebdomadaire antifasciste Vendredi , lui fait la leçon : "Nous vous avons vu si discipliné, il y a trois ans, André Gide ! Nous vous voyons maintenant si indiscipliné ! Quand donc êtes-vous vous-même ?" Mais les lettres ne sont pas toutes de reproche; bien des lecteurs se sentent soulagés. "Vous avez aidé à délivrer certaines victimes de Hitler, écrit l'un d'eux , songez à toutes celles qui gémissent dans les camps de concentration de la Russie soviétique."

Cependant, Gide a conscience du caractère trop impressionniste de son témoignage. Il veut remettre son ouvrage sur le métier, s'informer, justifier ses analyses par des arguments indiscutables, des chiffres. Il lit alors les anciens communistes Yvon, Souvarine et autres, et publie en 1937 ses Retouches à mon retour de l'URSS, plus sévères encore que le premier livre."
Geciteerd: 'André Gide lance une bombe', door Michel Winock in L'Histoire, N° 314, daté novembre 2006.
Het gekift zou, ook via Sartre tegen Camus, tot in de 80-er jaren van de vorige eeuw voorttetteren. (Vertaling volgt binnenkort.)


Coll. 'de Franse verleiding'

Toen al, in de jaren dertig, kwam een 'ruimere' francofolie op gang getuige dit reisverslag uit 1937: 'La Belle en haar aanbidders. Frankrijk bereisd, gezien, geproefd en ..... genoten met Jan Feith.'
Het betrof dus niet meer alleen Parijs en de Franse Rivièra, maar ook het Franse platteland.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Hierboven een fascinerend retrospectief op de Parijse 'Exposition Universelles' waar tal van uitvindingen en nieuwe snufjes aan 'le grand public', het grote publiek, getoond en gedemonstreerd werden. Ik heb zelfs jaren geleden tijdens mijn speurtochten een bejaarde heer ontmoet die in 1937 vanuit Nederland 'moest en zou' op de fiets naar Parijs trapte. 't Waren de crisisjaren en dat blijkt uit de verbazingwekkende ontwikkeling van het aantal bezoekers van de Parijse Wereldtentoonstellingen:

1855 ---- 5 000 000
1867 --- 11 000 000
1878 --- 16 000 000
1889 --- 32 000 000
1900 --- 50 000 000
1937 --- 31 053 700

Coll. 'de Franse verleiding'

1937, het Duitse fascisme en het Russische stalinisme. En hun 'architecturaal totalitaire' paviljoens stonden nota bene, voor de Eiffeltoren, hoe symbolisch, recht tegenover elkaar. Links het Duitse, met de Adelaar, en rechts het Sovjetpaviljoen met, natuurlijk, heldhaftig en krachtdadig landbewerkend vrouw-manskoppel met sikkel.


Van Goor's Taalgidsjes. Coll. 'de Franse verleiding'


Paul Arnoldussen, Rue d'Amsterdam. Kleine Atlas van Nederlanders in Parijs. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2002.

Coll. 'de Franse verleiding'


Paul Arnoldussen besteedt in zijn boek veel aandacht aan de dertiger jaren in Frankijk en dat waren in vergelijk met de haar omringende fascistoïde landen ook spannende tijden, maar in 1936 kwam er een links-progressieve regering aan de macht onder leiding van Léon Blum, het 'Front populaire' oftewel het Volksfront. En nota bene de eerste wet die werd aangenomen betrof de invoering van twee weken doorbetaald verlof, vakantie dus, de 'Congés Payés', dat als begrip nog steeds in het collectieve geheugen van de Fransen staat gegrifd. In Nederland waren de machthebbers zuinig met het invoeren van doorbetaalde vrije dagen, ook al verkregen in 1910 de diamantbewerkers als eerste recht op één doorbetaalde vakantieweek. Geleidelijk verminderde het aantal werkuren, voor andere beroepsgroepen volgden mondjesmaat ook regelingen voor wat vakantiedagen, maar pas in 1966 kwam de eerste wettelijke regeling tot stand waarin twee weken doorbetaald verlof werd vastgelegd.

°° "Voor een sfeerbeeld uit die tijd: "Arbeidersleven in Nederland: resultaten der enquête, ingesteld door het Nederl. Verbond van Vakvereenigingen in het najaar van 1907 naar de wenschelijkheid en mogelijkheid van beperking van den arbeidsduur voor volwassenen tot 10 uren per etmaal en afschaffing, respectievelijk beperking van nacht- en kinderarbeid. 1908."


Maar dan ook werkelijk ècht alles in het Frans:
Dr. J. Smit, Je vais à Paris. Le français comme on le parle. Quatorzième édition, revue, corrigée et augmentée par Dr. J. Smit. Gorcum, J. Noorduyn et Fils S.A., 1935.

Een veertiende editie! Of de oplagen waren klein of de Nederlander wilde in die tijd nog ècht iets van het Frans beheersen.

Coll. 'de Franse verleiding'


Ooit was 'den automobiel' net zo vreemd als de digitale wereld soms voor mij nog is en zal blijven ook. Dus tal van instructieboekwerken verschenen zo vanaf 1910. Hier eentje uit 1936, ook weer deel uitmakend van de Collectie 'de Franse verleiding'. En omslagen maken konden ze in die tijd als de beste en wéér semiologisch te duiden: de eigenaar van 'den automobiel' in kostuum onder de auto 'op de brug' met een vragende blik ("Hoeveel gaat me dat kosten!?") richting monteur, die 't allemaal uitlegt. Hadden we maar zo'n ultiem handboek voor 'den bewoner van Moeder Aarde' en een monteur.

Coll. 'de Franse verleiding'



Guy Marchot (Avec la contribution de Henri Neimark et al.), Les indésirables. Tome 1, Les camps d'internes civils Français et Etrangers 1939-1946. Association Philatelie Aix, 2020.

Frankrijk was niet altijd zo even 'douce' ook al heeft men de omslag van dit boek onbegrijpelijkerwijs toch een ietwat fleurige 'look' gegeven. Want wat was het geval? Gedurende de Tweede Werldoorlog kwam het in Frankrijk uiteindelijk tot maar liefst 1700 internerneringskampen waar in totaal zo'n 650.000 personen werden vastgezet. En er werden tal van eufemistische nenamingen aan gegeven: 'verzamelkampen', 'huisvestingscentra', 'doorgangskampen' en ook daadwerkelijk 'conentratiekampen'. De gevangenen hadden tal van nationaliteiten en overige persoonlijke karakteristieken: het werden 'indésirables' genoemd, eigenlijk 'ongewenste vreemdelingen. Jood zijn, zigeuner, communist - tel maar op, heel velen werden gediscrimineerd in wat niet meer 'la République' heette, maar 'l'état français'. Er bevonden zich heel veel vluchtelingen onder die Frankrijk als veilige haven beschouwden. Nee, ze werden geinterneerd in kampen, vaak van geimproviseerde aard, met slechte voeding en troosteloze hygiène: velen stierven er. Een groot aantal, joden met name, werd 'afgevoerd' naar Duitsland en verder oostwaarts.
Van de 330.000 joden in Frankrijk werden er 74.182 gedeporteerd.
Ter onthullende vergelijk: van de ongeveer 140.000 joden in Nederland werden er maar liefst 107.000 gedeporteerd .... .


Arnaud (Préface de Serge Wolikow), Les homosexuel.le.s en France. Du bûcher aux camps de la mort. Histoire et mémoire d'une répression. Editions Tirésias-Michel Reynaud, 2018.

Sedert een tiental jaren is ook de onderdrukking van homosexuelen - ik geef trouwens de voorkeur aan het woord 'gay' - tijdens de Tweede Wereldoorlog eindelijk onderwerp van wetenschappelijk onderzoek geworden. Tal van Franse maatregelen uit die tijd zijn op een rijtje gezet wat als 'onnatuurlijk gedrag' werd betiteld, en onderdrukt moest worden. Sindsdien bleef het trouwens nog lange tijd betwistbaar gedrag en werden de maatregelen die gedurende het Vichy-régime pas in 1982, tijdens het presidentschap van François Mitterrand, ingetrokken. Dat klaarde lucht in belangrijke mate, maar voor velen blijft het nog steeds 'een probleem', ook in Nederland. Wordt er bijvoorbeeld aan jou weleens de vraag gesteld: "Ben jij eigenlijk heterosexueel?" En je zult ze de kost moeten geven, en niet alleen tieners, die nog een enorme strijd leveren om voor hun geaardheid uit te komen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Op 14 juni 1940 vielen de Duitsers Parijs binnen, 'la chute', en meer dan vier jaar duurde de Nazi-bezetting. Tussen 19 augustus 1944 – 25 augustus 1944 togen ze af, dreigend Parijs in één totale, brandende puinhoop achter te laten. Het was door de Zweedse diplomaat Nordling dat de in Hôtel Meurice zetelende Duitse gouverneur van Parijs Generaal von Gölnitz, tegen de zin van de waanzinnige Adolf Hitler in, er op het allerlaatste moment van afzag de overal aangelegde brandbommen door zijn soldaten tot ontsteking te doen brengen.


Hier laat ik Margot Dijkgraaf aan het woord (NRC, 1 juli 2016):

"Juni 1940, de Duitse legers rukken op naar Parijs. In paniek verlaten duizenden inwoners hun stad. Het is één grote karavaan naar het zuiden, ‘oude auto’s zijn uit hun holen te voorschijn gekomen’, beladen met koffers en matrassen. ‘Je zou denken dat het kostbaarste bezit van een Fransman zijn matras is’, schrijft de verteller. In de auto’s liggen oude vrouwen, ‘ze kijken niet meer naar wat buiten henzelf ligt, en kinderen slapen alsof ze dood zijn’. De wegen naar het zuiden raken verstopt, auto’s begeven het, mensen raken uitgeput en stranden, op zoek naar eten en benzine, op boerderijen in de Beauce of elders op het platteland. De stedelingen houden hun hand op bij de plattelandsbewoners, verslinden een stukje brood dat ze toevallig onderweg vinden. Inwoners van Parijs, mensen van standing, gewend aan welvaart, veranderen in een paar dagen in vluchtelingen, asielzoekers, smekelingen.
Het zijn woorden die door de Franse criticus en schrijver Léon Werth (1878-1955) in Adieu Paris 80 jaar geleden gebruikte. 33 dagen (de titel van het Franse origineel) deed hij erover om van Parijs naar zijn buitenhuis in St. Amour, in de Bourgogne, te rijden. Hij geeft het reisverslag mee aan zijn vriend Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944), die ervan onder de indruk is en belooft dat hij het in New York zal laten uitgeven. Een lange stilte volgt. Pas in 1992 verschijnt het bij de Franse uitgever Viviane Hamy."

Pas in 2016 volgde een Nederlandse vertaling. Trouwens, Margot Dijkgraaf onderschatte met haar 'duizenden' de werkelijke omvang van 'de exodus': het ging om vele honderdduizenden.

Wie ontvluchtte eigenlijk Amsterdam?


Ronald C. Rosbottom, When Paris went dark. The city of light under German occupation. 2015.

Coll. 'de Franse verleiding'


Megan Koreman, De Dutch-Paris ontsnappingslijn 1942-1945. Amsterdam, Boom, 2016. / Omdat de Noordzeekust door de Duitse bezetter bijkans hermetisch was afgesloten vluchtte de Nederlanders die Engeland wilde bereiken veelal via Frankrijk, trokken met de grootste moeite de Pyreneeën over, trokken door het oorlogsneutrale Spanje naar Lissabon om daar de boot te nemen naar Londen.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Mr. G. J. van Heuven Goedhart beschreef in de nadagen van WOII zijn ontsnappingstocht, zijn vlucht naar Londen en in zijn geval niet via Lissabon, maar via Gibraltar. 't Vormde een ontberende tocht ook weer door dat Frankrijk, over de Pyreneeën en door Spanje.

"Het is sedert mijn aankomst in Engeland op 17 juni 1944 mijn plan geweest om het verslag van mijn wonderlijke reis van 55 dagen, van Amsterdam naar Londen, zwart op wit te zetten: niet omdat omdat ik mijn eigen avonturen zoo belangrijk vind; maar alleen omdat ik twee dochtertjes heb, Karin Sophie en Bergliot Halldis, die nu nog te klein zijn om "alles" te begrijpen., en voor wie ik dit boekje wil bestemmen als het eerlijke relaas van de wijze, waarop een mensch in het beschavingsjaar 1944 door Europa reizen moest. Dat ik het daarnaast aanmerk als een teeken van mijn diepe erkentelijkheid voor de alleen voor ondergrondsche werkers begrijpelijke mate van vriendschap, die ik in de bezettingsjaren van talloozen heb ondervonden - het spreekt vanzelf. Zooals ook vanzelf spreekt, dat ik voor de getrouwheid van het verslag volldig insta. Slechts op één punt zal ik knoeien: met de namen van menschen en plaatsen. Dat doe ik omdat dat ik niet weet of de Gestapo, welker lange armen ik zoo goed ken, dit boekje nog in handen zal krijgen vóór zij is uitgespeeld."


Dit is een derde (1 février,1944) 'bijna na-oorlogse' heruigave van de vooroorlogse 'Manuel du Camping', geschreven door J. Loiseau i.s.m. een hele trits leden van 'la Commission technique du Camping Club de France'. In die tijd was kamperen nog een hele klus en kunde die de toen nog weinige vakantiegangers nog niet zonder een praktische handleiding voor elkaar konden krijgen. Tegenwoordig hoef je, geloof ik, bij bepaalde tenten alleen nog maar aan een touwtje te trekken en de tent staat..

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Bij mijn weten verscheen in 1900 voor het eerst in Nederland een boek over een dorp in Frankrijk - uit het 'Fransch' vertaald - en wel:
'De geschiedenis van een dorp van vòòr de Fransche revolutie' van ene Charles Delon en uitgegeven S.L. van Looy te Amsterdam.
Of het toen 'aansloeg' valt niet meer te achterhalen. Anders heeft dat gelegen met Clochemerle, geschreven door Gabriel Chevallier en in 1934 in Frankrijk gepubliceerd. De dorpsschets werd geïnspireerd door Vaux-en-Beaujolais, gelegen in de regio Beaujolais, en haalde vele herdrukken.

Misschien dat het droombeeld van leven in een Frans dorp bij een steeds groter aantal Nederlanders begon met de publicatie vlak na de Tweede Wereldoorlog van het boek 'Clochemerle' in Nederlandse vertaling, een vertaling verricht door D. Ypma in het kamp van St. Michielsgestel. 't Betrof een kolderiek dorpsverhaal en op de binnenflap stonden en staan dus nog steeds de inleidende woorden:
"De puriteinen zullen zeggen dat dit kostelijke boek Clochemerle niet netjes is. Gelijk kunnen ze krijgen. Maar is dat een veroordeling - het vonnis over een roman, die, eerlijk gezegd, wel schalks en een tikje ondeugend is, maar die nergens grof of lelijk wordt?
Clochemerle: dat betekent een sfeer van levenskrachtige vreugde. Hoe verrukkelijk vertelt Gabriel Chevallier ons over de pastoor, wiens neus vertrouwen gaf aan heel de streek, of over de brave Marius na zijn terugkomst uit het regiment, wanneer hij bij Adèle zijn eerste glas komt drinken en het hele dorp al weet, wat hem verborgen is: hoe hij die lieve Rose, na alle vrijerij ...
En van Judith, met haar stralende, uitdagende schoonheid.
Maar dit boek is meer dan blijheid alleen, meer dan genereuze wijn en bekoorlijke vrouwen, meer dan een voorbijgaande stemming. Clochemerle gaat dieper. Het is ook nog iets als een satire, een satire zoals die slechts kan voortkomen uit een zeer groot volk als het Franse, dat zijn eigen zware gebreken kent - en er om lacht ... want bevordert men zo de regeneratie niet eerder dan door zich tot luidruchtige verontwaardiging op te winden?
Het is een goed volk daar in de streek van Beaujolais. Clochemerle's burgemeester is een zwaarwichtig, ambitieus man, die graag mag intrigeren, maar hij neemt U voor zich in, met zijn hartelijke gemoedelijkheid, die waarlijk niet geveinsd wordt.
En de regering van Parijs ... ja, kan men daarover in het dorp wel anders spreken dan met een smakelijke lach van Rabelais, vernietigend en verzoenend tegelijk? Inderdaad getuigen de mensen er van een volkomen illusieloze kijk op de toestanden. Het is of de schrijver ons zegt: "Ja, het is erg bij ons!" Doch meteen voegt hij er speels aan toe - "Maar dat is zo heel erg niet," .... Misschien is het ook niet zo erg. Wie weet, hebben de toestanden toch minder diep op de mensen ingewerkt, dan de ergste pessimisten verwachtten. Het Franse volk blijft toch goed volk!
En daarom is Clochemerle meer dan het epos van een dorps-urinoir, al is dit gemeentelijk object de eerste oorzaak van vele particuliere en openbare rampen.
Gabriel Chevallier is geen grappenmaker. Maar in het hart van zijn provincie, aan het hart van zijn volk heeft hij de lach gevonden, die alleen aan een grote liefde ontspringt."


Coll. 'de Franse verleiding'



Coll. 'de Franse verleiding'

Weer zo'n introductie en handleiding, dit maal van Jean Hureau: 'Initiation au Voyage. Manuel du touriste en France. Paris, Editions J. Susse, 1947.

Hiermee staan we aan de vooravond van het massatoerisme dat, want rond die tijd was slechts sprake van iets meer dan ht miljoen 'buitenlandse vakantie', grensoverschijdend dus. Zoals met veel 'zaken', ooit rekende men nog in miljoenen en was je al onder de indruk. Tegenwoordig rekent men net zo gemakkelijk in miljarden, ook wat het toerisme aangaat. Monsieur Hureau schreef meerdere kampeer- en caravaningboeken en was een soort Franse Ton Koot.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Tal van typen reizen zijn inmiddels de revue gepasseerd: strijdende en koloniserende Romeinen, de Frieze handelsvaart, de pelgrimsvaart, de vormende reis, de pittoreske reis, de romantische reis en hier een illustratie van een nostalgische reis. En naar de Franse Rivièra nog wel, door Robert Graves die in 1948 verslag legde hoe het er voor stond in vergelijk met vroeger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de azuren kust overbevolkt met uitwijkelingen en vluchtelingen en, weinigen realiseren zich dat, vond er een grote geallieerde invasie plaats. Maar Charles Graves kon tot zijn grote genoegen vaststellen dat de Rivièra zich had hersteld en dat zelfs het mondaine toerisme weer op gang was gekomen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Nu ogenschijnlijk iets anders. Ogenschijnlijk. Van Le Corbusier verscheen in 1950 het prachtig vormgegeven 'Le Modulor', maar dat als verradelijke ondertitel droeg: 'essai sur une mesure harmonique à l'échelle humaine, applicable universellement à l'architecture et à la mécanique. (Editions de l'Architecture d'aujourd'hui). 'A l'échelle humaine' betekent 'op menselijke maat, net zoals reders nu hun gigantische cruiseschepen aanprijzen waar wel meer dan 3000 passagiers op en in passen. Le Corbusier koesterde de droom het Parijs van Haussmann met de grond gelijk te maken en er voor in de plaats een woud van hoge flatgebouwen neer te planten waar je zelfs tussen door kon vliegen.

le Corbusier begon met zijn ellendige plannen al vroeg, getuige zijn 'Vers le Paris de l'époque machiniste: Le redressement français' uit 1928 of met zijn uit 1933 stammende 'La Ville Radieuse. Eléments d'une doctrine d'urbanisme pour l'équipement de la civilisation machiniste', ook al uitgegeven door 'Editions De L'Architecture D'Aujourd'hui'. Voorzover nog nodig was werd Le Corbusier recentelijk alsnog, en terecht, neergezet als een totalitaire, zelfs als een fascistische architect en stadsplanner. Leze daartoe van Xavier Jarcy 'Le Corbusier, un fascisme français.' Paris, Albin Michel, 2015.


Eric G. Leed, The Mind of the Traveller - From Gilgamesh to Global Tourism. New York, Basic Books, 1991.

En kijk! Er wordt uteraard eindeloos onderzoek gedaan naar wat een reiziger-toerist beweegt. Soms gewoon uit fascinatie, maar veelal vanuit marketing-oogpunt: wat 'beweegt', 'drijft', elk te onderscheiden 'segment' van de markt en hoe die te verleiden tot ... . Natuurlijk zijn er die er zo maar wat op los banjeren, maar de destinationmarketing wordt alsmaar krachtiger. Aanbieders van een product, ook als het een toeristische betreft, hebben een broertje dood aan toeval.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Parijs werd na de Tweede Wereldoorlog de stad van het 'existentialisme', een kreet bedacht door romanschrijver en filosoof Jean-Paul Sartre met zijn in 1946 gepubliceerde werkje 'L'Existentialisme est un humanisme'. In Nederland was een beetje opgeleide nog redelijk de Franse taal machtig en het werd pas in 1967 door A.W. Bruna & Zoon onder de titel 'Over het existentialisme' uitgegeven. Naar mijn weten is er nimmer serieus onderzoek gedaan naar - met een duur woord- de 'perceptie', zeg maar: 'hoe het werd begrepen'. Mijn inschatting is vooralsnog dat het vooral stond voor een levenstijltje van Gauloises roken, jazzkelders, lekker je eigen gang gaan, hetgeen werd weerspiegeld in titel van Remco Campert's Parijse verhalenbundel uit 1955 'Alle dagen feest'. Tekenen aan de wand?
Sartre's trilogie 'De wegen der vrijheid' heb ik gelezen, ook al vond ik 'Les Mandarins' van Simone de Beauvoir veel intigerender, maar Sartre als filosoof bleef voor mij immer ongrijpbaar, net zoals voor H.J.A. Hofland die hem eens in het luxueuse Amsterdamse Amstel Hotel waar Sartre verbleef, jawel, interviewde en zich over dat gesprek liet ontvallen dat hij van de woorden van Sartre geen mallemoer begrepen had.
En zo ben ik in blijde verwachting van het verslag van een congres georganiseerd en samengevat door Ingrid Galster over "Het ontstaan van het 'fenomeen Sartre': de redenen van een succes'. (La naissance du 'phénomène': les raisons d'un succès 1938-1945. Paris, 2001.)

En toen kwam het historisch en oh zo symbolisch-ideologische conflict tussen schrijver-filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) en schrijver-filosoof Albert Camus (1913-1960) in een periode dat de Koude Oorlog goed op stoom kwam. In 1951 publiceerde Camus zijn boek 'L'homme révolté' ('De mens in opstand') waarin hij zich afzette tegen alle vormen van totalitarisme, revolutionair geweld en dus ook het communisme. In tegenstelling tot Sartre, die de Tweede Wereldoorlog in de luwte doorstond, had Albert actief deel uitgemaakt van het verzet, maar idealiseerde de strijd niet. Sartre, die in die tijd het communisme omarmde, juist wel. Hij bezocht zelfs gevangen leden van de Duitse terroristische Beider-Meinhof Gruppe en als klap op de vuurpijl werd Sartre ook nog eens maoïst. Helaas missen we het begeleidende verhaal van Camus, want op 4 januari 1960 kwam hij om het leven door een tragisch auto-ongeval.

Coll. 'de Franse verleiding'

Ronald Aronson, Camus et Sartre, Aamitié et Combat. Alvik Editions, 2005,
Naar alle waarschijnijkheid dus de Franse vertaling van het oorspronkelijke
Ronald Aronson, Camus and Sartre. The Story of a Friendship and the Quarrel that Ended It. Chicago, University of Chicago Press, 2005.


Coll. 'de Franse verleiding'

Verontrusting over de vergrieping van Moeder Aarde stamt niet van vandaag, van gister, maar al van 'de dag ver vóór eergister'. Hier van F. Osborn 'La Planète au pillage' uit 1948, de voor Franse begrippen rappe vertaling uit het Engels van Henry Fairfield Osborn's 'Our Plundered Planet', ook uit 1948.


Ooit in het bezit van de Coll. 'de Franse verleiding'

Jean Boullet (1921-1970), Les trois visages, vers 1948. Huile sur toile signée - 66 x 81 cm.

Over de veelzijdige kunstenaar-artiest Jean Boullet valt veel te verhalen, ook over de ware toedracht van zijn dood, maar daar is hier nog even geen ruimte toe. Die verhalen komen later wel.


Wat hierboven misschien wel als eerste in 't oog schiet is de karakteristieke Gallimard-omslag: crème-kleurig bedrukt met twee dunne rechthoekige kaderlijnen, zwart buiten, rood binnen met onder auteursnaam en titel het nrf-monogram. En zo geeft Gallimard nog steeds uit, een unicum in de uitgeverswereld. Dus: The Guinness Book of Records!

Maar nu waar het echt omgaat: titel en inhoud van 't boek. In 1949 verschenen in twee delen 'Le deuxième sex' van Simone de Beauvoir, een nogal wijdlopig, maar dichtgetimmerd feministisch en existentialistisch betoog. Daarin verzette zij zich tegen de veronderstelling dat het levenspad van vrouwen vanaf het vroegste moment van leven in grote lijnen al zijn bepaald en sloot elke vorm van determinisme uit: m.a.w. - heel existentialistisch - "Je bent zelf aan zet" en liever nog 'verenigd'.

Haar betoog sloeg in als een bom, werd een enorm succes, snel in vele landen in vertaling gepubliceerd, maar in het Nederlands pas 15 jaar later. Zou het Frans dat toen in Nederland op MMS, HBS en gymnasium nog een verplicht vak was, voldoende zijn geweest voor zo'n 'dichte' tekst? Ik waag het te betwijfelen: 't was lezen 'op de tast'. En zo wordt het betoog van Simone de Beauvoir in Nederland wel gezien als voorzet èn aanzet tot de 'tweede feministische golf' die in de jaren '60 en '70 op gang kwam.

Zonder universitaire graad in filosofie of culturele filosofie veroorloof ik me anno 2020 toch een kritische kanttekening.
Niet voor iedereen is bij zijn geboorte de bal 'even rond' als voor iedereen. 't Maakt verdraaid veel uit waar je geboren bent en kan opgroeien: in Almelo of Blaricum, in de Schildersbuurt of Rhenen, in Bloemendaal of Amsterdam Nieuw-West.

Maar goed, dit alles is misschien te kort door de bocht en da's dan in dit specifieke kader noodgedwongen.


Een gidsje Simca-servicepunten uit 1949 dat voornamelijk de grotere steden betrof.

Coll. 'de Franse verleiding'


De eerste gidsjes van Jan Brusse zijn qua jaar van uitgave slechts bij benadering in te schatten. Waarschijnlijk in 1949 verscheen de eerste uitgave van zijn 'Gids voor Parijs en omgeving' en in 1950 zijn 'Gids voor de Franse Riviera en de Provence'.
In zijn als voorwoord bedoelde 'Kennismaking met een Sprookjesland' haalde Jan Brusse alles uit de kast:

“Ja, het is inderdaad een sprookje. Het is eind Februari. Sinds October is het koud en nat en guur geweest en er wil nog altijd maar geen einde aan die winter komen. Toen ge in Amsterdam in de trein naar Parijs gestapt was, viel er zo waar een beetje natte sneeuw en u huiverde in uw winterjas. In Parijs was het al niet veel beter. U moest een paar uur wachten op het vertrek van de trein naar het zuiden. U wandelde dus wat door Parijs, waar het misschien een beetje minder guur was, maar u had uw kraag opgezet en in het kroegje op de hoek ging u dicht bij de warme kachel zitten en u bestelde een hete wijn met suiker. Een half uur te vroeg ging u in de trein zitten, waar u niets beters te doen wist dan maar zo gauw mogelijk in te dutten. Wordt ge de volgende morgen tussen Marseille en Toulon wakker dan denkt u eerst dat u droomt, of een sprookje beleeft. De winter is verdwenen en u zit plotseling in de meest stralende lente.”

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

'Bagnères-de-Bigorre. Guide Thermal et Touristique' uit 1951.

Kuren? Nederlanders? Die bijvoorbeeld voor Fransen en Duitsers 'als vanzelfsprekendheid' was de Nederlander totaal vreemd. In het minst slechte geval ging je naar een 'openbaar badhuis'.


Coll. 'de Franse verleiding'

Over de Touring Club Holland en zijn initiatiefnemer Jan Switzer valt veel te verhalen en dat zal later zeker ook uitgebreid gebeuren. Hier vooralsnog in 't kort: Veluws pensionhouder Jan Switzer was qua gastvrijheid een 'précurseur', dat voorloper betekent. Nog vóór de Fransman Jean Trigano kwam met zijn vakantiekampen, de later zo bekend geworden Club Méditerranée, improviseerde Jan Switzer al in 1949 met militair dumpmateriaal een eerste vakantieparkje bij elkaar, met legertenten weliswaar, maar op een schitterende plek: La Garoupe op de Cap d'Antibes. Het bood ook Nederlanders met een wat smallere beurs de kans om een droomvakantie mee te maken. In het vijfjarig jubileumgidsje uit 1954 blikte Jan Switzer terug op die eerste jaren en doet niet onder voor Jan Brusse:
"Wanneer wij de moeizaam voortzwoegende omnibus, die in 1949 - onversaagd weliswaar - zijn weg naar het zigeunerkamp in betoverend La Garoupe te Cap d'Antibes wist te vinden, vergelijken met de uiterst comfortabele super-coaches, welke thans, bandenzingend, de 1500 km naar het schier niet te evenaren openlucht-hotel van 1953 afleggen; en wij daarbij bedenken voor hoeveel duizenden onze reizen gedurende deze jaren als een verfrissend geestelijk bad gewerkt hebben in hun dagelijkse bestaanszorgen, dan doorstroomt ons een gevoel van dankbaarheid, een dankbaarheid zó groot, dat daarbij de talrijke moeilijkheden, welke wij moesten overwinnen om dit doel te bereiken, als in het niet verzinken."

Lees hier een portret van hem uit die tijd.


Heel, héél langzaam kwam in de jaren '50 een automobiel de kleine burgerman binnen zijn bereik en er werd qua handboeken wat afgepubliceerd. Hier een Frans instructieboekje uit 1951. 't Franse woord 'Mécanisme' krijgt een Nederlander nog wel mee, maar 'Conduire' betekent besturen, 'Entretien' staat voor onderhoud en 'Dépannage' duidt op reparatie.


Het moet wel gek lopen of elk land heeft wel zo haar charmes, dus ook Nederland en Frankrijk.

Coll. 'de Franse verleiding'

Châteaurenard in de Provence.

Coll. 'de Franse verleiding'

Coll. 'de Franse verleiding'

In de nacht van 31 januari op & februari 1953 voltrok zich de Watersnoodramp en van overal werd hulp geboden, ook vanuit Frankrijk. Hier een ansichtkaart van de Franse 'Secours Catholique', een katholieke hulpverleningsorganisatie, die dus zelfs zo ver ging .... ansichtkaarten te laten drukken, waarmee Zeeuwen hun dank konden betuigen voor de hulp.

Coll. 'de Franse verleiding'

Anduze in de Gard.

Geen idee om welke Amsterdamse gracht het hier gaat.

Coll. 'de Franse verleiding'

Isle-sur-Serein in de Yonne.

Coll. 'de Franse verleiding'

De viskraam bij de molen De Gooyer aan de Amsterdamse Funenkade, bij de Zeeburgerstraat, hoek einde Sarphatistraat.


Coll. 'de Franse verleiding'

Een propaganda/marketingfolder uit 1953: 'bezoekt Frankrijk' en een uitroepteken mankeert er nog aan. Want wat wil het geval in die na-oorlogse jaren?

In weerwil van de onderdrukkende Duitse Nazi-bezetting van Nederland was dàt Duitsland in die na-oorlogse jaren toch de meest opgezochte buitenlandse vakantiebestemming.

In vergelijk met nu ging het uiteraard nog om bescheiden aantallen, maar de verhouding Duitsland - Frankrijk was, nu terugkijkend, opmerkelijk:
in de zomerperiode van 1954 trokken 254.000 Nederlanders naar Duitsland, 174.000 naar België en Luxemburg en in verhouding 'slechts' 122.000 naar Frankrijk. De Franse overheden stelden alles in het werk om die opmerkelijk scheve Duitsland - Frankrijk-verhouding ter Franse gunste te doen omslaan en dat lukte pas na vele jaren: Frankrijk werd uiteindelijk pas rond 1980 voor Nederlanders de belangrijkste buitenlandse vakantiebestemming ... .


Souvenirs kennen ook een geschiedenis. Hier 't type souvenir dat van de jaren '20 tot en met de jaren '60 gewild was; 'de Franse verleiding' conserveert er honderden.
Toch waren er ook andere typen souvenirs, maar daar is hier nog even geen ruimte voor.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Van die 122.000 Nederlandse Frankrijkgangers ging het merendeel naar Parijs. Door het Franse verzet ter plekke en de inzet van de Zweedse diplomaat Raoul Nordling die de Duitse bevelhebber in Parijs, Generaal Von Choltitz, ervan wist te weerhouden Parijs goeddeels op te blazen, was Parijs nog de enige metropool in de buurt, want Berlijn lag immers in puin. En Jan Brusse en anderen werd bijgestaan. Zo verscheen in 1953 van Mr. Ir. van Praag, 'Parijs. Rendez-vous der wereld'.


Coll. 'de Franse verleiding'

'Parijs. Rendez-vous der wereld'? Ja, van werelden en van uitersten. In die tijd kende men in Nederland kennelijk geen of nauwelijks straatzwervers in tegenstellingtot Parijs: de clochards. Zij mede werden onderdeel van het 'image' van Parijs, ook in Nederland. Tom Manders, alias Dorus, maakte er met een sjofele regenjas een TV-typetje van en ene Henri van Leeuwen bereikte als verklede waaghals enige faam met zijn boek 'Zwerver in Parijs. Hoe ik leefde als chemineau en clochard' (Uitgeverij Contact, Amsterdam-Antwerpen, 1952). Van Leeuwen maakte er zelfs een 'one man show' van, rondtrekkend trekkend door Nederland. De boeken 'Zwerver in Marseille' en 'Zwerver in Marokko' volgden ook nog. 't Kan verkeren.


Coll. 'de Franse verleiding'

Guide Officiel du Syndicat d'Initatives - ESSI - de la Côte d'Amour et de la Presqu'île Guérandaise, ca. 1954 gedateerd.

't Kan verkeren, want nu helaas zullen vele 'zuiver op de graad'-wezenden dit fraaie, als bevrijdend bedoelde beeld, aanstootgevend vinden.


Monte-Carlo maakte het in die tijd helemaal te bont. Toch? 't Zou nu niet door de beugel van Facebook kunnen. Aanstootgevend. Niet correct.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Met de eerste na-oorlogse uitgaven was iets vreemds aan de hand. In de rechterbovenhoek stond in die jaren immer een rond stempeltje afgedrukt met de tekst:
"Vente en France exclusivement. Exportation interdite."
= "Verkoop exclusief in Frankrijk. Export verboden."

Zelfs in 1954 heerste er kennelijk nog steeds schaarste en gold nog steeds 'Eigen volk eerst'.


Diederik Stevens, Hoogtij langs de Seine. Nederlandse schrijvers en kunstenaars in Parijs. Amsterdam / Antwerpen, Uitgeverij Atlas, 2012.

Coll. 'de Franse verleiding'


Van Ed van der Elsken zijn fotoreeks 'Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés' uit 1956. Over de 'ontvangst' in Nederland valt veel te verhalen, o.a. dat een scribent in het toen nog christelijke Vrij Nederland het 'een ziek werk' vond. Over 'perceptie' gesproken.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Er is door de jaren heen in Parijs wat afgefotografeerd, ook door Nederlanders en zeker niet alleen door Ed van der Elsken. De Amsterdamse schilder George Breitner was er zeer vroeg bij, maar ook Henri Berssebrugge. Maria Austria volgde, maar ook Jan Coppens, Paul Huf, Max Koot, Johan van der Keuken, Ad Windig, Cas Oorthuys, Sem presser en vele anderen zoals u en ik, en ook Kees Scherer ....


Coll. 'de Franse verleiding'


Gedurende de na-oorlogse jaren werd 't Parijse Saint-Germain-des-Prés een 'wereldje' op zich en ene Boris Vian (1920-1959) schreef er zelfs een 'Manuel' (= handleiding) voor dat in 1951 verscheen.
Vian was een duizendpoot, toch wel ietsjes karakteristiek in de Franse culturele wereld; in Nederland heerst toch overwegend een 'Schoenmaker, houdt je bij je leest'. Zoniet Vian die zich ontplooide in tal van richtingen: als ingenieur, schrijver van romans, filmscenarios en theaterstukken, dichter, vertaler, acteur, chansonnier, schilder en jazztrompettist, bijvoorbeeld in de jazzclub "Tabou". Ik geloof dat voor zo een iemand 't woord 'eclectisch' van toepassing is.
Zijn werk was vaak controversieel, zeker in het Frankrijk van de jaren 50. Vian schreef maar liefst zo'n 400 chansons, waarvan de bekedste waarschijnlijk 'Le déserteur' is, een pacifistisch lied geschreven ten tijde van de oorlog in Frans Indochina.

Coll. 'de Franse verleiding'


Een kleine gidsje voor het rijden over Franse plattelandswegen uit 1954, rijkelijk geïllustreerd met zwart-wit foto's van een samenleving die nog in de overgang zat van paard naar automobiel. Breed uitstekende landbouwtractoren, schapenkudden en koeien konden, zo blijkt uit de foto's, tot de meest rampzalige ongelukken leidden.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Josepha Mendels (1902-1995) woonde en schreef vanaf 1936 tot aan 1992 'in en vanuit' Parijs. Edoch met een lange onderbreking, vanwege 'de' oorlog. Daarvan hier een summiere Wikipedia-verslaglegging:
"Op 10 mei 1940 kreeg ze te horen dat ze niet meer onder haar eigen (joodse) naam mocht schrijven. Dat weigerde ze dus, ze stopte met werken. Ze zorgde voor valse identiteitspapieren en vertrok naar onbezet Frankrijk. Op 7 november 1942 bereikte zij Perpignan en ondanks de koude begon zij aan de tocht over de Pyreneeën. De passeur bleek geen goede bedoelingen te hebben en beroofde haar van alles, inclusief het manuscript van haar eerste roman. Bij aankomst in Spanje werd ze gearresteerd en naar de gevangenis van Figueres gebracht. Op 15 januari 1943 werd ze weer vrijgelaten, zodat ze de reis kon voortzetten, nu legaal, en Madrid bereikte. Daar moest ze op een visum wachten, maar al in mei 1943 mocht ze door naar Lissabon. Op 11 juni 1943 vloog ze naar Engeland. (-) Ze kreeg een baan in Stratton House. Op de Franse afdeling van de Inlichtingendienst moest zij berichten afluisteren.
Eenmaal terug in vrij Parijs schreef Joespha Mendels tal van romans, voor een goed deel 'Parijs ingegegeven' en zelfs, lang voor Wina Born, ook een Nederlands kookboekje 'à la française': Josepha Mendel, Bon appétit. Frans koken in de Lage Landen. A.W. Bruna & Zoon, Utrecht,1954.


Coll. 'de Franse verleiding'

Na 'Clochemerle' heeftde latere hoogleraar sociaal-economische geschiedenis Henri Baudet mede bijgedragen aan de in Nederland groeiende fascinatie met het Franse dorp. Gedurende de jaren 1953 en 1954 woonde hij in het Noord-Franse dorpje Saint-Soupplets, niet ver van Parijs en richting de Champagne. Hij zette zijn indrukken op papier, met als resultaat het in 1955 verschenen boek 'Mijn dorp in Frankrijk'. En het werd een klassieker. De dorpsschets beleefde maar liefst zeven herdrukken, waarvan de laatste in 1984. In 1991 verscheen nog zelfs een Franse vertaling met een voorwoord van nota bene de Franse cultuurhistoricus Emmanuel Le Roy Ladurie, bekend van zijn 'Boeren in de Languedoc' uit 1969 en van zijn 'Montaillou. Een ketters dorp in de Pyreneeën, 1294-1324' uit 1975 en dat na de vertaling in het Nederlands in 1984 in de Lage Landen zelfs een bestseller werd. Inmiddels zijn de Nederlandse lieve Franse plattelandsboekjes niet meer op de vingers van twee handen te tellen.



Coll. 'de Franse verleiding'

In 1956, eigenlijk na eeuwen pas, verscheen weer eens een omvattend en niet zozeer toeristisch portret van de hand van Dr. W.J. Schuyt: 'Frankrijk. Land - Volk - Cultuur'. Tot aan het eind van de jaren '60 verschenen er vele drukken van, 'omgewerkte en uitgebreid', en telkens met een andere, Frankrijk typerend omslag.


Coll. 'de Franse verleiding'

H.J. Peppink, Veredelde Rijkunst & Op Reis Met Uw Auto. A.N.W.B. & Ad.M.C. Stolk, Zuid-Holl. Uitgevers Mij, 1956.

Hoofdstuk 12 - Buitenlands druk stadsverkeer' heeft als eerste deel 'In Parijs ... zèlf aan 't Autostuur?'

Na tal van waarschuwingen volgt ergens in de tekst: "Het zal u waarlijk meevallen en inééns herkent u een of ander 'monument' ... bijvoorbeeld de Opéra. Dan weet u zeker, dat u in het hartje van de binnenstad bent. Dan is 'het ijs gebroken', dan vindt u verder uw weg ook wel. Dan gaat u trots naar bed in de overtuiging dat het Parijse verkeer waarlijk niet zo griezelig is, als u gedacht had."

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Veelal werd in de jaren '50 de auto de hemel in geprezen. 't Stond voor een nieuw verworven vrijheid die voor steeds meer mensen binnen bereik kwam. Maar er waren, toen al, ook tegengeluiden. Lees mee:

DE AUTOMOBIEL
WERELDPLAAG
De voetgangers opgeofferd
Duizenden personen gedood
honderduizenden gewond
door de auto ieder jaar.

Moeten we niet het verkeer van de
eigen wagen verbieden in de steden?


De automobiel een wereldplaag? Waar ik woon kan ik niet van een paal spreken, er zijn er - als 't ware - niet veel en bovendien zou ik 'zonder' verhongeren. Ik moet nu eenmaal 2 x 10 kilometer rijden om bij die supermarkt boodschappen te doen die je vroeger gewoon in je dorp kon verkrijgen. Edoch, de grootgrutters hebben de kleinere dorpen hun middenstand ontnomen. Kaalslag.
De automobiel een wereldplaag? Het wordt er steeds geraffineerder op. Ik rij in een oud autootje, maar soms mag ik meerijden in zo'n nieuw model en weet niet wat me overkomt aan technologie: GPS, beeldscherm voor 'naar achteren', inklapbare zijruitspiegels, signalering als je je in een gevarenzône manouvreert. De wereldplaag verzint er alles op om het zo aangenaam en veilig mogelijk te maken.
Rond 1900 begon het nog met een 'pare-brise', een vooruit die de wind uit je gezicht hield tot en met de eerste autoradio's in de jaren '50.

Coll. 'de Franse verleiding'


Maar om in die tijd van 'Veredelde rijkunst' met je portomonee de grens te passeren was een heel gehannes. Hier een Toeristen-Deviezenboekje, deze stamt uit 1952, waarin aangetekend diende te worden met hoeveel geld je de grens overstak en op de terugweg wederom aangeven met hoeveel geld je Nederland weer binnenkwam. Hoe de douanes dat controleerden? In ieder geval, zo blijkt, werd er door hen afgestempeld. Dat waren voor de gewone man en vrouw nog eens andere tijden dan nu met euro en offshore-banking! Hoe lang die registratieplicht heeft bestaan valt voor mij tot nu toe helaas nog niet precies te achterhalen; maar een musembezoeker sprak van tot het begin van de jaren '60.


Coll. 'de Franse verleiding'

De grensovergang 'Wernhout' tussen Nederland en België rond 1950, dat we nu kennen als 'Meer', of ook wel 'Hazeldonk-Meer'.

En let op wat er qua internationale, toeristische grensoverschrijdingen de laatste 70 jaar bij benadering is gebeurd. Nogmaals, wereldwijd dus:

1950 ------ 25.000.000
1960 ------ 80.000.000
1965 ----- 110.000.000
1970 ----- 170.000.000
1975 ----- 200.000.000
1980 ----- 245.000.000
1985 ----- 300.000.000
1990 ----- 410.000.000
1995 ----- 470.000.000
2000 ----- 690.000.000
2005 ----- 800.000.000
2012 --- 1.000.000.000
2018 --- 1.400.000.000


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Waren de eerste blauw-kartonlinnen Michelin-reisgidsen vanaf 1917 reeds macaber genoeg gewijd aan de tientallen slagvelden in Noord-Frankrijk, begin jaren '20 begon het met het uitgeven van regionale gidsen, rood-gekartonlinnen met geel-bruine stofomslag waarvan de meeste de tand des tijds niet hebben doorstaan. Vanaf 1939 starte Michelin met de langwerpig groene 'Guide du Pneu Michelin', die vervolgens door haar lange leven heen 'guide vert' genoemd werd, de groene gids, een geduchte concurrent van 'Les Guides Bleus'. Hier een eerste uitgave van 'Chateaux de la Loire' voor het seizoen 1954-55. Curieus staat rechstboven een stempeltje met de mededelig dat verkoop exclusief binnen Frankrijk was toegestaan; export was verboden. Gedurende de daaropvolgende decennia veranderde de groene Michelingids van vormgeving en inhoud: historische informatie werd ingedikt en er werden aanbevelingen opgenomen voor hôtels en restaurants. Nu er maar van uitgaan dat het geen vetbetaalde 'advertorials' betreft ... .


Coll. 'de Franse verleiding'

Een verdraaid handig klein wegenmapje uit 1955 met 'Les Grandes Routes de France'.
'Guide offert par la B.N.C.I.', de 'Banque Nationale pour la Commerce et l'Industrie',
toen een heel grote bank met talloze vestigingen en die werden natuurlijk op de kleine kaartjes met een symbooltje plus adres aangegeven. 't Ging in die tijd alleen nog maar om de Routes Nationales, maar tijd verglijdt, voor de B.N.C.I. en voor de Routes Nationales. Vanaf begin jaren '60 werd begonnen met de aanleg van de autoroutes en voor de B.N.C.I. was ook het uur 'U' aangebroken. Ook tegenwoordig is de Staat in de Franse economie nog zeer machtig, 't draait vooral door een gedeelde opleiding aan elitescholen om een relatief kleine groep van 'ons kent ons' en die met het grootste gemak heen en weer springen tussen 'publiek' en 'privaat'. En zo decreteerde 'le ministre des Finances' Michel Debré in 1966 dat een paar banken dienden te worden samengesmeed tot de Banque national de Paris (BNP), waaronder de B.N.C.I..


Een fleurige folder, uitgegeven door hotelliers, betreffende de tweebaans Route Nationale 7 waarop nu met zoveel nostalgie wordt teruggekeken. Er Ries van der Wouden, De ruimtelijke metamorfose van Nederland 1988-2015 - Het tijdperk van de vierde nota. Nai010 Uitgevers/Publishers, 2015. bestaat inmiddels zelfs een 'glossy' over die fameuze N7 van ooit.

Coll. 'de Franse verleiding'



Coll. 'de Franse verleiding'

Halverwege de jaren '50 beschikten de uitgevers nog steeds niet echt over de middelen om foto-albums in kleur op de markt te brengen, 't bleef vooralsnog bij zwart-wit, zoals hier met 'Vrouwen van Parijs' met tekst van André Maurois en, daar ging het natuurlijk om, foto's van de toen zo bekende fotogaaf Nico Jesse, die van vak eigenlijk huisdokter was. 't Album werd in 1954 uitgegeven door A.W. Bruna & Zoon, een uitgeverij welke een overduidelijke band koesterde met Frankrijk.


Coll. 'de Franse verleiding'

Jan Brusse met foto's van Daniel Frasnay, 'Nachten in Parijs'. Utrecht, A.W. Bruna & Zoon, Zwarte Beertjes 101/102, 1957.


In de reeks piepkleine en summiere 'Kosmos Reisgidsen' kwamen talloze Westeuropese bestemmingen aan bod en natuurlijk ook Parijs, in 1956. Ze werden uitgegeven in samenwerking met de Nederlandsche Reisvereeniging. Dit is wat de auteur J.P. Doedens onder andere schreef over de Parijse Hallen:

"Trek vooral niet uw mooiste keren aan, want u zult nog al eens opzijgeduwd worden door volgeladen transportwagentjes of bijna onder de voet gelopen worden door 'les forts des Halles', die gekromd onder hun centenaarslasten zich zoonodig op hardhandige wijze een weg banen door het gedrang. Nog een soort bezoeker zult u er aantreffen. Het zijn de zwervers van Parijs, de clochards die hun lugubere nachtverblijven in duistere portalen en onder de bruggen van de Seine verlaten hebben om te zien of er nog iets van hun gading is. Daar zitten twee van die lompenridders. Ze hebben zich mester gemaakt van een groot weggeworpen bot en schrapen nu met een roestig mes de resten vlees er af, die ze ter plekke plaatse broederlijk consumeren. Ook dat is Parijs! De finishing touch van uw bezoek is dan een bord traditionele uiensoep in zo'n onooglijk restaurantje temidden van de dagelijkse werkers der Hallen."

Dit nu bleef nog lange tijd één van de vele clichés aangaande Parijs.


G. van der Weyde e.a., Onder de luifel. Kampeer technisch handboek. Den Haag, ANWB, 1956.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

G. van der Weijde, Auto-kamperen. Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B., 2-de druk, 1957.

Rond 1900 verschenen er tal van semi-wetenschappelijke verhandelingen over het fietsen en daarna het autorijden. In de dertiger jaren volgden handleidingen om 'op bivak' te gaan. Met de groeiende na-oorlogse welvaart kwamen tal van instructieboekjes op de markt over de techniek van het autorijden, kamperen en kennelijk dus ook over het 'auto-kamperen'. 't Bevatte aparte verhandelingen over 'de tent' en over de vraag van een 'dubbel- of enkeldakstent', 'de dwarsslapers' en, toen al, 'de pneumatische tent', over 'het slapen en matrassen', over 'En wat kost 't nu allemaal' tot en met de 'Paperasserij'.


Coll. 'de Franse verleiding'

De laatste decennia werd er veel gepubliceerd over snelheid, over versnelling vooral en vaak zeer 'conceptueel. Franse en Amerikaanse filisofen en anthropologen hebben inmiddels een halve boekenplank volgeschreven, over 'modernism',over 'post-modernité' en over 'liquid society'. Halverwege de jaren '50 was journalist H.J.A. Hofland in zekere zin een ziener en publiceerde in 1955 'Geen tijd. Op zoek naar oorzaken en gevolgen van het moderne tijdgebrek.' Heel nuchter.

De tekst op de binnenflap is reuze illustratief en zéér herkenbaar, zeker nu:

- Laten we een afspraak maken.
- Best. Laat eens zien. Deze week is vol. Volgende week vrijdagmiddag?
- Bezet. De week daarop?
- Goed. Ik heb nog openstaan maandagochtend. Daarna pas weer donderdag, en vrijdagavond na negenen.
- Nee, maandag commissarissen, dinsdag een bonte reeks, woensdag, en de rest van de week Londen, Liverpool, Manchester
- De daarop volgende week dan. Meteen maar maandag 9 uur 's ochtends?
- Best, maar kwart voor tien heb ik weer een bespreking.


Coll. 'de Franse verleiding'

Zo van halverwege de jaren '50 kwamen de Nederlanders danig in beweging en het bleef niet bij een zondagje 'bermtoerisme': een zitje maken langs de snelweg en maar wezenloos staren naar de stoet van gemiddeld nieuwe auto's die voorbij kwamen sjesen. Waarheen? Het aantal vrije dagen nam toe en steeds meer ging men 'op vakantie'. Ondanks de voor hedendaagse begrippen piepkleine rotonde Ouderijn bij Utrecht was het ook toen al op hoogtijdagen 'file' geblazen en de journalist-schrijver- columnist (1927-2016) bekeek het allemaal met enige verbazing aan en publiceerde er in 1957 prompt een boek over. Al eerder zoals u zag had hij over beweging en tijd een essay geschreven, 'Geen tijd (op zoek naar oorzaken en gevolgen van het moderne tijdgebrek)', in 1955 verschenen bij Uitgeverij Scheltema en Holkema.

Zijn 'Vakantie' had als lange ondertitel: 'Over zakelijk en onzakelijke kanten van de moderne volksverhuizing' en de tekst op de binnenflap gaf een beeld van de tijdgeest van toen:

"De journalist Hofland, als schrijver bekend geworden door zijn vermaarde boekje Geen tijd (drie drukken in drie maanden), heeft zich, hoe kan het anders, geworpen op het vakantiewezen en schreef daarover de studie die u in handen houdt.
Waarom gaat men op vakantie? Waarschijnlijk zijn er honderden redenen te geven, maar één daarvan ligt aan alle andere ten grondslag. Met gaat met vakantie omdat men geen lust meer heeft tot werken en eindelijk de kans krijgt, aan de uitputtende banaliteit van het dagelijkse leven te ontsnappen. Het is een reden die over het algemeen niet als geheel respectabel wordt beschouwd. Want in onze beschaving adelt de arbeid, is ledigheid des duivels oorkussen, prijst men de nijvere bijen en gaat men tot de mieren om wijs te worden.
De hedendaagse maatschappij vertoont talrijke ongerijmde aspecten; het vakantiewezen behoort daartoe. Velen komen doodmoe van vakantie terug, dat ze dringend vakantie nodig hebben: de ogen nog tuitend, de longen vol gassen en dazmpen. Hier is iets mis, en Hofland ontrafelt het op de hem eigen hoogst onderhoudende; doch tegelijk zeer informatieve wijze."


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Eén van de laatste Michelin-wegenkaarten die nog in blauw-oranje verscheen voordat de tot het vertrouwde geel werd overgestapt.


Coll. 'de Franse verleiding'

Voor kampeerders en autorijders zag de A.N.W.B er wel brood in om 'echte' gidsen te publiceren, maar voor Frankrijk, haar platteland dan? Nee dus en het bleef bij duimelige mapjes samengehouden door twee nietjes en duidelijk met een schrijfmachine op stencilpapier getypt. Frankrijk? En de Auvergne in 1958? Opmerkelijk genoeg was Duitsland, in weerwil van de Nazi-bezetting, toch de belangrijkste buitenlandse vakantiebestemming voor de Nederlanders .... .


Coll. 'de Franse verleiding'

A.W. Bruna & Zoon te Utrecht was in deze jaren mede een echt op Frankrijk gerichte uitgeverij en onvolprezen was hun pocketreeks 'Zwarte Beertjes' met de nu klassieke omslagontwerpen van Dick Bruna. Hier de Zwarte Beertjes n° 143: Georges Simenon, 'Maigret op reis' uit 1958.
De Maigret-verhalen van Simenon plus de vele tv-uitzendingen met Jean Gabin als Commisaire in de hoofdrol vormden in die tijd voor vele Nederlanders de eerste kennismaking met Frankrijk. Mijn vader was er gek op en uiteindelijk ook ik. Voor mij was het een eerste bewustwording van het gegeven dat mensen kennelijk raar in elkaar kunnen steken ... .


Coll. 'de Franse verleiding'

Bibeb in Parijs. Utrecht, A. W. Bruna & Zoon, Zwarte Beertjes, 1957. (Omslag Dick Bruna)

Bibeb, een pseudoniem, was in de tweede helft van de vorige eeuw als journaliste een begrip. Met name werd zij bekend als interviewster, zij was een beetje de uitvindster van het zogenaamde 'diepte-interview': voorheen werd er niet zo doorgevraagd. Haar interviews die vooral in Vrij Nederland verschenen, toen nog een weekblad, werden gebundeld uitgegeven in de overbekende Zwarte Beertjes-pockets en ze was zeker niet alleen in Parijs en aan de Rivièra aan de slag geweest. Bibeb (1914-2010) meed of schuwde de publiciteit, heeft zichzelf nimmer laten interviewen en kreeg daarmee iets mysterieus.



Coll. 'de Franse verleiding'

Bibeb aan de Rivièra. Utrecht, A.W. Bruna & Zoon, Zwarte Beertjes 447, 1961. (Omslag Dick Bruna).


Coll. 'de Franse verleiding'

Voor ieder wat wils werd er geschreven, voor meisjes en ook voor jongens, want Pim Pandoer zette Parijs natuurlijk op stelten!
Hier van Cok Grashoff, De reis van hun leven! (Roman voor oudere meisjes) in 1958 uitgegeven door Uitgeverij Kluitman in Alkmaar.


Ook voor de volwassen vrouw werd er wat afgeschreven over Parijs.

Hier van Hans van Haefte, Folies Bergère. Amsterdam, A.J.G. Strengholt's Uitgeversmaatschappij, 1961.

Coll. 'de Franse verleiding'

En daar liet ze het niet bij, want tevens van haar hand verschenen 'Place Pigale' (1961) en 'Hotel Montmartre' (1962), beide ook uitgegeven door A.J.G. Strengholt's Uitgeversmaatschappij te Amsterdam.


Coll. 'de Franse verleiding'

Claude Figus, Edith Piaf. Utrecht, A.W. Bruna & Zoon, Zwarte Beertjes 496, 1962.

Édith Piaf was het pseudoniem van Édith Giovanna Gassion (1915-1963), die als Franse zangeres wereldwijde bekendheid kreeg. Op haar vijftiende begon zij als straatzangeres. Zij werd op twintigjarige leeftijd als zangeres ontdekt door de eigenaar van het Parijse Cirque Médrano. In 1936 trad zij voor het eerst op in dat theater. Piaf was bij publieke optredens erg nerveus. Nachtclubeigenaar Louis Leplée moedigde haar aan desondanks door te gaan en gaf haar de bijnaam 'La Môme Piaf' (De kleine mus). 'Piaf' is informeel Frans voor 'mus'. Zij zong chansons, waarvan de bekendste zijn: 'La Vie en rose', 'Non, je ne regrette rien' en 'Milord'. Het Parijse theater Olympia was de plaats waar Édith Piaf wereldfaam verwierf.


Sinds de Franse Revolutie van 1789 stond Frankrijk in Neerlands ogen nogal eens op haar kop. Zo was er daarna in 1830 de Juli-Revolutie die de liberale 'burger-koning Luis-Philippe aan de macht bracht; in 1848 weer eentje die de monarchie omzette in een republiek, de tweede, met prins Louis Napoléon Bonaparte - zoon van de eerste Nederlandse koning Louis Bonaparte en dus neef van de grote Napoléon lui-même - als president, maar die eind 1852 het staatsgebeuren transformeerde tot Tweede Keizerrijk met hem zelf als keizer Napoleon III, empereur des français en ultra-liberalist. In 1870-1871 vonden met name de Parijzenaars het welletjes, de Commune van Parijs volgde en kwam er een einde aan het tweede Empire. Vanaf dat moment zouden achtereenvolgende republieksvormen elkaar opvolgen, de Derde, de Vierde en met Charles de Gaulle sinds 1858 de Vijfde.

De ouderen onder ons zullen het zich nog herinneren, die Vierde Republiek was uitermate instabiel, mede door de de-kolonisatie en het Algerijnse vrijheidsstreven. Maar de voorstanders van een 'Algérie française' schuwden de wapenen en de aanslagen niet. Kern vormde de OAS (Organisation de l'armée secrète) die keer op keer in zwart-witbeelden het Nederlandse nieuwsjournaal haalde, aanslagen op het leven van De Gaulle incluis. En toe kregen we ook nog eens de Mei '68-revolte ... .

Zou al die onrust mede gemaakt hebben dat Duitsland ondanks het nazisme en 'de Bezetting' toch zo'n lange tijd nog de belangrijkste buitenlandse vakantiebestemming van de Nederlanders bleef?

Of betrof het een verschil in volkskarakter en ik citeer de Indonesische politicus Soetan Sjahrir, uit 1936:
"Wat houdt dit geestesmerk (van Nederland), dit levensgevoel eigenlijk in? Nederland, zo vol met heggen, greppels en grenzen, geeft een volmaakt juist beeld van de geest van den Nederlander. Zijn ethiek vindt haar oorsprong in het calvinisme, doch gekleurd met typisch Hollandse kenmerken: het gevoel van rust, orde, evenwicht, een min of meer statische geestelijk leven. In zijn leven zijn méér grenzen dan vrije grond: zijn levensbeginsel, zijn streven is om te leven, zonder ooit die grenzen - die worden bepaald door godsdienst, gewoonten, fatsoen - te overschrijden. Hij wenst vastheid, het behoudende in de geest."


Coll. 'de Franse verleiding'

Een folder uit circa 1958 van het 'Café de la Paix', uitspanning van het 'Grand Hotel' met uitzicht op de 'Opéra' van Garnier.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


De Franse uitgeverij Arthaud (Parijs en Grenoble) begon al aan het begin van de jaren '20 met het uitgeven van prachtige foto-albums en dekte daarmee zo goed als heel Frankrijk. De fotografie was in fraaie grijs, zwart en witte tonen. Vele decennia gingen ze mee, zoals hier nog een proeve uit 1960.
De Amsterdamse 'Drukkerij en Uitgeverij J. H. de Bussy' bood in de jaren '20 daarvan Nederlandstalige versies, zoals van P. Devoluy & P. Borel 'In het rijk der zonneschijn. De Fransche Rivièra' in 1924 en bijvoorbeeld in 1925 van Henri Ferrand 'Grenoble en de Alpen van Dauphiné'. Het spreekt voor zich dat die prachtwerken vooranemelijk aangeschaft werden door de Nederlands maatschappelijke bovenlaag.


Coll. 'de Franse verleiding'

De rol van Montmartre van het 'Fin du Siècle' en 'La Belle Epoque' was tijdens 'Les Années Folles' inmiddels verschoven naar Montparnasse en na de Tweede Wereldoorlog, tijdens de beginjaren van 'Les Trente Glorieuses', overgenomen door het Quartier Latin. Toch bleef Montmartre een toeristische trekpleister van jewelst getuige het liefdevolle portret van Rits Kruissink, 'Montmarte van Tempel tot tingeltangel' uit 1960. Lees mee:
"Montmartre, zo heet de hoed van Parijs. Het is een rare hoed, waar moeder Parijs zich vaak wat verlegen mee voelt - een opvallende hoed met een hoge bol van oude, in wezen wel degelijke, echter hier en daar lelijk verschoten stof en een, in het oog lopende, witte pluim. Maar de rand .... oh! la! la! .... die oer-ondegelijke, golvende, klatergouden rand .... die toch ook wel weer bij die bol hoort.
De bol, dat is de Butte, de 128 meter hoge heuvel, die het Parijs van de rive-droite beheerst, zoas de Eiffeltoten dat het stadsdeel van de rive-gauche doet.
De pluim, dat is de Sacré-Coeur, het meesterstuk van suikerbakkerskunst, waarmee de heuvel in het laatst der vorihge eeuw werd 'versierd'.
De rand, dat zjn de brede, dag en nacht lawaaierige, buitenboulevards: de boulevards Rochechourt en de Clichy."


Uit welk jaartal voorGPS zal deze schuifkaart stammen?
't Was immer gevouw en omslaan die wegenkaarten van papier.
Maar vanaf ca. 1960 kwamen er ingenieuze oplossingen voor, eerst van karton en kort daarop van plastic.
Coll. 'de Franse verleiding' beschikt over diverse uitvoeringen.
Eén betreft een rolbare kaart aan beide zijden door cylinders, tja, schuifbaar, bij elkaar gehouden. Je rolde de streek waar je was in zicht en met een handige dunne plasti flap'lineaal' zette je het beeld vast.

Wéér een andere variant was en is nog in het museumpje te bewonderen en om mee te spelen: een langwerpge cassette met een voorruit en met handles aan de zijkant.
Schuif je aan een schuifknoje aan de zijkant dan verschuiven de kaartstroken zo dat je ziet waar je bent en welke kant je dient om te slaan. De mooiste stand vind ik als je de Atlantische kust van Frankrijk zo schuift dat de oceaankust in niet-aansluitende uiteenvalt. Geen lange kustlijn, maar water na land, land na water, water om land, strookje Pas de Calais, strookje Normandië, wéér er onder een strookje Les Landes, dus beneden Bordeaux.

Deze schuifkaart zal één van de eerste non-flapuit-kaarten geweest zijn die op de markt kwam en nog geeneens reclame! Maar het was slecht een afstandteller. Op het kaartje is 't vakje bij Montpellier op rood geschoven. Resultaat. afstand voor Lille 973 km. en 491 voor Bordeaux. En zo kwam je al schuivend tot talloze afstanden. Er is ook een hier niet afgebeelde achterkant met West-Europese stedenafstanden en al met al toverde dit kartonnetje 1640 afstanden tevoorschijn!

Ik vind dit allemaal voor die tijd zeer ingenieus.

Coll. 'de Franse verleiding' beschikt over diverse uitvoeringen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Stemmen uit Lourdes. Jaargang 39 - Aflevering 6 - Juli 1961-Juli 1962.

Het avondgebed dat via de krakende intercom door de trein klinkt terwijl de zon zakt boven Frankrijk: pelgrims die op 11 september 2016, op de bedevaarttrein naar Lourdes stapten beleefden dat voor de laatste keer. In 1883 vertrok de eerste Nederlandse trein naar Lourdes vanuit Maastricht.


Coll. 'de Franse verleiding'

Nogal wat BN-ers lieten zich door Franse merken fêteren en betalen natuurlijk ook: Jan Brusse voor en door o.a. Joseph Guy, Rijk de Gooijer voor en door Boursin, de fotograaf Jan van Keulen voor en door Peugeot en deed Johan Cruijff niet zijn best voor Citroën? Ook met zijn 'Een avondjurk op de achterbank ... naar het Filmfestival in Cannes met de 2cv van Jan Blokker' uit 1962 was deze schrijver/columnist in goede handen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Dat lijkt veelbelovend, 80 naturistenfoto's, maar afgezien van ontblote vrouwenborsten is deze 'revue naturiste internationale' uiterst preuts: er valt geen geslachtsdeel te bekennen. Ofwel ontrekt het zich aan de lens door bijvoorbeeld een opgetrokken been, ofwel man of vrouw - indien frontaal gefotografeerd - draagt een verhullende string ....


Coll. 'de Franse verleiding'

Wat zou ik dit u op waar formaat willen tonen en doen doorbladeren, want het gaat om een groot fotoalbum Parijs en weer van Nico Jesse, uit 1962 en uitgegeven door Elsevier en voorzien van een voorwoord van de hand van Jean Cocteau.
De binnenflap verhaalt:
"Nico Jesse, de bekende arts-fotograaf, wiens fotoboeken een begrip zijn geworden, heeft als een modern tovenaar alle facetten van deze verrukkelijke stad weten te vangen en vast te leggen. In meer dan vijfhonderd meesterlijke foto's - wisselend van groots, speels en teder tot rauw en voor ons begrip onwerkelijk - toont Nico Jesse in dit nieuwe boek het gezicht van Parijs, zoals het werkelijk is en zoals weinigen het kennen. Dit is Parijs!"


Coll. 'de Franse verleiding'

Maar het tij begon te keren en Nederlandse uitgevers durfde het aan om niet meer alleen over Parijs en de Franse Rivièra boeken uit te geven, maar ook over andere streken van Frankrijk. Toegegeven, in 1961 durfde de uitgever Allert de Lange van de toen alom bekende Dr. L. van Egeraat 'Tien Franse toeristenwegen' uit te geven, maar in 1962 kwam Uitgeverij Servire met 'Op zoek naar de Dordogne' van Marinus Schroevers, in 1971 heruitgegeven met als titel 'Het oudste Frankrijk. Een reisboek over het land van de Dordogne'. Het buitenlandse reizen neemt aanzienlijk toe en Frankrijk raakt onder de Nederlanders steeds meer in trek.



Coll. 'de Franse verleiding'

En jawel, hier van de van radio en televisie toen bekende Dr. L. van Egeraat (een uiterst interessant profiel trouwens) een stevige gids over de Franse Auvergne met Dordogne en Gorges du Tarn, in 1961 uitgegeven door die Allert de lange.


Coll. 'de Franse verleiding'

l'Auto-Stop. Liften! Naar Parijs! Hoe vaak heb ik wel niet tussen de Amsterdamse Utrechtsebrug en het tankstation gestaan voor een lift!
De tijdgeest is er nu niet meer naar.
Starten en een klap op 'automatische vergrendeling' .....


Dit gidsje voor de Zuidfranse 'terroirs' Corbières en Minervois dateert van 1962. 't Valt waarschijnlijk niet meer zijn te achterhalen, maar weinig Nederlanders zullen in die tijd in de streek geweest zullen zijn. 158? Nu zijn het er tienduizenden ... .

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Uit 1963 en dat was handzamer en zag er vrolijker uit dan dat dikke donkerbruin-rode

Werckenrath
Dory
Frans
Woordenboek
II
Nederlands-
Frans.

van J. B. Wolters.


Coll. 'de Franse verleiding'

Dr. A. Alberts, De Franse Slag.
Zo maar wat ongewone en openhartige herinneringen van een Nederlander in Franse Staatsdienst. Amsterdam H. J. Paris, 1963.


Coll. 'de Franse verleiding'

Hubrecht Duyker was onvermoeibaar wat betreft het introduceren van wijn drinken in Nederland, met Jan Brusse overigens die ook nog eens de cognac van Joseph Guy voor zijn rekening nam en Wina Born maakte naam met het wederom introduceren van de Franse keuken, maar dan voor 'Jan en alleman': immers, hogere kringen wisten niet beter.
Edoch, Robert J. Courtine, 'de echte Franse keuken' uit 1963, wederom uitgegeven door de francofiele uitgeverij A. W. Bruna & Zoon in Utrecht, werd een regelrechte bestseller. Met die pocket raakte de Nederlandse huisvrouw - zo was dat in die tijd nog, haar plaats was nog de aanrecht na eventueel de hele dag typewerk verricht te hebben - maar goed, de Nederlanders raakten heel geleidelijk gewend aan teentjes knoflook, een 'bouquet garni', ragoût, artisjokbodems, koriander, een vleugje thijm, een scheutje Chablis en ook basilicum .....


Coll. 'de Franse verleiding'

Wijnhandel Ferwerda & Tielman, Haarlem.
Uitgave van de Stichting Wijnpropaganda.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Deze foto doet me denken aan ons jaarlijks uitstapje naar de Amsterdamse Auto-RAI, zo in de jaren '50. We keken onze ogen uit, want Pap moest het eerst nog doen met een Kever, maar een grotere Opel volgde en toen een Peugeot 403, een diesel waar het starten tijd nam. Je stak wel de sleutel in het stuurslot, maar gaf die een eerst knik. Toen moest je heel geduldig wachten en turen voordat links onder het dahboard achter een rond gaasje op een stangetje rood opgloeide. Pas dan kon er gestart worden. Zie hier de explosieve groei van het autobezit in Frankrijk vanaf 1900 ... .

Date------------------- Nombre
1er janvier 2018------- 39.502.000
1er janvier 2017------- 39 140 000
1er janvier 2016------- 38 852 000
1er janvier 2015------- 38 408 000
1er janvier 2014------- 38 200 000
1er janvier 2013------- 38 138 000
1er janvier 2012------- 38 060 000
1er janvier 2011------- 37 744 000
1er janvier 2010------- 37 438 000
1er janvier 2009------- 37 212 000
1er janvier 2008------- 37 033 000
1er janvier 2007------- 36 661 000
1er janvier 2006------- 36 298 000
1er janvier 2005------- 36 039 000
1er janvier 2004------- 35 628 000
1er janvier 2003------- 35 144 000
1er janvier 2002------- 34 597 000
1er janvier 2001------- 33 819 000
1er janvier 2000------- 33 090 000
1er janvier 1995------- 30 040 000
1er janvier 1990------- 27 758 000
1er janvier 1985------- 24 110 000
1er janvier 1980------- 20 990 000
1er janvier 1970------- 13 710 000
1er janvier 1960------- 6 240 000
1er janvier 1950------- 2 310 000
1er janvier 1940------- 1 900 000
1er janvier 1930------- 1 400 000
1er janvier 1920------- 330 000
1er janvier 1910------- 53 000
1er janvier 1900------- 1 672


Nancy Mitford, Snobismes et voyages. Paris, Stock, 1964.


Coll. 'de Franse verleiding'

Uit een tijd dat nog niet, hoog uit de lucht geregisteerd, het peleton van de Franse Tour de France met prachtige vergezichten op al die afwisselende Franse landschappen werd uitgezonden; men zat nog aan de radio gekluisterd, met de stem van Jan Cottaar.

'Finish in Parijs.
De veelbewogen geschiedenis van de Ronde van Frankrijk'.
Door Jan Cottaar (1965).


Vakantiekolonies? Bestaan ze nog? Hier een uit 1966 daterend aantekenboekje van een begeleider: 16e édition -180e mille.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Een folder uit ca.1967 van Saint Jean-de-Luz - Ciboure, in het uiterst zuid-westerse puntje van Frankrijk, nog onder 'Les Landes' en vlak boven de grens met Spaanse Baskenland.
Het prijst zich aan door vele attracties te benadrukken (zoals twee golfbanen met ieder 18 'trous'), maar de klapper is toch wel de duiding van de situering:

"Toeristisch platform van Baskenland: Biarritz, Anglet, Guétary, Bidart, Hendaye, St. Sébastien (in Spanje), dat alles als een kroon van stranden in een straal van 20 kilometer."


Paul E. Ehrlich, The Population Bomb, 1968.

En wat zien we?

Wereldbevolkingsgroei in miljoenen en miljarden:

1750 = 791
1800 = 978
1850 = 1.262
1900 = 1.650
1950 = 2.521
1999 = 5.978
2020 = 7,795
2050 = 8.909
2150 = 9.746


Coll. 'de Franse verleiding'

Hoe vergangkelijk is de tijd, want 't merendeel van minstens twee generaties zegt La Courtine niets meer. En toch, tussen vanaf 1959 tot en met 1970, oefenden daar tussen keien en rotspartijen 'onze jongens' van de Koninklijke Landmacht voor een mogelijke aanstaand gevecht met die communistische Russen. La Courtine ligt op de noordwestelijke kant van het woeste Franse Centrale Massief op zo' 750 meter hoogte en dààr, daar kon onze Veluwe en haar hoogste punt 'Signaal Imbosch' met haar 109,9 metertjes uiteraard niet aan tippen. Iedere zondag, na de middagsoep meen ik, op de radio eerst het 'De toestand in de wereld(-praatje van G.B.J. Hiltermann, en dan volgde een uitzending waarin onze onverschrokken soldaten uit dat 'verre vreemde' de groeten deden aan hun geliefden en naasten in de Lage Landen. Als de dag van gister herinner ik me die zondagssfeer nog met mijn ellendig knellende vlinderstrikje om. Dat was kennelijk de training voor mijn aanstaande gevecht met de samenleving.

Op de achterflap van het boek uit 2009, geschreven door Henk Povée, de volgende inlevende woorden:
"Tuussen 1959 en 1970 zijn naar schatting 100.000 Nederlandse dienstplichtigen op oefening geweest naar de Franse legerplaats La Courtine. Voor bijna iedereen was het hun eerste kennismaking met het buitenland. Drie dagen hobbelen in de laadbak van een 'dikke DAF', in colonnes van 80 kilometer lengte die niet harder mochten dan 50, en dan aankomen in een legerplaats die dringend aan een schrobbeurt toe was.
Toch denken velen van hen nog altijd met veel nostalgie terug aan hun eerste confrontatie met stokbrood, hurk-wc's, haarspeldbochten en knoflookworst. Je dronk uit armoe 'vin blanc au citron'. En voor thuis kocht je zo'n blauwe fles Soir de Paris of de eerste koffiemolen van Moulinex. Ria Valk, Rita Corita en het Cocktail Trio werden ingevlogen om je te vermaken. Ook deed je mee aan sigarenrookwedstrijden georganiseerd door de dienst.
Maar het is ook wel eens heftig geweest, toen er doden vielen tijdens de oefeningen, of toen in 1960 de halve regio onder water liep. Maar vooral toen in 1962, bij de Cubacrisis, bijna een kernoorlog uitbrak tussen Amerikanen en Russen, terwijl een groot deel van het Nederlandse leger duizend kilometer ver in Frankrijk zat, en een ander deel aan de andere kant van de wereld, om Nieuw-Guinea te behouden. Dat zijn toch onvergetelijke tijden geweest voor al die 'fillers' en 'ouwe stompen' van toen."

Coll. 'de Franse verleiding'


Wie zegt 'La Courtine' zegt 'Koude oorlog'.

Coll. 'de Franse verleiding'

From the backcover:

"From the U.S. government's campaign to encourage American vacations in Western Europe as part of the Marshall Plan, to Charles de Gaulle's aggressive promotion of American tourism to Frane in the 1960's, Endy reveals how consumerism and globalization played a major role in transatlantic affairs. Yet contrary to analyses of globalization that emphasize the decline of the nation-state, Endy argues that an era notable for the rise of informal transnational exchanges was also a time of entrenched national identity and persistent state power."


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Eén van de vele inzetten van de toeristenindustrie is .... 'de verlenging van het seizoen'.
Dit is er een voorbeeld van. Met de Eerste Wereldoorlog kwam er aan de Côte d'Azur een einde aan het overwinteringstoerisme en na die wereldoorlog waren het vooral Amerikaanse miljonairskinderen die daar het zomertoerisme introduceerde, het zonnebaden ook, de zwemshorts en ga zo maar door.
Maar wat is er mooier voor de toeristriëlen om het hele jaar 'door te draaien'.

Zie hier een veelzeggende brochure uit 1966:

L'Ete sur les plages
L'Hiver au soleil ...
sous les palmiers.


Zuidwaarts rijdend op de Autoroute du Soleil is het bij Orange een fundamenteel kiezen. Links houden betekent Provence en Côte d'Azur of slaan we rechtsaf naar de Languedoc en wellicht nog wel verder, naar Spanje? Rechtsaf betekent 'La Languedocienne', later tot A9 bestempeld. Het eerste deel tot Montpellier, eigenlijk een makkie met de rest van het traject, kwam eind 1967 gereed, maar daarna werd het veel meer een kwestie van afgraven, uithakken en ophopen. Ge-asfalteerd tot Narbonne duurde tot 1975 maar liefst en dan werd het weer een kwestie van Route Nationale. Uiteindelijk werd in 1978 bij Le Perthus de grens met Spanje bereikt.


Deze foto is van de ooit alom bekende Nederlandse fotograaf Kees Scherer van wiens werk nog steeds retrospectieven worden georganiseerd, zoals in 1998 nog 'Kees Scherer. Het Parijs van de vijftiger jaren'.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

De internationale uitstraling van Parijs kent qua beeld, qua 'image' - 'op z'n ingewikkelds' heet zoiets 'semiologisch' - een vaste kern, ijzersterk en onverwoestbaar, maar de verbeeldende representatie mag nog wel eens wisselen. Zo 'verzinnelijkte' Parijs zich op het kruispunt van de jaren '50 / '60 vooral met ballonnen, zoals hier op de omslag van het 'Toeristisch Maandblad' REIZEN, jaargang 8, nr.5, augustus 1965.
Maar ooit overheerste bijvoorbeeld 'la Place du Têtre' of ook 'les Apaches, dat waren gewoon ongure straatrovers, veelal afgebeeld met een rood sjaaltje.

Ik weet niet of er in Nederland, afgezien van 'de Kampioen', nog 'algemene' reistijdschriften bestaan. Immers 'destination marketing' houdt uitgevers ook in de greep en 't zou me niets verbazen dat er een Nederlandse 'glossy' bestaat die gewijd is aan Thailand.
In Nederland zijn minstens 4 'glossies' aan Frankrijk gewijd: 'En Route', 'Leven in Frankrijk', 'Maison en France' en Côte & Provence. En ik zie, geen 'glossies' wellicht, over het hoofd de soms fraai uitgegeven bladen van de vele 'Hollandse' verenigingen in tal van Franse regio, zoals bijvoorbeeld NieuwsNed van de Nederlandse Vereniging Languedoc-Roussillon (NVLR).

Voor mijn Franse museumbezoekers is dit gegeven domweg niet behapbaar, niet vatbaar. Nee, Frankrijk komt om in Franse 'glossies' gewijd aan 'hun' Franse regio. Wel zijn er Franse bladen gewijd aan Afrika, tenslotte een deel van 'la francophonie'.En er bestaan naar ik meen twee onregelmatig verschijnende glossies gewijd aan 'les Etats-Unies' waar de Fransen immer mee in de clinch liggen: je hebt lezers die gefascineerd zijn door New York, Calfornia en uiteraard Sillicon Valley en je hebt lezers waarvoor het 'uitbundige' Amerika vrees inboezemt.


Met de toenemende welvaart en haar voor die tijd 'uitspattingen', nog voor de Parijse Mei '68-revolte, voelde de Franse observator Guy Debord de tijd goed aan en publiceerde in 1967 het opmerkelijke 'La Société du Spectacle'. Maar 'spektakel' is in wezen van alle tijden geweest en zo ontdekte ik kort geleden het 'Histoire des Spectacles', onderdeel van de prestigieuze Franse reeks 'La Pléiade' en in 1981 uitgegeven door Gallimard.


Ben J. Kuyper, Koken in de vakantie voor tenten, caravans en zomerhuisjes. (1968)

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


De Parijse revolte werd door velen gezien als de aanloop van een revolutie en ook in Nederland werd er veel over gepubliceerd. Let op de titel die Cees Nooteboom aan zijn '68-impressies meegaf.

Coll. 'de Franse verleiding'


Langharig tuig dus, in een voertuig.
Maar wat voor een voertuig, wanneer en waar?
Goeie vragen!

Een Citroën Méhari, een 'openluchtwagen' met twee zitplaatsen, eventueel vier, in 1968 voor het eerst gepresenteerd in Deauville. Citroën produceerde de wagen tot 1987. Maar ook nu nog is de Mehari present, geproduceerd door gespecialiseerde fabrikanten en alle onderdelen, zoals chassis en carrosserie-onderdelen, zijn nog nieuw verkrijgbaar op de markt.
Ik weet niet waar ik het beeld vandaan haal, maar als ik er één in de smiezen heb krijg ik altijd Brigitte Bardot op weg naar het strand voor m'n ogen ... .


Tijdens mijn eerste Parijse verblijf in 1969 waren Pierre en Colette Carlou mijn gidsen, maar vooral een groene Michelin, uit het voorjaar van 1965 nog wel; in zo'n hoge versnelling zoals nu leefden we toen nog niet. Ik was zéér onder de indruk van de stad en zij kreeg mij in een ban, voor altijd. Van de grote boulevards tot nauwe straatjes, van vergezichten en perspectieven en ook van de sjieke en oudere parisiennes met hun 'rouge', een verschijning die in Nederland afkeurend werd uitgemaakt voor 'poederdoos'. En de metro? Die had ik meteen onder de knie.


Coll. 'de Franse verleiding'

Rond 1970 werd zelfs de genoegelijke schrijver Godfried Bomans, mede zeer geliefd door zijn droogkloterige televisie-optredens, ingezet om de Nederlanders nog enigszins 'bij de Franse les' te houden. Met het oprukken van het Engels-Amerikaans bleek het uiteindelijk goeddeels een gevecht tegen de bierkaai.


Een folder uit 1971 verspreidt door de SNCF, de Franse staatsspoorwegen. Nu zou het je nagenoeg niet meer lukken, dat 'Om Frankrijk te zien', want heel veel regionale en zeker nagenoeg alle lokale treinverbindingen zijn inmiddels opgedoekt en dat begon al tijdens het begin van de vorige eeuw. En waarom? Juist: de opmars van de auto en de minder bedeelden hadden letterlijk het nakijken.

Coll. 'de Franse verleiding'


't Nakijken hebben. Zou dat ook niet voor dit gelden?

Coll. 'de Franse verleiding'

Het Nederlandse reizen zat deze jaren in de lift en dit veelbelovende boekje uit circa 1972 was al de zevende druk. In dat 'te leren lezen, te spreken en te verstaan' zit nu net de kneep: je 'leert te leren'. Da's lang niet zo slecht nog niet, maar het Frans echt goed te spreken, goed te verstaan en goed te lezen, en dàt binnen een maand, da's voor mensen die niet meer in hun kinderschoentjes staan echt een illusie.


Coll. 'de Franse verleiding'

1972
'Roc-Amadour'
'2e Site de France'.

Hier is natuurlijk sprake van nogal wat zelfoverschatting.


Mathieu Smedts, Leven als God in Frankrijk. Baarn Het Wereldvenster, 1972.

Coll. 'de Franse verleiding'


Tussen 1852 en 1870 werden in 't hartje van Parijs naar ontwerp van Henri Baltard tien markthallen van gietijzer en glas opgetrokken, 'De Buik van Parijs' zoals Emile Zola het noemde, en wat dramatische was de sloop tussen 1971 en 1973 tijdens het regime van de 'modernistische' president Georges Pompidou, ook al schuldig aan de foeilelijke Tour Montparnasse.

Coll. 'de Franse verleiding'


Jan Brusse, 1921-1996.

Coll. 'de Franse verleiding'

Vanaf 1950 verschenen er van de hand van Jan Brusse tal van edities van zijn 'Gids voor Parijs'uitgegeven door wijlen Uitgeverij Allert de Lange. A.W. Bruna & Zoon gaf uiteraard ook boeken uit van Jan Brusse, maar dan - eindelijk - na exact 25 jaar na zijn vestiging in Parijs begon Holkema & Warendorf vanaf 1973 zijn verhaaltjes van radio ('Paris vous parle'), tv ('Hier Parijs, hier Frankrijk, hier Jan Brusse') en uit Elsevier ('Qui mal y pense') te bundelen in een overbekend geworden reeks van wel acht verhalenbundels met titels als 'Vrijheid, gelijkheid en wat broederschap', 'Zwervend door het Franse leven' of 'Met de Franse lach'.


Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Bij mij thuis stonden in de bescheiden boekenkast mooi in blauw linnen gebonden deeltjes van Zola en ik zal 'De buik van Parijs', over de Hallen, ongetwijfeld gelezen hebben, maar Balzac stond er zeker niet bij; gewoon een kwestie van een onterecht terugzakken in het verleden. Thuis las ik, in het voetspoor van mijn vader graag 'Simenonnetjes' totdat ik op de HBS werd geconfronteerd met een voor mij toen nog stierlijk saaie Camus. Waardoor ik over een drempel stapte kwam door een klasgenoot, die was begonnen aan Jean-Paul Sartre, een trilogie nog wel onder de uitnodigende verzamelnaam 'De wegen der vrijheid'. Ook ik moest en zou er aan beginnen en toen ik het Franse eindelijk hakkelend kon lezen, begon ik zelfs aan 'Les Mandarins' van Simone de Beauvoir. Daarna, de Franse invloeden boetten in Nederland danig in, kwam er halverwege de 70-er jaren een opleving. Of 't er aan lag dat steeds meer mensen voor vakantie naar Frankrijk trokken weet ik niet, maar 'Montaillou - Een ketters dorp in de Pyreneeën' van Emmanuel Le Roy Ladurie werd een bestseller en ook de herinneringen van de Franse actrice Simone Signoret: 'De nostalgie is ook niet meer wat ze geweest was', zoiets zal de vertaling wel geweest zijn, maar ik las het in het Frans; kennelijk, want met potlood heb ik er 11 mei 1979 in genoteerd. Ik lees ontzettend veel Frans, maar dan non-fictie en tot mijn schande moet ik bekennen dat wat 't literaire aangaat ik me, sinds Simone, heb beperkt tot Houellebecq, Didier Eribon en Edouard Louis, de laatste twee toch weer vooral feitelijk autobiografisch. Meer weten over de Frans literaire invloeden in Nederland? >>> Maaike Koffeman, Alicia C. Montoya, Marc Smeets (red.), 'Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk. Receptie, vertaling en cultuuroverdracht sinds de Middeleeuwen' uit 2017. 't Staat hier ergens rechts vermeld.


Nostalgie ook, van de 19-de eeuw naar de 20-ste.

Yvan Christ, Les metamorphoses de la Côte d'Azur.
Photographies anciennes rassemblées et commentées par Jean Derens.
Photographies modernes de Charles Ciccione.
Paris, Editions André Balland, 1971.


Coll. 'de Franse verleiding'

Marinus Schroevers was een vastbijter na zijn in 1962 verschenen 'Op zoek naar de Dordogne'. In 1971 verscheen een nieuwe bewerking met als titel 'Het oudste Frankrijk', onder andere verwijzend naar de grot van Lascaux en de 'Gouffre de Padirac'. De streek werd dan prompt ook één van de meest populaire Franse bestemmingen van Nederlandse Frankrijkgangers.


Coll. 'de Franse verleiding'

In 1947 emigreerde boerin Wil den Hollander naar Frankrijk voor een nieuw bestaan en later begon ze haar herinneringen en ervaringen op te schrijven die in vier achtereenvolgende delen gedurende de zestiger jaren een enorm succes werden. DE NCRV besloot er zelfs een dertiendelige televisieserie over te maken die tussen 8 oktober '73 en 26 januari '74, ook weer met enorm succes, werd uitgezonden. Lia Dorana speelde de hoofdrol en sommige titels zijn spreekwoordelijke uitdrukkingen geworden in het Nederlandse taalgebied, zoals "En de boer hij ploegde voort."

In weerwil van al het geploeter en tegenslag droegen de verhalen van Wil den Hollander ietwat paradoxaal sterk bij aan de romantisering in Nederland van het leven op het Franse platteland.


Coll. 'de Franse verleiding'

Velen zullen naar Frankrijk op vakantie gaan in de eerste plaats vanwege de zon. Maar daarbij voegen zich waarschijnlijk al gauw de impressies van de onmetelijk ruime landschappen, voor Nederlanders in het bijzonder. Ruimte! Dat kunnen dan de volgende aanknopingspunten zijn. Voor mij ook, want Frankrijk 'verdiepte'zich dus en wel in historische zin. Zo heb ik tal van riante of eenvoudige onderkomens bezocht van mensen die er ooit toe deden en er misschien nu ook nog nog wel toe doen. Van het Château de Montaigne in de Dordogne dus, via het Château de Bussy-Rabutin in de noordelijke Bourgogne tot 'La Boisserie', het huis van Charles de Gaulle, in het nog noorderlijker gelegen Colombey-les -Deux Eglises, in de Haute-Marne. Vanaf hier, in Fontcouverte in 'Les Corbières' en op nog geen 20 kilometer afstand 'staat' / 'ligt' de Abdij van Fontfroide, nog steeds. Dat het er daar nog van mocht komen danken we aan een gepassioneerde familie waarvan onderstaand albumpje getuigt.


Coll. 'de Franse verleiding'

Het mooie verhaal, vergezeld door prachtige fotografie, over de aankoop in 1908 door de Familie Fayet van de ruineuse Abdij van Fontfroide en het begin van haar restauratie. Nu is de abdij, samen met de katharenkastelen, de Cité van Carcassonne, het Canal du Midi en natuurlijk de prachtige stranden, één van de belangrijkste publiektrekkers in de Aude.


Coll. 'de Franse verleiding'

Het massatoerisme is inmiddels ruimschoots op gang gekomen, inclusief de daarmee gepaard gaande 'massabouw'. Hier een uit 1975 stammende noodkreet:
'De landschapsvreter. Toerisme en vrije tijds-landschap.
Vergrieping of zegen?'


Coll. 'de Franse verleiding'

Er is voor het aanzwellende massatoerisme wat 'gebetonniseerd, vooral aan de kusten. Neem de Spaanse Costa's en de Côte d'Azur ontsnapte er ook niet aan.
Eén man had een andere visie, de Franse architect, o.g. ontwikkelaar en stedenbouwkundige François Spoerry (1912-1999). Hij ontwierp en ontwikkelde onder andere in min of meer authentieke mediterrane stijl de badplaats en aanleghaventje - een 'marina' - Port-Grimaud, in de baai van Saint-Tropez. De hierbij gaande foto's spreken boekdelen: het project dat tussen 1966 tot net na 't jaar 2009 werd gerealiseerd is in harmonie met de traditionele bouw aldaar en op menselijke schaal,
l'architecture douce.



Coll. 'de Franse verleiding'

Uit 1976 stamt alweer van Leonard Huizinga, La Douce. Het zoete Frankrijk. Bekentenissen van een francofiel uit de Lage Landen.


Expositions itinérantes CCI n°: 4. Centre de Création Industrielle / Centre national d'art et de culture Georges Pompidou, Paris, 1977.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Door mij zeer intensief gebruikt en haar zelfs opgezocht:
Jacqueline Wesselius, Neem nou Parijs. Utrecht, A.W. Bruna & Zoon, 1977.


Uit het volle Nederland zuidwaarts rijdend, zeker uit de Randstad, dien je het in België ook nog vooralsnog te stellen hebben met de dichtgebouwde snelweg Antwerpen, Gent en verder. Maar eenmaal de verkeersrommeligheid bij Lille overleefd te hebben 'landt' je uiteindelijk in de onmetelijke ruimte van de glooiende Noord-Franse graanvelden. Nauwelijks ongeschonden vergezichten. Ruimte! En al rijdend bemerk je bijvoorbeeld dat het type dakbedekking per streek verschilt.


Nicole Vallery-Radot (Réalisation), Les Toits dans le Paysage. Réalisé par la Maison de Marie Claire, 1977.

Coll. 'de Franse verleiding'


Zo is die Noord-Franse verademing nog steeds en met de daken is het nog steeds hetzelfde gesteld.

Maar wat heeft de wat oudere en trouwe Frankrijkganger het land gedurende de laatste veertig jaar tòch qua aanzicht zien veranderen, in die immer uitdijende bebouwde 'kommen' van steden tot provincieplaatjes met name: ze worden nu omgeven door je toeschreeuwende reclameborden.

Ze zijn bedoeld je te verlokken die vaak immense 'supermarchés' en 'halles' te betreden, soms met een oppervlak van een voetbalveld.

Daartoe dien je tal van rotonden te nemen. Heeft Frankrijk inmiddels de hoogste dichtheidsgraad van McDonald's ter wereld, ook qua rotonden spant het land de kroon. En natuurlik zijn ze meestal opgetuigd met 'kunstuitingen'. Deze doet denken aan de HEMA-worsten. Kom er maar om (heen).

Vaak zie je de aanduiding 'giratoire' staan, maar wat het verschil is met een rotonde blijft mistig:
"Du point de vue de leur forme, les carrefours à sens giratoire et les ronds-points sont identiques. La différence entre un rond-point et un carrefour à sens giratoire réside dans le régime de priorité. Rond-point : c'est la priorité à droite qui s'applique. Dans ce cas, il n'y a pas de marquage au sol ou de panneau." Neem dit maar met een een 'Franse slag' en houdt je er maar aan voorrang te verlenen aan hen die op de rotonde rijden: "Cédez le passage" = "Geef voorrrang."


Coll. 'de Franse verleiding'

Dit beeld uit 1978 geeft echter nog maar eens aan dat je de steedse vergrieping in dat, in vergelijk met Nederland, grote Frankrijk nog betrekkelijk makkelijk kunt ontsnappen.
Het is zo'n dertien maal groter dan de Lage Landen. In Nederland wonen er 411,58 per km², in Frankrijk 118,36, waarvan 80% in de grotere en grote steden. Op de mondiale bevolkingsranglijst staat Nederland op n° 17, Duitsland op n° 40 en Frankrijk op n° 60.

Vandaar.


Coll. 'de Franse verleiding'

Soms is 't waarom niet precies te achterhalen, maar het restaurant Chartier, was (en is misschien nog wel) een trekpleister voor Nederlanders. Eigenlijk heet het 'Bouillon Chartier, want in bij de oprichting in 1896 was het eigenlijk nog bedoeld als gaarkeuken, maar de vroegere fabriekshal werd in de prachtige stijl van 'la Belle Epoque gedecoreerd. In 1989 werd het zelfs tot 'monument historique' uitgeroepen. De schotels zijn traditioneel Frans, net als de kleding van de obers: over het witte overhemd een zwart vestje met talloze zakjes waarin ze blindelings wisselgeld instoppen of uithalen en daaronder een wit lang schort

Coll. 'de Franse verleiding'

Tony Dumoulin, Wat eten me nu.
Culinair dictionaire
Frans - Nederlands
Français - Néerlandais

Drukkerij/Uitgeverij Boosten & Stols, 1979.

Het restaurant is veelal bomvol en is het ook vaak een kwestie van aanschuiven, een tafel delen.
Voor sfeer, het vrolijke geroezemoes, 't tinkelen van het bestek en het uitstekende eten voor een zeer bescheiden prijs nog steeds een aanrader.
7, Rue du Fauburg Montmartre.


1949, het startpunt van een nu legendarisch merk, ooit Camping Gaz, nu Campinggaz. In Oullins, een voorstadje van Lyon, begon het, eerst met standaard éénpitsgasbrandertjes en lampen, nu in tal van maten en tal van toepassingen. Franser kon het niet zou je denken, maar sinds 1994 is het in handen van de Amerikaanse Coleman Company Ltd. Die overname zal wel gepaard zijn gegaan met veel heisa: Amerikaans imperialisme.
Voor mij bestond de toepassing toch voornamelijk uit het opwarmen van ravioli en soepen uit blik, maar kennelijk brachten velen het verder. Hier een Campinggaz-kookboekje uit 1980.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

In 1979 publiceerde de econoom Jean Fouratié een studie, een portret van de Franse samenleving tussen 1946 tot 1975, met als titel 'Les trente glorieuses', nu een gevleugeld begrip in Frankrijk: 'de glorieuze dertig jaar'. In weerwil van de Koude Oorlog met haar atoombommen en ook de latere oorlog in Vietnam was het voor de Westerse wereld een tijd van gestage groei van de welvaart, onstuimig zelfs. Misschien dat met het boek van Annegreet van Bergen, 'Gouden jaren', wij dat tijdperk voortaan zo gaan noemen. Maar rond 1979 kwam daar een abrupt een einde aan. Sedert die tijd werd economie en politiek bijkans aanhoudend gekleurd door 'crisis' en 'bezuinigingen'.

In de onderstaande bundel wordt inmiddels die periode met een wat kritischer oog belicht: 't was dus modernisering wat de klok sloeg. Nou heb ik zelf daar niets op tegen en in tegenstelling tot vroeger de meeste Nederlanders van nu ook niet meer. Maar hier klinkt waarschijnlijk de conservatieve grondhouding van vele Fransen door. 't Was ook een tijd van maatschappelijke onrust en bovendien ook nog eens vervuiling. Niets nieuws onder de zon dus? Ik denk van niet. Sinds zo rond 1980 is de wereld een weg ingeslagen van een galopperende globalisering waarbij produktie- en handelslijnen steeds langer worden en de financiële om die wereld een flitsend net spant waar iedereen in gespannen hangt. Als één hoofddraad daarvan breekt belanden we in de zoveelst economische crisis. Naar mijn inschatting leven we maatschappelijk op een kruidvat en de vervuiling destabiliseert inmiddels het klimaat, onze biosfeer.

ik schat zo in dat de corona-pandemie van begin 2020 niet als zo maar bij toeval in één van de meest vervuilde oorden van China kon overslaan op de mensheid en zich rap over de wereld kon verspreiden. Om bij het hoofdonderwerp te blijven, het reizen: eind maart 2020 was er al sprake van 40% minder internationale verplaatsingen en de toeristenindustrie beleeft een gigantische duikval.

In Frankrijk, veel meer dan in Nederland, hoor en lees je kritische geluiden wat voor een model we gecreëerd hebben, zelfs de Franse president zette er publiekelijk vraagtekens bij. Ook van dàt Frankrijk wil ik u binnenkort uitvoerig verslag doen. In wat voor land kom je terecht als je naar Frankrijk op reis of op vakantie gaat? Hoe zagen onze voorouders 'Vranckryck'?

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Coll. 'de Franse verleiding'

Op de avond van de tiende mei 1981 blijkt François Mitterrand na een jarenlange aanloop op een links-progressieve golf zijn derde gooi naar het Franse presidentschap gewonnen te hebben. Zijn eerste gooi, die tegen De Gaulle dateerde van 1965, kort voordat Guy Debord in 1967 zijn maatschappelijke reflexies vervatte in 'La société du Spectacle'. Van onder andere die reflexies zou Mitterrand geleidelijk aan veel leren qua het bespelen van het electoraat en zijn image-building bij te vijlen. Dat werd nog geraffineerder toen hij na het mislukken van zijn tweede gooi in 1974 de hulp zou inroepen van publiciteits- en merkengenie Jacques Séguéla.
Tussen de tiende en de negentiende mei '81 was er de tijd om een magistraal 'évènement' tot in de puntjes te orkestreren, niets werd aan het toeval overgelaten: Mitterrand zou zich, door televisiecamera's begeleid en nationaal rechtstreeks uitgezonden, pontificaal naar het Parijse Panthéon begeven. De massale bedevaart met Mitterrand voorop, een rode roos in zijn hand houdend en nagenoeg de verzamelde top van West-Europees links in zijn kielzog betrad hij in zijn eentje majestueus de trappen van het monument waar vele Franse groten bijgezet zijn en worden: 'Aux Grands Hommes La Patrie Reconnaissante', ogenschijnlijk zeer privé en persoonlijk, maar in de donkere grafkelders onderin het Panthéon werden zijn handelingen vanuit tal van hoeken gefilmd, het leggen van de rode roos op de tombe van Jean Jaurès, ooit de eerste en bovendien vermoorde voorman van de Franse socialisten.




Jaren later, in een september 2015-nummer van het Franse weekblad 'Le Point', zou de immer in de media aanwezige Franse intellectueel Régis Debray aanloop en spektakel bondig samenvatten: "Men geloofde, en ik geloofde het ook, dat hij de lijn van Jaurès en Blum zou voortzetten en weer doen opleven, had hij zoniet de ideeën, dan had hij tenminste wel de hoed, de taal en bezieling, en, tot slot van rekening, werd deze meneer door Séguéla op het schild gehesen als een Berlusconi en Tapie die nog niet werkelijk op het program stonden. Men dacht dat die bedevaart naar het Panthéon in 1981 voor een 'opwekking' stond, maar het was een afscheidsceremonie!"



Coll. 'de Franse verleiding'

Herman Besselaar, Hors d'oeuvre varié. Amsterdam - Antwerpen, Kosmos, 1981.

Eén van die boekjes die mijn gevoel van inleving sterk verdiepte.
Op de achterflap:

Bij het Nauw van Calais start de romantische reiziger Herman Besselaar zijn eigen 'Tour de France'. Uit de bezienswaardigheden die hij op zijn ronde door Frankrijk ontdekte, is hier een keuze gemaakt. Deze bundel is als een hors d'oeuvre varié samengesteld uit diverse aspecten van het Franse heden en verleden. Treffende foto's die bijna allemaal door de auteur zelf zijn genomen illustreren het geheel. Een aantal foto's werd gemaakt door zijn goede vriend Aart Klein, die hem vergezelde op verscheidene tochten door het Franse land.


En toen, toen voltrok zich iets volstrekt nieuws in Frankrijk, de introductie van Minitel, de Franse voorloper van het internet.

En het veranderde het aanzien van het Franse land, want overal langs de wegen verrezen 'panneaux publicitaires' - billboards - met een mysterieus aandoend viercijferig nummer. Geen idee hadden wij Nederlanders natuurlijk, maar vele Fransen wel.

SEX!

Coll. 'de Franse verleiding'

Ach, misschien ontsnapten de dames daarmee wel een pooier, maar een hel - 'un enfer' - bleef het.


Brian Moynahan, The Tourist Trap. The hidden horrors of the holiday business and how to avoid them. London and Sidney, Pan Books, 1985.
Brian Moynaham publiceerde eerder, in 1978, 'Airport International. The sensational book that takes the lid of the world of international Air Travel' en later, in 1983 'Fool's Paridise. To the great tourist rip-off'.

Coll. 'de Franse verleiding'


'De Franse verleiding' is natuurlijk gebed in een wereldsysteem dat met de neo-liberalisering vanaf de jaren '80 wéér een stevige impuls kreeg tot financialisering van de wereldeconomie en idem machtsconcentraties die nationale staten min of meer op de hielen gingen zitten. Een betrekkelijke onbekende Britse econome deed er langdurig studie naar en trok aan de noodbel, min of meer tevergeefs en het systeem draaide, zoals we weten, herhaalde malen door. En dat zal weer gebeuren.

Hier een aantal veelzeggende titels van die bijzondere Susan Strange (1923-1998):

Casino Capitalism. 1986.

States and markets. 1988.

The Retreat of the State. The Diffusion of Power in the World Economy. 1996.

Mad Money. When Markets Outgrow Governments. 1998.


Coll. 'de Franse verleiding'

Vooral grafisch was Jan van Keulen (1913-1994) buitengemeen begaafd, maar hij was niet alleen tekenaar en illustrator (en graag van de boeken van Jan Brusse), hij was ook cineast, fotograaf, typograaf, grafisch ontwerper dus ook en nog eens reporter en schrijver. En Van Keulen had een speciale band met Frankrijk. Zo publiceerde hij in 1974 samen met Wim Alings de prachtig rijk geillustreerde vierkante bundel

'op de franse toer'
(en let op: geen hoofdletters)

met als uitvoerige ondertitel:
oftewel een tour de france met zeeën van tijd vol landelijke vrede met een route die niet de snelste verbinding tussen twee punten vormt waar ruimschoots tijd genomen wordt om te kijken, te ontdekken en in alle rust van het goede der aarde te genieten
(weer zonder punt).

In 1987, en waarschijnlijk al tijdens wat voorafgaande seizoenen, waagde Jan van Keulen het in zijn eentje al zijn talenten te bundelen met als resultaat het ook weer wonderschone

'met Van Gogh in de Provence verblijf brieven werk'

(weer zonder punten of streepjes).
En nu, alweer van ruim dertig jaar geleden stammend, zou het zo weer uitgegeven kunnen worden!


Coll. 'de Franse verleiding'

Djamila Mefti, Sophie Grouard, 1981-1991, les grands travaux sous François Mitterrand. Editions du Rocher, 1991.

Op 1 april 1989 - 1 april, Mitterrand hield van symboliek / in Frankrijk noemen ze dat 'un poison d'avril' - inaugureerde hij de pyramide op het binnenhof van het Louvre.

Dit was één van de resultaten van een grandioos plan dat in 1982 een aanvang nam, een exercitie in stedelijke planning. 't Werden acht monumentale 'grand projets' dat de 'skyline' van Parijs zou doen veranderen. Het omvatte de 'Pyramide du Louvre', het 'Musée d'Orsay', het 'Parc de la Villette', het 'Institute du Monde Arabe', de 'Opéra Bastille', de 'Grande Arche de La Défense', het nieuwe Ministerie van Financiën, ook wel 'Bercy' genaamd en de 'Bibliothèque nationale de France', het laatst en meest dure van de acht projecten. Met een aantal van die projecten was al een eerder aanvang genomen, namelijk onder President Valéry Giscard d'Estaing, maar ze worden uiteindelijk toch gezien als Mitterrand's verdienste omdat hij er zo nadrukkelijk zijn stempel op zette. 't Ging zelf zo ver dat hij zelf de bouwmaterialen op hun kwaliteit testte.


Coll. 'de Franse verleiding'

Deze 'Guides des maisons d'hommes célèbres - écrivains, artistes, savants, militaires, saints, hommes politiques', een vierde editie alweer, uit 1991, is niet 'des Hollands'. Ooit het huis van Thorbecke bezocht, mocht het er nog staan? Van Colijn? Van Vadertje Drees? Het huis van Simon Vestdijk? Ja, verdraaid, het huis van Louis Couperus is er, het Sint Hubertusslot, het pandje van Theo Thyssen schiet me te binnen en natuurlijk het Achterhuis van Anne Frank. Maar voor de rest? Vele Fransen koesteren toch meer hun erfgoed dan de gemiddelde Nederlander.


Coll. 'de Franse verleiding'

Dragen alle Fransen een alpino? Nee, natuurlijk niet. Zo zie je maar.

Vooroordelen, oordelen, veroordelen?
'Liberté, égalité, fraternité.


In 1993 kon je bij de Grenswisselkantoren - zouden ze nog bestaan? - een klein boekje zo maar voor niets meenemen. Ging je naar Duitsland dan betrof het 'Alle Duitsers dragen een Lederhose ...', geschreven door Bert Tigchelaar en ging je zuidwaarts dan ging het om 'Alle Fransen dragen een alpino ...' door Philip Freriks.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

In mijn ogen gelden de 'Guides Gallimard' qua tekst, rijkelijk voorzien van prachtig illustratiemateriaal en fascinerende opmaak als de best recente reeks van reisgidsen. Recent? Ze werden uitgegeven in de jaren '90 en verdienen het wat betreft de praktisch informatie bijgewerkt opnieuw uitgegeven te worden.


Coll. 'de Franse verleiding'

De relatie Nederland - Frankrijk? Ooit werd er, zoals we boven zagen, zelfs gesproken en geschreven over de 'Fransche Tyrannie', dat was tijdens het rampjaar van 1672 toen de Fransen de Lage Landen hadden binnengevallen. En het laatste hoogtepunt was naar ik meen in 1996 toen president Jaques Chirac Nederland uitriep tot 'narco-staat'.
En zo ontbrandde het lontje van onderbuikgevoelens en vooroordelen weer. Die hypocriete Fransen gaven Chirac gelijk en ook hun ergernis aan die niet of nauwelijks Frans sprekende Hollanders met hun sleurhutten volgeladen met aardappelen, pakken DE-koffie, Unox-worsten en kratten met bier laaide weer een beetje op. Dat op haar beurt versterkte nog weer eens de sluimerende Nederlandse vooroordelen over die arrogante Fransen die geen woord Engels wilden spreken.
Kennelijk werden op diplomatiek niveau de koppen bij elkaar gestoken: er werd in 1998 een uitklapbare folder gedrukt waarin in het Nederlands een gesprek tussen een Marjan en een Marianne in scene werd gezet. "Ja, me dit en me zus en zo!" zei Marjan kritisch en Marjan kreeg van Marianne sussende uitleg over de Franse gewoonten .....

Coll. 'de Franse verleiding'


En voor de rest? Ach, het botert wel weer een beetje tussen die twee landen, behalve dan dat de 'samenwerking' of betrof het toch eigenlijk een Franse overname, precies, dat wil vanwege detotaal verschillende managementstijlen niet echt vlotten. Kunnen de Nederlanders af met drie velletjes zonder stempels, de Fransen maken er een vuistdik dossier van mèt die onvermijdelijke stempels. Ik weet er alles van. En ook binnen die voor de gewone burger ondoorzichtige EU-krochten, daar schijnt het vaak hommeles te zijn tusen de twee landen.


En toch speelden in die tijd nog enkele zaken: twee Franse journalisten meenden ons de maat te kunnen nemen. De eerste was Christian Chartier - vanaf 1989 gedurende enige jaren correspondent voor de gedegen Franse 'Le Monde' - met zijn in 1992 verschenen 'Het verdriet van Nederland. Een Fransman stoeit met de Hollandse ziel'. Daarin zaagt hij op zijn minst één poot onder de stoel van het genoegzame zelfbeeld van de gemiddelde Nederlander af.

Coll. 'de Franse verleiding'

De ander is de hier te lande nog steeds actieve sarcastische Sylvain Ephimenco, van 1981 tot 1998 correspondent voor het linksige Franse 'Libération'. Van zijn hand verschenen 'Hollandse kost. Het gidsland ontmaskerd' (1994) en in 1997 'Hollandse nieuwe. De keerzijde van de Nederlandse mentaliteit'.

De achterflap daarvan laat niets aan duidelijkheid qua inschatting te wensen:

Coll. 'de Franse verleiding'

Coll. 'de Franse verleiding'

'Wim Kok smaakt en ruikt naar niets. Je zou vermoeden dat hij in de synthetische wol van een computergestuurde tuinderskas is geteeld. Zelden heeft een land zo'n osmose met zijn politieke leider bereikt.'
In Hollandse nieuwe trekt Sylvain Ephimenco, de schrijver van Hollandse kost, weer flink te keer tegen zijn tweede vaderland. Dit land wordt bevolkt door correcte rechters, ritselende politici, hebberige varkensfokkers, drugsdealende politieambtenaren of saaie rayonhoofden. Van calvino Wim Kok tot de gezellige goedzak Willem-Alexander, van notulist Voskuil tot detective Van Traa, niets blijft onbesproken. Ephimenco prikt de nationale mythe aangaande consensus, tolerantie en zindelijkheid genadeloos door. De achterkant van dit gelijk vertoont veel hebzucht, vervuiling en hypocrisie.


Coll. 'de Franse verleiding'

Sedert eeuwen is er immer wrevel geweest tussen de Britten en de Fransen. Toch kan ik in mijn verhaal niet om de Britten heen. Zij waren de voorlopers van het toerisme, zeker met betrekking tot Frankrijk. Zo was het de Britse aristocratie die al in de achttiende eeuw het overwinterigstoerisme aan de Côte d'Azur introduceerden. Ook op Parijs hebben zij, met de Amerikanen, hun stempel gezet.

Vanaf rond 1750 werd er al over één of andere vaste 'Het Kanaal'-verbinding nagedacht en gespeculeerd, van een brug, van een onderwaterlocomotief zelfs en ook van een tunnel. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw werd er weer opnieuw serieus over nagedacht en het was de vers gekozen Franse president François Mitterrand die in 1n zijn jaar van verkiezing nog, 1981, dat denken een stevige duw gaf hetgeen leidde tot een besluit in 1984 om er nu echt serieus werk van te gaan maken. Ingenieurs kwamen er aan te pas, financiers, juristen, politici weer en grote bouwondernemingen en in 1987 kwam het waarachtig tot een Frans-Brits consortium. In 1988 begon men aan de constructie van een driebuizige tunnel voor treinverkeer met de middelste een kleinere buis bestemd werd voor 'service' en de tunnel werd 50,5 km lang. De rit zou trouwens zo'n 35 minuten nemen. Eind 1993 was de Tunnel min of meer af, maar het duurde nog tot 6 mei 1994 dat Konining Elizabeth II en François Mitterrand de officiële opening, zeg maar gerust inauguratie, zouden verrichten. We willen natuurlijk ook weten wat dit staaltje van wilskracht en kunnen heeft gekost. 't Kan aan mij liggen, maar een eensluidend antwoord kon ik in de gauwigheid niet vinden en 't werd een kwestie van optellen. Resultaat? Nagenoeg dertien en een half miljard euro. Ik vind het eigenlijk wel goed besteed, maar 't is jammer dat het de Brexit niet heeft kunnen voorkomen.


Was - en is nog af en toe - Philip Freriks toch vooral van het hedendaagse Frankrijk, met als in een flits tevens Wilfred de Bruijn. Prof. Dr. M. A. Wes leerde ons met zijn 'Ceasar in Gallië, God in Frankrijk. Notities van een toerist' uit 1995 over het Frankrijk van heel lang geleden.

Coll. 'de Franse verleiding'

"Het idee voor dit boek is ontstaan tijdens een vakantie in Frankrijk. Doel is de lezer engszins wegwijs te maken in 'Frankrijk vóór Frankrijk', dus in het onafhankelijke Gallië in de tijd van voor de verovering van het land door Julius Ceasar (ca. 50 v.C.) en in het Gallië dat ruwweg vijf eeuwen deel is geweest van het Romeinse rijk."

't Kan verkeren ... .


Gilles de Janzé, Le savoir-vivre en France. Editions Ouest-France. 1997.

Zoals iedere cultuur er zo haar manieren op nahoudt, zo geldt dat ook voor de Franse. Alleen, veel Fransen denken dat hun savoir-vivre universeel is of, tenminste, universeel zou moeten zijn.

Zo ben ik in spannende afwachting van:
Dominique Perrin & Brigitte du Tanney, Savoir vivre international. Le guide indispensable dès que vous quittez la France. Hermé, 1987.

Oftewel: wat staat Fransen te wachten als ze hun landsgrenzen overschrijden en hoe hebben ze zich elders aan te passen? Dat boekje zal me ongetwijfeld veel leren aangaande juist die Franse cultuur in vergelijk met andere.


Coll. 'de Franse verleiding'

Na zijn misplaatst getitelde 'Gallische brieven' (1991) beheerste Rudolf Bakker (1927-2017) voor een poosje de Nederlandse 'oh la la'-Frankrijkmarkt.
Wat volgde er allemaal niet van de hork, deze voor mij onaardige man?
- Een pil van een reisgids 'Provence en Côte d'Azur' (1995);
- het autobiografische 'Hoe komt het dat ik nog leef' (1998) waar ik geen zin in had;
- het hier boven afgebeelde 'Altijd weer Frankrijk en andere Gallische hartenkreten' (1999);
- 'Het treintje van weemoed. Een wandeling in de Provence' (2001) en
- 'Gewoon doorlopen, er is niets te zien' (2006).

Sindsdien zat hij tot aan zijn dood waarschijnlijk te mokken in zijn huis in Saint-Rémy-de-Provence.


Lucas Reijnders, Reislust. Op weg naar het paradijs en andere bestemmingen. Amsterdam, Van Gennep, 2000.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Cees van Lotringen en Maurice Bood, Het gedroomde paradijs. Cultuurwijzer voor het Franse leven. Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker, 2001.

Uit 2001 stamt dit Frankrijkportret alweer èn met een omslagfoto zoals we ook graag Frankrijk willen beleven.
Een paar zinnen op de achterflap zeggen al genoeg:

"Deze cultuurwijzer voor het Franse leven is een perfecte ingang voor de Nederlanders die Frankrijk als hun paradijs beschouwen. Want velen vinden daar wat Nederland niet meer heeft: ruimte, een overweldigende natuur, een sterk historisch besef en een onwrikbaar geloof in de eenvoudige geneugten van het bestaan als tegengif voor de opmars van het marktdenken."


Coll. 'de Franse verleiding'

Op reis of op vakantie kijken we natuurlijk naar anderen en soms hebben we iets met ze. Zo worden natuurlijk ook Nederlanders ingeschat.

De rond de millenium-wisseling in Nederland wonende française Sophie Perrier had ooit weer eens een depri-moment, nota bene in Zuid-Frankrijk, en iemand suggereerde haar aan een boek te beginnen. Saaie onderwerpen volgden de revue en ze antwoordde daarbij ironisch: "Dan schrijf ik nog liever een boek over Nederlandse mannen."
En ik citeer verder:
'Op de terugreis naar Amsterdam bleef dat grapje door mijn hoofd spemen. Nederlandse mannen, over dat onderwerp had ik toch wel wat te vertellen. Direct na mijn aankomst in Nederland, negen jaar geleden, merkte ik al dat ze hemelsbreed verschilden van de mannen die ik in Parijs had ontmoet. Nederlanders waren aardig, zeker. Maar op straat, in bibliotheken, op de uinversiteit, nergens besteedden ze aandacht aan me vanwege mijn vrouwelijkheid. Ik raakte de kluts kwijt.'

Dit moge veel weg hebben van iemand die een verwende en teleurgestelde ijdeltuit is, maar Sophie liet het er niet bij zitten en ondervroeg maar liefst 35 vrouwen uit niet-Nederlandse windstreken over hun ervaring met de Nederlandse man.
Achterflaptekst: 'Wie zijn oor te luisteren legt bij buitenlandse vrouwen, komt al snel tot één conclusie: de Nederlandse man is een uniek verschijnsel. Hij is het toonbeeld van redelijkheid, gematigdheid en evenwicht. Maar voor heftige passie en romantiek lijkt hij niet in de wieg gelegd, zo luidt het oordeel van hen die het weten kunnen.'

Sophie Perrier, De mannen van Nederland. Het onverbiddelijke oordeel van buitenlandse vrouwen. Zutphen/Apeldoorn, Uitgeverij Plataan, 2001. '


Coll. 'de Franse verleiding'

De Autoroute A 75 die het Centrale Massief 'bestijgt' en met 340 kilometer Clermont-Ferrand met Bézier verbindt werd op 28 mei 2004 verder vervolmaakt met het Viaduc van Millau en op 14 december 2004 werd het door de toenmalige president Jacques Chirac officieel voor het verkeer opengesteld. 13 jaar studie en ontwerpen gingen daar aan vooraf, uiteindelijk werd gekozen voor het ontwerp van de architect Lord Norman Foster, ruim drie jaar werd er aan gebouwd en de tuiconstructie weegt 36 maal zwaarder dan de Eiffeltoren. De enorme brug overspant met een lengte van 2 460 meter de vallei van de rivier de Tarn op een hoogte van 270 en de hoogste van de 7 pilaren meet 343 meter. Dat verklaart zich door de metalen spankabels die zo karakteristiek zijn voor de brug. Het is tot nu toe de hoogste brug van de wereld.

Dit, en nog veel meer, valt na te lezen in:
Didier Thomas-Radux (Rédaction en chef de hors-série), Le Viaduc de Millau. Un défi humain, une prouesse technologique. Saint-Jean-de-Védas, Midi Libre - Centre Presse, Hors Série Spécial, juin 2004.


Hans Pars, En we gaan nog niet naar huis! 100 jaar Nederlanders op vakantie. Schiedam, Scriptum Publishers, 2006.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Stephen Clarke, Talk to the Snail. Ten Commandments for Understanding the French." (2006)

"Praten tegen een slak - Tien dringende adviezen om de Fransen te begrijpen."

Tussen 'Het Kanaal'en tussen 'de Grote Rivieren' zijn de verschillen met de Fransen vaak vergelijkbaar.


Coll. 'de Franse verleiding'

In Nederland wordt vaak met enige weerzin gesproken van 'de grachtengordel', in de VS wel van de 'limousin liberal' en in Frankrijk heet het 'kaviaar-links': een verondersteld links-progressieve elite die je vanuit de hoogte de les leest, zich er zelf niet naar gedraagt, goeddeels losgetrild van hun natuurlijke achterban.


Coll. 'de Franse verleiding'

Coll. 'de Franse verleiding'

Het Franse dorp wordt, nog steeds, door vele Nederlanders geromantiseerd. Ook dorpen in de Bourgogne. Pascal Dibie woonde in zo'n Bourgondisch dorp, maakte een lange exotische reis en keerde weer terug: 'Le village retrouvé' - 'Het hervonden dorp'. Best wel veel was tijdens zijn afwezigheid veranderd, maar nog steeds was de boer een boer en geen mechanicien. En Pascal Dibie schreef na zijn lange reis en een beetje als buitenstaander een portret van het dorp Chichery, in de Yonne en niet ver van Auxerre.

Wat er tussen 1979 en 2006 met Pascal Dibie is gebeurd heb ik nog niet weten te achterhalen, behalve dan dat hij als ethnoloog nogal wat boeken schreef, ook over de Yonne, één van mijn favoriete streken. Waarschijnlijk zal hij met tussenpozen - de Fransen eigen - terug zijn gegaan naar zijn dorp en was getuige van de enorm snelle veranderingen in en rond het boerendorp. Landschapsinrichters werden de baas, het boerenbedrijf 'verwetenschappelijkte' en werd onderdeel van een mondiale logica. En van dat alles onder de indruk schreef hij halverwege de jaren '10 'Het gemetamorfeerde dorp - Revolutie op het Franse platteland'.


Coll. 'de Franse verleiding'

Van de Amerikaan Richard Z. Chesnoff 'De arrogantie van de Fransen.
Waarom de Fransen ons niet kunnen uitstaan en waarom dat sentiment wederzijds is' (2005).

Grappig?
De Fransen houden er al een héél lange tijd een haat-liefdeverhouding met de de Amerikanen op na, terwijl Frankrijk wel de hooste dichtheidsgraad van McDonald's ter wereld heeft. Rara. 'The Arrogance of the French' werd geschreven nadat de Fransen bedankten om deel te nemen aan de oorlog in Irak. 'French fries' - Franse frieten - werden in the States nota bene zelfs geboycot. Het fenomeen is onderwerp van studie.

Hier van de 'rechtse' - natuurlijk was hij 'rechts' - Jean-François Revel (1924-2006) 'De anti-Amerikaanse obsessie. Hoe het werkt - haar oorzaken - haar gevolgen' uit 2002. Hem ging het om de kloof tussen beeld en werkelijkheid. Ingewikkeld. Toch?
Ook voor Nederlanders.

Coll. 'de Franse verleiding'

Stammend uit 2002.


Patrick Declerck, Les naufragés - Avec les clochards de Paris. Paris, Plon, coll. "Terre humaine", 2001.

'Vroegah', zeker gedurende de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw, was de Parijse clochard - een dakloze zwerver dus - voor de Nederlander een bijkans romantische bezienswaardigheid, het paste Parijs zoals een Volendammer zijn broek.

Maar toen kreeg Nederland eerst haar junkies, toen ook simpelweg daklozen waar het Leger des Heils haar handen aan vol kreeg en nu zijn er ook de voedselbanken.
Ongetwijfeld zullen nu de Nederlanders die Parijs bezoeken met meer bedenkelijke blik naar de Parijse clochards kijken en sommigen zullen wellicht denken:
"Er is weinig voor nodig."


En uit 2004 stamt het volgende werk.
Zijn die Fransen no zo eigenaardig en eigenzinnig? Voor vele Nederlanders toch nog steeds. 't Begint al met irritatie over de Parijse rappe kellne. Hij zwoegt, bedient u snel en toch vinden vele Nederlanders hem 'arrogant'. Geen tijd om even te 'ouwehoeren' mocht die Nederlander daartoe al in staat zijn. In dit boek wordt een redelijk goed beeld gegeven van 'de' Français en 'de' Française. 't Is weliswaar uit het Engels vertaald, maar Nederlanders zijn bepaalde niet de enigen die in het Franse vast lopen De Britse en Amerikaanse titels zijn legio.

Coll. 'de Franse verleiding'

Tekst achterflap?

"De fransen staan te boek als chauvinistisch, arrogant en conservatief - om maar enkele van de ondeugden te noemen die de wereld dit raadselachtig volk toedicht. Dat beeld klopt van geen kant, stelde het Canadese journalistenpaar Jean-Benoît Nadeau en Julie Barloww vast na een verblijf van drie jar in Frankrijk.
Op zoek naar de ware aard van de Fransen, ontdekten zij tot hun eigen verrassing een volk van louter gastvrije, dynamische en modern denkende mensen. Dat de Fransen graag staken, weinig van fastfood moeten hebben (Hier ben ik het absoluut niet mee eens: de bestelpizzeria's draaien op volle toeren, préfab-maaltijden te over in de supermarché's en Frankrijk kent de hoogste concentratiegraad van McDonald's van de hele wereld. Dus wéér krijgen we stereotypen, clichés en de ontkenning daarvan voorgeschoteld: het valt bijkans niet te vermijden. Maar toch, nergens smaakt een Franse croissant 's morgens beter dan op een Frans terrasje of in een hotel.


Was het vroeger een ansichtkaart, nu sturen we onze beelden naar huis middels onze smartphone en hebben 'la Poste' niet meer nodig.
Voor wie in Frankrijk woont is 'la Poste' nog steeds onontbeerlijk. Sterker, ik krijg zelfs de indruk dat 'la Poste' in belangrijke mate de rol van de Rooms-Katholieke Kerk in Frankrijk heeft overgenomen. 'Le bureau de Poste' als pastoraat en de postbodes en -boden als priesters, voor een praatje en zelfs een luisterend oor, zeker in de kleinere, soms ver afgelegen, dorpen.


Sylvie Brunel, La Planète disneylandisée. Chronique d'un tour de monde. Auxerre, Sciences Humaines Editions, 2006.
Deze titel behoeft verder geen vertaling.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

'Parijs denkt' stamt alweer uit 2009 en het lijkt me de hoogste tijd dat Marijn Kruk met een vernieuwd 'filosofisch' portret komt.
En het zou mooi zijn als hij dan ook uitvoerige aandacht besteed aan sociaal wetenschappers, zij van 'les sciences humaines et sociales', die in kleine universiteitskamertjes hard werken aan kritische maatschappij-analyses waar men in Nederland nauwelijks of niet weet van heeft. En da's spijtig voor een land dat goeddeels door de VVD met de meeste 'mainstream media' die schaapachtig naar haar pijpen dansen, wordt 'bewerkt' en geregeerd.


Want ook het onderstaande werd in Parljs overwogen en neergepend en kwam in 'Parijs denkt' niet aan bod.

Jacques Généreux (1956) is een Frans econoom en hoofddocent aan het gerenommeerde 'Institut d'études politiques' (IEP) te Parijs, naast de sinds enige tijd terecht onder vuur liggende 'Ecole National d'Administration' (ENA), dè elite-opleiding voor juist dàt slag dat in zeer belangrijke mate uiteindelijk de toppen van de Franse staat en de private sector bestierd. Toch krijgt Jacques Généreux, als één van de luizen in de pels, als 'links-kritische' beschouwer, denker en zelfs politiek activist alle ruimte. Zo was hij van 2008 tot 2013 leider van de overigens onbeduidend gebleven 'Parti de gauche' ('gauche' betekent 'links') en voor de presidentsverkiezingen van 2017, waarmee 'niet links'/'niet rechts' Emmanuel Macron als een duveltje uit een doosje aan de haal ging, coördineerde hij het economisch deel van het verkiezingsprogramma van 'La France insoumise' (zeg maar 'Het opstandige Frankrijk') van de nogal gemakzuchtig als extreem-links betitelde Jean-Luc Mélanchon.

Jacques Généreux heeft inmiddels een indrukwekkend aantal publicaties op zijn naam staan en ik houdt het hier bij de trilogie 'A la recherche du progrès humain' ('Op zoek naar de menselijke vooruitgang') en een korte duiding daarvan.

'La Dissociété' (moeilijk vertaalbaar, maar houdt het maar op zoiets als 'ontkoppelde', 'ontwortelde' of zelfs 'wezenloze' samenleving) uit 2006 werd geschreven in de overtuiging dat werelwijde rampen op de loer liggen, dat daarmee de ene mens tegenover de ander komt te staan, samenwerking en samenhang ver te zoeken zullen zijn, versterkt door de daarmee gepaarde bewustzijnsverandering. Een nogal apocalyptisch toekomstvisioen, maar - nu - met de Covid-pandemie blijkt Jacques Généreux niet stekeblind te zijn geweest.

Coll. 'de Franse verleiding'


In 'L'autre société' (gepubliceerd in 2009 en te vertalen als 'De andere samenleving') stelt Généreux dat de cultus van het individu en de mondialisering niet de belofte van moderne emancipatie hebben waargemaakt. Het hyperliberalisme draagt een geweldadige en loshangende 'ontwortelde samenleving' ('dissociété') in zich waarbij sociale banden afgekalfd zijn en obscurantistische en antidemocratische krachten worden versterkt, en dàt terwijl slechts alleen sociale banden en samenhang individuen vrijheid kunnen brengen. Zo sluit Généreux weer aan bij de essentie van het 'projet socialiste', maar dan op basis van de hedendaagse inzichten wat betreft het functioneren van de mens, tegenovergesteld aan een zogenaamd 'modern links' - hij duidt hiermee op de ideologie van 'De Derde Weg' - dat achterhaalde liberale ideeën heeft omarmd. Jacques Généreux pleit voor een sociale en ecologische republiek die de belofte van moderne emancipatie wèl waarmaakt.

Coll. 'de Franse verleiding'


In 'La grande régression' ('De grote regressie' oftewel 'Het grote verval') stelt Généreux dat vanaf de jaren '80 tot op heden de territoriale, politieke en morele grenzen goeddeels zijn weggevaagd en plaats hebben gemaakt voor persoonlijk belang en de macht van het geld. Sindsdien heeft de mondialisering van het - ongelukkig uitgedrukt - 'neoliberalisme' verworvenheden van de moderne beschaving teniet gedaan. De vooruitgang gaan ten onder aan de verwoesting van ecosystemen; sociale samenhang verdwijnt als sneeuw voor de zon door onderlinge wedijver; persoonlijke vrijheden en rechten van de mens worden vertrapt uit naam van 'veiligheid' en het obscurantisme en de slaafsheid van werkers nemen toe ten koste van de autonomie van de mens. Jacques Généreux tracht aan te tonen dat dit algehele verval past in de dynamiek van de menselijke samenleving sinds de steden in de oudheid. 'La Grande Régression' is wellicht de ultieme en onvermijdelijke fase van een moderniteit die alle onjuist gefundeerde projecten van emancipatie heeft verkend, van impasses zoals die van 'hyper-socialisme' tot en met 'hyper-individualisme'. Deze ervaringen zouden mogelijkerwijs kunnen uitlopen op een 'nieuwe Renaissance'.

Coll. 'de Franse verleiding'


De afgelopen hondervijftig jaar zijn qua aanzien de Franse kusten veel veranderd. Een fraai beeld daarvan geeft Bernard Toulier in zijn 'Villégiature des bords de mer. Architecture et urbanisme.' Paris, Editions du Patrimoine, 2010.
'Villégiature' is trouwens moeilijk in het Nederlands te vertalen, het komt dicht bij 'hutje bouwen'. Maar hier betreft het natuurlijk volwassenen en dan kom je uit op 'een aangenaam onderkomen in een mooie omgeving om uit te rusten'.


En inderdaad hebben we Frankrijk behoorlijk zien veranderen. De 'ronds points' hebben we al gehad, maar onderwijl verrezen rondom steden en stadjes enorme supermarkten, soms zelfs 'hypermarchés'. En gemak dient de mens. Toch?

Coll. 'de Franse verleiding'

Yves Soulabail, Carrefour. Un combat pour la liberté. Le Loup Hurlant Editions, 2010.

't Gemak dient de mens zo op het eerste gezicht, maar je als bedrijf presenteren met de slogan 'Een strijd voor de vrijheid'?

Die supermarchés leidden er wel toe dat centra van provincieplaatsjes leegbloedden, om maar niet te spreken van dorpen en van dorpjes.
Ik woon nu zo'n 17 jaar in het dorpje Fontcouverte en gedurende die tijd is het al zijn middenstanders kwijtgeraakt. In Frankrijk spreekt men dan ook wel over 'het einde van het dorp'. 't Leven trekt eruit weg. Een Nederlandse kennis, die een weekje bij me doorbracht, maakte wel eens een tochtje in de omgeving en één keer kwam hij terug met de opmerking: "Denken ze hier dat het nog oorlog is? In de dorpen is nauwelijks iemand te bekennen!"
Precies. En ik moet voor een fles melk een retourtje supermarkt maken van bij elkaar opgeteld twintig kilometer. Een 'strijd voor de vrijheid'?

Coll. 'de Franse verleiding'

Olivier Razemon, Comment la France a tué ses villes. L'écopoche, 2017.

'Hoe Frankrijk haar steden om zeep hielp'. Lees voor steden: provincieplaatsen, dorpen en dorpjes.

En daar sta je dan.

'Ooit was er ... een kruidenier.'

Over de landschappelijke verandering in Nederland, dat veelal afzichtelijk dichtslibben, zal ik het maar niet hebben. Toch kunnen de Fransen er ook wat van. Neem al die reclameborden langs de weg als je een stadje nadert. In Frankrijk is er gelukkig nog veel ruimte, zodat je weer snel die ellende achter je kunt laten. Er zijn genoeg Fransen die er zich terecht aan ergeren en een strijdbare vereniging hebben opgericht: 'Les Paysages de France', 'de landschappen van Frankrijk'. Zoals hieronder blijkt lukt het hen om hier en daar die jou toeschreeuwende plakkaten weg te krijgen, met de wet - of wat dan ook - bij de hand.

Zo zie je maar, dus wordt ook lid, net zoals ik. Kijk op www.paysagesdefrance.org of bel 00.33.4.76032375 en je wordt allervriendelijkst te woord gestaan.


Het is trouwens maar al te vaak opmerkelijk waar Franse historici, sociologen en noem maar op zich zoal mee bezig houden.

Hier een paar verleidelijke, zo niet intrigerende voorbeelden:

Coll. 'de Franse verleiding'

Anne-Marie Sohn, Sois un homme! La construction de la masculinité. Paris, Seuil, 2009.

Over de 'constructie' van mannelijkheid: "Wees een kerel!"


Coll. 'de Franse verleiding'

Christine Bard, Une histoire politique du pantalon. Paris, Seuil, 2010.

Hoe bedenk je het: een politieke geschiedenis van de pantalon!


Coll. 'de Franse verleiding'

Anne-Marie Sohn, La fabrique des garçons. L'éducation des garçons de 1870 à aujourd'hui. Paris, Textuel, 2015.

Intrigerend ook, de geschiedenis van het opvoeden van jongens, want daarin zal geleidelijk veel veranderd zijn en zal nog moeten veranderen.


Dean MacCannell, The Ethics of Sight-seeing. Berkeley-Los Angeles-London, University of California Press, 2011.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Wat voor ethiek?


Rudolphe Christin et Philippe Bourdeau, Le tourisme: émancipation ou contrôle social? (2011).
Ook deze titel is bijna voor alle westerlingen begrijpelijk.

Coll. 'de Franse verleiding'


Met deze afbeeldingen belanden we in boeiende sferen. Waar dromen we van? Zouden we nog een glimp kunnen opvangen van die vroegere chique? Of kunnen we het ons veroorloven? Immers, 't bestaat nog steeds.
(Trouwens: Maréchal Pétain, die Frankrijk in wezen ondergeschikt maakte aan Nazi-Duitsland, had wel een slechter hoofdkwartier gekozen kunnen hebben .... .)

Coll. 'de Franse verleiding'


Rachid Amirou, L'Imaginaire touristique. Paris, Editions du CNRS, 2012.

Waar waren en zijn al die toeristen dan op zoek naar, want thuiskomen lukten hen meestal nog wel, nu nog vaker zelfs. Wat is dat, dat 'alles' tussen elders en weer thuis? 'Wat nemen ze mee terug aan ervaringen, lessen en indrukken? Zo herinneren de oudere generatie Frankrijkgangers nog dondersgoed die vaak smerige 'staptoilletten'.

Coll. 'de Franse verleiding'


Er zijn zeker wel Fransen die kritisch naar zich zelf en hun cultuur durven durven te kijken. Hier twee voorbeelden.

Coll. 'de Franse verleiding'

Yann Algan, Pierre Canuc en André Zylberberg en hun vlijmscherpe 'La Fabrique de la défiance' uit 2012.

Veel Nederlanders hebben een 'joie de vivre'-beeld van het Franse, maar als je er woont en met instantie van doen krijgt weet je al gauww beter.

'Défiance' staat voor argwaan, wantrouwen, achterdocht en, daardoor, ook ietwat voor twijfel. De Franse Franse samenleving is doortokken van argwaan, wantrouwen en achterdocht.

Yann Algan, Pierre Canuc en André Zylberberg beginnen hun relaas aldus:
"Dit is het verhaal van een Franse jongetje.Heel jong ontdekt hij een eigenaardige school. Terwijl zijn leeftijdgenootjes in andere landen leren gezamelijk bezigheden te ontwikkelen, besteedt hij zijn tijd, op een vaste plek, te luisteren naar een onderwijzer die zijn kennis spuit en dat vanaf het bord in zijn cahier overschrijft. Zijn onderwijzer is vervuld van goede wil, maar hij lijkt net zo gedesorienteerd als het jongetje. In tegenstelling tot zijn Europese collega's heeft hij geen enkele diepgaande pedagogische vorming gekregen. Al heel snel is ons Frans jongetje onderworpen aan een ritueel van 'classering' waarmee door slechte cijfers en over doen de beteren van de slechten gescheiden worden. 't Is geen verrassing dat hij de meest angstige leerling wordt. Maar dat alles is niets in vergelijk met wat hem nog te wachten staat.
Onze kleine Fransman is jong volwassene geworden en klaargestoomd om zich in 'het grote leven' te storten. En hij begint zijn eerste antidepressiva te slikken. De stress verlaat hem niet meer. Hij moet om te beginnen een vaste baan weten te bemachtigen om een redelijk onderkomen te kunnen huren en krediet op te kunnen nemen zonder hulp van zijn ouders. Zoekend naar dit soelaas bemerkt hij dat de relatie tussen superieuren en werknemers gelijk staat als tussen die van meester en leerling. Hij ontdekt een bedrijf waar de verhoudingen tussen ondergeschikten en managers het meest conflictueus zijn van de ontwikkelde landen.
Al gauw maakt hij de goude regel zich eigen: "Mijn superieuren respecteer ik, mijn ondergeschikten minacht ik en mijn collega's wantrouw ik. Een President (Hier wordt gedoeld op Nicolas Sarkozy -n.v.d.r.) had hem verzekerd dat door harder te werken hij meer zou kunnen verdienen en zich te ontplooien. Hij kan niet anders dan constateren dat daar niets van waar is en dat vooral de conflicten binnen de arbeidsverhoudingen en de vrees voor werkeloosheid hem deprimeren. Hij is de meest ontevreden arbeider geworden van de ontwikkelde landen om hem heen en met de meest beperkte zelfstandigheid, zonder autonomie. Om in zo'n vijandige omgeving te overleven rekent hij op de vakbonden en overweegt zelfs aktief lid te worden. Maar wederom moet hij zijn hoop laten varen. Het corporatisme heerst overal en de 'sociale dialoog' is veelal een gotspe en niet in het algemeen belang. In deze situatie rest hem geen andere oplossing dan nog een tweede soort antidepressiepil te slikken. En snel!
Maar ja, het leven bestaat niet alleen uit werken! Tragisch genoeg lijken de politieke voormannen op alle punten gelijk aan bedrijfsleiders. En da's geen toeval. Ze hebben allemaal op dezelfde speciale hogescholen en universiteiten gezeten en komen elkaar nu tegen in de raden van bestuur van de grote ondernemingen, ook in ministriele kabinetten en op de banken van het parlement en de senaat. Hij constateert, nogal beduusd, dat ale deze heren en dames elkaar de handen boven het hoofd houden en aan banen helpen en zelfs vaak hun eigen belang vereenzelvigen met het algemeen belang. Hun devies? 'Hierarchie. Ongelijkheid. Achterdocht.' Hij heeft het gevoel in een samenleving te verkeren waar de hogere kringen ieder met zijn of haar eigen hachje bezig is en hij heeft alle hoop opgegeven dat het land in staat is aan een door nagenoeg iedereen gedeelde toekomst te werken.

Dit verhaal is verre van verzonnen."


Coll. 'de Franse verleiding'

Eric Anceau, Les élites françaises. De Lumières au grand confinement. Paris, Passés Composés, 2020.
'Confinement' staat trouwens voor het Nederlands euphemistische 'lock down', dat klinkt kennelijk minder erg dan 'afzondering', 'ophokplicht' of 'isolering'.

Elke samenleving is gelaagd, gestratificeerd en de ene een beetje of veel meer dan de andere. De noordelijke Europese landen, behalve Groot-Britannië, willen graag van zichzelf geloven dat het min of meer egalitaire samenlevingen zijn, maar daar is dat ook zelfbedrog, zeker qua macht en vermogensverschillen. Groot-Britannië en ook Frankrijk kunnen het simpelweg niet verhullen. Na het Middeleeuwse feodalisme was er tijdens de Renaissanc en ook gedurende de 'Eeuw van Verlichting' een soort van neo-feodalisme: adel versus de lagere klassen. De Franse Revolutie hief dat verschil vooral grondwettelijk op, maar er bleef sprake van een elite: oude adel en de nieuwe bourgeoisie. 't Bleef een kwestie van zeer grote inkomens- en vermogensverschillen. Pas in de twintigste eeuw groeide er een middenklasse van aansienlijke betekenis.

Maar toch, de 'défiance' ( = argwaan, wantrouwen en achterdocht) bleef overheersend, mede door het onderwijssysteem zoals het eerder aangehaalde geschrift duidelijk maakt:
"Ze hebben allemaal op dezelfde speciale hogescholen en universiteiten gezeten en komen elkaar nu tegen in de raden van bestuur van de grote ondernemingen, in ministriele kabinetten en op de banken van het parlement en de senaat. Hij constateerd, nogal beduusd, dat ale deze heren en dames elkaar de hande boven het hoofd houden en aan banen helpen en zelfs vaak hun eigen belang vereenzelvigen met het algemeen belang. Hun devies? 'Hierarchie. Ongelijkheid. Achterdocht. Hij heeft het gevoel in een samenleving te verkeren waar de hogere kringen ieder met zijn of haar eigen hachje bezig is."


Coll. 'de Franse verleiding'

Vooral gedurende de negentiende eeuw werden veel zedenschetsen aan Parijs gewijd (Zie hiernaast onder ('PARIJS ALS METROPOOL') en dit kwam zojuist binnen:

Philippe Porret, Paris sur le divan. Les ombres de la ville lumière. Un essai de psychanalyse urbaine. Paris, Parigramme, 2013.

Na lezing doe ik er hier kort verslag van.


Ik hoop wat op te steken van 'La mondialisation de la culture', geschreven door Jean-Pierre Warnier, Paris, La Découverte, Paris, 1999. Vaak zijn die Franse studies voor Nederlanders gesteld in te pompeus en abstract Frans. Zal het ook concreet gaan over de plots zonaanbiddende Amerikaanse miljonairskinderen aan de Côte d'Azur in the twenties, over the boxershorts in the thirties, over de bikini in the fifties, over de topless in the sixties en over dat voor Nederlanders toen nog onbekende, over die verse basilicum of over die zongedroogde tomaten. Het zette wel de oude vertrouwde Hollandsche keuken op stelten. 'La mondialisation de la culture' en geschreven door een Fransman: het zal mij benieuwen. Zal het gaan over gemakkelijke onderwerpen als Coca-Cola dat in 1936 haar intrede deed op de Franse markt? Of over McDonalds dat inmiddels in 'haute cuisine'-Frankrijk wereldwijd over de hoogste 'dichtheid' beschikt?

Sterker: Parijs en de Côte d'Azur werden plots verbeeld door Amerikaanse ogen, door de ogen van Hollywood. De Côte d'Azur was natuurlijk wat moeilijker, maar Parijs? Amerikaanse producers stuurden er fotografen op af om 'ambiances' vast te leggen en vervolgens in hun studios na te bootsen voor een inmiddels wereldwijd publiek. 'La mondialisation de la culture'?

Jean-Pierre Warnier, La mondialisation de la culture. Paris, La Découverte, 1999.

Coll. 'de Franse verleiding'


Antoine De Baecque, Paris by Hollywood. Paris, Flammarion, 2012.

Coll. 'de Franse verleiding'

Gilbert Salachas, Le Paris d'Hollywood. Sur un air de réalité. Paris, Caisse Nationale des Monuments Historiques et des Sites, 1994.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Uit 2015 stammmen deze bespiegelingen van Frankrijkkenner Leo Prick en de titel is voor viererlei uitleg vatbaar.
1. je moet ervan houden = 't kan vriezen en dooien;
2. je moet ervan houden = anders vindt je er niks aan;
4. je moet ervan houden = Leo Prick ziet dat als 'plicht'.

En inderdaad, Leo Prick is onmiskenbaar een francofiel.


Coll. 'de Franse verleiding'

Sudhir Hazareesingh, How the French Think. An Affectionate Portrait of an Intellectual People. Allen Lane, 2015.


Coll. 'de Franse verleiding'

François Mitterrand (Jarnac, 26-10-1916 / Paris, 08-01-1996), de vroegere Franse president van mei 1981 tot mei 1995 leidde naast zijn huwelijk met Daniëlle Mitterrand een 'dubbel' liefdesleven. In 1957 ontmoette hij de toen nog maar 14-jarige Anne Pingeot, hetgeen zou uitlopen op een liefdesrelatie en een dochtertje, de eind 1974 geboren Mazarine Pingeot. 'Tout Paris' - de incrowd wist ervan, maar niemand praatte er 'en publique' over. Zoiets behoort in Frankrijk tot 'la vie privée'. Dat is dan waar wij Nederlanders wèl over spreken, al dan niet besmuikt. In Frankrijk niet, vandaar al die omheide en ommuurde tuintjes bijvoorbeeld. Geen pottenkijkers. Zelfs de Franse sensatiepers hield zich koest. Pas in november publiceerde Paris Match door paparazzi geschoten foto's van vader en dochter.

François was gek op Anne Pingeot, zo zielsverliefd dat hij op al zijn politieke rondzwervigen tijd nam om met grote frequentie briefjes aan haar te schrijven of, beter gezegd, woorden en collages. Dat hij er tijd voor had! Dat hij lijm en schaar op zak had!

En zo ziet zo'n vel er dan uit. Dacht hij toen al aan de Pyramide van het Louvre? Want - oh, er zijn hem zo veel bijnamen gegeven -superintelligent en sluw had hij zijn weg uitgestippeld op weg wat in Frankrijk doorgaat als de hoogste en grootste macht. Mitterrand won politiek, maar dat wilde nog niet zeggen economisch. Een groot verschil.
Anne bewaarde alle schrijfsels van Mitterrand en 10 jaar na zijn dood besloot ze de vellen vrij te geven.


Nogmaals sta ik stil bij een uitvoerige argumentatie van Jacques Généreux, 'La déconnomie. Quand l'empire de la bêtise surpasse celui de l'argent.' (= 'Wanneer het rijk van de domheid die van het geld overtreft.') (Paris, Seuil, 2016.)

Coll. 'de Franse verleiding'

De serie letters 'Déconnomie' is een knappe en speelse samentrekking van diverse Franse begrippen. 'Deconn' komt van begrippen als 'déconnecter' (= 'uitschakelen', 'ontkoppelen'), 'se déconnecter' (= 'uitloggen), 'déconner' (= 'onzin uitkramen') en ook 'déconnecté' (= 'apathisch').

Hierbij de strekking van dit betoog van Jacques Généreux.
"Het huidige management van het kapitalisme is niet 'vruchteloos' of 'zonder uitwerking', het beneemt mensen van het leven. De dominante economische theorie is niet 'ter discussie staand', ze is absurd. En de 'anti-crisis'-politiek verergert juis de crisis. Dat alles is werkelijk 'onzinnig', dat wil zeggen catastrofaal en ongelooflijk. Niets is meer verbijsterend dan het gemak waarmee een hele generatie van intellectuelen, politiek verantwoordelijken en journalisten zich schikken naar hetzelfde samenraapsel van economische blunders en zich opsluiten in de ontkenning van de rampspoed opgeroepen door haar bevliegingen, zoals de aanbodeconomie, hyperconcurrentie, de jacht op tekorten en het 'Duitse model'. Het doel van dit boek is begrip te kweken van dit algeheel ineenzakken van het verstand. De achtereenvolgende hoofdstukken leggen de absurditeit uit van de in de mode zijnde economische recepten. Vervolgens wordt uitgelegd waarom men het 'losgetrilde' beleid niet alleen maar kan toedichten aan een complot van een elite ten dienste van de rijken. Het gaat erom de 'stomheid van de intelligenten' en bijvoorbeeld de obscuurheid van de Nobelprijswinnaar voor economie (2014) Jean Tirole te begrijpen. Een deel van de verklaring is het economisch onderwijs. Een ander is de tendens van het huidige democratische kiesstelsel minder begaafden voor de publieke zaak aan te trekken.

Zo wordt er dus ook gedacht in Frankrijk en Jacques Généreux is bepaald niet de enige.


Coll. 'de Franse verleiding'

Michel Durrieu, Tourisme, La France N° 1 Mondial. Paris, le cherche midi, 2017.

Coll. 'de Franse verleiding'

Een persoonlijk verslag van de coordinerende en investeringsinspanningen van overheidswege qua inkomend toerisme. Wat betreft de betalingsbalans is inkomend toerisme natuurlijk een 'exportproduct' - valuta! -, alhoewel het in wezen om 'import' gaat. En een heel apparaat wordt daartoe ingezet. Dat dan wat betreft de overheids- en semi-overheidssector. Maar de private sector blaast, ook gecoordineerd, haar deuntje mee. Neem bijvoorbeeld de 'Alliance 46.2' en vraag me niet waar die naam vandaan komt. Maar in die alliantie hebben zich de meeste van de Frans-mondiale reisbedrijven verenigd, van hotelketens als Accor tot Les Galeries Lafayette. Dus denk niet dat het alleen maar toeval is dat wereldburgers naar juist dàt Frankrijk komen ... . 'Tourisme, La France N° 1 Mondial'. 'Ze'doen er alles aan.


Niet alleen handel, kapitaal en technologie droegen bij aan de mondialisering, ook het toerisme.

Jean-Michel Hoerner, Le tourisme dans la nmondialisation. Les mutations de l'industrie touristique. Paris, L'Harmattan, 2010.

De tekst op de achterflap liegt er niet om:
Sinds het ontstaan in het Middeleeuwse Europa, begeleidt het kapitalisme de toeristische ontwikkeling, van zakenreizigers in het begin tot het massatoerisme, internationaal en toen gemondialiseerd. Dat is waarom het kapitalisme en het toerisme delen in de opkomst van de middenklassen, met name hen aan de bovenkant, die meer en meer nadrukkelijk aanwezig zijn. De toeristenindustrie, die perfect ontplooit met de financiële globalisering met name vliegtuigmaatschappijen en hotelketens ontwikkelt, tegenwoordig zeer dynamische kapitalistische activiteiten, in weerwil van de ernstie gevolgen van de economische crisis die vaak als rode draad van onze tekst fungeert. Bovendien brengt de toeristische ontwikkeling steeds meer het kunstmatige, zoals 'the new resort, en trekt gezamelijk op qua onroerend goed-speculatie.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Ooit Parijs-correspondent voor NRC-H opendeEric Boogerman in 1986 iets van een traditie en wel het terugblikken op een langere periode van zich in 'het Franse vreemde' vertoefd te hebben. Eric Boogerman publiceerde in 1986 het veelzeggende 'Frankrijk 1981-1986. De socialistische metamorfose en het plotselinge heimwee naar het liberalisme'. In 2000 volgde de nieuwe NRC-Parijscorrespondent met 'Frankrijk achter de schermen. De stille revolutie van een trotse naties'. Volkskrant-corresondent Ariejan Korteweg volgde in 2013 met 'Surplace. Over de ziel van Frankrijk' en zijn opvolger Peter Giesen in 2018 met 'Retour de France. Over de route nostalgique naar het Frankrijk van nu'.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Nostalgie maakt maar al te vaak onderdeel uit van het reiservaren. Of je denkt je in hoe het vroeger was in sjieke oorden zoals Deauville, Cannes of Biarritz - of je verlangt weer naar je vertrouwde stek van ooit.
Rob & Wouter Jansen, Over Frankrijks wegen. Nostalgische Reisgids voor de Citroënrijder. CitroExpert, 2014.


Jean Viard, Le triomphe d'une utopie. Vacances, loisirs, voyages: La révolution des temps libres. Editions de l'Aube, 2015.

Coll. 'de Franse verleiding'


Mark Tungate, The Escape Industry. How iconic and innovative brands built the travel business. London Uk / New York NY / New Delhi, Kogan Page Ltd., 2016.

Ooit vroeg de legendarische Amerikaanse presentator Jimmy Carson aan Mr. Hilton Sr.: "Wat is nu nog uw grootste wens?" En Hilton Sr. antwoordde droog met een: "Alstublieft, hang het douchegordijn IN de bak en niet DAARBUITEN."
'The Escape Industry' zit vol met dat soort doorkijkjes:
'a must read'.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'


In Frankrijk valt het 'binnenkomende' toerisme onder het Ministerie van Buitenlandse Zaken en dat heeft een heel apparaat ter beschikking om dat internationale toerisme juist naar Frankrijk te lokken en met succes. Alhoewel? Qua aantallen buitenlandse toeristen staat Frankrijk dus n)) uno, maar Spanje staat qua bestedingen aan kop. De Fransen doen er alles aan om dat te veranderen, want hun binnenkomende toerisme moet aan de betalingsbalans nog meer bijdragen.


Coll. 'de Franse verleiding'

Dit is een alleraardigst boekje dat de ontwikkeling van communicatietechnieken beschrijft vanaf 'de Slag bij Valmy' waar in september de Franse revolutionaire troepen de Pruisische en Oostenrijkse leger in hun opmars naar Parijs stopten. De dag na de overwinning werd op 21 september de Franse Republiek uitgeroepen, want dat was het nog steeds niet.
Da's 't ene woord, voor de Fransen zwaar beladen, en het andere is 'microprocesseur' en inderdaad, de kloeke pocket verscheen in 1981. Wie gebruikt dat woord tegenwoordig nog, net zo min als 'transistor'. Tegenwoordig draait het om het woord 'chip' (een Franse vinding trouwens) en ik geloof dat het allemaal op hetzelfde neerkomt, maar dat het electronische 'mechaniekje' voortdurend kleiner wordt. Zou er iets soortgelijks, maar dan weer kleiner dan de 'chip' komen? Ongetwijfeld.


Een Apple iPhone 12 Pro Max 256 Gb à raison van € 1.379,00, maar dan heb je ook wat. Je kunt er een hele dag in 4K hoge resolutie mee filmen!


Francis Jauréguiberry et Jocelyn Lachance, Le voyageur hypermoderne, partir dans un monde connecté. Toulouse, Editions érès, 2016.


Elizabeth Becker, Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism. New York, etc., Simon & Schuster Paperbacks, 2013.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

De titel van dit door Le Prick in 2015 gepubliceerde portret van Frankrijk is voor meerder uitleg vatbaar: 'móét'. En met zo'n titel schift het kopers- en lezerspubliek als vanzelf.


Coll. 'de Franse verleiding'

Wie vaak Franse televisie kijkt zal bekend zijn met deze gezichten, want ze zijn net van het scherm te slaan: Franse 'intellectuels', een fenomeen 'an sich'. Geen onderwerp of ze hebben er wel een mening over, zelfs met aanzienlijke status. Vaak zijn het ook veelschrijvers en wel over de meest uiteenlopende onderwerpen. Een Régis Debray of een Jacques Attalie zijn daar mooie voorbeelden van. Ook prijken zij zeer vaak op de omslagen van week- en maandbladen. En op zee zijn ze zelfs te vinden, op luxe cruiseschepen namelijk, als statusverhogende conferencier, voor een dikbetaalde schnabbel ... .
Lees 'déchirure' maar als 'splijtzwam', daar leven ze van, van debat, debat op het puntje van een speld, meestal ellenlang met heel veel vage woorden heen en weer mekkeren over bijvoorbeeld een minimale spleet tussen deur en sponning zonder het over de deur en de sponning zelf te hebben. Voor een buitenlander zoals ik valt er geen speld tussen te krijgen. Zelfs niet tussen die kier tussen sponning en kier ... .


Coll. 'de Franse verleiding'

Robert Colvile, The Great Acceleration. How the World Is Getting Faster, Faster. Bloomsbury USA, 2016.
Bijkans iedereen ervaart het met het ouder worden: de tijd lijkt steeds sneller te gaan. Een verkaring daarvan is mede het 'déjà vu'-effect. Snelheid. Sociaal en ruimtelijk neemt die al sedert vele eeuwen steeds meer toe, maar nu lijkt het allemaal wel héél snel te gaan. Hoe zouden de generaties die niets anders hebben gekend dan dat het digitale er al was, zulks ervaren?


John Palfrey & Urs Gasser, Born Digital. How Children Grow Up in a Digital Age. New York, Basic Books, second expanded édition, 2016.


Net zoals in de VS wordt er in Frankrijk ook veel aandacht aan besteed: die platforms zijn niet neutraal. We worden een slag in de rondte gemanipuleerd, dus jij ook, ook als je reist .... .

Marc Dugain, Christophe Labbé, L'Homme Nu. La dictature invisible du numérique. Paris, Robert Laffont - Plon, 2016.
'De naakte mens. De onzichtbare dictatuur van het digitale.'


Michel Jaltel (Préface du professeur Patrice Queneau), Eau minérale et médecine thermale. Deux millénaires d'histoire. Paris, Editions L'Harmattan, 2017.

Het zal u in Frankrijk best weleens opgevallen zijn, al die 'ABC-les-Bains' en die 'XYZ-les-Thermes'. Ook, in een supermarché, het groot aantal merken mineraalwater en nog wel in enorme hoeveelheden. Ik geloof dat Nederland alleen Bar-le-Duc en Sourcy als mineraalwaters heeft, de rest wordt geimporteerd. Kuren is ook al geen Nederlandse gewoonte, laat staan traditie. In Frankrijk is het een geschiedenis van twee duizend jaar.
Tot voor kort vond ik dat gedoe met mineraalwater maar flauwekul. Nee dus, werd mijn harde les. Na een hevige constipatie ben ik na een doktersvoorschrift aan de Hépar, dat is een bron vlakbij Vittel in de Vogezen. Je valt er zelfs van af en nu zweer ik erbij.

De plek waar de bron van Hépar ontspringt.

De 'laafplaats' zo'n honderd jaar geleden.


Thomas Daum et Eudes Girard, Du voyage rêvé au tourisme de masse. Paris, CNRS éditions, 2018.

'Van droomreis tot massatoerisme'.

Coll. 'de Franse verleiding'


Ten tijde van Elise van Calcar (1822-1904) en zeker nog niet in 1858 was er sprake van massatoerisme: Elise, en dan nog eens vrouw, was een hoge uitzondering en wellicht dient ze nu gekarakteriseerd te worden als reizigster en niet als toeriste.

Haar uit 1859 stammende 'Wat Parijs mij te zien en te denken gaf' (Haarlem, A.C. Kruseman) is op vele punten boeiend, maar ook door bijvoorbeeld wijdlopigheid aangaande onderwijsmethoden - zij was niet alleen één van de eesrte Nederlandse feministes, maar tevens onderwijsvernieuwster - moeilijk door te komen.

Reisverslagen van vroeger kunnen ons onnoemelijk veel leren en daarom is het meer dan prijzenswaard dat Frieda van Essen in de reeks 'Reislugtige Vrouwen' Elise van Calcar bewerkt, aangevuld en met prachtige tijdsgebonden illustraties voorzien aan de vergetelheid heeft ontrukt. Gelet op het aantal genoemde medewerkers aan de boekproduktie en het vele namen tellende 'Met dank aan' zal er best een tijd overheen gegaan zijn voordat het in 2018 tot publikatie kwam.

Coll. 'de Franse verleiding'

TEKST OP DE ACHTERFLAP:

"Elise verbleef een maand in de Franse hoofdstad, nazomer 1858. Ze schreef er een boek over. Haar verhaal wordt nu grotendeels herverteld in de serie Reislustige Vrouwen. In een modern jasje, voorzien van achtergrondweetjes en gelardeerd met veel illustratiemateriaal.
Elise kijkt, vraagt en verkent. Er valt haar van alles op: buitenshuis werkende vrouwen, het bijzondere metier van visverkoopsters in de Hallen, hoe de stad in de ban is van een theatergekte en dat slechts een minderheid van de Parijzenaars van de Parijzenaars gewoon thuis aan de eigen keukentafel eet.
Ze beschrijft hoe donkere trappenhuizen naar knoflook geuren en flanerende dandy's op het Bal Mabille jonge vrouwen het hoofd op hol brengen. Herkenbare taferelen bschreven door een vrouw die geen blad voor de mond neemt. Het zijn de jaren waarin Parijs transformeert naar de moderne metropool zoals we die ook vandaag de dag nog kennen.
In 1858 gaat de reis per stoomtrein en bepalen hoepelrokken of crinolines het modebeeld. Het zijn de hoogtijdagen van de Franse spotprenttekenaar Honoré Daumier. Ruil twintig van zijn tekeningen staan afgebeeld in dit boek. Tekstintermezzo's, zoals over het reizen per trein in de 19e eeuw of obstakels die draagsters van hoepelrokken moeten trotseren, geven het boek extra kleur."


Op de 'Exposition universelle, internationale et coloniale' van 1894 in Lyon had bandenfabrikant Michelin een stand ingericht met bij de toegang een stapel banden. Édouard Michelin nam het schouwspel in zich op en zei tegen zijn broer André: "Kijk, met twee armpjes stelt het een aardig mannetje voor!"

Enige tijd later toonde de ontwerper O’Galop - what's in a name - een aantal schetsen voor affiches en hij had ook als voorbeeld een schets bij zich, gemaakt voor een bierbrouwer die er niets in zag. 't Verbeelde een gezet manneke die met zijn uitgestrekte hand een bierpul vasthield, een Latijnse spreuk uitroepende: "Nunc est bibendum !" ("Nu met er gedronken worden!"). En André Michelin moest denken aan de eerdere observatie van zijn broer frère Édouard.

En waarempel, in april 1989 zag een schets 't daglicht: een stevig mannetje, bestaande uit banden en de bierpul vervangen door een schaaltje met stukjes ijzer en spijkers. Er stond de slogan bij: "De banden van Michelin weerstaan elk obstakel." In juni van hetzelfde jaar maakte een imposante 'bonhomme Michelin' zijn opmerkelijke debut op de Parijse Salon de l'automobile. En in juli, tijdens de race Parijs - Amsterdam - Parijs, riep een jonge automonteur toen hij André Michelin in zicht kreeg: "Voilà Bibendum, vive Bibendum." ("Zie daar Bibendum, leve Bibendum.")

André Michelin realiseerde zich dat hij beet had en het Michelinmannetje werd één van de bekendste logo's van de wereld.

Coll. 'de Franse verleiding'


Coll. 'de Franse verleiding'

Michel Onfray (Dir.), L'État profond. Le vrai pouvoir à abattre. Lobbies, hauts fonctionnaires, médias, cercles d'influence, réseaux parallèles ... . Front populaire N° 2, septembre 2020. Éditions du plenitre, 2020.

Michel Onfray (1959) is een typisch Franse 'hétéroclite', zeg maar een allesdoener. Hij was onderwijzer, richtte in het Normandische Caen een volksuniversiteit op, maakt films en tv-programma's, is politiek activist - en niet vies trouwens van anarchisme, trotskisme en soevereinisme - en schrijft romans en over van alles en nog wat. Zo bijvoorbeeld een pil van een boek waarin hij Charles de Gaulle en François Mitterrand met elkaar vergelijkt en hij windt er geen doekjes om:

"In de vergelijking tussen De Gaulle en Mitterrand plaatst zich een man die strijdt tegen de ineenschrompeling van een civilisatie tegenover een individu die het geen zier kan schelen als hij maar comfortabel als potentaat in haar ruines kan vertoeven. De één geeft zijn leven om Frankrijk te redden; de tweede gooit Frankrijk te grabbel om zelf te overleven. De één wil een sterk, groots en machtig Frankrijk, de ander ziet haar als zwak, klein en onmachtig, bestierd door het Europees kapitalisme."
Tso.

En alsof dàt nog niet genoeg is geeft hij sinds de zomer van 2020 dikke kwartaalcahiers uit, het 'Front Populaire' (niet 'Front Nationale' ...) met achtereenvolgende thema's als 'Souverainisme', 'L'Etat profond', 'Le Génie français' en 'Immigrations'.

Kortom, hij is een 'intellectuel' en ook 'philosophe' en wel in karakteristiek Franse gedaante. Vanwege zijn onaflaatbare uitingen is hij voortdurend present in de media. Ook weer zo'n typisch Frans verschijnsel: dat van - wat ik noem - een 'media-soof', één van al de velen die zelfs prijken op de omslagen van 'people'-magazines.
Een aantal van hen varen zelfs mee op cruiseschepen, als 'intellectuele kers op de pudding', in wezen als conferenciers die voor enig mogelijkerwijs intelligent 'spectacle' zorgen en daarmee mogelijke schuldgevoelens omtrent 'leegte' compenseren. Voor die 'intellectuels' is het de zoveelste schnabbel.

Tenslotte, Onfray betiteld zichzelf als atheist en hedonist ('een levensgenieter') en bekend zijn z'n woorden:

"Het kan niet zo zijn dat God aan de mensen verlangen en genot heeft geschonken om deze vervolgens weer van ze af te pakken."
'Tso'. Wederom.


Sylvain Bersinger, Les entrepreneurs français qui ont conquis le monde. Gaumont, Parhé, Citroen, L'Oréal, Renault, Louis Vuttton, Christian Dior .... Enrick B. Editions, 2020.


Vaste raadgevers van de de Franse staat, het Elysée incluis, zijn de consultants van McKinsey & Company, een van oorsprong Amerikaans organisatie-adviesbureau, dat zich richt op de strategische vraagstukken van organisaties. Wereldwijd heeft McKinsey circa 7.500 consultants en in totaal zo'n 27.000 werknemers, verspreid over 90 vestigingen in 51 landen.

'de Franse verleiding'

'De la création d'En Marche! (het politieke vehikel waarmee Emmanuel Macron - 'ni droite, ni gauche' - het presidentschap veroverde) à la campagne de vaccination, McKinsey, un cabinet au coeur de l'Etat.' in: M Le magazine du Monde, samedi 6 février, 2021.


'de Franse verleiding'

Maar eerst over 'mijn' cabanon.

Tijdens onze vakanties zo rond 1980 vertoefden wij regelmatig in een afgelegen cabanon, vlak onder Saint-Hypolyte-du-Fort, aan de zuidkant van de Montagnes Noires, net in de mediterrane Languedoc. Als je in Saint-Hypolyte westwaarts de heuvel op reed dan belannde je bovenaan meteen in het Atlantische klimaat.

De cabanon was eigendom van een schatrijke Rotterdamse redersfamilie, maar er was - afgezien van een waterput - geen stromend water, geen electriciteit, geen telefoon en zelfs geen toilet. Onze behoeften deden we in de bosjes. Wel hadden we 'snacht last van relmuizen, die we met het werpen van schoenen tot rust trachtten te manen.

Prachtig was het allemaal, helemaal weg van de bewoonde wereld. En ik beleefde daar mijn eerste echte milieudreiging ervaring. We stoken op ons plateautje fikkie en op de gloeiende kooltjes roosterdan wij met thym en nog zo wat kruiden onze cotes d'agneaux. En toen dacht ik plotsklaps: "Als de hele wereld dat doet, dat gaat dus niet, dat trekt Moeder Aarde niet." En zie.

En zo werden die karakteristieke cabanons, meestal ergens afgelegen, ook onderdeel van het 'imaginaire' van Frankrijk.


Daar heb je haar weer en als een harmonica uit te flappen reeks wonderschone Hollandse beelden.

'de Franse verleiding'

En dit:
Walter Brandligt e.a., (Tekst van), Karel Kleyn, Cas Oorthuys e.a., (Foto's van), De schoonheid van ons land. Land en volk. Het Landschap. Amsterdam en Antwerpen, Uitgeverij Contact, 1948.

'de Franse verleiding'

En dan zie je nu dit, vooral in de Randstad en Brabant, maar helaas ook elders in Nederland:

Laten we er geen doekjes om winden: redenen genoeg om voor onze vakanties naar het buitenland te gaan, weg uit het volle 'Nederland Distributieland'.

In Nederland wonen 17.362.019 mensen (18 september 2019) op een oppervlakte van slechts 41.543 km². Dit houdt in dat er per vierkante kilometer zo'n 411 mensen wonen.

Daarentegen heeft Frankrijk 'métropolitaine', dus zonder de overzeese gebiedsdelen, een oppervlak van 551.500 km² en telt 62.814.233 inwoners. Dat houdt in dat er per vierkante kilometer er 114 mensen wonen .... .

Tussen haakjes: (Duitsland heeft een grondgebied van 357.021 vierkante kilometer. Op deze oppervlakte wonen in 2019 zo’n 82.887.000 mensen met meer dan 232 inwoners per km².)


'de Franse verleiding'

Eind 2020 verscheen het zoveelste werk van Michel Houellebecq: Interventions 2020. (Paris, Flammarion, 2020), maar wonderlijk genoeg ging het niet met die ophef gepaard als zijn Plateforme (Paris, Flammarion, 2001) of zijn La carte et le territoire (Paris, Flammarion, 2010).
In beide werken wordt Frankrijk grosso modo neergezet als een openluchtmuseum waar massa's buitenlandse toeristen komen koekeloeren.

Worden de Franse lezers en vooral de spraakmakende intellectuelen Houellebecq moe? Of zit zijn betoog, de strekking van zijn woorden, hun dwars?

Het liegt er inderdaad niet om, dat wat hij schetst.

In een interview verwoordde Houellebecq het aldus: "Ik werd in het bijzonder getroffen door een anecdote die zich afspeelt in een Provençaals dorp. Daar worden bejaarden in ruil voor een klein centje van de gemeente verleidt om hun dagelijkse gedrag, zoals de verhalen van Pagnol werden verfilmd, steevast te blijven vertolken: een spelletje jeux de boules, een pastis op een terrasje onder de platanen. Hun enige dwingende verplichting is om dat alles te spelen op die momenten dat touringcars met buitenlandse toeristen 't dorp aandoen en zichzelf welwillende laten fotograferen."

De criticasters, in casu 'de intellectuelen', hielden zich opvallend stil. Staan ze soms zelf ook te kijk?


Ik heb een aanvang gemaakt met de lijst van literatuur in categorieën te ordenen, een tijdrovende aangelegenheid.

Bijvoorbeeld bespiegelingen aangaande het fenomeen 'toerisme', de ontwikkeling van transport en mobiliteit, de technologische ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op transport, reizen, communicatie en betalen, persoonlijke reiservaringen en indrukken, cijfermatige benaderingen, de ontwikkeling van het mondiale reizen en toerisme, de ontwikkeling van vrije tijd als zodanig, de geschiedenis van reisgidsen plus 'enzovoorts', want de geschiedenis van het reizen en het toerisme kent ontzettend veel specifieke facetten en het onderzoek daar naar en het denken daarover resulteerde en resulteert in talloze deelstudies.

Ik wil er ooit aan toekomen tot verdere onderscheid, neem alleen al bijvoorbeeld de 'Bataafsche Revolutie in samenhang met de latere Franse. Er dient een uitsplitsing te komen aangaande de 'Bataafsche' als zodanig, de relatie met Frankrijk waar veel patriotten naar toevluchtten, ten lange met Franse troepen naar de Lage Landen terugkeerden en het uiteindelijk kwam van de eerste koning der Nederlanden, Louis Bonaparte, broer van dè Napoléon. Die tijdsperiode kent fascinerende aspecten, zoals ook de rol van vele vrouwen waar ik apart op in wil gaan. Zo geldt dat voor veel meer categorieën. Een ander onderdeel betreft met name ook de titels aangaande onder andere 'François Mitterrand, socialisme en sociaal-democratie'. Daar dient 'Le tournant de la rigeuer', zijn ommezwaai in 1983 naar een in wezen liberale koers, apart uitgelicht te worden ... .

Een opsomming van de talloze reisgidsen die Frankrijk betreffen en waarover 'de Franse verleiding' beschikt, blijft vooralsnog even een wensdroom.


Maar met deze schijnbaar uitputtende lijst is meer aan de hand, want heel bewust heb ik het overgrote merendeel van mijn oorspronkelijke Nederlandse bronnen onvermeld gelaten - 't is nu al veel - en ook die aangaande de streek waar ik woon, de Zuid-Franse Languedoc. Daarvan zal een volledige, maar naar categoriën onderverdeelde opsomming worden opgenomen in het verhalende bundel dat mij voor ogen staat met als voorlopige werktitel:

Mijn Franse verleiding
Een speurtocht in verhalen en verhaaltjes.



000


------------

DE GESCHIEDENIS, HEDEN EN TOEKOMST VAN HET REIZEN EN VAN HET TOERISME:


*** REIS- EN TOERISMEGESCHIEDENIS IN HET ALGEMEEN:

Percy G. Adams, Travelers and Travel Liars 1660-1800. Berkeley/Los Angeles, 1962.

A. Alberts, Per mailboot naar de oost: Reizen met de Lloyd en de Nederlandse Pakketvaart Maatschappij tussen 1920–1940. Bussum, de Boer Maritiem, 1979.

Henk Alting (m.m.v. Reinhilde van der Kroef en Gino Huiskes), Thomas Cook 100 jaar in Nederland. Amsterdam, Historisch Onderzoeksburo Histodata, 1998.

Jean-Marie André et Marie-Françoise Baslez, Voyager dans l'Antiquité. Paris, Fayard, 1993.

G. J. Ashworth, P. J. Larkham (eds.), Building a new Heritage. Tourism, Culture and Identity in the New Europe. London-New York, 1994.

R.G. Badger, Travel Among the Ancient Romans. Boston, The Gorham Press, 1920.

Ernest Stuart Bates, Touring in 1600: a study in the Development of Travel as a Means of Education. Boston and New York, Houghton Mifflin Company, 1912.

Hans Bauer, Wenn einer eine Reise tat. Eine Kulturgeschichte des Reizens von Homer bis Baedeker. Leipzig, 1971.

Hermann Bausinger, Klaus Beyrer, Gottfried Korff (Herausgebers), Reisekultur. Von der Pilgerfahrt zum modernen Tourismus. München, Verlag C. H. Beck, 1991.

H. Berghoff et al., (Eds.), The Making of Modern Tourism. The Cultural Historyof the British Experience, 1600-2000. Basingstoke, 2002.

J. Black, The British Abroad. The Grand Tour in the Eighteenth Century. Stroud, History Press, 2003.

Marc Boyer, L’invention du tourisme. Paris, Découvertes Gallimard, 1996.

Marc Boyer, Histoire du tourisme de masse. Paris, Le Tourisme de masse. Paris, PUF, 1999.

Marc Boyer, Histoire de l’invention du tourisme, XVIe – XIXe siècles. La Tour d’Aigues, Editions de l’Aube, 2000.

Marc Boyer, Histoire générale du tourisme du XVIe au XXIe siècle. Paris, L'Harmattan, 2005.

P. Brendon, Thomas Cook. 150 Years of Popular Tourism. Londen, Secker & Warburg, 1991.

Attilio Brilli, Als Reisen eine Kunst war. Vom Beginn des modernen Tourismus: Die 'Grand Tour'. Berlin, 2001.

B. ten Broecke Hoekstra, Met de auto op reis. Wenken uit de praktijk voor den automobilist. In samenwerking met den Kon. Ned. Toeristenbond A.N.W.B..Amsterdam, N.V. Uitg.-Mij 'Kosmos', 1936.

J. Buzard, The Beaten Track: European Tourism, Literature and the Ways to Culture, 1800 – 1918. Oxford, Clarendon Press, 1993.

Georges Cazes et Françoise Potier, Le tourisme urbain. Paris, PUF, Coll. 'Que sais-je?, 1996.

Georges Cazes et Françoise Potier (Dir.), Le tourisme et la ville: expériences européennes. Paris, L'Harmattan, 1998.

C. Chard, Pleasure and guilt on the Grand Tour. Travel writing and imaginative geography 1600-1830. Manchester en New York, 1999.

Francis Claudon, De romantische reis. Utrecht, Kwadraat, 1988.

José Cubero, Histoire du vagabondage du Moyen-Age à nos jours. Paris, Editions Imago, 1998.

Jan Das en Louis van Ollefen, Wat je thuislaat is meegenomen. Honderd jaar actief en sportief kamperen 1912-2012. Leusden, Nederlandse Toeristen Kampeer Club, 2012.

J. van Dorp, Kampeeridyllen. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1929.

Karl Enenkel, Paul van Heck en Bart Westerweel (red.), Reizen en reizigers in de Renaissance. Eigen en vreemd in oude en nieuwe werelden. Amsterdam, Amsterdam University Press, 1998.

Maxine Feifer, Tourism in History. From Imperial Rome to the Present. Biarcliff Manor, NY, Stein and Day, 1986.

Clément Guillou, Les géants de l'hôtellerie cumulent les pertes. Les perspectives de reprise du voyage d'affaires, moteur de ces grands groupes, sont encore très incertaines. In: Le Monde, jeudi 25 février 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/02/24/marriott-hilton-accor-les-geants-de-l-hotellerie-essuient-des-pertes-inegalees_6071030_3234.html

Clément Guillou, Dans le monde, la fin des voyages provoque un tsunami social. La chute du tourisme menace 100 millions d'emplois, surtout occupés par des femmes, des jeunes et des personnes peu diplômées. In: Le Monde, 11-12 avril, 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/04/11/dans-le-monde-l-arret-du-voyage-provoque-un-tsunami-social_6076341_3234.html

Ueli Gyr, The History of Tourism : Structures on the Path to Modernity.
http://ieg-ego.eu/en/threads/europe-on-the-road/the-history-of-tourism, 2010.

Jill Hamilton, Thomas Cook. The Holiday-Maker. Stroud, Sutton Publishing Ltd., 2005.

C. Hibbert, The Grand Tour. London, Thames Methuen, 1987.

Geoffry Hindley, Tourists, Travellers and Pilgrims. London, Hutchinson, 1983.

R. Hudson (ed.), The Grand Tour, 1592 - 1796. London, The Folio Society, 1993.

F. Inglis, The Delicious History of the Holiday. London, Routledge, 2000.

Petra Langen en Jan Hein van Furnée (Red.), Op reis in de negentiende eeuw. Speciaal uitgave 'De negentiende eeuw', no. 37, 2013.

Eric G. Leed, The Mind of the Traveller - From Gilgamesh to Global Tourism. New York, Basic Books, 1991.

Claire Levasseur, Sébastien Jacquot, et al., Atlas mondial du tourisme et des loisirs: Du Grand Tour aux voyages low cost. 2018.

Orvar Löfgren, On Holiday. A History of Vacationing. Berkeley – Los Angeles – London, University of California Press, 1999.

Loyke Lomine, Tourisme in Augustan Society (44 BC-AD 69). In: John K Walton (Ed.), Histories of Tourism. Representation, Identity and Conflict. Clevedon - Buffalo - Toronto, Channel View Publications, 2005. (pp. 69-87).

Antoni Maczak, De ontdekking van het reizen. Europa in de vroeg-moderne tijd. Utrecht, Het Spectrum, 1998.

Nancy Mitford, Snobismes et voyages. Paris, Stock, 1964.

Börn W. Mundt, Thomas Cook. Pionier des Tourismus. UVK Verlagsgesellschaft, 2014.

A.P. Newton, ed., Travel and Travellers of the Middle Ages. London, Routledge and Kegan Paul, 1949.

Carmelo Pellejero Martinez et Marta Luque Aranda (Sous la direction de), Inter and Post-war Tourism in Western Europe, 1916-1960. Springer Nature Switzerland AG, 2020.

Virginie Picon-Lefebvre, La fabrique du bonheur: Architectures du tourisme et des loisirs. Parenthèses, 2019.

Hans-Werner Prahl, Albrecht Steinecke, Der Millionen-Urlaub. Von der Bildungsreise zur totalen Freizeit. Darmstadt/Neuwied, 1979.

Branislav Rabotic, Special-Purpose Travel in Ancient Times: "Tourism" before Tourism? in: Broj 14, pp. 5-17, december 2014.

Bertrand Réau, Eliten auf Reisen. Junge Adlige gingen einst auf die "Grand Tour", um von der Fremde zu lernen. In: Le Monde Diplomatique (Deutsche Ausgabe), Juli 2012.
Via: https://www.monde-diplomatique.de/pm/2012/07/13.mondeText.artikel,a0054.idx,17

Daniel Roche, Humeurs vagabondes: de la circulation des hommes et de l'utilité des voyages. Paris, Fayard, 2003.

Daniel Roche, Les circulations dans l'Europe moderne. XVIIe-XVIIIe siècle. Pluriel, 2011.

Prof. Dr. A. Sizoo, Reizen en trekken in de oudheid. Kampen, Uitgeversmaatschappij J. H. Kok N.V., 1962.

P. Smith, The History of Tourism: Thomas Cook and the Origins of Leisure Travel. London, Routledge, 1998.

Edmund Swinglehurst, Cook's Tours: The Story of Popular Travel. Poole, Dorset, Blandford Press, 1982.

Edmuns Swinglehurst, The Romantic Journey: the Story of Thomas Cook and Victorian Travel. London, Pica, 1974.

Gerrit Verhoeven, Calvinist pilgrimages and popish encounters: religious identity and sacred space on the Dutch Grand Tour (1598-1685). In: Journal of social history, 43:3, pp. 615-634, 2010.

Gerrit Verhoeven, Foreshadowing Tourism. Looking for modern and obsolete features – or some missing link – in early modern travel behavior (1675–1750). In: Annals of Tourism Research, Volume 42, Pages 262-283, July 2013.

Gerrit Verhoeven, Europe Within Reach: Netherlandish Travellers on the Grand Tour and Beyond (1585-1750). Series: Egodocuments and History Series, Volume: 9. Brill, 2015.

Evert Verreth, Baedeker achterna. De reiscultuur van hoogburgerlijke families aan het einde van denegentiende eeuw. Leuven, Meesterproef aangeboden binnen de opleidingmaster in de Geschiedenis, Universiteit Leuven, 2014-2015.

Dr. Anna Frank van Westrienen, De Groote Tour. Tekening van de educatiereis der Nederlanders in de zeventiende eeuw. Amsterdam, Noord-Hollandsche Uitgeversmaatschappij BV, 1983.

*** REIS- EN TOERISMEGESCHIEDENIS, SPECIAAL BETREFFENDE FRANKRIJK:

Jules Adenis, Les étapes d'un touriste en France. De Marseille à Menton. Illustré de 33 gravures dont 20 hors texte, de 2 vues panoramiques et de 2 cartes du littoral méditérranéen. A. Hennuyer, 1892.

L'Administration des Douanes en France sous l'Ancien Régime. Neuilly, Association pour l'Histoire de l'adminstration des Douanes, 1976.

A la gloire du tourisme français - Ses createurs, ses animateurs, son succes ... In: L'Animateur des Temps Nouveaux, Numéro Spécial, N°271, 6e année, 15 Mai 1931.

Henry d'Almeras, À pied, à cheval, en carosse, voyages et moyens de transport du bon vieux temps. Pélerins, troubadours et jongleurs - Dante étudiant à Paris - Les chevauchés de Froissart - Les tournées de Molière - Carosses et coches d'eau - Auberges d'autrefois - Un voyage de la Fontaine - Mme de Sévigné en Provence. Paris, Albin Michel, 1929.

Henry d'Alméras, Au bon vieux temps des diligences. Maître de poste, conducteurs et postillons - Voyage en diligence, en berline et en chaise de poste - Arrestations de diligences - Le Courier de Lyon - Les auberges sanglantes - Les premies trains. Paris, Albin Michel, 1931.

Jean-Yves Andrieux et Patrick Harismendy (Sous la direction de), Initiateurs et entrepreneurs culturels du tourisme (1850 - 1950). Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2011.

Aurélien Antoine, Alpes: vers un tourisme mélancolique? In: Alti-Mag, Le Mag Loisirs et Art de Vivre dans les Alpes, 5 août 2019.
Via: https://www.alti-mag.com/alti-actus/alpes-vers-un-tourisme-melancolique

Philippe Antoine, Quand le voyage devient promenade. Ecritures du voyage au temps du romantisme. Paris, Presses de l'université Paris-Sorbonne, 2011.

Pierre d'Arcangues, Rois en vacances à Biarritz. Bordeaux, Delmas, 1947.

Atout France, Les clientèles allemandes et néerlandaises du tourisme à vélo en France. Paris, Atout France, 2018.

Atout France, Observatoire de la connectivité aérienne de la France: Focus sur les principaux flux touristiques long-courriers et moyen-courriers. Paris, Atout France, 2018.

Atout France, Observatoire de la connectivité aérienne de la France: Panorama sur les principaux flux touristiques long-courriers. Paris, Atout France, 2019.

Atout France, Image et attractivité internationales de la France pour les 18 - 35 ans. Paris, Atout France, 2019.

L. Auscher, L'importance économique du tourisme. Paris, Office du Tourisme, 1928.

Albert Babau, Les voyageurs en France depuis la Renaissance jusqu'à la Revolution. Paris, Librairie Firmin-Didot et Cie, 1885.

Alain Becchia, Voyages et déplacements au début du XIXe siècle. Etude des passeports intérieurs conservés à Elbeuf.
In: Annales de Normandie, Année 1991, 41-3, pp. 179-215. https://www.persee.fr/doc/annor_0003-4134_1991_num_41_3_1888

Alexis Belloc, La manière de voyager autrefois et de nos jours. Paris, 1903.

Edmond Bonnaffé, Voyages et voyageurs de la Renaissance. Paris, 1895, reprint Slatkine, Genève, 1970.

L. Bonnard, Le Voyage en France à travers les Siècles. Paris, Touring Club de France, 1927.

A. Borrel, Le tourisme en France. Paris, Tallandier, 1933.

Alain Bottaro et al., Hôtels & palaces Nice. Une histoire du tourisme à de 1780 à nos jours. Gilletta Editions, 2019.

J.-J. Bousquet, Le camping, évasion vers la nature? Paris, Vigot, 2é èdition, 1945.

P. Boussel, Histoire des vacances. Berger-Levrault, 1961.

Marc Boyer, L’invention du tourisme. Paris, Découvertes Gallimard, 1996.

Marc Boyer, Histoire du tourisme de masse. Paris, Le Tourisme de masse. Paris, PUF, 1999.

Marc Boyer, Histoire de l’invention du tourisme, XVIe – XIXe siècles. La Tour d’Aigues, Editions de l’Aube, 2000.

Marc Boyer, Vade-mecum - Le tourisme en France. Caen, Éditions Management et Société, 2003.

Marc Boyer, Histoire de l’invention du tourisme dans le Sud-Est de la France. Grenoble, Presses Universitaires de Grenoble, 2005.

Marc Boyer, La Maison de campagne XVIIIe-XXIe siècle. Une histoire culturelle de la résidence de villégiature. Paris, Autrement, 2007.

Marc Boyer, Les villégiatures du XVIe au XXIe siècle. Panorama du tourisme sédentaire. Caen, Éditions Management et Société, 2008.

Cyriel Buysse, Reizen van toen. Met de automobiel door Frankrijk. (Samengesteld en ingeleid door Luc van Dorslaer.) Antwerpen/Amsterdam, Manteau, 1992.

Nicolien Hendriks Buysse, H.M.T. Buts-Van der Ven, 125 jaar betekenisvol ontmoeten. Jubileumuitgave ter gelegenheid van 125 jaar VNB Nationale Bedevaarten. ‘s Hertogenbosch, Stichting VNB Nationale Bedevaarten, 2008.

René Cabannes, Les congés payés en France et à l'Etranger. Les Publications Sociales, vers 1930.

J. Céard, J.-C. Margolin (sous la direction de), Voyages et voyageurs à la renaissance. Actes du Colloque de Tours, Maisonneuve, et Larose, 1987.

Jean Chéline & Henry Branthomme, Les Chemins de Dieu. Histoire des pélerinages chrétiens des origines à nos jours. Paris, Hachette, 1982.

Claudine Chevrel, Béatrice Cornet, Les vacances, un siècle d’images, des milliers de rêves. Paris, Paris Bibliothèques Editions, 2006.

Loly Clerc, Hier, nos vacances. Genève, Aubanel, 2007.

Sylva Consul, Les Petits Touristes. Premier voyage de vacances. Paris, Editeurs Tolba, 1892.

Jean M. Coulemot, Paul Lidsky et Didier Masseau (eds.), Le Voyage en France. Anthologie des voyageurs européens en France, du Moyen Age à la fin de l'Empire. Paris, Robert Laffont, 1995.

Jean M. Coulemot, Paul Lidsky et Didier Masseau (eds.), Le Voyage en France. Anthologie des voyageurs français et étrangers en France, aux XIXe et XXe siècles (1815 - 1914). Paris, Robert Laffont, 1997.

Normand Doiron, L'Art de voyager. Le déplacement à l'époque classique. Paris/Saint-Foy, Klincksieck/Presses de l'université Laval, 1995.

Laura Lee Downs, Childhood in the Promised Land: Working-class Mouvements and the 'Colonies de Vacances' in Franc, 1880-1960. Durham and London, 2002.

Jean-François Dubost, Les étrangers en France. XVIe siècle -1789. Guides des recherches aux Archives Nationales. Paris, Archives Nationales, 1993.

René Duchet, Le Tourisme à travers les âge, sa place dans la vie moderne. Paris, Vigot frères, éditeurs, 1949.

R. Dufour, Mythologie du week-end. Paris, Cerf, 1980.

Aimé Dupuy, Voyageurs à la découverte de l'ancienne France, 1500 – 1850. Paris, Le Club du livre d’histoire, 1957.

Marie-Therése et Louis Duval et.a, Carnet du Moniteur de Colonie de Vacances. Un guide, un répertoire, un aide-mémoire - avec vous au service des enfants. Nogent-sur-Marne, Chez l'auteur, 16e édition - 180e mille, 1966.

Yves-Marie Evanno, Johan Vincent (Sous la direction de), Tourisme et Grande Guerre: Voyage(s) sur un front historique méconnu (1914-2019). Editions Codex, 2019.

Maxime Feifer, Going places. London, Macmillan, 1985.

Dominique Gaulme, Souvenirs de vacances en France. Levallois Perret, Filipachi, 2003.

Paul Gerbod, Voyager en Europe. Du Moyen Age au IIIe millénaire. Paris, l'Harmattan, 2002.

Jacques Gimard, Nos vacances à la mer - L'Age d'or des Loisirs Balnéaires. Editions Le Pré aux Clercs, 2006.

Jean Ginier et al., Les touristes étrangers en France pendant l'été. Paris, Editions M. Th. Genin, 1969.

Jean Ginier et al., Les touristes étrangers en France pendant l'été. Paris, Editions M. Th. Génin, 1978.

Scott Goodall, The Freedom Trail: Following one of the hardest wartime escape routes across the central Pyrenees into Northern Spain. Banbury UK, Inchmere Design, 2005.

Adam Gopnik (Ed.), Americans in Paris: A Literary Anthology. New York, Library of America, 2004.

Bertram M. Gordon, War Tourism. Second World War France from Defeat and Occupation to the Creation of Heritage. Cornell University Press, 2018.

Pierre de Gorsse, Reines en vacances. Paris, Le Pavois, 1949.

N. Gosling, Van Montmartre tot Montparnasse: kroniek van artistiek Parijs 1900-1914. Amerongen, Gaade, 1979.

Jean Goulemot, Paul Lidsky et Didier Masseau, Le Voyage en France. Anthologie des voyageurs européens en France du Moyen Age à la fin de l’Empire. Paris, Robert Laffont, Bouquins, 1995.

Jean Goulemot, Paul Lidsky et Didier Masseau, Le Voyage en France. Anthologie des voyageurs français et étrangers en France aux XIXe et XXe siècles (1815 – 1914). Paris, Robert Laffont, Bouquins, 1997.

Nancy L. Green, French Tourism and Tourists in France. The Comparative Gaze: Travelers in France before the Era of Mass Tourism. In: French Historical Studies, Duke University Press, Volume 25, Number 3, pp. 423-440, Summer 2002.

François Icher, Les Compagnons ou l'amour de la belle ouvrage. Paris, Découvertes Gallimard, 1995.

Eugène Joliat, Smollett et la France. Paris, Librairie Ancienne Honoré Champion, 1935.

Alice Kaplan, Dreaming in French. The Paris Years of Jacqueline Bouvier Kennedy, Susan Sontag, and Angela Davis. Chicago and London, The University of Chicago Press, 2012.

Lawrence S. Kaplan, Jefferson and France: An Essay on Political Ideas. New Haven, Yale University Press, 1967.

Fabienne Kriegel (dir.), Collection Roger-Viollet, Les Congés Payés en Photos. Paris, Hachette Collections, 2006.

Roger Lannes, Les Voyageurs étrangers. Paris, Guy Levis Mano, 1937.

Catherine Bertho Lavenir, La Roue et le Stylo. Comment nous sommes devenus touristes. Paris, Editions Odile Jacob, 1999.

Harvey Levenstein, Seductive Journey. American Tourists in France from Jefferson to the Jazz Age. Chicago, The University of Chicago Press, 1998.

Harvey Levenstein, We'll Always Have Paris: American Tourists in France since 1930. Chicago, University of Chicago Press, 2010.

Melanie van der Linden, 'Et in Arcadia Ego!' Ontwikkelingen in reisgedrag en reisbeleving van Nederlanders naar Parijs in de negentiende eeuw. Rotterdam, ongepubliceerde doctoraalscriptie, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2013.

Patrick Marchand et Laurent Albaret, Les vacances. Quelle histoire! Bruxelles, Snoeck-Ducaju & Zoon, 2009.

David McCullough, The Greater Yourney. Americans in Paris. New York, Simon & Schuster Paperbacks, 2012.

André Rauch, Vacances et pratiques corporelles: la naissance des morales du depaysement. Paris, Presses Universitaires de France, 1988.

André Rauch, La vie quotidienne des vacances en France de 1830 à nos jours. Paris, Hachette, 1996.

André Rauch, Les vacances en France de 1830 à nos jours. Paris, Hachette Littérature, coll. Pluriel, 2001.

André Rauch et al., (éd), Les vacances, un siècle d'images, des milliers de rêves (1860-1960). Paris, Paris-Bibliothèques, 2006.

Jan Raymaekers, Congé payé. Op vakantie vanaf de jaren 30. Antwerpen, Van Halewyck, 2012.

J. Sagnes (dir.), Deux Siècles de tourisme en France. Perpignan, Presses Universitaires de Perpignan, 2001.

Etienne Martin Saint-Léon, Le compagnonnage. Son histoire, ses coutumes, ses règlements et ses rites. 2018.

Carl Thompson, The Suffering Traveller and the Romantic Imagination. Claredon, 2007.

----------

HET NOG NIET ZO LANG VERLEDEN, HET HEDEN EN DE NABIJE TOEKOMST VAN HET REIZEN EN HET TOERISME:


Idem: The State of the Cultural Heritage Industry in Europe: A Growth in Transformation Perspective. Chater 12 of: Zacharoula Andreopoulou, Nikas Leandros, Giovanni Quaranta, Rosanna Salvia, New Media, Entrepreneurship and Sustainable Development. FrancoAngeli Eds., Italy / Ikeeboorch, 2019-236.

Anonyme, These Practices Of Augmented Reality In Tourism Industry Will Make Your Jaw Drop!
Via: https://augray.com/blog/augmented-reality-in-tourism-industry/

Marc Augé, L'Impossible Voyage. Le tourisme et ses images. Paris, Editions Payot & Rivages, 1997.

Ayse Betul Bal, Tourism-phobia spreading across Europe. In: Daily Sabah, september 22, 2018.
Via: https://www.dailysabah.com/op-ed/2018/09/22/tourism-phobia-spreading-across-europe

Zygmunt Bauman, From pilgrim to tourist: Or a short history of identity. In: S. Hall & P. du Gay (Eds.), Questions of cultural identity (pp. 18-36). London, Sage, 1996.

Zygmunt Bauman, Tourists and vagabonds: heroes and victims of postmodernity. Wien, Institut für Höhere Studien, 1996.

Zygmunt Bauman und Martin Suhr, Flaneure, Spieler und Touristen: Essays zu postmodernen Lebensformen. Hamburger Edition, 1 Jan. 2007.

Elizabeth Becker, Overbooked. The Exploding Business of Travel and Tourism. New York, etc., Simon & Schuster Paperbacks, 2013.

Elizabeth Becker, Tourist Trap. The Risks and Rewards of the Global Travel Industry. World Politics Review, Format Kindle, 2015.

Christopher de Bellaigue, The end of tourism? The pandemic has devastated global tourism, and many will say ‘good riddance’ to overcrowded cities and rubbish-strewn natural wonders. Is there any way to reinvent an industry that does so much damage?
Via: https://www.theguardian.com/travel/2020/jun/18/end-of-tourism-coronavirus-pandemic-travel-industry

Pierre Benckendorff, Gianna Moscardo et.al. (Sous la direction de), Tourism and Generation Y. Cambridge, MA, CAB International, 2010.

Rienk-Jan Benedictus, Reizen binnen grenzen van de moderniteit. Een onderzoek naar de toeristische ervaringswijze in de moderne, versnelde tijd en gemediatiseerde cultuur. Masterscriptie, Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen, Vakgroep Praktische Filosofie, januari 2014.
Via: https://xs4all.academia.edu/RienkJanBenedictus.

Roland Berger / Global Blue, Millennials. The generation reshaping travel and shopping habits. June 2018.
Via: https://issuu.com/globalblue1/docs/roland_berger_event_180608_digital

Yves-Guy Bergès, Auto-Stop! Guide pratique et humoristique de l'auto-stoppeur. Illustrations de Sempé. Paris, Librairie Arthème Fayard, 1961.

Jean-Michel Bezat, Tourisme : « Comment changer de modèle sans tuer la poule aux œufs d’or? » In: Le Monde, 29-06-2020.
Via: https://www.lemonde.fr/idees/article/2020/06/29/tourisme-comment-changer-de-modele-sans-tuer-la-poule-aux-ufs-d-or_6044517_3232.html

Patrick Blackden, Tourist Trap: When Holiday Turns to Nightmare. Virgin Books, 2003.

Lynda-Ann Blanchard, Freya Higgins-Desbiolles (Sous la direction de), Peace through Tourism: Promoting Human Security Through International Citizenship. Routledge, 2013.

Jessica de Bloom, De kunst van het vakantievieren. Amsterdam, Boom, 2012.

Daniel J. Boorstin, From Traveller to Tourist: The Lost Art of Travel. In: Daniel J. Boorstin, The Image. A Guide to Pseudo-Events in America. (1961). New York, NY, First Vintage Books Edition, 1992.

Jeremy Boissevan, Coping with Tourists. European Reactions to Mass Tourism. New York & London, Berghahn, 1996.

Philippe Bourdeau & Rodolphe Christin, Tourisme, l'industrie de l'évasion. Oisiveté bien encadrée. In/ Je Monde Diplomatique, juillet 2012.
Via: https://www.monde-diplomatique.fr/2012/07/BOURDEAU/47937

Laurent Bourdeau et Pascale Marcotte, Routes touristiques et itinéraires culturels, entre mépoire et développement. Actes du colloque des routes touristiques. Laval, Presses de l'Université Laval, 2013.

Christelle Boutec, Tourisme de luxe: Quelles sont les perspectives d'avenir?. Université Européenne, 2018.

D. Bowen and J. Clarke, Contemporary Tourist Behaviour: Yourself and Others as Tourists. Cambridge, USA, Cabi, 2009.

>Marc Boyer, Le tourisme de l’an 2000. Lyon, Presses Universitaires de Lyon, 1999.

A. Brown, S. Ahmad, C. Beck & J. Nguyen-Van-Tam, The roles of transportation and transportation hubs in the propagation of influenza and coronaviruses: A systematic review. In: Journal of Travel Medicine, 23(1), 2016.
Via: https://doi.org/10.1093/jtm/tav002

Marie Charrel, Europe: la fracture économique. Tous les pays de la zone euro ne sont pas affectés de la même façon par les conséquences de la pandémie de Covid-19. Les déséquilibres déjà existants entre un Sud touristique et plus endetté et un Nord plus industriel n'en sont qu'exacerbés. In: Le Monde, 9 février, 2021.

Marie Charrel(Propos recueillis par), « En Méditerranée, la dépendance au tourisme empêche la diversification ». In: Le Monde, 9 février, 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/02/07/en-mediterranee-la-dependance-au-tourisme-empeche-la-diversification_6069088_3234.html

J. M. Cheer, C. Milano & M. Novelli, Tourism and community resilience in the anthropocene: Accentuating temporal overtourism. Journal of Sustainable Tourism, 27, 554–572, 2019.

Geneviève Clastres, Le cadeau empoisonné du tourisme culturel. In: Le Monde Diplomatique, juillet 2019, p. 6.
Via: https://www.monde-diplomatique.fr/2019/07/CLASTRES/60056

Richard Cobb, Paris and Elsewhere. New York, New York Review Books, 2004.

E. Cohen, Authenticity And Commoditazation in Tourism. In: Annals of Tourism Research, Volume 15, issue 3, pages 371-386, 1988.

Saskia Cousin et Bertrand Réau, L'avènement du tourisme de masse, in: Sciences Humaines, 21-02-2011.

Saskia Cousin, G. Chareyron, J. Darugna et S. Jacquot, Etudier Tripadvisor. Ou comment tripatouiller les cartes de nos vacances'.
Via www.espacestemps.net/articles/etudier-tripadvisor/

Saskia Cousin, G. Chareyron et S. Jacquot, 'Big Data and tourism'. In: The Sage International Encyclopedia of Travel and Tourism, Amherst, University of Massachusetts, 2016.

Pascal Cuvelier, Anciennes et nouvelles formes de tourisme: Une approche socio-économique. Paris/Montréal, Editions L'Harmattan, 1997.

Thomas Daum et Eudes Girard, Du voyage rêvé au tourisme de masse. Paris, CNRS éditions, 2018.

T. Daum et E. Girard: « Le tourisme devient aujourd’hui un enjeu politique ». Interview in: Les géographes lisent le monde par sociétégéo, posted 13 septembre 2018.
Via: https://socgeo.com/2018/09/13/t-daum-et-e-girard-le-tourisme-devient-aujourdhui-un-enjeu-politique/

Florence Deprest, Enquête sur le tourisme de masse. L'écologie face au territoire. Paris, Belin, 1997.

Rachel Dodds, Overtourism: Issues, realities and solutions. De Gruyter Studies in Tourism, 2019.

Valentina Boschetto Doorly, Megatrends Defining the Future of Tourism: A Journey Within the Journey in 12 Universal Truths. Springer Nature Switzerland AG, 2020.

Dianna Dredge, “Overtourism” Old wine in new bottles? 2017.
Via: https://www.linkedin.com/pulse/ overtourism-old-wine-new-bottles-dianne-dredge

Michel Durrieu, Gustavo Santos, L'Après. Tourisme et humanité. Paris, Le Cherche Midi, 2020.

Bernard Duterme, La domination touristique. Points de vue du Sud. Editions Syllepse, 2018.

Gérard Duval, Demain, la fracture touristique ? Dans: 'Espaces tourisme & loisirs', Avril 2008.

Megan Epler Wood, Sustainable Tourism on a Finite Planet. Routledge, 2017.

Eduardo Fayos-Solà, Chris Cooper (Editors), The Future of Tourism: Innovation and Sustainability. Springer, 2018.

M. García-Hernández, M. de la Calle-Vaquero & C. Yubero, Cultural heritage and urban tourism: Historic city centres under pressure. Sustainability, 9(1346), 1-19, 2017.

Juliette Garnier, Scénario catastrophe pour le secteur du tourisme. Partout dans le monde la fréquentation des sites chute. Ce secteur pèse 10,4% du PIB mondial. Dans: Le Monde, 3 mars 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/planete/article/2020/03/02/scenario-catastrophe-pour-le-secteur-du-tourisme_6031512_3244.html?fbclid=IwAR2w7w2jjCVU6bsh9tx7TBr_Ni-EDrJpKbPqDnINFOXw11YagnGzNLyBiho

Alain Garrigou, Le voyage comme expérience intime de la mondialisation. In: Le Monde Diplomatique, 31 juillet 2013.
Via: https://blog.mondediplo.net/2013-07-29-Le-voyage-comme-experience-intime-de-la

S. Gössling, Global environmental consequences of tourism. In: Global Environmental Change, 12(4), 283–302, 2002.
Via: https://doi.org/10.1016/S0959-3780(02)00044-4

S. Gössling & C. M. Hall (Eds.), Tourism and global environmental change: Ecological, economic, social and political interrelationships. Routledge, 2006.

S. Gössling & P. M. Peeters, Assessing tourism's global environmental impact 1900–2050. Journal of Sustainable Tourism, 23(5), 639-659, 2015.

S. Gössling, A. Ring, L. Dwyer, A. C. Andersson & C. M. Hall, Optimizing or maximizing growth? A challenge for sustainable tourism. Journal of Sustainable Tourism, 24(4), 527–548, 2016.
Via: https://doi.org/10.1080/09669582.2015.1085869 [Taylor & Francis Online].

Stefan Gössling, Daniel Scott & C. Michael Hall, Pandemics, tourism and global change: a rapid assessment of COVID-19. Published online: 27 Apr 2020.
https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/09669582.2020.1758708

Maria Graves-Barbas et Sébastien Jacquot (co-réd.), Patrimoine mondial et développement: au défi du tourisme durable. Québec, Presses universitaires de Québec, 2014.

Clément Guillou, Dans le monde, la fin des voyages provoque un tsunami social. In: Le Monde, 11-12 avril, 2021.

Clement Guillou, Retenus en mer, chômeurs à terre: la double peine des employés des croisières. In: Le Monde, 11-12 avril, 2021.

David Harrison and Richard Sharpley (eds.), Mass Tourisme in a Small World. Wallingford, AbiCabi, 2017.

Christoph Hennig, Reiselust. Touristen, Tourismus und Urlaubskultur. Frankfurt am Main, Surhkamp, 1999.

Jean-Michel Hoerner, Géographie de l'industrie touristique. Paris, Éditions Ellipses, 1997.

Jean-Michel Hoerner, Mémoires d'un nouveau touriste. Perpignan, Balzac Editeur, 2006.

Jean-Michel Hoerner, Géopolitique du Tourisme. Paris, Armand Collin, 2008.

Jean-Michel Hoerner, Le dictionnaire utile du tourisme. Nîmes, CirVath, 2009.

Jean-Michel Hoerner, Le tourisme dans la mondialisation: Les mutations de l'industrie touristiques. Paris, L'Harmattan, 2010.

Norbert Höfler, Wir Kreuzfaher. Millionen Deutsche lieben Urlaub auf dem Schiff. Wie das umstrittene Milliardengeschäft funktioniert. In: Stern, Nr. 48, 21.11.2019, pp. 26-36.

Michel Houellebecq, Plateforme. Paris, Flammarion, 2001.

Michel Houellebecq, La carte et le territoire. Paris, Flammarion, 2010.

Michel Houellebecq, La France avec un masque. In: Le Point, n° 2510, 1er octobre 2020.

Michel Houellebecq, Interventions 2020. Paris, Flammarion, 2020.

Sébastien Jacquot, et al., Atlas mondial du tourisme et des loisirs : Du Grand Tour aux voyages low cost. Paris, Editions Autrement, 2018.

Tony Joseph, How Is Augmented Reality Reshaping Travel and Tourism. February 5, 2019.
Via: https://www.fingent.com/blog/how-is-augmented-reality-reshaping-travel-and-tourism

D. Judd and S. Fainstein (Ed.), The Tourist City, New Haven, Yale University Press, 1999.

Martin Kettle, Mass tourism is at a tipping point – but we’re all part of the problem. In: The Guardian, August 11, 2017.

Torsten Kirstges, Tourismus in der Kritik. Stuttgart, UTB GmbH, 2020.

Jost Krippendorf, Die Landschaftsfresser. Tourismus und Erholungslandschaft - Verderben oder Segen? Bern und Stuttgart, Hallwag Verlag, 1975.

Jost Krippendorf, Die Ferienmensch. Für ein neues Verständnis von Freizeit und Reisen. München, 1986.

Jost Krippendorf, The Holiday Makers: Understanding the Impact of Leisure and Travel. Oxford, Heinemann Professional Publishing, 1987.

Larry Krotz, Tourists: How Our Fastest-Growing Industry Is Changing The World. Boston, Faber and Faber, 1996.

Clare Lade et al., International Tourism Futures: The Drivers and Impacts of Change. Goodfellow Publishers Limited, 2020.

George Lapierre, L'horreur touristique - Le management de la planète. Dans: Offensive N° 14, septembre 2008, et dans: Divertir pour dominer. La culture de masse contre les peuples, pp. 189 – 251. Montreuil, Editions L’échappée, 2010.

Annabelle Laurent, «Le rejet du tourisme de masse va s'amplifier». Dans: Usbek & Rica, 14/07/2018, 15:00 #Société #Tourisme.
Via: https://usbeketrica.com/article/le-rejet-du-tourisme-de-masse-va-s-amplifier

Agnès Leclair, Coronavirus. Les vacances d'été auront-elle lieu? In: Le Figaro (couverture), 25-04-2020.

James Leigh, Craig Webster, et al., Future Tourism: Political, Social and Economic Challenges. London etc., CRC Press, 2012.

Ian Littlewood, Sultry Climates. Travel & Sex. Boston, Mass., Da Capo Press, 2002.

Jane Lovell and Chris Bull, Authentic and Inauthentic Places in Tourism: From Heritage Sites to Theme Parks. London, Routledge, 2017.

Liguel Medina, Phare du tourisme mondial. Entretien avec Christophe Bouillaud et Jean-Michel Hoerner. In. Atlantico, 29 juillet 2018.

McKinsey & World Travel & Tourism Council [WTTC]. Coping with success: managing overcrowding in tourism destinations. 2017.

Franck Michel, Planète Sexe. Tourismes, marchandisation et déshumanisation des corps. Paris, Homnisphères, 2006.

Claudio Milano, Over-tourism and Tourism-phobia: Global trends and local contexts. Barcelona, 2017.

Claudio Milano, Joseph M. Cheer & Marina Novelli, Overtourism: A growing global problem. The Conversation, July 18, 2018.
Via: https://theconversation.com/overtourism-a-growing-global-problem-100029, Downloaded: 4/ 2/2019

Claudio Milano, Joseph M. Cheer and Marina Novelli (Editors), Overtourism: Excesses, Discontents and Measures in Travel and Tourism. Oxfordshire, UK - Boston, MA, 2019.

Claudio Milano, J. M. Cheer & M. Novelli, Overtourism: a growing global problem. 2018. Via: https://theconversation.com/overtourism-a-growing-global-problem-100029.

Claudio Milano, Marina Novelli and Joseph M. Cheer, Overtourism and Tourismphobia: A Journey Through Four Decades of Tourism Development, Planning and Local Concerns. In: Journal of Tourism Planning & Development, Volume 16, 2019 - Issue 4, Pages 353-357.
Via: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/21568316.2019.1599604 (Published online: 23 Apr 2019).

Le Monde, Editorial, La France championne du monde du tourisme, au bord de l’overdose. Publié le 04 octobre 2018 à 11h15 - Mis à jour le 04 octobre 2018 à 20h50 Temps de Lecture 2 min.
Via: https://www.lemonde.fr/idees/article/2018/10/04/le-tourisme-au-bord-de-l-overdose_5364503_3232.html

Johanna Muller, The Future of Tourism. Forest Hill, NY, Wilford Press, 2019.

Brian Moynaham, Airport International. The sensational book that takes the lid of the world of international Air Travel. New York etc., Macmillan, 1978.

Brian Moynahan, Fool's Paradise ... to the great tourist tourist rip-off. London and Sydney, Pan Books, 1983.

Brian Moynahan, The Tourist Trap: The Hidden Horrors of the Holiday Business and how to Avoid Them. London and Sidney, Pan Books, 1985.

Ludivine Ndjitcham, Quel avenir pour le tourisme? Éditions Universitaires Européennes, 2014.

Godwell Nhamo, Kaitano Dube, David Chikodzi, Counting the Cost of Covid-19 on the Global Tourism Industry. Springer Nature Switzerland AG, 2020.

NRC-H (Hoofdredactioneel commentaar), Bedreigde toerismesector was al langer toe aan grondige renovatie. In: NRC-H, 2 mei 2020.
Via: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/05/02/bedreigde-toerismesector-was-al-langer-toe-aan-grondige-renovatie-a3998522?fbclid=IwAR2nwPyQxUkmk2YAKdLLALUnhwiDMKoHYTJcZ7-KvGGrMQLYA74n0gR2IW8

W. K. Obeidy, H. Arshad & J.Y. Jiung Yao Huang, An acceptance model for smart glasses-based tourism augmented reality. The 2nd International Conference on Applied Science and Technology (ICAST’17), 2017.
Via: https://doi.org/10.1063/1.5005413

María Gómez y Patiño1, F. Xavier Medina, Jose M. Puyuelo Arilla, New Trends in Tourism? From Globalization to Postmodernism.
In: International Journal of Scientific Managment Tourism , 2016, Vol. 2 Nº3, pp 417-433.

P. M. Peeters, Tourism’s impact on climate change and its mitigation challenges. How can tourism become ‘climatically sustainable’? (PhD). Delft, Delft University of Technology, 2017.

P. M. Peeters et al., Research for TRAN Committee - Overtourism: impact and possible policy responses, European Parliament, Policy Department for Structural and Cohesion Policies, Brussels, 2018.
Via: https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2018/629184/IPOL_STU(2018)629184_EN.pdf

Ilja Leonard Pfeijffer, Grand Hotel Europa. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2018.

A. Postma, B. Papp & K. Koens, Visitor pressure and events in an urban setting: understanding and managing visitor pressure in seven European urban tourism destinations. Breda/Leeuwarden/Vlissingen, 2018.

Catherine Quignon, Le blues du voyage d'affaire. In: Le Monde, mardi 5 janvier, 2021.
https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/01/04/tourisme-evenementiel-transports-le-blues-du-voyage-d-affaires-amplifie-par-la-crise-due-au-covid-19_6065101_3234.html

Bertrand Réau, Du « grand tour » à Sciences Po, le voyage des élites. Parcourir le monde pour conserver sa place... Ou comment, depuis le XVIIe siècle, la domination locale se régénère à l’étranger. In: Le Monde Diplomatique, Juillet 2012, pages 20 et 21.
Via: https://www.monde-diplomatique.fr/2012/07/REAU/47948

Sébastien Roffat, Disney et la France: Les vingt ans d'Euro Disneyland. Paris, Editions L'Harmattan, 2007.

Heguy Roland, Réinvention le Tourisme en France. 2019.

Cédric Rousseau, Pourquoi les Hollandais déferlent en France l’été. In: Ouest-france, Jeudi 4 Août 2016.

Isabelle Sacareau, Benjamin Taunay, Emmanuelle Peyvel (Souus la direction de), La mondialisation du tourisme: Les nouvelles frontières d'une pratique. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2015.

Thomas Saintourens, Tourisme: comment voyagera-t-on dans 20 ans? Usbek & Rica 03/07/2017.
Via: https://usbeketrica.com/article/tourisme-comment-voyagera-t-on-dans-20-ans

Daniel Scott, C. Michael Hall, Stefan Gossling, Tourism and Climate Change. Impacts, Adaptation and Mitigation. New York, Routledge, 2012.

D. Scott & S. Gössling, What could the next 40 years hold for global tourism? Tourism Recreation Research, 40(3), 269–285, 2015.
Via: https://doi.org/10.1080/02508281.2015.1075739

Hugues Seraphin, Tatiana Gladkikh, Tan Vo Thanh (Edited by), Overtourism. Causes, Implications and Solutions. Springer Nature Switzerland AG, 2020.

Noah Smith, Tourism Is Eating the World and Problems Are Only Going To Get Worse.
Via: https://traveltourism.news/tourism-is-eating-the-world-and-problems-are-only-going-to-get-worse/ (Consulted July, 2020.)

Rosie Spinks & Dan Kopf, Is tourism really the world’s largest industry? October 11, 2018.
Via: https://qz.com/1419103/is-tourism-really-the-worlds-largest-industry/

Kara Swisher (Contributing Opinion Writer), Will Our Most Important Industry Survive the Coronavirus? Governments need Big Tech now more than ever. In: The New York Times, March 24, 2020.
Via: https://www.nytimes.com/2020/03/24/opinion/tech-companies-covid.html

Kara Swisher (Contributing Opinion Writer), The Immunity of the Tech Giants. When the pandemic is over, we most certainly should fear the industry more than ever. In: The New York Times, May 1, 2020.
Via: https://www.nytimes.com/2020/05/01/opinion/tech-companies-coronavirus.html?searchResultPosition=1

United Nations World Tourism Organization. Tourism towards 2030: global overview. Madrid, 2011.

United Nations World Tourism Organization & Centre of Expertise Leisure, Tourism & Hospitality. ‘Overtourism? Understanding and managing urban tourism growth beyond perceptions. Madrid, 2018.

United Nations World Tourism Organization, Overtourism? Understanding and managing urban tourism growth beyond perceptions.Madrid, 2018.
Via: https://www.e-unwto.org/doi/book/10.18111/9789284420070

United Nations World Tourism Organization (2019). International tourist arrivals reach 1.4 billion two years ahead of forecasts. Madrid, 2019.
Via: http://www2.unwto.org/press-release/2019-01-21/ international-tourist-arrivals-reach-14-billion-two-years-ahead-forecasts (21-06-2019).

Philippe Violier, Et le Covid tua le tourisme... La mort du tourisme, la fin du monde d’après... c’est ce que certains prévoient et d’autres espèrent depuis le début de la pandémie de Covid-19. Mais c’est oublier que le tourisme a résisté à la seconde guerre mondiale et que dans sa forme d’avant, il avait du bon. Ne le transformons pas en activités pour élites. Respectons certains déséquilibres. Et n’oublions pas l’intérêt de la vacance. Espaces tourisme & loisirs, Avril 2021.

Prosper Wanner (dir.), Inventer un tourisme porteur d'humanité. Numéro hors série de la revue ESPACES tourisme et loisirs, Octobre 2020.

Washington Post, US intelligence reports from January and February warned about a likely pandemic. Retrieved April 14, 2020.
Via: https://www.washingtonpost.com/national-security/us-intelligence-reports-from-january-and-february-warned-about-a-likely-pandemic/2020/03/20/299d8cda-6ad5-11ea-b5f1-a5a804158597_story.html

Megan Epler Wood, Sustainable Tourism on a Finite Planet. London, Routledge, 2017.

Patrick Vicériat, Claude Origet du Cluzeau, Les impacts de la Pandémie sur le tourisme mondial à court, moyen et long terme. in: Revue Espaces n°358, Janvier 2021.

World Economic Forum, Paving the way for a more sustainable and inclusive future. The Travel & Tourism Competitiveness Report 2017.

World Tourism Organization, Tourism Towards 2030. Global Overview. Madrid, UNWTO, 2011. http://media.unwto.org/sites/all/files/pdf/unwto_2030_ga_2011_korea.pdf.

World Tourism Organization (UNWTO), International tourism trends in EU-28 member states. Current situation and forecasts for 2020-2025-2030. Prepared for the European Commission. Madrid, 2014.

World Travel & Tourism Council. The economic impact of travel & tourism. 2017. 05-10-2018.
Via: https://www.wttc.org/-/ media/files/reports/economic-impact-research/regions-2017/world2017.pdf

Ian Yeoman, Tomorrows Tourists: Scenarios & Trends. Oxford, Elsevier, 2008.

Ian Yeoman with Tan Li Yu Rebecca, Michelle Mars and Mariska Wouters, 2050 – Tomorrow’s Tourism. Bristol-Buffalo-Toronto, Channel View Publicatons, 2012.

Ian Yeoman and Una McMahon-Beattie (Editors), The Future Past of Tourism: Historical Perspectives and Future Evolutions. Channel View Publication, 2019.

Eric G.E. Zuelow, A History of Modern Tourism. London, Macmillan Education UK, 2015.

----------

GESCHIEDENIS VAN PARIJS, PARIJS ALS METROPOOl, HAAR BOULEVARDS EN PARKEN, HAAR BUURTEN EN OVERIGE FENOMENEN:


*** GESCHIEDENIS VAN PARIJS DOOR DE EEUWEN HEEN/

Anne-Marie Baron, Le Paris de Balzac. Editions Alexandrines, 2016.

John Baxter, The golden moments of Paris: a guide to the Paris of the 1920s. New York, NY, Museyon Inc., 2014.

François Buot, Gay Paris. Une histoire du Paris interlope entre 1900 et 1940. Paris, Fayard, 2013.

Maxime du Camp, Paris, ses organes, ses fonctions et sa vie dans la seconde moitié du XIXe siècle. Paris, Librairie Hachette, 79 Bd Saint-Germain - Imprimerie Simon Raçon et Cie, 1 Rue d'Erfurth, 1870-1880.
Tome I:
Introduction,
I, les Postes,
II, les Télégraphes,
III, les Voitures publiques,
IV, les chemins de fer,
V, la Seine à Paris.
Tome II:
VI, l'Alimentation,
VII, le Pain, la Viande et le Vin,
VIII, les Halles centrales,
IX, le Tabac,
X, la Monnaie,
XI, la Banque de France.
Tome III:
XII, les malfaiteurs,
XIII, la Police,
XIV, la Cour d'Assises,
XV, les prisons,
XVI, la Guillotine,
XVII, la Prostitution.
Tome IV:
XVIII, la Mendicité,
XIX, l'Assistance publique,
XX, les Hôpitaux,
XXI, les Enfants trouvés,
XXII, la Vieillesse (Bicêtre et la Salpêtrière),
XXIII, les Aliénés.
Tome V:
XXIV, le Mont-de-Piété,
XXV, l'Enseignement,
XXVI, les Sourds-muets,
XXVII, les Jeunes Aveugles,
XXVIII, le Service des Eaux,
XXIX, l'Eclairage,
XXX, les Egoûts.
Tome VI:
XXXI, la Fortune de Paris,
XXXII, l'Etat civil,
XXXIII, les Cimetières,
XXXIV, les Organes accesoires,
XXXV, le Parisien.

Bernard Cause, Les fiacres de Paris aux XVIIe et XVIIIe siècles. Paris, Presses Universitaires de France, 1972.

P. Champion, La Vie de Paris au Moyen-Age. 1. L'Avènement de Paris. 2. Splendeurs et misères de Paris (XIVe-XVe siècle. 2 vol. Paris, 1933-1934.

Louis Chevalier, Histoires de la nuit parisienne. Paris, Fayard, 1982.

Yvan Christ, Les Nouvelles métamorphoses de Paris. Paris, Editions André Balland, 1976.

Yvan Christ, Paris des utopies. Paris tel qu’il aurait pu être. Paris, Editions André Balland, 1977.

Anne Clerval, Paris sans le peuple: la gentrification de la capitale. Paris, La Découverte, 2013.

Joan DeJean, How Paris became Paris. The invention of the modern city. New York, Bloomsbury Publishing, 2014.

Gérard Denizeau, Paris d'un siècle à l'autre. Pris, Larousse, 2015.

Alfred Fierro, Histoire et dictionnaire de Paris. Paris, Robert Laffont, 1996.

Alfred Fierro, Histoire et mémoire du nom des rues de Paris. Paris, Parigramme, 1999.

Noel Riley Fitch, Sylvia Beach and the Lost Generation: A History of Literary Paris in the Twenties and Thirties. New York - London, W. W. Norton & Company, 1985.

Nigel Gosling, Paris 1900-1914. The Miraculous Years. Littlehampton Book Services Ltd., 1978.

Nigel Gosling, The Adventurous World of Paris 1900-1914. William Morrow, 1978.

Andrew Hussey, Paris. The Secret Story. London etc., Penguin Books, 2007.

N. Kranowski, Paris dans les romans d'Emile Zola. Paris, Presses universitaire de France, 1968.

Bernard Marchand, Paris, histoire d'une ville - (XIXe-XXe siècle). Paris, Seuil, 2017.

Louis-Sébastien Mercier, Tableau de Paris. Hambourg et Neuchâtel, S. Fauche, 1781. Tableau de Paris, nouv. éd. corrigée et augmentée, Amsterdam, 1788.

Louis-Sébastien Mercier, Le Nouveau Paris. 6 tomes en 3 volumes. Paris, chez Fuchs, C.H. Pougens et Ch. Fr. Cramer, 1798-1799.

Louis Sébastien Mercier (Gekozen, vertaald en bezorgd door Willem Derks), Niemand ontbijt meer met een glas wijn. Tableau van Parijs 1781-1788. Amsterdam - Antwerpen, Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999.

Alain Pagès, Le Paris d'Emile Zola. Editions Alexandrines, 2016.

Paris Noir et Blanc - les ravalements de Paris. 06/08/1963. INA. Via: http://www.patrimatheque.com/monuments-paris-1963/

Sylvain Pattieu, Bons Baisers de Paris. 300 ans de tourisme dans la capitale. Paris, Paris bibliothèques / Comité d’histoire de la Ville de Paris, 2015.

Philippe Porret, Paris sur le divan. Les ombres de la ville lumière. Un essai de psychanalyse urbaine. Paris, Parigramme, 2013.

Graham Robb. Parisians. An Adventure History of Paris, London, Picador, 2010.

Daniel Roche, (Sous la direction de) La Ville promise. Mobilité et accueil à Paris (fin XVIIe - début XIXe siècle. Paris, Fayard, 2000.

Sue Roe, In Montparnasse. The Emergence of Surrealism in Paris, from Duchamp to Dali. Penguin Books Ltd., 2019.

Myriam Tsikounas (Sous la direction de), Imaginaires urbains. De Paris romantique à nos jours. Paris, Le Manuscrit, 2011.

Joanne Vajda, Paris: rendez-vous cosmopolite. Du voyage élitaire à l'industrie touristique. 1855-1937. Thèse, EHESS, 2005.

Joanne Vajda, Paris Ville Lumière. Une transformation urbaine et sociale. 1855-1937. Paris, L'Harmattan, 2015.

M. C. M. Voorbeytel, Hoe Parijs Parijs werd. Iets over het nu en vroeger van onze twintig arrondissementen. Zutphen, W. J. Thieme & Cie, 1931.

----------

*** PARIJS ALS METROPOOL - GESCHIEDENIS EN REFLECTIE:

Petrine Archer-Straw, Negrophilia: Avant-Garde Paris and Black Culture in the 1920s. New York, Thames and Hudson, 2000.

Antoine De Baecque, Lumières et liberté. Paris, Seuil, 1998.

Antoine De Baecque, Les Nuits parissiennes. XVIIIe-XXIe siècle. Paris, Seuil, 2015.

Sarah Bakewell, At the Existentialist Café. Freedom, Being, and Apricot Cocktails with Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Albert Camus, Martin Heidegger, Maurice Merleau-Ponty and Others. New York, Other Press, 2017.

Honoré de Balzac, Le Diable à Paris. Paris et les Parisiens. 1845.

Theodore de Banville, Esquisses Parisiennes, scènes de la vie. Paris, Poulet-Malassis et de Broise, 1859.

Walter Benjamin, ‘Paris, Capitale du XIXe Siècle’. Paris, Editions Allia, 2018.

Walter Benjamin, The Arcades Project. Cambridge, MA, Belknap Press / Harvard University Press, 1999.

Walter Benjamin, Das Passagen-Werk. Die Straßen von Paris: Einer der Grundlagentexte materialistischer Kulturtheorie - Blick in die Jetztzeit des Spätkapitalismus. ee-artnow, Format Kindl, 2015.

Walter Benjamin: Paris Arcades / Pariser Passagen, 100 Notes – 100 Thoughts / 100 Notizen – 100 Gedanke’. Hatje Cantz Verlag, 2012.

Walter Benjamin, Charles Baudelaire, Tableaux Parisiens. Deutsche Übertragung mit einem Vorwort über die Aufgabe des Übersetzers, édition bilingue français-allemand. Heidelberg, Verlag von Richard Weißbach, 1923

Shari Benstock, Women of the Left Bank. Paris, 1900 – 1940. Austin, University of Texas Press, 1986.

Leonard Bernard, The Emerging City. Paris in the Age of Louis XIV. Durnham, North Carolina, 1970.

Jody Blake, Le Tumulte noir: Modernist Art and Popular Entertainment in Jazz-Age Paris, 1900-1930. Philadelphia, Pennsylvania State Pres, 1999.

Olivier Blanc, Les Libertines. Plaisir et liberté à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Perrin, 1997.

Olivier Blanc, L'Amour à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Perrin, 2002.

Raf de Bont & Ton Verschaffel (red.), Het verderf van Parijs. Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2004.

Jean-René BourrelLe, Paris de Malraux. Editions Alexandrines, Collection: Le Paris des écrivains, 2017.

Henri Boutet, Autour de Parisiennes. Où elles vont. Paris, Librairie A. Charles, ca. 1890.

Kees Brants en Chrisje Brants, Achter de façade. Een cultuur-historische ontdekkingsreis door Parijs. Amsterdam, Nijgh & van Ditmar, 2019.

Brassaï, Le Paris secret des années 30 par Brassaï. Paris, Gallimard, 1976.

Georges Bordonove, Histoire secrète de Paris. 2 tomes. Paris, Albin Michel, 1980.

Jacques Borgé et Nocolas Viasnoff, Archives de Paris. Editions Michèle Trinckvel, 1993.

L.A. de Caraccioli, Paris, le modèle des nations étrangères. Veuve Duschesne, 1977.

E. Carassus, Le Mythe du dandy. Paris, Albin Michel, 1971.

Christophe Charle, Paris fin de siècle - Culture et politique. Paris Seuil, 1998.

C. Charle et D. Roche (red.), Capitales culturelles, Capitales symboliques. Paris et les expériences européennes. XVIIIe-XXe siècles. Paris, Publications de la Sorbonne, 2002.

Christophe Charle (Sous la direction de), Capitales européennes et rayonnement culturel, XVIIIe-XIXe siècles. Editions rue d'Ulm, 2004.

Christophe Charle (éd.), Le temps des capitales culturelles, XVIIIe-XXXe siècles. Seyssel, Champ Vallon, 2009.

Yvan Christ, Les Métamorphoses de Paris. Cent paysages parisiens photographiés autrefois par Atget, Bayard, Bisson, Daguerre, etc. Et aujourd'hui par Janine Guillot et Charles Ciccione. Paris, Editions André Balland, 1969.

Rupert Christiansen, Paris Babylon. Grandeur, Decadence and Revolution, 1869 – 1875. London, Pimlico, 1994.

Rupert Christiansen, City of Light: The Making of Modern Paris. Basic Books, 2018.

Hollis Clayson, André Dombrowski (Editors), Is Paris Still the Capital of the Nineteenth Century? Essays on Art and Modernity, 1850-1900. Routledge, 2016.

Jean-Paul Clébert, Paris insolite. Paris, Editions Denoël, 1952.

Margaret Cohen, Profane Illumination. Walter Benjamin and the Paris of Surrealist Revolution. Berkeley, University of California Press, 1993.

Louis Desnoyers e.a., Les étrangers à Paris. Paris, Charles Warée, éditeur, 1840.

Luc Devoldere (Rédacteur en chef), Vaut le voyage: artistes et intellectuels du Nord à Paris. In: Septentrion, Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas. Revue trimestrielle, XXXII, n° 1, 1er trimestre, 2003,

David Downie, A Passion for Paris: Romanticism and Romance in the City of Light. St. Martin's Griffin, Reprint edition, 2016.

J.-F. Dubost, Les étrangers à Paris au Siècle des Lumières. In: Daniel Roche (Réd.), La ville promise. Paris, 2000.

Michel Fabre, La Rive noire. De Harlem à la Seine. Paris, Editions Lieu Commun, 1985.

Dan Franck, Le Temps des bohèmes. Paris, Grasset, 1996.

Dan Franck, Bohemian Paris: Picasso, Modigliani, Matisse, and the Birth of Modern Art. Grove Press, 2003.

François-Xavier Freland, Le Paris de Henry Miller. Editions Alexandrines, 2019.

Robert E. Gajdusek, Hemingway's Paris. New York, NY, Charles Scribner‘s Sons, 1978.

Daniel Gallagher, D'Ernest Hemingway à Henry Miller: Mythes et réalités des écrivains américains à Paris (1919 - 1939), L'Harmattan, 2011.

Graeme Gilloch, Myth and Metropolis: Walter Benjamin and the City. Polity Press, 1995.

Paul Gerbod, Des étrangers à Paris dans la première moitié du XIXe siècle. In. Bulletin de la société de l'histoire de Paris et de l'Ile-de-France, 1983, 110E année, pp. 241-257.

Paul Gerbod, Des étrangers à Paris au XIXe siècle. In: Ethnologie française, XXV, 1995, pp. 569-579.

Michael Goebel, Paris, capitale du tiers monde. Comment est née la révolution anticoloniale (1919-1939). Paris, La Découverte, 2017.

H. Hazel Hahn, Scenes of Parisian Modernity. Culture and Consumption in the Nineteenth Century. New York, Palgrave Macmillan, 2009.

Claire Hancook, Paris et Londres au XIXe siècle; représentations dans les guides et récits de voayage. Paris, CNRS éditions, 2003.

Guillaume Hanoteau, L'Age d'or de Saint Germain des Prés. Paris, Denoël, 1965.

Beatrice Hanssen, Walter Benjamin And the Arcades Project. Continuum International Publishing Group Ltd., 2006.

David Harvey, Paris, Capital of Modernity. Routledge, 2005.
David Harvey, Paris, capitale de la modernité. Paris, Les Prairies ordinaires, 2012.

Eric Hazan, L'invention de Paris. Il n'y a pas de pas perdu. Paris, Seuil, 2002.

Patrice Higonnet, Paris. Capital of the World. Cambridge, Massachusets – London, England, The Belknap Press of Harvard University Press, 2002.

Jacques Hillairet, Dictionnaire historique des rues de Paris, Paris, Les Éditions de Minuit, 1997.

Jeffrey H. Jackson, Making Jazz French: Music and Modern Life in Interwar Paris. Durham, NC, Duke Univerity Press, 2003.

André Kaspi et Antoine Marès (Sous la direction de), Le Paris des étrangers depuis un siècle. Paris, Imprimerie Nationale, 1989.

Paul de Kock, La Grande Ville. Nouveau Tableau de Paris, comique, critique et philosophique. Par MM. Paul de Kock, Balzac, Dumas, et.al.. Paris, Marescq, Libraire-Editeur, 1844.

Marie-Christine Kok-Escallle (réd.), Paris: de l'image à la mémoire. Représentations artistiques, littérares, socio-politiques. Amsterdam - Atlanta, GA, Rodopi, 1997.

Christian Lefèvre, Paris, métropole introuvable. Paris, Presses Universitaires de France, 2017.

Jean-Marc Lesur, Les Hôtels de Paris: de l'auberge au palace, XIXe et XXe siècles. Neuchâtel, Editions Alphil, 2005.

The Local, 'More theme park than city': How 50 million tourists are changing the face of Paris.
Via: https://www.thelocal.fr/20190703/revealed-is-50-million-tourists-a-year-in-paris-just-too-many

J.J. Mostard, Parijs. Geen stad, maar een wereld. Amsterdam/Antwerpen, N.V. Uitgeversmij. Kosmos, 1963 (2-de druk).

Musée Carnavalet, Du palais au palace. Des Grands Hôtels de voyageurs à Paris au XIXe siècle. Paris, Musée Carnavalet - Art Books International, 1998.

Olivier Razemon,"Les Parisiens", une obsession française. Anatomie d'un déséquilibre. Rue de l'échiquier, 2021.

William A. Shack, Harlem in Montmartre: A Paris Jazz Story between the Great Wars. Oakland, CA, University of California Press, 2001.

Pawel Stachura, Piotr Sniedziewski, Krzysztof Trybus, Approaches to Walter Benjamin's "The Arcades Project". Peter Lang AG, 2018.

Fritz Stahl, Paris. Eine Stadt als Kunstwerk. Berlin, Rudolf Mosse Buchverlag, 1929.

Karlheinz Stierle, Der Mythos von Paris: Zeichen und Bewusstsein der Stadt. München, DTV. 1998.

Edmond Texier, Albert Kaempfen, Paris capitale du monde. Paris, J. Hetzel, 1867.

----------

*** PARIJSE BOULEVARDS (zie tevens 'HAUSSMANN'), PARKEN EN FLANEURS:

A. Alphand, Les promenades de Paris: histoire, description des embelliseements, dépenses de création et d'entretien des Bois de Boulogne et de Vincennes, Champs-Elysées, parcs, squares, boulevards,places platées. Etude sur l'art des jardins et arboretum. 2 tômes. Paris, 1867-73.

Béatrice de Andia et Dominique Fernandès (Textes réunis par), Rue du Faubourg-Saint-Honoré. Paris, Délégation à l'Action artistique de la Ville de Paris, 1994.

Béatrice de Andia et al. (Dir.), Les Grands Boulevards. Un parcours d'innovation et de modernité XIXé-XXe siècles. Paris, Délégation à l'Action artistique de la Ville de Paris, 200O.

Guillaume Apollinaire, Le flâneur des deux rives. Editions de la Sirène, Paris 1918.

Jacques Barozzi, Paris de fontaine en fontaine. Paris, Parigramme, 2010.

Henry Beaulieu, Les Théâtres du boulevard du Crime (1752-1862). Paris, Daragon, 1905.

Jules Bertaut, Le Boulevard. Paris, J. Tallandier, 1957.

Richard D.E. Burton, The Flaneur and his City. Patterns of Daily Life in Paris 1815-1851. University of Durham, 1994.

Georges Cain, Promenades dans Paris. Paris, Ernest Flammarion, 1923.

Federico Castigliano, Flâneur: L'art de vagabonder dans Paris. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2018.

Richard Cobb (Introduction and text - photographes by Nicholas Breach), The Streets of Paris. New York, Pantheon Books, 1980.

Henri Duvernois, Visages de Paris. Le Boulevard. Paris, Pierre Lafitte, 1927.

Edouard Fournier, Énigmes des Rues de Paris. Paris, E. Dentu, 1860.

Marc Gaillard, Les Belles Heures des Champs-Elysées. Amiens, Martelle, 1990.

Pierre Gascar, Le Boulevard du Crime. Paris, Hachette/Massin, 1980.

Edouard Gourdon, Le Bois de Boulogne. Histoires, types, moeurs. Paris, Charpentier, 1854.

Louis Adrien Huart, Physiologie du flâneur. Paris, Aubert, 1841. (Ré-éd., Ligaran, 2015).

David P. Jordan, Transforming Paris. The Life and Labors of Baron Haussmann. Chicago, Free Press, 1995.

Jean-Marc Larbordière, Haussmann à Paris. Architecture et urbanisme Seconde moitié du XIXe siècle. 2012.

Stéfan Max, Les métamorphoses de la grande ville dans les Rougon-Macqouart. Paris A. G. Nizet, 1966.

Patrice de Moncan, Les grands boulevards de Paris. Paris, Les Editions de Mécène, 2002.

Jean-H. Prat, Histoire du Faubourg Saint-Antoine. Vieux chemin de Paris, faubourg artisanal, quartier des grands ébénistes du xviiie siècle, nerf des révolutions, capitale du meuble.? Paris, Editions du Tigre, circa 1960.

E. de Saulnat et A.P. Martial, Les Boulevards de Paris. Histoire - État présent - Maisons grandes & petites - Hôtels - Jardins - Théâtres - Célébrités - Etc., etc. Texte & Eaux-fortes. Paris, Bureaux De Vente Et D'Abonnement, 1877.

Laurent Turcot, Le promeneur à Paris au XVIIIe siècle, Paris, Gallimard, 2007.

Edmund White, De flaneur. Een wandeling door Parijs. Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Atlas, 2002.

-------

*** HET PARIJS ZOALS BEDACHT DOOR EN TEN TIJDE VAN HAUSSMANN:

M. Carmona, Haussmann; his life and times, and the making of modern Paris. Chicago, 2002.

Jean des Cars, Haussmann, la gloire du Second Empire. Paris, Perrin, 1978.

Jean des Cars, Pierre Pinon et al., Paris – Haussmann. « Le pari d’Haussmann ». Paris, Éditions du Pavillon de l’Arsenal – Picard éditeur, 1991.

Emile Combe (Peintures de Henri Montassier), Le Nouveau Paris. L'Achèvement du Boulevard Haussmann. Edité par Devambez S.A., 1927.

Rupert Christiansen, City of Light. The Making of Modern Paris. Basic Books, 2018.

Louis Girard, La polique des travaux publics de Second Emire. Paris, Armand Colin, 1951.

Georges Eugène Haussmann, Mémoires du Baron Haussmann. 3 volumes. Victor-Havard Éditeur, 1890:

Tome 1: Avant l'Hôtel de Ville;
Via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k2205284

Tome 2: Préfecture de la Seine;
Via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k220529h

Tome 3: Grands travaux de Paris.
Via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k220530f

David P. Jordan, Transforming Paris. The Life and Labors of Baron Haussmann. Chicago, University of Chicago Press, 1996.

Stephane Kirkland, Paris Reborn. Napoleon III, Baron Haussmann, and the Quest to Build a Modern City. Picador USA, 2014.

Bernard Landau, Claire Monod, Evelyne Lohr (dir.), Les Grands Boulevards: un parcours d'innovation et de modernité. Paris, Action artistique de la ville de Paris, 2000.

François Loyer, Paris Nineteenth Century: Architecture and Urbanism. New York, Abbeville Press, 1988.

Henry Malet, Le Baron Haussmann et la rénovation de Paris. Paris, Imprimerie Mun., 1973.

Patrice de Moncan et Clémence Maillard, Charles Marville: Paris photographié au temps d'Haussmann. 2008.

Patrice de Moncan, Le Paris d'Haussmann. Paris, Editions du Mécène, 2009.

Patrice de Moncan, Paris Avant-Après Haussmann. Rive Gauche. Photographies anciennes Charles Marville. Photographies contemporaines Studio Traktir. Paris, Les Editions Mécènes, 2012.

Patrice de Moncan, Paris Avant-Après Haussmann. Rive Droite. Photographies anciennes Charles Marville. Photographies contemporaines Studio Traktir. Paris, Les Editions Mécènes, 2012.

Max van Rooy, Haussmann: baron van de boulevards In. NRC, 18-03-1995.
Via: https://www.nrc.nl/nieuws/1995/03/18/haussmann-baron-van-de-boulevards-7260659-a1137344

Pierre André Touttain (Préface d'Alain Decaux), Haussmann. Artisan du Second Empire, créateur du Paris moderne. Paris, Grund, 1971.

Georges Valence, Haussmann, le grand. Paris, Flammarion, 2000.

----------

*** LES HALLES DE PARIS:

Anonyme, Les Halles centrales de Paris, construites sous le règne de Napoléon III, A. Morel, 1862.

Victor Baltard, F. Callet, Monographie des halles centrales de Paris. Paris, Ducher, 1873.

Victor Baltard, Maxime du Camp (Presenté par P. de Moncan), Baltard. Les Halles de Paris. Paris, Les Editions de l'Observatoire, 1994.

M. Baurit, Les Halles de Paris. Des Romains à nos jours. Paris, chez l'auteur, 1956.

Guy Chemla, Les ventres de Paris. Les Halles, La Villette, Rungis. L'histoire du plus grand marché du monde. Grenoble, éditions Glénat, 1994.

Josette Colin, Je me souviens des Halles. Paris, Parigramme, 1998.

Maurice Dekobra, Les Halles. Paris, Editions André Delpeuch, 1924.

René Fallet (Photos de Martin Monestier), Les halles. La fin de la fête? Paris, Duculot, 1977.

André Fildie, Paris, les Halles et le Marais à la Belle Epoque. Libro Sciences, 1979.

Françoise Fromonot, La Campagne des Halles. Les nouveaux malheurs de Paris. La Fabrique, 2005.

Jean-Claude Gautrand, Le Pavillon Baltard. Des Halles de Paris à Nogent-sur-Marne. Editions Idelle, 2007.

Serge de Graaf, "Terminus" les Halles ! Les Halles hier, aujourd'hui. Editions K2, 2004.

Jacques Herbert, Sauver les Halles, Coeur de Paris - Un dossier d'urbanisme contemporain. Paris, Denoël, 1971.

Philippe Levental, Jean Cassou, Adieu aux Halles? Paris, Galerie de Nevers, 1975.

Philippe Mellot, La Vie secrète des Halles de Paris. Éditions Omnibus, 2010.

Françoise Noël (textes), Claude Caroly (photos), Détruire les Halles. Paris, Editions de l’Iconophile, 1975.

Marc Pellerin, Anfré Laude, Jean-Claude Gautrand, L'assassinat de Baltard?. Paris, Formule 13, 1972.

Pierre Pinon, Louis-Pierre et Victor Baltard. Paris, Monum, Editions du Patrimoine, Paris, 2005

C. Piton, Histoire de Paris - Le quartier des Halles. Topographie, Mœurs, Usages, Origines de la haute bourgeoisie parisienne. Paris, J. Rotchild Editeur, 1891.

Jacques Prévert, Les Halles. L’album du coeur de Paris. Editions des Deux Mondes, 1963.

Jean-Louis Robert et Myriam Tsikounas (dir.), Les Halles. Images d’un quartier, préface d’Alain Corbin, Paris, Publications de la Sorbonne, 2004.

J.S. de Sacy, Le quartier des Halles. Paris, Éd. le Temps, 1970.

Simone Saint Girons, Les Halles. Guide historique et pratique. Paris, Hachette, Collection Bibliothèque des Guides Bleus, 1971.

Claude Seignolle, La nuit des Halles. Walter Beckers. 1966.

François Serrand, Le pari des Halles de Paris. Saint-Etienne, Aubin éditeur, 2001.

R. Heron de Villefosse, Les Halles de Lutèce à Rungis. Paris, Perrin, 1973.

?Christan Zarka, Mémoire des Halles. Images de Robert Doisneau, Willy Ronis, Janine Nièpce, Weiss... . Paris, Pierre Bordas et Fils, 1994.

----------

*** OVERIGE BUURTEN VAN PARIJS:

Patrice Bollon, Pigalle, le roman noir de Paris. Editions Hoëbeke, 2004.

Gérard Bonal, Saint-Germain-des-Prés. Paris, Seuil, 2008.

Jean Calmus, Guide des Puces de Saint-Ouen et de Paris. Paris, Albin Michel, 1977.

Jean-Paul Caracalla, Saint-Germain-des-Prés. Paris, Flammarion, 1993.

Jean-Paul Caracalla, Montparnasse. L'âge d'or. Paris, Editions Denoël, 1997.

Jean-Paul Caracalla, Les exilés de Montparnasse (1920-1940). Paris, Gallimard, 2008.

Francis Carco, De Montmartre au Quartier Latin. Illustrations de Dignimont. Les Gloires Littéraires. Bruxelles, Aux Éditions du Nord, 1928.

Louis Chevalier, Montmartre du plaisir et du crime. Paris, Payot, 1995.

Phillip Dennis Cate and Mary Shaw (eds.), The Spirit of Montmartre: Cabarets, Humor, and the Avant-Garde, 1875-1905. Expostion catalogue. New Brunswick, New Jersey, Jane Voorhees Zimmerli Art Museum, 1996.

Yvan Christ et al., Promenades dans le Marais. Paris, Editions André Balland, 1967.

Yvan Christ, Les métamorphoses de la banlieue parisienne. Paris, Editions André Balland, 1969.

Jean-Paul Crespelle, Montmartre vivant. Paris, Hachette, 1964,

Jean-Paul Crespelle, La Vie quotidienne à Montparnasse à la grande époque: 1905-1930. Paris, Hachette, 1976.

Jean-Paul Crespelle, La Vie quotidienne à Montmartre au temps de Picasso: 1900_1910. Paris, Hachette, 1978.

Maurice Culot, Cathy Bastet, Frédéric Almaviva, Maximilien Flais, Montparnasse du rêve. Un art de vivre Art Déco. Bruxelles, 2019.

Paul Delmet, Chansons de Montmartre. Préface de Maurice Boukay. Poésies de Henri Bernard, Louis Bernard, Maurice Boukay, Theodore Botrel, Léon Durocher, Eugène Heros, Pierre Kok, Jacques Redelsperger, Georges Rozet. Dessins de Steinlen. Paris, Enoch & Cie et Ernest Flammarion, 1899.

Robert Doisneau, La Banlieu de Paris. 1949.

Maurice Donnay, Autour du Chat-Noir. Paris,Grasset, 1926.

Eric Dussault, L'Invention de Saint-Germain-des-Prés. Paris, Vendémiaire, 2014.

René Fallet (text), Martin Monestier (photos), Les Halles, la fin de la féte. Ducolot, 1977.

Annie Fourcoult, Un siècle de banlieue parisienne, 1859-1964. Paris, Editions de l'Harmattan, 1988.

Nigel Gosling, Van Montmartre tot Montparnasse. Kroniek van artistiek Parijs 1900-1914. Amerongen, 1979.

Jean Gravigny, Montmartre en 1925. Paris, Editions Montaigne, 1925.

Valérie Guillaume (Sous la direction de), Le Marais en héritage. 50 ans de sauvegarde depuis la loi Malraux. Musée Carnavalet - Paris Musées, 2015.

Guillaume Hanoteau, L'Age d'or de Saint-Germain-des-Prés. Paris, Denoël, 1965.

Adrien Jans, De Montmartre à Montparnasse. Bruxelles-Amiens, 1968.

Steven L. Kaplan, Les Ventres de Paris. Pouvoir et approvisionnement dans la France d'ancien regime. Paris, Fayard, 1988.

Martin Koomen, De literaten van de linkeroever. Engelstalige schrijvers in Parijs 1900 - 1944. Amsterdanm, Uitgeversmaatschappij Tabula, 1983.

Le Marais du Moyen Age au Quartier Gay. Paris, Nouvel Obs, 21/05/2005.

Bertrand Lemoine, Les Halles de Paris. Paris, L'Equerre, 1980.

Jules Leroy, Saint-Germain-du-Prés. Capitale des Lettres. Editions André Bonne, 1952.

Camille Lestienne, Le Marais: un quartier insalubre sauvé par André Malraux en 1962. Le Figaro Histoire. Publié le 18 novembre 2016 à 18:36.
Via: https://www.lefigaro.fr/histoire/archives/2016/11/18/26010-20161118ARTFIG00308-le-marais-un-quartier-insalubre-sauve-par-andre-malraux-en-1962.php

Philippe Mellot, La Vie secrète des Halles de Paris. Omnibus, 2010.

Ralph Nevill, Days and Nights in Montmartre and the Latin Quarter. London, Herbert Jenkins Ltd., 1927.

Françoise Noël (textes), Claude Caroly (photos), Détruire les Halles. Les Editions de l'Iconophile, 1975.

Jacques Prévert (textes), R. Urhausen (photogr.), Les Halles, l'album du coeur de Paris. Editions des Deux Mondes, 1963.

Olivier Renault, Montparnasse. Les lieux de legende. Ateliers, Cafés mythique, Académies, Cités d'artistes. Paris, Parigramme, 2013.

Maurice Sachs, Au temps du Boeuf sur le toit. Paris, La Nouvelle Revue critique, 1939.

William A. Shack, Harlem in Montmartre. A Paris Jazz Story between the Great Wars. Oakland, CA, University of California Press, 2001.

Alice Thomine-Berrada, Baltard, architecte de Paris. Paris, Découvertes Gallimard, 2012.

----------

*** LES BOUQUINISTES:

Charles Dodeman, Le journal d'un bouquiniste. Tancrède, 1922.

Louis Lanoizelée, Les Bouquinistes des Quais de Paris. Chez L`Auteur, 7. Rue Séguier, Paris, 1956.

Louis Lanoizelée, Souvenirs d'un bouquiniste, Paris, L'Âge d’Homme, 1978.

Antoine Laporte, Les Bouquinistes et les quais de Paris tels qu'ils sont, Paris, 1893

Octave Uzanne, Bouquinistes et bouquineurs. Physiologie des quais de Paris du Pont royal au pont Sully. 1893. (Ré-édition, Hachette - BNF).

----------

*** PARIJS ONDERGRONDS:

Clément Alain et Thomas Gilles, Atlas De Paris Souterrain. La Doublure Sombre De La Ville Lumière. Paris, Parigramme, 2001.

Marie-France? Arnold, ?Petite et grande histoire des catacombes de Paris.? Charenton-le-Pont, ?Presses De Valmy, 2014.

Maurice Barrois (photographies de Bernard Jourdes), Le Paris sous Paris. Genève, Western Publishing Hachette International, 1964.

L. Baumont-Maillet, L'eau à Paris. Paris, 1992.

Stéphane Bern, Paris et son Métro. Montrouge, Mondadori France, 2016

Armand Bindi et Daniel Lefeuvre, Le métro de Paris. Histoire d'hier à demain. Rennes, Ouest-France, 1990.

Alain Clément et Gilles Thomas (Sous la direction de), ?Atlas du Paris souterrain.? Paris, Parigramme, 2001.

E. Déligny, Le chemin de fer métropolitain de Paris. Paris, Imprimerie Chaix, 1884.

Emile Gérardus, ?Paris souterrain. Formation et composition du sol de Paris, les eaux souterraines, carrières et catacombes, les égouts, voies ferrées souterraines, métropolitain communal, chemin de fer électrique nord-sud, souterrains divers, faune et flore souterraines de Paris. ?Paris, Garnier frères, 1909.

Roger Henri Guerrand, Mémoires du métro. La Table Ronde, collection "L'ordre du jour", Paris, 1961.

Simon Lacordaire, ?Histoire secrète du Paris souterrain - Dans le labyrinthe des carrières, des galeries, des égouts et des voies ferrées avec un avant-propos de Victor Hugo et un carnet d'adresses utiles pour la visite du Paris souterrain (Catacombes et cataphiles). Paris, ?Hachette, 1982.

Clive Lamming, Le métro parisien. 1900 - 1945. Evreux, Editions Atlas, 2011.

Clive Lamming, La grande histoire du métro parisien: de 1900 à nos jours. Glénat Livres, 2015.

?Le Chemin de fer métropolitain de Paris. Histoire du chemin de fer métropolitain souterrain de Paris depuis son projet en 1855 et l'inauguration de sa première ligne en 1900, jusqu'à son développement dans les années 30?. Paris, Ateliers A.B.C., 1931.

Monique le Tac (Préface de Anne-Marie Idrac - Présidente-directrice générale de la RATP), Fulgence Bienvenue. Le père du métro de Paris. Biographie. Paris, Editions LBM, 2006.

----------

*** DE ZELFKANT VAN PARIJS:

André Barre, Au pays des clochards. Paris, Editions de La Renaissance du Livre, Paris, 1932.

Henry Beaulieu, Les Théâtres du boulevard du Crime (1752-1862). Paris, Daragon, 1905.

A. Coffignon, Paris Vivant. La Corruption à Paris. Le demi-monde - Les Souteneurs - La Police des Moeurs - Brasseries de Femmes - Filles Galantes - Saint-Lazare - Le Chantage, etc. etc.. Paris, A la Librairie Illustrée, Paris, 1888.

Claudette Combes, Paris dans les Misérables. Nantes, Cid Editions, 1979.

Eugène Corsy, Chroniques du Paris apache: (1902-1905). Mémoires De Casque D'or - La Médaille De Mort. Mercure de France, 2008.

Patrick Declerck, Les naufrages. Avec les clochards de Paris. Paris, Plon, 2001.

Claude Dubois, Apaches, voyous et gonzes poilus. Le milieu parisien du début du siècle aux années soixante. Paris, Parigramme, 1996.

Michel Georges-Michel, La Bohême canaille. Renaissance du livre, 1922.

Michel Georges-Michel, La Bohème de minuit. Paris, Fayard, 1933.

Gustave Guitton, Les apaches de Paris: moeurs inédites (Éd. 1908). Paris, Hachette Livre / BnF, 2017.

Nathalie Mazier, Paris criminel: De 1900 à nos jours. Editions De Borée, 2019.

Jules Morand, De Parijse onderwereld. Moulin Rouge Pockets. Rotterdam, Uitgeversmij. 'De Boekenmolen', 1949.

Murielle Neveux, Paris - Criminel - Un alibi pour visiter Paris Autrement. Tana éditions, 2003.

----------

*** OVERIGE VARIA BETREFFENDE PARIJS:

Woody Allen (Directed by), Midnight in Paris. Produced by Pontchartrain, 2011.

Claude Balma (Réalisateur), Belphégor ou Le Fantôme du Louvre. (Avec Juliette Greco et al.). Pathé, 1965.

Charles Baudelaire, Petits Poëmes en prose (Le Spleen de Paris) (1869). Paris, Gallimar, 1973.

Geneviève Bresc-Bautier, Mémoires du Louvre. Paris, Découvertes Gallimard, 2011.

Richard Brooks (Produced by), The Last Time I Saw Paris. (With Elizabeth Taylor, Van Johnson et al.). Metro-Goldwyn-Mayer, 1954.

François Caradec et Jean-François Masson (eds.), Guide de Paris mystérieux. Les Guides Noirs, Tchou, Editeur, 1966.

Jean-François Chanet (Introduction par), Les grands hommes du Panthéon. 'Aux grands hommes la patrie reconnaissante'. Paris, Editions du patrimoine, 1996.

Louis Cheronnet (Photos de Marc Foucault), Paris Imprévu. Editions 'Tel', 1946.

Louis Chevalier, Les Parisiens. Paris, Hachette, 1967.

Le Corbusier, Destin de Paris. Clermont-Ferrand, F. Sorlot, coll. « Préludes », 1941.

Le Corbusier, Les Plans de Paris: 1956. 1956.

Jean-Paul Crespelle, La Vie quotidienne des impressionnistes: du Salon des Refusés (1863) à la mort de Manet (1883). Paris, Hachette, 1989.

Jean-Louis Deaucourt, Premières loges. Paris et ses concierges au XIXe siècle. Paris, Editions Aubier, 1992.

Pierre Delanoë, La vie en rose. The singers and the songs of 20th century Paris. Thames & Hudson, 1997.

Robert Doisneau, Les Parisiens tels qu'ils sont. Paris, Robert Delpire, 1954.

Anne-Marie Dubois, Passages couverts parisiens. Paris, Parigramme, 2010.

Nancy Duvall Hargrove, T.S. Elliot's Parisian Year. Gainsville, Fl., University Press of Florida, 2009.

C. Fabris, Étudier et vivre à Paris au moyen âge. Le collège de Laon (XVIe-XVe siècles). Paris, École des Chartes, 2005.

Pascale Fautrier, Le Paris de Sartre et Beauvoir. Editions Alexandrines, 2015.

Albert Fournier, Métiers curieux de Paris. 1953.

Margaretha François (Réalisation de l'exposition, organisé avec le concours de la Bibliothèque Nationale, et de ce catalogue), Erasme et Paris. Paris, Institut Néerlandais, 1969.

E. Furlough, ‘Making mass vacations: tourism and consumer culture in France’. In: Comparative studies in society and history, 40, p. 247-286, 1998.

Michel Gallet, Les architectes parisiens du XVIIIe siècle. Paris, Mengès, 1995.

J.-F. Geist, Le Passage, un type architectural du XIXe siècle. Paris, P. Mardaga, 1989.

Barend Gerritsen, Parijs 1958. Met mijn net gekochte Rolleiflex zijn deze foto's in de zomer van 1958 in Parijs gemaakt. Uitgave in eigen beheer, 2017.

Maria Gravari-Barbas et Edith Fagnoni (co-réd.), Métropolisation et tourisme. Comment le tourisme redessine Paris. Paris, Belin, 2013.

Maria Gravari-Barbas & S. Jacquot, No conflict? Discourses and management of tourism-related tensions in Paris. In C. Colomb & J. Novy (Eds.), Protest and resistance in the tourist city (pp. 45-65). London, Routledge, 2016.

H. Hazel Hahn, Street picturesque. Advertising in Paris 1830-1914. Berkeley, University of California Press, 1997.

Eric Hazan, Views of Paris 1750-1850. Paris, Bibliothèque nationale de France / Bibliothèque de l'Image, 2013.

Ernest Hemingway, A Moveable Feast. Jonathan Cape, 1964.

M. Hennig-Schefold und H. Schmidt-Thomson, Transparent und Masse, Passagen und Hallen aus Eisen und Glas 1800-1880. Köln, 1972.

Joris-Karl Huysmans, Croquis de Paris et d'ailleurs (1880). Paris, Les Editions de Paris, 1996.

Joris-Karl Huysmans, Croquis parisiens. Paris, L. Vanier, 1886.

Sarah Kennel, Charles Marville: Photographer of Paris. Washington, DC, National Gallery uf Art, 2013.

Marjan Krafft-Groot, Paris au regard de Métamorphose de Louis Couperus. In: Deshima, (Strasbourg), n° 4/2010, pp. 11- 38.

Auguste Lepage, Les Cafés artistiques et littéraires de Paris. Paris, Martin Boursin, 1882.

Antoine Lilti, Le monde des salons. Sociabilité et mondainité à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Fayard, 2005.

François Loyer, Paris nineteenth century. Architecture and urbanism. New York, Abbeville Press, 1988.

François Loyer, Paris XIXe siècle: l'immeuble et la rue. Paris, Hazan, 1997.

Bernard Marchand, Les ennemis de Paris: La haine de la grande ville des Lumières à nos jours. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2009.

Antoine Marès et Pierre Milza (dir.), Le Paris des étrangers depuis 1945. Paris, Publications de la Sorbonne, 1994.

Anne Martin-Fugier, La Vie élégante ou la formation du Tout-Paris. 1815-1848. Paris, Fayard, 1990.

Julie de Marguerittes, The Ins and Outs of Paris, or Paris by day and night. Philadelphia, W. Smith, 1855.

Stefan Max, Les métamorphoses de la grande ville dans Les Rougon-Macquart. Paris, Librairie A.G. Nizet, 1966.

Jeremy Mercer, Books, Baguettes and Bedbugs. The Left Bank World of Shakespeare and Co. W&N; New Edition, 2006.

A. Millaud, Physiologies Parisiennes. Paris, La Librairie illustree, 1887.

Vincente Minnelli (Directed by), Arthur Reed (Produced by), An American in Paris (with Gene Kelly, Leslie Caron et al.). Metro-Goldwyn-Mayer, 1951.

Paris guide, par les principaux écrivains et artistes de la France. Paris, Librairie internationale, 1867.

Charles Rearick, Paris Dreams, Paris Memories. The City and Its Mystique. Standford, Stanford University Press, 2011.

Penopela Rowlands, Paris Was Ours. Thirty-Two Writers Reflect on the City of Light. Algonquin Books, 2011.

Luc Sante, On 'Paris Vagabond. In: The New York Review of Books, April 7, 2016 issue.

Luc Sante, Het andere Parijs. Reis naar een verdwenen stad. Kalmthout, Polis, 2016.

Christopher Sawyer-Lauçanno, The Continual Pilgrimage: American Writers in Paris, 1944-1960. San Francisco, City Lights, 1992.

Daniel Salvatore Schiffer, Le Dandysme, dernier éclat d'héroïsme, Paris, P. U. F., collection « Intervention philosophique », 2010.

Nicole Savy, Le Paris de Hugo. Editions Alexandrines, 2016.

Jerrold Seigel, Bohemian Paris: Culture, Politics, and the Boundaries of Bourgeois Life, 1830-1930. Penguin, 1986.

Shakespeare and Company, Paris: A History of the Rag & Bone Shop of the Heart. Shakespeare and Company Paris, 2016.

Myriam Tsikounas (dir.), Imaginaires urbaines. Du Paris romantique à nos jours. Paris, Le Manuscrit, 2011.

Tyler Stovall, Paris Noir: African Americans in the City of Light. 2012.

Eugène Sue, Les Mystères de Paris. Edité par Société belge de librairie, Hauman et Cie, 1843.

Eugène Sue, Apologie des Mystères de Paris. Paris, Adolphe Porte, 1864.

La Villette: aménagement des anciens abattoirs et des abords du bassin. Paris Projet, numéro 15.16, 1976.

Andrea Weiss, Paris Was a Woman. Portraits from the Left Bank. San Francisco, Harpers San Francisco Counterpoint, 1995.

----------

*** HET PARIJS VAN 'OH LA LA !':

Louis Aragon, Paris la nuit. Lrs plaisirs de la capitale, ses bas-fonds, ses jardins secrets. Berlin, 1923.

Gilles Barbedette, Michel Carasso, Paris Gay 1925. Paris, Non Lieu, 2008.

Louis Barron, Paris pittoresque. 1800- 1900. La vie. Les moeurs. Les plaisirs. Paris, Société française d'éditions d'art, 1899.

Jules Beaujoint, Histoire Du Palais-Royal Et de Ses Galeries; Politiques Et Moeurs Des Princes. Maisons de Jeu Et de Plaisirs; Caveaux Et Repaires; Le Tout-Paris Des Vices. (1830) Ré-édition, Hardpress Publishing, 2013.

Jules Bertaut, Les belles nuits de Paris. Paris, Editions Tallandier, 1956.

F. Berkeley Smith, How Paris amuses itself. New York, Funk & Wagnalls, 1903.

Olivier Blanc, Les Libertines. Plaisir et liberté à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Perrin, 1997.

Olivier Blanc, L'Amour à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Perrin, 2002.

Jean-Claude Bologne, L'Invention de la drague. Histoire de la conquête amoureuse. Paris, Seuil, 2007.

Léon et Maurice Bonnef, Marchands de folie: Cabarets de Halles et des Faubourgs, Cabaret-Tacheron, Cabaret-Cantinier, Cabaret-Placeur, Cabaret de Luxe, au Pays de l'Absinthe, etc.. Marcel Rivière et Cie., 1913.

Guy Breton, Les nuits secrètes de Paris. Paris, Presses Pocket, 1963.

Réstif de la Bretonne, Les Nuits de Paris. (Edition de Jean Verloot et Michel Delon). Paris, Gallimard Folio, 1986. (Originale: Les Nuits de Paris ou le Spectateur nocturne, 1788-1794, 8 vol. 919 pages.)

A. Bouvery, Les plaisirs à la fin du règne de Louis XVI. Paris, 194I

Paul Colin, Josephine Baker and la Revue Negre: Paul Colin's Lithographs of Le Tumulte Noir in Paris, 1927. Harry N. Abrams, Inc., 1998.

P. Cuisin, Les Soirées du Palais Royal; recueil d'aventures galantes et délicates, publié par un Invalide du Palais Royal. Paris, Plancher, 1815.

Olivier Dautresme, Du Palais-Cardinal à l'"enceinte magique": la représentation du Palais-Royal dans les guides de Paris aux XVIIe et XVIIIe siècles.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 391-402.

Simone Delattre, Les douze heures noires. La nuit à Paris au XIXe siècle. Paris, Albin Michel, 2001.

Michel Delon, Le Savoir-vivre libertin. Paris, Fayard, 2002.

Andre Delorgey, Striptease. Des Années 50-60. 1500 Photos. Paris, Pink Star Editions, 1986.

Alfred Delvau, Les Heures parisiennes. Paris, Librairie centrale, 1866.

Alfred Delvau, Les plaisirs de Paris: guide pratique et illustré. A. Fauré, 1e édition, 1867.

Alfred Delvau, Les plaisirs de Paris. Guide pratique des Etrangers. Paris, A. Fauré, 1867.

Alexandre Dupouy, Guide Pratique Fidèle et Illustré des Filles de Joie du Palais-Royal. Ré-édition, Paris, Edition Astarté, 1999.

Marcel Fouquier, Paris au XVIIIe siècle. Ses folies. Paris, Emile-Pal, 1912.

Henry Frichet, Amours et plaisirs de Paris au XIXe siècle. Paris, Librairie Astra, 1932.

Daniel Garcia, Les Années Palace.. Paris, Flammarion, 1999.

Lola Gonzales-Quijano, Capitale de l'amour. Filles et lieux de plaisir à Paris au XIXe siècle. Paris, Vendémiaire, 2015.

Guide des Plaisirs à Paris. Paris le jour - Paris la nuit - La 'Tournée des Grands-Ducs' - Comment on s'amuse - Où l'on s'amuse - Ce qu'il faut - Ce qu'il faut faire. Un plan des Plaisirs de Paris. Nouvelle édition considérablement augmentée. Administration: 7 rue de Lille, Paris, 1900.

Guide secret de l'étranger célibataire. Paris et province. Distractions diurnes et nocturnes. Secret Guide of the foreigner bachelor in Paris. 3e éd., Paris, Gabillaud, 1889.

F.-R. Hervé-Piraux, Les Logis d’Amour au XVIIIe Siècle. Rue de Chaussée-d’Antin, etc.. Paris, H. Daragon, Libraire-Editeur, MDCCCCCX.

F.-R. Hervé-Piraux, Les Folies d'Amour au XVIIIe siècle. Rue Cadet etc..Paris, H. Daragon, Libraire-Editeur, MDCCCCXI.

F.-R. Hervé-Piraux, Les Logis d’Amour au XVIIIe Siècle. Clichy, etc.. Paris, H. Daragon, Libraire-Editeur, MDCCCCXI.

F.-R. Hervé-Piraux, Les Logis d’Amour au XVIIIe Siècle. Porte et rempart St. Honoré, etc.. Paris, H. Daragon, Libraire-Editeur, MDCCCCXII.

Arsène Houssaye, Les mille et une nuits parisiennes. 4 volumes. Paris, E. Dentu, 1875.

Dominique Kalifa, Paris. Une histoire érotique, d'Offenbach aux Sixties. Paris, Editions Payot & Rivages, 2018.

Dominique Kalifa, Jean-claude Farcy, Atlas du crime à Paris. Paris, Parigramme, 2015.

Paul Lacroix, Paris ridicule et burlesque au dix-septième siècle. Paris, Adolphe Delahays, 1859.

H.-P. de Lannoy, Les plaisirs et la vie de Paris. Guide du flaneur. Paris, Librairie L. Borel, 1900.

M***, Le Petit Diable boiteux, ou le Guide anecdotique des étrangers à Paris. Paris, C. Painparré, 1823.

Nadège Manuta, Follement cancan. Editions du Rocher, 2002.

Nadège Manuta, L'Incroyable histoire du cancan. Paris, Parigramme, 2014.

Jean Maudit, Maxim's. Soixante ans de plaisir et d'histoire. Paris, Editions de Rocher, 1958.

Adrien Marx, Histoires d'une minute. Physionomies parisiennes illustrées par Gustave Doré, avec une préface de Charles Monselet.? ?Paris, Dentu, 1864.

Adrien Marx, Indiscrétions parisiennes. Paris, Achille Faure, Libraire éditeur, 1866.

Fien Meynendonckx, Moulin Rouge, le plus célèbre cabaret du monde. Cyel, 2012.

Lou Mollgaard, Kiki, Reine de Montparnasse. Paris, Robert Laffont, 'Elle était une fois»', 1988.

Jules Morand, De Parijse onderwereld. Rotterdam, Moulin Rouge Pockets, Uitgeversmij. 'De Boekenmolen', 1949.

Paul Morand, Paris de nuit (avec 60 photographies de Brassaï). Paris, Arts et Métiers Graphiques, 1933.

Paul Morand, Les Extravagants. Scènes de la vie bohème cosmopolite. Paris, Gallimard, 1936.

Les Soirées du Palais-Royal. Recueil d’aventures galantes et délicates, publié par un invalide du Palais-Royal..., Paris, Plancher, 1815.

Paris at night, sketches and mysteries of Paris high-life and demi-monde. Nocturnal amusements: how to know them! How to enjoy them!! How to appreciate them!!!. Boston & Paris, Publshing Company, 1869.

Emmanuel Pierrat, Les Lorettes - Paris capitale mondiale des plaisirs au XIXe siècle. Le Passage, 2013.

Louis-Francois Raban, Les Nuits Du Palais-Royal. 1869. Ré-édition, Paris, Hachette Livre Bnf, 2018.

Yves Salgues, Paris by night. Utrecht/Antwerpen, A. W. Bruna & Zoon, 1968.

Pierre Zaccone, Les Nuits de Boulevard. Paris, Dentu, 1876.

Sylvester Wray, The Nocturnal Pleasures of Paris. A Guide to the Gay City. Paris, Byron Library, 1889.

----------

DE PARIJSE WERELDTENTOONSTELLINGEN:


Sylvain Ageorges, Sur les traces des Expositions Universelles. 1855 - Paris – 1937. Paris, Parigramme, 2006.

Linda Aimone et Carlo Cumo, Les Expositions Universelles, 1851 -1900. Paris, Belin, 1990.

Robert Aldrich, Le Guide de l'Exposition coloniale et l'idéologie coloniale dans l'entre-deux-guerres.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 607-618.

Jean-Baptiste Ambroise, Marcellin Jobard, Les Nouvelles Inventions Aux Expositions Universelles. Tome 1 et Tome 2 (Éd.1857-1858). Paris, Hachette Livre-BNF, 2012.

L'Art et l'Industrie de tous les peuples à l'Exposition Universelle de 1878. Description illustrée des merveilles du Champs-de Mars et du Trocadero par les écrivains speciaux les plus autorisés. Paris, Librairie Illustrée, 1878.

Myriam Bacha et al., Les Expositions universelles à Paris de 1855 à 1937. Paris, Action Artistique de la ville de Paris, 2005.

Charles Baudelaire, Exposition universelle, 1855. Curiosités esthétiques, Michel Lévy frères., 1868. In: Œuvres complètes de Charles Baudelaire, vol. II (p. 211-244).

Charles Baudelaire, De wereldtentoonstelling van 1855 & Over de essentie van de lach en over het komische in de beeldende kunst. Amsterdam, Uitgeverij Voetnoot, 1992.

A. Bitard (Rédigé par / avec la collaboration d'écrivains spéciaux), L'Exposition de Paris (1878). Edition enrichie de vues, de scènes, de réproductions d'objets d'aines, de dessins et gravures par les meilleurs artistes. Paris, Librairie Illustrée - Librairie Dreyfous, 1878.

Marieke Bloembergen, De koloniale vertoning. Nederland en Indië op de wereldtentoonstellingen (1880-1931). Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2002.

Marieke Bloembergen (Samenstelling en inleiding), Koloniale Inspiratie: Frankrijk, Nederland en Indië en de Wereldtentoonstellingen. Leiden, Koninklijk Instituut van Taal-Land- en Volkenkunde, 2004.

Jo Boer, Wereldtentoonstelling. Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1939.

Gérard Borvon, « Histoire de l’électricité. L’Exposition Internationale d’électricité de 1881, à Paris »
Via: http://seaus.free.fr/spip.php?article500 (12 septembre 2009).

Cham, Promenades à l'Exposition. Paris, Librairie Nouvelle, 1855.

Commissariat Général, Exposition Internationale d'Électricité, Paris 1881: Catalogue Général Officiel. Classic Reprint by Forgotten Books, 2018.

Isabelle Chalet-Bailhache (dir), Paris et ses Expositions universelles. Architectures (1855-1937). Paris, Editions du Patrimoine, 2008.

Eugène Debons, Promenade d'un potache à travers l'Exposition (Éd. 1890). Paris, Hachette Livre - BNF, 2014.

Hugo Delarbre, Construire l'Exposition de 1937, perception et réception de l'évènement au miroir de l'architecture. Grenoble, Université Pierre Mendès France, 2012.

Christiane Demeulenaere-Douyère, Liliane Hilaire-Pérez et. al., Les expositions universelles: Les identités au défi de la modernité. Rennes, Presses Universitaires Rennes, 2014.

M. F. Ducuign, L'exposition universelle de 1867 illustrée. 2 volumes. Paris, Dentu et Petit, 1867.

Benoît de L'Estoile, Le Goût des autres. De l'Exposition coloniale aux arts premiers. Paris, Flammarion, 2007.

Exposition universelle de 1900 - Le Vieux Paris. Guide historique, pittoresque & anecdotique. Paris, Presses de l'imprimerie artistique Ménard & Chaufour, 1900.

L'Exposition Coloniale. Paris, L'Illustration, N° 4603, 23 mai 1931.

L'Exposition Coloniale. Paris, L'Illustration, Album Hors Série, mai 1931.

L'Exposition de Paris (1878). Rédigée par A. Bitard avec la collaboration d'écrivains spéciaux. Edition enrichie de vues, de scènes de reproductions d'objets d'art, de machines, de dessins et gravures par les meilleurs artistes. Paris, Librairie Illustrée - Librairie M Dreyfous, 1878.

L'Exposition En Poche. Guide Pratique. Paris, Office des Guides Conty, Troisième Edition, 1878.

L'Exposition 1889 Chez Soi. Tome 1 et Tome 2. Paris, Le Boulanger, Editeurs, 1889.

L'Exposition et Paris 1900. Guide Illustré du Bon Marché. Edité spécialement pour les Magasins du Bon Marché. Coulommiers, Paul Brodard, imprimeur, 1900.

L'Exposition de Paris (1900) publié avec la collaboration d'écrivains spéciaux et les meilleurs artistes. Paris, Librairie Illustrée Montgredien et Cie, Editeurs, 8, rue Saint-Joseph,1900.

Exposition Coloniale Internationale. Paris. Guide Officiel 1931. Paris, Editions Mayeux, 1931.

Exposition Coloniale. L'Illustration, 25 mai 1931.

Exposition Coloniale; Album Hors Série. L'Illustration, mai 1931.

L. de Fourcaud et F.-G. Dumas, Revue de l'Exposition Universelle de 1889. 2 volumes. Paris, Motteroz, Ludovic, Baschet, 1889.

Grand Album de L'Exposition Universelle - 1867. Paris, Michel Levy frères, 1868.

Grand Album de L'Exposition Universelle - 1878 - 159 dessins par les premiers artistes de la France et de l'etranger. Paris, Michel Lévy Frères, Libraires - Editeurs, 1878.

Peter Greenhalgh, Ephemeral Vistas. The Expositions Universelles, Great Exhibitions and World's Fairs, 1851-1939. Manchester, 1988.

Guide illustré de l'Exposition Universelle de 1889 comprenant 50 gravures et 20 plans. Champ de Mars. Trocadero, Esplanade des Invalides. Berges de la Seine. Oeuvres et produits exposés. Première édition. Paris, L. Danel et E. Dentu, 1889.

Henry Harvard & Louis Simonin, L'Art et l'Industrie de tous les Peuples à l'Exposition Universelle de 1878. Description Illustrée des Merveilles du Champs-de-Mars et au Trocadéro par les écrivains les plus autorisés. Paris, Éd. Librairie Illustrée, 1878.

W.J. Hemmings, Emile Zola devant l'Exposition Universelle de 1878. In: Cahiers de l'AIEF Année 1972, 24, pp. 131-153.

Catherine Hodeir et Michel Pierre, L'Exposition coloniale: 1931. Bruxelles, Complexe, 1991.

Huit Jours à Paris pendant l'Exposition de 1900. Guide Complêt du Visiteur. Paris, Arnaud & Cie Editeurs, 19, Rue de Paradis, 1900.

Raymond Isay, Panorama des Expositions Universelles. Paris, Gallimard, 1937.

H. L. Israels, Nederlandse gids op de Parijsche tentoonstelling in 1900. Amsterdam, 1900.

J. (Uit naam van de drie), Drie Friezen naar de tentoonstelling te Parijs. Franeker, Snelpersdruk T. Telenga, 1889.

Hans Kraemer (in Verbindung mit Dr. Wilhelm Hahn, Dora Duncker et al.), Das XIX. Jahrhundert in Wort und Kulturgeschichte.
Vierter (Supplement-) Band 1900. Die Pariser Weltausstellung des Jahres 1900, Seiten 1-374. Berlin - Leipzig - Stuttgart - Wien, Deutsches Verlagshaus Bong & Co., 1900.
* Inhalt des vierten Bandes. 1900.
- Die Pariser Weltausstellung des Jahres 1900 (H. Kraemer);
- Die Architektur des Weltausstellung (M. Raboth);
- Die Ingenieurkunst im Dienste der Weltausstellung (H. Lux);
- Die Kolonialabteilung der Weltausstellung (L. Frobenius):
- Chemie und ßahnfit auf der Weltausstellung (U. Neuburger);
- Das Kunstgewerbe auf der Weltausstellung (F. ßoppenberg);
- Die bildende Künste auf der Weltausstellung (S. Salland);
- Die öffentliche Wohlfahrtspflege auf der Weltausstellung (F. Specht);
- Die Sehenswürdigteiten der Weltausstellung (H. Kraemer);
- Der Krieg in Süd-Afrika (H. Kraemer).

F. Lemaistre, Paris en miniature. Guide Pittoresque du Voyageur suivi d'un Guide a l"Exposition Universelle. Paris, Garnier Frères, Libraires - Editeurs, 1855.

Thérèse Lequy, La Participation française aux expositions universelles et internationales d'électricité de 1875 à 1889, Paris, E.H.E.S.S., 1987.

J. Levallois, Promenades Dans l'Exposition Universelle de 1855. Paris, Hachette Livre - Bnf, 2018.

Paul Lion, Promenades à travers l'Exposition. Les attractions. 1937.

Jean-Christophe Mabire (Dir.), L'Exposition Universelle de 1900. Pais, L’Harmattan, 2000.

Richard Mandell, Paris 1900: The Great World's Fair. Toronto, University of Toronto Press, 1967.

Eugène Marsan, Souvenir de l'Exposition Universelle de 1900. Paris, À l'Enseigne de la Porte Étroite, 1926.

A.-P. Martial, Exposition Universelle de Paris en 1878. Paris, Vve A. Cadart, Paris, 1878.

Alexis Martin, Une visite à Paris en 1900. La ville de l'Exposition vues en 15 jours. Paris, A. Hennuyer, 1900.

Caroline Mathieu, Les expositions universelles à Paris: architectures réelles ou utopiques. Paris, 5 Continents - Musée d'Orsay, 2007.

Paul Morand, 1900, Paris. Paris, Les Editions de France, 1931.

Henri Moulin, Impressions de voyage d'un étranger à Paris: visite à l'Exposition universelle de 1855 (Éd. 1856). Paris, Hachette Livre/BNF, 2016.

Napoleon III et la Reine Victoria: Une Visite a L'Exposition Universelle de 1855. Paris, Editions de la Reunion des musees nationaux, 2008.

Horace L. Nicholson, Harmonies in tricolor or pictures of Paris during the universal Exhibition of 1878; with a guide to the exhibition in the form of a journey round the world in eight days. London, Charing Cross Publishing Co. Ltd.- Paris, E. Terquem, 1878.

Pascal Ory, Les Expositions universelles de Paris. Paris, Ramsay, 1982.

T. Paquot, Paris, 1900. Le Palais de l'Electricité. In: Les Cahiers de médiologie., n° 10, pp.200-207, 2000/2.

Paris et ses expositions universelles, architectures, 1855 – 1937. Paris, Editions du Patrimoine - Centre des Monuments Nationaux, 2008.

Henri de Parville, Itinéraire dans Paris: Exposition universelle de 1867 précédé de Promenades (Éd.1867) Ré-édition, Hachette Livre / BNF, 201?.

Henri de Parville, L'Electricité et ses applications. Exposition de Paris. Paris, Masson, 1882.

Henri de Parville, Le service électrique à l'Exposition universelle de 1889. Dans Annales historiques de l’électricité 2006/1 (N° 4), pages 75 à 82
Via: www.cairn.info/revue-annales-historiques-de-l-elecricite-2006-1-page-75.htm

Thierry Paquot, Paris 1900, le Palais de l'Electricité: In: Cahiers de Médiologie, n° 10, 2000, pp. 200-207.

Shanny Peer, France on Display: Peasants, Provincials, and Folklore in the 1937 Paris World's Fair. New York, State University of New York Press, 1998.

F. Pinot de Villechenon, Fêtes géantes. Les expositions universelles, pour quoi faire? Paris, Autrement, 2000.

Alfred Picard, Exposition universelle internationale de 1889 à Paris: rapport général. Paris, Imprimerie nationale, 1891.

Werner Plum, Weltausstellungen im 19. Jahrhundert. Schauspiele des sozio-kulturellen Wandels. Hefte aus dem Forschungsinstitut der Friedrich-Ebert-Stiftung. Bad Godesberg, Bonn, 1975.

A. Quantin, ?L’Exposition du Siècle, 14 Avril - 12 Novembre 1900 Paris?. ?Le Monde Moderne, 1900.

Louis Rousselet. L'Exposition universelle de 1889, ouvrage publié avec la collaboration de O. Bacelle. R. Cazin, M. Daubin, E. Duhousset, F. Dillaye, H. Jacottet, N. Roussanof et L. Sevin. Paris, Hachette, 1890.

Louis Rousselet, L'Exposition universelle de 1900. Paris, Librairie Hachette & Cie., 1901.

R. Rydell, World of Fairs: The Century-of-Progress Expositions. Chicago, University of Chicgo Press, 1993.

Frédéric Seits, Le Trocadéro: Les métamorphoses d'une colline de Paris. Paris, Belin, 2005.

C. de Tours, Guide-album du touriste. Vingt jours à Paris pendant l'Exposition Universelle. Paris, Quantin, 1889.

Henri Edouard Tresca, Visite à l'Exposition Universelle de Paris, En 1855. Contenant,
1. l'Énumération Des Objets Sur Lesquels Doit Se Porter Principalement,
2. l'Attention des Objets sur Lesquels Doit Se Porter Principalement l'Attention des Visiteurs, 2. L'Indication des Places Oû Se Trouvent Ces Objets,
3. Tous Les Renseignements Nécessaires Relatifs à Leur Mécanisme, à Leur Emploi. Paris, Librairie de L. Hachette et Cie, 1855. (Classic Reprint Series, 2018.)

Julien Turgan, « Exposition internationale d'Électricité », dans Julien Turgan, Les grandes usines: études industrielles en France et à l'étranger, vol. XIV. Paris, Calmann-Lévy, 1882.
Via: http://cnum.cnam.fr/CGI/fpage.cgi?4KY15.14/171/100/324/33/254

Pascal Varejka, Paris 1900. La fabuleuse histoire de l'Exposition Universelle. Editions Prisma Media, 2015.

G. de Wailly, A travers l'Exposition Universelle. La Dernière Promenade. Paris, Fayard Frères, début XXe siècle.

André Warnod, Exposition 37 - La vie flamboyante des expositions universelles. Les éditions de France, 1937.

Claire Zalc et al., 1931. Les Etrangers au temps de l'Exposition coloniale. Paris, Gallimard, 2008.

W. van Zeggelen, Koen Verklat en zijn Gezelschap. Een uitstapje naar de Wereldtentoonstelling te Parijs, in den zomer van het jaar 1855. Rotterdam, H. Nijgh, 1856.

H. H. Zeijlstra Fzn., Nederland te Parijs 1931. Gedenkboek van de Nederlansche deelneming aan de Internationale Koloniale Tentoonstelling. Uitgave van de Vereeniging 'Oost en West', ten bate van het Steuncomité-Parijs. 1931.

*** GUSTAVE EIFFEL EN DE EIFFELTOREN:

Roland Barthes, La TourEiffel. Paris, Delpire, 1964.

J.-P. Caracalla, J. des Cars, La Tour Eiffel, ub siècle d'audace et de génie. Paris, Denoël, 1989.

Gustave Eiffel (Présentation par Bertrand Lemoine), La Tour de Trois Cents Mètres (1900). Taschen GmbH, Multilingual édition, 2006.

Jill Jonnes, Eiffel's Tower. The Thrilling Story Behind Paris's Beloved Monument and the Extraordinary World's Fair That Introduced It. New York NY, Penguin Group, 2009.
Jill Jonnes, La Tour. La passionnante histoire du monument parisien si cher aux coeurs et de l'extraordinaire Exposition universelle qui l'a fait découvrir. Paris, Le cherche midi, 2015.

Christine Kerdellant, La Vraie Vie de Gustave Eiffel. Paris, Robert Laffont, 2021.

Bertrand Lemoine, La Tour de Monsieur Eiffel. Paris, Découverte Gallimard, 1989.

Bertrand Lemoine, La Fantastique Histoire de la Tour Eiffel. Ouest France, 2015.

B. Marrey, Gustave Eiffel, une entreprise exemplaire. Institut, 1989.

Caroline Matieu, 1889: La Tour Eiffel et l'Exposition Universelle. Catalogue. Paris, Musée d'Orsay, 1989

Philippe Ménager, Eiffel, le génie du fer. Christine Bonneton, 2019.

Frédéric Seitz, Gustave Eiffel. Le triomphe de l'ingénieur. Paris, Armand Colin, 2014.

G. Tissandier, La Tour de trois cents mètres. Paris, G. Masson, 1889.

François Vey, La Tour Eiffel, vérités et légendes. Paris, Editions Perrin, 2018.

-------

VAN STRANDEN EN FRANSE KUSTEN IN HET ALGEMEEN EN OOK VAN VREES, AANTREKKINGSKRACHT, ONTWIKKELING EN BEHOUD:


Marc Ambroise-Rendu, « Le réaménagement de la plage de Pampelonne. Saint-Tropez menacée par les promoteurs », Le Monde, 10 août 1989.

Fuensanta Andreu-Vaillo, La nature et le balnéaire: Le littoral de l'Aude. Paris, Editions L'Harmattan, 2008.

Henri-Paul Arnaud et al., Villas vives. Quatre regards croisés sur une architecture balnéaire. La Puce à l'oeil, 1996.

Atout France, Panorama du tourisme littoral: Les clientèles, perceptions, attentes et pratiques. Paris, Atout France, 2014.

Ch.-F. Aubert, Valentine Vattier d'Ambroyse, Le littoral de la France. 6 tomes. Paris, Victor Palmé, 1883-1892.
- (1) Côtes Normandes. De Dunkerque au Mont Saint-Michel (1883);
- (2) Côtes Bretonnes: Du Mont Saint-Michel à Lorient (1885);
- (3) Côtes Vendéennes: De Lorient à La Rochelle (1886);
- (4) Côtes Gasconnes: De La Rochelle à Hendaye (1887);
- (5) Côtes Languedociennes: Du Cap Cerbère à Marseille (1892);
- (6) Côtes Provençales: De Marseille à la frontière d'Italie (1892).

Christian Bachelier e.a., L'épopée du tourisme balnéaire. Canet - Le Barcarès - Saint-Cyprien - Collioure - Argelès. In: Terres Catalanes. Pyrenées Roussillon Méditerranée, n° 52 - juin 2008.

G. Bardet et J.L. Macquarie, Plages et stations hivernales. 1888.

Bertall et Scott (Dessins par), Les Plages de France. Manche - Océan - Méditerranée. Paris, C. Marpon et E. Flammarion Editeurs, 26, Rue Racine, près l'Odéon, 1880.

Pierre Boisson, La démoustication du littoral méditerranéen. Montpellier, Entente interdépartementale pour la démoustication du littoral méditerranéen, 1967.

Laurent Bordereaux, La Loi Littoral - la Cote en Péril? La Geste, 2020.

Anne Brogini, Maria Ghazali et al., La Méditerranée au prisme des rivages: Menaces, protections, aménagements en Méditerranée occidentale (XVIe-XXIe siècles). Editions Bouchène, 2015.

Louis Burnet, Villegiature et tourisme sur les côtes de France. Paris, Librairie Hachette, 1963.

Gaston Chérau et Charles Huard, La Saison Balnéaire de Monsieur Thebault. (Dédicacé à l'éditeur Tallandier). Paris, P.Sevin et E. Rey éditeurs, 1902.

Eugène Coquide, Côtes et plages de France. E. Guilmoto, 1914.

Alain Corbin, Le Territoire du vide. L’Occident et le désir du rivage, 1750-1840. Paris, Aubier, 1988.

Alain Corbin, Het verlangen naar de kust. Nijmegen, SUN, 1989.

Bruno Delarue, Les bains de mer sur les côtes françaises. Terre en Vue Editions, 2013.

Henri? Fermin, Dinard – La Vie Balnéaire à travers ses Hôtels du Second Empire à nos jours. Dinard, ?Editions Association des Amis du Musée du Pays de Dinard, 1986.

Dr. Constantin James, Guide pratique aux eaux minerales et aux bains de mer. Paris, G. Masson, 1877.

Dr. Constantin James, ?Guide pratique aux Eaux minérales françaises et étrangères suivi d'études sur les bains de mer et l'hydrothérapie et d'un traité de thérapeutique thermale. Paris, Masson, 1861.

Emmanuel Jaurand, Les plages gays. Le genre: constructions spatiales et culturelles. 2005.

Emmanuel Jaurand, «Territoires de mauvais genre? Les plages gays », Géographie et Cultures, n° 54, p. 71-84, 2005.

Sarah Kennedy, The Swimsuit. A fashion history from 1920's Biarritz and the birth of the bikini to sportswear styles and catwalk trends. Carlton Books, 2007.

Sophie Kosinski et Eric Micheletti, Grands hôtels du bord de mer. Histoire & Collections, 1996.

Armand Landrin, Les plages de la France. Paris, Hachette, Collection Bibliothèques des Merveilles, 1866.
Armand Landrin, Les Plages de la France. Paris, Bibliothèque de Merveilles, Librairie Hachette et Cie, Troisième Edition, 1873.

L. Lencek and G. Bosker, The Beach. The History of Paradise on Earth. Penguin, Harmondsworth, UK, 1999.

Charles Lenthéric, ?Côtes et ports de France. Revue des Deux Mondes, 1902.

Magali Mallet, Philippe Duchêne et al., Les plages. Exploitation et valorisation touristique. Paris, La Documentation Française, 2003.

Paul Morand (1925), (Edition établie et présentée par Olivier Aubertin; préface de Nicolas d' Estienne d'Orves), Bains de mer, bains de rêve et autres voyages. Bouquins, 2019.

Albéric de Palmaert, Un siècle de bords de mer (1850-1950). Caen, Editions Ouest-France, 2005.

Coline Perrin, Un littoral sans nature? L'avenir de la méditerranée face à l'urbanisation. Ecole Française de Rome, 2014.

Rafaël Pic, Balnéaire. Une histoire des bains de mer. Paris, Editions Little Big Man, 2004.

Plages, territoires contestés. Actes de la Recherche et Sciences Sociales, N° 218,juin 2017. Paris, Seuil, 2017.

Gilles Plum, Villas balnéaires du Second Empire. Cahiers du Temps, 2002.

Georges Renoy, Bains de mer au temps des maillots rayés. Bruxellex, Rossel, 1976.

Jean-Pierre Poussou, Alain Lottin, Yves Perret-Gentil (Sous la direction de), Les villes balnéaires d'Europe occidentale du XVIIIe siècle à nos jours. Paris, Presses Universitaires Paris-Sorbonne, 2008.

Robert C. Ritchie, The Lure of the Beach. A Global History. University of California Press, 2021.

Dominique Rouillard, Le site balnéaire. Editions Mardaga, 1995.

Luciano Segreto, Carles Manera, Manfred Pohl (eds.), Europe at the Seaside. The Economic History of Mass Tourism in the Mediterranean. New York and Oxford, Bergham Books, 2009.

Dr. Thoré, Promenade sur les côtes du golfe de Gascogne. Bordeaux, Brossier, 1810.

Bernard Toulier, Villégiature des bords de mer. Architecture et urbanisme. Paris, Editions du Patrimoine, 2010.

Bernard Toulier (Sous la direction de), Tous à la plage! Villes balnéaires du XVIIIe siècle à nos jours. Paris, Liénart éditions, 2016.

Jean-Didier Urbain, Sur la plage: moœurs et coutumes balnéaires aux XIXe et XXe siècles. Paris, Editions Payot, 2002.

Johan Vincent, L'intrusion balnéaire. Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2008.

-------

DE MEDITERRANE VERLEIDING: VANAF DE CÔTE D'AZUR EN DE PROVENCE TOT LA CÖTE VERMEILLE:


*** DE MIDDELLANDSE ZEEKUST:

Maurice Bernard, Autour de la Méditerranée - Les Côtes Latine - La France de Port-Vendres à Vintimille. 145 illustrations par A. Chapon et une carte itinéraire du voyage. Paris, Henri Laurens, 1896.

*** DE KUSTSTROOK DIE PAS IN 1887 HAAR UITEINDELIJKE NAAM KREEG: LA CÔTE D'AZUR:

Robert Aldrich, The Seduction of the Mediterranean: Writing, Art and Homosexual Fantasy. London, 1993.

Charles Amic, La Côte d'Azur au temps du tourisme d'hiver (fin XVIII siècle - début XX siècle). Hyères, Nice, Cannes, Monaco et toutes les stations de Bandol à Menton. Éditions du Centre de Culture et de Documentation Provençales, 1998.

Hans Alma, Marianne's rokzoom. Achter de coulissen van de Rivièra. Amsterdam, H. J. W. Becht Uitgever, 1955.

Jean-Jacques Antier, Marins de Provence et du Languedoc: Vingt-cinq siècles d'histoire du littoral français méditerranéen. Nouvelles Presses du Languedoc, édition revue et augmentée, 2003.

C. Arthaud, E. Paul, La Côte d'Azur des écrivains. Edisud, 2000.

Claude Balyne, L'Ile de Fée, Port-Cros en Méditerranée. Paris, Editions Gallimard, 1929.

José Banaudo, Du PLM au TGV, 125 ans de desserte ferroviaire de la Côte d'Azur. Breil sur Roya, Edition de Cabri, 1987.

José Banaudo, Le chemin de fer, moteur d'expansion de la Côte d'Azur. Mesclun, N° du Centenaire, 1988.

Pascale Bartoli, Habiter les vacances: Architectures & urbanismes sur le littoral du Var. Editions Imbernon, 2020.

Ange Bastiani, Les mauvais lieux de la Côte d'Azur. Paris, André Balland, 1969.

John Baxter, French Riviera and its Artists. Art, Literature, Love and Life on the Côte d’Azur. New York, NY, Museyon, 2015.

Paul Benoît, Gérard Daumas, Petite chronique de Bormes-les-Mimosas au XXe siècle. Thalassa Publicité Le Lavandou, 2000.

Annick de Bentheim and François Fray, Barry Dierks, architecte méditerranéen: La Côte d'Azur et la Modernité. Catalogue d'expositions, Réunion des Musées Nationaux, 1997.

Charles Bilas and Lucien Rosso, Côte d'Azur: Architecture des Années 20 et 30. Les Editions de L'Amateur, 2007.

Alain Blayo, Parler emploi, parler métier sur le littoral: Le cas du littoral provençal. Paris, Editions L'Harmattan, 2012.

Mary Blume, Côte d'Azur. Inventing the French Riviera. London, Thames and Hudson, 1992.

Mary Blume, La Côte d'Azur de Jacques-Henri Lartigue. Paris, Flammarion, 1998.

Geoffrey Bocca, Bikini Beach: The Wicked Riviere as it Was and as it Is. London, W. Allan, 1963.

Stefan van den Bossche en Koen Vergeer, Naar 't zuiderland. Moderne Nederlandstalige dichters langs de Middellandse Zee. Antwerpen / Amsterdam, Lannoo / Atlas, 2002.

Général Bourelly, Les perles de la Côte d'Azur. La rivière du Cap Roux au torrent Saint-Louis (Monaco-Monte-Carlo-Les routes du littoral et de la Corniche-Menton et ses environs). Librairie Renouard, 1900.

Marc Boyer, L’hiver dans le Midi. L’invention de la Côte d’Azur XVIIIe – XXXIe siècle. Paris, L'Harmattan, 2009.

Antonin Buttura, L'hiver dans le midi. Indications climatologiques et médicales et conseils aux malades. Paris, J. B. Baillière et fils, 1864.

Alexandra Campbell, Hôtel du Cap-Eden-Roc. La légende éternelle de la Rivièra. Paris, Flammarion, 2020.

André Chagny, La Côte d’Azur: Saint-Raphaël - Cannes - Nice - Monaco - Menton. Arlaud, 1932.

Charles Martini de Châteauneuf, Affiches d'Azur: 100 ans d'affiches de la Côte d'Azur et de la Principauté de Monaco. Nice, Editions Gilletta, 1992.

Ben Chatfield and Enzo Cilenti, Mediterranean Homesick Blues: A Diary of Life-affirming Disasters on the Cote D'Azur. 2012.

Yvan Christ, les Métamorphoses de la Côte d'Azur. Paris, Balland, 1971.

Philippe Collas, Eric Villedary, Edith Wharton's French Riviera. Paris, Flammarion, 2002.

Casimir Coomns, De Marseille à Gênes par la Corniche. Bruxelles, 1878.

Anne de Courcy, Chanel's Riviera: Life, Love and the Struggle for Survival on the Côte d’Azur, 1930–1944. London, Weidenfeld & Nicolson, 2019.

Paul Daelewyn, La Côte d'Azur de Georges Simenon. Lieux de vie et sources d'inspiration. Serre Editeur, 2005.

Pierre Daix et al., La Côte d'Azur et la Modernité. Réunion des Musées Nationaux, 1997.

Alain Decaux, Les Heures Brillantes de la Côte d'Azur. Paris, Librairie Perrin, 1964.

Jacques Derogy, Jean-Marie Pontaut, Enquête sur les ripoux de la Côte. De l'affaire Médecin au meurte de Yan Piat. Paris, Fayard, 1994.

Pierre Devoluy & Pierre Borel (Préface de M. Maurice Mæterlinck), Au Gai Royaume de l’Azur. Du lentisque des Maures au jasmin de Grasse - Le littoral et ses villes de rêve - Nice capitale de l’Azur - La Montagne fleurie et le jardin des neiges. Grenoble, J. Rey, 1924.

Pierre Devoluy & Pierre Borel (Voorwoord van Maurice Mæterlinck), In het rijk van de zonneschijn - De Fransche Rivièra. Van de mastiboomen tot de jasmijn van Grasse - De kuststrook en de feëerieke steden - Nizza hoofdstad van de Rivièra - De berg der bloemen en de tuinen in de sneeuw. Amsterdam, Drukkerij en Uitgeverij J.H. de Bussy, 1924.

Virginie Donier et Christophe Van Huffel, Tourisme et métropoles: compétences et enjeux. Le cas de la région Sud PACA. Paris, Editions L'Harmattan, 2019.

A. Donnadieu, Paysages de Provence. La Côte d'Azur de Saint-Raphaël à la baie de Nice: L'Esterel et la Corniche d'Or. Cannes et les îles de Lérins. Le Golfe Juan. Juan-les-Pins. Antibes. Grasse et l'arrière-pays. Editions Berger-Levrault, 1936.

Jonathan Duclos-Arkilovitch, Jazzin' Riviera. 70 Ans de Jazz sur La Cote d'Azur. ROM Editions, 1997.

Charles-Emmanuel Dufourcq, La Vie quotidienne dans les ports méditerranéens au Moyen-Age (Provence-Languedoc-Catalogne). Paris, Hachette, 1975.

Raphael Dupouy et Dany Lartigue, La Riviera de Jacques Henri Lartigue. Reseau Lalan, 2007.

Marcellus Emants, Monaco. Drie typen door Marcellus Emants geschetst. Haarlem, W. Gosler,tweede druk, 1886.

Maureen Emerson, Escape to Provence. Chapter and Verse, 2008.

Maureen Emerson, Riviera Dreaming: Love and War on the Côte d’Azur. London – New York, I.B. Tauris & Co. Ltd, 2018.

Dominique Escribe, La Côte d'Azur: Genèse d'un Mythe. Nice, Gilbert Vitaloni / Conseil Générale des Alpes-Maritimes, 1988.

Manfred Flügge, Exil en paradis: Artistes et écrivains sur la Riviera (1933-1945). Editions du Félin, 1999.

Daniel Gade, 'Tropicalisation' de la végétation ornementale de la Côte d'Azur. In: Méditerranée, no. 4, 1987, pp. 19-15.

Pierre Galante et Annie Michel Gall, Les Années Américaines. La vie au château sur la Côtes d'Azur 1918-1940. Paris, Jean-Claude Lattès, 1985.

Michel Georges-Michel, La Vie mondaine sur la Riviera et en Italie, Nice, Cannes, Monte Carlo, Rome, Florence, Venise. Paris, Flammarion, 1925.

Jean Gilletta, Littoral de la Côte d'Azur. Vues anciennes. Les Albums de Jean Gilletta. Nice, Editions Gilletta, 2016.

Xavier Girard, Les Années Fitzgerald: La Côte d'Azur 1920-1930. Paris, Editions Assouline, 2001.

Xavier Girard, French Riviera. Living Well Was the Best Revenge. Editions Assouline, 2002.

Xavier Girard, The French Riviera in the 1920's. Editions Assouline, 2014.

Frances M. Gostling, The Lure of the Riviera. New York, Robert M. McBride, 1927.

Charles Graves, The Riviera Revisited. London, Evans Brothers Limited, 1948.

Charles Graves, Royal Riviera. London, Heinemann, 1957.

Charles Graves, None But the Rich. London, Cassell, 1963.

Armond Grébauval, ?Au Pays Bleu. Provence et Corse. ?Ancienne Librairie Furne, Combet et Cie, éditeurs, coll. « Voyages en tous pays », 1902.

Jean-Luc Guillet, Scott et Zelda Fitzgerald en Provence et sur la Riviera. Bohèmes Editions, Format Kindle, 2016.

Alfred Hitchcock (Directed by), To catch a thief. With Gary Grant, Grace Kelly et al., Paramount Pictures, 1954.

Robert Holland, Blue-Water Empire. The British in the Mediterranean since 1800. Penguin, 2013.

Robert Holland, The Warm South : How the Mediterranean Shaped the British Imagination. New Haven and London, Yale University Press, 2018.

Patrick Howarth, When the Riviera was Ours. London and Henley, Routledge & Kegan Paul, 1977.

Pierre Izard, La petite histoire d'Argelès-sur-Mer, 1900-1940. In: Massane, Argelès-sur-Mer, 1974.

Emile Jahandiez, Petite histoire des îles d'Hyères des origines à 1930. Presqu'île de Giens, Porquerolles, Port-Cros, Ile du Levant. Editions des Régionalismes & PRNG Editions, 2016.

Paul Joanne, Les Stations d'Hiver de la Méditerranée. Nice, Hyères - Cannes - Monaco - Menton - Bordighera -Sanremo. Collection Joanne - Guides Diamant. Paris, Librairie Hachette et Cie., 1875.

Shirley Johnston and Roberto Schezen, Great Villas of the Riviera. Thames & Hudson, 1998.

Ted Jones, The French Riviera: A Literary Guide for Travellers. London – New York, Tauris Park Paperbacks, 2007.

Bernard Kayser, Campagnes et Villes de la Côte d'Azur. Essai sur les conséquences du développement urbain. Monte-Carlo, Editions du Rocher Monaco, 1960.

Philip Kerr, The other side of silence. London, Quercus, 2016.

Philip Kerr, Prussian Bleu. London, Quercus, 2017.

Liza Klaussmann, Villa America. London, Picador, 2015.

George G. Kundahl, The Riviera at War: World War II on the Côte D'azur. London, I.B.Tauris & Co., 2017.

Jean-Bernard Lacroix et Hélène Cavalie (dir.), Les Alpes-Maritimes et les guerres du XXe siècle, Silvana Editoriale, 2013.

Philippe Lafon, L'architecture balneaire de l'Ile d'Oléron. Patrimoines Med, 2018.

Paul Lassablière, Zomerbadplaatsen. PLM (Chemin de Fer: Paris-Lyon-Marseille). (Übers. v. Kur- und Badeorte). Paris, Imprimerie Maréchal, 1928.

Charles Lenthéric, ?La Provence Maritime ancienne et moderne. La Ciotat - Tauroemtum - Toulon - Hyères - Les Maures et l'Esterel - Fréjus - Cannes et Lérins - Antibles - Nice et Cimiez - Menton et Monaco.? ? Paris, Plon et Cie, 1880.

Charles Lenthéric, The Riviera: Ancient and Modern. T. Fisher Unwin, 1895.
Charles Lenthéric, ?La Provence maritime ancienne et moderne?. Paris, Plon, Nourrit, 1897.

Ellis Leroy, Les Russes sur la Côte d"Azur: La colonie russe dans les Alpes-Maritmes des origines à 1939. Nice, Editions Serre, 1988.

Peter Leslie, The Liberation of the Riviera. New York, Wyndham Books, 1980.

Stéphane Liégard, La Côte d'Azur. Paris, Maison Quantin, 1887. Nouvelle édition: Paris, Ancienne Maison Quantin Librairies-imprimeries réunies, 1894.

W.J.M. Linden, Gids voor de Riviera. Van Marseille tot Vintimille. Geauthoriseerde bewerking van de Guide Bleu, uitgave Hachette te Parijs, met 1 kaart en 8 plattegronden. Amsterdam, J.H. de Bussy, 1927.

Christiane de Livry, François Simon, Hôtel du Cap Eden-Roc Cap d'Antibes. Editions Assouline, 2007.

Mary S. Lovell, The Riviera Set 1920 – 1960. The goldens years of glamour and excess. London, Little Brown UK, 2017.

Aleksander Lubanski, Guide aux stations d'hiver du littoral méditerranéen: Hyères, Cannes, Nice, Menton, Monaco, par le Dr Lubanski.... Lacroix, Verboeckhoven et Cie, 1865.

Evander Luther (Sous la direction de), Le Lavandou. Massif des Maures, Port-Cros, Ile du Levant. Acu Publishing, 2012.

Carine Marret, Promenades littéraires sur la Côte d’Azur: des lieux, des livres, des écrivains. Nice, Mémoires Millénaires Editions, 2e édition, 2011,

Jacques Médecin et al., De l'hôtel-palais en Riviera. Genève, La Septième fois, 1985.

André Merquirol, La Côte d'Azur dans la littérature française. Nice, ED. J. Deruyl, 1948.

Gérard Monnier, Artistes, société, territoire: Les Arts en Provence et sur la Côte d'Azur aux XIXe et XXe siècles. Presses de L'Université de Provence, 2012)

Andrea Mrena, Histoire de la colonie russe sur la Côte d'Azur. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2017.

Joseph Nègre (Textes de), La Rivièra de Charles Nègre. Premières photographies de la Côte d'Azur (1852-1865). Aix-en-Provence, Edisude-La Calade, 1991.

Michael Nelson, Queen Victoria and the Discovery of the Riviera. London – New York NY, Tauris Parke Paperbacks, 2007.

Michael Nelson, Americans and the Making of the Riviera. McFarland & Co, 2008.

Michael Nelson, The French Riviera: A History. Matador, 2016.

Docteur E. Onimus, L'hiver dans les Alpes-Maritimes et dans la Principauté de Monaco. Paris, Éd. G. Masson, 1894.

Lionel Paillès, Pierre Even, Chanel: The Art of Creating Perfume - Flowers of the French Riviera. Harry N Abrams Inc., 2016.

John Pemble, The Mediterranean Passion: Victorians and Edwardians in the South. Oxford, Oxford University Press, 1987.

Coline Perrin, Un littoral sans nature? L'avenir de la méditerranée face à l'urbanisation. Ecole Française de Rome, 2014.

Mireille Pinsseau, Les peintres en Provence et sur la Côte d'Azur pendant la seconde guerre mondiale. La Thune, 2004.

Pau Obrador Pons, Cultures of Mass Tourism: Doing the Mediterranean in the Age of Banal Mobilities. London, Routlegde, 2009.

Élysée Reclus, Les Villes D'hiver De La Méditerranée et Les Alpes Maritimes. Paris, Librairie de L.Hachette, Collection des guides Joanne, 1864.

Jim Ring, Riviera, the Rise and Fall of the Côte d'Azur. London, John Murray Publishers, 1988.

Jim Ring, Riviera: The Rise and Rise of the Côte d'Azur. London, John Murray Publishers, 2004.

Isabella Roberts, Riviera Revelations: The real story behind the walls of the grand villas on the French Riviera. 2014.

Kenneth E. Silver, Making Paradise. Art, Modernity, and the Myth of the French Riviera. Cambridge, Massachusetts / London, England, The MIT Press, 2001.

Nancy Smith, Churchill On The Riviera: Winston Churchill, Wendy Reves And The Villa La Pausa Built By Coco Chanel. Biblio Publishing, 2017.

François Spoerry, L'architecture douce de Port-Grimaud à Port-Liberté. Paris, Robert Laffont, 1989.

Michel Steve, Hans-Georg Tersling, architecte de la Côte d'Azur. Nice, Editions Serre, 1990.

Calvin Tomkins, Living well is the best revenge. New York, Signet - New American Library, 1962 (1972).

Bernard Toulier, Jacques Henri Lartigue, un dandy à la plage. Dominique Carré, Collection Hors collection, 2016.

Frederick Treves, The Riviera of the Corniche Road. Cassell & Co., 1921.

C. Trubert, La clientèle touristique de la Côte d'Azur 1952-1969. Comité Régional de Nice, 1961.

Jean-Didier Urbain, Au Soleil. Naissance de la Méditerranée estivale. Paris, Editions Payot, 2014.

Sylvio Vincenti, Beaulieu-sur-Mer et Saint-Jean-Cap-Ferrat. Editions Sutton, 2011.

Alan F. Wilt, The French Riviera Campaign of August 1944. Southern Illinois University Press, 1981.

Kenneth Wright, The Great War & the British on the French Riviera. Kwite Write Publishing, 2016.

Christian Zerry, Alice de Rothschild. Une hivernante passionnée sur la French Riviera. Éd. Campanile, 2014.

Ph. Zilcken, Langs wegen der Fransche Rivièra. 's-Gravenhage, H. P. Leopold's Uitgevers-Maatschappij, 1925.

*** NICE:

Jean-Jacques Aillagon et al, Promenade(s) des Anglais. Lienart, 2015.

Raoel Audibert, Nice et ses collines. Paris, Hachette, 1960.

Roger-Louis Bianchini, Crimes & arnaques sur la Côte d'Azur. Nice, 2003.

Raoul Blanchard (Sous la direction de), Livre du centenaire du rattachement de Nice à la France. 1960.

Gilles Bogaert, Vitesse de la Lumière. Nice au coeur de l'Histoire. Mémoires Millénaires Editions, 2015.

Alain Bottaro et al., Hôtels & palaces Nice: Une histoire du tourisme à de 1780 à nos jours. Gilletta Editions, 2019.

Christine Bovari-Bertrand, Images de la société niçoise de la naissance du tourisme au rattachement à la France (1760-1860). ANRT, 2012.

Castela Paul, La Côte d'Azur à la belle époque vue par Jean Giletta. 1856-1933. Nice, Editions Giletta, 1981.

Paul Castela, Splendeurs de Nice. Carrefour de l'art de bâtir. Nice, Editions Gilletta, 1991.

André Compan, Histoire de Nice et son comté. Nice, Editions Serre, 1984.

Louis Couperus, Legenden van de Blauwe Kust (1910). Ré-éd., Amsterdam, Elseviers Weekblad, 1951.

Louis Couperus, Incognito à Nice. In: Deshima, Strasbourg, n° 4-2010, pp. 199-204.

Marco Daane, Noorderlingen in Nice. Tobias Smollett, een schrijver en zijn gevolg. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 32-50. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Jean-Loup Fontana, Nice et le comté: Une histoire multimillénaire. Mémoires Millénaires Editions, 2018.

Graham Greene, J'Accuse: The Dark Side of Nice. London, The Bodley Head, 1982.

Michel Guerrin, Il était une fois Nice. In/ Le Monde M Le magazine du Monde, 23 juillet, 2016, pp. 19-24.
Via: https://www.lemonde.fr/m-actu/article/2016/07/22/il-etait-une-fois-nice_4973454_4497186.html

C.J. Haug, Leisure and Urbanism in Nineteenth-Century Nice. Lawrence, Kansas,, The Rgents Press of Kansas, 1982.

Robert Kanigel, High Season: How One French Riviera Town Has Seduced Travelers for Two Thousand Years. Harmondsworth, Penguin Group, Viking, 2002.

Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Dirk Leyman, 'Als promenade is zij werkelijk iedaal ...'. Literair flaneren langs de Baie des Anges. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 11-31. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Christian Marcipont, La sultane blanche. Louis Couperus et Nice. In: Deshima (Strasbourg), n° 4-2010, pp. 59-83.

Michel Massimi, Promenade des Anglais. Son Histoire, Hôtels, Palais et Villas. Campanile, 2016.

Raoul Mille, Nice, la vision intime d'un écrivain. Editions Henry Veyrier, 1979.

Guy-Julien Moreau et Catherine Moreau, Le Regina: De la reine Victoria à nos jours, splendeurs et métamorphoses d'un palace Nice 1897-1997. Serre Editeur, 2002.

D. Nash, 'The Rise anf Fall of an Aristocratic Tourist Culture. Nice 1763-1936'. In: Annals of Tourism Research, Vol. 6, n° 1, Janvier 1979.

Jean-Louis Panicacci, Les Alpes maritimes dans la guerre 1939-1945. Editions De Borée, 2013.

J.J. Peereboom, Wolkeloos welvaren in de Villa Mauresque. Somerset Maugham als gastheer op Cap Ferrat. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 226-236. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Isabelle Pintus, L'aristocratie anglaise à Nice à la Belle Epoque. Nice, 2000.

Jean-Paul Potron, L'Image de Nice au travers des guides de voyage, 1800-1900. Nice, D.E.A. Université de Nice, 1991.

Jean-Paul Potron, Olivier Monge, Nice hier & aujourd'hui. Photographies. Nice, Giletta Editions - Nice Matin, 2003.

Jean-Paul Potron, L’arrière-pays niçois. Vues anciennes. Gilletta Editions, 2015.

Claude Prélorenzo, Nice: Une histoire urbaine. Hartmann, 1999.

Eric Raspoet, Nice ondergronds. Graham Green en de Médecin-dynastie. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 259-276. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Robert Rudney, From Luxury to Popular Tourism: The Transformation of the Resort Nice. Ph.D. Dissertation, University of Michigan, 1979.

Mark Schaevers, De schrijftafel als Heimat. Nice en het Duitse Exil. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 206-225. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Ralph Schor, Nice pendant la guerre de 1914-1918. Aix-en-Provence, La Pensée Universitaire, Annales de la faculté des lettres d'Aix-en-Provence, 1964.

Annie Sidro, Le Carnaval de Nice et ses fous. Editions Serre, 1979.

Rober de Souza, Nice, capitale d'hiver. (L'avenir de nos villes. Etudes pratiques d'esthétique urbaine). Berger-Levrault, 1913.

Robert de Souza, Nice, Capitale d'Hiver. Regards sur l'urbanisme niçois. 1860-1914. Nice, Serre, 2001.

Michel Stève, L'Architecture belle époque à Nice. Nice, 1995.

Caroline de Westenholz, Een witte stad van weelde. Louis Couperus en Nice (1900-1910). Den Haag. Couperus Cahier III, Louis Couperus Genootschap, 1996.

Caroline de Westenholz, 'Een bachante onder de steden'. Louis Couperus en Nice. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 130-146. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

*** MENTON:

F. Baussan et F. Pauvarel, Menton, Villégiatures sur la Rivièra. Lieux Dits - Images du Patrimoine, 2020.

Jean-Paul Pellegrinetti (Sous la direction de), Histoire de Menton. Toulouse, Privat, 2011.

A.Pessy, Guide des Étrangers à Menton accompagné d'une carte dressée avec soin, indiquant l'Itinéraire des Promenades et Zxcursions à faire dans un rayon de six lieues. Troisième Édition. Menton, à L'Établissement littéraire Papy, 1870.

Valérie Rondelli-Renoux et François Rosso, Menton. Mémoire en images. Editions Sutton, 2013.

Bernard Toulier, Jean-Claude Guibal (Préfaces), Michel Eisenlohr (Photographies), Menton, une ville de palaces. Les palais d'hiver de l'aristocratie internationale, 1860-1914. Honoré Clair, 2019.

Jean-Claude Volpi, Quand Menton recevait l'Europe. Des pensions aux palaces. Un siècle d'hotellerie mentonnaise. Chez l'auteur, 2011.

*** HYÈRES:

Charles Amic, Hyères, station d'hivernants (fin XVIIIème siècle - début XXème siècle). In: Hyères-les-Palmiers, 2000 ans d'histoires Ouvragege collectif CCDP et IMH - février 1993.

Charles Amic, Jacques Olivo, A la découverte de Hyères-les-Palmiers. Edition Aris, 1993.

Amédée Bodinier, Hyères et ses environs, avec vues artistiques des principaux sites et monuments anciens et modernes, accompagnées de notices historiques, archéologiques et descriptives. G. Bloch, 1892.

Louis Brouard, Hyères-les-Palmiers, Côte d'Azur (Var), Station Hivernale. Guide des Etrangers. Guide pour 1911-1912. Hyères, Edition de l'Agence V. Astier, 1911.

Eugène Farrenc, Récits de touristes: Hyères (Éd. 1891). Paris, Hachette Livres-BnF, 2013.

P.N. Fellon, Hyères en Provence, guide des voyageurs. Marseille, Feissat, Demouchy, 1834.

Honoré-Zénon Gensollen, Essai historique, topographique et médical sur la ville d'Hyères. Paris, 1820.

Clément Guillou, Covid-19: sur la Côte d'Azur, l'hôtellerie par intermittence. Sur la plage d’Hyères, un néo-hôtelier a ouvert son affaire en mars 2020. Il vient de fermer ses portes sans préavis pour la troisième fois en treize mois d’existence. Il espère une réouverture le jeudi 6 mai. In: Le Monde, vendredi 9 avril, 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/04/08/covid-19-sur-la-cote-d-azur-l-hotellerie-par-intermittence_6075991_3234.html

Ghislaine Maille et Hubert François, Hyères. Mémoire en images. Editions Sutton, 2003.
Ghislaine Maille et Hubert François, Hyères. Mémoire en images. Tome II. Editions Sutton, 2003.

Jacqueline Salmon et Hubert Damisch, Robert Mallet-Stevens et la Villa Noailles à Hyères. Marval, 2005.

*** CANNES:

Andrée Bachemont, Cannes et les Anglais, 1835-1930. S. d..
Via: https://www.departement06.fr/documents/Import/decouvrir-les-am/recherchesregionales197-08.pdf.

Andrée Bachemont, Hôtels et Palaces de Cannes à la Belle Epoque. S.d..
Via: https://www.departement06.fr/documents/Import/decouvrir-les-am/recherchesregionales203_10.pdf.

Alex Baussy, Cannes d'Hier et Aujourd'hui. Imprimerie de Noailles, 1966.

Cari Beauchamps and Henri Béhar, Hollywood on the Riviera: The Inside Story of the Cannes Film Festival. New York, William Morrow, 1992.

Blanche Bianchi, Saison d'hiver à Cannes de 1870 à 1914. Cannes, Equipe des Historiens Cannois, 1964.

Jean Bresson, La fabuleuse histoire de Cannes: Ces demeures qui ont fait Cannes. Editions du Rocher, Nouv. éd. rev., corr. et augm., 1981.

A. Buttura, L'hiver à Cannes et au Cannet. Les Bains de mer de la Méditerrannée. Les bains de sable. Paris, Baillière, 1883.

Marie-Hélène Cainaud (Sous la direction de), Un siècle de vie Cannoise, 1850-1950. Cannes, Ville de Cannes, 2014.

Didier Digiuni, Cannes 1939-1945. Alandis Editions, 2002.

André Fildier, Cannes à la Belle Époque, Libro-sciences, 1974.

Florence Frigola-Wattinne, Le California Palace au temps de sa splendeur: Cannes. Paris / Norderstedt, Books on Demand, 2019.

Amédée Goubet, Cannes-Guide. Promenades de Cannes et ses environs. Historique - Flore - Géologie. Climatologie Par le Docteur Bernard. Renseignement sur la ville. Cannes, Paul Maillan, 1875.

Danièle Heyman et Jean-Pierre Dufreigne, Le roman de Cannes: 50 ans de Festival. Paris, TF1 Editions, 1996.

Camille Milliet-Mondon, Cannes 1835-1914: Villégiature, urbanisation, architecture. Serre Editeur, 1986.

Jacqueline Monsigny, Le roman du Festival de Cannes. Monaco, Éditions du Rocher, 2007.

Patricia Namvrine, Cannes: Histoire du boulevard de la Croisette des origines à 1914. Nice, Alandis, 1999.

J.-J. Pierrugues, Petite histoire de Cannes à travers les âges. Editions des Régionalismes & PRNG Editions, 2014.

Jean-François Téaldi, Festival de Cannes: Stars et Reporters. Ricochet, 1996.

*** SAINT-TROPEZ:

Marc Ambroise-Rendu, « Le réaménagement de la plage de Pampelonne. Saint-Tropez menacée par les promoteurs », Le Monde, 10 août 1989.

Yves Bigot, La folle et véridique histoire de Saint-Tropez. Paris, Grasset, 1998.

Jean-Pierre de Brun (Sous la direction de), La Villa Romaine des Platanes - Les origines de Saint-Tropez. Centre Archéologique du Var, 1996.

Isabelle Bruno et Grégory Salle, État ne touche pas à mon matelas!. Conflits d’usage et luttes d’appropriation sur la plage de Pampelonne. In: Actes de la recherche en sciences sociales 2017/3 (N° 218), pages 26 à 45.

Annabel Buffet et Luc Fournol, Saint-Tropez. Editions du Mécène, 1993.

Nicolas Charbonneau, Le Roman de Saint-Tropez. Editions du Rocher, 2009.

Claude Dronsart, Vacances de stars: Saint-Tropez années 70. Editions L'instantané, 2004.

Simone Duckstein, Hôtel de La Ponche. Un autre regard sur Saint-Tropez. Le Cherche Midi, 2008.

Simone Duckstein, Et Saint-Tropez créa La Ponche. Le Cherche Midi, 2015.

Frédéric Edelmann, A Pampelonne, la guerre des plages. In: Le Monde, 29 août 2018.
Via: https://www.lemonde.fr/architecture/article/2018/08/22/a-pampelonne-la-guerre-des-plages_5345055_1809550.html

Jean-Daniel de Germont, Saint-Tropez, le temps retrouve. Equinoxe, 1993.

Jean Girault (Réalisateur), Le Gendarme de Saint-Tropez. Avec Louis de Funès. 1964.

S. Girel, La Presqu'île de St. Tropez. Paris, Gallimard, 1996.

Stéphane Grial et Pal Gérard Pasols, Et Dieu crea ... le Club 55. Paris, Herscher, 1999.

Clément Guillou, Le monde s'entasse à Saint-Tropez. Quand evient l'été, et malgré le Covid-19, "on s'amuse, on rit, on danse, ont fait les fous, on chante, on vie sa vie ...", dans le village varois symbole de fête, d'excès et de jet-set. In: Le Monde, 02/04 août 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2020/08/01/les-gens-viennent-ici-pour-ca-a-saint-tropez-la-fete-n-est-pas-finie_6047901_3234.html

Xaviera Hollander, Paris-St.Tropez. Paris, J.C. Lattès, 1975.

Étienne Juillard, La côte des Maures. Son évolution économique et sociale depuis cent ans, étudiée dans la région de Saint-Tropez. In: Revue de géographie alpine, 45(2), pp. 289-350, 1957.

José Lenzini, Les plagistes de Pampelonne redoutent d’être mis sur le sable. In: Le Monde, 23 août 1997.
Via: https://www.lemonde.fr/archives/article/1997/08/23/les-plagistes-de-pampelonne-redoutent-d-etre-mis-sur-le-sable_3780321_1819218.html

Diane Lisarelli, Frederic Mauch: "A l’Epi Plage, c’était la fête en toute liberté." In: Le Monde, 19 août 2019.
https://www.lemonde.fr/m-styles/article/2019/08/19/frederic-mauch-a-l-epi-plage-c-etait-la-fete-en-toute-liberte_5500773_4497319.html

Guy Martin, La fin du mythe tropézien? Les vicissitudes juridiques de la plage de Pampelonne. In: Espaces, 152, pp. 44-50, 1998.

Guy Martin, Économie de plage et impératifs environnementaux. L’exemple de la plage de Pampelonne, à Ramatuelle. In: Espaces, 319, pp. 79-87, 2014.

Fréderic Mauch, L'Épi Plage. Une saga tropézienne. Paris, Éditions Pygmalion, 2019.

Robert Monteux, Saint-Tropez. Historique, adresses, points chauds, célébrités, promenades. Eidtions Robert Monteux, 1969.

Joseph Rosati, Saint-Tropez à travers les siècles. Les Amis de la Citadelle, 1971.

Vanessa Schneider, Brigitte Bardot, mythe et marque de Saint-Tropez. (Retour à Saint-Trop’ 1/6). Depuis qu’elle a arrêté le cinéma en 1973, l’actrice, sex-symbol des années 1950-1960, vit recluse. In: Le Monde, 16 juillet 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/festival/article/2017/07/16/brigitte-bardot-mythe-et-marque-de-saint-tropez_5161204_4415198.html

Vanessa Schneider, Le port de Saint-Tropez, premier hôtel de luxe. (Retour à Saint-Trop’ 2/6). Réparti en deux bassins, au cœur du village, il est l’un des plus réputés au monde et constitue une des principales ressources financières de la ville. in: Le Monde, 17 juillet 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/festival/article/2017/07/17/le-port-de-saint-tropez-premier-hotel-de-luxe_5161670_4415198.html

Vanessa Schneider, Saint-Tropez: plaisirs de jour, excès de nuits. (Retour à Saint-Trop’ 3/6). Palace mythique de la cité varoise, le Byblos est l’une des adresses les plus emblématique, comme sa boîte de nuit, Les Caves du Roy. In: Le Monde, 18 juillet 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/festival/article/2017/07/18/saint-tropez-plaisirs-de-jour-exces-de-nuits_5162096_4415198.html

Vanessa Schneider, Saint-Tropez: et Vadim créa la plage. (Retour à Saint-Trop’ - 4/6). Depuis 1955, le Club 55 accueille les célébrités du monde entier. Son credo : "Le client n’est pas le roi, parce qu’il est un ami". In: Le Monde, 19 juillet 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/festival/article/2017/07/19/saint-tropez-et-vadim-crea-la-plage_5162623_4415198.html

Vanessa Schneider, A Saint-Tropez, le « CAC 20 » en maillot de bain. (Retour à Saint-Trop’ 5/6). Le sélect domaine des Parcs tient du Bottin mondain, il abrite les plus grandes fortunes françaises et internationales. In: Le Monde, 21 juillet 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/festival/article/2017/07/21/le-cac-20-en-maillot-de-bain_5163192_4415198.html

Vanessa Schneider, Saint-Tropez, un village en péril. (Retour à Saint-Trop’ 6/6). Le miracle économique a un prix: la population diminue, les commerces de proximité ferment, les Tropéziens sont chassés par le prix de l’immobilier. In: Le Monde, juillet 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/festival/article/2017/07/21/saint-tropez-un-village-en-peril_5163407_4415198.html

Seth Sherwood, 36 Hours in St.-Tropez, New York Times, 23 juin 2011.

Eric Tognolli, Roland Bruno, Félix Palmari et al., Les plages de Pampelonne, 50 ans d histoire. Ramatuelle presqu'île de Saint Tropez. A 50 year history of the beaches of Ramatuelle?. Saint-Tropez, ?Presstrop, 2003. ?

André Turin et al., Saint-Tropez, Annuaire 1949. Draguignan, Imprimerie Olivier-Joulian Raybaud, 1949.

*** OVERIGE PLAATSEN AAN DE CÔTE D'AZUR:

Paul Arnoldussen, Waar de mimosa bloeit. Nederlandse kunstenaars in Cagnes-sur-Mer. Amsterdam, Uitgeverij De Republiek, 2013.

Hélène Auclair, Le Rayol-Canadel autrefois. Aubagne, Imp. Louis Lartigot, 1992.

Roger-Louis Bianchini, Monaco, une affaire qui tourne. Paris, Seuil, 1992.

Jean Bonnaure, Si Ramatuelle nous était contée. Des origines à nos jours. Marseille, Presses de l’Estampille provençale, 1994.

André Cane, Histoire de Villefranche-sur-Mer et de ses anciens hameaux de Beaulieu et Saint-Jean. (1960, Chez l'auteur). Nice, Claude Boumendil, Imprimeur-éditeur, Collection Belisane, deuxième édition, 1978.

André Cane, Anglais et Russes à Villefranche-sur-Mer, Beaulieu-sur-Mer, St-Jean Cap-Ferrat. 1988.

Marcel Carlini, Saint-Raphaël à travers les âges. Saint-Raphaël, Imprimerie Nouvelle, 1981.

Cassis hier et aujourd'hui. Ville de Cassis, 1992.

J. Cauvin, Raymond Gaudet, Cagnes-sur-Mer (Alpes-Maritimes) 1931-1932. Guide touristique diffusé par le Syndicat d'Initiative, Imprimerie Nouvelle à Cagnes-sur-Mer, 1931.

Marius Cayol, ?Histoire de Bandol. ?Bandol, Éditions Aris, 1980.

Raymond Culioli, Bandol, la deuxième vague 1880-1983. Editions Eden, 1997.

Jean Pierre Domerego, Sospel. L'histoire d'une communauté. Editions Serre, 1980.

Ghiglion Dominique, Si c'était hier Porquerolles. Les Presses du Midi, 2019.

Renaud Dumenil, Antibes Juan-les-Pins. Le temps retrouvé. Equinoxe, 1999.

Fédération des Syndicats d'Initiative de la Côte d'Azur & de la Corse, Aperçu général de la Côte d'Azur - Menton - Monte-Carlo - Beaulieu - Villefranche - Nice - Juan-les-Pins - Cannes - Saint-Raphaël - Sainte-Maxime - Toulon - Sanary-sur-Mer - Bandol - La Ciotat - Les Lecques - Cassis - Aix-en-Provence - Marseille - La Corse. Société d'Edition des Albums Touristiques de Luxe de France et des Colonies, Marseille, circa 1930.

Paul-Albert Février, Fréjus: Ville romaine, station balnéaire, Fréjus-plage, Saint-Aygulf... Histoire d'une cité. Bobigny, Ela Revue française, Impr. de Bobigny, 1961.

Floc'h & Rivière, Villa Mauresque. Somerset Maugham et les siens. Edititions de La Table Ronde, 2013.

Manfred Flügge, Wider Willen im Paradies. Deutsche Schriftsteller im Exil in Sanary-sur-Mer. Aufbau Taschenbuch Verlag, 2004.

Manfred Flügge, Amer Azur: Artistes et écrivains à Sanary. Editions du Félin, 2007.

Didier Gayraud, L'Âge d'or de Villefranche-sur-Mer. Chez l'auteur, 1988.

Didier Gayraud, Villefranche-sur-Mer, Beaulieu-sur-mer, Saint-Jean Cap Ferrat. Equinoxe, 1998.

J.-D. de Germond, Lotissements de la Côte des Maures de Cavalaire à Ste-Maxime.-Communes de Cavalaire, La Croix-Valmer, Ramatuelle, Gassin, St-Tropez, Cogolin, Grimaud, Ste-Maxime. Ste-Maxime. Chez l'auteur, 1962.

Amédée Goubet, ?Toulon Station Hivernale et Balnéaire. ?Sa richesse agricole. Circonscription climatérique et horticole: Toulon, Hyères, Tamaris, Sablettes-les-Bains, etc. Bandol, Sanary, Ollioules, Reynier, Six-Fours-le Brusc, Saint-Cyr, Les Lecques, Le Revest, La Garde, La Valette, Le Pradet, Carqueiranne. Toulon. Tissot, vers 1910.

Charles Graves, Gros jeu. Histoire secrète de Monte-Carlo. Amiot-Dumont, 1953.

George W. Herald, Edward D. Radin, Monte-Carlo: un siècle de roulette. Paris, Editions de Trévise, 1964.

Frédéric Laurent, Monaco: Le Rocher des Grimaldi. Paris, Découvertes Gallimard, 2009.

Franck Leclercq, Saint-Paul-de-Vence - Village éternel. Verlhac, 2014.

Serge Mendjisky, Port-Grimaud. Paris, Les Presses de Lutèce, 1969.

Louis Minetti (Sous la direction de), La Ciotat, autrefois et naguère?. Imprimerie, 1979.

Paul A. Myers, French Sketches: Cap Ferrat and Somerset Maugham. 2011.

Paul A. Myers, French Sketches: Cap d'Antibes and the Murphys. 2011.

Hélène Parmelin, Une passion pour Sanary. Edition Edisud, 1980.

Françoise Parturier, Les Hauts de Ramatuelle. Paris, Albin Michel, 1983.

Vincent Peillon (Président), Arnaud Montebourg (Député), Principauté de Monaco et blanchiment: un territoire complaisant sous protection française. Paris, Assemblée nationale de France. Mission d'information commune sur les obstacles au contrôle de la délinquance financière en Europe, 2000.

Jean de Ponfilly, Le Rayol- Canadel sur Mer. Une ballade au fil du temps. Editions du Palais, 2019.

Jean-Paul Potron, Paysages de Cagnes, Antibes, Juan-les-Pins: Du XVIIIe au XXe siècle. Gilletta Editions, 2006.

Marie Rose Rabaté et André Goldenberg, Villefranche-sur-Mer hier et aujourd'hui. Vifa Serre, 2002.

Les Jardins de Rayol. Arles, Actes Sud, Coll. Conservatoire du littoral, 1999.

Serge Henri Parisot, Port Grimaud et la Côte des Maures. Grange Batelière, 1972.

François Spoerry, L'architecture douce de Port-Grimaud à Port-Liberté. Paris, Robert Laffont, 1989.

Octave Teissier, Histoire de Bandol. 1868.

Olivier Thomas, Sanary-sur-Mer d'hier à aujourdhui. Editions Alan Sutton, 2012.

Toulon - Guide touristique illustré du Touriste, du Baigneur et de l'Hivernant. Toulon, Syndicat d'Initiative de Toulon, 1922.

*** DE ZUIDWAARTSE KUSTSTROOK VAN DE 'BOUCHE DU RHÖNE, DE LANGUEDOC TOT EN MET LA CÖTE VERMEILLE:

Vincent Andreu-Boussut, L’aménageur, le touriste et la nature sur le littoral de l’Aude. Modèles d’aménagement, pratiques touristiques et enjeux environnementaux. Thèse, Sciences de l’Homme et Société, Université de Marne la Vallée, 2004.
Via: https://tel.archives-ouvertes.fr/tel-00264255/document

Fuensanta Andreu-Vaillo, La nature et le balnéaire.Le littoral de l'Aude. Paris, L'Harmattan, 2008.

Henry Aragon, La Côte Vermeille. Notice historique & Archéologique. Le Barcarès, Canet, Argelès, Collioure, Port-Vendre, Banyuls-sur-Mer, Cerbère. Editions Des Regionalismes Arremouludas, 2016.

Jean-Pierre Barou, Matisse ou le miracle de Collioure. Indigène, 1997.

Jean-Denis Bergasse (dir.), Pierre Paul Riquet et le canal du Midi dans les arts et la littérature. Cessenon, Bergasse, 1982.

J.-L. Bonnet, Carcassonne, d'hier à aujourd'hui. Péronnas, Editions de la Tour Gile, 2005.

Marcel Bournérias, Charles Pomerol, Yves Turquier, La Méditerranée de Marseille à Banyuls. Delachaux et Niestlé, 1992.

Kurt Brenner (Texte de), Bob Ter Schiphorst (Photographies de), ?Montpellier. Facettes d'une millénaire. ?Heidelberg, Editions HVA, 1990.

H. Buriot-Darsiles, ?Maguelone petite île - grand passé. Suivi d'un guide du touriste. ?Montpellier, Dubois & Poulin, 1937.

André Bouyala d'Arnaud, Evocation de vieux Marseille. Paris, Editions de Minuit, 1064.

J. Caloni, Collioure. Ses Origines, Son Passe, Son Role Dans l'Histoire du Roussillon. Lorisse, 2004.

Isabelle Callis-Sabot, Le Roman de Banyuls - Tome 1: Vers les plages de l'exil (1936-1939). Editions Alexandra de Saint-Prix, 2014.
Isabelle Callis-Sabot, Le Roman de Banyuls - Tome 2: Un sentier dans les vignes 1939-1942. Editions Alexandra de Saint-Prix, 2014.
Isabelle Callis-Sabot, Le roman de Banyuls - Tome 3: Mañana. Editions Alexandra de Saint-Prix, 2015.

Pierre Cantaloube, Pierre Lauvenrier, La Côte Vermeille. Presses Litteraires, 2007.

Georges Cazes, Réflexions sur l’aménagement touristique du littoral du Languedoc-Roussillon. In: L’Espace Géographique, N°3, pp. 193-210, 1972.

Centre d'études techniques de l'Équipement Méditerranée, Littoral audois – Réflexion sur les milieux naturels et les paysages dans le cadre de la loi Littoral. Direction Départementale de l’Equipement Aude et Direction de l’Architecture et de l’Urbanisme, Narbonnne, 1995.

Amédée Chapelle, Les Saintes-Maries-de-la-Mer. L’église et le pèlerinage. Notice historique. Marseille, Moullot fils aîné, 1926.

Horace Chauvet, Voyage pittoresque le long de la Côte Vermeille. Perpignan, Imprimerie du Midi, 1961.

C. Claeys-Mekdade et M. Jacqué, La Clape espace de loisir: Nature pittoresque ou nature de proximité? – Etude de fréquentation du massif de la Clape. Laboratoire Dynamique Ecologique et Sociale en Milieu Deltaïque (DESMID), Arles, 1998.

Claude Colomer, Histoire du Roussillon. Paris, PUF, 1997.

Conservatoire du Littoral, La France littorale – A la découverte des rivages du Languedoc-Roussillon. Éd. du Conservatoire du Littoral avec l’aide de la fondation d’entreprise Total. 1998.

Pierre Cros, Saint-Cyprien de 1939 à 1945, le village, le camp, la guerre. Editions Trabucaire, Canet-en-Roussillon, 2001.

Jean Cuisenier (dir.), Etude sur les indicateurs des flux touristiques, Rapport d’étude pour le compte de la Mission interministérielle pour l’aménagement touristique du Languedoc-Roussillon, Centre de sociologie européenne, Ecole pratique des Hautes Etudes, juin 1966.

Jean Cuisenier (dir.), Amplitude des flux touristiques, Rapport d’étude pour le compte de la Mission interministérielle pour l’aménagement touristique du Languedoc-Roussillon. Centre de sociologie européenne, Ecole pratique des Hautes Etudes, décembre 1966.

Magali David, Ma Clape, « terre secrète ». Narbonne, Graphisud, 1999 (1° édition 1988).

François Doumengue, Henri Vidal, Bob Ter Schiphorst, ?Mirages du Languedoc. Palavas-les-Flots - Maguelone.? ? Montpellier, Causse et Castelnau, 1966.

Geneviève Dreyfus-Armand et Émile Temime, Les Camps sur la plage, un exil espagnol. Éditions Autrement, 2008

Suzana Dukic, L'immigration en Languedoc-Roussillon du XIXe siècle à nos jours. Perpignan, Editions Trabucaire, 2014.

C. Fagadet, Gruissan - Les chalets - de 1900 à nos jours. Narbonne, Graphisud, 1989.

Monique Donnil du Fresnel, Pierre-Paul Riquet (1609 - 1680). L'incroyble aventure du Canal des Deux-Mers. Editions du Sud Ouest, 2012.

Roger Frey, Luc Malepeyre, Georges Renault, Cap-d'Agde: L'histoire de la plus grande station touristique française. G. Renault, 2000.

Marie-Carmen Garcia et William Genieys, L'Invention du Pays Cathare: Essai sur la constitution d'un territoire. Paris, L'Harmattan, coll. « Questions contemporaines », 2005.

Luc Guere, Leucate. Histoire de mon village. Les Armoires de Leucate, 2009.

La Grande Motte, 20 ans de réussite, 1968-1988. Mairie de la Grande Motte, 1988.

O. Guichard, Loisirs Languedoc-Roussillon, Revue française d’urbanisme, n°86, numéro spécial, Le Languedoc-Roussillon. Paris, 1965.

J. Hiron, Il était une fois Leucate. Narbonne, Éd. du Cap Leucate, 1998.

Jacques Issorel, Collioure 1939. Les Derniers Jours d’Antonio Machado. Mare nostrum éditions, Perpignan, 2001.

En Languedoc Méditerranéen, Aude 1937. Edité pour le compte du Comité Départemental de l'Aude de l'Exposition Internationale Paris par les Editions Archat, Lyon - Paris, 1937.

Charles Lentheric, Les villes mortes du golfe de Lyon. Illiberris - Ruscino - Narbon - Agde - Maguelone - Aiguesmortes - Arles - Les Saintes-Maries. Paris, E. Plon et Cie, 1876.

Gaston Macone, Sète - Chronique d'un Siecle - 1907-2007. Editions Sutton, 2008.

David Magali, Ma Clape: Terre secrète. Éd. S. Candéla, 1989.

Jane Mann, L'histoire de Port-Vendres. Les Presses Littéraires, 2018.

Joséphine Matamoros et al., Matisse-Derain: Collioure 1905, un été fauve. Paris, Gallimard, 2005.

Joël Mettay, L'Archipel du Mépris. Histoire du camp de Rivesaltes de 1939 à nos jours. Canet, Editions Trabucaire, 2008.

Jacques Michaud, André Cabanis, Histoire de Narbonne. Toulouse, Privat, Coll. 'Pays et villes de France', 1981.

Jacques Morand, Le Canal du Midi et Pierre-Paul Riquet. Aix-en-Provence, Edisud, 1993.

Jean-Pierre Lacombe Massot et Joan Tocabens, L'Albera. 2000 ans d'histoire et plus..., Perpignan, Sources, 2000.

Philippe Palat (Edito), 'La folle aventure des citadelles de la mer. Port-Camargue, La Grande-Motte, le Cap d'Agde, Gruissan, Port-Leucate, Port-Barcarès, Saint-Cyprien et Carnon.' Saint-Jean-de-Vedas. Il y a 50 ans, la Mission Racine a révolutionné le littoral du Midi Méditerranéen. Midi-Libre, Hors-Série, 2018.

Antoine Picon, L'aventure du balnéaire - La Grande Motte de Jean Balladur. Paris, Eupalinos, 2000.

Jean-François Pinchon, Les unités touristiques du Languedoc-Roussillon de la Mission Racine (1963-1982). Retour sur la genèse des partis pris urbains et l’observation des modèles étrangers pour la conception des stations nouvelles. In: Philippe Duhamel, Magali Talandier et Bernard Toulier (dir.), Le Balnéaire. De la Manche au monde, Rennes, PUR, pp. 161-174, 2015.

Francisco Pons, Barbelés à Argelès et autour d'autres camps. Paris, Editions L'Harmattan, 1993.

C. Prélorenzo et A. Picon, L’aventure du balnéaire – La Grande Motte de Jean Balladur. Marseille, Éditions Parenthèses, Coll. Eupalinos, Série Architecture et Urbanisme. Marseille, 1999.

Gilles Ragot (Préface de Bernard Toulier), La Grande Motte: Patrimoine du XXe siècle. Somogy éditions d'art, 2016.

Hervé Revel, Fleury d'Aude. Mémoires en Images. Editions Sutton, 2014.

Emile Ripert, La Côte Vermeille et le Languedoc Méditerranéen. Grenoble, B. Arthaud, 1931.

Jacques Rouzier (red.), Le Languedoc-Roussillon 1950-2001: histoire d'une mutation. Editions Privat, 2002.

Emmanuel Le Roy Ladurie, Les paysans de Languedoc. Paris, S.E.V.P.E.N., 1966.

Emmanuel Le Roy Ladury, Histoire du Languedoc. Paris, Presses Universitaires de France, Coll. 'Que sais- je?, 2000.

Monteiro Schelhase, La Grande Motte, pour la Petite Histoire... Point Virgule, 2010.

Bob Ter Schiphorst (Photographies de), Kurt Brenner (Texte de), Montpellier à la croisée des chemins. Heidelberg, Maison d'édition et d'impression de Heidelberg S.A. 1981.

Bob Ter Schiphorst (Photographies de), François-Bernard Michel (Texte de), ?Native Camargue. Montpellier, Espace Sud éditions, 1991.

Mathias Thépot, Le Languedoc-Roussillon, un littoral accessible où l’on construit beaucoup. In: Le Monde, 21 août 2017.
Via: https://www.lemonde.fr/argent/article/2017/08/21/le-languedoc-roussillon-un-littoral-accessible-ou-l-on-construit-beaucoup_5174834_1657007.html

Françoise Tournier, L'aménagement du littoral Languedoc-Roussillon: bilan et perspectives. Mémoire présenté sous la direction du professeur Henry Roussillon, Institut d'études politiques, Toulouse, 1986.

A. Triare, La Côte Vermeille. Objectif Sud, 1989.

Grégory Tuban, Les Séquestrés de Collioure. Un camp disciplinaire au Château royal en 1939. Mare nostrum éditions, Perpignan, 1993.

Valentine Vattier d'Ambroyse, Côtes languedociennes: Du cap Cerbère à Marseille. Paris, Sanard et Derangeon, 1892. (Slatkine, 1984).

Ulrich Vetterlein, Banyuls-sur-mer. Quand un village se raconte... Edition Les Presses littéraires, 2010.

Henri Vidal (Texte de), Bob Ter Schiphorst (Photographies de), Montpellier. Portrait d'une ville. ?Montpellier, Causse Graille Castelnau éditeurs, 1961.

Alain Vincent, Isabelle Edoire, La Grande-Motte. Mémoire en Images. Editions Alan Sutton, 2011.

----------

FRANS-ATLANTISCHE KUSTSTREKEN EN BADPLAATSEN:


Marie d' Albarade, La belle histoire des palaces de Biarritz. Epoque 1. Atlantica, 2007.

Marie d' Albarade, La belle histoire des palaces de Biarritz. Epoque 2. Atlantica, 2010.

Association 303 Arts, Villégiature balnéaire. Loire-Atlantique et Vendée. Recherches et Créations, 2012.

Mickaël Augeron, Jacques Boucard et Pascal Even (Sous la direction de), Histoire de l’île de Ré des origines à nos jours. Le Croît Vif, 2016.

Lucas Aurore, Villas de Biarritz. Geste Editions, 2016.

Dominique Barjot, Eric Anceau, Nicolas Stoskopf (Sous la direction de), Morny et l'invention de Deauville. Paris, Armand Colin, Hors Collection, 2010.

Alain Charles, La Baule & Ses Villas. Le concept balnéaire. Paris, Massin, 2002.

Antoine Charles Ernest Barthez, La Famille impériale à Saint-Cloud et à Biarritz. Paris, Calman-Lévy, 1913.

Antoine Charles Ernest Barthez, La famille impériale à Biarritz. Lavielle, rééd., 1989.

René Bégué, Alain Gardinier, Biarritz Sixties - Surf Origins. Atlantica, 2019.

Anne-Marie Bergeret, Honfleur et les peintres. Editions des Falaises, 2019.

Madeleine Bernard, A la recherche des premières villas de Carnac-Plage. L'architecture balnéaire. Carnac, Association des Amis de Carnac, 1999.

Henri Bidou, Hossegor, la Côte d'Argent landaise. Bayonne, Imprimerie Madim, ca 1930.

Victor Billaud, Royan et ses environs. Guide du touriste?. Royan, Victor Billaud, éditeur, 1921.

Jean-Michel Blaizeau, La Rochelle, Rochefort et l'Aunis sous le Front populaire, 1936-1938. Rivages des Xantons, 2014.

Laurent Bonnet, Stations Balneaires de Charente-Maritime. Années 1900 à 1930. Geste, 2014.

Max Bontems, Claude-Youenn Roussel, Saint-Lunaire balnéaire. Le grand rêve de Sylla Laraque. Editions Cristel, 2003.

Didier Borotra, Bernard Toulier et al., ?Biarritz. Le casino 1929-1994. Editions Norma, Institut Français d'Architecture, 1994.

G. Bouchon, Historique du Chemin de Fer de Bordeaux à La Teste et à Arcachon - Cinquantenaire de l'Inauguration du Chemin de Fer de Bordeaux à La Teste de Bordeaux 1841-1891.Imprimeries G. Gounouilhou, 1891.

Dominique Bougerie, Honfleur et les honfleurais: 5 siècles d'histoire... (2 volumes). Honfleur, Imprimerie Marie, 2002.

R.J. Bourgeon, La Baule - La plus belle plage d'Europe - Guide du baigneur. Grenoble, Dardelet, 1957.

Alexandre Bouteiller, Histoire de la ville de Dieppe depuis son origine jusqu'à nos jours comprenant Le Vieux Dieppe et le Dieppe moderne - Marins et hommes modernes - Flibustiers et corsaires - Pêches et événements maritimes - Dieppe pittoresque, industriel, artistique et balnéaire. Dieppe, Emile Delevoye, 1878.

Michel Boyé, Marie-Christine Rouxel (Frédéric Ruault pour les photographies), Villas d'Arcachon - Un Siecle d'Histoires. Geste éditions, 2015.

Luc Braueuer, La Baule: Occupation - Libération, Tome 1 (1939-1942). Liv'Éditions, 2015.

Luc Braueuer, La Baule: Occupation - Libération, Tome 2 (1943-1945). Liv'Éditions, 2015.

André Cariou, Les Peintres de Pont-Aven. Éditions Ouest-France, 1994.

André Cariou, Gauguin et l'École de Pont-Aven. Éditions Ouest-France, 2001.

Alexandre de la Cerda, Biarritz d'antan. HC éditions, 2011.

D. Chabas, Les Landes d'hier et d'aujourd'hui. Capbreton, ?D. Chabas, 1980.

Alain Charles, La Baule et ses villas: Le concept balnéaire. Charles Massin, 2008.

François Ceccaldi, Biarritz, le Casino Bellevue: L'âge d'or des casinos. Le Festin, 2005.

Frédéric Chavenon et Loïc Abed, La Baule à la Belle Époque, Doué-la-Fontaine. C.M.D., coll. 'Mémoire d'une ville', 2000.

Jean Chennebenoist, Trouville et Deauville vus par Charles Mozin, 1806-1862. Deauville, 1962.

Yvan Christ, La métamorphose de la Normandie. Le Tréport, Dieppe, Etretat, Le Havre, Rouen, Evreux, Le Bec-Hellouin, Alençon, Honfleur, Trouville, Deauville, Caen, Bayeux, Cherbourg, Lessay, Coutances, Saint-Lô, Avranches, Mont-Saint-Michel ... . Paris, Editions André Balland, 1967.

Daniel Clary, La façade littorales de Paris - Le tourisme sur la côte normande. Etude géographique. Ophrys, 1977.

Agnès Claverie, La vie d'autrefois sur le Bassin d'Arcachon. Editions Sud-Ouest, 2001.

Jacques Clemens (Textes rassemblés et commentés par), Souvenirs d'Arcachon 1857. Saint-Cyr-sur-Loire, Editions Alan Sutton, 2007.

Bertrand Costet, Palaces et hôtels de Biarritz: 1890-1850. Editions Pimientos, 2018.

François et Françoise Cottin, Le Bassin d'Arcachon. Au temps des pinasses, de l'huître et de la résine. (t. I). Editions l'Horizon chimérique, 2000,
François et Françoise Cottin, Le Bassin d'Arcachon. À l'âge d'or des villas et des voiliers (t. II). Editions l'Horizon chimérique, 2012.

Guy Crépin, Michèle Crépin, Avec vue sur mer à Berck-Plage. Amis du musée, du passé et de la bibliothèque de Berck-sur-Mer et environs, AMPBBE, 2006.

Maurice Culot, La ville d'hiver d'Arcachon. Institut Français d'Architecture, Paris 1983.

Maurice Culot (dir.), Arcachon. La ville d'hiver. Bruxelles, Mardaga, 1988.

Maurice Culot, Claude Mignot, Trouville, Deauville: société et architectures balnéaires, 1910-1940. La Côte normande des années trente. Paris, Institut français d'architecture, Editions NORMA, 1992.

Maurice Culot, C. Mignot (dir.), La côte normande des années trente. Trouville, Deauville: société et architecture balnéaires, 1910-1940. Paris, Institut d'Architecture, Edition Norma, 1992.

Maurice Culot et al., Architectures des années 20 et 30 - Le Pays Basque. Norma/Institut français d'Architecture, Paris, 1993.

André Cussac, Dieppe. Station marine, balnéaire et climatique. Rouen, Lecere, 1926.

Sophie Danet et Paul Bauduz, L'épopée des bains de mer: Le Pouliguen, La Baule. Nantes, Siloé, 1999.

Charles Daney et Michel Boyer (sous la direction de), Une histoire du bassin: Arcachon, entre Landes et océan, Mollat, 1995.

Colette David (photogr. Stéphan Ménoret), Les villas de La Baule: des bourgeoises modèles aux excentriques rigolotes. La presse de l’Estuaire, 1979.

Gilbert Decultot, Rolleville, des origines à nos jours. Fécamp, Durand & fils, 1968.

Gilbert Decultot, Montivilliers à travers les siècles. Evocations et images. Fécamp, Durand & fils, 1973.

Gilbert Décultot, Fécamp, pages d'histoire, visages de la ville. Fécamp, L. Durand et fils, 1979.

Oscar Dejean, Arcachon et ses environs - Monographie historique. Edité par Féret et Fils, 1867.

Bruno Delarue, Les peintres à Trouville, Deauville et Villerville. 1821-1950. Fécamp, Editions Terre en vue, 2007.

Bruno Delarue, Les peintres à Etretat 1786-1940. Fécamp, Terre en vue, 2014.

Gaëlle Delignon, St Malo-Paramé. Urbanisme et architecture balnéaires 1840-1940. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 1999.

Ernest Deseille, L'ancien établissement des bains de mer de Boulogne, 1824-1863. Boulogne, Aigre, 1866.

Gabriel Désert, La vie quotidienne sur les plages normandes du second empire aux années folles. Paris, Hachette, 1983.

E. Ducéré, Napoléon à Bayonne. Bayonne, 1897.

Luc Dupuyoo, Autrefois, le Bassin d Arcachon. Edité par Confluences, 2017.

Paul Dyvorne, G. Boutin, Royan. Guide Touristique Offert par les Nouvelles Galeries. Saintes, Imprimerie R. Delavaud, 1935.

Henri Fermin, Dinard – La vie Balnéaire à travers ses Hôtels du Second Empire à nos jours. Dinard, Editions Association des Amis du Musée du Pays de Dinard, 1986.

Alexandre Fernandez, Bruno Marnot (Sous la direction de), Les ports du golfe de Gascogne. De Concarneau à La Corogne (XVe-XXIe siècle). Paris, Presses universitaires Paris-Sorbonne, 2013.

Dr. Robert Fleury et al., La Ville d'Hiver d'Arcachon. Paris, Institut Français d'Architecture, 1983.

Gilles Freidel, Carnac plage. Une architecture balnéaire bretonne. Patrimoines & médias, 2014.

A. Gandin, Destination Normandie. Deux siècles de tourisme XIXe-XXe siècles. 5 continents, 2009.

Christian Genet, La vie balnéaire en Aunis et Saintonge 1815-1845. Royan: rendez-vous des Bordelais suivi de promenades historiques et pittotresques de Bordeaux à Royan. C. Genet, 1978.

Michel Georges-Michel, La Vie à Deauville. Paris, Flammarion, 1922

Jean Germain, Le Médoc et ses plages. Le Verdon, Soulac, Le Gurp, Montalivet, Le Pin sec, Hourtin-plage, Maubuisson, Le Moutchic, Lacanau-océan. Bordeaux, Editions des nouveaux cahiers, 1959.

Élie Guéné, Deux siècles de bains de mer. Sur les plages de l'Avranchin et du Cotentin. Manche-Tourisme, 1985.

François Goliard, Fouras-les-Bains aux plus belles années du tourisme balnéaire. Editions Sutton, 2019.

Adolphe Gondinet, Voyage en Normandie. A Paris, à la Librairie encyclopédique, 1832.

Mireille Grosjan, Deauville- Trouville au temps des courtisannes et autres histoires inspirées de faits réels. Editions Charles Corlet, 2016.

Marcel Guédon, Arcachon: 150 ans d'histoire. Elytis, 2005

Elie Guene, Deux siècles de bains de mer, sur les plages de l'Avranchin et du Cotentin, 1995.

Guide Pratiques Conty, Réseau de l'Etat. Plages de l'Océan. Paris, Administration des Guides Conty; Troisième Edition, Exercice 1908-1909.

Dr. G. Hameau, Le Climat d'Arcachon et le Sanatorium (Ville d'Hiver). Tableaux & graphiques de Météorologie. Paris, G. Masson - Bordeaux, Féret et Fils, 1887.

D. Hébert, Deauville: une cité de villégiature de la côte Fleurie. Cabourg, Cahiers du temps, 2004.

Michel Hébert, Maurice Ernouf, Les stations balnéaires de Granville au Mont-Saint-Michel. Corlet Publications, 1999.

Michel Hebert, Donville-les-Bains. Mille Ans d'Histoire du Village Ancestral à la station Balneaire. Corlet, 2006.

Institut Français d'Architecture (Dominique Delaunay photographies; Olivier Piron préface), Trouville: Maisons et cités-jardins (1919-1995). Norma, 2002.

Dr. Constantin James, Guide pratique aux eaux minerales et aux bains de mer. Paris, G. Masson, 1877.

Dr. Constantin James, Guide pratique aux Eaux minérales françaises et étrangères suivi d'études sur les bains de mer et l'hydrothérapie et d'un traité de thérapeutique thermale. Paris, Masson, 1861.

Adolphe Joanne, ?Le Havre, Etretat, Fécamp, Saint-Valéry-en-Caux. Deuxième édition. ?Paris, Librairie Hachette et Cie, coll. "Guides Joanne - Guides Diamant", 1872.

Eliane Keller, Arcachon. Métamorphoses. Equinoxe, 1992.

Richard Klein, Le Touquet Paris-Plage: la côte d'Opale des années Trente. Édition Norma, 1994.

Richard Klein (Sous la direction de), La Côte d'Opale: Architectures des années 20 et 30: Wissant, Ambleteuse, Wimereux, Hardelot, Le Touquet, Stella-Plage, Merlimont, Berck. Edition Norma, 1998.

G. Labayle, Cauterets, ses origines, ses transformation successive, ses visiteurs les plus illustres. Pau, 1930.

Pierre Laborde, Biarritz - Huit siècles d'histoire - 200 ans de vie balnéaire. Chez l'auteur P. Laborde, 1984.

Pierre Laborde et al., Histoire du tourisme sur la Côte Basque (1830-1930). Atlantica, 2001.

Edouard Labrune, Natacha Degauque Belousova, Les Russes à Biarritz et sur la Côte basque. Editions Pimientos, 2018.

Isidore Lagarde et Sotère Micberth, Une saison d’été à Biarritz en 1859 - Biarritz autrefois, Biarritz aujourd'hui. La France pittoresque, 2014.

F. Lalesque, Arcachon. Ville d'été, ville d'hiver. Topographie et climatologie médicales. Paris, Masson, 1886.

Alain et Claudine Lamour, L'histoire des stations balnéaires bretonnes. 1860 - 1950. Editions Micéa, 2019.

Claude Laroche, Hossegor, 1923-1939. Inventaire général des monuments et des richesses artistiques de la France. Le Festin, Collection Cahiers du patrimoine, 1993.

Claude Laroche, Hossegor. La station des sports élégants Norma, 2003.

Rene Legros, Le pays de Caux - Fécamp Guide - Ce qu'il faut voir dans la ville, les adresses qu'il faut connaitre, les routes a suivre pour visiter les environs. Fécamp, 1910.

R. Lemesle, L'architecture balnéaire: Dinard, Saint-Cast, Guildo. La création bretonne (1900-1940). Rennes, Presses universitaires de Rennes, 1995.

Eric Lescaudron, Les villas de la Baule: Un autre regard. Geste Editions, 2014.

Edouard Lévêque, Petite histoire du Touquet. Paris-Plage. Tome I. PyréMonde - Editions des Régionalismes, 2007.
Edouard Lévêque, Petite Histoire du Touquet. Paris-Plage. Tome II. PyréMonde - Editions des Régionalismes, 2011.

Lucien Lheureux, Bains de Mer de l'Océan de la Loire à Saint-Sébastien. Les Guides Illustrés. Paris, Librairie Hachette, 1923.

Dominique Lormier, Aquitaine - Bordeaux et Arcachon à la Belle Epoque. C.M.D.. 1998.

Alain Lottin (Sous la direction de), Histoire de Boulogne-sur-Mer. Ville d'art et d'histoire. Presses Universitaires du Septentrion, 2014.

Stéphane Magrenon, Histoire de Saint-Palais-sur-Mer. Naissance et essor d'une station balnéaire. (1826-1939). Keïmola, 2013.

Gérard Maignan, Hossegor du quartier à la ville d'aujourd'hui. Le Festin, 2014.

Alphonse Martin, Histoire de Fécamp illustrée. 2 tomes. Fécamp, Durand & Fils. 1893. 1894.

Maurice Martin, J.-H. Rosny, La Côte d'Argent. Sur le littoral de la Gascogne. Préface de J.-H. Rosny. Partie méridionale. D'Arcachon à Biarritz à travers les Grandes Landes. (Pays basque). Bordeaux, Imp. G. Gounouilhou, 1906.

Brice Martinetti (Préface de Didier Poton), Les Négociants de La Rochelle au XVIIIe siècle. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2013.

Geneviève Mesuret, Architectures de Biarritz et de la Côte Basque: De la belle epoque aux années trente. Mardaga, 1995.

Claude Mignot, Trouville - Deauville: Société et architectures balnéaires 1910-1940. Norma, 1992.

Jean Moisy, Trouville. Editions Sutton, Collection Mémoire en Images locaux, 2005.

Marcel Monmarche, Bains de mer de Normandie. Du Tréport au Mont Saint-Michel. Guide pratique des stations balnéaires. Paris, Hachette, 1923.

Joseph Morlent, ?Le Havre, Guide du Touriste au Havre et ses Environs, Fécamp, Bolbec, Lillebonne, Tancarville, Manéglise, Orcher, Saint-Jean-d'Abbetot, Rolleville, Montivilliers, Harfleur, Etretat, Yport, Graville, Sainte-Adresse, Honfleur, Villerville, Trouville. Le Havre, Petite Bibliothèque Normande, Costey Frères, Libraires, Editeurs, 1840.

J. Nogaret, Hendaye. Hossegor (Landes), Librairie D. Chabas, 1935.

Sophie Onimus-Carrias, Agathe Aoustin, Denis Pillet, Villégiature balnéaire: Loire-Atlantique et Vendée. Association 303 Arts, Recherches et Créations, 2012.

Georges Oustric, Le port de Boulogne-sur-Mer au XIXe siècle. La Sentinelle, Editions Le Téméraire, 1995.

E. Parmentier, Etretat. Son Origine, Ses Légendes, Ses villas et Leurs Habitants. Paris, 1890.

Jackie et Jean-Paul Part, Hossegor hier. 1900-1935 - "Les années folles". Bayonne. Chez l'auteur. 1985.

Jacques Pessis, Chronique de Deauville. Trélissac, Editions Chronique, 2005.

Michel Pétaud-Letang, Arcachon. Histoire et Renouveau. Edité par Aéditions, 2013.

Jean-Marie Pierre, La Baule. Plage Fashionnable, 1879-1930. Editions Jean-Marie Pierre, 1982.

Alain Puyau (sous la direction de), Mémoires De Biarritz. Cairn, 2013.

N. Richard, Y. Pallier, Cent ans du tourisme en Bretagne (1840-1940). Rennes, Edition Apogée, 1996.

Philippe Roger et Michel-Pierre Chélini, Reconstruire le Nord-Pas-de-Calais après la Seconde Guerre Mondiale (1944-1958). Septentrion, 2017.

Dominique Rouillard, Le Site Balneaire. Edité par Pierre Mardaga, 1995.

J.-H. Rosny Jeune, Hossegor. André Delpeuch, 1926.

G. Rouy, (Sous la direction de), La Côte d'argent. Les Pyrénées de l'Océan à Bagnères de Bigorre, de la Pointe de Grave à Hendaye, Landes, Pays basques, Béarn. Paris, Flammarion, ca. 1910.

B. Saint Jours, Capbreton, Labenne et Cap-Serbun. ?Imprimerie La béque, Dax, 1918.?

Sylvie Santini, Le roman de Biarritz et du Pays basque. Monaco, Editions du Rocher, 2010.

Paul Smith, Boris Veblen, Deauville La vitrine balnéaire des élégances. Editions B2, 2011.

Patrick Saudemont,Les 100 ans du Touquet Paris-Plage 1912-2012. Michel Lafont, 2011.

Société Académique du Touquet, Le Touquet-Paris-Plage (1912-2012). Un siècle d'histoires. Editions Henry, 2011.

Antoine Terrasse, Pont-Aven: L'Ecole buissonnière. Paris, Découvertes Gallimard, 1993.

Michel Thersiquel, Daniel Yonnet, et al., La Bretagne aimée des peintres: Quimperlé, Pont-Aven, Concarneau 1880-1920. 2001.

Anne Tomczak, Le Touquet: Les Années si folles de Paris-Plage. La Voix du Nord, 2012.

Bernard Toulier, Francis Muel (dir.), La Côte d'Emeraude, la villegiature balnéaire autour de Dinard et St.-Malo. Paris, Edition du Patrimoine, 2001.

René Tonnetot, Etretat à travers les siècles. Fécamp, L. Durand et Fils, 1962.

Eugène Trutat, Les Stations hivernales du Sud-Ouest: Pau, Biarritz, Dax, Arcachon (Éd. 1885). Hachette Livre BNF, 2013.

Jean-Bernard Vighetti, La Baule et la presqu'île guérandaise: Tome 1, XIXe siècle, la naissance des bains de mer. Siloë 2003.
Jean-Bernard Vighetti, La Baule et la presqu'île guérandaise: Tome 2, XXe siècle, le grand essor du tourisme. Siloë 2003.

Jean-Bernard Vighetti, Une riviera bretonne: Saint-Nazaire, La Baule et le presqu'île guérandaise. Coop Breizh, 2019.

Johan Vincent, L'intrusion balnéaire: Les populations littorales bretonnes et vendéennes face au tourisme (1800-1945). Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2008.

Pierre-Jean Yvon, Saint-Malo. Cité maritime, station balnéaire. Pascal Galodé Editions, 2008.

----------

FRANSE KUUROORDEN, KUREN EN MINERAALWATER:


Docteur Robert A. Accart, Histoire de la station thermale de Châtel-Guyon. (1760-1914). Clermont-Ferrand, G. de Bussac, 1967.

Jean Aubert, En Auvergne, les villes d'eaux autrefois. ?Lyon - Saint-Etienne, Editions Horvath et Editons du Parc, 1993.

Jean Aubert, Dans le Nord et l'Est, les villes d'eaux autrefois. Lyon - Saint-Etienne Editions Horvath, 1994.

J.-P. Azam, Les Stations Thermales des Pyrenées à la Belle Epoque. Cairn, 2017.

Daniel Babo, Le guide des eaux en France. Thermales, minérales, de source. Médicis, 2006.

Dr. S. Baque, Les Eaux Sulfuresues de Luchon. Imprimerie Levé, 1909.

W. V. Baud, Contrexéville. Maladies des organes génito-urinaires et goutte. Paris, Georges Barban, 1870.

Henri-Marc Becquart, Les Eaux d'Aix-en-Provence. 2000 ans d'histoires et de passions. Jeanne Laffitte, 2004.

Johanny Berthier, Album universel des eaux minérales et des bains de mer. Paris, Le Monde Thermal, 1863.

Ch. A. Besson, Evian-les-Bains. Guide du baigneur et du touriste. Paris, Librairie Hachette et Cie., 1889.

L. Bonnard, La Gaule thermale. Sources et Stations thermales et minérales de la Gaule à l'époque gallo-romaine. Paris, Librairie Plon, 1908. (Éd. 1908). Paris, Hachette Livre BNF, réédition, 2017.

Nestor Boulon, Histoire des thermes d'Uriage et de leurs environs. Première partie, Histoire des thermes, ce qu'ils étaient avant la fondation de l'établissement actuel. Grenoble, Typ. E. Redon, 1852.

Dr P. Bouloumié, Histoire de Vittel. Création d'une ville thermale . A. Maloine et Fils, 1925.

Madame Bouloumié, Pierre de Lacretelle, Maurice Loeper, Jacques Cadot et al., Vittel 1854-1954. Société des eaux minérales de Vittel, 1955.

Françoise Breuillaud-Sottas, Evian, aux sources d'une rèussite (1790-1914). Editions Le Vieil Annecy, 2008.

Françoise Breuillaud-Sottas, Evian mondain: L'âge d'or du thermalisme. Silvana, 2018.

Docteur Cabanès, La Vie aux bains. Paris, 1904.

Docteur Cabanès, Moeurs intime au temps passé: la vie thermale au temps passé. Paris, Albin Michel, 1934.

Docteur Cabanès, Villes d'eaux à la mode au grand siècle - Moeurs intimes du Passé. Paris, Albin Michel, 1936.

H. Castillon d'Aspet, Petite Histoire de Bagnères-de-Luchon. Editions des Régionalismes, 2020.

Auguste Causard, Bourbonne et ses Eaux Minérales. J. B. Baillière et Fils, 1878.

Léon Chabory, Guide complet du promeneur au Mont-Dore et à La Bourboule suivi du Guide du baigneur aux eaux du Mont-Dore. Clermont-Ferrand, Imp. clermontoise, 1887.

Etienne Chabrol, L'Evolution du thermo-climatisme. 1933.

André Chagny, Vals-les-Bains et le Bassin de l'Ardeche. G.L. Arlaud, 1929.

Pascal Chambriard, Aux Sources de Vichy: Naissance et développement d'un bassin thermal (XIXe - XXe siècles). Saint-Pourçain-sur-Sioule, Bleu Autour, 1999.

?André Chagny, Vals-les-Bains et le Bassin de l'Ardeche. G.L. Arlaud, 1929.

D. Chanteranne, Plombières les Bains au temps de Napoléon III. Napoléon III Editions, 2008.

Jacques-François Chomel, Traité des eaux minérales et des bains et douches de Vichy, augmenté d'un discours préliminaire sur les Eaux Minérales en général ; avec des observations sur la plûpart des Eaux Minérales de France & en particulier celles de Bourbon-l'Archambault, & du Mont-d'Or en Auvergne. Clermont-Ferrand, P. Boutaudon, 1734.

René Clair, A la gloire de la ville de Bains-les-Bains. Station thermale de la Voge - 2000 ans d'histoire. Colmar, S.A.E.P. Ingersheim, 1982.

Dr Henry Collins Fils, Saint-Honoré les Bains ( Nièvre). Eaux thermales, sulfureuses, sodiques & arsenicales. Henry Jouve, 1886.

Roland Conilleau, Plombières-les-Bains. Hier et Aujourd'hui. Sarreguemines, Editions Pierron, 1986.

Docteur Dargelos, Aix-en-Provence. Station thermale. Aix-en-Provence, Impr. A. Roubaud, 1920?.

G. Delfau, Les cures thermales. Masson & Cie. 1897.

Patrick Delmont, Néris-les-Bains à la Belle Epoque. Editions Créer, 2002.

Patrick Delmont, Raymond Desvachez, Néris-les-Bains, 2000 ans d'histoire. Cahiers bourbonnais, 2019.

François Delooz, Néris-les-Bains: De 1789 à 1914. Imprimerie Orfeuil, 1981.

Département Archives et histoire Institut français d'architecture, Vittel: Création d'une ville thermale 1854-1936. Éditions du Moniteur, 1982.

Bernard Desgranges, Luxeuil-les-Bains. Histoire des thermes. Remiremont, Editions Lalloz-Perrin, 1981.

L. Dorgeval-Dubouchet, Guide du baigneur aux eaux thermales de La Motte-les-Bains. Paris. Baillière. 1849.

Jean-François Dormoy, Eaux minérales, le guide de l'amateur. Editions Soline, 1999.

Dr. A. Doyon, Uriage et ses eaux minérales. Paris, G. Masson éditeur, 1884.

Dr. Franck Duprat, Guide pratique du baigneur et du touriste à Bagnères-de-Bigorre. Bagnères, Péré, 1922.

Durand - Fardel, Dictionnaire General Des Eaux Minerales Et D' Hydrologie Medicale Comprenant La Geographie Et Les Stations Thermales, La Pathologie Therapeutique, La Chimie Analytique, L'Histoire Naturelle, L'Aménagement Des Sources, L' Administration Thermale... . Nabu Press, 2012.

F. Engerand, Les Amusements des villes d'eaux à travers les siècles. Paris, Plon, 1936.

Pascale d'Erm, Les Eaux minérales. Editions du Rouergue, 2003.

Emmanuelle Evina, Le guide du buveur d'eau. Plus de 90 eaux minérales et eaux de sources testées et analysées, leur origine, leur goût et leur vertu thérapeutique. Solar, 1997.

Albert Fabre, Histoire de Balaruc-les-Bains (département de l'Hérault). Avec une notice géologique par M. de Rouville et une notice sur la flore par M. Barrandon.? ?Nîmes, Imprimerie Clavel-Ballivet et Cie., 1882.

René Flurin, Cauterets thermal au fil de l’histoire. Editions Monhélios, 2010.

Jean-Bernard Frappé, Autrefois Bagnères de Luchon, 2 tomes, Atlantica, 2001.

George Frélastre, Les complexes de Vichy ou Vichy les capitales. Malicorne sur Sarthe, Editions France-Empire, 1975.

Geneviève Frieh-Vurpas, Les thermes nationaux d'Aix-les-Bains. Un bain d'histoire. Éditions Figep, 2005.

Geneviève Frieh-Vurpas, Aix-les-Bains, ville d'eaux de la Belle Epoque. Editions Le Dauphiné, 2005.

Dr. F. Garrigou, La station thermale de Luchon. Toulouse, Imprimerie Pradel, Viguier et Boé, 1878.

M. Gazon-Duprez, ?Villers-sur-Mer et ses 9 Casinos. ?Pacy-sur-Eure, Imprimerie de la Vallé, 1988.

Paul Gerbod, Loisirs et santé: les thermalismes en Europe des origines à nos jours. Paris, H. Champion, 2004.

François Gimet (Libraire à Toulouse), Luchon en poche. Guide du Touriste & du Baingeur. Renseignements de toute nature sur les hotels, les bains, les promenades, les courses, les tarifs, les eaux de Barbazan, de Siradan, de Sainte-Marie et sur l'antiquité de Saint-Bertrand de Commignes. Luchon, Lafont, libraire-éditeur, Vingtième Edition, 1895.

Vincent Giraudier (sous la direction de), ?Histoire de Vals-les-Bains. Office de Tourisme de Vals-les-Bains, 2000,

François Goliard, Fouras-les-Bains aux plus belles années du tourisme balnéaire. Editions Sutton, 2019.

Maurice Gontard, Vichy: l'irrésistible ascension 1800-1870. Editions Créer, 1998.

Docteur F. Gomma (Introduction), Ax-les-Thermes. Port de l'Andorre. Guide du Touriste dans les Vallées de la Haute-Ariège et des Régions Limitrophes. Toulouse, Publication du Syndicat d'Initiatives d'Ax-les-Thermes, 1936.

Lise Grenier (Sous la direction de), Villes d'eaux en France. Editions Institut Français d'Architecture - Fernand Hazan, 1985.

Evelyne Gros, Salins-les-thermes, une source et 2000 ans d'histoire. Era diffusion, 1996.

Dr. Robert Gros, Balaruc-les-Bains en Languedoc. Ets. Bonniol, 1973.

Pierre et Bertrand de Grosse, Bagnères-de-Luchon - Développement et évolution d'une cité thermale. Toulouse, Privat, 1942.

Clément Guillou, Les thermes en appellent aux pouvoirs publics. Les 113 établissements thermeaux de France sollicitent de nouvelles aide et une réouverture le lundi 26 avril. In: Le Monde, jeudi 18 mars 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/03/17/les-thermes-n-en-voient-pas-le-bout_6073392_3234.html

Clément Guillou, Cure d'austérité pour les thermes des Pyrenées. Les petites stations du massif somnolent, dans l'attente du retour des curistes. Pilier historique du tourism, l'activité connaissait déjà des difficultés avant la pandemie de Covid-19. In: Le Monde, jeudi 8 avril 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/04/07/des-bourgs-silencieux-dans-l-attente-du-retour-des-curistes-sur-les-routes-thermales-des-pyrenees-douche-froide-et-austerite_6075785_3234.html

Jocelyne Hanin et Pierre Hanin, Fécamp. Les casinos, le thermalisme et les bains, la digue promenade, 1770 1990. Deux siécle d'histoire. SNAG, 2009.

Zoltan-Etienne Harsany, La vie à Aix-les-Bains au XIX° siècle. (1814-1914). La Ravoire. Imprimerie Filsnoël, 1982.

Bernard Honoré, Uriage en 1900: Le séjour d'un curiste. Chapô Public Editions, 2002.

Paul Humbert, A propos des grands embellissements projetés à Aix-Les-Bains. Les Douze dernières années du Régime Sarde à Aix-Les-Bains (de 1848 à 1860) - Période de Réalisations grandioses: L'Etablissement Thermal - Le Casino Grand-Cercle - Le Chemin de fer Victor-Emmanuel - Cavour et Bias: lettres inédites de Cavour. Imprimerie J. Ducret et Cie. 1929.

Eugène Jacquemin, Les Eaux minérales de Martigny-les-Bains, Vosges. 3e édition (Éd. 1891). Paris, Hachette Livre BNF, 2018.

Michel Jaltel, Royat, station thermale de l'artérite. Imprimerie nouvelle, 1987.

Michel Jaltel, Amélie-les-Bains, 2000 ans de médécine thermale. Paris - Condé-sur-Noireau, Pharmathèmes éditions-Communications santé, 2004.

Michel Jaltel, Thermalisme et bien-être. De la remise en forme aux soins curatifs. Chiron, 2011.

Michel Jaltel (Préface du professeur Patrice Queneau), Eau minérale et médecine thermale. Deux millénaires d'histoire. Paris, Editions L'Harmattan, 2017.

Michel Jaltel, Retour aux sources pour mieux vieillir. Société des Écrivains, 2017.

Dr. Constantin James, Guide pratique aux Eaux minérales françaises et étrangères suivi d'études sur les bains de mer et l'hydrothérapie et d'un traité de thérapeutique thermale. Paris, Masson, 1861.

Dr. Constantin James, Guide Pratique Aux Eaux Minérales, Aux Bains De Mer, et Aux Stations Hivernales, Contenant De Plus Des Études Sur L'hydrothérapie et Un traité De Thérapeutique Thermale. Paris, Victor Masson et Fils, 1865.

Dr. Constantin James, Guide pratique aux eaux minérales et aux bains de mer, hydrothérapie, stations d'hiver, thérapeutique. Paris, G. Masson, 1872,

Dr. Constantin James, Guide pratique aux eaux minerales et aux bains de mer. Paris, Masson, 1877.

Christian Jamot, Thermalisme et villes thermales en France. Presses Universitaires Blaise Pascal, 1988.

Domiqie Jarrassé, Les Thermes romantiques. Bains et villégiature en France de 1800 à 1850. Insitut d'Etudes du Massif Central-C.H.E.C., Université de Clermond-Ferrand II, 1992.

Dominique Jarrassé (Textes réunis par), Villes d'eaux des Pyrénées occidendentale, patrimoine et devenir. Institut d"Etudes du Massif Central, 1996.

Dominique Jarrassé, Représentation de la ville d'eaux. Statut dans les guides thermaux français entre 1840 et 1870.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 207-220.

Jean-Marie Jeudy, Chambéry, Aix-les-Bains autrefois, images retrouvées de la vie quotidienne. Lyon - Saint-Etienne, Editions Horvath et Editons du Parc - Presses de l'Imprimerie Reboul, 1992.

P. Joanne, Le Mont-Dore et les eaux minérales d'Auvergne. La Bourboule - Royat - Chatelguyon - Chateauneuf - Saint-Nectaire - Saint-Alyre. Paris, Librairie Hachette et Cie, Edition remise au courant en 1886.

Docteur P.-R. Joly, Bagnoles-de-l'Orne et Tessé-la-Madeleine. Le guide pratique illustré du baigneur et du touriste. Paris, Vigot Frères, Editeurs, 1929.

Jean Kastener. Napoléon III à Plombières. Compagnie des Thermes, 1967.

Dr. Gaston Labayle, Un peu d'histoire locale. Cauterets. Ses origines - Ses transformations successives - Ses visiteurs les plus illustres. Pau, Imprimerie artistique et commerciale de l'Indépendant, 1930.

J.-A. Laissus, Manuel du baigneur aux eaux thermales de Brides soit de La-Perrière. Deuxième édition. Moutiers, Imprimerie de Ch. Bocquet, 1857.

Docteur E. de Larbés, Eaux thermo-minérales de Cauterets (Hautes-Pyrénées). Toulouse, imprimerie Louis & Jean-Matthieu Douladoure, 1873.

Georges-Gérald Larrègle, La Station thermale de Rochefort-les-Thermes. Imprimerie Guireau frères, 1960.

Ch. Lavielle, Dax, médical et thermal. Guide du baigneur à Dax. Coulommiers, Editions Paul Brodard, 1902.

Jean-Pierre Leguay (Sous la direction de), ?Histoire d'Aix-les-Bains et de sa région... Une grande station thermale. ?Aix-les-Bains, Imprimerie de l'Avenir, 1992.

Edouard Lemoine, Plombières et ses environs - Guide du baigneur. Paris, Librairie Hachette, 1859.

Jacques Longue, Cauterets. Station Thermale et Climatique. Station de Sports d'Hiver. Marrimpouey Jeune, 1966.

Antonin Mallat, Histoire des eaux minérales de Vichy. Tome I, 1909, Tome II, 1915.

Antonin Mallat, Vichy à travers les âges. Vichy, Imprimerie Centrale Bourbonnaise, 1934.

J. Martel, Un cure entre milice et le maquis. Impr. Commerot, 1987.

Nicolas Marty, Perrier, c'est nous! Histoire de la source Perrier et de son personnel. Paris, Les éditions de l'atelier, 2005.

Philiipe Mayoux, Bagnères-de-Bigorre - Histoire d'une ville thermale. Alan Sutton, 2002.

Lucien Mazars, Cransac (Aveyron), Ville thermale. Ses eaux, ses étuves et leur histoire. 1960.

A. Michal-Ladichère, Guide du voyageur à Grenoble et dans ses environs et aux eaux thermales du département de l'Isère. Grenoble, Ch. Vellot, 1854.

A. Michal-Ladichère, Uriage et ses environs. Guide pittoresque et descriptif. Deuxième édition, 1859.

Dr. Auguste Millet, Une saison à Contrexéville (Vosges). Seconde édition revue et augmentée. Paris, F. Savy, 1864.

Michaël Moisseeff, Le guide de l'eau minérale naturelle française. Chambre Syndicale des Eaux Minérales, 2011.

Ramon Monzon, Histoire thermale de Dax. Imprimerie Fontaine, 1988.

Marianne Le Morvan, Hôtel Splendid de Dax: Secrets d’un chef d’oeuvre de l’Art Déco. Editions Cairn, 2020.

Guy de la Motte-Bouloumié, Marie-Hélène Contal (Institut Français d'Architecture), Vittel 1854-1936, création d'une ville thermale. Paris, Editions du Moniteur, 1982.

Philippe Langenieux-Villard, Les stations thermales en France. Paris, PUF; collection Que sais-je (N°229), décembre 1990.

Georges-Gérald Larrègle, La Station thermale de Rochefort-les-Thermes. Imprimerie Guireau frères, 1960.

Julius Laurencic, Album illustré balnéaire de bains de mer, villes d'eaux, stations thermales, cures d'air, résidences d'hiver. 1902.

Docteur Ch. Lavielle, Dax Médical et Thermal. Guide du Baigneur à Dax. Editions Paul Brodard, 1902.

Raymond Lavigne, Balaruc-les-Bains: une ville au pluriel, Paris, Messidor, 1991.

Thierry Lefebvre et Cécile Raynal, Du thermalisme à la médecine thermal. Aux sources du vrai made in France. Le Square, 2015.

Jean-Pierre Legay (sous la direction de), Histoire d'Aix-les-Bains et de sa région. Imprimerie de l'avenir, 1988.

D.P. MacKaman, Leisure settings. Bourgeois culture, medicine and the spa in modern France. Chicago-Londen, The University of Chicago Press, 1998.

Alain Malissard, Les Romains et l'eau. Fontaines, salles de bains, thermes, égouts, aqueducs... Les Belles Lettres, 2002.

Philippe Mayoux, Bagnères-de-Bigorre - Histoire d'une ville thermale. Alan Sutton, 2002.

Guy de la Motte-Bouloumié, Vittel 1854-1936, création d'une ville thermale. Editions du Moniteur, 1982.

Gérard et Jacques Mourier, Une ville d'eaux, Vals-les-Bains au fil du temps. Editions Dolmazon, 2008.

Jules de Mouxy de Loches, Histoire d'Aix-les-Bains. Chambéry, 1998.

Nouveau Guide 1920. Luchon en poche. Guide de touriste et du baigneur. Renseignement de toute nature sur les promenades, les courses, le eaux de Luchon, etc.. Luchon, Lafont, Libraire-Editeur, 63, Allées d'Etigny, nouvelle édition, 1920.

Paul Negrier, Les bains à travers les âges. Paris, Librairie de la Construction moderne, 1925.

Vincent Nivet, Étude sur les eaux minérales de l'Auvergne et du Bourbonnais (Éd. 1850). Paris, Hachette Livre BNF, 2016.

L'Officiel du Thermalisme 2019 - La France thermale & ses stations. Palindrome Edition, 2019.

Nicole Pagotto, Le thermalisme à Aix-les-Bains au XIXe siècle. 1975.

M. H. Paillard-Varin et J. Serane, La cure de Vittel (source Hépar) dans le traitement des dyskinésies des voies biliaires. In: Annales Médical de Vittel, N° 13, 1952. Publiées sous les auspices de la Société de Médecine de Vittel, 1952.

Dominique Paulvé, Villes d'eaux: histoire , architecture, thermes. Issy-les-Moulineaux, Editions Massin, 2013.

Philippe-Alexis Peironnel, La Bourboule, sa station thermale, ses eaux minérales et son établissement (Éd. 1865). Paris, Hachette Livre BNF, 2016.

Marie-Laure Pellian, Encausse-les-Thermes Hier et aujourd'hui. Editions Catherine de Coarraze, 1997.

Jerôme Penez, Guides imprimés et thermalisme en France, 1850-1914: pluralité, originalité et développement.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 221-238.

Jérôme Penez, Histoire du thermalisme en France au XIXe siècle. Eau, médecine et loisirs, Paris, Economica, 2005.

L. Percheron, Les villes d'eaux, les stations climatiques françaises, Paris, 1911.

Gabriel Pérouse, La Vie d'autrefois à Aix-les-Bains. La ville. Les thermes. Les baigneurs. Chambéry, Dardel, 1922.
Gabriel Pérouse, La vie d'autrefois à Aix-les-Bains. La Ville, les Thermes, les Baigneurs. Chambéry, Editions Dardel, 1967.

Camille Perroud, Histoire de la ville d'Evian. 1928.

Frantz-E. Petiteau, Capvern-les-Bains. ?Saint-Cyr-sur-Loire, Editions Alan Sutton, Collection "Mémoire en Images", 2008.

Peyromaure-Debord, Tourisme, Thermalisme et Climatisme. Imprimerie Nationale, 1935.

A. Piatot, La cure thermale de Bourbon-Lancy. Macon, Protat, 1903.

Émile Poitevin, Gréoulx-les-Bains. Son Histoire, Ses Eaux, Ses Histoires... . Gréoulx-les-Bains, H. Michel, 1978.

L. Porcheron, Les Villes d'Eaux, les Stations Climatiques Françaises. Paris, Maloine, 1911.

Fabienne Pouradier-Duteil, Villas de la Belle Epoque, l'exemple de Vichy. Editions Bleu Autour, 2007.

Carole Puig, Fabrice Covato, David Maso et la municipalité de Vernet-les-Bains, Vernet-les-Bains au cœur du Canigou: l'eau, le fer, les hommes. Mairie de Vernet-les-Bains, 2007.

Jean-Joseph-Victor Pujade, Notice sur les nouveaux thermes d'Amélie-les-Bains, anciennement Bains d'Arles, pouvant servir de guide au baigneur, dans le choix des eaux minéro-thermales qui les alimentent, ainsi que dans le mode d'en faire usage. Perpignan, Imprimerie de Mademoiselle A. Tastu, 1843.

Dr. de Raquine, La cure thermale de Barbotan - Barbotan-les-Thermes. Indications de la cure- analyses des eaux- renseignements pratiques. Imp. P. Legrand, 1926.

Dr. P. Regault, Bourbon-l'Archambault, ses eaux minérales et ses nouveaux thermes. Guide pratique et médical du baigneur et du médecin. Paris, G. Masson, 1886.

Bernard Riac, Lamalou-les-Bains à la Belle époque. Chez l'auteur, 1985.

Christian Rives, Histoire des Thermes de Luchon. Luchon, Chez l'auteur, 1987.

Albert Robin (Introduction), Index Médical des Principales Stations Thermales et Climatiques de France. Publié par le Syndicat général des Médecins des Stations Balnéaires et Sanitaires de France. Paris, Jean Gainche, imprimeur-éditeur, 15 rue de Verneuil, 1903.

Daniel Santenoise (Préface de), Les Bases scientifiques de la cure de Vittel : Grande source et source Hépar, d'après les travaux de l'Institut d'hydrologie, de la Société de médecine de Vittel et du Laboratoire de recherches hydrologiques de Vittel. 1953.

Maurice Sarazin, L'Auvergne thermale à la Belle Epoque. Clermont-Ferrand, G. de Bussac, 1977.

Armand Sauvagnat, Le Mont-Dore à la Belle-Epoque. Editions Libro-Sciences, 1974.

John Scheid, Marilyn Nicoud, Didier Boisseuil, Joel Coste (Sous la direction de), Le thermalisme - Approche historiques et archélogiques d'un phénomène culturel et médical. CNRS, 2015.

Christian Schule, Les eaux thermales d’Yverdon-Les-Bains. Une source d’histoire. Yverdon-Les-Bains, Sprint votre imprimeur, 2007.

M. Serpeille, Guide des familles aux villes d'eaux et stations thermales françaises. Paris, La Fare, 1903.

Josette Thomas et Jean Lovie, Les Thermes de Bondonneau à Allan (Drôme). Allan, Pierres et Mémoires, 1992.

Bernard Toulier (Texte) en Caroline Rose (Photogr.), Villes d'eaux. Stations thermales et balnéaires. Paris, Imprimerie Nationale Editions, 2002.

Bernard Toulier, Villes d'eaux: Architecture publique des stations thermales et balnéaires. Bruxelles, Dexia Banque,Imprimerie Nationale, 2002.

Bernard Toulier, Architecture de villes d'eaux. Imprimerie Nationale, 2002.

Dr. Max Vauthey, Vichy et Napoléon III, les cures thermales de l'empereur. Vichy, Editions Schave, 1984.

Albert Vazeille, Le Mont-Dore - la station thermale, la station d'hiver. Le Sancy, C. de Bussac, 1967.

Pierre Vidal, Guide du touriste à Vernet et dans les vallées du Canigou. Perpignan, Latrobe, 1881.

Dr. Edouard Vidart, Divonne-les-Bains. Hydrothérapie. Renseignements généraux sur l'établissement et sur les procédés thérapeuthiques employés à Divonne. Genève, Imprimerie Haussmann & Lips, 1893.

Daniel Santenoise (Préface de), Les Bases scientifiques de la cure de Vittel : Grande source et source Hépar, d'après les travaux de l'Institut d'hydrologie, de la Société de médecine de Vittel et du Laboratoire de recherches hydrologiques de Vittel. 1953.

Laurent Vivarat, Uriage-les-Bains: Histoire d'hier, réflexions d'aujourd'hui. Impr. des Deux Ponts, 1980.

Armand Wallon, La Vie quotidienne dans les villes d'eaux. 1850-1914. Paris, Hachette, 1981.

----------

BEDEVAARTEN:


G. de Bont (Samenstelling), Mijn Lourdes-Reis 1958. De Bilt, G. de Bont, 1992.

Emmanuel Botta, Lourdes, en quête d'un miracle économique. In: L'Express, 23 avril 2017.

Ruth Harris, Lourdes. Geschiedenis van een religieus fenomeen. Amsterdam, Anthos, 2000.

Ruth Harris, Lourdes. La grande histoire des apparitions, des pèlerinages et des guérisons. Paris, Jean-Claude Lattès, 2001.

Joris-Karl Huysmans, Les Foules de Lourdes. Paris, P.-V. Stock Editeur, 1906.
Joris-Karl Huysmans, Lourdes en de massa. Schoorl, Conserve, 1992.

Mirabel, Te Lourdes op de bergen. Het ware verhaal der verschijningen te Lourdes. Antwerpen-West, Uitg. Apostolaat van de Rozenkrans, 1958.

C. Nuijen, Lourdesreis in lichtbeeld. Pelgrimslust. Tevens ter weerlegging der Lourdesbestrijding op aanschouwelijke wijze. Amsterdam, N.V. De R.K. Boek-Centrale, 1916.

Emile Zola, Lourdes. 1898.

----------

DE FRANSE BERGEN, ALPINISME EN WINTERSPORTEN:


Stéphen d' Arve, Histoire du Mont-Blanc et de la Vallée de Chamonix. Ascensions et catastrophes célèbres. La Fontaine de Siloé, 1997.

Jean-Michel Asselin, Les années montagne. Une histoire de l'alpinisme au XXe siècle. Glénat Livres, 2011.

Marie-Christine Bailly-Maître, Laurence Pissard, Frederik Tane, Huez-Alpe d'Huez. D'un village de montagne à une station touristique internationale. Musée d'Huez et de l'Oisans, 2004.

Yves Ballu, L'Epopée du ski. Paris, Arthaud, 1981.

Yves Ballu, À la conquête du Mont-Blanc. Paris, Découvertes Gallimard, 1986.

Yves Ballu, L'hiver de glisse et de glace. Paris, Gallimard, 1991.

J. A. Bierens de Haan (voorwoordw) e.a., Een halve eeuw Nederlands alpinisme 1902 - 1952. Leiden, Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1952.

Raoul Blanchard, Les Alpes françaises. Paris, Librairie Armand Colin, 1941.

Paul Bonhomme, Les Sports pour tous. Le patinage à glace et à roulettes. Paris, Nilsson, 1911.

Chantal Bourreau, Avoriaz, l'aventure fantastique. La Fontaine de Siloé, 2004.

Laurent Chappis, Guy Rey-Millet, Denys Pradelle, Courchevel. Naissance d'une station. Picard Diffusés, 2013.

J. Cobéro, L'invention des Pyrénées. Pau, Editions Cairn, 2009.

Jean-Pierre Copin, La neige apprivoisée. Les remontées mécaniques à L'Alpe-d'Huez, 60 ans d'histoire. SATA, 1994.

Guillaume Desmurs, L'épopée des stations de ski. Des hommes, des défis, un patrimoine unique au monde. Glénat Livres, 2018.

Charles Dolivet, Le Skating-rink. Ouvrage sur l'art du patinage et tous les exercises et agréments qui se rattachent aux plaisirs de cette récréation. Paris, Impr. du Skating-Rink, 1876.

A. den Doolaard, De Groote Verwildering. Amsterdam, Querido, 1936.

A. den Doolaard, Le vainqueur du Mont Blanc (De Groote Verwildering). Roman traduit du hollandais par H. et P. Hofer-Bury. Paris, Albin Michel, 1950.

Fergus Fleming, De verovering van de Alpen. Amsterdam, Atlas, 2004.

Roger Frison-Roche, Histoire de l'alpinisme. Arthaud, 2017.

Audrey Garric, Dans les Alpes, une transfiguration accélérée. Victime du dérèglement climatique, les glaciers reculent, des parois s'écroulent et la faune est déboussolée. In: Le Monde, 7 février, 2021.

Mark van Hattem & Robert Eckhardt, Grenzeloos verlangen. Tweehonderd jaar alpinisme. Utrecht, Kwadraat, 1995,

Louis Helly, Cent ans de ski français. Grenoble, 1968.

A. Hermann & J. Dieterlen, Le ski pour tous, ce que tout skieur doit savoir. Paris, Flammarion, 1936.

Machteld den Hertog, Kampeertocht naar de Mont-Blanc. 's-Gravenhage, G.B. van Goor Zonen's Uitgeversmaatschappij, ca. 1936.

Olivier Hoibian, Les Alpinistes en France (1870-1950): une histoire culturelle. Paris, L'Harmattan, 2001.

Olivier Hoibian et. al., L'invention de l'alpinisme: La montagne et l'affirmation de la bourgeoisie cultivée (1786-1914). Paris, Belin, 2008.

Philippe Joutard, L'invention du Mont Blanc. Paris, Gallimard, 1986.

M. Korner et F. Walter (ed.), Quand la montagne aussi a une histoire. Bern - Stuttgart - Vienne, 1996.

Marc Laimé, Dans les Alpes, la neige artificielle menace l’eau potable. In: Le Monde Diplomatique blog, 21 janvier 2019.
Via: https://blog.mondediplo.net/dans-les-alpes-la-neige-artificielle-menace-l-eau

Jules Michelet, La Montagne (1868). Le Pommier -' Les pionniers de l'écologie', Préface d'Antoine de Baecque, 2020.

Gilles Modica, 1865, l'âge d'or de l'alpinisme. Editions Michel Guérin, 2015.

W. W. Mulier, (met medew. van Ary Prins, C. G. Tebbutt, K. Pander), Wintersport. Haarlem, Erven Loosjes, 1893.

Jean Ogier, Petite histoire du Pays d'Huez. Office du Livre d'Histoire, 2004.

S. de Paroy, Un hiver dans les Alpes. Paris, Didot et Cie., 1889.

Dominique Potard, Chamonix hier et aujourd'hui. Paulsen - Guerin, 2017.

Jim Ring, How the English Made the Alps. John Murray Publishers, 2000.

David-Alexandre Rossoni, Une histoire de Megève, des origines à nos jours. Editions du Signe, 2016.

P. Veitl, L'invention d'une région, les Alpes françaises. Grenoble, Presses Universitaires de Grenoble, 2013.

Claude Weill et Luc Alphand, SCHUSS: Histoire des Sports d'Hiver. 2008.

----------

GESCHIEDENIS EN PRAKTIJK VAN REIZEN EN KAMPEREN:


A. G. van Berkel, Kamperen ... en wat nu? Alkmaar, De Alk, De Alkenreeks, Beeldencyclopedie, nr. 50, ca. 1953.

J. Bidault et P. Giraud, L'homme et la tente. Editions Susse, 1946.

Charles et Henri Bonnamaux, Manuel de camping touistique. 1913.

Mary-Jane Butters, Glamping: Glamour + Camping. Layton, Utah, Gibbs Smith, 2012.

M. Constantin-Weyer, Le flaneur sous la tente. Paris, Stock, 1935.

P. Daninos, Vacances à tous prix. Paris, Hachette, 1958.

Albert Dubout, Code du voyage et du tourisme. Paris, Gonon/Vilo, 1960.

Nicky Grassart, La caravane en dix leçons. Paris, Hachette, 1974.

Jean Hureau, Sécourisme. Manuel pratique. Paris, J. Susse, 1943.

Jean Hureau, Guide camping '45. Paris, J. Susse, 1945.

Jean Hureau, Plein air et camping manuel pratique. Paris, J. Susse, 1946.

Jean Hureau, Initiation au voyage. Manuel du touriste en France. Paris, J. Susse, 1947

Jean Hurau, Plein air et camping. Editions de le Revue Camping, 1950.

Jean Hureau, Le Camping. Paris, Librairie Hachette, 1966.

Jean Hureau, Camping et caravaning. Le petit guide.Paris, Hachette, 1967.

Ton Koot, Klaar voor 't kamp! Kampeer-technisch Handboek voorzien van zeer vele oorspronkelijke foto(s en bedoeld voor sportief en gezond kampeertoerisme onder alle omstandigheden en overal, waar rugzak en tent ons voeren kunnen. 's-Gravenhage, Uitgave Koninkl. Nederl. Toeristenbond A.N.W.B., 1940.

Aad W. Kroon, Camping. Praktische gids voor moderne toeristen. Amsterdam-Brussel, Elsevier, 1963.

Henk Kroon, Caravannen in de tijd. Historie van bekende Europese merken en modellen. Deventer, Kluwer Voertuigtechniek, 1995.

Hans Lagrouw, Iek de Lathouder-Bouma, Adriaan de Lathouder (eds.), Leven onder een linnen dak. Tachtig jaar kamperen in de NTKC. Utrecht, Nederlandse Toeristen Kampeer Club, 1997.

A. de Lathouder, Honderd jaar kamperen. Ontwikkelingen in de twintigste eeuw. Den Haag, ANWB, 2001.

Titus Leeser, C. J. Ooms-Vinckers (et. al.), Een gids voor kampeerders en trekkers te land en te water. Met medew. van den A.N.W.B Touristenbond voor Nederland, ca. 1930.

Henri-Caspar Leone, Caravaning à tout prix. Brépols, 1964.

Armelle Leroy et Laurent Chollot, Nos années camping. Paris, Editions Hors Collections, 2015.

J. Loiseau, Camping et voyage à pied. Paris, Les Editions J.Susse, 1932.

J. Loiseau, La cuisine de camping. Editions Camping, 1933.

J. Loiseau, Manuel pratique de camp fixe. Paris, Les Editions J. Susse, 1944.

J. Loiseau, Plein air et camping - Manuel pratique. Les Editions de la Revue "Camping", 1946.

J. Loiseau, Manuel de Camping. Paris, Les Editions J. Susse, 1944.

L. Loiseau, Cuisine au camping. Les Editions de la Revue "Camping", 1955.

Eymert van Manen, Camping gaz kookboekje. Sieben, 1980.

Gérard Marinier, Le Caravaning. Tourisme. Vacances. Loisirs. Paris, Larouse, 1967.

Jean Merrien, ?Le livre des vacances (2 volumes). Les petites vacances/ Les week ends- Les grandes Vacances?. Paris, ?Robert laffont, 1965-1966.

R.-R. Miller, L'auto-camping. Berger-Levrault, 1934.

Louis Montagne, Le camping. Paris, PUF, 1975.

Marcel Monmarché (Présentation par), Le Tourisme sur le réseau des chemins de fer de Paris à Orléans. ?Paris, Editeur J. Barreau / Imp. Ch. Genton & Cie, s.d. (début XXe s.).

Jean Renaud, Manuel du caravanier. Préface de E. Defontaine. Paris, Susse, 1952.

Daudry de Saunier, ?Le camping pratique pour tous. Paris, ?Flammarion. 1937.

Gaston Sevrette, Le tourisme, l'art de voyager et d'utiliser ses vacances. Paris, Armand Colin, 1913.

Antonela Vannoni et Silvia Collini, Les instructions scientifiques pour les voyageurs (XVIIe-XIXe siècle). Paris, L'Harmattan, 2005.

Léon Vibert, ABC du camping. Editions Camping, 1937.

Georges Vinet, La Représentation commerciale. Les voyageurs de commerce. La politesse, le savoir-vivre. Angers/paris, Lachèse et Dolbeau/Librairie de la Bourse de commerce, 1891.

G. van der Weyde (red;), Onder de luifel. Kampeertechnisch handboek. Den Haag, Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B., 1962.

----------

NATURISME:


Arnaud Bauberot, Histoire du Naturisme. Le mythe du retour à la nature. Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2004.

Thierry Chardonnet, Le Naturisme - Une histoire illustrée. Editions Sutton, 2017.

Stephen L. Harp, Au Naturel: Naturism, Nudism, and Tourism in Twentieth-Century France. Baton Rouge, Louisiana State University Press, 2014.

Julie Manfredini et al., Héliopolis: Une communauté naturiste sur l'île du Levant (1931-1970). Bordeaux, Les Editions Mollat, 2014.

Sylvain Villaret, Histoire du naturisme en France depuis le siècle des Lumières. Paris, Vuibert, 2005.

Sylvain Villaret, Naturisme et éducation corporelle: (XIXe - milieu du XXe siècles). Paris, Editions L'Harmattan, 2006.

----------

AMUSEMENT: VAN KERMISSEN, TIVOLI'S, DIORAMA'S, PANORAMA'S, CABARETS, SPEKTAKELS, THEATERS, MUSIC-HALLS, CASINO'S, BIOSCOPEN TOT PRETPARKEN:


Paul Adrian, Sur les Chemins des Grands Cirques Voyageurs. Bourg-la-Reine, Paul Adrian, 1959.

Denys Amiel (préfacier), Les Spectacles à travers les Ages. Tome I. Théâtre - Cirque - Music-Hall - Cafés-concerts - Cabarets artistiques. Tome II. Musique. Danse. Paris, Editions du Cygne, 1931-32.

L. E. Audot, L'Art de faire à peu de frais les Feux d'Artifice. ??Paris, Lebroc, 1891.

François des Aulnoyes, ?Histoire et philosophie du strip-tease. Essai sur l'Erotisme au Music-Hall. Préface de Edmond Heuzé. Photographies de Roland Carré. Paris, Pensée Moderne, 1958.

Edward Behr, Maurice Chevalier. L'homme-légende de l'âge d'or du music-hall. Paris, Laffont, 1993.

Daniel Bensaïd, Le Spectacle, stade ultime du fétichisme de la marchandise: Marx, Marcuse, Debord, Baudrillard. Nouvelles Éditions Lignes, 2011.

Christian-Marc Bosséno, La prochaine séance. Les Français et leur cinés. Paris, Découvertes Gallimard, 1999.

P. Bracco, E. Lebovici, Ruggieri, 250 ans de feux artifice. Paris, Denoël, 1988.

E. Beaudu, P. Bost, R. Baze, J. Chesnais, Histoire du Music-Hall. Paris, Editions de Paris, 1954.

Andrée Bernard et Martin Pénet, La Miss. Mistinguett ou la légende du music-hall. Paris, Presses de la Cité, 2006.

Heinz Biehn (Herausgeber), Feste und Feiern im alten Europa. Prestel Taschenbuch, 1962.

Marie-Louise Biver, Fêtres révolutionaires à Paris. Paris, Presses universitaire de France, 1979.

Patrick Bracco et Elisabeth Lebovici, Ruggieri. 250 ans de feux d'artifice. Paris, Denoël 1988.

Jean-Marie Bruson, Théâtres romantiques à Paris. Paris, Paris Musées, 2012.

Heinz Buddemeier, Panorama, Diorama, Photographie: Entstehung und Wirkung neuer Medien im 19. Jahrhundert. München, 1970.

Henri Buguet, Foyers et coulisses - Gaîté. Histoire anecdotique de tous les théâtres de Paris (2 tomes). Paris, Tresse, 1873.

Henri Buguet, Foyers et coulisses - Bouffes-Parisiens. Histoire anecdotique de tous les théâtres de Paris. Paris, Tresse, 1873.

Henri Buguet, Foyers et coulisses - Variétés. Histoire anecdotique de tous les théâtres de Paris. Paris, Tresse, 1874.

Henri Buguet, Foyers et coulisses - Vaudeville. Histoire anecdotique de tous les théâtres de Paris. Paris, Tresse, 1874.

Henri Buguet, Foyers et coulisses - Folies-Dramatiques. Histoire anecdotique de tous les théâtres de Paris. Paris, Tresse, 1874.

Peter Burke, Ludwig XIV. Die Inszenierung des Sonnenkönigs. Berlin, Wagenbach, 1993.

Marcel Campion (Préface de Claude Lelouch), Fêtes et merveilles du monde forain. Paris, Cherche midi, 2016.

Francois Ceccaldi, Biarritz, le casino Bellevue. L'âge d'or des casinos. Bordeaux, Le Festin, 2000.

Alexandre de la Cerda, Histoire et Anecdotes de Casino de Biarritz. Editions du Casino de Biarritz, 1997.

Christian-Philippe Chanut, Histoire française des foires et des Expositions universelles.Paris, Baudouin, 1980.

Jean Charles, Perrinet d’Orval, ?Essay sur les feux d’artifice pour le spectacle et pour la guerre. ?Paris, Coustelier (Imprimerie Veuve Delatour), 1745.

Serge Chaumier (dir.), Du musée au parc d'attractions: ambivalence des formes de l'exposition. Paris, Persée, Culture & Musées, n°5, 2005.

P. Chauveau, Music-Hall et Café-Concert. Paris, Bordas, 1985.

G. Michel Coissac, Histoire du Cinématographe de ses origines jusqu'à nos jours. Préface de J.L. Breton, de l'Institut. ?Paris, Editions du "Cinéopse" et Librairie Gauthier-Villars, 1925.

Concetta Condemi, Les Cafés-concerts. Histoire d'un divertissement, 1849-1914. Paris, Quai Voltaire, 1992.

Nathalie Coutelet, Histoire des artistes noirs du spectacle français: Une démocratisation multiculturaliste. Paris, Editions L'Harmattan, 2012.

Nathalie Coutelet, Etranges artistes sur la scène des Folies-Bergères (1871-1936). Presses Universitaires Vincennes, 2015.

Louis Daguerre, Historique et description des procédés du daguerréotype et du diorama. 1839.
Louis-Jacques-Mandé Daguerre, Historique et description des procédés du daguerréotype et du diorama (Éd. 1839). Paris, Hachette Livre BNF, 2014.

Jacques Damase, Les folies du music-hall. Histoire du music-hall à Paris de 1914 à nos jours. Paris, Editions "Spectacles", collection "Les Univers Fabuleux", 1960.

H. Damisch, L'Origine de la perspective. Paris, Flammarion, 1987.

Jean-Claude Daufresne, Fêtes à Paris au XXe siècle. Architectures éphémères de 1919 à 1939. Sprimont, Mardaga, 2001.

Delegation a l'Action Artistique de la Ville de Paris, Les Feux d'Artifice a Paris du XVIIe au XXe Siecle?. Catalogue de l'exposition presentee aux Mairies Annexes des XVIIe et XIe Arrondissements en 1981.? ?Delegation a l'Action Artistique de la Ville de Paris, 1981.?

Alfred Delva, Histoire anecdotique des cafés et cabarets de Paris. Paris, 1862.

Fanny Deschamps, Monsieur Folies-Bergère. Paris, Albin Michel 1978.

Guy Dumur (Sous la direction de), Histoire des spectacles. Paris, Gallimard, Encyclopédie de la Pléiade, 1981.

Geneviève Dupuis-Sabron et al, Café-concert et music-hall. De Paris à Bordeaux. Somogy éditions d'art, 2005.

Richard E. Dunham, Stage Lighting. Design Applications and More. Routledge, 2018.

Alain Faure, Paris carême-prenant: du carnaval à Paris au XIXe siècle. Paris, Hachette, 1978.

Marcel Fouquier, Paris au XVIIIe siècle. Ses folies. Paris, Emile-Pal, 1912.

Victor Fournel, Les Spectacles Populaires et Les Artistes des Rues - Tableau du Vieux Paris. Paris, Éditions E. Dentu, 1863.

Victor Fournel, Curiosités théâtrales anciennes et modernes, Françaises et étrangères. Paris, Garnier Frères, Libraires-éditeurs, 1878.

Victor Fournel, Le vieux Paris. Histoire des fêtes, jeux et spectacles parisiens des origines au XIXe siècle. Alfred Mame et Fils, 1887.

Victor Fournel, Le Vieux Paris, fêtes, jeux et spectacles. Tours, Mame & fils, 1887.

Alfred Franklin, Variétés parisiennes. La Vie privée d'autrefois. Arts et Métiers. Modes, moeurs, usages des Parisiens du XIIè au XVIIIè siècle d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, successeurs, 1901.

Amédée François Frézier, Traité des feux d'artifice, où l'on voit: I. La manière de préparer les matières qui entrent dans la composition des feux d'artifice - II. La méthode de faire, et de composer toutes forces de feux d'artifice - III. Où l'on donne une idée de la conduite des feux de joye. ?La Haye, J. Neaulme, 1741.

Amédée François Frézier, Traité des feux d'artifice pour le spectacle. Paris, Chez Charles Antoine Jombert, 1747.

Jacques Garnier, Forains d'hier et d'aujourd'hui. Un siècle d'histoire des forains, des fêtes et de la vie foraine. Orléans, 1968.

A. Gernsheim and H. Gernsheim, L. J. M. Daguerre: The History of the Diorama and the Daguerrotype. London, 1965.

Charles Graves, Gros jeu. Histoire secrète de Monte-Carlo. Amiot-Dumont, 1953.

Jean-Luc Godard, Histoire du Cinema. Paris, Editions Gallimard / Gaumont, 1998.
Tome I: Toutes les histoires. Une histoire seule.
Tome II: Seul le cinéma. Fatale beauté.
Tome III: La monnaie de l absolu. Une vague nouvelle.
Tome IV: Le contrôle de l univers. Les signes parmi nous.

A.-C. Gruber, « Les Vauxhalls parisiens au XVIIIe siècle ». In: Bulletin de la Société d'histoire de l'art français, 1971.

A.-C. Gruber, Les grandes fêtes et leur décor à l'époque de Louis XIV. Genève, Broz, 1972.

F.W.J. Hemmings, The theater industry in nineteenth-century France. Cambridge, 1993.

F.W.J. Hemmings, Theater and State in France, 1760-1905. Cambridge, 1994.

L. Henry-Lecomte, Histoire des théâtres de Paris, 1402-1904. Paris, H. Daragon, 1905.

George W. Herald, Edward D. Radin, Monte-Carlo: un siècle de roulette. Paris, Editions de Trévise, 1964.

Maurice Hermite, ?Vingt ans chez les femmes nues. Les dessous des Folies-Bergère. Editions Lugdunum, 1948.

Georges d' Heylli, Foyers et coulisses - Opéra. Histoire anecdotique de tous les théâtres de Paris (3 tomes). ?Paris, Tresse, 1875. 3 vol.

Victor Hundsbuckler, Projet de feu d'artifice tire à Versailles, le 15 mai 1771. Officina Libraria, 2020.

Institut Français d'Architecture, Biarritz: le Casino, 1929-1994. Paris, Norma, 1994.

Rober M. Isherwood, Farce and Fantasy. Popular Entertainment in Eighteenth-Century Paris. New York-Oxford, Oxford University Press, 1986.

Gaston Jollivet, Souvenirs de la vie de plaisir sous le Second Empire. Paris, Tallandier, 1927.

Gilles-Antoine Langlois, Folies, Tivolis et Attractions. Les premiers parcs de loisirs parisiens. Paris, Délégation à l'Action Artistique de la Ville de Paris, 1991.

Marcel Lapierre, Les Cent Visages du Cinéma. Paris, Bernard Grasset, 1948.

Jean-François Lecoutre, Ces merveilleux petits cirques. Jean-François Lecoutre, 2002.

Jacqueline Lenoir, L'Histoire Fabuleuse du Casino de Paris. Paris, Presses de la Cité / Collection "Coup d'Oeil", 1967.

Emmanuel Lequeux, Marc Dachy, Antje Kramer, Natacha Wolinski (Collectif), Dreamlands: Des parcs d'attractions aux cités du futur. Paris, Beaux Arts Editions, 2010.

Maurice Level, Théâtre et Lumières. Les spectacles de Paris au XVIIIe siècle. Paris, Fayard, 2001.

Robin Livio, Tavernes, estaminets, guinguettes d'antan et de naguere. Editions du Pont Royal, 1961.

A. Lotz, Das Feuerwerk. Leipzig, 1940.

Evert Maaskamp, Panorama. De veldslag van Waterloo 18 junij 1815. Derzelve nauwkeurige beschrijving … en bijgaande plan en explicatie.Including:- Beschrijving van den roemrijken veldslag van Waterloo, voorgesteld in het panorama op het Leidsche Plein over den Hollandschen Schouwburg.- Staat en verdeeling van het vereenigd leger onder den hertog van Wellington, op den 18den junij 1815.Amsterdam, Evert Maaskamp, 1816.

Magic City (Paris).
Via: https://fr.wikipedia.org/wiki/Magic_City_(Paris)

Jean Mareska, Les coulisses du Casino de Paris. Chêne, 2010.

Marie Mauron, Les Lampions des Fêtes. Paris, Librairie Académique Perrin, 1967.

B. Marrey et J.-P. Monnet, La Grande Histoire des serres et des jardins d'hiver, 1780-1900. Paris, Graphite, 1984.

Claude-François Menestrier, Traité des tournois, carrousels et autres spectacles publics. Lyon, Chez Jacques Muguet, 1669.

Jean-Jacques Meusy, Paris-Palaces Ou Le Temps Des Cinémas (1894-1918). Paris, CNRS Éditions, 1995.

Robert Miquel, Rober Beauvais, ?Petite histoire des cafés-concerts parisiens.? Paris, Jean Chitry, 1950.

Gabriel Mourey, Fêtes Foraines. ?Paris, André Delpeuch, éditeur - collection gustave Coquiot, 1927.

Gabriel Mourey, ?Le Livre des Fêtes Françaises.? Paris, Librairie de France, 1930.

Gabriel Mourey, ?Fêtes foraines de Paris. Paris, Editions Droin-Labas, 1947.

Marie-Claire Mussat, La belle époque des kiosques à musique. Editions du May, 1992.

Edmond Neukomm, Fêtes et spectacles du vieux Paris. Paris, Dentu, 1886.

Stephan Oettermann, Das Panorama. Die Geschichte eines Massenmediums. Syndikat, 1980.

?Jacob Pascal, La Grande Parade du Cirque. Paris, Gallimard, 1992.

Michel Pichol & Pierre Delannoy, La Saga des Casinos. Paris, Orban, 1986.

Jérôme Pierrat et Christian Lestavel, La guerre secrète des casinos. Paris, Fayard, 2007.

Georges Pillement, Paris en fête. Paris, Grasset, 1972.

Jean-Luc Planche, Moulin Rouge! Paris, Albin Michel, 2009.

Alain Potignon, Nos cinémas de quartier - Les salles obscures de la ville lumière. Paris, Parigramme 2006.

Jean Presteau, La merveilleuse aventure du Casino de Paris. Paris, Denoël, 1975.

Charles Rearick, Pleasures of the Belle Epoque: Entertainment and Festivity in Turn-of-the-Century France. New Haven, Yale University Press, 1985.

Lionel Richard, Cabaret, cabarets. Origine et décadence. Paris, Plon, 1991.

André Rivollet, Maurice Chevalier, de Ménilmontant Aa Casino de Paris. Paris, Grasset, 1927.

Hugues Le Roux, Les Jeux Du Cirque Et La Vie Foraine. Paris, Librairie Plon, 1889.

Mireille Rusinak, A.J. Stéphane Lévy, Rêves de luxe - Lucien Barrière Hôtels Casinos. Paris, Universel Communication International / Lucien Barrière Hôtels Casinos, 2005.

Guy Salignon, La mafia des casinos. Alain Lefeuvre, 1980.

Vanessa Schwartz, Spectacular Realities: Early Mass Culture in Fin-de-siècle Paris. Berkely, University of California Press, 1998.

W.S. Scott, Green Retreats: The Story of Vauxhall Gardens 1661-1859. London, 1955.

Louis de Semein, Achter het gordijn (Schouwburgschetsen. Met voorrede, aanteekeningen en naschrift van J.H. Rössing. J. Heijnis Tsz., Zaandijk, 1878.

André Vagnon, Magic-City. Le Berceau du tango à Paris. Éditions Eléana, 2018.

Roger Vaultier, Les Fête populaires à Paris. Paris, Editions du Myrthe, 1946.

M. Vergnaud, Manuel de l'artificier ou l'art de faire toutes sortes de feux d'artifice. ?Roret, 1826.

J.-J. Weiss, Le theatre et les moeurs. Paris, Calmann Levy, 1889.

Simon Werrett, Fireworks – Pyrotechnic Arts and Sciences in European History. Chicago, University of Chicago Press, 2010.

----------

PATRIMOINE, OFTEWEL ERFGOED:


Colette Becker, Les Hauts Lieux du Romantisme en France. Bordas Editions, 1993.

Stéphane Bern, Sauvons Notre Patrimoine. Paris, Plon, 2019.

Direction Génerale des Patrimoines/Ministère de la Culture, Direction Générale des Entreprises, Groupe Caisse des Dépôts, Etudes Economiques, Analyses, Etudes de faisabilité relative au développement d'équipements touristiques marchands au sein des sites patrimoniaux en France. Valorisation touristique des monuments historiques. Paris, 2018.
Via: https://www.entreprises.gouv.fr/files/files/directions_services/etudes-et-statistiques/Analyses/2018-patrimoine-touristique.pdf

Marie-Hélène Fusz, Le Touring-Club de France (1890-1983): son rôle dans le développement de la sensabilité au patrimoine. DEA de sciences humaines, Sorbonne Paris IV, septembre 200O.

Daniel Vander Gucht, Ecce homo touristicus. Identité, mémoire et patrimoine à l'ère de la muséalisation du monde. Loverval, Editions Labor, 2006.

Jack Lang, Ouvrons les yeux! La nouvelle bataille du patrimoine. Paris, Editions Hervé Chopin, 2014.

Xavier Laurent, Grandeur et misère du patrimoine d'André Malraux à Jacques Duhamel 1959-1973. Paris, Ecole nationale des chartes - Comité d'histoire du ministère de la culture, 2003.

François-Guillaume Lorrain, Ces lieux qui ont fait la France. Paris, Fayard, 2015.

Olivier Lazzarotti, Patrimoine et tourisme. Histoires, lieux, acteurs, enjeux. Paris, Belin, 2011.

Violaine de Montclos, et. al., Comment sauver le patrimoine français. In: Le Point (en couverture), pp. 45-71, 29 mars 2018.

Valéry Patin, Tourisme et Patrimoine. Paris, La Documentation française, 2012.

Krzysztof Pomian, Le musée, une histoire mondiale. Tome I. Du trésor au musée. Paris, Gallimard, 2020.

Dominique Poulot, Patrimoine et musées. L'institution de la culture. Paris, Hachette, 2001.

Marie-Anne Sire, La France du Patrimoine. Les choix de la mémoire. Paris, Gallimard, 1996.

----------

HET PERIFERE FRANKRIJK: PLATTELAND, DORPEN EN PROVINCIESTEDEN:


Noël Aujoulat, Le Village perdu. De Borée, 2005.

Jacques Marcel Auburtin et al., Comment reconstruire nos cités détruites: Notions d'urbanisme s'appliquant aux villes, bourgs et villages. Paris, Armand Colin (réédition numérique FeniXX / Format Kindle), 2020.

Alain Bataille, Pascal Dibie et al., Yonne. Cadre naturel - Histoire - Art - Littératue - Langue - Economie - Traditions populaires. Paris, Editions Bonneton, 1992.

Henri Baudet, Mon village sous la IVe République. Précédé d'un échange de lettres avec André Siegfried. Groningen, Overdrukken van van het Instituut voor Economisch Onderzoek van de Rijksuniversiteit van Groningen, Afdeling sociale en economische geschiedenis, No. 7, 1954.

Henri Baudet, Mijn Dorp in Frankrijk. Assen, Van Gorcum, 1-ste druk 1955 - 7-de druk 1984.

Henri Baudet, Twintig jaar later. In: De Gids, 4/1072, pp. 267-273.

Henri Baudet (préf. d'Emmanuel Le Roy Ladurie), Mon village en France. Paris, La Pensée universelle, 1991.

Jean Bothorel et Philippe Sassier, La grande distribution. Enquête sur une corruption à la française. Paris, Bourin Editeur, 2005.

Léonce Chaleil, La Mémoire du Village. Souvenirs recueillis par Max Chaleil. (1977). Postface Marc Chaleil, 1983. Montpellier, Les Presses du Languedoc, 1983.

Jean-Claude Chamboredon (Edition de Gilles Laferté et Florence Weber), Territoires, culture et classes sociales. Paris, Rue d'Ulm, 2019.

Eric Charmes, La revanche des villages. Essai sur la France périurbaine. Paris, Seuil, 2019.

Stéphane Cordobes, Xavier Desjardins, Martin Vanier (Sous la direction de), Repenser l'aménagement du territoire. Berger-Levrault 2020.

Laurent Davezies, La République et ses territoires. (La circulation invisible des richesses). Paris, Seuil, La République des idées, 2008.

Laurent Davezies, La crise qui vient. La nouvelle fracture territoriale. Paris, Seuil, 2012.

Laurent Davezies, L'Etat a toujours soutenu ses territoires. Paris, Le Seuil, 2021.

Michel Debatisse, La Révolution silencieuse: le combat des paysans. Paris, Calmann-Lévy, 1963.

Didier Deville, Chronologies Mouxoises. Un village de Languedoc dans l'histoire. Des flêches de pierre au chemin de fer. Moux, 2013.

Pascal Dibie, Le village retrouvé: Essai d'ethnologie de l'intérieur. Paris, Grasset, 1979.

Pascal Dibie, Le village métamorphosé. Révolution dans la France profonde. Paris, Plon, coll. 'Terre Humaine', 2006.

Eric Fottorino, La France en friche. Lieu Commun, 1989.

Eric Hamelin et Olivier Razemon, La Tentation du bitume. (Où s'arrêtera l'étalement urbain?). Rue de l'échiquier, 2012.

Bernard Hervieu, Jean Viard, L'Archipel paysan: la fin de la république agricole. La Tour d'Aigues, L'Aube, 2002.

Stanley Hoffmann e.a., In Search of France. The Economy, Society, and Political System in the Twentieth Century. New York NY, Harper & Row Publishers, 1965.

Stanley Hoffmann, Essais sur la France. Déclin ou Renouveau? Paris, Seuil, 1974.

Michel Gervais, Claude Servolin, Jean Weil, Une France sans paysans. Paris, Seuil, 1965.

Franck Gintrand, Le jour où les zones commerciales auront dévoré nos villes. Editions Thierry Souccar, 2018.

Jean-Pierre Le Goff, La Fin de village. Paris, Gallimard, 2012.

J.F. Gravier, Paris et le désert français. (1e ed. 1947). Paris, Flammarion, 1972.

Vincent Grimault, La Renaissance des campagnes - Enquête dans une France qui se réinvente. Paris, Seuil, 2020.

Christophe Guilly, Fractures françaises. Paris, Champs essais, Flammarion, 2010.

Christophe Guilly, La France Périphérique. Comment on a sacrifié les classes populares. Paris, Flammarion, 2014.
(En anglais publié comme: Christophe Guilluy, Twilight of the Elites. Prosperity, the Periphery, and the Future of France. Yale University Press, 2019.)

Paul Hermelin, Rééquilibrer le développement de nos territoires. Institut Monatigne, Rapport -Mars 2021
Via: https://www.institutmontaigne.org/publications/reequilibrer-le-developpement-de-nos-territoires >P> Guylaine Jacobé, Fontcouverte. Aspects monographiques d'un village des Corbières. Maitrise A.E.S., Université de Montpellier I, Faculté de Droit et des Sciences Economiques, 1985-1986.

Hubert Jansen, Dorp in de Provence. Utrecht, A. W. Bruna & Zoon, 1963.

James R. Lehning, Peasant and French: Cultural Contact in Rural France During the Nineteentn Century. Cambridge, Cambridge University Press, 1995.

Simon Loftus, Puligny-Montrachet: Journal of a Village in Burgundy. Penguin Books, 1994.

François-Guillaume Lorrain, L'ère de campagne. La pandémie a marqué une ruée vers l'or vert, mais le regain du rural au détriment de la grande ville existait déjà avant la crise. Celle-ci pourrait accélérer le phénomène. In: Le Point, N°. 2490, pp. 107-109, 14 mai 2020.

Edgar Morin, Commune en France: La métamorphose de Plozévet. 1967. Ré-éd. actualisée. Paris, Fayard/Pluriel, 2013.

Thomas Parker, Le goût du terroir: Histoire d'une idée française. Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2017.

Olivier Razemon, Comment la France a tué ses villes. Harmonia Mundi, Édition revue et augmentée, 2017.

Jean-Pierre Rioux, Nos villages: Au cœur de l’histoire des Français. Paris, Tallandier, 2019.

Bertrand Schmitt, Hervé Le Bras, Métamorphose du monde rural: Agriculture et agriculteurs dans la France actuelle. Editions Quae Gie, 2020.

Martin Vanier, Demain les territoires: Capitalisme réticulaire et espace politique. Hermann, 2015.

Pierre Veltz, Paris, France, Monde; Repenser l'économie par le territoire. La Tour d'Aigues, Editions de l'Aube, 2012.

Pierre Veltz, La France des territoires, défis et promesses. La Tour d'Aigues, Editions de l'Aube, 2020.

Eugen Weber, Peasants into Frenchmen, The Modernization of Rural France. Stanford (CA), Stanford University Press, 1976.
Eugen Weber, La Fin des terroirs: la modernisation de la France rurale (1870-1914). Paris, Fayard, 1983 (1976).

Laurence Wylie, Village in the Vaucluse. (1957) Third Edition. Harvard University Press, Cambridge, Massasuchetts and London, England, 1974.

Laurence Wylie (editor), Chanzeaux, a village in Anjou. Cambridge, Mass., Harvard University Press, 1966.

----------

TOERISME ALS INDUSTRIE:


Pierre Amalou (Dir.), Mémoires du Tourisme. Des Hommes qui ont inventé le Tourisme. Avignon, Editions SCPA, 2005.

Jean-Yves Andrieux et Patrick Harismendy (dir.), Initiateurs et entrepreneurs culturels du tourisme (1850-1950). Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2011.

Atout France, Piloter l'attractivité touristique des destinations urbaines. Paris, Atout France, 2012.

Atout France, Le luxe français, une référence mondiale pour les visiteurs internationaux - Le village mondial : marchés matures, marchés émergents, le Moyen-Orient. Paris, Atout France, 2015.

Atout France, Les touristes chinois: comment bien les accueillir? Guide pratique à l'usage des professionnels du tourisme français. Paris, Atout France, 2016.

L. Auscher et L. Baudry de Saunier, La plus belle des industries: pourquoi il faut développer l'industrie hôtelière française et lui assurer le crédit qu'elle mérite. Touring Club de France, 1917.

L. Auscher, L'importance économique du tourisme. Paris, Office du Tourisme, 1928.

Delphine Bancaud, Les six raisons pour lesquelles la France est championne du monde du tourisme. '20 minutes', 21/08/15 à 17h01.
Via: https://www.20minutes.fr/economie/1670439-20150821-six-raisons-lesquelles-france-championne-monde-tourisme

Julien Barnu, Hamouche Amin, Industrie du tourisme: Le mythe du laquais. Transvalor - Presses des mines, 2014.

J. Baudiment, La stratégie publicitaire et ses moyens dans le domaine du tourisme. Paris, Agence Havas, 1961.

Daniel Bénard et Bruno Guignard, La carte postale. Des origines aux années 1920. Editions Sutton, 2010.

Arnaud Berthonnet et Alain Monferrand, Cent ans d'organisation administrative du tourisme (1910- à nos jours). In: Cent ans d'administration du Tourisme.
'Pour Mémoire', la revue du Comité d'Histoire, revue du Ministère de l'Ecologie, du développement durable et de l'énergie. n° hors-série, pp. 17-27, juillet 2012.

Chantal Bolard, Jean-Louis Seranne, René Baretje, Tourisme, publicité, promotion, propagande. Centre des Hautes Etudes Touristiques, 1983.

Marc Boyer et Ph. Viallon, La communication touristique. Paris, Presses universitaires de France, 1995.

Jean-Philippe Bozek, Le bonheur d'entreprendre. De Novotel à Accor: une formidable aventure humaine. 1e partie: L'Histoire par ceux qui l'ont vécue; 2e partie: Les clés de la réussite. Ed Organisation, 2010)

Dimitrios Buhalis, Carlos Costa (Editors), Tourism Business Frontiers. Consumers Products and Industry. 2 volumes. Routledge, 'Tourism Futures', 2005.

Richard W. Butler, Roslyn A. Russell (eds.), Giants of Tourism. CABI Publishing, 2010.

J.-L. Caccomo, B. Solonandrasana, L'innovation dans l'industrie touristique, enjeux et stratégies. Paris, L'Harmattan, 2006.

E. Chaix, Le syndicat d'initiative. Son but, ses moyens, son programme. Paris, Imprimerie Lang, Blanchong et Cie, 1914.

J. Charles-Brun, Le régionalisme. Paris, Bloud et Cie, 1911.

Comité Départemental du Tourisme - Conseil Générale de l'Aude, 2004, Schéma départemental de développement touristique. Un projet pour l’Aude, Aude Pays Cathare. Document technique. Carcassonne, 2004.

Comité d'Histoire, 'Cent ans d'administration du tourisme'. Pour mémoire, Hors-série, 2012.

Commissariat (ou Direction) Général(e) au Tourisme, Le Tourisme Etranger en France (rapport annuel depuis 1952).

Jean Cuisinier (dir.), Effet du programme d'aménagement touristique du littoral sur l'économie régionale. Rapport pour le compte de la Mission interministérielle pour l'aménagement touristique du littoral Languedoc-Roussillon, Centre européenne, Ecole pratique des hautes études. Paris, 1967;

P. Defert, Pour une politique du tourisme en France. Paris, Les Editions Ouvrières, 1960.

P. Defond, Le problème du soutien du tourisme en tant que valeur exportatrice dans la balance des comptes. In: C.E.S., n° 5, pp.237-267, 12 mars 1960.

Léonce Deprez, Une vraie politique d'economie touristique pour la France. Editions Léonce Dprez, 1995.

Marguerite Deprez-Audebert et M. Didier Martin (Présenté par les Députés), Rapport d'information par la Commission des Affaires Économique sur le tourisme (N° 2190). Paris, Assemblée nationale, 24 juillet 2019.
Via: https://www.assemblee-nationale.fr/dyn/15/rapports/cion-eco/l15b2190_rapport-information

Gilles Derosier, Bertrand Legendre et Gilles Perrault, La région Normandie et la tentation du business mémoriel. In: Le Monde, samedi 5 septembre, 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/idees/article/2020/09/04/le-debarquement-ne-doit-pas-etre-le-pretexte-a-une-mascarade-historique-a-visee-commerciale_6050907_3232.html

Direction du tourisme France, Touristes étrangers en France, touristes français à l'étranger. Paris, La Documentation française, Collection de l'économie du tourisme, 1985.

Direction Générale des Entreprises, Etudes économique, chiffres clés du Tourisme. Edition 2016.

Direction Générale des Entreprises, Tourisme en 2050. Quelques idées pour le futur. Cahier de Tendance. Paris, 2016.
Via: https://www.entreprises.gouv.fr/files/files/directions_services/tourisme/colloque/Cahier_de_tendances_EIT2016.pdf

Direction Générale des Entreprises, Mémento du Tourisme, Edition 2018. Ivry-sur-Seine, 2019.

Jean-Christophe Dissart, Jeoffrey Dehez, Jean-Bernard Marsat (Sous la direction de), Tourism, Recreation and Regional Development: Perspectives from France and Abroad. Routledge, 2015.

Lucille Douchin et Thibaut Hair, Destination France! La photothèque du tourisme. Livret d'exposition. Fontainebleau, Archives Nationales, 2014.

Jeanine Dubié et Philippe le Ray, L'évaluation de la politique d'accueil touristique. Assemblée national, 2015.

M. Dumoulin, F. Kergreis, Les offices du tourisme et syndicats d'initiative. Paris, Presses Universitaire de France, 1999.

Michel Durrieu, Tourisme, La France N° 1 Mondial. Paris, le cherche midi, 2017.

Dussauze-Ingrand, Etude sur le tourisme en France de 1946 àà 1948, supplément au bulletin d'information touristiques, Commissariat générale au tourisme. 1948.

Jean-Baptiste Duval, 5 pistes pour atteindre l'objectif '100 millions de touristes en France'du gouvernement. In: The Huffington Post, 27-07-2017.
Via: https://www.huffingtonpost.fr/2017/07/26/5-pistes-pour-atteindre-lobjectif-100-millions-de-touristes-en_a_23048466/?utm_hp_ref=fr-tourisme

Alain Ehrenberg, Le Club Méditerranée: 1935-1960. In: Les vacances. Un rêve, un produit, un miroir. Revue Autrement, Serie Mutations, n° 111, pp. 117-129. Paris, Autrement Revue, 1990.

Daniel R. Fesenmaier and Zheng Xiang (Editors), Design Science in Tourism: Foundations of Destination Management. (Tourism on the Verge). Springer, 2017.

F. Frangialli, La place de la France dans le tourisme mondial. Paris, Economica, 1991.

E. Furlough, Packaging Pleasures: Club Méditerranée and French Consumer Culture, 1950 - 1968. In: French Historical Studies 18, pp. 65 - 81.

Leigh Gallagher, The Airbnb Story: How Three Ordinary Guys Disrupted an Industry, Made Billions . . . and Created Plenty of Controversy. New York, Houghton Mifflin Harcourt, 2017.

Ludovic Gaurier, La Propagande touristique à l'étranger. Bordeaux, Impr. de J. Bière, 1919.

J. Ginier, La mise en valeur touristique de la région Languedoc-Roussillon. In: Technique et Tourisme, n° 1, nov. 1967, pp. 12-24.

Annie Gondras, La valorisation touristique des châteaux et demeures historiques. Paris, L'Harmattan, 2012.

Jill Hamilton, Thomas Cook. The Holiday-Maker. Stroud, Sutton Publishing Ltd., 2005.

J. Christopher Holloway and Claire Humphreys, The Business of Tourism. SAGE Publications Ltd., 2019.

Le jackpot des touristes. Objectif 100 millions de visiteurs - La stratégie de Fabius - Le pactole des Chinois. In: Challenges (Couverture), N° 396, 3 juillet 2014.

L. Jocart, Le Tourisme et l'action de l'Etat. Paris, Berger-Levrault, 1965.

G. Julien, Stratégie de développement touristique en Languedoc-Roussillon. In: Bulletin de la Société Languedocienne de Géographie, 121, 'Languedoc-Roussillon': l’avenir du tourisme régional – Espaces et Territoires, pp. 215-221. Montpellier, 1998.

G. Kearns and C. Philo (eds.), Selling Places: the City as Cultural Capital and Present. Oxford, Pergamon Press, 1993.

M. Klemm, Languedoc-Roussillon: adapting the strategy. In: Tourism Management, Vol. 17, N° 2, pp. 133-147, 1996.

Jusche Koob & Ogundipe, Final Paper. Place Branding and Destination Marketing. Case: Marketing of Paris. Falun en Borlänge, Dalarna University, 2010.
Via: https://www.academia.edu/1218546/Place_Branding_and_Destination_Marketing_Case_Marketing_of_Paris.

Robert Lanquar et Robert Hollier, Le marketing touristique. Paris, Presses universitaires de France, 2002.

Bertrand Larique, L'Economie du tourisme en France des années 1890 à la veille de la Seconde Guerre mondiale. Thèse, Université Bordeaux-III, 2007.

Maurice Leroy, Jean-François Portarrieu (Co-rapporteurs et Députés), Rapport de l'information sur la promotion de la destination touristique France (N° 1271). Paris, Assemblée nationale, 3 octobre 2018.
Via: https://www.assemblee-nationale.fr/dyn/15/rapports/cion_afetr/l15b1271_rapport-information

Virginie Luc, Impossible n'est pas français. L'histoire inconnue d'Accor, leader mondial de l'hôtellerie. Paris, Albin Michel, 1998.

Maison de France, 1919-2002. Paris, Maison de France, 2002.

Magali Mallet, Philippe Duchêne et al., Les plages. Exploitation et valorisation touristique. Paris, La Documentation Française, 2003.

Martin Malvy, 54 suggestions pour améliorer la fréquentation touristique de la France à partir de nos Patrimoines. Paris, Ministère des Affaires Etrangères et du Développement International, 2017.

Jean-Jacques Manceau, Le Club Med. Réinventer la machine à rêve. Paris, Perrin, 2010.

Julie Manfredini, Les syndicats d’initiative. Naissance de l'identité touristique de la France. Presses universitaires François-Rabelais - Collection Perspectives historiques, 2017.

Sylvie Marchand (Rédaction en chef), Mémento du Tourisme. Edition 2018. Yvry-sur- Seine, Direction Générale des Entreprises, 2019.

Kevin Meethan, Tourism in global society, place, culture, consumption. New York, Palgrace, 2001.

J.-L. Michaud, Les institutions du tourisme. Paris, PUR, 1995.

Victoire Moinard-Barbier, Naissance du tourisme. Les journeaux périodiques des syndicats d'initiatives à la Belle Epoque. Mémoire de master 1, université Paris 1 Panthéon-Sorbonne, 2009.

Le Monde Diplomatique. Dossier. Tourisme, l'industrie de l'évasion. Juillet, 2012.
Via: https://www.monde-diplomatique.fr/2012/07/A/47982

Alain Montferrand (Introduction scientifique), Cent ans d'administration du Tourisme. 'Pour Mémoire', la revue du comité d'histoire, revue du Ministère de l'Ecologie, du développement durable et de l'énergie. N° hors-série, juillet 2012.

M. Morgan, P. Lugosi, & J.R.B. Ritchie (Eds), The Tourism and Leisure Experience: Consumer and Managerial Perspectives. Bristol, Channel View Publications, 2010.

N. J. Morgan & A. Pritchard, Tourism promotion and power: creating images, creating identities. West Sussex, John Wiley & Sons Ltd., 1998.

J. Mosedale (ed), Political Economy of Tourism: A Critical Perspective. London and New York: Routledge, 2011.

Mikael Noailles, La construction d'une économie touristique sur la Côte Aquitaine des années 1820 aux anées 1980: pratiques sociales, politiques d'aménagement et développement local. Toulouse, Méridienne-Alphil, 2012.

Mikael Noailles, « La construction d’une économie touristique sur la Côte Aquitaine sous la Ve république (1958-1988) », Sud-Ouest européen, 29 | 2010.
Via: ttp://journals.openedition.org/soe/1395

F. W. Ogilvie, The Tourist Movement: An Economic Study. London, P. S. King, 1933.

Olivier, Les touristes chinois en France: riches et détestés. Marketing Chine, Juin 26, 2019.
Via: http://www.marketing-chine.com/tourisme/les-touristes-chinois-en-france-riches-et-detestes

Claude Origet du Cluzeau et Patrick Vicériat, Les industries touristiques et récréatives françaises. Les Échos études, 1998.

Christiane Peyre et Yves Raynouard, Histoire et Légendes du Club Méditerranée. Paris, Seuil, 1971.

Virginie Picon-Lefebvre, La fabrique du bonheur: Architectures du tourisme et des loisirs. Parenthèses, 2019.

Steven Pike, Destination Marketing. An integrated marketing communication approach. Oxford UK / Burlington, MA, Butterworth-Heinemann, 2008.

Pierre Py, Le tourisme, un phénomène économique. Paris, La Documentation Française, 1996.

Pierre Racine, Mission impossible? L'aménagement touristique du littoral Languedoc-Roussillon. Montpellier, "Midi Libre", coll. « Collection Témoignages » (no 1), 1980.

W. Fraser Rae, The Business of Travel: A Fifty Years' Record of Progress. London, Thomas Cook, 1891.

Florence Renard, Saga Accor, un géant né en 1967. In: Les Echos, 29 juin 2010.

Francine Rivaud, La France revisite son potentiel touristique. On prévoit 2 milliards de touristes dan sle monde en 2030. La France, en perte de vitesse, tente de réagir pour capter cette manne. Gouvernement, organismes publics, acteurs privés, tous se mobilisent, ensemble. In: Challenges, N° 396, 3 juillet 2014.

Christophe des Roseaux, Dominique Pianon-Gergam, Le groupe Caisse des dépôts, acteur historique de l’investissement touristique en France. Dans: 'Espaces, tourisme & loisirs', Septembre 2018.

Peter Shackleford, A History of the World Tourism Organization. Emerald Publishing Limited, 2020.

Maksim Soshkin, If you build it, tourist will come. Why infrastructure is crucial to tourism growth and competitiveness.
Via: https://traveltourism.news/if-you-build-it-tourist-will-come-why-infrastructure-is-crucial-to-tourism-growth-and-competitiveness/ (Consulted July, 2020.)

Robert Spizzichino, Les marchands de bonheur. Perspectives et strategies de l'industrie française du tourisme et du loisir. Dunod, 1993.

Laurent Tissot, Construction d’une industrie touristique aux 19e et 20e siècles. Perspectives internationales. Alphil éditions, 2002.

Laurent Tissot, Développement d'une industrie touristique aux XIXe et XXe siècles. Neuchatel, Editions Alphil, 2003.

Françoise Tournier, L'aménagement du littoral Languedoc-Roussillon: bilan et perspectives. Mémoire présenté sous la direction du professeur Henry Roussillon, Institut d'études politiques, Toulouse, 1986.

John Tribe, The Economics of Recreation, Leisure and Tourism: Companion Website. Routledge, 2020.

Mark Tungate, The Escape Industry. How iconic and innovative brands built the travel business. London –New York, NY, KoganPage, 2017.

Joanne Vajda, Paris: rendez-vous cosmopolite. Du voyage élitaire à l'industrie touristique. 1855-1937. Thèse, EHESS, 2005.

Philippe Viallon, La communication touristique, une triple invention. Éditions touristiques européennes, 2013.

World Travel & Tourism Council. The economic impact of travel & tourism. 2017. 05-10-2018.
Via: https://www.wttc.org/-/ media/files/reports/economic-impact-research/regions-2017/world2017.pdf

----------

BESPIEGELINGEN EN STUDIES BETREFFENDE PRAKTIJK, THEORIE EN FILOSOFIE AANGAANDE WERK, VRIJE TIJD, REIZEN EN TOERISME:



Philippe Abadie, En été souvent, les vacances, le tourisme, pourquoi? Copono-Book. 1962.

Paul Ackermann, Les raisons de la tourismophobie (et quelles solutions sont envisagées. In: Le Huffington Post, 17 août 2017.
Via: https://www.huffingtonpost.fr/2017/08/17/les-raisons-de-la-tourismophobie-et-quelles-solutions-sont-e_a_23080136/?xtor=AL-32280680?xtor=AL-32280680

Eric Adamkiewicz, Philippe Naccache, Malgorzata Ogonowska et Julien Pillot, « La transition écologique et le tourisme responsable sont incompatibles avec la massification des voyages ». In: Le Monde, Publié le 26 juin 2020 à 14h48 - Mis à jour le 27 juin 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2020/06/26/la-transition-ecologique-et-le-tourisme-responsable-sont-incompatibles-avec-la-massification-des-voyages_6044303_3234.html

Maurice Alhoy, Physiologie du Voyageur. Paris, Aubert et Lavigne, 1841.

Michelle Aicken, Chris Ryan, Stephen Page (Ed.), Taking Tourism to the Limits. Issues, Concepts and Managerial Perspectives. Routledge, 2005.

J.B. Allcock Tourism as a sacred journey. In: Loisir et Société, 11(1), 33-48, 1988.

Maris Alvarez, Linde Egberts(ed.), Heritage and Tourism: Places, Imageries and the Digital Age. Amsterdam, Amsterdam University Press, 2018.

Bas Ameling et al., Coronacrisis houdt toerisme een spiegel voor. In: de Volkskrant, 9 april 2020.
Via: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/coronacrisis-houdt-toerisme-een-spiegel-voor~b16a0fa4/

Rachid Amirou, Imaginaire touristique et sociabilités du voyage. Paris, Presses Universitaires de France, 1995.

Rachid Amirou, Imaginaire du tourisme culturel. Paris, Presses Universitaires de France, 2000.

Rachid Amirou, Philippe Bachimon, Jean-Michel Dewailly et Jacques Malezieux (dir.), Tourisme et souci de l'autre. En hommage à Georges Cazes. Paris, L'Harmattan, 2005.

Rachid Amirou, L'Imaginaire touristique. Paris, Editions du CNRS, 2012.

Jean-Marie André et Marie-Françoise Baslez, Voyager dans l'Antiquité. Paris, Fayard, 1993.

Marc Augé, La Vie en double. Voyage, ethnologie, écriture. Paris, Payot & Rivages, 2011.

Isabelle Babou et Philippe Callot, Tourisme. Stop ou encore? Lyon, Les Editions Baudelaire, Z019.

Roger Babulle, Essai sur le tourisme. Paris, Rougerie, 1953.

Shelley Baranowski and Ellen Furlough (editors), Being elsewhere: tourism, consumer culture, and identity in modern Europe and North America. Ann Arbor: University of Michigan Press, 2001.

J. Baudrillard, Le drame des loisirs ou l'impossibilité de perdre son temps. In: La société de consommation. Paris, Denoel, 1970.

Zygmunt Bauman, Adrian Franklin, Ursula Biemann, Transient Space: The Tourist Syndrome. Argobooks, 2013.

Robert Beck et Anna Madoeuf, Divertissement et loisirs dans les sociétés urbaines à l'époque moderne et contemporaine. Tours, Presses universitaires François-Rabelet, 2005.

Sue Beeton, Travel, Tourism and the Moving Image. Channel View Publications, Series: Tourism and Cultural Change, 2015.

Christopher de Bellaigue, The end of tourism? In: The Guardian, 18 juin 2020.
Via: https://www.theguardian.com/travel/2020/jun/18/end-of-tourism-coronavirus-pandemic-travel-industry

Carolien van Bergen, Over de grens. Filosofie op reis. Budel, Uitgeverij Damon, 2006.

Walter Asa Berger, Deconstructing Travel. Cultural Perspectives on Tourism. Walnut Creek etc., AltaMira Press, 2004.

Via: https://isiarticles.com/bundles/Article/pre/pdf/86366.pdf

François Bloch Lainé, L'emploi des loisirs et l'Education populaire. Paris, Sirez, 1936.

Alain de Botton, The Art of Travel. London, Penguin Books, 2002.

Marc Boyer, Le tourisme. Paris, Le Seuil , 1972.

Marc Boyer, L'art d'être touriste. Paris, Fayard, 2001.

Marc Boyer, Ailleurs. Histoire et Sociologie du Tourisme. Paris, L'Harmattan, 2011.

P.M. Burns, An Introduction to Tourism & Anthropology. London, Routledge, 1999.

E. Bruner, The transformation of self in tourism. In: Annals of Tourism Research, 18, 238-250, 1991.

Jim Butcher, The Moralization of Tourism: Sun, Sand ... and Saving the World? London - New York, Routlegde, 2003.

Bénigno Cacérès, Loisirs et travail du Moyen-Age à nos jours. Paris, Seuil, 1973.

Jean Cassou, Du voyage au tourisme, in: Communications, n° 10, Paris, Seuil, 1967.

Marshall Cavendish, Les grandes invasions. Editions du Pélican, 1986.

Neil Carr, Going with the flow: An assessment of the relationship between young people's leisure and holiday behaviour. In: Tourism Geographies, Vol. 4, Issue 2, pages 115-134.

Cecilia Cassinger, Maria Månsson, Mass tourism at a tipping point: Exploring the mediatisation of overtourism. 2019.
28th Nordic Symposium on Tourism and Hospitality 28th Nordic Symposium on Tourism and Hospitality Research - Roskilde university, Roskilde, Denmark. 2019 Oct 23 / 2019 Oct 25.
https://events.ruc.dk/28thNordic-Symposium-on-Tourism-and-Hospitality

Georges Cazes, Le tourisme international. Mirage ou stratégie d'avenir. Paris, Hatier, 1989.

Georges Cazes et Georges Courade, 'Les masques du tourisme, in: Revue Tiers-Monde, XLV/178, Paris, PUF, 2004.

Jean Chesnaux, L'art du voyage. Un regard (plutôt) politique sur l'autre et l'ailleurs. Paris, Bayard, 1999.

Rodolphe Christin, L'imaginaire voyageur ou l'expérience exotique. Paris, L'Harmattan, 2000.

Rodolphe Christin, Anatomie de l'évasion. Pour d'autres rapports au monde. Paris, Homnisphères, 2005.

Rodolphe Christin, Passer les bornes - sur le fil du voyage. Editions Yago, 2010.

Rodolphe Christin, Le tourisme: émancipation ou contrôle social? (dirigé avec Philippe Bourdeau). Bellecombe-en-Bauges, Editions du Croquant, 2011.

Rodolphe Christin, L'usure du monde. Critique de la déraison touristique. Montreuil, L'échappée, 2014.

Rodolphe Christin, Manuel de l'anti-tourisme. Montréal, Québec, Editions Ecosociété, 2017.

Rodolphe Christin (Propos recueillis par Marie Campistron), Tourisme : "On part pour oublier le monde plutôt que pour le découvrir. Le tourisme naît avec la fin de l’aventure". In: L'Obs, 18 juillet 2018.
Via: https://www.nouvelobs.com/societe/20180718.OBS9887/tourisme-on-part-pour-oublier-le-monde-plutot-que-pour-le-decouvrir.html

Rodolphe Christin, La vraie vie est ici. Voyager encore? Editions Ecosociété, 2020.

Rodolphe Christin, Repartir, mais pas comme avant... In: Le Monde Diplomatique, juillet 2020.

E. Cohen, A Phenomenology of Tourist Experiences. New York, Harper Perennial, 1979.

Jean-François Dancel, De l'Influence des voyages sur l'homme et sur ses maladies. Ouvrage spécialement destiné aux gens du monde. 1848. (Ré-éd. Hachette Livre BNF, 2014.)

Alain Corbin, L’Avènement des loisirs (1850-1960), avec la collaboration de Julia Csergo, Jean-Claude Farcy, Roy Porter, André Rauch, Jean-Claude Richez, Léon Strauss, Anne-Marie Thiesse, Gabriella Turnaturi et Georges Vigarello. Paris, Flammarion, Coll. « Champs », 2001.

Benjamin Coriat, L'atelier et le chronomètre: Essai sur le taylorisme, le fordisme et la production de masse. Paris, Christian Bourgois Editeur, 1994.

Saskia Cousin. L’identité au miroir du tourisme. Usages et enjeux des politiques de tourisme culturel. Sciences de l’Homme et Société. Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales (EHESS), 2003.
Via: https://tel.archives-ouvertes.fr/tel-00266547/document

Saskia Cousin, Les Miroirs du tourisme. Paris, Descartes et Cie., 2011.

Saskia Cousin, G. Chareyron, J. Darugna et S. Jacquot, Etudier Tripadvisor. Ou comment tripatouiller les cartes de nos vacances'.
Via www.espacestemps.net/articles/etudier-tripadvisor/.

Saskia Cousin et Bertrand Réau, Sociologie du tourisme. Paris, Editions La Découverte, 2016.

Saskia Cousin, G. Chareyron et S. Jacquot, 'Big Data and tourism'. In: The Sage International Encyclopedia of Travel and Tourism, Amherst, University of Massachusetts, 2016.

Hugh Cunningham, Leisure in the Industrial Revolution: ca. 1780-ca. 1880. Routledge, 2016.

Pascal Cuvelier, Anciennes et nouvelles formes de tourisme: Une approche socio-économique. Paris/Montréal, Editions L'Harmattan, 1997.

Jean-Marc Daniel, Trois controverses de la pensée économique: Travail, capital, temps. Pris Odile Jacob, 2016.

Adeline Daumard et al., Oisiveté et loisirs dans les sociétés occidentales au XIXe siècle. Abbeville, Centre de recherches d(histoire sociale de l'Université de Picardie, 1983.

Albert Daurat, Pour qu'on voyage. Essai sur l'art de bien voyager. Toulouse, Eduard Privat Editeur / Paris, Henri Didier Editeur, 1911.

Octave Debary, Deindustrialization and Museumification: From Exhibited Memory to Forgotten History. In: The Annals of the American Academy of Political and Social Science, Vol. 595, Being Here and Being There: Fieldwork Encounters and Ethnographic Discoveries, pp. 122-133, Sep., 2004. Sage Publications, Inc..

Jean-Michel Decroly et. al., Le tourisme comme expérience: Regards interdisciplinaires sur le vécu touristique. 2016.

Maria Della Lucia, Ernestina Giudici (Sous la direction de), Humanistic Tourism: Values, Norms and Dignity. Routledge, 2020.

Guido Derksen, Over de grens. De verlokking van het roekeloze reizen. Uitgeverij Alpha, 1996.

Jean-Michel Dewailly, Tourisme et Géographie: entre pérégrinité et chaos. Paris, L'Harmattan, 2006.

F. van Dieren (vertaling), Francesco Petrarca, Brieven. Amsterdam, Atheneum - Polak - Van Gennep, 1998.

René Duchet, ?Le tourisme à travers les âges. Sa place dans la vie moderne. Paris, Vigot, 1949.

Philippe Duhamel et Rémy Knafou, Mondes urbains du tourisme. Paris, Belin, 2007.

Philippe Duhamel, Le tourisme: Réflexions sur un fait du monde. UPPR - Coll. Lire Comprendre Maintenant, 2018.

Mauro Dujmovic, Aljoša Vitasovic,Juraj Dobrila, Postmodern Society and Tourism. In: Journal of Tourism and Hospitality Management, October 2015, Vol. 3, No. 9-10, 192-203.

Anne Dulphy, Yves Léonard et Marie-Anne Matard-Bonucci (dir.), Le voyage comme expérience de l'étranger. Bruxelles, Peter Lang, 2009.

J. Dumazedier, Vers une civilisation du loisir? Paris, Seuil, 1962. (rééd. 1972; rééd. 1980).

J. Dumazedier, Révolution culturelle du temps libre: 1968-1988. Paris, Méridiens-Klincksieck, 1988.

J. Dumazedier (introduit par un entretien avec Edgar Morin et augmenté d'une biographie), Vers une civilisation du loisir? Paris, Editions MKF, rééd. 2018.

Ton van Egmond,, Toerisme: verbroedering of verloedering? Breda / Leiden, DTV uitgeverij / Toerboek, 1992.

Ton van Egmond, Het verschijnsel toerisme. Verleden, heden, toekomst. Meppel, Uitgeverij Edu-Actief, 2011.

J. Elsner en J. P. Rubies ed., Voyages and Visions. Towards a Cultural History of Travel. London, 1999.

Henri Engelmann, Partir. Initiation à l'Art du voyage. Editions Paulines, 1972.

Hans Magnus Enzenberger, Vergebliche Brandung der Ferne: Eine Theorie des Tourismus. In: Merkur no. 126, August, 1958.

Maxime Feifer, Going places. London, Macmillan, 1985.

Kirkwood Ferguson, Tourism Catalyst for Peace. Elite International Publishing, 2007.

Jean-Marie Furt et Franck Michel (sous la dir. de), Tourismes et identités. Paris, L'Harmattan, 2006.

Stefan Ginter, Reisen als postmodernes Abenteuer. München, Grin Verlag, 2008.

C. Goossens, Verbeelding van vakantie; een studie naar effecten van emotionele informatie. Tilburg, 1993.

André Gorz, Le Socialisme difficile. Paris, Seuil, 1967.
André Gorz, Het moeilijke socialisme. Socialisten en reformisten; vervreemding zonder uitbuiting; studenten en arbeiders. Amsterdam, Van Gennep, 1967.

André Gorz, Adieux au prolétariat. Paris, Galilée, 1980. (éd. augmentée, Paris, Le Seuil, 1981.

André Gorz, Les chemins du paradis. L'agonie du capital. Editions Galilée, 1983.

André Gorz, Métamorphoses du travail. Quête du sens, critique de la raison économique. Paris, Galilée, 1988.

André Gorz, Capitalisme, socialisme, écologie. Paris, Galilée, 1991.

André Gorz, Bâtir la civilisation du temps libéré. Paris, Editions Les Liens Qui Libèrent / Le Monde Diplomatique, 2013.

David Graeber, On the phenomenon of bullshit jobs: A Work Rant. In Strike! Magazine, Issue 3, August 2013.
Via: https://www.strike.coop/bullshit-jobs/

David Graeber, The Utopia of Rules. On Technology, Stupidity, and the Secret Joys of Bureaucracy. Brooklyn - London, Melville House, 2015.

David Graeber, Bullshit Jobs: The Rise of Pointless Work, and What We Can Do About It. London, Penguin, 2018.

Christophe Granger, Les Corps d'été. Naissance d'une variatio saisonnière. Paris, Edition Autrement, 2009.

Dick Grote, Forced Ranking: Making Performance Management Work. Harvard Business Review Press, 2005.

Guide-Chaix, Conseil aux voyageurs en chemin de fer, en bateaux à vapeur et en diligence. Chaix et Cie, 1854.

Roger Guerrand, La Conquête des vacances. Paris, Editions ouvrières, 1963.

Christophe Guibert & Bertrand Réau, Des loisirs à la chaîne. In: Le Monde Diplomatique, juillet 2020.

Nicos Hadjicostis, Destination Earth: A New Philosophy of Travel by a World-Traveler. 2016.

Walter Hebeisen, F. W. Taylor und der Taylorismus. Zürich, 1999.

Roland Heguy, Changeons notre tourisme ! Paris, Cherche Midi, 2020.

Hilde Heynen et David Vandenburgh (dir.), Tourism revisited, NeTHCA. Bruxelles, La Lettre Volée, 2007.

Jean_Michel Hoerner, Traité de tourismologie. Pour une nouvelle science touristique. Perpignan, Presses universitaire de Parpignan, 2002.

Jean-Michel Hoerner et C. Sicaart, La science du tourisme, précis franco-anglais de tourismologie. Perpignan, Balzac Editeur, 2003.

H. J. A. Hofland, Vakantie. Over zakelijke en onzakelijke kanten van de moderne volksverhuizing. Amsterdam, Scheltema & Holkema N.V., 1957.

Glenn Hooper (Ed.), Dark Tourism. Practice and interpretation. London, Routledge, 2019.

Michel Houellebecq, Plateforme. Paris, Flammarion, 2001.

Michel Houellebecq, La carte et le territoire. Paris, Flammarion, 2010.

Michel Houellebecq, La France avec un masque. In: Le Point, n° 2510, 1er octobre 2020.

Michel Houellebecq, Interventions 2020. Paris, Flammarion, 2020.

P. Huguet, Bon voyage ou l'Art de voyager, au point de vue de l'utilité, de l'agrément, de l'économie, de la santé, de la législation, etc.. Félix Girard, 1867.

Francis Jauréguiberry et Jocelyn Lachance, Le voyageur hypermoderne. Partir dans un monde connecté. Toulouse, Editions érès, 2016.

Luchien Karsten, De achturendag: arbeidstijdverkorting in historisch perspectief 1817-1919. Proefschrift Groningen. Groningen, Universiteitsdrukkerij, 1989. (IISG Studies + Essays, no. 14), Amsterdam, IISG, 1990.

Yoshido Kenko, De kunst van het nietsdoen ('Tsurezuregusa'). Amsterdam, Uitgeverij Van Oorschot, 2020.

A. Kersten, De sociale betekenis van het kamperen. Wageningen, 1968.

B. Kirschenblatt-Gimblett, Destination culture: Tourism, museums, and heritage. Berkeley CA, University of California Press, 1998.

Rémy Knafou (directeur de l'équipe MIT 'Mobilité, Itinéraires, Tourismes' de l'université Paris 7),
- Tourismes 1. Lieux communs. Paris, Belin, 2002,
- Tourismes 2. Moments de lieux. Paris, Belin, 2005,
- Mondes urbains du tourisme. Paris, Belin, 2007,
- Tourismes 3. La révolution durable. Paris, Belin, 2011,

Dieter Kramer (in Verbindung mit Dr. Wilhelm, Der sanfte Tourismus. Wien, 1983.

Dieter Kramer und Ronald Lutz (Hg.), Tourismus-Kultur, Kultur-Tourismus. Münster, 1993.

Larry Krotz, Tourists: How Our Fastest-Growing Industry Is Changing The World. Boston, Faber and Faber, 1996.

Jean Lacouture, Montaigne à cheval. Paris, Editions du Seuil, 1996.

Jean Lacouture, Stendhal. Le bonheur vagabond. Paris, Seuil, 2004.

Pierre-Henri Lagedamon, Travail, temps libre et socialisme: Le temps du travailleur dans la pensée d'Owen, Fourier, Cabet et Proudhon. Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2016.

Olivier Lazzarotti, Philippe Violier (Sous la direction de), Tourisme et patrimoine Un moment du monde. Angers, Presses de l'Université d'Angers, 2007.

Garth Lean, Russell Staiff and Emma Waterton (Ed.), Travel and Imagination. Farnhem / Burlington VI, Ashgate Publishing, 2014.

Garth Lean, Russell Staiff and Emma Waterton (Ed.), Travel and Transformation. New York NY, Routledge, 2016.

K. P. C. de Leeuw et al (red.), Van ontspanning en inspanning. Aspecten van de geschiedenis van de vrije tijd. Tilburg, Drukkerij Gianotten B.V., 1995.

Edmée Lemaires, Vreemdelingen die afreizen. A. W. Bruna & Zoon Uitg.-Mij, 1939.

J. Lennon, M. Foley & D.C. Washington, Dark tourism: The attraction of death and disaster. London, Continuum, 2000.

Claude Lévi-Strauss, Tristes tropiques. Paris, Plon, coll. « Terre Humaine », 1955. (Réimpr. « Terre humaine », 1984.)

Danièle Linhart, La comédie humaine du travail: De la déshumanisation taylorienne à la sur-humanisation managériale. Toulouse, Erès, 2015.

Lucy Lippard, On the Beaten Track: Tourism, Art and Place. New York, The New Press, 1999.

Justus Lipsius, Een groot oordeel van dien grooten en uytsteeckenden JUSTUS LIPSIUS over het REYSEN. In: WEGH-WYSER, Vertoonende De besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door VRANCKRYCK en eenige aengrensende LANDEN te sien zijn. t' Amstelredam, By Nicolaes van Ravesteyn, op S. Anthonis Marckt, 1657.

Winfried Löschburg, Vom Reiselust und Reiseleid. Frankfurt am Main, 1977.

Jean-Paul Loubes, Tourisme, arme de destruction massive. Paris, Editions du Sextant, 2015.

Dean MacCannell, The Tourist. A New Theory of the Leisure Class. London, University of California Press, 1999 (orig. 1976).

Michel Maffesoli, Le tourisme moderne est mort. Vive le tourisme postmoderne ! In: Revue Espaces n°355, Juillet 2020.

Zweder von Martels (ed.), Travel Fact and Travel Fiction. Studies on Fiction, Literary Tradition, Scholarly Discovery and Observations in Travel Writing. Leiden, E. J. Brill, 1994.

Edward J. Mayo and Lance P. Jarvis, The psychology of leisure travel. Boston, CBI, 1981.

Simone Mesnil-Grente, ?Les vacances. Paris, Hachette, Collection les grands problèmes, 1962.

Franck Michel (Sous sa direction), Tourismes, touristes, sociétés, Paris, L’Harmattan, 1998.

Franck Michel, Désirs d’ailleurs. Essai d’anthropologie des voyages. Paris, Armand Colin, coll. « Chemins de traverse », 2000.

N. Miller et D. Robinson, Le nouvel age des loisirs. Les Editions Ouvrières, 1968.

Le Monde Hors-Série, Partir. Conquérir - Quitter - Fuir - S'exiler - Voyager - Découvrir. Paris, Le Monde -Hors-Série, 2016.

Sarga Moussa et Sylvain Venayre, Le Voyage et la mémoire au XIXème siècle. Créaphis, 2011.

D. Nash, 'Tourism as a form of imperialism'. In: V. Smith (ed.), Hosts and Guests: the Anthropology of Tourism. Oxford, Basic Blackwell, pp. 33-47, 1977.

D. Nash, Anthropology of Tourism. Oxford, Elsevier Science Ltd, Pergamon, 1996.

Stéphanie Nkoghe (Sous la direction de), La psychologie du tourisme. Paris, Editions L'Harmattan, 2008.

Claude Origet du Cluzeau, Le tourisme culturel dynamique et prospective d'une passion durable. De Boeck Université, 2015.

Ian Ousby, The Englishman's Engeland. Taste, travel, and the rise of tourism. Cambridge, 1990.

Brigitte Ouvry-Vial e.a. (dir.), Les vacances. Un rêve, un produit, un miroir. Paris, Autrement, 1990.

Thierry Paquot, Le Voyage Contre le Tourisme. Editions Eterotopia, deuxième edition revue et augmentee, 2019.

Jean-Victor Parant, Le Problème du Tourisme Populaire. Emploi des congés payés et institutions de vacances ouvrières en France et à l'étranger. Librairie Générale de Droit & Jurisprudence R. Pichon et R. Durand-Auzias, 1939.

Sylvain Pattieu, Tourisme et travail: de l'éducation populaire au secteur marchand (1945-1985). Paris, Les Presses de Science Po, 2009.

Peter Peters, De haast van Albertine. Reizen in de technologische cultuur: naar een theorie van passages. Amsterdam, Uitgeverij De Balie, 2003.

Petrarca, De top van de Mont Ventoux & Het geheim. Baarn, Ambo, 1990.

Pétrarque (Précédée d'une étude par Gabriel Faure), Lettre de François Pétrarque sur son ascension au mont Ventoux. 1944.

Pétrarque, L'Ascension du Mont Ventoux. Paris, Mille et une nuits / Librairie Arthème Fayard, 2001.

Prof. Dr. C. A. van Peursen, Michel de Montaigne. Het reizen als wijsgerige houding. Amsterdam, H.J. Paris, 1954.

Phaedra Pezzulo, Toxic Tourism: Rhetorics of Pollution, Travel and Environmental Justice. Tuscaloosa, University of Alabama, 2007.

David Picard, Sonja Buchberger, Couchsurfing Cosmopolitanisms. Can Tourism Make a Better World? Walter de Gruyter & Co, 2013.

Bertrand Réau, La distinction ne prend pas de vacances! Sociologie des offres et pratiques de loisirs en vacances. Paris, CNRS, 2011.

Stijn Reijnder, Plaatsen van verbeelding. Media, Toerisme, Fancultuur. Alphen, Uitgeverij Veerhuis, 2011.

Lucas Reijnders, Reislust. Op weg naar het paradijs en andere bestemmingen. Amsterdam, Van Gennep, 2000.

REYS-WETTEN. In: WEGH-WYSER, Vertoonende De besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door VRANCKRYCK en eenige aengrensende LANDEN te sien zijn. t' Amstelredam, By Nicolaes van Ravesteyn, op S. Anthonis Marckt, 1657.

Jean-Claude Richez, Léon Strauss, Un temps nouveau pour les ouvriers: les congés payés.
In: Alain Corbin, L'Avènement des loisirs 1850-1960. Paris, Champs / Flammarion, 1995.

Jean Rieucau et Jèrôme Lageiste, L'Empreinte du tourisme. Contribution à l'identité du fait touristique. Paris, L'Harmattan, 2006.

Jeremy Rifkin, The End of Work - The Decline of the Global Labor Force and the Dawn of the Post-Market Era. Tarcher/Putnam Book, New York, 1995.

Hermann Ringeling und Maja Svilar (Hg.), Tourismus - das Phänomen des Reisens. Bern, 1982.

Patrick Rivers, The Restless Generation: A crisis in mobility. London, Davis-Poynter, 1972.

Nathalie Roelens, Eloge du Depaysement. Du Voyage au Tourisme. Kimé Édition, 2015.

Chris Rojek, Ways of Escape. Modern Transformations in Leisure and Travel. Basingstoke, Macmillan, 1993.

Mario Rutte, 'Leuke vakantie gehad?': verhalen over antropologisch veldwerk. Amsterdam, Aksent, 2007.

Stephan Sanders, Essay. Weg met het toerisme. Bestemming bereikt, bestemming verwoest. Amsterdam, 'De Groene Amsterdammer', 8 november 2017.

Lou Sarabadzic, Notre vie n'est que mouvement: L'Europe de Montaigne à l'heure du tourisme de masse. PublieNet, 2020.

Aurel Schmidt, Von Raum zu Raum. Versuch über das Reisen. Berlin, 1998.

T. Selwyn (ed.), The Tourist Image. Myths and Myth Making in Tourism. Chichester, John Wiley & Sons, 1996.

Catherine Sicart, Jean-Michel Hoerner, Tourisme, une affaire de classe. Editeurs Balzac, 2015.

J. Stagl, A History of Curiosity: The Theory of Travel 1550-1800. (Studies in Anthropology and History, Vol. 13). Routledge, 1995.

Helga Stamm, Der Urlaubstraum ein Urlaubstrauma? Bühren, 1984.

Albrecht Steinecke, Tourism Now. Tourismus und Luxus. München, UVK Verlag, 2019.

Alain Supiot (Leçon de clôture), Le travail n'est pas une marchandise. Contenu et sens du travail au XXIe siècle. Paris, Editions du Collège de France, 2019.

Jacques Tati (Un film de), Les Vacances de M. Hulot (Avec Jacques Tati), 1953.

J.P. Taylor, Authencity and Sincerity in Tourism. 2000.

Paul Theroux, The Tao of Travel. Enlightenments from Lives on the Road. Boston and New York, Houghton Mifflin - Harcourt. 2012.

C. W. Thompson, The Suffering Traveller and the Romantic Imagination. Oxford, Clarendon Press, 2007.

Laurent Tissot, Le tourisme: de l'utopie réalisée au cauchemar généralisé? In: Entreprises et histoire, vol. 2, n° 47, 2007.

Maurice Toesca, Trois semaines chaque année. Paris, Fayard, 1960.

Louis Turner and John Ash, The Golden Hordes: International Tourism and the Pleasure Periphery. London, Constable Limited, 1975.

Mark Twain, The Innocents Abroad, or The New Pilgrim's Progress (1869). New York, New American Library, 1980.

United Nations World Tourismm Organization, Etude sur l'évolution du temps libre et le droit aux vacances. Madrid, 1983.

Jean-Didier Urbain, Paradis verts: désirs de campagne et passions résidentielles. Paris, Editions Payot, 2002 (revue et augmentée, 2008).

Jean-Didier Urbain, La France des temps libres et des vacances, La Tour d’Aigues. Editions de l'Aube, 2002.

Jean Didier Urbain, Les vacances. Paris, Editions Le Cavalier bleu, 2002.

Jean- Didier Urbain, L'idiot du voyage. Histoires de touristes. Paris, Editions Payot, 2002 (1998).

Jean-Didier Urbain, Secrets de voyages: menteurs, imposteurs et autres voyageurs impossibles. Paris, Editions Payot, 2003.

Jean-Didier Urbain, Le voyage était presque parfait. Essai sur les voyages ratés. Paris, Editions Payot & Rivages, 2008.

Jean-Didier Urbain, L'envie du monde. Paris, Editions Bréal, 2011.

Jean-Didier Urbain, La crise ne va pas tuer l’imaginaire touristique ! In: Revue Espaces n° 355, Juillet 2020.

John Urry, Consuming Places. Routledge, 1995.

John Urry, The Tourist Gaze. (Second edition). London – Thousand Oaks – New Delhi, SAGE Publications, 2002.

Alain Vanneph, Les touristes. Une histoire d'argent, de temps et d'envie. Des précurseurs aux professionnels. Paris, L'Harmattan, 2017.

Thorstein Veblen, The Theory of the leisure class: an economic study of institutions. New York, Macmillan Company, 1899.

Sylvain Venayre, Panorama du voyage (1780-1920): mots, figures, pratiques. Les Belles Lettres, 2012

Gerrit Verhoeven, Vaut le voyage? Nieuw tendensen in het historisch onderzoek naar toerisme (1750-1950). In: Stadsgeschiedenis 4, pp. 61-73, 2009.

Gerrit Verhoeven, Calvinist pilgrimages and popish encounters: religious identity and sacred space on the Dutch Grand Tour (1598-1685). In: Journal of social history, 43:3, pp. 615-634, 2010.

Alexandre Vexliard, Introduction à la sociologie du vagabondage. 1956.

Jean Viard, Court traité sur les vacances, les voyages et l'hospitalité des lieux. La Tour d’Aigues, Editions de l'Aube, 2000.

Jean Viard, (dir.), La France des temps libres et des vacances. La Tour d'Aigues, Editions de l'Aube, 2002.

Jean Viard, Eloge de la mobilité. Essai sur le capital temps libre et la valeur travail. La Tour d’Aigues, Editions de l'Aube, 2014.

Jean Viard, Triomphe d'une utopie. Vacances, loisirs, voyages: la révolution des temps libres. La Tour d’Aigues, Editions de l'Aube, 2015.

Jean Viard, Réguler l'économie du tourisme pour la démocratiser. In: Le Monde, Jeudi 17 août 2017, P. 21.

John K. Walton (Ed.), Histories of Tourism. Representation, Identity and Conflict. Clevedon - Buffalo - Toronto, Channel View Publications, 2005.

Ning Wang, Tourism and Modernity. A Sociological Analysis. Oxford, England, Pergamon, 2000.

S. Wearing, D. Stevenson & T. Young, Tourist cultures: Identity, place, and the traveller. London, Sage Publications, 2010.

Ruud Welten, Het ware leven is elders. Filosofie van toerisme. Utrecht, Uitgeverij Klement/Pelckmans, 2013.

Ruud Welten, Onder vreemden: de ander in reisliteratuur. Utrecht, Uitgeverij Klement, 2014.

Ruud Welten, Filosofie van het toerisme. Wat ontvlucht u deze zomer? Essay. Amsterdam, 'de Groene Amsterdammer, nr. 28, I1 juli 2018.

Jeffrey Wijnberg, De magie van het nietsdoen. Scriptum, 2016.

R. Wrigley and G. Revill (eds.), Pathologies of Travel. Amsterdam / Atlanta, Rodopi, 2000.

H. Ye & I. P. Tussyadiah, Destination visual image and expectation of experiences. Journal of Travel & Tourism Marketing, 28(2), 129-144, 2011.

Paul Yonnet, Travail, loisir. Temps libre et lien social. Paris, Gallimard, 1999.

George Young, Tourism: Blessing or Blight?. Hammandsworth, Penguin, 1973.

----------

SLECHTS ENKELE REISGIDSEN, REISIMPRESSIES EN BESCHOUWINGEN DAAROVER: (* Een volledige opsomming wordt opgenomen in 'Mijn Franse verleiding':


Eric Alary, La ligne de démarcation. Paris, Perrin, 2003.

C. Andrew, An Investigation into Holiday Brochure Design. Unpublished MSc thesis, University of Surrey, 1977.

Rachael Antony, Henry Joël, The Lonely Planet Guide to Experimental Travel. Melbourne-Oakland-London, Lonely Planet, 2005.

Archibald, Londen, Amsterdam en Parijs en omstreken. Uit het Hoogduitsch. Te Amsterdam, bij Gerrit Portielje, 1821.

John Ardagh, Writer's France. A Regional Panorama. London, Penguin Group, 1989.

Geoffroy Atkinson's 'Les Relations De Voyages De XVIIe Siècle et L'Evolution Des Idées. Contribution à l'étude de la formation de l'esprit du XVIIIe siècle'. Paris, E. Champion, 1924.

Karl Baedeker, Paris, Rouen, Havre, Dieppe, Boulogne. Coblenz, Karl Baedeker, 1855. (First edition). >P> Karl Baedeker, Paris and Northern France. Coblenz, Karl Baedeker, 1865. (First edition).

Karl Baedeker, Paris and Environs. Leipzig, Karl Baedeker, 1865. (First edition).

Karl Baedeker, Northern France. Leipzig, Karl Baedeker, 1889. (First edition).

Karl Baedeker, Riviera ans South-Eastern France. Leipzig, Karl Baedeker, 1931. (First edition).

Balthasar Bekker, Beschrijving van de reis door de Verenigde Nederlanden, Engeland en Frankrijk in het jaar 1683. (Naar het handschrift uitgegeven en toegelicht door Jacob van Sluis), Ljouwert / Leeuwarden, Fryske Akademy, 1989.

Dick E.H. de Boer, Emo’s reis. Een historisch culturele ontdekkingstocht door Europa in 1212. Haren, Geldermalsen Publications, 2014.

Dr. Jan ten Brink, Van Den Haag naar Parijs. In: Drie reisschetsen, pp. 167-339. Te Leiden bij A.W. Sijthoff, (1861), 4e druk, 1894.

Cyriel Buysse, Per auto. Uitgave van C.A.J. van Dishoeck te Bussum, in het jaar 1913.

Cyriel Buysse, Reizen van toen. Met de automobiel door Frankrijk. Antwerpen / Amsterdam, Manteau, 1992.

J.P. Chastagner, Mes Vacances, descriptions, anecdotes, épisodes, écrits historiques. Itinéraire Pittoresque le plus complet, le plus détaillé, des routes qui joignent Le Havre, port de l'Océan, avec Marseille, port de la Méditerranée... 2 volumes. A Paris, chez l'Auteur et chez Delloye, 1837.

Le Sr. Desnos, L'Indicateur Fidèle ou Guide des Voyageurs, qui enseigne Toutes les Routes Royale et Particulières de la France, Routes levées Topographiquemt dès le Commencement de ce Siècle, et Assujettiés à une Graduation Géométrique, contenant Toutes les Villes, tous les Bourgs, Villages, Hameaux, Fermes, Châteaux, Abbayes, Communautés, Eglises, Chapelles, et d'autres Maisons Réligieuses, les Moulins, les Hotelleries, les Justices, et les Limites des Provences, les Fleuves, les Rivières, les Ruisseaux, les Etangs, les Marais, les Ponts, les Gués, les Montagnes, les Bois, les Jardins, les Parcs, les Avenues, et les Prairies trversés par les Grandes Routes & Accompagné d'un Inneraire Instructif et raisonné sur chaque Route, qui donne le Journal et l'Heure du Départ, de la Dinée et de la Couchée tant des Coches par Eau, que des Carosses, Diligences et Messageries du Royaume, avec le Nombre des Lieues que ces differentes Voitures font qhaque jours. Dressé par le Sieur Michel, Ingénieur Géographe du Roy à l'Observatoire & Mis au jour et Dirigé Par Le Sr. Desnos Ingénieur Géographe pour les Globes Shères et Instrument de Mathématique. A Paris, Rue St. Jacques à l'Enseigne du Globe Avec Privilège du Roy, MDCCLXV. (=1765)

Antoine-Nicolas Dezalier d'Argenville, Voyage pittoresque de Paris, ou Indication de tout ce qu’il y a de plus beau dans cette grande Ville en Peinture, Sculpture & Architecture. À Paris, Chez De Bure, 1749.

Eric Dupin, Voyages en France. La fatigue de la modernité. Paris, Seuil, 2011.

Katherine Ennekens (Red.), Verhalen Bazaar. Vakantieherinneringen van 1930 tot 1980. Antwerpen, Pandora, 2008.

Frieda van Essen, Elise's Parijs 1858. Reisimpressies. Reislustige Vrouwen, 2018.

Girault de Saint-Fargeaud, Guide Pittoresque Portatif et Complet Du Voyageur En France. Contenant : Les relais de poste, dont la distance a été convertie en kilomètres, et la Description des Villes, Bourgs, Villages, Châteaux, et généralement de tous les Lieux remarquables qui se trouvent, tant sur les grandes routes de poste que sur la droite ou sur la gauche de chaque route. Paris, Firmin Didot Frères, 1838.

Girault de Saint-Fargeau, Guide Pittoresque portatif et complet Du Voyageur en France, divisé en cing grandes régions, et en vingt-neuf itinéraires principaux indiquant les lignes et les chemins de fer. Quatrième édition. Paris, Librairie de Firmin Didot, 1852.

Jan Feith, La Belle en haar aanbidders. Frankrijk bereisd, gezien, geproefd en ... genoten. Den Haag, Zuid-Hollandsche Uitgevers Mij, 1937.

W. R. Ferwerda, Bacchus tussen Rozen. Een reis door het wijngebied rondom Bordeaux. Amsterdam-Brussel, Elsevier, 1950.

Robert Franquinet, Christelijk Erfgoed Langs 's Heren Wegen. In Frankrijk. Haarlem, Uitgeverij De Toorts, 1960.

John Anthony & William Galignani,, New Paris Guide for 1850; Paris, A; & W. Gaiignani, 1850.

Government Printing Office, Guide to the American Battle Fields in Europe. Wahington, Government Printing Office, 1927. (First edition).

Anthoni Jansz. van der Goes, 't Doolhof van Versailles, - bestaande in XLI keurelyke verbeeldinge van alle de uitmuntend fonteinen van het zelve doolhof. Verrykt met de uitlegging de fabelen, die door de zelven vertoond worden, in vier taalen, Frans, Engels, Hoog- en Nederduitsch. Als mede in de zelve Taalen by ieder afbeelding in Poëezy. By Nicolaas Visscher, 1682.

E. M. Grabowsky en P. J. Verkruijse (uitgegeven met inleiding en commentaar), Arnout Hellemans Hooft, Een naekt beeldt op een marmore matras seer schoon. Het dagboek van een 'grand tour' (1649-1651). Hilversum, Verloren, 2001.

Claire Hancook, Paris et Londres au XIXe siècle; représentations dans les guides et récits de voayage. Paris, CNRS éditions, 2003.

HEDENDAAGSCHE HISTORIE of TEGENWOORDIGE STAAT van FRANKRYK. Eerste deels en Tweede Deels. Te AMSTERDAM, By ISAAK TIRION 1752. Met Privilegie.

John Locke, Carnet de voyage à Montpellier et dans le sud de la France 1676-1679. Nouvelles Presses du Languedoc, 2006.

James D. McCabe Jr., Paris by Sunlight and Gaslight: A Work Descriptive of the Mysteries and Miseries, the Virtues, the Vices, the Splendors, and the Crimes of the City of Paris, Illustrated with over 150 Fine Engravings by Gustave Doré and other Celebrated Artists of France. Philadelphia, 1869. (Ré-édition: Nabu Press, 2010).

Mattheus Merian, Martin Zeiller, Topographia Galliae dat ist Een Algemeene en naeukeurige Lant en Plaets-beschrijvinghe van het Machtige Koninckrijk Vranckryck. Amsterdam, Joost Broersz and Caspar Merian, 1663.

Aubin-Louis Millin, Voyage dans les départements du Midi de la France. Paris, Imprimerie impériale, 1807-1811.

Lut Missine, De reiziger, de schilder en de schrijver. Reisboeken van Jacobus van Looy. In: Tijdschrift voor Taal en Letteren, Vol. 19, No. 3, pp. 229-249, 2014.
Via: https://www.academia.edu/10308235/De_reiziger_de_schilder_en_de_schrijver_Reisboeken_van_Jacobus_van_Looy?email_work_card=thumbnail

Jean-Yves Mollier, Louis Hachette- le fondateur d'un empire (1800-1864). Paris, ?Fayard, 1999.

Michel de Montaigne, Journal du voyage de Montaigne. (1744) FB Editions, s.d..

Michel de Montaigne, Essais. Paris, Gallimard, Bibliothèque de la Pléiade, 2007.

Lady Morgan, Frankrijk en de Franschen. Herinneringen uit mijn verblijf te Parijs in 1816. Naar het Engelsch van Lady Morgan. In twee delen; Te Leeuwarden, bij Steenbergen van Goor. 1821.

John Murray, Hand-book for France. London, John Murray, 1843. (First edition).

John Murray, Handbook for Paris. London, John Murray, 1864. (First edition).

M. Piganiol de la Force, Nouveau voyage de France avec un itinéraire, et des cartes faites exprès, qui marquent exactement les routes qu'il faut suivre pour voyager dan toutes les Provinces de ce Royaume. Nouvelle edition, revue, corrigée & augmentée. Paris, Bailly, 1755.

Alexandre Poidebard, Les voyages de Mme de Sévigné dans le Lyonnais (1672 à 1694). (1889). Paris, Hachette Livre - BNF, 2014.

David van Reybrouck, De ontdekking van lichtvoetigheid. Cyriel Buysse en Maurice Maeterlinck, en route naar de Rivièra. In: Dirk Leyman (Samenstelling), Nice, muze van Azuur. Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 11, pp. 166-185. Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Maart 2004.

Richard, Guide Classique du Voyageur en France, dans les Pays-Bas et en Belgique; Comprenant La Manière de Voyager ; les Tableaux des Routes, des Relais, des Communications ; l'Etat Général des Postes ; la Description des Villes, Bourgs, Villages, Antiquités, Monumens, Etablissemens, Curiosités de la Nature et de l'Art ; la Notice des Eaux Minérales ; la Liste des Diligences, Voitures Publiques, Auberges, etc. Orné d'une Belle Carte Routière, etc. Guide Indispensable à l'Artiste, à l'Etranger et aux Curieux. Paris, Chez Audin, Quai des Augustins, 12e édition, 1828-1829.

Richard, Guide du Voyageur en France. Comprenant la manière de voyager, les tableaux des routes, des relais, des communications, l'état général des postes, la description des villes, bourgs, villages, antiquités, monuments, établissements, ... Paris, Chez Audin, 1829.

P. H. Ritter Jr., De ijlende reis. Bussum, C. A. J. van Dishoeck, 1923.

George Sand, Lettres d'un voyageur (1837). Paris, Gallimard, coll/ Pléiade, 1971

J. H. Sauveur, Reisindrukken van Frankrijk en het front. Druk Volharding, 1916.

Esther Scheepers en Chris Will, Looy met de Noorderzon, weg! De reizen van Jacobus van Looy. Zutphen, Walburg Pers, 1998.

Albertina Schelfhout-V.d. Meulen, Eiland van schoonheid. Herinneringen aan Corsica. Eindhoven, Poirters-Reeks, 1941.

Louis de Semein, Parijs en de Parijzenaars. Gouda, G. B. van Goor Zonen, 1875.

Louis de Semein, Het Parijsche leven. Gouda, G. B. Van Goor Zonen, 1877.

Louis de Semein, Parijsche schetsen. Arnhem, Minkman's Reisbibliotheek, 1877.

Louis de Semein, Door eene wereldstad (met illustratie van Eug.Ladreyt). Arnhem, Minkman, 1878.

Louis de Semein, Achter het gordijn (Schouwburgschetsen. Met voorrede, aanteekeningen en naschrift van J.H. Rössing. J. Heijnis Tsz., Zaandijk, 1878.

Edouard de Simoncourt, Nouveau guide-itinéraire du voyageur en France, contenant une notice historique et statistique sur la France, des détails sur Paris et ses environs : les lois, réglements de poste, et tout ce qui est utile aux voyageurs ; les routes de poste, et le nom des relais ; La statistique, l'histoire, le commerce, l'industrie, les curiosités de tous les lieux qui offrent quelque intérêt ; la désignation de toutes les malles-postes et diligences, avec l'indication de leur départ journalier : augmenté d'une description statistique, historique, industrielle, pittoresque des 86 départements, et d'un voyage dans les Pyrénées. Orné d'une carte routière. Paris et Limoges, éd. Martial Ardant frères, 1839.

Bert Sliggers jr. (Ingeleid en bewerkt door), Dagelijckse aentekeningen van Vincent Laurensz van der Vinne. Reisjournaal van een Haarlems schilder (1652-1655). Haarlem, Fibula-Van Dishoeck, 1979.

Stendhal, Mémoires d'un touriste. Paris, Amboise Dupont, 1838. Rééd. Paris, Librairie Ancienne Honoré Champion, Trois Tomes, 1932-1933.

Laurence Sterne, A Sentimental Journey through France and Italy.(1768) Berkeley, University of California Press, 1967.

C. W. Thompson, French Romantic Travel Writing: Chateaubriand to Nerval. Oxford, Oxford University Press, 2012.

Ger Verhoeve, Varend in de serene rust van het Canal du Nivernais. In: Plus Magazine, nr. 2, februari 1996.

Ger Verhoeve, De sage van de Man van Tautavel. In: De Volkskrant, 25-10-1996.

Ger Verhoeve, Nederlandse held begraven in het Panthéon. In: Trouw, 8 december 2001.

Ger Verhoeve, "Niet te gelooven". Jacob Muhl op reis naar Parijs in 1778. 2018.
Via: https://www.defranseverleiding.nl/Muhl.html

WEGH-WYSER, Vertoonende De besonderste vremde vermaecklijckheden die in 't Reysen door VRANCKRYCK en eenige aengrensende LANDEN te sien zijn. t' Amstelredam, By Nicolaes van Ravesteyn, op S. Anthonis Marckt, 1657.

Adriaan van der Willigen, Reize door Frankrijk In gemeenzame brieven. Door Adriaan van der Willigen aan den uitgever. Te Haarlem, Bij A Loosjes Pz., 1805.

Adriaan van der Willigen, Parijs in den aanvang van de negentiende eeuw. Te Haarlem, Bij A. Loosjes Pz., 1807
Via: https://books.google.fr/books?id=6nhhAAAAcAAJ&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ge_summary_r&cad=0#v=onepage&q&f=false

----------

LAND- EN WEGENKAARTEN, STADSPLATTEGRONDEN EN STANDAARDMETINGEN:


Guy Arbellot, Bernard Lepetit, Jacques Bertrand, Atlas de la Révolution française, 1: Routes et communications. Paris, Edition de l'EHESS, 1987.

Guy Arbellot, Autour des Routes de Poste: Les premières cartes routières de la France, XVIIe - XIXe siècle. Paris, édité par Bibliothèque Nationale et le Musée de La Poste, 1992.

Ziba Arbellot-Khorsande, Représentation cartographique des services publiques de transports de voyageurs dans la France de 1789. Thèse de doctorat de 3e cycle, Université Paris-VII, 1972.

P. Bourdon-Michelin, Histoire d'une carte routière. Hôtel de la Société des ingénieurs civils de France, 1953.

François de Dainville, Cartes anciennes du Languedoc. Montpellier, 1961.

François de Dainville, How did Oronce Fine draw his large map of France, in: Imago Mundi, t. XXIV, pp. 49 - 55, 1970.

E. Demoulins, ?Les grandes routes des peuples - Essai de géographie sociale - Comment la route crée le type social. Les routes de l'Antiquité. Les routes du monde moderne. 2 Vomumes. ?Paris, Firmin-Didot, circa 1900.

Jean-Louis Dupain-Triel, La France connue sous les plus utiles rapports, ou Nouveau dictionnaire universel de la France, dressé d'après la Carte, en 180 feuilles, de Cassini. 1785.

Marc Duranthon, La carte de France, son histoire. Paris, Solar et ING, 1978

Henri Ferrand, La Route des Pyrénées de la Méditerranée à l'Océan. Grenoble, J. Rey Editeur Successeur de A. Gratier & J. Rey, 1914.

Georges Fordham, Les Routes de France. Etude Bibliographique sur les Cartes Routières et les Itinéraires et Guide Routiers de France. (1929). Genève, Slatkine-Megariotts Reprints, 1975.

Christian Grataloup, Atlas historique de la France. Les Arènes, 2020.

Denis Guedj, La Révolution des savants. Paris, Découvertes Gallimard, 1988.

Josef W. Konvitz, Cartography in France, 1660-1848. Chicago, 1987.

Frederic P. Miller, Agnes F. Vandome, et al., Carte de Cassini: Louis Moisset, François Flamichon, Histoire de la triangulation en France, Cartographie des corridors biologiques. 2010.

Paul Murdin, Full Meridian of Glory. Perilous Adventures in the Competition to Measure the Earth. Copernicus, 2010.

Mireille Pastoureau, Les atlas français, XVIe-XVIIe siècles. Paris, Bibliothèque nationale, 1984.

Monique Pelletier, La Carte de Cassini. Presses de l'Ecole nationale des Ponts et Chaussées, 1990.

Monique Pelletier et H. Ozanne, Portraits de la France: les Cartes, témoins de l'histoire. 1995.

Monique Pelletier, La cartographie de la France et ses acteurs avant les Cassinis, in: CFC, N° 172, Juin 2002.

Monique Peletier, La cartographie de la France aux XVe et XVIe siècle, entre passé, présent et futur. In: Le Monde des Cartes. Revue du Comité français de cartograhphie, n° 182 décembre 2004, P. 7-22.

Monique Pelletier, Les Cartes des Cassini. La science au service de l'Etat et des provinces. Paris, Edition du CTHS, 2015.

Pierre Pinon et Bertrand Le Boudec, Les Plans de Paris. Histoire d'une capitale. Paris, Le Passage / Bibliothèque Nationale de France / Atelier parisien d'urbanisme / Paris Bibliothèques, 2004.

Patrick Poncet et al., Cartes. Le voyage immobile. In: La Géografie, Numéro 1529, Printemps 2008.

----------

GESCHIEDENIS VAN MOBILITEIT: LANDSCHAP, WEGEN, BRUGGEN, TUNNELS, TRAJECTEN, VERVOERSMIDDELEN EN SNELHEID:


Marc Augé, Pour une anthropologie de la mobilité. Paris, Payot & Rivages, 2009.

Louis Bonneville, ?Les locomotions mécaniques. Origines, dates et faits?. Paris, Dunod, 1935.

Hans Buiters en Peter Staal, Het avontuur van de ANWB. 135 jaar onderweg. Bussum, Uitgeverij Thoth, 2018.

Yves Crozet, Hyper-mobilité et politiques publiques. Changer d'époque? Economica, 2016.

E. Deligny, Le chemin de fer métropolitain de Paris. Paris, Imprimerie Chaix, 1884.

Jean-Denis Devauges (Introduction), Le voyage en France. Du maître de poste au chef de gare, 1740 – 1914. Compiègne, Musée national de la Voiture et du Tourisme, 1997.

Philippe Delvit et Michel Taillefer (dir.), A la conquête du temps et de l'espace: les révolutions des transports. Toulouse, Presses de l'université des sciences sociales de Toulouse, 1998.

E. Demolins, Les grandes routes des peuples - Essai de géographie sociale - Comment la route crée le type social. Les routes de l'Antiquité. Les routes du monde moderne. 2 Vomumes. Paris, Firmin-Didot, circa 1900.

Charles Dollfus, Edgard Geoffroy, Histoire de la locomotion terrstre. La locomotion naturelle - l'attelage - la voiture- le cyclisme - la locomotion mécanique - l'automobile. ?Paris, L'Illustration, 1935.

Maurice Fabre, Histoire de la locomotion terrestre. Genève, Les Editions Rencontre et Erik Nitsche International, 1963.

Louis Figuier, Grands tunnels et railways métropolitains. A La Librairie Illustrée, coll. « Les Nouvelles Conquêtes de la Science » 1888.
I. L'Électricité;
II. Grands tunnels et railways métropolitains;
III. Les Voies ferrées;
IV. Isthmes et canaux. Les tunnels du Mont-Cenis, du Saint-Gothard, de l’Arlberg. Les métropolitains de Londres, Berlin, New-York, Paris. Projet de tunnel sous la Manche.

Ruud Filarski en Gijs Mom, Van transport naar mobiliteit. Vol. 1: De transportrevolutie (1800 - 1900). Zutphen, De Walburg Pers, 2008.

Ruud Filarski en Gijs Mom, Van transport naar mobiliteit. Vol. 2: De mobiliteitsexplosie (1895 - 2005). Zutphen, De Walburg Pers, 2009.

Ruud Filarski en Gijs Mom, Van transport naar mobiliteit. Vol. 1: De transportrevolutie (1800 - 1900). Zutphen, De Walburg Pers, 2008.

Ruud Filarski en Gijs Mom, Van transport naar mobiliteit. Vol. 2: De mobiliteitsexplosie (1895 - 2005). Zutphen, De Walburg Pers, 2009.

Ruud Filarski, Tegen de stroom in. Binnenvaart en vaarwegen vanaf 1800. Utrecht, 2014.

Mathieu Flonneau et Vincent Guigueno (dir.), De l'histoire des transports à l'histoire de la mobilité. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2009.

Alfred de Foville, La transformation des moyens de transport et ses conséquences économiques et sociales. Paris, Librairie Guillaumin et Cie, 1880.

Marc Gaillard, Histoire des transports parisiens. De Blaise Pascal à nos jours. Horvath, 1987.

Eugène Gallois, La poste et les moyens de communication des peuples à travers les siècles: messageries, chemins de fer, tétégraphes, téléphones. Paris, Baillière J-B et fils, 1894.

Marcel Gautier, Chemins et véhicules de nos campagnes. Saint-Brieux, Presses Universitaires de Bretagne, 1971.

Jean-Christophe Gay, Véronique Mondou et.al., Tourisme & transport: Deux siècles d'interactions. Bréal, 2017.

Pierre George, Les hommes sur la terre. La géographie en mouvement. Paris, Editions Seghers, 1989.

George-Day, ?Les transports dans l'histoire de Paris. ?Paris, R. Méré, 1947.

Michel Ginhoux, L'épopée des transports publics de voyageurs en Ardèche de 1830 à nos jours. Historique des transports de voyageurs hippomobiles, ferrovières et routiers. Aubenas, Société Rhodanienne des Cars Ginhoux, 2008,

Jean D. Guerdon, 2000 ans de transports parisiens. Paris, Champs actuel, Sélection du Reader's Digest, 1971.

Roger-Henri Guerrand, Mémoires du métro. La Table Ronde, collection "L'ordre du jour", Paris, 1961.

Roger-Henri Guerrand, L'aventure du métropolitain. Paris, La Découverte, 1986.

Licien Haas, Ce qu'il faut savoir pour voyager. Le tourisme en chemin de fer, en automobile (code de la route), à bicyclette, en avion, etc. L'Hôtel, le touriste étranger. Paris, Stock, 1930.

S. Hallsted-Baumert, F. Gasnault, H. Zuber, Métro Cité. Le chemin de fer à la conquête de Paris, 1871-1945. Paris, Paris Musées, 1997.

André Jacquemin, Métropolitain de Paris. Le cinquantenaire du chemin de fer Métropolitain de Paris. 1900-1950. Paris, Imprimerie Nationale de France, 1950.

Edward Kane and Maryanne Kane, How to Travel in the Future: Latest travel innovations: flying cars, hypersonic & supersonic jets, hyperloops, drone boats, planes & cars, space ships, ... Innovations Collection, Format Kindle, 2020 (?).

G. A. Knaap, Spoorwegen en wegvervoer: een geschiedenis en bronnenoverzicht. Amsterdam; Nederlands Economisch-Historisch Archief, 1993.

Jos van der Lans & Herman Vuijsje, Lage Landen Hoge Sprongen - Nederland in beweging 1898/1998 - Rabobank 100 jaar. Immerc, 1998.

M. F. A. Linders-Rooijendijk, Gebaande wegen voor mobiliteit en vrijetijdsbesteding: de ANWB als vrijwillige associatie, deel I, 1883-1937. 's-Gravenhage, 1989.

M. F. A. Linders-Rooijendijk, Gebaande wegen voor mobiliteit en vrijetijdsbesteding: de ANWB van vereniging naar instituut, deel II, 1937-1983. 's-Gravenhage, 1992.

Michel Margairaz, Histoire de la RATP. La singulière aventure des transports parisiens. Paris, Albin Michel, 1989.

Olivier Razemon, Chronique impatiente de la mobilité quotidienne. Rue de l'échiquier, 2019.

Frédéric Regamy, Vélocipédie et automobilisme. Tours, A. Mame, 1898.

Frédéric Regamey, Vélocipédie et automobilisme. Tours, A. Mame et Fils, 1908.

Georges Reverdy, Les routes de France du XIXe siècle, Paris, Presses de l'ENPC, 1993.

Wulf Schadendorf, Zu Pferde, im Wagen, zu Fuss. Tausend Jahre reise. Munchen, Prestel, 1959.

Monique le Tac, Fulgence Bienvenue. Le père du métro de Paris. Biographie. Préface de Anne-Marie Idrac (Présidente-directrice générale de la RATP). Paris, Editions LBM, 2006.

Octave Uzanne, La Locomotion à travers le temps, les moeurs et l'espace. Résumé pittoresque et anecdotique de l'histoire générale des moyens de transports terrestres et aériens. Chariots et véhicules primitifs, chars et carrosses, litières et chaises à porteurs, voitures privées et publiques de l'Antiquité à nos jours, messageries, voitures de poste et diligences, omnibus et tramways, chemins de fer et métropolitains, cyclisme et automobilisme, aéronautique et aviation. Paris - Chartres, Librairie Paul Ollendorff, 50 Chaussée-d'Antin - Imprimerie Edmond Garnier, 1912.

James E. Vance, Capturing the Horizon. The Historical Geography of Transportation. New York, 1986.

Anne-Claire Verham, Uitvindingen vervoer rond 1900. 2018.
Via: https://www.historamarond1900.nl/technologische-vooruitgang/vervoer

A. Weiler, M. Ginat, M. Rouzé, Les voyages du coche à l'avion. Paris, Editions Bourrelier, 1959.

Baron de Wismes, Les chars aux diverses époques. Histoire anecdotique & pittoresque des chars, carosses et voitures de luxes; fiacres et omnibus, postes, messageries, diligences et chemins de fer. Paris, Picard, 1893.

*** LANDSCHAP:

Christiane Amiel, Les conversions de la vigne: Les métamorphoses du paysage viticole en Languedoc aux entours du 21e siècle. Editions Garae Hesiode, 2014.

Anne Cauquelin, L'Invention du paysage. Paris, Presses universitaires de France, 2013.

Anne Cauquelin, Le site et le paysage. Paris, Presses universitaires e la France, 2013.

Alain Corbin, Le village des cannibales. Paris, Aubier, 1990.

Alain Corbin, Histoire du silence: De la Renaissance à nos jours. Paris, Seuil, 2018.

Albin Corbin, Les cloches de la terre. Paysage sonore et culture sensible dans les campagnes au XIXe siècle. Paris, Albin Michel - Champs Flammarion, 1994.

Alain Corbin, L'homme dans le paysage. Paris, Editions Textel, 2001.

François Dagognet (Dir.) Lire le paysage, lire les paysages. Paris, Champ Vallon, 1982.

M.A. Davenport and D.R. Anderson, “Getting from sense of place to place-based management: An interpretive investigation of place meanings and perceptions of landscape change.” In: Society & Natural Resources, 18 (7): 625-641, 2005.

M. Delebarre, TGV et aménagement du territoire. Un enjeu majeur pour le développement local. Paris, Syros-Alternative, 1991.

Marc Desportes, Antoine Picon, De l'espace au territoire: L'aménagement en France XVIe-XXe siècles. Presses de l'école nationale des Ponts et Chaussée, 1997.

Marc Desportes, Paysages en mouvement: Transports et perception de l'espace XVIIIe-XXe siècle. Paris, Gallimard, 2005.

Roger Dion, Le Paysage et la vigne. Essais de géographie historique. Paris, 1990.

Georges Dupeux et Jocelyne Laurent, Atlas historique de l'urbanisation de la France, 1811-1975. Paris, CNRS, 1981. ?

Vito Fumagalli, Paysages de la peur. L'homme et la nature au Moyen Age. Bruxelles, Université de Bruxelles, 2009.

Patrice Gounel, Les hautes garrigues montpelliéraines ou L'appropriation urbaine du vide. Groupe de recherches en géographie, aménagement, urbanisme, 2004.

Eric Hamelin, Olivier Razemon, La tentation du bitume. Où s'arrêtera l'étalement urbain? Editions Rue de l'échiquier, 2012.

Pierre Le Hir, La France face aux risques de la bétonisation galopante. In: Le Londe, 03-08-2019.
Via: https://www.lemonde.fr/planete/article/2019/08/02/la-france-face-aux-risques-de-la-betonisation-galopante_5495906_3244.html

Daniel C. Knudsen, Michelle M. Metro-Roland, Charles E. Greer (eds), Landscape, Tourism, and Meaning. Burlington and Aldershot, Ashgate Publishing, 2008.

Ton Lemaire, Filosofie van het landschap. Baarn, Ambo, 1970.

Chantal Liaroutzos, Le Pays et la mémoire: pratiques et représentation de l'espace français chez Gilles Corrozet et Charles Estienne. Paris, 1998.

Y. Luginbühl, Paysages, textes et représentations des paysages du siècle des Lumières à nos jours. Lyon, La Manufacture, 1989.

Martin Lyons, The Pyrenees in the Modern Era. Reinventions of a Landscape, 1775-2012. London / New York, Bloomsbury Academic, 2018.

F. Maurette, Géographie de la France. Résumé - Aide-mémoire. Paris, Hachette, 1918.

F. Maurette, Pour comprendre les paysages de la France. Notions pratiques de geographie à l'usage des touristes. Paris, Librairie Hachette, 1923.

A. Moles, E. Rohmer, Psychologie de l'espace. Paris, Casterman, 1978.

Le Monde, Editorial, Inondations meurtrières: le prix de la bétonisation. In: Le Monde, 3 juillet 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/planete/article/2015/10/06/inondations-sur-le-littoral-mediterraneen-le-prix-a-payer_4783555_3244.html

Sylvain Piron, L'Occupation du monde. Zones sensibles, 2018.

Jean-Robert Pitte, Histoire du paysage français: de la préhistoire à nos jours. Paris, Editions Tallandier, 2012 (5e éd.).

Jacques Rancière, Le temps du paysage. Aux origines de la révolution esthétique. La Fabrique Editions, 2020.

Alain Roger, Court traité du paysage. Paris, Folio essais, 2017.

Gaston Roupnel, Histoire de le campagne française. (Paris, Grasset, 1932).Paris, Plon, Collection Terre Humaine, 1989.

Simon Schama, Landscape and Memory. 1995.

Nicole Vallery-Radot (Réalisation), Les Toits dans le Paysage. Réalisé par la Maison de Marie Claire, 1977.

*** PAARD:

Ghislaine Bouchet, Le cheval à Paris de 1850 à 1914. Genève, Droz, 1993.

André Darrigand, Le patrimoine de la Poste. Flohic, 1996.

Frédéric Jiméno et Dominique Massounie (dir.), ?Le Cheval à Paris.? Paris, Action artistique de la Ville de Paris, 2006.

E. Morris, From horse power to horsepower. In: Access nr.30, Berkeley, 2007.

Daniel Roche, La Culture équestre de l'Occident, XVIe - XIXe siècle.
Tome 1, Le cheval moteur, Essai sur l'utilité équestre. Paris, Fayard, 2008.
Tome 2, La gloire et la puissance, Paris, Fayard, 2011.

Edouard de Simencourt, Itinéraire, ou Guide du Voyageur en France, renfermant les Routes de Poste, la Statistique, l'Histoire, les Curiosités et le Commerce des Villes, avec l'indication des Hôtels et Cafés renommés, une notice sur la France, Paris et ses environs ; des Instructions utiles aux Voyageurs, un Tableau complet des services de malles-postes, diligences ; terminé par une table alphabétique des routes, relais de poste et lieux cités dans l'ouvrage ; augmenté d'un Tableau statistique et descriptif de tous les départements de la France.? ?Orné de cinq panoramas des villes principales et d'une carte routière. Paris, Chez Didier, Nouvelle édition, 1838.

*** WEGEN:

Eric Alonzo, Du rond-point au giratoire. Parenthèses Editions, 2005.

Guy Arbellot, 'La grande mutation des routes de France au milieu du XVIIIe siècle'. In: Annales Economies, Sociétés, Civilisations, 28, pp. 765-791, 1973.

Guy Arbellot, Autour des routes de poste: les premières cartes routières de la France, XVIIe-XIXe siècle. Paris, Bibliotheque Nationale de France; 1992.

Jean Bonnerot, Les routes de France. Paris, 1926.

S. Boom en P. Saal, Tussen Amsterdam en Antwerpen ligt de weg naar Keulen. Utrecht, 1981.

Thijs van den Boomen, Asfaltreizen - Een verkenning van de snelweg. Amsterdam, Uitgeverij 521, 2002.

Henri Cavaillès, La route française, son histoire, sa fonction. Paris, Armand Colin, 1946.

Henri Cavaillès, Les routes de France, depuis les origines jusgu'à nos jours. Paris, ADPF, 1959.

Raymond Chevalier, Voyages et déplacements dans l’Empire Romain. Paris, Armand Colin, 1988.

Raymond Chevalier, Les voies romains. Paris, Picard, 2000.

Pierre A. Clément, Les Chemins à travers les Ages en Cevennes et Bas Languedoc. Montpellier, Les Presse de Languedoc, 1984.

Pierre A. Clément et Alain Peyre, La Voie Domitienne. De la Via Domitia aux routes de l'an 2000. Montpellier, Les Presses du Languedoc, 1998.

Pierre A. Clément, La Via Domitia. Découverte d'une voie antique des Pyrénées aux Alpes. Lille – Rennes, Editions Ouest-France, 2015.

Christiane Constant-Le Stum, Étienne Baux, De la voie romaine à l'autoroute : Deux millénaires d'histoire routière. Archives départementales du Lot, 1999.

Jean-Claude Demory, Les routes de chez nous: De la voie romaine à l'autoroute. 2005.

Lorant Deutsch, Hexagone. Sur les routes de l'histoire de France. Paris, Seuil - Points, 2015.

Marina Duhamel-Herz, Un demi-siècle de signalisation routière. Naissance et évolution du panneau de signalisation routière en France, 1894-1946. Presses de l'École Nationale des Ponts et Chaussées, 1994.
Via: http://www.davidpublisher.org/Public/uploads/Contribute/55dc27e2aae0a.pdf.

Marina Duhamel-Herz et Jacques Nouvier, La signalisation routière en France de 1946 à nos jours. AMC Editions, 2001.

Alain Falvard, Chemins Historiques en Languedoc et Roussillon. Portet-sur-Garonne, Nouvelles Editions Loubatières, 2010.

Monique Gasser, Jean Varlet et Michel Bakalowicz, Autoroutes et aménagements: interactions avec l'environnement, Presses polytechniques et universitaires romandes, coll. « Gérer l'environnement » (no 20), 2004.

Jean-Marcel Goger, Le temps de la route exclusive en France: 1780-1850. In: Histoire, économie et société, n°4, 1992, pp. 597-618.

André Guillerme, Corps à corps sur la route: Les routes, les chemins et l'organisation des services au XIXème siècle. Paris, Presses de l'Ecole Nationale des Ponts et Chaussées, 1984.

André Guillerme, Les routes du sud de la France, de L'Antiquité à l'époque contemporaine. Paris, CTHS, 1985.

Eric Hamelin, Olivier Razemon, La tentation du bitume. Où s'arrêtera l'étalement urbain? Rue de l'échiquier, 2020.

P. van der Heijden (red.), Romeinse wegen in Nederland. Utrecht, Matrijs, 2016.

René Héron de Villefosse, Histoires des grandes routes de France. Paris, Perrin, 1975.

Hariie Hezemans, De Posthoorn bij Rucphen. Snelverkeer in de Gouden Eeuw. Uitgave in eigen beheer, Hezemans, 1986.

Annelot Huijgen, L'aire de l'autoroute change d'ère. In: Le Figaro Economie, 10 août 2012.

Antonia Jardin et Philippe Fleury, La révolution de l'autoroute. Paris Fayard, 1973.

J. W. D. Jongma, Geschiedenis van het Nederlandse wegvervoer. Drachten / Leeuwarden, 1992.

Sylvain Laboureur, Pleins phares sur les autoroutes. Bourges, Cercle du livre économique, Clé, 1968.

Rodolphe Lachat (Sous la direction de), La France des ronds-points, meilleurs souvenirs des Trente Glorieuses. Huginn & Muninn, 2019.

Robert Lafont, Les autoroutes. Paris, Presses Universitaires de France, Que sais-je?, 1997.

Bertrand Lemoine, Construire, équiper, aménager. La France de ponts et chaussées. Paris, Découvertes Gallimard, 2004.

L. van Lent, 'Alle wegen leiden naar Parijs', analyse van het transport en de wegen in het Frankrijk van de 18e eeuw. Antwerpen, onuitgegeven kandidaatsoefening, Universiteit van Antwerpen, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Sectie Geschiedenis, 2000.

Liste des routes impériales françaises de 1811.
Via:https://fr.wikipedia.org/wiki/Liste_des_routes_imp%C3%A9riales_fran%C3%A7aises_de_1811#Bibliographie

G. Livet, Histoire de routes et des transports en Europe. Des chemins de Saint-Jaques à l'âge d'or des diligences. Strasbourg, Presses universitaires de Strasbourg, 2003.

Jacques Loar, Sur les routes de France. Liège - Paris, Editions A. Maréchal, 1943.

Partir aujourd’hui sur les routes du Moyen Age. GeoHistoire Hors Serie, 2006.

François Plassard, Les autoroutes et le développement régional. Economica, 1977.

Joseph Poggioli, Des Routes Nationales. Paris, Librairie nouvelle de Droit et de Jurisprudence Arthur Rousseau, 1897.

Georges Reverdy, Atlas historique des routes de France. Paris, Presses de l’Ecole Nationale des Ponts et Chaussées, 1986.

Georges Reverdy, Les routes de France du XIXe siècle, Paris, Presses de l'Ecole Nationale des Ponts et Chaussées, 1993.

Georges Reverdy, Histoire des routes en France. Paris, PUF, 1995.

Georges Reverdy, Histoires des routes de France du Moyen-Age à la Revolution. Paris, Presses de l’Ecole Nationale des Ponts et Chaussées, 1997.

Pierre Rousseau, Explication des paysages de France. La route Paris - Hendaye. Paris, Hachette, 1967.

Marcelle Sancery, L'autoroute, voie de la prospérité et de l'unité européenne. Clermont-Ferrand, Imprimerie Mont-Louis et de la presse réunies, 1962.

H. Schreiber, Van karavaanpad tot autoweg. Symfonie van de weg. Amsterdam - Brussel, Elsevier, 1961.

B. G. M. Strootman, Oude rijkswegen: ontstaan, oorspronkelijk en huidig beeld van de oude rijkswegen in Nederland. Wageningen, IKC Natuurbeheer, 1990.

Florence Trystram, En route! La France par monts et par vaux. Découvertes Gallimard, Paris, 1996.

Jean Varlet et Christian Jamet, « Autoroute A71, acteurs et territoires. Bilan d'une décennie d'observations », Géocarrefour, vol. 77, no 1,? 2002, p. 21-36.
Via: https://www.persee.fr/doc/geoca_1627-4873_2002_num_77_1_6259

*** TRAJECTEN:

M. Becker, Nouveau itinéraire de Paris à Versailles, et retour, par trois routes. Versailles, chez Klefer imprimeur, 1837.

Jean Bellet, Le Col du Mont-Cenis. 'Porte millénaire des Alpes'. Saint-Jean-de-Maurienne, Société d'histoire et d'archeologie de Maurienne, 1976.

Dick E. H. de Boer, Emo's reis. Een historisch culturele ontdekkingstocht door Europa in 1212. Haren, Geldermalsen Publications, 2014.

C. G. van der Boom, De oude Postroute Amsterdam - Antwerpen - Parijs. Uitgave in eigen beheer, 30 November 1937.

Marie Sophie Chabres, Jean-Paul Naddeo, Eternelle Nationale 7. Au coeur de la France. Grund, 2018.

J.P. Chastagner, Mes Vacances, descriptions, anecdotes, épisodes, écrits historiques. Itinéraire Pittoresque le plus complet, le plus détaillé, des routes qui joignent Le Havre, port de l'Océan, avec Marseille, port de la Méditerranée... 2 volumes. A Paris, chez l'Auteur et chez Delloye, 1837.

Casimir Coomans, ?De Marseille à Gênes par la Corniche. Bruxelles, 1878.

L. R. Decramer, Via Aquitania, la voie impériale d'Aquitaine. In: Archéologica, n° 470, pp. 52-63, 01/10/2009.

Louis Dutens, Itinéraire des routes plus fréquentées, ou Journal de plusieurs voyages aux villes principales de l'Europe. (Éd. 1783). Paris, Hachette - BNF, 2017.

Louis Dutens, Itinéraire des routes les plus fréquentées, ou Journal de plusieurs voyages aux villes principales de l'Europe, depuis 1768 jusqu'en 1783; où l'on a marqué en heures & minutes le temps employé à aller d'une poste à l'autre; les distances en milles anglois, mesurées par un Odomètre appliqué à la voiture; les productions des différentes contrées; les choses remarquables à voir dans les villes & sur les routes; les auberges, & c. On y a joint le rapport des monnoies & celui des mesures itinéraires, ainsi que le prix des chevaux de poste des différens pays. Sixième édition, revue, corrigée & augmentée. A Paris, chez Théophile Barrois, 1788.

Henri Ferrand, La Route des Pyrénées de la Méditerranée à l'Océan. Grenoble, J. Rey Editeur Successeur de A. Gratier & J. Rey, 1914.

L. & Ch. de Fouchier, La Route des Pyrénées. Chemins de fer du Midi & d'Orléans. Grand service d'Auto Cars. Paris, Imprimerie Draeger, 1912.

Prosper Gauthier de Clagny, De Paris à Nice en quatre-vingts jours. 1889.

Hervé Giraud, Carnet de Voyage. Nationale 7. La route mythique. Mouans-Sartoux, PEMF, 2006.

J. van Herwaarden, Op weg naar Jacobus. Hilversum, Verloren, 1992.

Pierre Horay, Paris Lyon Côte d'Azur. Paris, Editions Pierre Horay, 1958.

Pierre Jay, Le Chemin de la Méditerranée. Paris-Nice. Bourgoin, Imp. Rabilloud, 1896.

Adolphe Joanne et J. Ferrand, De Paris à la Méditerranée. Itinéraire descriptif et historique comprenant de Paris à Lyon par Adolphe Joanne et de Lyon à la Méditerranée par Adolphe Joanne et J. Ferrand. Paris, Librairie Hachette et Cie, 1879.

La voie romaine de Narbonne à Carcassonne. Etude géographique et archéologique.
Via: http://voies.archeo-rome.com/voies04.html, sans auteur ni date.

La voie impériale de Narbonne à Carcassonne. Etude géotopographique et archéologique.
http://voies.archeo-rome.com/voies04.html

Aude Massiot, 'C'est parfois l'ambiance camping'. 'Libération' a emprunté ub ses rares trains de nuit encore en ciculation en France, entre Paris et Portbou. Une atmosphère étendue et singulière. In: Libération, N° 12300, Mardi 29 décembre, 2020.
Via: https://www.liberation.fr/france/2020/12/28/c-est-parfois-l-ambiance-camping_1809848 Michelin, A75, la Méridienne: Clermont-Ferrand à Montpellier et Béziers. Michelin, coll. « Guide vert », 2007.

Ton Lensvelt, Straatweg. De Route Imperiale no. 2 onder Dussen (van Keizersveer naar het Sleeuwijkse veer), enz.
Via: http://members.ziggo.nl/tonlensvelt/Publiek/straatweg.html.2013.

Les Chemins de Saint-Jaques de Compostelle. MSM, Vic-en-Bigoure, 2000.

Y. Loth & J.P. Renaud, Tracés d'itinéraires en Gaule romaine: milieu Ve siècle. Amatteis, 1986.

Paul Morand, La Route Paris Méditerranée. Librairie de Paris, Firmin-Didot et Cie, 1931.

Thierry Nellas, Histoire de la Nationale 7: De l'Antiquité à la route des vacances. 2014.

Michel Passelac, « La voie d’Aquitaine entre Tolosa (Toulouse, Haute-Garonne) et Carcaso (Carcassonne, Aude): stations et sites de bord de route », Gallia, 73-1 | 2016, 253-273.

Karel Peeters, Het ontstaan der staatsbaan Antwerpen - Breda te Wuestwezel (1806 - 1811). Wuestwezel, Wesalia, 1926

Clément Pétreault, Nationale 7. Voyage dans une France oubliée. Paris, Editions Stock, 2018.

Bernard Peugniez, Routier Des Abbayes Cisterciennes de France. Strasbourg, Editions du Signe, 1994.

Paul Poulgy (présenté par), Guide-Itinéraire de la route Paris - Nice. Offert gracieusement par la Société des Grands Hôtels de la Route Paris-Nice. Edité pour la Société des Grand Hôtels de la Route Paris-Nice, Année 1932.

Claude Pujol (texte) et Y. Sauvegeot (Photographies), Itinéraire Paris Côte d'Azur. Paris, Editions 'Par monts et vaux', 1949.

Georges Reverdy, Histoire des grandes liaisons françaises. Paris, Revue générale des routes et des aérodromes, 1982.

J. Roussel et M. Deniau, « L'autoroute A71 de Bourges à Clermont-Ferrand », Revue générale des routes et aérodromes, no 644, septembre 1987, p. 17-28.

Route impériale 2 de Paris à Amsterdam.
Via: https://nl.wikipedia.org/wiki/Route_imp%C3%A9riale_2

Christian Sadoux, La route des vacances: Des nationales 6 et 7 à l'autoroute du Soleil. Veury, Le Dauphiné, 2010.

Alexandra Schwartzbrod (Recueilli par Julien Gester. Photos Mathias Depardon), Confinement. Sur la route de la vacance. De Paris à Menton, le long d'une Nationale 7 désertée, le photographe Mathias Depardon a traversé une France fantomique. Voyage dans un pays à l'arrêt, entre sidération et prise de conscience. Libération (couverture pages 1-9), 25 et 26 avril, 2020.
Via: https://www.liberation.fr/liseuse/publication/25-04-2020/1/

Sur les routes de France - avec les itinéraires illustrés de Dimanche-Auto. Paris, Editions Techniques et Touristiques, 1925.

Amable Tatu, Voyage en France. De Paris à Lyon par la Bourgogne - De Paris à Lyon route du bourbonnais - de Lyon à Marseille - de Paris à Albi et à Castres - les Cévennes - Auvergne - de Paris à Nantes - Vendée - de Paris à Lille etc. Alfred Mame et Cie., 1852.

G. Thiollier-Alexandrowicz, Itinéraires Romains en France. Archéologia Hors-Série N° 8. Dijon, Editions Faton S.A., 1996.

Vaysses de Villiers, Routes de Paris à Rouen, au Havre, Honfleur, Fécamp et Dieppe. Rouen, Éd. Frère, 1840.

Herman Vuijsje, Pelgrim zonder god - een voettocht van Santiago de Compostela naar Amsterdam. Amsterdam, Uitgeverij Contact-Atlas, 1991.

*** BRUGGEN:

Victor R. Belot, Le Pont-Neuf. Histoire et petites histoires, Nouvelles Éditions Latines, 1978.

Roger Corbelet, Le prestigieux Pont de Normandie. Editions Bertout, Coll. "La mémoire normande", 1996.

Henry-Louis Dubly, Ponts de Paris à travers les siècles, Paris, Henri Veyrier, 1973.

F.J.F. Esser (Red.), De Moerdijkbrug: schakel tussen Holland en Brabant. Tilburg, 1978.

Edouard Fournier, Histoire du Pont-Neuf. 2 Volumes. Paris, Dentu, 1862.

Jean Gaumy et Bertrand Deroubaix, Le pont de Normandie. Le Cherche-Midi, 1993.

Guy Lambert (dir.), Les Ponts de Paris, Paris, Action artistique de la Ville de Paris, 1999.

Bertrand Lemoine, Construire, équiper, aménager. La France de ponts et chaussées. Paris, Découvertes Gallimard, 2004.

Pascal Lobgeois et. al., La France d'un pont à l'autre. Vingt siècles d'Histoire. Editions du Signe, 2019.

N. Th. Michaëlis, Spoorwegbruggen over de hoofdrivieren.
Eerste afdeling; 1. Brug over het Hollandsch Diep. 2. Brug over den Neder-Rijn bij Arnhem. 3. Brug over de Waal bij Nijmegen. Uitgegeven door het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Verkrijgbaar bij Gebroeders Van Cleef, 's Gravenhage, 1895.

Moerdijkbruggen en de aaneensluitende treinverbinding door Rotterdam aangaande.
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Moerdijkbruggen
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Moerdijkspoorbrug
- http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/spoorwegen.htm
- www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search get details&id=100 194294, https://nl.wikipedia.org/wiki/Willemsbrug_(Rotterdam)
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Willemsspoorbrug https://nl.wikipedia.org/wiki/Koninginnebrug_(Rotterdam)
- https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Hef en https://nl.wikipedia.org/wiki/Brug_Hollandsch_Diep.

Pieter Oosterhuis, Spoorwegbrug over het Hollands Diep bij Moerdijk, vervaardigd door de Koninklijke Fabriek van Stoom- en Andere Werktuigen te Amsterdam in 1869 tot 1871, 28 april 1871.

Jean-Marie Savet, Les ponts d'hier et d'aujourd'hui. Edition Maé-Erti, 2006.

Didier Thomas-Radux (Rédaction en chef de hors-série), Le Viaduc de Millau. Un défi humain, une prouesse technologique. Saint-Jean-de-Védas, Midi Libre - Centre Presse, Hors Série Spécial, juin 2004.

T. E. Westerterp (Voorwoord), De Moerdijkbrug. Schakel tussen Holland en Brabant. Tilburg, Uitgeverij Brabant b.v., 1976.

*** TUNNELS:

Georges Bertin, Association France-Grande-Bretagne. Comité Français du Tunnel sous la Manche.. Le Tunnel sous la Manche. La dernière phase du projet. Préface de M. Yves Le Trocquer. Paris, S.C.I.P., 1937.

Laurent Bonnaud, Le tunnel sous la Manche: Deux siècles de passions. Paris, Hachette, 1994.

Christophe Bouchet, La chantier du siècle, le tunnel sous la Manche. Solar, 1991.

Philippe Desailloud, La guerre de tunnels. Histoire du tunnel routier sous le Mont-Blanc. 1946-1965. Bonneville, Imprimerie Plancher, 1965.

Albert Duluc, Le Mont Cenis. Sa route, son tunnel. Contribution à l'histoire des grandes voies de communication. Paris, Hermann & Cie., 1952.

Jean-François Gintzburger, Cent milliards sous la Manche. L'epopee du tunnel. Lille, La Voix du Nord, 1994.

Bertrand Lemoine, Le tunnel sous la Manche: l'intégrale des projets, l'histoire complète de l'aventure technique et humaine. Le Moniteur, 1994.

Bertrand Lemoine, Sous la Manche, le tunnel. Paris, Découvertes Gallimard, 1994.

Jean-Pierre Navailles, Le tunnel sous la Manche. Deux siècles pour sauter le pas. 1802-1987. Champ Vallon, 1987.

C. A. Pequignot, Chunnel. Everyman's guide to the technicalities of building a Channel tunnel. London, CR Books Ltd., 1965.

Abel Priscott, Laurent Gachet et Francis Peduzzi, Chronique des chantiers-voyages. Scénario pour l'inauguration du Tunnel sous la Manche. Scène nationale de Calais, 1993.

Bernard Sasso et Lyne Cohen-Solal, Le Tunnel sous la Manche - Chronique d'une passion franco-anglaise. La Manufacture, collection 'L'Histoire Partagée', 1987.

*** DE POST:

Alexis Belloc, Les postes françaises: recherches historiques. Paris, 1886.

C. G. van der Boom, De oude Postroute Amsterdam - Antwerpen - Parijs. Uitgave in eigen beheer, 30 November 1937.

Georges Chapier, Histoire de la poste à Lyon des origines à 1876. Lyon, Editions Tout Lyon, 1965.

Paul Charbon, Sur les routes de France. A pied, à cheval et en voiture de poste. Schirmeck, Editions Jean-Pierre Gyss, 1988.

André Darrigrand (Préface d'), Le Patrimoine de la Poste - Du cri à l'écrit; des messagers à la Poste aux chevaux; les postes sous le régime des fermes; de la ferme générale des postes à la création du ministère des postes et télégraphes; de la Poste au P.T.T; l'aviation postale; la poste d'outre mer; des années folles à la fin de la seconde guerre mondiale 1918-1945; la fabrication du timbre poste; la poste et les trente glorieuses 1945-1970; les timbres postes; la poste contemporaine; les musées de la Poste. Editions Flohic, 1996.

Jouhaud, Des postes menacées par le chemins de fer et des autres dangers dont cette institution est entourée, mesures à prendre pour les conjurerer. Didot frères, 1840.

Jouhaud, Les Postes seront-elles sacrifiées aux chemins de fer? Paris, 1844.

Eugène Vaillé, Histoire des postes françaises jusqu'à la Révolution. Paris, PUF, 1946.

Eugène Vaillé, Histoire des postes françaises depuis la Révolution. Paris, PUF, 1947.

Eugène Vaillé, Histoire générale des postes françaises. Paris, PUF, 6 tomes en 7 vol., 1947 - 1955.

R. E. J. Weber, De koninklijke postwagen Gent - Amsterdam. In "Spiegel Historiael", 6, Nr. 1, blz. 11 - 17, 1971.

*** VAN KARREN, KOETSEN, DILIGENCES, OMNIBUSSEN EN BOTEN:

Kees Boschma, Reizen in Napoleons Tijd. Een avontuurlijke en soms hachelijke onderneming. Abcoude, Uitgeverij Uniepers, 1992.

A. Carlier, Histoire du véhicule. Diligences et Malle-Poste. Cannes, (A.-M.), Imprimerie à l'Ecole, 1932.

Paul Charbon, Au Temps des Malles-Postes et des Diligences, 1979. Histoire des transports publics et de poste du XVIIe au XIXe siècle. Schirmeck, Editions Jean-Pierre Gyss, 1979.

Bernard Cause, Les fiacres de Paris aux XVIIe et XVIIIe siècles. Paris, Presses Universitaires de France, 1972.

Didier Gazagnadou, La Poste à Relais. 1994.

Roger Gounot, Le carosse du XVIIIe siècle, autrefois dénommé berline à la française ou vis-à-vis à deux fonds. Donné par M. le Comte de Loiray et provenant du Château de Vachères. 1960.

Edouard Gourdon, Physiologie de l'omnibus. Paris, Terry, 1841.

J. H. Kruizinga, Van koetsen, karossen en kalessen. Amsterdam, Actuele Onderwerpen, 1960.

Joseph Jobé, Au temps des cochers: histoire illustrée du voyage en voiture attelée du XVe au XXe siècle, Lausanne, Edita-Lazarus, 1976.

Joseph Jobe, Van koetsen en karossen. Haarlem, De Haan, 1977.

Peter Kemper (Hg.), Am Anfang war das Rad. Eine kleine Geschichte der menschlichen Fortbewegung. Frankfurt am Main / Leipzig, 1997.

Eric Lundwall, Carrosses à cinq sols. Pascal entrepreneur. Science infuse, 2000.

C. van Mastrigt en R.C.M. Jacobs (red.), Tussen Hollandsch Diep en Mark-Dintel. Water als vriend en vijand in de gemeente Moerdijk. Willemstad, Heemkundekring ‘’de Willemstad’’, 1999.

Philippe Mellot, Paris au temps des fiacres, des omnibus et des charrettes à bras. Histoire des transports urbains des origines à 1945. Romangat, De Barée, 2006.

Michel Mollat du Jourdin (dir.), Les origines de la navigation à vapeur. Paris, Presses Universitaires de France, 1970.

L. von Munching, De geschiedenis van de Batavierlijn, Nederlands oudste stoomvaartlijn 1830-1958. Franeker, Van Wijnen, 1994.

Charles Offrey, Chronique Transatlantique du 20e siècle. Des Hommes et Navires qui l'ont marquée. MDV, 2000.

H. Popp (Hrsg.), In der Kutsche durch Europa. Von der Lust und Last des Reisens im 18. und 19. Jahrhundert. Nördlingen, 1989.

D. Ramée, La locomotion, histoires des chars, carrosses, omnibus et voitures de tous genre. Paris, Amyot, 1856. (Ré-éd. Nabu Press, 2010.)

Daniel Roche (sous la direction de), Voitures, chevaux et attelages du XVIe au XIXe siècle. Paris, Association pour l'académie d'art équestre de Versailles, 2000.

Patrick Rollet, Histoire des plaques de cocher. 2019.
Via: http://plaquedecocher.fr/histoire-des-plaques-de-cocher/

B.W. Scholten, F.M.E.W. Haalmeijer, Rotterdamsche Lloyd. Houten, 1988.

F.van der Stel, Rotterdamsche Lloyd. Rosmalen, 2004.

Louis Trenard, De la route royale à l'âge d'or des diligences. In: Les Routes de France. Colloque, Cahiers de Civilisation publiés sous la direction de Guy Michaud. Paris, 1959, p. 102-133.

R. E. J. Weber, De koninklijke postwagen Gent - Amsterdam. In "Spiegel Historiael", 6, Nr. 1, blz. 11 - 17, 1971.

André Wegener Sleewijk, Wielen, Wagens, Koetsen. Leeuwarden, Hedeby Publishing, 1993.

*** TREIN:

Peter van Ammelrooy, Gedroomd EU-spoornet is eerder illusie. Op een onlinecongres van de spoorwegsector werden vergezichten geschetst van een goot Europees spoornetwerk. Intussen lijden hogesnelheidsdiensten als ICE en Thalys miljoenenverliezen en is Eurostar op een haar het haasje. In: de Volkskrant, 2 april 2021.

Maryse Angelier, Voyage en train au temps des compagnies, 1832-1937. In: Vie du Rail & des Transports, 1998,

H. C. Arbouw, J. R. Bos, Schakel tussen noord en zuid - Geschiedenis van de spoorwegen op het Eiland van Dordrecht. Dordrecht, 1989.

Arcachon, la Ville d'Hiver, 1860: Le chemin de fer atteint les Landes, terre perdue, pays de nulle part. Les frères Péreire, inventeurs de la banque moderne et prosélytes zélés de la révolution industrielle, conçoivent un projet audacieux. Pierre Mardaga, 1999.

Louis Armand, Histoire des chemins de fer en France. Paris, Les Editions des Presses Modernes, 1963.

M. Asselberghs, Daar komt de trein. Amsterdam 1981.

José Banaudo, Du PLM au TGV, 125 ans de desserte ferroviaire de la Côte d'Azur. Breil sur Roya, Edition de Cabri, 1987.

José Banaudo, Le chemin de fer, moteur d'expansion de la Côte d'Azur. Mesclun, N° du Centenaire, 1988.

Marc Baroli, Le train dans la littérature française. Paris, 1969.

Jean-François Bazin, Le TGV Atlantique. La seconde generation des trains a grande vitesse. Editions Ouest-France, 1988.

P. Belves, 100 ans d'affiches des chemins de fer. Éditions la Vie du Rail, 1981.

J. Bergé, Le chemin de fer du Mont-Cenis et les intérêts franco-italiens. Paris, Société Géneral d'Impression, 1911.

Stéphane Bern, Paris et son Métro. Montrouge, Mondadori France, 2016

Armand Bindi et Daniel Lefeuvre, Le métro de Paris. Histoire d'hier à demain. Rennes, Ouest-France, 1990.

Eugène Bivort, Les trains rapides européens. Projet d'organisation de services à grande vitesse à travers l'Europe. Bruxelles, Ad. Mertens, 1882.

Bernard Blancheton et Jean Marchi, Le développement du tourisme ferroviaire en France depuis 1870. In: Histoire Economie et Société, mars 2001.

Arjan de Boer, Per luxetrein naar de Franse Rivièra voor 1914. Historiek, 19 januari 2015, 11.49.
Via: https://historiek.net/per-luxetrein-naar-de-franse-riviera-voor-1914/47746/.

Vincent Borel, L'épopée du Sud-France: le chemin de fer du littoral Varois. Editions Campanile, 2005.

Jan Willem van Borselen, Sporen in Rotterdam. Stadsgeschiedenis rondom de trein. Rotterdam, Stichting Historische Publicaties Rotterdam, 1993.

G. Bouchon, Historique du Chemin de Fer de Bordeaux à La Teste et à Arcachon -Cinquantenaire de l'Inauguration du Chemin de Fer de Bordeaux à La Teste de Bordeaux 1841-1891.Imprimeries G. Gounouilhou, 1891.

A. Breittmayer, Débuts des bateaux à vapeur et des chemins de fer en France. Lyon, 1895.

Henri Brives, Cent vingt ans de chemin de fer. Le réseau P. O. Dordogne. Copedit, 1984.

Willem van den Broeke, Financiën en fianciers van de Nederlandse spoorwegen 1837-1880. Zwolle, 1985.

Jean-Paul Caracalla, Le goût du voyage. De l’Orient-Express au Train à Grande Vitesse. Histoire de la Compagnie des Wagons-Lits. Paris, Compagnie de Wagon-Lits, Flammarion, 2001.

François Caron, Histoire de l’exploitation d’un grand réseau: la Compagnie du Chemin de Fer du Nord des origines à la nationalisation, 1846 – 1937. Paris / La Haye, Mouton, 1973.

François Caron, Histoire des chemins de fer en France: Tome 1, 1740-1883. 1997.

François Caron, Histoire des chemins de fer en France: Tome 2, 1883-1937. 2005

François Caron, Histoire des chemins de fer en France: Tome 3: 1937-1997. 2017.

François Caron, Histoire des chemins de fer en France (2 tomes). Paris, Fayard, 1997-2005.

Jean des Cars, Sleeping story l'épopée des Wagons-Lits. Paris, Julliard, 1976.

Jean des Cars et Jean-Paul Caracalla, Le Train Bleu et les grands express de la Rivièra. Paris, Denoël, 1988.

Max et Marie Cassy, Les premiers chemins de fer en France. Cannes, Bibliothèque de Travail, 1948.

Roger Commault, Georges Nagelmackers, un pionnier du confort sur rail. Uzès, La Capitelle, 1966.

Gérard Coudert, Maurice Knepper et Pierre-Yves Toussirot, La Compagnie des Wagons-Lits. Histoire des véhicules ferroviaires de luxe. La Vie du Rail, 2009.

P. Dauzet, Le siècle des chemins de fer en France (1821-1938). Paris, 1948.

Daniel Delattre, Les chemins de fer du Nord au début du XXe siècle. Daniel Delattre, 2012.

E. Déligny, Le chemin de fer métropolitain de Paris. Paris, Imprimerie Chaix, 1884.

A. Doedens, L. Mulder, Een spoor van verandering - Nederland en 150 jaar spoorwegen 1839 - 1989. Baarn, 1989.

Aad Engelfriet e.a., De geschiedenis van de spoorwegen in Rotterdam. http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/spoorwegen.htm, 2009.

Philippe Erlanger, P.L.M. a cent ans. 1957.

J.A. Faber (Woord vooraf), Het spoor. 150 jaar spoorwegen in Nederland. Amsterdam, 1989.

W. Fritschy, 'Spoorwegaanleg in Nederland van 1831 tot 1845 en de rol van de staat'. In: Economisch en Sociaal Historisch Jaarboek, 46, pp. 180-227, 1983.

G. Goy, Hommes et Choses du P.L.M.. Paris, Devambez, 1911.

Roger Henri Guerrand, Mémoires du métro. La Table Ronde, collection "L'ordre du jour", Paris, 1961.

E. Guinot, Itinéraire du chemin de fer de Paris a Bruxelles comprenant l’embranchement de Creil a Saint-Quentin. Bibliothèque des chemins de fer – Première série Guides des voyageurs. Paris, 1853.

Denis Hannotin (Sous la direction de), Le Paris-Orléans. Une épopée du chemin de fer - Almanach 1838-1938. SPM, 2019.

Geert van Istendael, Michel Quint, Luc Devoldere en Cyrille Offermans, Het juiste spoor: treinverhalen tussen Nederland, België en Frankrijk. Rekkem, Ons Erfdeel, 2012.

J. Janin, Inauguration du chemin de fer de Paris à Saint-Germain. In: Journal des Débats, 25 août 1837.

Adolphe Joanne, J. Ferrand, Guide Joanne, de Lyon à la Méditerranée. Paris, Librairie de L. Hachette et Cie. 1862.

J. H. Jonckers Nieboer, Geschiedenis der Nederlandsche Spoorwegen. Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1938.

A. Kumar, Stately Progress. Royal Train Travel since 1840. York, 1997.

James Ladame, Chemin de fer de Calais à Milan. Ligne directe par Belfort, La Gemmi et le Simplon [...]. Les grands tunnels des Alpes et du Jura. Accompagné de quatre cartes hors-texte. Paris, Imprimerie Dubuisson et Neuchatel, Mme Vve Guyot et chez l'auteur, 1889.

Clive Lamming - J. Marseille, Le Temps des Chemins de Fer en France. Paris, Editions Nathan, 1986.

Clive Lamming, Les Grands Trains de 1830 à nos jours, Paris, Larousse, 1989.

Clive Lamming, L’âge d’or des locomotives et des grands trains de luxe internationaux (1850 – 1980). Evreux, Editions Atlas, 2006.

Clive Lamming, L'Age d'or de la traction vapeur en France (1900-1950). Evreux, Editions Atlas, 2006.

Clive Lamming, Les Réseaux Français et la Naissance de la SNCF (1938-1950). Evreux, Editions Atlas, 2006.

Clive Lamming, Le réveil du chemin de fer en France et l'âge d'or du TGV (1950-2006). Evreux, Editions Atlas, 2006.

Clive Lamming, Atlas des trains français - L'Epopée de la SNCF. Glénat, 2008.

H. Lartilleux, Géographie des chemins de fer français, Vol. 1: La S.N.C.F.. Paris, Librairie Chaix, 1953.

J.-B. Laurens, Album du Chemin de Fer de Lyon à la Méditerranée. Recueil de dessins de Sites, Monuments, Costumes, etc. étudiés dans le parcours de cette voie et exécutés sur pierre par J.-B. Laurens. Troisième excursion 1860-1861. Paris, Paulin et Le Chevalier, 1861.

Aude Massiot et Coralie Schaub, Train. Le retour de la fée couchette. In: Libération, N° 12300, Mardi 29 décembre, 2020.
Via: https://www.liberation.fr/france/2020/12/28/train-le-retour-de-la-fee-couchettes_1809847

A. Meyer, Promenade sur le chemin de fer de Marseille à Toulon. 1859.

Philippe Mirville, TGV. En route vers le futur. 25 ans de passion. Boulogne-Billancourt, Timée-Editions, 2006.

Moerdijkbruggen en de aaneensluitende treinverbinding door Rotterdam aangaande.
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Moerdijkbruggen
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Moerdijkspoorbrug
- http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/spoorwegen.htm
- www.maritiemdigitaal.nl/index.cfm?event=search get details&id=100 194294, https://nl.wikipedia.org/wiki/Willemsbrug_(Rotterdam)
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Willemsspoorbrug https://nl.wikipedia.org/wiki/Koninginnebrug_(Rotterdam)
- https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Hef en https://nl.wikipedia.org/wiki/Brug_Hollandsch_Diep.

François et Maguy Palau, Le rail en France: les 80 premières lignes 1828-1851. Paris, éditions Palau, 1995.

Jean-Pierre Malaspina, Des TEE aux TGV. Trains d'Europe. Paris: La Vie du Rail. 2005.

Jean-Pierre Malaspina, Maurice Mertens, TEE: la légende des Trans-Europ-Express Auray, LR Presse, 2007.

Martin Page, The Lost Pleasures of Great Trains. London, Weidenfeld & Nicolson, 1975.

Nathalie Pégé-Défendi, Une invitation au tourisme: l’affiche ferroviaire française, 1880-1936. Paris, thèse, Université de Paris I, 2001.
Via: https://journals.openedition.org/rhcf/1914

Gustave Pereire, Gustave Jolivet, Les chemins de fer de l'avenir, avec matériel roulant à très grande capacité, voies extra-robustes, vastes entrepots et magasins de gares. Comment préparer l'installation des chemins de fer de l'avenir. Paris, Gauthier-Villars, Edouard Champion, Ch. Bernard, 1920.

Jacques Perenon, René Clavaud et Robert Chappelet, Le Train Bleu. Editions du Cabri, 2003.

Jacques Peyrefitte, Il était une fois l'Arjaponnais. Le Chemin de fer sur route de Paris à Arpajon 1893-1936. Le Meé-sur-Seine, Editions Amatteis, 1988.

Guillaume Picon, Orient Express: The Story of a Legend. Acc Art Books, 2018.

G. F. van Reeuwijk, Majesteit, uw trein staat gereed! De geschiedenis van het koninklijk spoorwegmaterieel in Nederland. Deventer, 1980.

Georges Ribeill, La Révolution Ferroviaire - La Formation Des Compagnies De Chemins De Fer En France, 1823-1870. Paris, Belin, 1993.

Wolfgang Schivelbusch, Geschichte der Eisenbahnreise: Zur Industrialisierung von Raum und Zeit im 19. Jahrhundert. München/Wien, Carl Hanser Verlag 1977. (Frankfurt am Main, Fischer Taschenbuch, 6. Auflage, 2015.)
Wolfgang Schivelbusch, The Railway Journey: The Industrialization of Time and Space in the 19th Century. Berkeley, Cal., University of California Press, 1986.

Michel Simon, Un jour, un train - La saga d'Euralille. ?Lille, La Voix du Nord, 1993.

Monique le Tac (Préface de Anne-Marie Idrac - Présidente-directrice générale de la RATP), Fulgence Bienvenue. Le père du métro de Paris. Biographie. Paris, Editions LBM, 2006.

Félix Tourneux, Encyclopédie des chemins de fer et des machines à vapeur, à l'usage des praticiens et des gens du monde. Paris, Jules Renouard et L. Mathias, 1844.

A.J. Veenendaal, Spoorwegen in Nederland van 1834 tot nu. Amsterdam, 2004.

Christine Verneuil, Paris-Bruxelles, grande vitesse. Editions de la Différence, Paris, 2004.

Lucien Maurice Vilain, Dix décennies de locomotives sur le réseau du nord (1845-1948)?. ?Editions Picador, 1977.

G.L.S. Willemse, Trans Europ Express. Alkmaar, De Alk, 1966.

*** STATIONS EN BUFFETS:

K. Bowie (Sous la direction de), Les Grandes Gares parisiennes au XIXe siècle. DAAVP, 1987.

R. Clozier, La gare du Nord. Paris, J.B. Baillière et Fils, 1940.

Patrick Cognasson, Gare de l'Est. Porte ouverte sur l'Europe. Paris, Editions La Vie du Rail, 1994.

Patrick Cognasson, Histoire de la gare du Nord, au coeur de Paris, au carrefour de l'Europe. Paris, Les Editions La Vie du Rail, 2017.

Marie-Christine Descouard et Romain Bouteille, Le Café de la Gare, quelle histoire! Paris, Le Cherche Midi, 2014.

Benoît Duteurtre, Gérer les pas perdus. In: Le Monde Diplomatique, décembre 2012.

Benoît Duteurtre, La nostalgie des buffets de gare. Paris, Payot, 2015.

Jean Jenger, Orsay, de la gare au musée. Histoire d'un grand projet. Milan-Paris, Electa Moniteur, 1986.

Nicole Jusseerand (Directrice éditoriale), La France des Gares. Guides Gallimard. Editions Nouveaux-Loisirs, 1999

Clive Lamming, Paris au temps des gares. Grandes et petites histoires d’une capitale ferroviaire. Paris, Parigramme, 2011.

Pierre Lassus, Petit éloge des gares. Editions François Bourin, 2018.

L’espace du voyage: les gares. Paris, Monuments Historiques, N°6, 1978.

Le temps des gares. Paris, Centre d’Art et de Culture Georges Pompidou – Centre de Création Industrielle, 1978.

Stéphanie Sauget, A la recherche des pas perdus. Une histoires des gares parisienne au XIXe siècle. Paris, Tallandier, 2009.

Christiane Scelles, Gares, ateliers du voyage, 1837-1937. Desclée De Brouwer, 1993.

Édouard Siebecker, Physiologie des chemins de fer: Grandes compagnies, employés, public, portraits, anecdotes, conseils aux voyageurs. J. Hetzel, 1867.

Ben Speet, Het Spoorwegmuseum, Royal Class. Koninklijk reizen per trein. Uitgeverij WBooks, 2010.

M. Ragon, L'Architecture des gares. Naissance, apogée et déclin des gares de chemin de fer. Paris, Denoël, 1984.

Denis Redoutey, Histoire de la Gare de Paris Lyon: Un lien entre la capitale et l'arc sud-est. La Vie du Rail, 2018.

Henri Vincenot, La vie quotidienne dans les chemins de fer au XIX siècle. Paris, Hachette, 1981.

Voyage pittoresque sur le chemin de fer de Paris à Saint-Cloud et Versailles. Versailles, Imprimérie M. Fossonne, 1839.

*** (BRUM-)FIETS:

D. Andric, B. Gavric, W.J. Simons, Les bicyclettes. 200 ans d'histoire de la "petite reine". Ars Mundi, 1990.

D. Andric, B. Gravic, W.J. Simons, Fietsen. Van loopfiets tot mountainbike. Fontaine Uitgevers B.V., 1990.

Marc Augé, Éloge de la bicyclette. Paris, Payot & Rivages, 2008.

Patrick Barrabès, Motobécane: Les deux-temps 1921-1984. Editions Techniques pour l'Automobile et l'Industrie, 2019.

L. Baudry de Saunier, Histoire générale de la vélocipédie. Paris, Paul Ollendorff, 1891.

L. Baudry de Saunier, Le Cyclisme théorique et pratique. Paris, La Librairie Illustrée, 1893.

L. Baudry de Saunier, L'Art de bien monter la bicyclette. Paris, La Librairie illustrée, 3e édition, 1894.

Catherine Bertho-Lavenir, Voyage à vélo: du vélocipède au Vélib. Paris, Paris Bibliothèques, 2011.

Jean Bertot, La France en bicyclette: étapes d'un touriste. 1894.

Pierre Chany, La fabuleuse histoire du Tour de France. Préface de Jacques Goddet. Paris, Editions ODIL, 1983.

Raymond Chuttier, Le Roman de la Bicyclette (du Célérifère au Vélo moderne). Paris, Cherche Midi, 2008.

A.-Gaston Cornie, Manuel technique et pratique du vélocipède. Paris, Ernest Flammarion, 1892.

Philippe Daryl, Le vélocipède pour tous par un vétéran. Encyclopédie des sports sous la direction de M. Philippe Daryl. Ancienne Maison Quantin librairies imprimeries réunies, 1892.

Pryor Dodge, La Grande Histoire du vélo. Paris, Flammarion, 2000.

Jean-Pierre Foucault, Vélosolex - L'épopée d'un vélomoteur. Hugo Image, 2017.

J.M. Fuchs en W.J. Simons, De fiets van toen en nu. Geschiedenis van de fiets. 1983.

Raymond Henry, Du Vélocipède au Dérailleur moderne. La Surprenante histoire des changements de vitesse. Saint-Etienne, Association des amis du Musée d'art et d'industrie de Saint-Étienne, nouvelle édition corrigée et réactualisée, 2003.

David V. Herlihy, Bicycle. The History. Yale University Press, 2004.

Michael Hutchinson, Re:Cyclists. 200 Years on Two Wheels. 2018.

Keizo Kobayashi, Histoire du Vélocipède de Drais à Michaux 1817-1870. Mythes et réalités. Tokyo, Bicycle Culture Center, ré-éditon, 1990.

Hans-Erhard Lessing, Automobilität – Karl Drais und die unglaublichen Anfänge. Leipzig, Maxime Verlag, 2003.

C. de Loris, Le femme à bicyclette: ce qu'elles en pensent. Paris, Librairies Imprimeries Réunies, 1896.

Amédée Maquaire, Traité pratique de Vélocipédie. Paris, Sécuritas, 1891.

Jean-Paul Olivier, Histoire du Cyclisme. Paris, Flammarion, 2003.

Max J. Rauck, Gerd Volke, Felix R. Paturi, Mit dem Rad durch zwei Jahrhunderte. Stuttgart, AT Verlag, 1979.

Dr H.L. Reboul, Hygiène du cycliste. Paris, Librairie du Monde Médical, circa 1900.

Bernard Salvat, Dominique Pascal, Jean Goyard, Le Vélosolex, la bicyclette qui roule toute seule. Éditions Massin, 1989.

Jacques Seray, Le monde du vélo. Histoire, curiosités, accessoires. Boulogne-Billancourt, Editions du May, 2004.

Gérard De Smaele, Du vélocipède à la bicyclette. Paris, L'Harmattan, 2018.

*** AUTO'S EN BANDEN:

P. van Abkoude jr., Met de kampeer-auto op reis. Kluitman, 1926.

Jacques Amblard, Le guide parfait de l'automobiliste. Les Editions de France, 1933.

François Arion, L'Automobile Fléau Mondiale. Les piétons sacrifiés. Des milliers de personnes tuées des centaines de mille blessées par l'auto chaque année. Faut-il interdire la circulation des autos particulières dans les villes? Paris, Imp. Jean Ruckert, ca. 1958.

Thierry Astier, Citroën - 100 ans d'audace. Solar, 2019.

L. Auscher, Le Tourisme en automobile. Paris, Dunod, 1904.

L'Automobile et le Tourisme. L'Illustration, N° 4570, 4 octobre 1930 / N° 4622, 3 octobre 1931 / N° 4727, 7 octobre 1933 / N° 4935, 2 Octobre 1937.

Jean-Patrick Baraillé, Philippe Dufresne, Paul Fraysse, Peter Fuchs, Jean-Louis Loubet, Renault 4. Tous les modèles 1962-1994. Schneider, 2013.

René Bardin, L'éclairage et le Démarrage électrique des automobiles. Description. Fonctionnement. Installations. Types. Entretien. Pannes. Paris, Desforges, 1923.

J.P. Bardou et al., La Révolution automobile. Paris, Albin Michel, 1977.

T. Barker, D. Gerhold, The rise and rise of road transport, 1700-1990. Cambridge, New Studies in Economic and Social History, 1993.

Jean-Louis Basset, La Traction Citroën de mon père. Atlas, 2011.

L. Baudry de Saunier, L'Automobile théorique et pratique. Neuilly, Chez l'auteur, 1899.

L. Baudry de Saunier et al., Histoire de la locomotion terrestre. Paris, Editions de l'Illustration, 1936.

Serge Bellu, Dominique Fontenat, ?Renault Espace - la voiture à vivre. ?Paris, Editons presses audiovisuel, 1991.

Yves-Guy Bergès, Auto-Stop! Guide pratique et humoristique de l'auto-stoppeur. (Illustrations de Sempé.) Paris, Librairie Arthème Fayard, 1961.

Lucien-François Bernard (sous la direction éditoriale) avec François Granet, Jean-Louis Lemerle et Emmanuel Piat, L'Histoire de l'Automobile Club de France. Paris, éditions de L'Automobile Club de France, 2012.

A. Berthier, Les piles sèches et leurs applications - Lumière de poche, Applications à l'automobile et à l'allumage des moteurs à explosion. Paris, Librairie Générale Scientifique et Industrielle H. Desforges et al., 1905.

R. Bletterie, Michelin, Clermond-Ferrand capitale du pneu - 1900-1920. Avallon, Edition de Civry, 1981.

R. Bommier, Le bréviaire du chauffeur. Anatomie, physiologie, pathologie, thérapeutique et hygiène de la voiture automobile et des motocycles. Paris, H.Dunod Bibliothèque du Chauffeur et E.Pinat, Quatrième édition, 1910.

P. Bos, Citroën 2CV. Kosten sparen door - waar mogelijk en verantwoord - zèlf sleutelen. Deze praktische handleiding is samengesteld door de autotechnicus P. Bos van de Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond ANWB om de autobezitter te instrueren wat hij zèlf kan doen .... en moet laten. Den Haag, Ad M.C. Stok Zuid-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, 2e druk, ca. 1968.

Marc Bourgne et al., Le Pneu et l'Environnement. Michelin & Cie. 2002.

Ir. W.L. Brocx en L.J. de Jong, Automobilist ken Uw wagen. Deventer, N.V. Uitg. Mij. A. E. Kluwer, 1935.

Jan Buitenkamp, De Moerdijkbrug. 50 Jaar. Breda, Uitgeverij Brabantia Nostra, 1986.

Lucien Chanuc, Ces étonnants véhicules à vapeur: Routières, camions et omnibus à vapeur. Ormet Editions, 1995.

H. Clayette, L'automobile machine merveilleuse. Bourrelier & Cie, 2e edition, 1937.

R. Darman, Le moteur diesel expliqué par questions et réponses. Paris, Editions Chiron, 1960.

O. Darmon, Le grand siècle de Bibendum. Paris, Hoëbeke, 1997.
Olivier Darmon, De grote eeuw van Bibendum. Parijs, Éditions Hoëbeke, 1997.

Jean-Marie Defrance, La Méhari. Historique, identification, évolution, restauration, entretien, conduite. Editions Techniques pour l'Automobile et l'Industrie, 1999.

Pascal Delannoy, Jean Viard, Contre la barbarie routière. La Tour d'Aigues, Editions de l'Aube, 2002.

Arnaud Demaury, Citroën Méhari: 1968 - 1987. Publication indépendant, 2018.

Arnaud Demaury, Citroën DS. Ambassadrice Française. Publication indépenat, 2018.

Arnaud Demaury, Citroën Méhari: 1968 - 1987. Publication indépendant, 2018.

Antoine Demetz, La Citroën 2CV de mon père. Evreux, Editions Atlas, 2010.

Yoann Demoli, Pierre Lannoy, Sociologie de l'automobile. Paris, La Découverte, 2019.

Gaëlle Denaire, Bibliographie des publications du Touring Club de France. Paris, Mairie de Paris / Bibliothèque de Tourisme & des Voyages, 2008.
Via: https://fr.calameo.com/read/000336558e9b2b5f5da93

Nicolas Dermigny, L'Auto-stop efficace et la débrouilardise en voyage. Editions du Poulet d'Or, Edition 2012.

Pierre-Antoine Donnet, La Saga Michelin. Paris, Seuil, 2008.

Albert Dubout, Code du voyage et du tourisme. Paris, Gonon/Vilo, 1960.

G. Dupuy, Les territoires de l'automobile. Paris, Anthropos, Economica, 1995.

Edward Edouard, L'Appel de la Route. Paris, Librairie Académique Perrin, 1922.

Marcel Ehrman, L'automobile de tourisme en France. Thèse de droit de l'Université de Paris, 1938.

Thierry Favre, L'Auto s’affiche. Massin, 2007.

Mathieu Flonneau, L'Automobile à la conquête de Paris. Paris, Presses de l'ENPC, 2003.

Mathieu Flonneau, Paris et l'automobile: un siècle de passions. Paris, Hachette, 2005.

Mathieu Flonneau, Les cultures du volant. Essai sur les mondes de l'automobilisme. Paris, Autrement, 2008.

Alain Frèrejean, André Citroën. Louis Renault. un duel sans merci. Paris, Fayard, 1998.

Alain Frèrejean, Les Peugeot. Deux siècles d'aventure. Paris, Flammarion, 2006.

Anne-Françoise Garçon (dir.), L'Automobile et ses réseaux. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 1998.

Paul Gerbod, L'irruption automobile en France (1805-1914). In: L'information géographique, n° 45, 1983.

R. Guerber, La pratique de l'automobile. Paris, Technique et Vulgarisation, 1949.

Gilles Guérithault, Vive l'auto. Paris, Grasset, 1980.

André Gueslin, Michelin: les hommes du pneu. Les ouvriers Michelin à Clermont-Ferrand de 1889 à 1940. Paris, Les Editions de l'Atelier, 1993.

Stephen L. Harp, Marketing Michelin. Advertising and cultural identity in twentieth-century France. The John Hopkins University Press, 2001.

A; van Hennekeler, 'Wedstrijden met automobielen of motorwagens. Inrichting van den driewieler met nafta-motor van de Dion en Bouton'. In: De Natuur, n° 18, pp. 243-249, 1898.

H. J. A. Hofland, De politiek van de auto. Vulgair staatsfascisme. In: H. J. A. Hofland, De elite verongelukt - Beschouwingen. Amsterdam, De Bezige Bij, 1995.

C. G. Hoyos, Psychologie de la circulation routière. Paris, Presses Universitaires de France, 1968.

Alain Jemain, Michelin. Un siècle de secrets. Paris, Calman-Lévy, 1982.

E. Lantier, Pannes de Routes de l'Automobiliste. Entretien, accessoires, dépannage sur route. Paris, Editions Chiron, 1951.

Hervé Lauwick, L'Auto et son coeur. Paris, La Nouvelle Société d'Edition, 1929.

Jean-Louis Lemerle, Histoire de l'Automobile Club de France et de ses hôtels, place de la Concorde. Paris, Vincent, 1987.

Herbert R. Lottman, Michelin, 100 ans d’aventures. Paris, Flammarion, 1998.

Herbert R. Lottman, The Michelin men driving an Empire. London - New York, I.B. Tauris, 2003.

Jean-Louis Loubet, Carnet de route. 1898-2000 L'histoire de Renault année par année. Editions Techniques pour l'Automobile et l'Industrie, 2000.

Jean-Louis Loubet, Histoire de l'automobile française. Paris, Seuil, 2001.

Jean-Louis Loubet, La Maison Peugeot. Paris, Perrin, 2009.

Guy Lux, Priorité à la Vie sur les routes. Paris, Robert Laffont/Paris Match, 1971.

Björn Marek, Immo Mikloweit, Citroën DS. Histoire d'une voiture de légende. Editions de l'Imprévu, 2020.

Peter Jan Margry, Le culte de la Citroën 'Déesse'. In: DESiMA (Strasbourg), Les relations franco-néerlandaises, in n° 8/2014, pp. 129-132.

J.-C. Maroselli, L'Automobile et ses grands problèmes. Paris, Librairie Larousse, 1958.

Henri Mathieu, L' A B C du Chauffeur. Librairie Polytechnique Baudry, 1895.

Olivier de Mesplès, L'Atlas des DS Citroën. De la DS 19 à la DS 23 Pallas. Glénat Livres, 2008.

André Michelin et Edouard Michelin, Notre Sécurité est dans l'Air. Décembre 1919. Michelin, 1919.

André Michelin, L'Enfance de Bibendum: Ou la fabuleuse histoire des frères Michelin. Paris, Albin Michel, 2020.

Michelin, Michelin ou l'histoire du pneu. Clermont-Ferrand, Imprimerie Dieppoise, 1980.

Michelin, Parlez-nous de lui. Bibendum vu par... . Les Editions Textuel, 1998.

Michelin, Bibendum à l'affiche - Cent ans d'image Michelin. Michelin Editions des Voyages, 2000.

Saskia Naafs en Parcival Weijnen, De auto als datavergaarbak. ‘U rijdt zo langs ons Big Mac-menu’ - Over een jaar of drie zijn alle nieuwe auto’s in Europa connected. Gegevens over je auto maar óók over jouzelf worden dan non-stop naar de fabrikant geseind. Of je parkeert voor de McDonald’s, of bij een homo-strandje. Wie je contacten zijn, wat zij jou mailen. Waar komt de delete-knop? In: 'de Groene, nr. 47, 18 november 2020.
Via: https://www.groene.nl/artikel/u-rijdt-zo-langs-ons-big-mac-menu?utm_source=De+Groene+Amsterdammer&utm_campaign=ebe7d3f8b3-Dagelijks-2020-11-19&utm_medium=email&utm_term=0_853cea572a-ebe7d3f8b3-70676005

Leslie George Norman, Les Accidents de la route. Epidémiologie et prévention. Organisation mondiale de la santé, 1962.

Joseph Noulens, Le nouveau code de la route, texte et commentaire. Taride, 1923.

Pierre Noury, Méditations sur le sport de l'automobile. Paris, 1934.

Dominique Pagneux, Panhard, le grand livre. ?Éditions E.P.A., 1996.

Dominique Pascal et Marie-Claire Lauvray, La Renault 4L de mon père. 2017.

H. J. Peppink, Geheimen van het Autostuur.(U en Uw Auto "De cultuurserie van het snelverkeer"). Ad. M. C. Stok, Zuid-Hollandsche Uitgevers Mij, Den Haag, 1954.

H. J. Peppink, Goed Autorijden kan iedereen leren. Handleiding, zowel voor Autuveteranen (Kilometer-millionnairs!) als voor hen, die nog maar aan het begin staan van hun automobilistische carrière. 5e, Volledig nieuwe uitgave. Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B., 1954.

H. J. Peppink, Veredelde Rijkunst & op reis met uw auto.
Uitgave van de Kon. Nederlansche Toeristenbond ANWB & Ad. M. C. Stok, Zuid-Holl. Uitgevers Mij., 1956.

H. J. Peppink, Veredelde Rijkunst & Op Reis Met Uw Auto. Ervaringen uit een 30-jarige rijpraktijk: Prettig, veilig en economisch reizen? De taal van de weg, van de nacht, van de bergen. - Autobanen; druk stadsverkeer - Zoek de zon op; slecht weer. Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B., 1956.

H. J. Peppink, De Autohogeschool (die u de veredelde rijvaardigheid onthult en in staat stelt vlotter en veiliger meer van uw auto te profiteren, in eigen land zowel als in Parijs of Londen en in het hooggebergte). Den Haag, Ad. M. C. Stok Zuid-Hollandsche Uitgeversmaatschappij, 1956.

H. J. Peppink, Leven en Welzijn van U en Uw Auto. (U en Uw Auto "De cultuurserie van het snelverkeer"). Ad. M. C. Stok, Zuid-Hollandsche Uitgeversmaatschappij, 1958.

H. J. Peppink, Om het Behoud van Uw Auto (en van U zèlf). Den Haag, A.N.W.B. & Ad. M. C. Stok, Zuid-Holl. Uitgvers Mij., 1958.

Maurice Percheron, Manuel Pratique pour la conduite et l'entretien des moteurs à explosion. Paris, Etienne Chiron - Editeur, 1926.

Benoit Pérot, Panhard, la doyenne d’avant garde. Éditions E.P.A., 1979.

Henri Petit, Le moteur Diesel d'automobiles. Paris, Dunod, 1937.

Reiswijzer voor Frankrijk voor automobilisten, motorrijders en wielrijders. Uitgave van den Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B.. Den Haag, 1923. ('eerste druk')

Frédéric Régamy, Vélocipédie et Automobilisme. Tours, A. Mame et Fils, 1898.

Réunion des Musées Nationaux, De Dion-Bouton. Une aventure industrielle. Réunion des Musées Nationaux (RMN), 1993.

Alexandre Rigal, Habitudes en mouvement. Vers une vie sans voiture. MétisPresses, 2020.

Jules Romain, Robert Doisneau, Pierre Jahan, Nora Dumas, Willy Ronis, et al., L'automobile en France. Billancourt, Regie Nationale des Usines Renault, 1951.

Jacques Rousseau, Jean-Paul Caron (Jean Panhard présentation), Cent ans d'automobile française. Paris, Editions Flammarion, 1984.

Jacques de Seguéla, Quatre-vingts ans de publicité Citroën. Paris, Hoëbeke, 1999.

Olivier de Serres, Traction Avant - le grand livre., Paris, Editons presses audiovisuel, 1997.

Olivier de Serres et Anne Bony, Traction-avant Citroën (1934-1957). 2017.

Pierre Souvestre, Histoire de l'automobile. Paris, Dunod et Pinat, 1907.

Alexander Spoerl (Le grand succes international), Votre Auto et Vous. Paris, Robert Laffont, 1961.

B. D. Swanenburg (Ontwerp), Per Auto naar Frankrijk. Practische vraagbaak voor de auto-toerist. Zeist, Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V., 1957.

Sylvie Schweitzer, André Citroën (1878-1935). Le risque et le défi. Paris, Fayard, 1992.

Jean-Paul Thevenet, Louis Renault, histoire d'une tragédie et d'une nationalisation. Paris - Mesnil-sur-l'Estrée, Editions Londreys - Société Nouvelle Firmin-Didot, 1985.

G. Trémisot et H. Gauthier-Villars, L'Automobile enchantée. Delagrave, 1900.

Léon Valbert, Histoires d'Autos. Paris, Editions Montaigne, 1931.

René M. Viette. L'Automobile. Son Mécanisme - Sa Conduite - Son Entretien - Sonn Dépannage. Paris, Imprimerie Le Moil & Pascaly, 1951.

Christian Vignol, La curieuse et amusante histoire de l'automobile. Bruxelles – Paris, Editions Jourdan, 2016.

René Ville, De Dion-Bouton, en témoignages et confidences, Amicale De Dion-Bouton. 2001.

René Ville, De Dion-Bouton en confirmations, Amicale De Dion-Bouton, 2003.

René Ville, La grande époque des De Dion-Bouton. Amicale de Dion-Bouton, 2004.

Tony Vos, Vierkant Renault 4. De geschiedenis van de Renault 4. 2004.

Claude Wagner, L'automobile et le supermarché - 50 ans de dérive consumériste. Du Croquant, 2019.

*** LUCHTVAART:

ADP - Aéroports de Paris, 50 ans - Aéroports de Paris, 1945-1995. Paris, Direction de la Communication, ADP, 1996.

Paul Andreu, L'Aéroport Charles-de-Gaulle. Paris, Aéroports de Paris, 1996.

Atout France, Observatoire de la connectivité aérienne de la France. Panorama sur les principaux flux touristiques long-courriers. Paris, Atout France, 2019.

Lawrence Azerrad, Supersonic. The Design and Lifestyle of Concorde. Prestel, 2018.

René Bail, La Légende des Corsair. Editions Larivière, 2005.

Robert Bluffield, Over Empires and Oceans: Pioneers, Aviators and Adventurers - Forging the International Air Routes 1918-1939. Tattered Flag, 2014.

Bram Bouwens, Frido Ogier, Welcome aboard! Een eeuw KLM. Wbooks, 2019.

Emmanuel Chadeau, Le Rêve et la Puissance. L'avion et son siècle. Paris, Fayard, 1996.

Edouard Chemel, Concorde, un ciel signé. L'histoire d'un avion d'exception, vécue et racontée par Edouard Chemel. Inclusif DVD. Paris, Seven Sept, 2006.

« Crise(s), climat: préparer l’avenir de l’aviation », Supaero-Décarbo et The Shift Project, 27 mai 2020.

Philippe Descamps, Aviation civile, la tempête du siècle. In: Le Monde Diplomatique, juillet 2020.

Marc Dierikz, Blauw in de lucht. Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, 1919-1999. Den Haag, SDU Uitgevers, 1999.

Robert Esperou, Histoire du transport aérien français. Pascal Galodé Editions, 2009.

Dominique Faria, Alan Dobson, António Monteiro, Luís Nuno Rodrigues (Dirigé par), L'aviation et son impact sur le temps et l'espace. Le Manuscrit, 2019.

Louise Faure-Favier, Guide des Voyages Aériens Paris-Bruxelles-Amsterdam. Editions des Guides des Voyages Aeriens, 1922.

Christian Fletcher, Ryanair, low cost mais à quel prix? Levallois-Perret, Altipresse, 2013.

C. C. Gillispie, The Montgolfier Brothers and the invention of aviation, 1783-1784. Princeton NJ, Princeton University Press, 1983.

Henry de Graffigny, Le Tour de France en Aeroplane. Paris, Alcide Picard, 1910.

Bruce Hales-Dutton, The Trans-Atlantic Pioneers: From First Flights to Supersonic Jets – The Battle to Cross the Atlantic. Air World, 2019.

Dan Hampton, The Flight: Charles Lindbergh's Daring and Immortal 1927 Transatlantic Crossing. William Morrow, 2017.

P. Hanlon, Global Airlines. Oxford, Butterworth, 1996.

Kenneth Hudson, Diamonds in the Sky. A Social History of Air Travel. London, Sydney, Toronto, The Bodley Hed, British Broadcasting Corp., 1979.

Guy Ibergay et Dominique Renaud, ?Histoire du Bourget. Paris, Agence régionale d'édition pour les municipalités, 1980.

Yves Kengen, Ryanair, payer les passagers pour voyager. In: Le Monde Diplomatique, octobre 2008.
https://www.monde-diplomatique.fr/2008/10/KENGEN/16408

Anaïs Leclerc, Philippe-Michel Thibault, Air France. L'art du voyage. Paris, Découvertes Gallimard, 2008.

Gérard Maoui et al., Concorde. La légende supersonique. Privat, 2018.

Brian Moynaham, Airport International. The sensational book that takes the lid of the world of international Air Travel. New York etc., Macmillan, 1978.

Valerie Musson, De evolutie van KLM’s damesuniform. In: Behind the Scenes, 6 februari 2020.
Via: https://blog.klm.com/nl/flying-into-fashion-evolutie-klms-damesuniform/

Serge Pacaud, Les Héros de l'Aviation française de 1919 à 1939. Les années de gloire de l'entre-deux-guerres. Editions CPE, 2009.

Alain Pelletier, Histoire mondiale des avions de ligne. Editions Techniques pour l'Automobile et l'Industrie, 2019.

Alain Pluckers, Histoire des hôtesses de l'air. Les filles du ciel. Editions Du May, 2007.

Francis Pollet, Le futur de l'avion. Les prochains défis de l’industrie aéronautique. FYP éditions, 2020.

Philippe-Michel Thibault, Anaïs Leclerc, Air France: l'art du voyage. Paris, Gallimard Découvertes, 2008.

Pierre Sparaco, Concorde, la véritable histoire. Editions Larivière, 2002.

Jacques de La Vaulx, Histoire des montgolfières de 1783 à nos jours. Chez l'auteur J. de La Vaulx, 1988.

Leonard de Vries (samengesteld door), Koninklijke Luchtvaart Maatschappij vlucht KL-50. Logboek van vijftig jaar vliegen samengesteld door Leonard de Vries. Een initiatief van Albert Heijn nv. Amsterdam, Uitgave Meijer Pers nv, 1969.

Gabriel Voisin, La naissance de l'aeroplane. Paris, Automobiles Avions Voisin, 1928.

René Weiss (Sous la direction de), Les premières traversées de l'Atlantique, réception à l'Hôtel de Ville de Charles Lindbergh, du Commandant Richard E. Byrd et de ses compagnons de voyage, de Clarence D. Chamberlain, et Charles Albert Levine. Paris, Imprimérie Nationale, 1927.

Raymond Woessner, Géographie du transport aérien. Quelle croissance pour quelle planète? Atlande, 2020.

Ron Wunderink, Met KLM de wereld rond. Een eeuw Flying Dutchman. Amsterdam, Uitgeverij Balans, 2019.

Henri Ziegler, La Grande Aventure de Concorde. Paris, Grasset, 1976.

*** VALUTA EN GELD:

Tristan Gaston-Breton et Patricia Kapferer, Carte Bleue. La petite carte qui change la vie. Cherche Midi, 2004.

Sienna Kossman, The History of Credit Cards. How ancient promises of payment became modern digital transactions.
Via: https://www.thebalance.com/history-of-credit-cards-4766953 (Updated August 08, 2019.)

Jay MacDonald and Taylor Tompkins, The history of credit cards.
Via: https://www.creditcards.com/credit-card-news/history-of-credit-cards.php (July 11, 2017.)

Lewis Mandell, The credit card industry: a history. Twayne Publishers, 1990.

R. Massengill, Becoming American Express: 150 Years of Reinvention and Customer Service. American Express Company, 1999.

----------

VAN EN OVER REISGIDSEN, REISGIDSMAKERS, BROCHURES EN REISFOLDERS:


Isabelle Backouche, Construction d'un genre litéraire, construction d'un espace: les guides parisiens et la Seine (XVIIIe-XIXe siècles).
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 403-418.

Karl Baedeker et Karl Baedeker GmbH (Ostfildern), Baedecker : ein Name wird zur Weltmarke. Karl Baedeker GmbH Ostfildern, Baedeker, coll. 'Baedeker-Allianz-Reiseführer', 1998.

Roland Barthes, Le 'Guide Bleu'. In: Roland Barthes, Mythologies. Paris, Editions du Seuil, 1957, pp. 113-119.

Peter H. Baumgarten, Monika I. Baumgarten (Hrsg.): Baedeker. Ein Name wird zur Weltmarke. Karl Baedeker, Ostfildern 1998.

Sophie Bodin, Voir la Loire dans la collection des Guides Joanne, Guides Bleus (1861-1868 à nos jours).
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 511-526.

David Bockino, The Guidebook Experiment: Discovering Exploration in a Hyper-Connected World. Blue Apple Books, 2015.

Sophie Bodin, Paysages et représentations dans les guides touristiques. La Loire dans la collection des Guides-Joanne, Guides Bleus (1856 à nos jours). Dans L’Espace géographique 2001/2 (tome 30), pages 111 à 126.
Via: https://www.cairn.info/revue-espace-geographique-2001-2-page-111.htm

S. Bonin et R. Mandrou, La France de Charles Estienne: In. Annales ESC, 1961, pp. 1121-1130.

François Bostnavaron, Le guide touristique papier fait de la résistance. Plus complémentaires que rivaux, les services proposés sur Internet ne portent pas tort aux éditions réliées. In: Le Monde, 23 juillet 2012.

Marc Boyer, Les séries de guides imprimés portatifs, de Charles Estienne aux XIXe et XXe siècles.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 339-352.

R. Buck, The ubiquitous tourist brochure, explorations in its intended and unintended us. Annals of Tourism Research, 4, 195-207, 1977.

Rebecca Butler, ‘Can any one fancy travellers without Murray's universal red books’? Mariana Starke, John Murray and 1830s' Guidebook Culture. In: The Yearbook of English Studies, Vol. 48, pp. 148-170, 2018.

Gilles Chabaud, Images de la ville et pratiques du livre: le genre des guides de Paris (XVIIe-XVIIIe siècle): In: Revue d'histoire moderne et contemporaine, 1998, N° 2, pp. 323-345.

Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000.

Gilles Chabaud, Les guides de Paris du XVIIe siècle au début du XIXe siècle. Remarques sur une construction historique.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 71-80.

Gilles Chabaud, Pour une histoire comparée des guides imprimés à l'époque moderne.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000.

K. Cheverst, N. Davies, K. Mitchell, A. Friday, and C. Efstratiou, “Developing a Context-Aware Electronic Tourist Guide: Some Issues and Experiences.” In: Proceedings of the SIGCHI conference on Human factors in computing systems. New York, ACM, pp. 17-24, 2000.

E. Cohen, “The Tourist Guide: The Origins, Structure and Dynamics of a Role.” Annals of Tourism Research, 12 (1), 5-29, 1985.

Evelyne Cohen, La hiérarchie monumentale de Paris au XXe siècle. Les étoiles dans les guides de tourisme consacrés à Paris.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 439-457.

Arturo Molina Collado, Águeda Esteban, Tourism Brochures: Usefulness and Image. In: Annals of Tourism Research 33(4):1036-1056 · October 2006.

Saskia Conrad, mTourismus - Marktanalyse und Zukunftsperspektiven mobiler Reiseführer. GRIN Publishing, 2013.

Elsa Damien, Les guides dans la culture touristique de la première moitié du XIXe siècle. Dans: INT Chroniques 71, pages 191-206, 28/05/2003.
Via: http://chroniquesitaliennes.univ-paris3.fr/PDF/71-72/Damien72.pdf

John Richard Edelheim, Hidden messages: a polysemic reading of tourist brochures. In: Journal of Vacation Marketing, vol. 13, no.1, pp. 5-17, 2007.
Via: https://pdfs.semanticscholar.org/881a/83da9d6100df12efa90e3f1a0c5ad24861ff.pdf

Viktor Engelhardt, Die Kunst zu reisen in alter und neuer Zeit wie sich in Reisehandbüchern / Reiseanweisungen / Reisekarten und Postfahrplänen aus allen Jahrhunderten / sowie in Kursbüchern / Autostraßen-und Flugkarten der Gegenwart darstellt. Berlin, 1937.

Baudouin Eschapasse, Enquête sur un guide de voyages dont on doit taire le nom. Editions du Panama, 2006.

Marc Francon, L'univers touristique Michelin.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 113-120.

Marc Francon, Le guide vert Michelin: l'invention du tourisme culturel populaire. Paris, Economica, 2001,

Wilhem Frijhoff, Les guides universitaires XVIe-XVIIIe siècles.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 23-36.

Arthur Frommer, Europe on 5 dollars a Day. A guide to inexpensive travel ... . New York City, New York, Crown Publishers, Inc., 1968-1969 edition.

A. & W. Galignani, Galignani’s New Paris Guide for 1858. Paris, 1858.

Brian Garrod, Understanding the Relationship Between Tourism Destination Imagery and Tourist Photography. In: Journal of Travel Research, Volume XX, Sage Publications, 2008.
Via: http://citeseerx.ist.psu.edu/viewdoc/download?doi=10.1.1.873.2720&rep=rep1&type=pdf

Philippe Gloaguen, Patrice Trapier, Génération routard. Paris, Lattès/Hachette, 1994.

Philippe Gloaguen; Une vie de routard, Paris, Calman-Lévy, 2006.

J. Gritti, 'Les contenus culturels du Guide Bleu: monuments et sites a voir'. In: Communications, n° 10, pp. 51-64, 1967.

Goulven Guilcher, La rivalité Chaix-Hachette pour la conquête du marché de la lecture ferroviare en France. In. Revue d'histoire de chemins de fer, HS 3, pp. 279-305, 1992.

Goulven Guilcher, Naissance et développement du guide de voyage imprimé: du guide unique à la série, une stratégie de conquête des lecteurs?
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 81-93.

Claire Hancock, Les représentation de la ville en France et en Angleterre: les exemples de Paris et de Londres dans les guides et récits de voyage (vers 1780-vers 1870). Institut Universitaire Européen, Département de Sciences Politiques et Sociales, 1998.

Claire Hancock, 'City of business contre ville du plaisir: Londres et Paris dans les guides touristiques du XIXe siècle.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 329-338.

Claire Hancock, Paris et Londres au XIXe siècle: représentation dans les guideset récits de voyage. Paris, CNRS, 2003.

Alex W. Hinrichsen, Baedeker’s Reisehandbücher 1832-1944: Bibliographie der deutschen, französischen und englischen Ausgabe, Holzminden, Hinrichsen, 1981.

Alex W. Hinrichsen, Baedeker's Reisehandbücher 1832-1990. 2. Aufl. Bevern, Ursula Hinrichsen Verlag, 1991.

Laure-Emmanuelle Husson, Pourquoi les guides touristiques restent incontournable. In: Challenges, 7 juin 2016.

Isabelle Jendron, L'art du voyage. 150e anniversaire des Guides bleus. Paris, Hachette, 1991.

O. H. Jenkins, Photography and travel brochures: the circle of representation. In: Tourism Geographies 5(3), pp. 305-328, 2003.

A. Laurent, 'Le thème du soleil dans la publicité des organismes des vacances'. In: Communications, 10, pp. 35-50, 1967.

Bernard Lerivray, Guides bleus, guides verts et lunettes roses. Paris, Editions du Cerf, 1975.

Charles Mazouer, Les guides pour le voyage de France au XVIIe siècle. Colloques Internationaux du C. N. R. S., N° 590 - La Découverte de la France au XVIIe siècle. Paris, C.N.R.S, 1980.

Edward Mendelson, Baedeker’s Universe. Dans: Yale Review, 74, pp. 386-403, Spring 1985. http://www.columbia.edu/~em36/baedeker.html

Michel et Desnos, L'indicateur fidèle, ou Guide du voyageur, qui enseigne toutes les routes royales et particulières de la France ... dressé par le sieur Michel,... mis au jour et dirigé par le sieur Desnos,... Paris, MDCCLXV (=1765).

Michelin, La Saga du Guide Michelin. De 1900 à aujourd'hui, un formidable voyage à travers le temps, 2004.

Vincent Milliot, Les Cris de Paris ou le Peuple travesti. Les réprésentations des petits métiers parisiens (XVIe-XVIIe siècles). Paris, Publications de la Sorbonne, 1995.

Vincent Milliot, L'espace parisien dans les imprimés de large circulation (XVIe-XVIIIe siècles): une archéologie de la lecture des guides urbains?
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 59-70.

Johan van Minnen, Handbagage. Gids over gidsen (reisgidsen). Utrecht, Kosmos-Z&K Uitgevers, 1997.

Jean Mistler, La librairie Hachette de 1826 à nos jours. Paris, Hachette, 1964.

?Jean-Yves? Mollier, ?Louis Hachette- le fondateur d'un empire (1800-1864)?. Paris, ?Fayard, 1999. >P> Helène Morlier, Une série de Prestiges-Guides-Joanne: l'itininéraire d'Orient.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, pp. 17-41, 2000.

Jean-Yves Mollier, Louis Hachette (1800-1864). Le fondateur d'un empire. Paris, Fayard, 1999.

Jean-Yves Mollier, Édition, presse et pouvoir en France au XXe siècle. Paris, Fayard, 2008.

Frédéric Moret, L’Image de Paris à travers les guides touristiques. 1855-1889, maîtrise de l’université Paris X-Nanterre, 1986.

Frédéric Moret, « Images de Paris dans les guides touristiques en 1900 ». In: Le Mouvement social, n° 160, juill.-sept. 1992, pp. 79-98.

Frédéric Moret, L'espace et le temps des guides. Représentations et déformations de l'espace urbain dans les guides 1855-1900.
In: In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, pp. 429-437, 2000.

Helène Morlier, Les Guides-Joanne. Genèse des Guides-Bleus. Paris, Les Sentiers débattus, 2007.

Susanne Müller: Die Welt des Baedeker. Eine Medienkulturgeschichte des Reiseführers 1830–1945. Campus-Verlag, Frankfurt am Main/ New York 2012

John Murray IV, John Murray III, 1808 - 1892: A Bref Memoir. London, John Murray, 1919.

D. Nordman, Les Guides-Joanne, ancêtres des Guides Bleus. In: P. Nora, Les Lieux de mémoire, vol. II, La Nation, t. 1., p. 529-567. Paris, Gallimard, 1986.

Marie-Vic Ozouf, Des guides Joanne au Guide Verte Michelin: points, lignes, surfaces. In: In Situ, 15/2011.
Via: https://insitu.revues.org/566.

Aimery Picaud, Le Guide du pèlerin: codex de Saint-Jacques-de-Compostelle. Editions Sud-Ouest, 2006.

Isabelle Rabault-Mazières, Les environs de Paris dans les guides touristiques au XIXe siècle.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 317-327. André Rauch, Du Joanne au Routard: le style des guides touristiques. In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 95-112.

Pascal Rémy, L'inspecteur se met à table. Editions des Equateurs, 2004.

Jean-Claude Ribaut et Jean-Claude Ribaut, La vraie vie des inspecteurs du guide Michelin. In: Le Monde, 3 mars, 2010.
Via: https://www.lemonde.fr/vous/article/2010/03/03/resto-boulot-dodo_1313757_3238.html

A. Seoane, Mode de donation de l’espace « guidé » dans le discours des guides touristiques: spatialité et construction d’un savoir partagé. Arborescences, (3), 2013.
Via: https://doi.org/10.7202/1017372ar

Bernard Toulier, L'influence des guides touristiques dans la représentation et la construction de l'espace balnéaire (1850-1950).
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 239-258.

Philippe Trapier et Philippe Gloaguen, Une vie de Routard. Paris, Lattès, 1994.

N.K.F. Tsang, G.K.Y. Chan en K.K.F. Ho, A Holistic Approach to Understanding the Use of Travel Guidebooks: Pre-, During, and Post-Trip Behavior. In: Journal of Travel & Tourism Marketing 28:7, pp. 720-735, 2011.

Joanne Vajda, Paris en huit jours. À la découverte de la ville à travers les guides, les journaux pour touristes et les récits de voyage, 1855-1937. In: Sociétés & Représentations 2006/1 (n° 21), pages 255 à 273.
Via: https://www.cairn.info/revue-societes-et-representations-2006-1-page-255.htm

Ger Verhoeve, Met Leo Faust door Parijs (1915-1940).
Via: https://www.defranseverleiding.nl/Faust.html

Ger Verhoeve, Jan Brusse .... flanerend door het Franse leven (1921-1996).
Via: https://www.defranseverleiding.nl/janbrusse.html

Gerrit Verhoeven, Reisgidsen van Frankrijk in de XVIe en XVIIe eeuw. Antwerpen, Universiteit van Antwerpen, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Sectie Geschiedenis, onuitgegeven kandidaatsoefening, 2000.

Gerrit Verhoeven, "Het bysonderlijk dienstig Reys-boek, of wat er in vreemde landen aan-merkenswaardig, noodig en vermakelijk om te weeten is." In de Nederlanden gepubliceerde reisgidsen in de periode 1690 – 1740. Verhandeling aangeboden door Gerrit Verhoeven tot het behalen van de graad van licentiaat in de Geschiedenis, Leuven, 2002.

Gerrit Verhoeven, L'influence des guides imprimés aux Pay-Bas sur la construction et l'évolution de l'espace touristique européen (17e et 18e siècles). In: Revue belge de philologie et d'histoire / Société pour le progrès des études philologiques et historiques, 83, pp. 399-423, Bruxelles, 2005.

Gerrit Verhoeven, Ulysses tot Baedeker. Drie eeuwen reisadvies in zakformaat. In: Nottebohmkrant, 2020.
Via: https://www.academia.edu/44872255/Ulysses_tot_Baedeker_Drie_eeuwen_reisadvies_in_zakformaat?email_work_card=view-paper

Tangi Villerbu, Fabrication et usage du guide de voyage. In: Sociétés & Représentations, 2006/1, n° 21, pages 275 à 295.

----------

VAN DE GESCHIEDENIS VAN KEUKEN, ETEN EN TAFEL, VAN HERBERGEN, RESTAURANTS, HÔTELLERIE, VAKANTIEOORDEN, GUINGETTES EN CAFÉS:


***KEUKEN, ETEN EN TAFEL:

J. Alnalboldi, La table, dans la vie populaire en France du Moyen-Age à nos jours. Paris, 1965.

J. Alnalbordi, Les Français et la table. Paris, 1986.

Jean-Paul Aron, Le mangeur du 19e siècle. Les Belles Lettres , 2013.

Brillat-Savarin, Physiologie du goût (1826). Paris, Charpentier-Fasquelle, 1853.

David Downie, A Taste of Paris - A History of the Parisian Love Affair with Food. St Martin's Press, 2017.

Alain Drouard, Histoire des cuisiniers en France, XIXe-XXe siècle. Paris, L'Harmattan, 2004.

Alain Drouard, Les Français et la table: alimentation, cuisine, gastronomie du Moyen Age à nos jours. Paris, Ellipse, 2005.

Jean-Louis Flandrin et Jane Cobbi (dir.), Tables d'hier, tables d'ailleurs. Paris, Odile Jacob, 1999.

Jean-Louis Flandrin et Massimo Montanari (dir.), Histoire de l'alimentation. Paris, Fayard, 1996.

Patrice Génilet, 2000 Ans d'histoire gourmande. Paris, Perrin, 2008.

Catherine Golliau (Editorial) La Gastronomie française. Les textes fondateurs. Le Point Références, Décembre 2020 - Janvier 2021.

Z. Gourerier, Le banquet médiéval, XIVe-XVIe siècles. Les Français à table. Paris, 1985.

René Heron de Villefosse, Histoire et géographie gourmandes de Paris. Paris, Editions de Paris, 1956.

Jozien Jobse-Van Putten, Eenvoudig maar voedzaam. Cultuurgeschiedenis van de dagelijkse maaltijd in Nederland. Amsterdam, Boom uitgevers, 1995.

A. Lebault, La table et le repas à travers les siècles. Paris, s.d..

Cl. Marenco, Manières de table, manières de Moeurs, XVIIe-XXe siècle. Cachan, Editions de l'ENS Cachan, 1992.

Philippe Mordacq, Le menu. Une histoire illustrée de 1751 à nos jours. Paris, Laffont, 1989.

Pascal Ory, Le discours gastronomique français, des origines à nos jours. Paris, Gallimard, 1998.

Jean-Pierre Poulain et Edmond Neirinck, Histoire de la cuisine et des cuisiniers, techniques culinaires et pratique de table, en France, du Moyen-Age à nos jours. Paris, Editions LT Jacques Lanore, 2004.

Chase Purdy, Billion Dollar Burger. Inside Big Tech's Race for the Future of Food. Portfolio, 2020.

Jacqueline Queneau, Les Arts de la table. Us et coutumes du Moyen Age jusqu'à nos jours. Paris, Editions de La Martinière, 2011.

Patrick Rambourg, Histoire de la cuisine et de la gastronomie françaises. Paris, Perrin, 2010.

Edmond Richardin, La Cuisine française du XIVe au XXe siècle. L'art du bien manger, suivi de l'art de choisir les vins et de les servir à table, d'un chapitre spécial, orné de figures explicatives sur le découpage [... ]. Préface d'Andre Theuriet [... ] et contenant de curieuses préparations culinaires dues à des grands écrivains et des amateurs, les croquis gastronomiques de Fulbert-Dumonteil, les formules pratiques permettant de préparer chez soi les plats renommés des grands restaurants et des maîtres-cuisiniers, des recettes originales de vielles cuisine française formant ensemble plus de 2000 recettes. Paris, Editions A. M. T.., 1930.

S. G. Sender, Marcel Derrien,? ?La grande histoire de la pâtisserie-confiserie française. ?Genève, éd. Minerva, 2003.

Amy B. Trubek, Haute Cuisine. How the French Invented the Culinary Profession. Philadelphia, University of Pennsylvania Press, 2000.

Barbara Wheaton, Savoring the Past. The French Kitchen and Table from 1300 to 1789. Philidelphia, University of Philidelphia Press, 1983.

***HERBERGEN:

A. N. J. Fabius en Ed. van Biema, Reizen en pleisteren. Bijdragen tot de geschiedenis van het hôtel- en reiswezen. Amsterdam, N. J. Boon, 1895.

Gaetan Fouquet, Les auberges de la jeunesse: histoire - technique - doctrine. J. Susse, 1944.

Humbert de Galier, Auberges & Salons. Paris, Editions Calmann-Lévy, Collection "Les moeurs & la vie privée d'autrefois", 1912.

B.H.D. Hermesdorf, De herberg in de Nederlanden. Arnhem, Gysbers & Van Loon, 1977.

Tönnes Kleberg, Hôtels, restaurants et cabarets dans l'Antiquité romaine. Uppsala, 1957.

André Mahé, Un tour de France en auberges de jeunesse. Paris, Editions de Paris, 1953.

Alain Montandon (sous la dir.), Lieux d'hospitalité : hospices, hôpital, hostellerie, Clermont-Ferrand, Presses universitaires Blaise Pascal, coll. « Littératures », 2000.

Marie-Louise Pailleron, Les Auberges romantiques. Paris, Firmin Didot, 1929.

Jan H. E. Reeskamp, Reizen en pleisteren. Zaltbommel, Europese bibliotheek, 1965.

Michel Schlup, Auberges et cabarets d'autrefois (1500 - 1850). Haquterive, Gilles Attinger, 1988.

Henri Sée, Les auberges françaises à la fin de l'Ancien Régime, d'après Arthur Young. Revue d'Histoire Economique et Sociale, n° 4, p. 445 - 455, 1930.

J. R. W. Sinninghe, Oude pleisterplaatsen. Amsterdam, Actuele Onderwerpen, 1957.

***RESTAURANTS:

Pierre Andrieu, Histoire du restaurant en France. Montpellier, Édition La journée vinicole, 1955.

Antoine de Baecque et al., La France gastronome: Comment le restaurant est entré dans notre histoire. Paris, Payot, 2019.

R. Bodet, Toques blanches et habits noirs. L'hôtel et le restaurant autrefois et aujourd'hui. Paris, éd. Dorbon Aîné, 1939.

Christophe Boubal, Cafe de Flore, l'esprit d'un siecle. Lanore, 1960.

Philippe et Albert Chazal (sous la direction de), Le train bleu - Paris. Paris, Presse Lois Unis Service, 1991.

Sébastien Comparet, Le système McDonald's en France. Les fondements d'une culture d'entreprise. Paris, Editions L'Harmattan, 2008.

Jean Dimo, Chez Lipp. Paris, Denoël, 1981.

Thomas Dufresne et Georges Viaud, La Coupole - ABCdaire. Paris, Cherche Midi, 2007.

Michael Edwards, At the Brasserie Lipp. Carcanet Press Ltd., 2019.

François-Régis Gaudry, Mémoires du restaurant: Histoire illustrée d'une invention française. Aubanel, 2006.

Claude Guittard et Isabelle Courty-Siré, Lipp. La Brasserie. Paris, Ramsay, 2006.

Henri Hisquin, Léon-Paul Fargue, Raymond Laurent, Du côté de chez Lipp. Paris, Imprimerie Union,(pour les Amis de la Brasserie Lipp), 1963.

Arnaud Hofmarcher, Les Deux Magots. Chronique d'un café littéraire. Préface de Jean-Paul Caracalla. Paris. Le Cherche Midi, 1994.

Arnaud Hofmacher et Adrien Pontet, Les Deux Magots. L'esprit Rive Gauche hier et aujourd'hui. Paris, Cherche Midi, 2018.

Valérie Péronnet, Les Restaurants du cœur, 1985-2000, Michel Lafont, 2000.

Françoise Planiol, La Coupole: 60 ans de Montparnasse, Paris, Denöel, 1986.

William Sitwell, The Restaurant: A 2000-Year Story of Dining Out. Diversion Books, 2020.

Rebecca Spang, The Invention of the Restaurant – Paris & Modern Gastronomic Culture. Cambridge, Harvard University Press, 2000.

Claude? Terrail, La Tour d'Argent. Histoire et recettes du plus célèbre restaurant du monde. Paris, Jean-Claude Lattès, 1982.

Claude Terrail, Le roman de la Tour d'Argent. Paris, Le Cherche midi, 1997.

***HÔTELLERIE:

Marie d' Albarade, La belle histoire des palaces de Biarritz. Epoque 1. Atlantica, 2007.

Marie d' Albarade, La belle histoire des palaces de Biarritz. Epoque 2. Atlantica, 2010.

Pierre Andrieu, Histoire anecdotique des hôtels de France. Paris, Editions mondiales, 1956.

Jean-Yves Andrieux et Patrick Harismendy (dir.), Pension complète! Tourisme et hôtellerie (XVIIIe-XXe siècle). Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2016.

André Bercoff, La mémoire des palaces. Un tour du monde des hôtels mythiques. Paris, Fayard, 1991.

Pascal Boissel, Hôtel Meurice. Paris, SNEA, 1987.

Pascal Boissel, Grand-Hôtel, Café de la Paix. 150 ans de vie parisienne. Editions Italiques, 2004.

Jean-Philippe Bozek, Le bonheur d'entreprendre. De Novotel à Accor: une formidable aventure humaine. Ed Organisation, 2010.

Musée Carnavalet, Du palais au palace. Des Grands Hôtels de voyageurs à Paris au XIXe siècle. Paris, Musée Carnavalet - Art Books International, 1998.

Bertrand Costet, Palaces et hôtels de Biarritz: 1890-1850. Editions Pimientos, 2018.

Denis Courtiade (Avec Camille Sayart), Pour vous servir. Les secrets du meilleur maître d'hôtel du monde. Alisio, 2019.

Jacques Cousseau, Palaces et Grands Hôtels de Vichy: trois siècles de vie hôtelière dans la Reine des Villes d'Eaux. Editions des monts d'Auvergne, 2007.

Jacques Cousseau, Palaces et Grands Hôtels de Vichy: L'hôtellerie triomphante des XIXe et XXe siècles dans la Reine des Villes d'Eaux. Oliergues, Editions de La Montmarie, 2009.

C. Debourdeau, Les Etrangers à Paris dans les les hôtels et les chambres garnies au XVIIIe siècle. Mémoire de maîtrise, Université Paris I, 1994.

Catherine Donzel, Palaces et grands hôtels de légende. Editions du Chêne, 2010.

Louis Enault, Hôtel Ritz. Paris, Société de Publications d'art, 1899.

D. Erasme, Les Hôtelleries. Trad. Paris 1872 (1e éd. 1526).

Alain Faure et Claire Lévy-Vroelant, Une chambre en ville: hôtels meublés et garnis de Paris, 1860-1990. Paris, Créaphis, 2007.

Henri Fermin, Dinard – La Vie Balnéaire à travers ses Hôtels du Second Empire à nos jours. Dinard, Editions Association des Amis du Musée du Pays de Dinard, 1986.

Pierre Gouirand, 'Le palace', le concept de luxe en hôtellerie. Aix-en-Provence, Centre des hautes études touristiques, 1991.

E. Graillot, L'Economie des hôtels garnis parisiens au XVIIIe siècle.. Mémoire de maîtrise Paris I, 1994.

Alexis Gregory, Ritz Paris. Editions Assouline, 1999.

Clément Guillou, Boutiques-hôtels et « all inclusive »: les chaînes hôtelières se déportent vers le loisir. Convaincus que la reprise viendra du voyage d’agrément, les grands groupes accélèrent leur diversification en rachetant des marques plus créatives. In: Le Monde, le 24 février 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2021/02/24/boutiques-hotels-et-all-inclusive-les-chaines-hotelieres-se-deportent-vers-le-loisir_6071051_3234.html

Patrick Harismendy et Jean-Yves Andrieux, Pension complète! Tourisme et hôtellerie (XVIIIe-XXe siècles). 2016.

Pierre-André Hélène, Palaces de France. Vie et Mémoire de l'Extravagance. Vogele (6 novembre 2003.

Pascal Hoffer, Grands hôtels, Palaces, les bâtisseurs de rêve. Yens-sur-Morges, Cabétia, 2003.

Franka Holtmann (Préface, Directeur Général de l'Hôtel Le Meurice), Le génie français de l'art de vivre. Le Meurice. One of the Dorchester Collection, 2008.

Edmond Jabès, Le Livre de l'hospitalité, Paris, Gallimard, 1991.

Kenneth James, Auguste Escoffier & César Ritz, les rois de l'hôtellerie moderne. Périgueux, Pilote 24 édition, 2008.

Pierre Jammet, Le Bristol. un palace dans son siècle. Paris, Éditions Hoëbeke, 1998.

Lionel Klein, Les enjeux du digital dans l'hôtellerie de luxe. Éditions universitaires européennes, 2018.

Sophie Kosinski, Eric Micheletti, Grands hôtels du bord de mer. Histoire & Collections, 1996.

S. Kraxner, La vie dans les hôtels garnis de Paris, 1789-1830. Mémoire de maîtrise, Université Paris I, 1995.

Jean-Christophe Lefevre, Histoire de l'hôtellerie. Une approche économique. Paris, Editions Publibook, 2011.

Jean-Marc Lesur, Les Hôtels de Paris: de l'auberge au palace, XIXe et XXe siècles. Neuchâtel, Editions Alphil, 2005.

Emile Litschgy, La vie des palaces. Hôtels de séjour d'autrefois. Spéracèdes, TAC Motifs Editions, 1997.

Livres Groupe (Sous la direction de), Hotelier: Cesar Ritz, Famille Mengelle, Henri Negresco, Charles Ritz, Jean-Robert Laloy, Conrad Hilton, Anna Sacher, Edouard Sacher, Lorenz Adlon. Books LLC, 2010.

Virginie Luc, Impossible n'est pas français. L'histoire inconnue d'Accor, leader mondial de l'hôtellerie. Paris, Albin Michel, 1998.

Patrice de Moncan, Les Belles Heures du Claridge av. des Champs-Elysées - Paris. Paris, Éditions du Mécène, 1995.

Pascal Payen-Appenzeller, Hôtel Plaza Athénée Paris. Paris, Assouline, 2004.

Gabriele Pinna, Travailler dans l'hôtellerie de luxe. Une enquête ethnographique à Paris. Paris, Editions L'Harmattan, 2018.

Marie-Louise Ritz, César Ritz, Host to the World. New York, Lippincott, 1938.

Marie-Louise Ritz, César Ritz. Paris, Éditions Tallandier, 1948.

Claude Roulet, Ritz: Une histoire plus belle que la légende. Paris, Quai Voltaire, 1998.

Claude Roulet, Tout sur le Ritz! La Table Ronde, 2017.

Alexandre Tessier, Le Grand Hôtel: L’invention du luxe hôtelier 1862 – 1972. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2012.

Paul-Robert Thomas, Gérard Pélisson et Paul Dubrule. L'harmonie du groupe Accor. Editions Transversales, 2008.

Joanne Vajda, La saga des grands hôtels parisiens. Des caravansérails américains aux palaces. In: Archicréé, n° 323, janvier 2006, p. 32-39.

Dominique Villate, L'Equipement hôtelier parisien au milieu du XVIIIe siècle. Thèse de doctorat d'histoire, 1993.

D. Watkin, V. Bouvet et al., Palaces et grands hôtels d'Europe. Paris, Flammarion et New York, The Vendome Press, 1984.

Stephen Watts, Le Ritz - La vie intime du plus prestigieux hôtel du monde. Paris, Éd. de Trevise, 1968.

*** VAKANTIEOORDEN:

Francis Arnould, Les Coulisses du Club Med. Témoignages de vies de GO et de GM. Edilivre, 2013.

Alain Faujas, Trigano: L'aventure du Club Méd. Paris, Flammarion, 1994.

Jean-Jacques Manceau, Le Club Med. Réinventer la machine à rêves. Paris, Perrin, 2010.

Alma Smoluch, L'Aventure des VVF. Villages Vacances Familles, 1959-1989. Editions du Patrimoine, 2017.

Serge Trigano, Trigano loves you. Du Club Med au Mama Shelter - La saga de la famille Trigano. Paris, Albin Michel, 2020.

*** GUINGETTES ET CAFÉS:

Laurianne Barbier, Les guinguettes des bords de Marne et l'imaginaire (De Joinville-le-Pont à Chelles ). Emergence d'un loisir de masse à la Belle Epoque. 1996-97.
Via: http://www.barbier-rd.nom.fr/BarbierLLesGuinguettes.html

Francis Bauby, Sophie Orivel, Martin Penet, Mémoire de guingettes. Paris, Editions France Loisirs, 2003.

J.-C. Bologne, Histoires des cafés et des cafétiers. Paris, Larousse, 1993.

François Caradec, Alain Weill, Le Café-concert (1848-1914). Paris, Fayard 2007.

Conçetta Condemi, Les Cafés-concerts: histoire d'un divertissement. Paris, Quai Voltaire, 1992.

Christophe Delphine et Georgina Letourmy (dir.), Paris et ses cafés. Paris, Délégations à l'action artistique de la ville de Paris, 2004.

F. Gasnault, Guinguettes et lorettes. Bals publics et danse sociale à Paris au XIXe siècle. Paris, Aubier, 1986.

W. Scott Haine, The World of the Paris Café: Sociability among the French Working Class, 1789 - 1914. Baltimore & London, 1996.

Ulla Heise, Histoire du café et des cafés les plus célèbres. Paris, éd. Belfond, 1988.

Gérard-Georges Lemaire, Les cafés littéraires. Paris, Le Différence, coll. « Hors Collection », 2016.

Auguste Lepage, Les cafés politiques et littéraires de Paris. Le Procope - La Renaissance - Madrid - Suède - Le Rat-Mort - Buci - Frontin - Brasserie Saint-Séverin - Foy - Le Coup du Milieu, etc.. Paris, E. Dentu, 1874.

Auguste Lepage, Les Cafés artistiques et littéraires de Paris. Paris, Martin Boursin, 1882.

Gérard Lettailleur, Histoire insolite des cafés parisiens. Paris, Perrin, 2011.

Henry Melchior de Langle, Le petit monde des cafés et débits parisiens au XIXé siècle. Paris, Presses Universitaires de France, 1990.

Jean Moura et Paul Louvet, Le café Procope. Paris, Perrin, 1929.

André Raymond, Louis Pierrein, et al., Le café en Méditerranée: Histoire, anthropologie, économie. XVIIIe-XXe siècle. Paris, Cléo (Centre pour l'édition électronique ouverte), 2013.

Georges de Wissant, ?Cafés & Cabarets Le Paris d’autrefois. Paris, ?Jules Tallandier, 1928.

***NOG WAT 'DIVERSEN' HORECA AANGAANDE:

Jean-Daniel Blavignac, Histoire des enseignes d'hotelleries, d'auberges et des cabarets. Genève, Grosset & Trembley, 1878.

R. Bodet, Toques blanches et habits noirs. L'hôtel et le restaurant autrefois et aujourd'hui. Paris, Éd. Dorbon Aîné, 1939.

Charles Casals et Victor Moussion, La glace naturelle et son commerce à Marseille sous l'Ancien Régime: Chronique de la glace. La Bouilladisse, Association Découverte Sainte-Baume, 1994.

Jules Michel Chartier, L’évolution de l’Hôtellerie sur la route des vacances nationale 6 et 7: L’Hostellerie des Compagnons de Jéhu 4 **** luxe Premier hôtel relais de France P.L.M La fin d’une époque sur la nationale 6. Publication indépendante, 2018.

Alfred Delvau, Histoire anecdotique des cafés & cabarets de Paris. Paris, E. Dentu, Librairie de la Société des gens de lettres, 1862.

Edouard Fournier, Histoire des hôtelleries, cabarets, hôtels garnis, restaurants et cafés, (Éd. 1859). Paris, Hachette Livre / BnF.

W.C. Frebaugh, The Inns of Greece and Rome and a History of Hospitality from the Dawn of Time to the Middle Ages. Chicago, F.M. Morris, 1923.

Michèle Gaillard, L’accueil des laïcs dans les monastères (Ve-IXe siècle), d’après les règles monastiques. BUCEMA, Bulletin du centre d'études médiévales d'Auxerre, Hors-série n° 8, 2015 : Au seuil du cloître: la présence des laïcs (hôtelleries, bâtiments d’accueil, activités artisanales et de services) entre le Ve et le XIIe siècle. 2015.

Jean Martin, Glacières françaises: Histoire de la glace naturelle. Paris, Editions Errance, 1997.

Jean Martin, Glace naturelle et glacières (Patrimoine). Gutenberg, Chez l'auteur, 2000.
Via: http://glacieres-anciennes.wifeo.com/

Francisque Michel, Histoires Des Hôtelleries, Cabarets, Hôtels Garnis, Restaurants Et Cafés, Et Des Anciennes Communeautés et Confréreries D'Hôteliers, De Marchands De Vin, De Restaurateurs, De Limonadiers, .... , Premier Livre et Tome Second, 1851. Paris, Hachette Livre / BnF, z.j..

----------

FOTOGRAFIE VAN TOEN EN VROEGER: TOCH WEER EEN VLEUGJE NOSTALGIE:


Martine d'Astier, Jacques Henri Lartigue, Une vie sans ombre. Paris, Découvertes Gallimard, 2009.

Martine d' Astier, Jacques Henri Lartigue. Paris, Découvertes Gallimard, 2009.

Sylvie Aubenas, Gustave Le Gray. Paris, Phaidon, 2003.

Quentin Bajac, Robert Doisneau: Pêcheur d'images. Paris, Découvertes Gallimard, 2012.

Laure Beaumont-Maillet (Présentation de), Atget Paris. Paris, Hazan, 2000.

François Besse et Mathilde Kressmann (éd.), Visages du Paris 1900. 100 photos de légende. Paris, Parigramme, 2014.

Laure Beaumont-Maillet (Presentation), Atget Paris. Paris, Hazan, 2000.

Mary Blume, La Côte d'Azur de Jacques-Henri Lartigue. Paris, Flammarion, 1998.

Edouard Boubat, Edouard Boubat photographies 1950 1987. Editions du Désastre, 1987.

Edouard Boubat, Le Paris de Boubat. Paris, Musée Carnavalet - Paris Musées, 1990.

Edouard Boubat, Mediterranée. Filigranes Editions, 2015.

Nicolas Breach (Potographs by / Introduction and text by Richard Cobb) The Streets of Paris. New York, Pantheon Books, 1980.

Clément Chéroux, Henri Cartier-Bresson: Le tir photographique. Paris, Paris, Découvertes Gallimard, 2008.

Yvan Christ, Les Métamorphoses de Paris. Cent paysages parisiens photographiés autrefois par Atget, Bayard, Bisson, Daguerre, etc. Et aujourd'hui par Janine Guillot et Charles Ciccione. Paris, Editions André Balland, 1969.

Yvan Christ, Les métamorphoses de la banlieue parisienne. Paris, Editions André Balland, 1969.

Yvan Christ, les Métamorphoses de la Côte d'Azur. Paris, Balland, 1971.

Yvan Christ, Les Nouvelles métamorphoses de Paris. Paris, Editions André Balland, 1976.

Yvan Christ et al., 150 ans de photographie française. Photo-revue Editions, 1979.

Raphael Dupouy et Dany Lartigue, La Riviera de Jacques Henri Lartigue. Reseau Lalan, 2007.

Jean Gilletta, Littoral de la Côte d'Azur. Vues anciennes. Nice, Editions Gilletta, 2016.

Karen Hellman, Real Ideal. Photography in Mid-Nineteenth-Century France. Los Angeles, Getty Publications, 2014.

Sarah Kennel, Charles Marville: Photographer of Paris. Washington, DC, National Gallery uf Art, 2013.

André Kertész, Lectures. Paris, Chêne, 1971.

André Kertész (Text: Carole Kismaric). Millerton NY, Aperture, 1977.

André Kertész, Aperture. Aperture Inc./Paris, Robert Delpire, Editeur, 1977.

Patrice de Moncan, Paris Avant-Après Haussmann. Rive Gauche. Photographies anciennes Charles Marville. Photographies contemporaines Studio Traktir. Paris, Les Editions Mécènes, 2012.

Patrice de Moncan, Paris Avant-Après Haussmann. Rive Droite. Photographies anciennes Charles Marville. Photographies contemporaines Studio Traktir. Paris, Les Editions Mécènes, 2012.

Brigitte Ollier, Robert Doisneau. Paris , Hazan, 2013.

Leonard Pitt, Paris un voyage dans le temps: Images d'une ville disparue. Paris, Parigramme, 2008.

Christoph B. Rüger (Vorwort von), Eugène Atget (1857-1927) Das alte Paris. Rheinland-Verlag GmbH, Köln, 1978.

Stéphanie de Saint-Marc, Nadar. Paris, Gallimard, « NRF Biographies », 2010.

Bernard Toulier, Jacques Henri Lartigue, un dandy à la plage. Dominique Carré, Collection Hors collection, 2016.

Rob Verbeek, Carl Lücker e.a., Traces & Tracés. Sporen van verdwijnend Frans cultureel erfgoed. Leeuwarden, Uitgeverij Wijdemeer, 2016.

----------

OVER VERDRIET EN NOSTALGIE, HEIMWEE OOK EN AUTHENCITEIT EN TOPOLATRIE:


Radoslav Baltezarevic, Piotr Kwiatek, Nostalgie Marketing. Un nouveau sens des expériences du passé. Editions Notre Savoir, 2020.

André Bolzinger, Histoire de la nostalgie. Paris, Editions Campagne première, 2007.

Alastair Bonnett, The geography of nostalgia. Global and local perspectives on modernity and loss. New York, Routledge, 2017.

Svetlana Boym, The Future of Nostalgia. New York, Basic Books, 2001.

Barbara Cassin, La Nostalgie. Quand est-on chez soi? Paris, Editions Autrement, 2013.

Christina M. Ceisel, Globalized Nostalgia. Nostalgia, Tourism, Heritage, and the Politics of Place. Abingdon-on-Thames, Routledge, 2018.

Annick Cojean, Avec la fermeture de Gibert Jeune, c’est un peu du Quartier latin de Paris qui s’éteint. In: Le Monde, 15/02/2012.
Via: https://www.lemonde.fr/culture/article/2021/02/24/a-paris-la-fermeture-de-la-librairie-gibert-jeune-tourne-la-page-de-la-place-du-savoir_6070982_3246.html

Arthur Conte, Nostalgies françaises. Paris, Librairie Plon, 1993.

G. Dann, Tourism: The nostalgia industry of the future. In: W. Theobald (Ed.), Global tourism: The next decade. Oxford, Butterworth Heinemann, 1994.

Hugh Dauncey & Chris Tinker (eds.), Media, Memory and Nostalgia in Contemporary France: Between Commemoration, Memorialisation, Reflection and Restoration. Introduction. In: Modern & Contemporary France, Volume 23, 2015 - Issue 2: Special Issue: Media, Memory and Nostalgia in Contemporary France.
Via: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/09639489.2015.1030127

Emmanuelle Fantin, Sébastien Fevry, Katharina Niemeyer (Dir.), Nostalgies contemporaines. Médias, cultures et technologies. Presses Universitaires Septentrion, 2021.

Peter Fritsche, Stranded in the Present. Modern Time and the Melancholy of History. Cambridge, MA, 2004.

John Frow, Tourism and the Semiotics of Nostalgia. In: JSTOR, Vol. 57, pp. 123-151. The MIT Press, Summer 1991.

Jean-Pierre Le Goff, La France d'hier. Récit d'un monde adolescent, des années 1950 à Mai 68. Paris, Flammarion, 2019.

C. Goulding, The commodification of the past, postmodern pastiche, and the search for authentic experiences at contemporary heritage attractions. In: European Journal of Marketing, 34 (7), 835-853, 2000.

Kim Hyounggon, Research Note: Nostalgia and Tourism. In: Tourism Analysis, Volume 10, Number 1, pp. 85-88(4). Cognizant Communication Corporation, 2005.
Via: https://doi.org/10.3727/1083542054547912

Vladimir Jankélévitch, L'irréversible et la nostalgie. Paris, Flammarion, 2011.

Obert Kindopp, Virtuelle Welten im Tourismus. Kein Platz mehr für Authentizität? Grin Publishing, 2015.

Britta Timm Knudsen and Anne Marit Waade (Editors, Re-Investing Authenticity: Tourism, Place and Emotions. Channel View Publications, 2010.

Kelly A. McClinchey, "Going Forward by Looking Back: Memory, Nostalgia and Meaning-Making in Marketing for a Sense of Place". In: Travel and Tourism Research Association: Advancing Tourism Research Globally. 23. Amherst, University of Massachusetts / Wilfrid Laurier University,2016.
Via: https://scholarworks.umass.edu/ttra/2012/Oral/23

Karl Markus Michel, Die Magie des Ortes. Über den Wunsch nach authentischen Gedenkstätten und die Liebe zu Ruinen. 11. September 1987, 8:00 Uhr Aktualisiert am 21. November 2012, 21:06 Uhr, Zeit Online.


Via: https://www.zeit.de/1987/38/die-magie-des-ortes

Jules Seeberger, La France 1900 vue par les frères Seeberger. Paris, Belfond, 1979.

J.P. Taylor, Authenticity and Sincerity in Tourism. 2000.

----------

VOORLOPERS: UITVINDERS EN VINDINGEN OP HET GEBIED VAN MATEN, ENERGIE, VERLICHTING EN OOK HET TOERISME:


*** VOORLOPERS EN VINDINGEN, TOEN EN NU:

Albert Abramson, Zworykin, Pioneer of Television, University of Illinois Press, 1995,

Hugh Aldersey-Williams, Dutch Light. Christiaan Huygens and the Making of Science in Europe. Picador, 2020.

Jean-Yves Andrieux et Patrick Harismendy (dir.), Initiateurs et entrepreneurs culturels du tourisme (1850-1950). Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2011.

Frank P. Bachman, Great Inventors and their Inventions. Living Book Press, 2019.

Neil Baldwin, Edison: Inventing the Century. New York, 1995.

Françoise Balibar, Marie Curie: Femme savante ou Sainte Vierge de la science? Paris, Découvertes Gallimard, 2006.

Amedée de Bast, Merveilles du génie de l'homme. Découvertes, inventions. Récits historiques, amusants et instructifs sur l'origine et l'état actuel des découvertes et inventions les plus célébres. Ouvrage illustré de magnifiques dessins par A. Beaucé, J. David, C. Nanteuil, etc.. Paris, Paul Boizard, s. d. (vers 1855).

K.G. Beauchamp, Exhibiting Electricity. The Institute of Engineering and Technology, 1997.

Christopher Beauchamps, Invented by Law. Alexander Graham Bell and the Patent that Changed America. Camnridge, MA, Harvard University Press, 2015.

Michael B. Becraft, Bill Gates. A Biography. Greenwood Publishing Group Inc., 2014.

Alain Beltran, Pascal Griset, Histoire d'un pionnier de l'informatique. 40 ans de recherche à l'Inria. Paris, EDP Sciences, 2007.

Caleb Bennett, Elon Musk: Biography of a Genius Entrepreneur. Independently published, 2020.

Leslie Berlin, The Man Behind the Microchip. Robert Noyce and the Invention of Silicon Valley. Oxford University Press USA, 2006.

Leslie Berlin, Troublemakers. Silicon Valley's Coming of Age. Simon & Schuster, 2018.

Maurice-Edouard Berthon, Emile et Isaac Pereire. La Passion d'Entreprendre. Publication Uni, 2007.

Sylvain Bersinger (Préface de Philippe Bloch), Les entrepreneurs de légende. Thomas Edison, Henry Ford, Steve Jobs ...partis de rien, ils ont changé le monde. Enrick B. Editions, 2020.

Sylvain Bersinger, Ces entrepreneurs français qui ont conquis le monde. Gaumont, Parhé, Citroën, L'Oréal, Renault, Louis Vuttton, Christian Dior .... Enrick B. Editions, 2020

Sylvain Bersinger (Préface de Nicolas Bouzou), Les entrepreneurs de légende. Tome 2, Huawei, Nike, Lego, Virgin, Microsoft, Mercedes-Benz... partis de rien, ils ont changé le monde. Enrick B. Editions, 2021.

Laurence Bich, Le baron Bich. Un homme de pointe. Paris, Librairie Académique Perrin, 2001.

Christian Biet, Jean-Paul Brighelli, Jean-Luc Rispail, Alexandre Dumas ou les Aventures d'un romancier. Paris, Découvertes Gallimard, 1986.

Christian Biet, Jean-Paul Brighelli, Jean-Luc Rispail, André Malraux. La création d'un destin. Paris, Découvertes Gallimard, 1996.

Denis Blanchard-Dignac, Viollet-le-Duc (1814-1879). La passion de l'architecture. Rennes, Sud Ouest, 2014.

Daniel J. Boorstin, The Discoverers. A History of Man's Search to Know his World and Himself (1983). New York, Vintage Books, 1985.

Daniel J. Boorstin, The Creators. A History of Heroes of the Imagination (1992). New York, Vintage Books, 1993.

Daniel J. Boorstin, The Seekers. The Story of Man's Continuing Quest to Understand His World (1998). New York, Vintage Books, 1999.

Dominique Le Brun, Vauban, l'inventeur de la France moderne. Paris, Vuibert, 2016.

Robert Buderi, The Invention That Changed the World: How a Small Group of Radar Pioneers Won the Second World War and Launched a Technological Revolution. New York, Simon and Schuster, 1996.

Chantal Cabé (Rédactrice en chef-adjointe "La Vie" hors-séries), Michel Lefebvre (Rélecture Le Monde), L'Histoire des Inventions. Jusqu'où irons-nous? De la pierre taillée à l'homme augmenté. 2500 millénaires de géie. Le Monde / La Vie, Hors-Série, 2015.

Chantal Cabé (Rédactrice en chef de "La Vie"), Michel Lefebvre ("Le Monde", responsable des hors-série), L'Histoire des Révolutions. De l'âge de pierre à l'ère numérique. Paris, Le Monde / La Vie, Hors-Serie, 2018.

Louis Callebat, Pierre de Coubertin. Paris, Fayard, 1988.

Emmanuel Chadeau, L'économie du risque, les entrepreneurs 1850-1980. Paris, Olivier Orban, 1988.

Jean-Luc Chappey, La Révolution des sciences. 1789 ou le sacre des savants. Paris, Vuibert, 2020.

Paul Charbon, La machine parlante. Ils ont inventé... L’apparition du phonographe, à la fin de 1877 et son histoire. ?Jean-Pierre Gyss, 1981.

Nathalie Coilly, Philippe Régnier (dir.), Le Siècle des Saint-Simoniens: du nouveau christianisme au Canal de Suez, BNF, novembre 2006.

Katy Cook, The Psychology of Silicon Valley. Ethical Threats and Emotional Unintelligence in the Tech Industry. Palgrave Macmillan, 2020.

Philippe de la Cotardière et al., Jules Verne: De la science à l'imaginaire. Paris, 2004.

Emory Christer (Ed.), Marcel Bich. Ballpoint pen, Société Bic, Fountain pen, Lazlo Biro. Junct, 2011.

Charles Cros (Recueillis et présentés par Pierre E. Richard), Inédits & Documents. Atelier du Gué & Editions Jacques Brémond, 1092

Georges Dary, A travers l'électricité, Qu'est-ce que l'électricité, L'éléctricité atmosphérique, Télégraphie, Téléphonie, Eclairage électrique, Traction électrique, Galvanoplastie, Navigation électrique, Phonographe, Horlogerie électrique, Médecine et chirurgie, etc.. Paris, Nony & Cie., 1903.

Richard Davenport-Hines, Universal Man. The Lives of John Maynard Keynes. New York, Basic Books, 2015.

Martin Davis, Engines of Logic: Mathematicians and the Origins of the Computer. Norton, 2000.

Jean-Paul Dekiss, Jules Verne: Le Rêve du progrès. Paris, Découvertes Gallimard, 1991.

Hubert Delobette, Ces français qui ont révolutionné le monde. Villeveyrac, Le Papillon Rouge Editeur, 2015.

Malcolm Dick & Caroline Archer-Parre (Edited by), James Watt (1736-1819): Culture, Innovation, and Enlightenment. Liverpool, Liverpool University Press, 2020.

Chrislain de Diesbach, Ferdinand de Lesseps, Paris, Perrin, 1998.

Monique Donnil du Fresnel, Pierre-Paul Riquet (1609 - 1680). L'incroyble aventure du Canal des Deux-Mers. Editions du Sud Ouest, 2012.

Alain Dupas, Jean-Christophe Messina, Cyril de Sousa Cardoso, Innover comme Elon Musk, Jeff Bezos et Steve Jobs. Paris, Odile Jacob, 2019.

Baron Ernouf, Les inventeurs du Gaz et de la photographie: Lebon d'Humbersin, Nicéphore Niepce, Daguerre. Paris, 1877.

David Edgerton, The Shock Of The Old. Technology and Global History since 1900. Profile Books Ltd., 2008, updated 2019.

Tim Fernholz, Rocket Billionaires. Elon Musk, Jeff Bezos, and the New Space Race. Houghton Mifflin Harcourt, 2018.

Louis Figuier, Histoire des principales découvertes scientifiques modernes (5 vol.). Bruxelles, Delevigne et Callewaert, 1851-1857.

Louis Figuier, Exposition et histoire des principales découvertes scientifiques modernes (3 vol.). Paris, Langlois et Leclercq, 1855.

Louis Figuier, Les Applications nouvelles de la science à l'industrie et aux arts en 1855. Machine à vapeur, bateaux à vapeur, locomotives, locomobiles, moteurs électriques, horloges électriques, tissage électrique, l'électricité et les chemins de fer, inflammation des mines, photographie, gravure photographique, galvanoplastie, lampes, bougies stéariques, éclairage électrique, chauffage par le gaz, conservation des viandes et des légumes, aluminium. 1856.

Louis Figuier, Histoire du merveilleux dans les temps modernes (4 vol.). 1859-1862.

Louis Figuier, Les Grandes Inventions anciennes et modernes, dans les sciences, l'industrie et les arts. Paris, L. Hachette et Cie, 1865.

Louis Figuier, Les merveilles de la science ou description populaire des inventions modernes. (6 vol.) Paris, Furne, Jouvet et Cie, Editeurs, 1867-1869.

- Tome I: Machine à vapeur, Bateaux à vapeur, Locomotive et chemins de Fer, Locomobiles, Machine électrique, Paratonnerres, Pile de Volta, Electro-Magnétisme.

- Tome II: Télégraphie aérienne, électrique et sous-marine, Cable transatlantique, Galvanosplatie, Dorure et argenture électro-chimiques, Aérostats, Ethérisation.

- Tome III: Photographie, Stéréoscope, Poudres de guerre, Artillerie ancienne et moderne, Armes à feu portatives, Bâtiments cuirassés, Draînage, Pisciculture.

- Tome IV: Eclairage, Chauffage, Ventilation, Phares, Puits artésiens, Cloche à plongeur, Moteurs à gaz, Aluminium, Planète Neptune.

Louis Figuier, Les Merveilles de l'industrie ou description des principales industries modernes (4 vol.). 1873-1876.

- Volume 1: Machine à vapeur, bateaux à vapeur, locomotive et chemins de fer, locomobiles, machine électrique, paratonnerres, pile de Volta, électro-magnétisme.
Via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k24674j.pdf

- Volume 2: Le sucre - Le papier - Les papiers peints - Les cuirs et les peaux - Le caoutchouc et la gutta percila - La teinture.
Via: https://iris.univ-lille.fr/pdfpreview/bitstream/handle/1908/2504/SL156-2.pdf?sequence=31

- Volume 3: L'eau - Les boissons gazeuses - Le blanchiment et blanchissage - Le phosphore et les allumettes chimiques - Le froid artficiel - L'Asphalt et le bitume.
Via: https://iris.univ-lille.fr/pdfpreview/bitstream/handle/1908/2505/SL156-3.pdf?sequence=3

- Volume 4: Industries agricoles et alimentaires; Pain et farines - Fécules et pates alimentaires - Lait, beurre et fromage - Vin - Cidre - Bière - Alcool et distillation - Vinaigre - Huiles - Conserves alimentaires - Café et thé.

Louis Figuier, Les Grandes Inventions modernes dans les sciences, l'industrie et les arts. Paris, L. Hachette et Cie, 1880.

Louis Figuier, Les merveilles de la science ou description populaire des inventions modernes. Eclairage - Chauffage - Ventilation - Phares - Puits artésiens - Cloche à plongeur - Moteur à gaz - Aluminium - Planète neptune. Paris, Furne, Jouvet et Cie, sd..

Louis Figuier, L'Art de l'éclairage. Paris, Furne Juvet et Cie, 1882.

Louis Figuier, Le Téléphone, son histoire, sa description, ses usages. 1885.

Louis Figuier, Les merveilles de l'idustrie, t. IV, L'industrie de l'eau'. Paris, 1875.

Adam Fisher, Valley of Genius. The Uncensored History of Silicon Valley (As Told by the Hackers, Founders, and Freaks Who Made It Boom). Twelve, Illustrated edition, 2018.

Edouard ?Fournier, ?Le Vieux-Neuf. Histoire ancienne des inventions et découvertes modernes. Deux volumes. Paris, Dentu, 1859.

E. Franquinet, Jules Verne. Zijn persoon en zijn werk. Eindhoven, N.V. Uitgeversmaatschappij de Pelgrim, 1942.

Patrick Fridenson et Pascal Griset (Sous la direction scientifique de), Entreprises de hautes technologies. État et souveraineté depuis 1945. Commité pour l'Histoire Economique et Fiancière de la France, 2013.

Gautier, L'oeuvre de Claude Chappe, créateur de l'administration française des télégraphes et inventeur. (1893). Paris, Hachette Livre BNF, 2016.

Max Geitel, Die Geschichte der Dampfmaschine bis James Watt. Outlook Verlag, 2020.

Eric Gérard, Leçons sur l'électricité. 1: Théorie de l'électricité et du magnétisme; Electrométrie; Théorie et construction des générateurs électriques. 2: Transformateurs; Canalisation et distribution de l'Ènergie électrique; Applications de l'électricitÈ à la télégraphie, à la téléphonie, à l'éclairage, à la production età la transmission de la puissance motrice, à la traction, à la métallurgie et la chimie industrielle. Paris, Gauthier-Villars, 2 volumes, 1905.

B. Gille, Histoire des techniques: techniques et civilisation, technique et sciences. Paris, Gallimard, 1978.

Le Guide du Minitel, Le mode d'emploi - Les 4000 service - 200 matériels connectables. Minitel Magazine N°2, octobre 1987.

E. Guillot, Jean-Baptiste Godin et le Familistère de Guise. Bruxelles, Archives d'architecture moderne, 1976.

Katie Hafner, Where Wizards Stay Up Late. The Origins Of The Internet. Simon & Schuster, 1998.

Stefan Helmreich, Silicon Second Nature: Culturing Artificial Life in a Digital World. Berkeley, University of California Press, 2000.

Marc Hersant, Saint-Simon. Paris, Gallimard, 2016.

Andrew Hodges, Alan Turing: The Enigma. London, Vintage Books, 1983.

Edouard Hospitalier, La physique moderne. Les principales applications de l'électricité. Les sources d'électricité, l'éclairage électrique, téléphone, microphone et photophone, la télégraphie moderne, la transmission de la force à distance. Paris, G. Masson, 1881.

Edouar Hospitalier, Les principales applications de l'électricité. Les sources d'électricité, L'éclairage électrique, Télephone, microphone et photophone, Les moteurs électriques, La transmission de la force à distance, La distribution de l'électricité. Troisième édition entièrement refondue avec 142 figures dans le texte et 4 planches hors texte. Paris, Masson, 1884.

Eugène Huzar, La fin du monde par la science. 1855.

Eugène Huzar, L'Arbre de la science. Paris, Dentu, 1857.

Walter Isaacson, Steve Jobs, de biografie. Houten, Spectrum, 2011.

Walter Isaacson, The Innovators: How a Group of Hackers, Geniuses, and Geeks Created the Digital Revolution. New York, Simon & Schuster, 2014.
Walter Isaacson, Les Innovateurs. Comment un groupe de génies, hackers et geeks a fait la révolution numérique. Paris, JC Lattès, 2015.

Emily James, Henry Ford. Capstone Press, 2017.

Xavier de Jarcy, Le Corbusier, un fascisme français. Paris, Albin Michel, 2015.

Matthew Josephson, Edison - A Biography. Wiley, 1992.

Jacques Jublin, Jean-Michel Quatrepoint, French ordinateurs de l'affaire Bull à l'assassinat du Plan Calcul. Alain Moreau, 1976.

Martin Kennedy (Ed.), Understanding Silicon Valley: The Anatomy of an Entrepreneurial Region. Stanford CA, Stanford University Press, 2000.

Etienne Klein (éditeur), L'Histoire des Inventions. Jusqu'où irons-nous? De la pierre taillée à l'homme augmenté. 2500 millénaires de génie. Le Monde - La Vie, hors-série, 2015.

Henri Kubnick, Les Frères Luminière. Plon, 1938.

Vivek Kumar, A biographie of Elon Musk. Format Kindle, 2020.

Vivek Kumar, Visionary lessons from Elon Mmusk. Format Kindle, 2020.

David Lagercrantz, Indécence manifeste (Roman traduit du suédois par Rémi Cassaigne), Actes Sud, 2016.

Michel Lallement, Le Travail de l'utopie: Godin et le Familistère de Guise. Paris, Editions Les Belles Lettres, 2009.

David Saul Landes, The Unbound Prometheus: Technical Change and Industrial Development in Western Europe from 1750 to the Present. Cambridge, New York, Cambridge University Press, 2003.

David Leavitt, The Man Who Knew Too Much. Alan Turing and the Invention of the Computer. London, Phoenix, 2007.

Chantal Lebrument, Fabien Soyez (Préface de Korben), Louis Pouzin - l'un des Pères de l'Internet. Economica, 2018.
Chantal Lebrument, Fabien Soyez, The Inventions of Louis Pouzin. One of the Fathers of the Internet. Springer, 2020.

Damien Leloup, La France aurait-elle vraiment pu inventer Internet? In: Le Monde, mercredi 31 mars, 2O21.
Via: https://www.lemonde.fr/sciences/article/2021/03/29/la-france-aurait-elle-vraiment-pu-inventer-internet_6074880_1650684.html

Alex de Lesseps, Moi, Ferdinand de Lesseps. Paris, Olivier Orban, 1986.

Julien Mailland, Kevin Driscoll, Minitel: Welcome to the Internet. Cambridge Massachuts, MIT Press, 2017.

Michel Marchand, The Minitel Saga: A French Success Story. Larousse, Paris 1988.

John Marlow, The Making of the Suez Canal. London, Cresset Press, 1964.

Bernard Marrey, La vie & l'oeuvre extraordinaires de monsieur Gustave Eiffel, ingénieur qui construisit la statue de la liberté, le viaduc de Garabit, l'observatoire de Nice, la gare de Budapest, les écluses de Panama, la tour Eiffel, etc.. Graphite, 1984.

Jacques Marseille, Lucien Nortier, Les grandes inventions. Paris, Hachette, 1991.

Georges Mérillon, Charles Cros. Vie & oeuvre. Saint-Benoît-du-Sault, Ateliers/Editions Tarabuste, 2014.

Guénolée Milleret, Haute couture. Histoire de l'industrie de la création française - Des précurseurs à nos jours. Eyrolles, 2015.

Roland Moreno, Carte à puce. L'histoire secrète. Paris, L'Archipel, 2002

Jacques Mousseau, Le Siècle de Paul-Louis Weiller 1893-1993. As de la Grande Guerre - Pionnier de l'industrie aéronautique - Précurseur d'Air France - Financier international - Mécène des Arts. Paris, Stock, 1998.

Börn W. Mundt, Thomas Cook. Pionier des Tourismus. UVK Verlagsgesellschaft, 2014.

Pierre Musso, La Religion du monde industriel. Analyse de la pensée de Saint-Simon. Editions de l’Aube, 2006.

J.T. Owens, Elon Musk: The Unauthorized Autobiography. Independently published, 2018.

Thierry Paquot et Marc Bédarida (dir), Habiter l'utopie, le familistère Godin à Guise, Éditions de la Villette, 2004

Ivo Partijs (in gespek met met schrijver/filosoof Rutger Bregman), 'Vooruitgang begint altijd bij de gekkies'. In: Maatschappij en Politiek, Maart 2015, pp. 4-7.

J. Payen, Capital et machine à vapeur au XVIIIe siècle. Les frères Périer et l'introduction en France de la machine à vapeur de Watt. Paris-La Haye, Mouton, 1969.

C. Pérardel, A.M. Rouillé et al.(eds.), ?La famille Chappe - Ouvrage réalisé à l'occasion du bicentenaire de la première expérience de transmission de signaux optiques par les frères Chappe entre Brûlon et Parcé dans la Sarthe, le 2 mars 1791 (Sémaphore et télégraphe, télégraphie)?. Malicorne sur Sarthe, ?Editions de l'Est , Fédération Nationale des Associations pour la Recherche Historique sur la Poste et les Télécommunications - FNARH, 1991.

Denis Perier, Le dossier noir du minitel rose. Paris, Albin Michel, 1988.

Olivier Mérou, La crépuscule de la Silicon Vallay bretonne. Mirage. Née en 1962, la technopole de Lannion fut le berceau français des télécoms. Histoire d'un déclin. In: Le Point, n° 2524, pp. 56--60, décembre, 202.

Jean Autin Perrin, Les Frères Pereire: Le bonheur d'entreprendre. Paris, Librairie Académique Perrin, 1983.

Jean-Christian Petitfils, La vie quotidienne des communautés utopistes. Paris, Hachette, 1982.

Mary Pickering, Auguste Comte, Auguste Comte: An Intellectual Biography. Cambridge, 1993.

Antoine Picon, Les Saint-Simoniens: Raison, imaginaire et utopie. Paris, 2002.

Caroline Piquet, Histoire du canal de Suez. Paris, Perrin, 2009.

Daniel Raichvarg, Louis Pasteur, l'empire des microbes. Paris, Découvertes Gallimard, 1995.

Al Ramadan, Dave Peterson, Christopher Lochhead and Kevin Maney, Play Bigger: How Rebels and Innovators Create New Categories and Dominate Markets. Piatkus, 2016.

Ayn Rand, Atlas Shrugged. New York, Random House, 1957.

Ernest Raynaud, La Bohème sous le second empire. Charles Cros et Nina. Paris, l'Artisan du Livre, 1930.

Pierre E. Richard (Recueillis et présenté par), Charles Cros. Inédits & Documents. Editions Atelier du Gué - Editions Jacques Brémond, 1992.

Éric Reinhardt, Comédies françaises. Paris, Gallimard, 2020.

Bernard Rignault, Les Forges de Buffon en Bourgogne. Département de la Côte d'Or. Association pour la sauvegarde et l'animation des Forges de Buffon, 1978.

Jacques Rittaud-Hutinet, Les frères Lumière: L'invention du cinéma. Paris, Flammarion, 1993.

William Rosen, The Most Powerful Idea in the World: A Story of Steam, Industry, and Invention. Chicago, University of Chicago Press, 2012.

Frédéric Rouvillois, L'Invention de progrès. Paris, Kimé, 1996.

Jessica Dos Santos, Utopie en héritage: Le familistère de Guise (1888-1968). Tours, Presses Universitaires François-Rabelais, 2016.

Eric Sartori, L'Empire des sciences: Napoléon et ses savants. Paris, 2003.

Eric Schmidt, Jonathan Rosenberg, Alan Eagle, Trillion Dollar Coach. The Leadership Playbook of Silicon Valley's Bill Campbell. Harper Business, 2019.

Eric Schmidt, Jonathan Rosenberg, Alan Eagle, Trillion Dollar Coach. The Leadership Handbook of Silicon Valley’s Bill Campbell. John Murray, 2020.

Pierre Sipriot, Ce Fabuleux XIXe siècle. L’histoire extraordinaire de ces inventions qui transformèrent le monde. Paris, Editions Belfond, 1990.

Edward Skidelsky, Robert Skidelsky, How Much is Enough?: Money and the Good Life. Penguin Books, 2013.

Robert Skidelsky, John Maynard Keynes. Volume One. Hopes betrayed. 1883-1920. New York, NY, Elizabeth Sifton Books - Vking, 1986.

Robert Skidelsky, John Maynard Keynes. Volume Two. The economist as saviour. 1920-1937. London, MacMillan, 1992.

Robert Skidelsky, John Maynard Keynes. Volume Three. Fighting for Britain. 1937-1946. Harmondsworth, Penguin Books, 2000.

Robert Skidelsky, Keynes: The Return of the Master. Penguin Books, 2010.

Robert Skidelsky, What's Wrong With Economics? A Primer for the Perplexed. Yale University Press, 2020.

Matthew Spencer, Elon Musk: A Biography. Independently published, 2020.

Brad Stone, The Upstarts: Uber, Airbnb and the Battle for the New Silicon Valley. Back Bay Books, 2018.

Randall E. Stross, The Wizard of Menlo Park: How Thomas Alva Edison Invented the Modern World. Broadway Books, Reprint edition, 2008.

Robert Stuart, A Descriptive History of the Steam Engine. Sagwan Press, 2018.

Roger Le Taillanter, Dans l'enfer du minitel rose. Editions de Fallois, 1989.

Robert H. Thurston, A History of the Growth, of the Steam-Engine. Forgotten Books, Classic Reprint, 2018.

John Tresch, The Romantic Machine: Utopian Science and Technology after Napoleon. Chicago, 2012.

Sarah Turing, Alen M. Turing. Cambridge, Heffers, 1959.

Ashlee Vance, Elon Musk. How the Billionaire CEO of SpaceX and Tesla is Shaping our Future. Virgin Books, 2016.

Ger Verhoeve, De paléophone oftewel de stem uit het verleden en hoe 't Zuidfranse dorp Fabrezan haar Edison misliep. Fragmenten uit het turbulente en kortstondige leven van Charles Émile Cros. Fabrezan 1842 – Parijs 1888. In: NieuwsNed NVLR, nr. 92, herfst 2017.
Via: https://www.defranseverleiding.nl/Charles%20Cros.html, 2018.

R. Vermij, Christiaan Huygens - de mathematisering van de werkelijkheid. Utrecht, Veen, 2007.

Michel Villette, Catherine Vuillermot, Portrait de l'homme d'affaires en prédateur (N.d.l.r.: François Pinault) Paris, La Découverte, 2007.

Carol Whiteley, John Robert McLaughlin, Technology, Entrepreneurs, and Silicon Valley. Institute for the History of Technology, 2002.

David Wootton, The Invention of Science. A New History of the Scientific Revolution. Harper, 2015.

*** STANDAARDMETINGEN:

Ken Alder, The Measure of All Things. The Seven-Year Odyssey and Hidden Error That Transformed the World. New York - London - Toronto - Sydney, Free Press, 2003.

Ken Alder et Martine Devillers-Argouarc'h, Mesurer le monde. L'incroyable histoire de l'invention du mètre, 1792-1799. 2005.

Denis Guedj, La Révolution des savants. Paris, Découvertes Gallimard, 1988.

Denis Guedj, La Méridienne. Paris, Robert Laffont, 1997.

Denis Guedj, Le mètre du monde. Paris, Editions du Seuil, Paris, 2000.

*** ELECTRICITEIT:

Adam Allerhand, History of Electricity from Antiquity to the 21st Century. World Scientific Publishing Company Ltd., 2021.

Alain Beltran, La Fée électricité. Paris, Découvertes Gallimard, 1991.

Alain Beltran et Patrice Carré, La Fée et la Servante, la société française face à l'électricité XIXe-XXe siècles. Paris, Belin, 1991.

Alain Beltran, La Ville-Lumière et la fee électricité: l'énergie électrique dans la région parisienne. Paris, Editions Rive droite/Institut d'histoire de l'industrie, 2002.

Alain Beltran et Patrice Carré, La Vie électrique. Histoire et imaginaire, XVIII - XXIe siècle. Paris, Belin, 2016.

G. Bonnefont, Le Règne de l'électricité. Paris, 1895.

Gérard Borvon, Histoire de l'électricité, de l'ambre à l'électron. Vuibert, 2009.

Gérard Borvon, « Histoire de l’électricité. L’Exposition Internationale d’électricité de 1881, à Paris »
Via: http://seaus.free.fr/spip.php?article500 (12 septembre 2009).

Emmanuel Cahen, Manuel pratique d'éclairage électrique pour installations particulières. Paris, Librairie polytechnique Baudry et Cie, 1893.

François Caron et Fabienne Cardot (dir.), Histoire de l'électricité en France, Tome premier, 1881 - 1918. Paris, Fayard, 1991.

J. Cazenobe, L'Electricité il y a cent ans. Paris, Editions de l'EHESS, 1989.

Commissariat Général, Exposition Internationale d'Électricité, Paris 1881: Catalogue Général Officiel. Classic Reprint by Forgotten Books, 2018.

R. Darnton, La Fin des mumières - Le mesmérisme et la révolution. Paris, Librairie académique Perrin, 1984.

Georges Dary, A travers l'Electricité. Paris, Libraire Nony & Cie, 1901.

Georges Dary, Tout par l'électricité. Historique - Transmission - Télégraphie - Horloges électriques - Télégraphes - Téléphonie - Phonographe - Eclairage électrique - Lampes à incandescence - Phares - Projections au théâtre - Signaux - Machines motrices - Trains - Tramways - Bateaux - Vélos - Aérostats - Avions - Electricité appliquée à la médecine et à la chirurgie - Galvanoplastie - etc.. Paris, Librairie Nony et Cie, 1903.

S. Duclau, Histoire de l'électricité. Limoges, E. Ardant, 1890.

H. Fontaine, Eclairage à électricité, renseignements pratique. Paris, 1879.

Henry de Graffigny, L'Electricité pour Tous. Ouvrage inédit et redigé d'après un Plan nouveau. Ouvrage orné de 275 gravures. Paris, E.Bernard, 1905.

R. Gaudy, Et la lumière fut nationalisée - naissance d'EDF-GDF. Paris, Editions sociales, 1978.

William J. Hausman, Global Electrification: Multinational Enterprise and International Finance in the History of Light and Power, 1878-2007. Cambridge, Cambridge University Press, 2011.

J. Jacobsen, De electriciteit en hare techniek. Voor den vakman en hen die het willen worden. Amsterdam, Cohen Zonen, 1905.

L. Leprince-Ringuet, L'Aventure de l'électricité. Paris, Flammarion, 1983.

Maurice Lévy-Leboyer et Henri Morsel (dir.), Histoire d'électricité en France, Tome deuxième, 1919 - 1946. Paris, Fayard, 1994.

H. W. Lintzen, Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving, 1800-1890. Deel III. Textiel. Gas, Licht en Elektriciteit. Bouw. Zutphen, Walburg Pers, 1993.

Ch. Malegarie, L'Electricité à Paris. Paris, Ch. Beranger, 1947.

Eugène Marec, L'Electricité à la maison. Paris, Baillière et fils, 1929.

P. Maurer, Comment utiliser l'électricité dans la maison. Paris Dunod, 1929.

Th. du Moncel, Exposé des applications de l'électricité. (5 tomes) Paris, Lacroix, 1878.

J. Moorman, Collectieve Propaganda voor Electriciteit. Een Reclame voor Electrische Toestellen. Moorman's Periodieke Pers N.V., 1929.

Henri Morsel et. al., Histoire générale de l'électricité en France Tome troisième, Tome troisième, 1946 - 1987. Paris, Fayard, 1996.

Thierry Paquot, Paris 1900, le Palais de l'Electricité: In: Cahiers de Médiologie, n° 10, 2000, pp. 200-207.

Henri de Parville, L'Electricité et ses applications. Exposition de Paris. Paris, Masson, 1882.

Henri de Parville, Le service électrique à l'Exposition universelle de 1889. Dans Annales historiques de l’électricité 2006/1 (N° 4), pages 75 à 82
Via: www.cairn.info/revue-annales-historiques-de-l-elecricite-2006-1-page-75.htm

R. V. Picou, Notice Sur L'Éclairage Industriel Par La Lumiére Électrique. Paris, M. L. Breguet, 1877.

Christophe Prochasson, Les Années electrique 1880-1910. Paris, La Découverte, 1991.

Albert Robida, Le vie électrique. Paris, La Librairie illustrée, 1890.

Albert Robida, Le vingtième siècle: la vie électrique. Paris, 1892.

E. Sartiaux, et M. Aliamet, Principales Découvertes et publications concernant l'électricité de 1562 à 1900. Paris, Rueff, 1903.

N. J. van Wijck Jurriaanse, Van stoom tot stroom. Alkmaar, 1980.

Paul Zumthor, La mesure du monde. Représentation de l'espace au Moyen-Age. Paris, Seuil, 1993.

*** LICHT EN VERLICHTING:

F. Accum, F.A. Winsor, Traité pratique de l'éclairage par le gaz inflammable, contenant une description sommaire de l'appareil et du mécanisme employés pour l'illumination des rues, des maisons et des manufactures, à l'aide du gaz hydrogène carburé, tiré du charbon de terre ; accompagné de remarques sur l'utilité, la sûreté et la nature générale de cette nouvelle branche d'économie civile. Paris, Chez l'auteur et chez Nepveu, 1816.

E. Adry, Un siècle d’éclairage 1824-1924. Ratinckx Frères, 1925.

F. Algrave et J. Boulard, La Lumière électrique: son histoire, sa production, son enmploi dans l'éclairage public ou privé, les phares, les théâtres, l'industrie, les travaux public, les opérations militaires et maritime. Paris, Firmin-Didot, 1881.

Henri-René d'Allemagne, Histoire du Luminaire depuis l'époque romaine jusqu'au XIXe siècle. Paris, Alphonse Picard, 1891. (Forgotten Books, Classic Reprint, 2018).

Marc Amengaud et al., Paris la nuit. Chroniques nocturnes. Catalogue d'exposition. Paris, Pavillon de l'Arsenal, mai 2013.

François Angelier, Nicole Jacques-Chaquin (dir), La Nuit. Paris, Editions Jerôme Millon, 1995.

Philippe Artières, Les enseignes lumineuses. Des écritures urbaines au XXe siècle. Paris, Bayard, 2010.

G. Bachelard, La Flamme d'une chandelle. Paris, La République des Lettres, 1961.

P. Bachelay, Note sur certains dispositifs applicables à l'éclairage public par l'incandescence. Paris, Société Anonyme de Publications Périodiques, P. Mouillot imprimeur, 1899.

Antoine de Baecque, Les Nuits parissiennes. XVIIe - XXIe siecle. Paris, Seuil, 2015.

Gérard Bauer, Champs Elysées, lumière de Paris. Paris, Publicis, 1958.

Charles Bazerman, The Language of Edison's Light. Cambridge, MA., MIT Press, 1999.

Edmond Becquerel, La Lumière: ses causes et ses effets. 2 volumes. Paris, 1867-68.

Alain Beltran, La Ville-Lumière et la fée électricité. Service public et entreprises privées: l'énergie électrique dans la région parisienne. Service public et entreprises privées. Paris, Rive Droite, 2002.

Lenard R. Berlanstein, Big Business and Industrial Conflict in Nineteenth-Century France: A Social History of the Parisian Gas Company. Berkeley, University of California Press, 1991.

B. Besnard, L'Industrie du gaz à Paris depuis ses origines. Paris, 1942.

Herman Besselaar, Het licht der lamplantaren. Kleine geschiedenis van de straatverlichting. Amsterdam, Uitgeverij van Lindonk, 1969.

André Blondel, L'Éclairage public par les lampes à arc. 1895.

Andreas Blühm, Louise Lippincott, Licht! Het industriële tijdperk 1750 - 1900. Kunst & wetenschap, technologie & samenleving. Van Gogh Museum, Amsterdam en Carnegie Museum of Art, Pittsburgh. Thames & Hudson, 2000.

G. Bonnefont, Le règne d l'électricité. Tours, 1895.

M.J.Bouwman, ‘Luxury and control.The urbanity of streetlighting in nineteenth-century cities’. In: Journal of Urban History 14(1987),7-37.

Agnès Bovet-Pavy, Lumières sur la ville. Une histoire de l’éclairage urbain. Co-édition François Bourin et Arte Editions, 2018.

Brian Bowers, A History of Electric Light and Power. Stevenage & New York, 1982.

Brian Bowers, Lengthening the Day: A History of Lighting Technology. Oxford, New York, Tokio, 1998.

M. Bressani, ‘Paris. Light into Darkness: Gaslight in Nineteenth Century Paris’. In Cities of light. Two Centuries of Urban Illumination. New York, 2015.

A. Cabantous, Histoire de la nuit. XVIIe-XVIIIe siècles. Paris, Fayard, 2009.

Emmanuel Cahen, Manuel pratique d'éclairage électrique pour installations particulières. Paris, Librairie Polytechnique Baudry et Cie, 1893.

Stéphane Castelluccio, L'éclairage, le chauffage et l'eau aux XVIIe et XVIIIe siècles. Gourcuff Gradenigo, 2016.

L. Caussé, A. Goix, L'industrie du gaz éclairage. Paris, Librairie Armand Colin, 1950.

A. Chatel jene, Notice sur les différentes systèmes s'éclairage depuis les temps anciens jusqu'à nos jours. Paris, 1859.

Louis Chevalier, Histoires de la nuit parisienne. Paris, Fayard, 1982.

Hollis Clayson, Illuminated Paris. Essays on Art and Lighting in the Belle Epoque. Chicago, The University Of Chicago Press, 2019.

Samuel Clegg (traduit de l'anglais et annoté par Éd. Servier), Traité Pratique de la Fabrication et de la Distribution du Gaz d'Eclairage et de Chauffage. Ouvrage accompagné de 30 planches cotées et de nombreuses figures dans le texte. 2 Volumes. Paris, Librairie Scientifique, Industriele et Agricole Eugène Lacroix, 1860.

Hélène Combis, Comment Paris est devenue la "ville lumière"? France Culture, 30/12/2018.
Via: https://www.franceculture.fr/sciences/comment-paris-est-devenue-une-ville-lumiere

Eugène Defrance, Histoire de l'Eclairage des rues de Paris. L'éclairage public à la chandelle-L'éclairage public au gaz-L'éclairage public à l'électricité. Imprimerie Nationale, 1904.

Philippe Deitz, Histoire des luminaires. Histoire des hommes. Liège, Éditions du Perron, 2009.

Hervé Déjean, Lampes antiques à travers les âges: Le Corpus. Editions Archeo-Numis, 1900.

Ph. Delahaye, L'Eclairage dans la ville et dans la maison. Paris, 1885-90.

Simone Delattre (Préface d'Alain Corbin), Les douzes heures noirs. La nuit à Paris au XIXe siècle. Paris, Editions Albin Michel, 2003.

Maurice et Paulette Deriberé, Préhistoire et histoire de la lumière. Paris, Editions France-Empire, 1979.

Antoon Devogelaere, Van gaslamp tot gloeilicht. Kapellen, 1987.

E. Dieudonné, La Lumière électrique à l'Exposition universelle de 1889. In: La Lumière électrique, Vol. 32, n° 21, pp. 351-357.

Edmond Dubois, Paris sans lumière. Paris, Payot, 1946.

Richard E. Dunham, Stage Lighting. Design Applications and More. Routledge, 2018.

Michel Durand, Et Paris s'illumina ... Histoire du gaz parisien. Cabedita, 2011.

Roger A. Ekirch, At Days' Close. A Histoty of Nighttime. London, Weidenfeld & Nicolson, 2005.

Jean Escard, Les lampes électriques à arc, à incandescence et à luminescence - Applications à l'éclairage industriel - Essai et étalonnement - Montage, consommation spécifique - Emplois spéciaux. Paris, Editions H. Dunod et E. Pinat, 1819.

Amédée Fayol, Philippe Lebon, inventeur du gaz d'éclairage. Paris, Les Publications Techniques, 2 rue Saint-Simon, Imprimerie de Lang, Blanchong et Cie, 1943.

J.-C. Fichou, N. Le Hénaff, X; Mével et al., Phares. Histoire de balisage et de l'éclairage des côtes de France. Douarnenez, Le Chasse-Marée-Armen, 1999.

Louis Figuier, L'Art de l'éclairage. Paris, 2e édition, 1882.

Louis Figuier, Les Nouvelles Conguêtes de la science. L'éclairage électrique. 1888.

Hippolyte Fontaine, Eclairage à l'électricité. Paris, 1877.

Hippolyte Fontaine, Eclairage à électricité, renseignements pratique. Paris, 1879.

Hyppolyte Fontaine, Eclairage à l'électricité. Enseignements pratiques. Paris, J. Baudry, 1877.

Edouard Fournier, Les Lanternes de Paris: histoire de l'ancienne éclairage, suivi de la réimpression de quelques poèmes rares. Paris, Dentu, 1854.

France. Châtelet de Paris, Ordonnance de police concernant l'illumination de la ville et fauxbourgs de Paris (Éd. 1778). Paris, Hachette Livre BNF, 2018.

L. Figuier, L'Art de l'éclairage. Paris, Furne et Jouvet, 1882.

A. Fürst, Das elektrische Licht. München, 1925

Marc Gaillard, Paris ville lumière. Amiens, Martelle Éd., 1994.

Louis Galine, Traité général d'éclairage: huile, pétrole, gaz, électricité. Paris, 1894.

Leon Gaster, John Stewart Dow, Modern Illuminants and Illuminating Engineering. Palala Press, 2016.

R. Gaudy, Et la lumière fut nationalisée - naissance d'EDF-GDF. Paris, Editions sociales, 1978.

Gerald T. Gowitt, 19th Century Elegant Lighting: Argand, Sinumbra and Solar Lamps. Schiffer Publishing Ltd., 2007.

C.H. Hassenstein, Das elektrische Licht. Weimar, 1859.

Auguste Herlaut, L'éclairage des rues à Paris à la fin du XVIIe et au XVIIIe. Paris, Renouard, Imp., 1916.

Auguste Herlaut, L'Eclairage de Paris à l'époque révolutionaire. Paris, Mellotée, 1933.

Heinrich Hess, Die Entwicklung der Beleuchtungstechnik. Bunzlau, Otto Hoffmann's Verlag, 1902.

Dick van der Horst, 'De Amsterdamse stadsverlichting I: de periode tot 1883'. In: Amsterdamse Monumenten, nr. 1, mei 1985.

Dick van der Horst, 'De Amsterdamse stadsverlichting II: de periode 1883 -1930'. In: Amsterdamse Monumenten, nr. 2, juli 1985.

Dick van der Horst, 500 jaar openbare verlichting in Amsterdam. Een beknopte geschiedenis. 2001.

E. Hospitalier, L'Electricité dans la maison. Piles intermittentes et continues - Sonneries - Avertisseurs - Téléphones - Horlogerie -Allumoirs - Eclairage électrique domestique - Moteur et Locomotion - Récréations électrique - Applications Diverses. Bibliothèque de la Nature. La Physique Moderne. Paris, G. Masson, Editeur, Librairie de l'Académie de Médecine, 1885.
Via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k2044272

Robert E. de Hurcourt, De l'éclairage au gaz, développements sur la composition des gaz destinés à l'éclairage, sur la construction des fournaux et des cheminées, sur la pose des tuyaux, sur les phénomènes de la lumière, etc.. Paris, Carilian-Goeury et V. Dalmont, 1845.

C. H. Hassenstein, Das elektrische Licht. Weimar, 1859.

Annette Haudiquet (Sous la direction de), Nuits électriques. Le Havre, MuMa Le Havre / Octopus Edition, 2020.

Histoire de l'Eclairage Public à Paris.
Via: http://www.megedoudeau.jmbertho.odns.fr/index.php/eclairage-public/histoire/histoire-de-l-eclairage-public

Auguste Herlaut, L'éclairage des rues à Paris à la fin du XVIIe et au XVIIIe siècle. Paris, Renouard, Imp., 1916.

Margot Jacob, Le laboratoire de la conception lumière. Comment structurer l’espace par l’éclairage artificiel? Editions universitaires européennes, 2019.

Craig Koslofsky, Evening's Empire: A History of Night in Early Modern Europe. Cambridge, Cambridge University Press, 2011.

J. Lacassagne et R. Thiers, Nouveau système d'éclairage électrique, ses avantages, ses instruments, ses principes scientifiques et ses applications industrielles. Paris & Lyon, 1857.

Raymond Lamont-Brown, Humphry Davy, la vie au-delà de la lampe. Stroud, Éditions Sutton, 2004.

H. B. Laqueuille, Petit manuel d'installation de la lumière électrique. Paris, Girardot & Cie, 1925.

Philippe Lebon, Thermolampen, ou poêles qui chauffent, éclairent avec économie, inventés par Philippe Lebon. Paris, 1801.

Julien Lemer, Paris au gaz. 1861.

Antoinet van der Linde, Het oude licht. Straatlantaarns en straatverlichting door de eeuwen heen. Eindhoven, Bura Boeken, 1980.

A. Lotz, Das Feuerwerk. Leipzig, 1940.

Dr. Ir. J. Mac Lean, Geschiedenis der Gasverlichting in Nederland. Zutphen, De Walburg Pers, 1977.

Désiré Magnier, Nouveau manuel complet de l'éclairage au gaz, ou Traité élémentaire et pratique à l'usage des ingénieurs, directeurs, etc.. Librairie encyclopédique de Roret, 1849.

Bernard Mahot, Les Lampes à huile. Paris, Massin, 2005.

Henri Maréchal, L'éclairage à Paris: étude technique des divers modes d'éclairage employés à Paris sur la voie publique, dans les promenades et jardins, dans les monuments, les gares, les théâtres, les grands magasins, etc., et dans les maisons particulières: gaz, électricité, pétrole, huile, etc. usines et stations centrales, canalisations et appareils d'éclairage, organisation administrative et commerciale, rapports des compagnies avec la ville, traités et conventions, éclairement des voies publiques, calcul et prix de revient. Paris, Librairie polytechnique Baudry, 1894.

Marie Maron, ?Les Lampions des Fêtes. Paris, Librairie Académique Perrin, 1967.

Alphonse Martel, Manuel de la Salubrité, de l'Eclairage et de la Petite Voirie ou Répertoire Alphabétique, Raisonné et Pratique des Lois, Réglèments, Arrètés, Décrets et Ordonnances de Police, concernant la Salubrité, l'Eclairage et la Petite Voirie... . Paris, Cosse et Marchal, 1859.

Jean Mascart, L'Heure à Paris. Paris, Gauthier-Villers, 1907.

William Matthews, An Historical Sketch of the Origin, Progress and Present State of Gas-Lighting. London, 1827.

Camille Mauclair, La ville lumière. Paris, Ollendorf, 1904.

Th. du Moncel, L éclairage électrique I. Générateurs de lumière. Paris, Librairie Hachette & Cie, 1883.

Th. du Moncel, William Henry Preece Sir, et al., Incandescent Electric Lights: With Particular Reference to the Edison Lamps at the Paris Exposition. Palala Press, 2015.

Roger Narboni, La Lumière urbaine. Eclairer les espaces publics. Paris, Le Moniteur, 1995.

Céleste Olalquiaga, Royaume de l'artifice. L'Emergence du kitsch au XIXé siècle. Paris, Fage, 2008.

T. Paquot, Paris, 1900. Le Palais de l'Electricité. In: Les Cahiers de médiologie., n° 10, pp.200-207, 2000/2.

Eugène Peclet, Traité de l'éclairage. Paris, 1827.

R. V. Picou, Notice Sur L'Éclairage Industriel Par La Lumiére Électrique. Paris, M. L. Breguet, 1877.

Préfecture de police, Tableau de l'éclairage des rues de Paris pour l'année (1832). Paris, Hachette Livre BNF, 2016.

Préfecture du Département de la Seine, Services public et particulier de l'éclairage et du chauffage par le gaz dans la ville de Paris. 1893. Paris, Hachette Livre-BNF, 2013.

E. Rebske, Lampen, Laternen, Leuchten. Eine Historie der Beleuchtung. Stuttgart, Franckh'sche Verlagshandlung, 1962.

Stéphane Rials, La lumière à Paris au siècle des Lumières. Nanterre, 1973.

Christine Richier, Le temps des flammes. Une histoire de l'éclairage scénique avant la lampe à incandescence. Actualité de la scénographie, 2011.

Julien Rodet, Les Lampes à Incandescence Électriques (Éd. 1923). Nabu Press, 2010.

Firmin Roz, La Lumière de Paris. Paris, La Renaissance du livre, 1933.

Fabien Sabatès, Jacopozzi, le magicien de la lumière. La Celle-Saint-Cloud, Douin, 2017.

N. Schilling & F. Knapp, Traité d'éclairage par le gaz de houille, précédé d'un historique de l'éclairage au gaz. Munich, R. Oldenbourg & Paris Eugène Lacroix, 1879.

Wolfgang Schivelbusch, Lichtblicke: Zur Geschichte der künstlichen Helligkeit im 19. Jahrhundert. München/Wien, Carl Hanser Verlag, 1983.
Wolfgang Schivelbusch, Disenchanted Night: Industrialization of Light in the 19th Century. Berkeley, Cal., The University of California Press, 1995.
Wolfgang Schivelbusch, La nuit désenchantée: À propos de l'histoire de l'éclairage artificiel au XIXe siècle. Le Promeneur, 1995.

Wolfgang Schivelbusch, Licht, Schein und Wahn : Auftritte der elektrischen Beleuchtung im 20. Jahrhundert. Berlin, Ernst Wilhelm & Sohn, 1992.

Joachim Schlör, Nachts in der großen Stadt. Paris, Berlin, London 1840 - 1930. Munich-Zurich, Artemis & Winkler, 1991.

M. Schrøder, Hugh Sheperd, The Argand burner. Its origin and development in France and England 1780-1800: An epoch in the history of science illustrated by the life and work of the physicist Ami Argand (1750-1805). Odense, 1969.

Linda Simon, Dark Light: Electricity and Anxiety from the Telegraph to the X-Ray. San Diego, Harcourt Brace, 2004.

A.J.C. Snijders, 'De strijd tusschen het electrisch licht en het gaslicht.' In: Vragen des Tijds, N° 15, I. 251-278 - II. 334-359, 1889.

Marie de Thézy, Paris, La Rue - Le Mobilier Urbain Du Second Empire A Nos Jours. Paris, Société des Amis de la Bibliothèque historique, 1976.

Marie de Thézy, Charles Marville réverbères. Paris, 1993.

Ernest Thomas. Histoire de l'éclairage depuis les temps les plus reculés jusqu'à nos jours. Monographie complète de tous les genres d'éclairage à Paris. L. Sauvaitre, 1890.

Janet Thomson, L'écossais qui a éclairé le monde. L'histoire de William Murdoch, inventeur de l'éclairage au gaz. 2003.

Georges Touchard-Lafosse, Les réverbères: chroniques de nuit du vieux et du nouveau Paris. Tome 1 (Éd. 1833). Paris, Hachette Livre BNF, 2017.
Georges Touchard-Lafosse, Les réverbères: chroniques de nuit du vieux et du nouveau Paris. Tome 2 (Éd. 1833). Paris, Hachette Livre BNF, 2013.
Georges Touchard-Lafosse, Les réverbères: chroniques de nuit du vieux et du nouveau Paris. Tome 3 (Éd. 1833). Paris, Hachette Livre BNF, 2018.
Georges Touchard-Lafosse, Les réverbères: chroniques de nuit du vieux et du nouveau Paris. Tome 5 (Éd. 1833). Paris, Hachette Livre BNF, 2013.
Georges Touchard-Lafosse, Les réverbères: chroniques de nuit du vieux et du nouveau Paris. Tome 4 (Éd. 1833). Paris, Hachette Livre BNF, 2013.
Georges Touchard-Lafosse, Les réverbères: chroniques de nuit du vieux et du nouveau Paris. Tome 6 (Éd. 1833). Paris, Hachette Livre BNF, 2013.

A. Trébuchet, Recherches sur l'éclairage public de Paris. Paris, 1843.

P. Truchot, L'éclairage à incandescence par le gaz et les liquides gazéifiés. Paris, Georges Carré et C. Naud, 1899.

Bruno Ulmer et Thomas Plaichinger, Les Ecritures de la nuit. Un siècle d'illimunations et d'enseigne lumineuses. Paris, Syros-Alternatives, 1987.

Jean Verdon, La Nuit au Moyen-Age. Paris, Perrin, 1994.

H. Vivarez, Notions générales sur l'éclairage électrique. Le courant électrique. Sa production. Sa canalisation. Son utilisation dans les lampes. Paris, J. Michelet, 2° éd, 1886.

Simon Werrett, Fireworks – Pyrotechnic Arts and Sciences in European History. Chicago, University of Chicago Press, 2010.

Richard J. Weiss, A Brief History of Light and Those That Lit the Way. Singapore, New Jersey, 1996.

J.-P. Williot, « Naissance d'un réseau gazier à Paris au xixe siècle: distribution gazière et éclairage ». In: Histoire, économie et société, 8e année, n°4, 1989.

G. P. Zahn, De geschiedenis der verlichting van Amsterdam. Amsterdam, Scheltema & Holkema, 1911.

----------

COMMUNICATIE:


Catherine Bertho, Télégraphes & téléphones de Valmy au microprocesseur. Paris, Le Livre de Poche, 1981.

Patrice A. Carré et Martin Monestier, Le Telex. 40 ans d'innovation. Editions Mengès, 1987.

E. Cazenave et C. Ulmann, Press, radio et télévision en France, de 1631 à nos jours. Paris, Hachette, 1994.

Jonathan Coopersmith, Faxed. The Rise and Fall of the Fax Machine. John Hopkins Ubiversity Press, 2016.

Maurice Fabre, Histoire de la communication. Genève, Les Editions Rencontre et Erik Nitsche International, 1964.

Patrice Flichy, Une histoire de la communication moderne. Espaces publics et vie privée. Paris, Edition La Découverte & Syros, 1997.

Isabelle Gaillard, Lea Télévision: histoire d'un objet de consommation (1945-1985). Paris, Editions du CTHS-INA Editions, 2012.

Bill Glover, History of the Atlantic Cable & Undersea Communications from the first submarine cable of 1850 to the worldwide fiber optic network. Atlantic Cables: 1856-2018.
Via: http://atlantic-cable.com//Cables/CableTimeLine/atlantic.htm, last revised: 20 March, 2019.

John Steel Gordon, A Thread Across the Ocean: The Heroic Story of the Transatlantic Cable. HarperCollins, 2003.

Pascal Griset, Les révolutions de la communication, XIXe-XXe siècle. Paris, Hachette, 1991.

Katie Hafner, Where Wizards Stay Up Late. The Origins Of The Internet. Simon & Schuster, 1998.

Jean-Claude Horvat, 300 000 ans sans smartphone. Une petite histoire de la communication humaine. Paris, Editions L'Harmattan, 2020.

Anton A. Huurdeman, The Worldwide History of Telecommunications. John Wiley & Sons, 2003.

R. P. Jindal, "From millibits to terabits per second and beyond - Over 60 years of innovation". 2009 - 2nd International Workshop on Electron Devices and Semiconductor Technology, 2009.

Bert Lundy, Telegraph, Telephone and Wireless. How Telecom Changed the World. BookSurge Publishing, 2009.

Armand Mattelart, L'Invention de la communication. Paris, La Découverte, 1994.

Armand et Michèle Mattelart, Histoires des théories de la communication. Paris, La Découverte, 1995.

Armand Mattelart, Histoire de la société de l'information. Paris, La Découverte, 2006.

Thomas Meyer, Mediokratie. Die Kolonisierung der Politik durch das Mediensystem. Frankfurt am Main, Suhrkamp, 2001.

Marshall T. Poe, A History of Communications. Media and Society From the Evolution of Speech to the Internet. Cambridge University Press, 2011.

Emily S. Rosenberg (dir.), A World Connecting (1870-1945). Cambridge (MA), Harvard University Press, 2012.

M. Sauquet et al., (Sous la direction de), L'Idiot du village mondial. Les citoyens de la planète face à l'explosion des outils de la communication. Paris, C.L. Meyer, 2004.

Andrew Wheen, DOT-DASH TO DOT.COM: How Modern Telecommunications Evolved from the Telegraph to the Internet. Springer, 2011.

*** DE POST:

Wolfgang Behtinger, Thurn und Taxis: Die Geschichte ihrer Post und ihrer Unternehmen. München, 1990.

Elisa Le Briand et Anne-Laure Cermak, Le réseau avant l'heure: la Poste pneumatique à Paris (1866-1984), Comité pour l’histoire de La Poste, coll. « Cahiers pour l´histoire de La Poste », 2006.

E. A. B. J. ter Brink, Het Nederlandse postwezen vroeger en nu. Amsterdam, Wereldbibliotheek, 1956.

E. A. B. J. ter Brink, De geschiedenis van het postvervoer. Bussum, Fibula-Van Dishoeck, 1969.

Dr. H. Brugmans, De post in Nederland in de zeventiende eeuw. Baarn, 1909.

Anne-Laure Cermak, La poste pneumatique, un système original d’acheminement rapide du courrier: l’exemple du réseau de Paris des origines à sa suppression, 1866-1984. 2003.

Paul Charbon, Quelle belle invention que la poste. Paris, Découvertes Gallimard, 1991.

Madeleine Fouché, La poste aus chevaux de Paris et ses maîtres de poste à travers les siècles. Paris, 1975.

Siegfried Grillmeyer, Habsburger Diener in Post Und Politik: Das Haus Thurn Und Taxis Zwischen 1745 Und 1867. 2005.

F.W.A. Habermann, Postroutes en postwagens in de 19de eeuw. Tijdschrift voor Economische Geografie, 41, deel 32, pp. 180 - 186, 1941.

J.D. Hayhurst O.B.E., The Pneumatic Post of Paris. The France & Colonies Philatelic Society of Great Britain, 1974.

Jean-Claude Kaufmann (Préface de), Facteurs de France. Chroniques du petit matin. Paris, Les Editions Textuels, 2005.

Louis Lenain, La Poste de l'Ancienne France, des origines à 1791. 2 tomes. Arles, 1965.

Patrick Marchand, Voyageurs, postilons et brigands. Sour les routes de France au temps de diligences. Musée de la Poste, 2004.

Patrick Marchand, Le Maître de Poste et le messager. Les transport publics en France au temps des cheveaux, 1700 – 1850. Paris, Belin, 2006.

Pierre Nougaret, Bibliographie critique de l'histoire postale française: posts aux lettres, poste aux cheveaux, messageries et diligences. 2 vol.. Montpellier, 1970.

Mr. Dr. Overvoorde, Geschiedenis van het postwezen in Nederland vóór 1795, met de voornaamste verbindingen met het buitenland. Leiden, Sijthoff, 1902.

Georges Rykner et Pierre Gobillot, La Poste pneumatique de Paris. Le Monde des philatélistes, 1975.

Fritz Sebastian, Thurn und Taxis. 350 Jahre Post. 1948.

Pelle Stampe, Geschiedenis van de post: van duiven tot levensgevaarlijke postvliegtuigen. Historia, 21 maart, 2017.
Via:https://historianet.nl/cultuur/geschiedenis-van-de-post-van-duiven-tot-levensgevaarlijke-postvliegtuigen.

Louis Trenard, De la route royale à l'âge d'or des diligences. In: Les Routes de France. Colloque, Cahiers de Civilisation publiés sous la direction de Guy Michaud. Paris, 1959, p. 102-133.

Eugène Vaillé, Histoire des Postes françaises depuis la Révolution. Paris, 1947.

*** DE TELEGRAAF:

Anonyme, Claude Chappe,inventuer du télégraphe aérien (1763-1805). Les Contemporains, 1903.

Alexis Belloc, Le télégraphe historique. Paris, Firmin Didot, 1888.

W.J.M. Benschop, Eduard Wenckebach en de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij als baanbreker voor de openbare telegrafie in Nederland. Den Haag, Hoofdbestuur der Posterijen, Telegrafie en Telefonie, 1947.

Catharine Bertho, Télégraphes et téléphone, de Valmy au microprocesseur. Paris, Le Livre de Poche, 1981.

K. Beyer und B.-S. Mathis, So weit das Auge reicht. Frankfurt am Main, 1995.

E.A.B.J. ten Brink, C.W.L. Schell, Geschiedenis van de Rijkstelegraaf 1852-1952. Den Haag, 1954.

E.A.B.J. ten Brink, De optische telegraaf van Claude Chappe en zijn toepassing in Nederland tijdens de inlijving. Publicaties van het genootschap voor Napoleontische Studiën, 10, 1957.

Ignace Urbain Jean Chappe, Histoire de la Télégraphe (1829). Whitefish MT, Kessinger Legacy Reprints, 2010.

Ignace Chappe, Histoire de la télégraphie, Richelet, Le Mans, 1840.

Bern Dibner, The Atlantic Cable. Norwalk, Conn., Burndy Library Inc., 1959.

Antoinette-Joséphine-Françoise-Anne Drohojowska, Les grands inventeurs modernes, télégraphie. Amontons, Chappe, Ampère, Morse, Babinet, Sudre (Éd. 1880). Paris, Hachette Livre BNF, 2020.

Henri Gachot, Le Télégraphe optique de Claude Chappe. 1967.

Roger Gachet, Le télegraphe optique de Claude Chappe. Editeur: Roger Gachet, 1993.

Georges Galfano, Le télégraphe Chappe dans l'Aude. Narbonne, Arhiscom, 1986.

Georges Galfano, Histoire de télégraphes et téléphones dans l'Aude. Narbonne, Arhiscom, 1990.

François Gautier, L'oeuvre de Claude Chappe, créateur de l'administration française des télégraphes et inventeur (Éd. 1893). Paris, Hachette Livre BNF, 2016.

Edouard Gerspach, Histoire Administrative de la télégraphie aérienne. 1861.

Marc Gocel, La télégraphie aérienne, t. 1 : La Télégraphie Aérienne de A à Z. Florange, Les Presses du Tilleul, 2001.
Marc Gocel, La télégraphie aérienne, t. 2 : Atlas. Florange, Les Presses du Tilleul, 2001.

G. Hoogesteeger, De telegraaf van Chappe op de verbinding Antwerpen-Vlissingen. In Annalen 96, K.O.K.W. (Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas), pages 297-312, 1993.

Adhemar Kermabon, Atlas des Lignes Télégraphique aériennes. Direction Générale des PTT, 1892.

Dr. N. Koomans, Draadlooze Telegrafie. Deventer, AE.E. Kluwer, 1910.

Rob Korving en Bart van der Herten 'Red.), Een tijding met de snelheid des bliksems. De optische telegraaf in de Nederlanden (1800 - 1850), Leuven, Universitaire Pers Leuven, 1997.

W.M. Logeman, 'De wonderen van den draad'. In: Practische Volks-Almanak, N° 1, pp. 133-151, 1854.

E. Ludwig, Les lignes du Nord - La Télégraphie Chappe. S.d..

Louis Michaud, Histoire Complète Des Télégraphes Depuis Leur Origine Jusqu'a Nos Jours (1853). Kissinger Legacy Reprint, 2010.

Simone M. Muller, Wiring the World. The Social and Cultural Creation of Global Telegraph Networks. New York, 2016.

A. Muset, Les techniques clandestines. La télégraphie Chappe. Nancy, 1993.

C. Pantel, La fusion des Postes et des Télégraphes. Clermont-Ferrand, Impr. Montlouis, 1864.

PTT, Ontwikkeling van de telegrafische berichtgeving - van Chappe's alfabetcode tot machinetaal. Staatsbedrijf der PTT, 1971.

C. Ravaute et P. Carré, Télégraphes: Innovations techniques et société au 19e siècle. Éd. Telephone, 1996.

W. Ringnalda, Dr Rijkstelegraaf in Nederland. Hare opkomst en ontwikkeling. Amsterdam, 1902.

A.-L. Ternant, Les télégraphes.
Tome I : Télégraphie optique. Télégraphie acoustique. Télégraphie pneumatique. Poste aux pigeons. Contenant 83 gravures sur bois. (1881)
Tome II : Télégraphie électrique. Contenant 230 gravures. (1884).
Paris, Librairie Hachette et Cie, Coll.: 'Bibliothèque des Merveilles', Deuxième édition revue par Alfred de Vaulabelle, 1887.

Roland Wenzlehuemer, Connecting the Nineteenth-century World: The Telegraph and Globalization. Cambridge, 2013.

*** PROJECTIE:

Bernard Comment, Le XIXe siècle des panoramas. Paris, Société Nouvelles Adam Biro, 1995.

A. Gernsheim and H. Gernsheim, L.J.M. Daguerre: The History of the Diorama and the Daguerrotype. London, 1965.

François-Napoléon-Marie Moigno, L'Art des projections. Paris, 1872.

*** FOTOGRAFIE:

Quentin Bajac, L'Image révélée: L'Invention de la photographie. Paris, Découvertes Gallimard, 2001.

Quentin Bajac, La photographie: L'époque moderne 1880-1960. Paris, Découvertes Gallimard, 2005.

Geoffry Batchen, Burning with Desire: The Conception of Photography. Cambridge, Massachusetss, 1997.

Yvan Christ et al., 150 ans de photographie française. Photo-revue Editions, 1979.

Helmut and Alison Gernsheim, L.J.M. Gaguerre: The History of the Diorama and the Daguerrotype. London, 1965.

Anne de Mondenard, La Mission héliographique. Cinq photographes parcourent la France en 1851. Editions du Patrimoine, 2002.

H. J. Scheurer, Zur Kultur- und Mediengeschichte der Fotografie. Die Industrialisierung des Blicks. Köln, 1987.

*** DE TELEFOON:

Julien Brault, Le Télephone en 1888. Histoire de la Téléphonie Et Exploitation Des Téléphones En France Et à l’Etranger. London, Forgotten Books, Classic Reprint, 2018.

Patrice A. Carré et M. Monestier, Le Télex. 40 ans d'innovation. Paris, Mengès, 1987.

Patrice A. Carré, Le téléphone. Le monde à portée de voix. Paris, Découvertes Gallimard, 1993.

Jonathan Coopersmith, Faxed: The Rise and Fall of the Fax Machine. Baltimore, MD, John Hopkins University Press, 2015.

P. H. van der Elst, De Haagse Telefoon. Hoe het overheidsbedrijf ontstond en wat er aan vooraf ging. 1953.

C. Hogesteeger, Concentratie en centralisatie bij de openbare telefonie in Nederland.1881-1940. Rotterdam, 1984.

Louis Figuier, Le Téléphone, son histoire, sa description, ses usages. 1885.

Georges Galfano, Histoire de télégraphes et téléphones dans l'Aude. Narbonne, Arhiscom, 1990.

Bill Glover, History of the Atlantic Cable & Undersea Communications from the first submarine cable of 1850 to the worldwide fiber optic network. Atlantic Cables: 1856-2018.
Via: http://atlantic-cable.com//Cables/CableTimeLine/atlantic.htm, last revised: 20 March, 2019.

Frederic P. Miller, Agnes F. Vandome, John McBrewster (Sous la direction de), Histoire du Téléphone en France. Bélinographe, Téléphone, Demoiselles du téléphone, Téléphonie en France, Plan de numérotation téléphonique en France, Prise en T. Alphascript Publishing, 2010.

Jacques Pomonti, L'aventure du téléphone - une exception française. Hermès-Lavoisier, 2008.

Jean-François Ruges, Le téléphone pour tous. Paris, Seuil, 1970.

J. H. Schuilenga, J. D. Tours, J. G. Visser, Honder jaar telefoon. Geschiedenis van de openbare telefonie in Nederland. Een bundel opstellen. Den Haag, Staatsbedrijf der PTT, 1981.

Claude Weill, Thierry Deplanche, Téléphones. 130 ans d'innovations. Editions Du May, 2007.

O. de Wit, Telefonie in Nederland 1877-1940. Opkomst en ontwikkeling van een grootschalig technisch systeem. Delft, 1998.

*** CINEMA, RADIO, TELEVISIE:

Albert Abramson, Zworykin, Pioneer of Television, University of Illinois Press, 1995,

Olivier Bomsel, Gilles Le Blanc, Dernier tango argentique. Le cinéma face à la numérisation. Ecole des Mines de Paris, 2002.

Christian-Marc Bosséno, Cinéma. La prochaine séances. Les Français et leurs cinés. Paris, Découvertes Gallimard, 1996.

Musée Carnavalet, Paris grand-écran: Splendeur des salles obscures, 1895-1945. Musée Carnavalet - Paris-Musees, 1997.

René Duval, Histoire de la radio en France. Paris, Alain Moreau, 1979.

Emmanuel Hoog, La téle. Une histoire en direct. Paris, Découvertes Gallimard, 2010.

Jacques Kermabon (sous la direction de), ?Pathé. Premier empire du cinéma. ?Paris, Centre Pompidou, 1994.

Henri Kubnick, Les Frères Lumiière. Plon, 1938.

F. Lacloche, Architectures de cinéma. Paris, Editions du Moniteur, 1981.

Jean-Jacques Meusy, ?Paris-Palaces Ou Le Temps Des Cinémas (1894-1918)?. Paris, CNRS Éditions, 1995.

Charles Pathé, ?De Pathé frères à Pathé Cinéma?. ?SERDOC, "Premier Plan" n°55, 1970,

Bernard Pauchon, France Telecom and digital cinema. ShowEast, 2001.

Michel Remond, ?Histoire d'une aventure - Kodak Pathé. Vincennes. 1896 - 1927- 1986. Chez l'auteur, 1986.

Jacques Rittaud-Hutinet, Les frères Lumière: L'invention du cinéma. Paris, Flammarion, 1993.

Antoine Sabbagh, La Radio, Rendez-vous sur les ondes. Paris, Découvertes Gallimard, 1995.

Anthony Smith (ed.), Television: an internatioanl history. Oxford, Oxford University Press, 1995.

George Sweigert, War, Radio, and Me: The Story of the Portable Phone. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2014.

----------

DE DIGITALISERING VAN MAATSCHAPPIJ, DUS OOK VAN HET REIZEN:

*** DIGITALISERING VAN DE WERELDSE SAMENLEVING:

Michel Abadie, The Minitel Story. Favre SA, 1988.

Janet Abbate, Inventing the Internet. Cambridge, MA, The MIT Press, 1999.

D. Acemoglu et P. Restrepo, Artificial intelligence, automation and work. NBER Working Paper, n° 24196, 2018.

Jon Agar, Constant Touch: A Global History of the Mobile Phone. Icon Books Ltd., 2013.

Katherine Albrecht, Liz McIntyre, Spychips: How Major Corporations and Government Plan to Track Your Every Purchase and Watch Your Every Move. Plume, 2006.

R. Alker, Pictures of a Gone City. Tech and the Dark Side of Prosperity in the San Francisco Bay Area. Oakland, PM Press, 2018. >P> Carol Allain, Génération Z. L'humanité numérique en marche. Éditions Château d'encre, 2019.

Dr. Laurent Alexandre, Jean-François Copé, L'IA va-t-elle aussi tuer la démocratie? Paris, JC Lattès, 2019.

Julien Althuisius, De smartphone heeft ons veel gebracht, maar we zijn iets waardevols kwijtgeraakt. In: 'de Volkskrant', 27 december 2019, 15:01.
Via: https://www.volkskrant.nl/mensen/de-smartphone-heeft-ons-veel-gebracht-maar-we-zijn-iets-waardevols-kwijtgeraakt~ba9880c5/

Amnesty International, Surveillance Giants: How the business model of Google and Facebook threatens human rights. London, Amnesty International Ltd., 2019.
Via: https://www.amnesty.org/download/Documents/POL3014042019ENGLISH.PDF

Jérémy André, Guillaume Grallet, Guerric Poncet, er Marc Vignaud, Sommes-nous leurs esclaves? Monopole. Amazon, Facebook Google ... Ils règnent sur nos vies en imposant parfois leurs lois. Faut-il les démanteler? In: Le Point, N° 2518, pp. 48-67, 26 novembre 2020.

Gillian "Gus" Andrews, Keep Calm and Log On: Your Handbook for Surviving the Digital Revolution. The MIT Press, 2020.

Martijn Arets, Platformrevolutie Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven. Boom, 2020.

Bruno Arnaldi, Guillaume Moreau, Pascal Guitton (Sous la direction de), Réalité virtuelle et réalité augmentée. Mythes et réalités. ISTE Editions, 2018.

Nicole Aschoff, The Smartphone Society: Technology, Power, and Resistance in the New Gilded Age. Beacon Press, 2020.

Fynn Axelsen, Neue digitale Revolution - Blockchain?: Blockchain erklärt. 2020.

Thomas Christian Bächle, Digitales Wissen, Daten und Überwachung zur Einführung. Hamburg, Junius, 2016.

Romain Badouard, Les nouvelles lois du web. Modération et censure. Paris, Seuil - La Republique Des Idees, 2020.

Katrin Becker, Ne pas laisser le numérique saper la 'présence physique'. In: Le Monde, 29-30 novembre 2020.

Miguel Benasayag, La Tyrannie des Algorithmes. Paris, Editions Textuel, 2019.

Leslie Berlin, Troublemakers. Silicon Valley's Coming of Age. Simon & Schuster, 2017.

Georges Bernanos, La France contre les robots - Révolution Industrielle et Technologique (1947). Editions AOJB, 2019.

François de Bernard, L'homme post-numérique: Face à la société de surveillance générale. Editions Yves Michel, 2015.

Catharine Bertho, Télégraphes et téléphone, de Valmy au microprocesseur. Paris, Le Livre de Poche, 1981.

Catharine Bertho (Sous la direction de), Histoire des télécommunications en France. Paris, Erès, 1984.

Catherine Besteman and Hugh Gusterson, Life by Algorithms: How Roboprocesses Are Remaking Our World. Chicago, University of Chicago Press, 2019.

Pierre-Marc de Biasi, Le troisième cerveau. Petite phénoménologie du smartphone. CNRS éditions, 2018

Père Jean-Baptiste Bienvenu, Ils nous bouffent: Un guide TRES pratique et spirituel pour se libérer des écrans. Artège Editions, 2021.

Lena Bjurström (Editorial), Tous surveillés? Le commerce des données personnelles sur Internet. In: Politis, Dossier Société, 19 mars, 2015, pp. 16-21.

Adrienne van den Bogaard & Harry Lintsen (red.), De eeuw van de computer. De geschiedenis van de informatietechnologie in Nederland. Deventer, / Stichting Historie der Techniek, 2008.

Dan Bouk, How Our Days Become Numbered. Risk and the Rise of the Statistical Indivudual. Chicago, University of Chicago Press, 2015.

Dominique Boullier, Sociologie du numérique. Paris, Armand Colin, 2019.

Jérôme Bourdon et Valérie Schafer (Sous la direction de), Histoire de l'Internet, l'Internet dans l'histoire. Le Temps des médias n° 18, Nouveau Monde Editions, 2012.

Philippe Breton et Serge Proulx, L'Explosion de la communication à l'aube du XXIe siècle. Paris, La Découverte, 1993.

Philippe Breton, Serge Proulx, L'explosion de la communication. Introduction aux théories et aux pratiques de la communication. Paris, La Découverte, 2012.

Luc Bretonne (dir.), #100 idées pour une France numérique. Diateino, 2019.

Gérald Bronner, Apocalypse cognitive. Paris, Presses universitaires de France, 2020.

Julien Brygo, Peut-on encore vivre sans Internet? In: Le Monde Diplomatique, août 2019.

Richard Campbell, Christopher Martin, Bettina Fabos, Media & Culture: Mass Communication in a Digital Age. Boston,MA, Bedford/St. Martin's, 2014.

Martin Campbell–Kelly, Daniel D. Garcia–Swartz, From Mainframes to Smartphones – A History of the International Computer Industry. Harvard University Press, 2015.

Dominique Cardon, Culture numérique. Paris, Sciences Po, 2019.

Dominique Carré, Geneviève Vidal, Hyperconnectivité. Volume 3. Enjeux économique, sociaux et environnementaux. ISTE Editions, 2018.

Manuel Castells, La Galaxie Internet. Paris, Fayard, 2002.

Manuel Castells, Communication et pouvoir. Maison des Sciences de l'Homme, 2013.

Manuel Castells, Networks of Outrage and Hope: Social Movements in the Internet Age. Polity Press, 2nd Edition, 2015.

Paul E. Ceruzzi, Computing. A concise history. Cambridge, Mass. - London Engeland, The MIT Press, 2012.

Guillaume Chaslot (Intervenant), Il n'y a pas de hasards sur Internet. France Culture / Les Nouvelles Vagues, 26/04/2017.
Via: https://www.franceculture.fr/emissions/les-nouvelles-vagues/le-hasard-35-il-ny-pas-de-hasards-sur-internet

Guillaume Chaslot (Propos recueillis par Guillaume Grallet), You Tube: confessions d'un repenti. In: Le Point, 29/08/2019.
Via: https://www.lepoint.fr/technologie/youtube-confessions-d-un-repenti-29-08-2019-2332248_58.php >P> Guillaume Chaslot (Intervenant), Quand l'IA nous dresse les uns contre les autres. 27 January, 2020.
Via: https://www.youtube.com/watch?v=swgZ1HTSddo

Vanessa Codaccioni, La société de vigilance. Autosurveillance, délation et haines sécuritaires. Textuel, 2021.

E. Cohen, Mass Surveillance and State Control. The Total Information Awareness Project. Palgrave Macmillan, 2010.

Jenn-Marie Cotteret, La Selfie-démocratie. De la souverainité nationale à la souverainité numerique. VA Editions, 2020.

Nick Couldry, Ulises A. Mejias, The Costs of Connection. How Data Is Colonizing Human Life and Appropriating It for Capitalism. Stanford University Press, 2019.

Vincent Courboulay, Vers un numérique responsable. Repensons notre dépendance aux technologies digitales. Actes Sud, 2021.

Kate Crawford, "Can an Algorithm be Agonistic? Ten Scenes from Life in Calculated Publics". In. Science, Technology, & Human Values, vol. 41, no 1,? 24 juin 2015, p. 77–92

Anna Crowley Redding, Google It. A History of Google. Feiwel & Friends, 2018.

Barbara Czarniawska, Bernward Joerges, Robotization of Work? Answers from Popular Culture, Media and Social Sciences. Edward Elgar Publishing Ltd., 2021.

Ahmed Dahmani, José Do-Nascimento, Jean-Michel Ledjou, Jean-Jacques Gabas (Sous la direction de), La démocratie à l'épreuve de la société numérique. Karthala, 2007.

Ernie Dainow, A Concise History of Computers, Smartphones, and the Internet. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2017.

Martin Davis, Engines of Logic: Mathematicians and the Origins of the Computer. Norton, 2000.

Stanislas Dehaene, Yann le Clun, Jacques Girardon, La Plus Belle Histoire de l'intelligence. Paris, Odile Jacob, 2018.

Laura DeNardis, The Internet in Everything. Freedom and Security in a World With No Off Switch. Yale University Press, 2020.

Michel Desmurget, La fabrique du crétin digital. Les dangers des écrans pour nos enfants. Paris, Seuil, 2019.

Bruno Dufay, L'individualiste hyper-connecté. Individualisme et technologies conduisent-ils au totalitarisme? Paris, Editions L'Harmattan, 2018.

Marc Dugain, Christophe Labbé, L'Homme Nu. La dictature invisible du numérique. Paris, Robert Laffont - Plon, 2016.

Cédric Durand, Technoféodalisme. Critique de l'économie numérique. Paris, La Découverte, 202O.

Federal Trade Commission, Data Brokers: A Call for Transparency and Accountability. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2015.

Alain Finkelkraut et Paul Soriano, Internet, l'inquiétante extase. Paris, Fondation du 2 Mars / Mille et ine nuits, 2001.

T.P. Ffiske, The Immersive Reality Revolution: How virtual reality (VR), augmented reality (AR), and mixed reality (MR) will revolutionise the world. Independently published, 2020.

Franklin Foer, World Without Mind: The Existential Threat of Big Tech. Penguin Press, 2017.

B.J. Fogg, Persuasive Technology: Using Computers to Change What We Think and Do. San Francisco, CA, Morgan Kaufmann Publishers, 2003.

Christian Fuchs and Vincent Moso (Eds.), Marx in the Age of Digital Capitalism. Leiden, Brill, 2017.

Scott Galloway, The Four. The Hidden DNA of Amazon, Apple, Facebook, and Google. New York, Random House, 2017.

Kelly A. Gates, Our Biometric Future. Facial Recognition Technology and the Culture of Surveillance. New York, New York University Press, 2011.

Barton Gellman, Dark Mirror. Edward Snowden and the Surveillance State. Bodley Head, 2020.

Paolo Gerbaudo, The Digital Party. Political Organisation and Online Democracy. Pluto Press, 2018.

Tarleton Gillespie, Custodians of the Internet. Platforms, Content Moderation, and the Hidden Decisions That Shape Social Media. Yale University Press, 2018.

Hans Ulrich Gumbrecht, Weltgeist im Silicon Valley. Leben und Denken im Zukunftsmodus. NZZ Libro, 2018.

Mark Graham and Martin Dittus, Geographies of Digital Exclusion: Data Power and Inequality. Pluto Press, 2021.

Greenpeace International, Votre Cloud est-il net? Greenpeace International, 2015.

Jean-Claude Guédon, La planète cyber. Internet et cyberspace. Paris, Découverte Gallimard, 1996.

Bernard E. Harcourt, Exposed – Desire and Disobedience in the Digital Age. Harvard University Press, 2015.
Bernard E. Harcourt, La Société d'exposition - Désir et désobéissance à l'ère numérique. Paris, Seuil, 2020.

Pierre Henrichon, Big data. Faut-il avoir peur de son nombre? Cybernétique, dataveillance et néolibéralisme, des armes contre la société. Ecosociete, 2020.

Matthew Hindman, The Internet Trap: How the Digital Economy Builds Monopolies and Undermines Democracy. Princeton University Press, 2018.

Andrew Hodges, Alan Turing: The Enigma. London, Vintage Books, 1983.

Christian Huitema, Et Dieu créa l'Internet. Paris, Eyrolles, 1995.

Par Geoffroy Husson, Le Minitel, "faux frère" d'Internet, ferme définitivement. Après trente ans de vie active, le réseau Transpac du Minitel fermera samedi pour laisser sa place à Internet et au protocole IP. In: Le Monde, le 29 juin 2012.
Via: https://www.lemonde.fr/technologies/article/2012/06/29/le-minitel-faux-frere-d-internet-ferme-definitivement_1718808_651865.html

Célia Izoard, Merci de changer de métier. Lettres aux humains qui robotisent le monde. Editions de la Dernière Lettre, 2020.

Francis Jauréguiberry, Les branchés du portable. Sociologie des usages. Paris, Presses universitaires de France, 2003.

Francis Jauréguiberry, S. Proulx (éds.), Internet, nouvel espace citoyen? Paris, L'Harmattan, 2003.

Jacques Jublin, Jean-Michel Quatrepoint, French ordinateurs de l'affaire Bull à l'assassinat du Plan Calcul. Alain Moreau, 1976.

Andrew Keen, The Cult of the Amateur. How Today's Internet Is Killing Our Culture and Assaulting Our Economy. London, Nicholas Brealy, 2007.

Andrew Keen, Digital Vertigo. London, Constable & Robinson, 2012.

Andrew Keen, How to Fix the Future: Staying Human in the Digital Age. Atlantic Books, 2019.

Dan Khanna, The Rise, Decline and Renewal of Silicon Valley's High Technology Industry. CRC Press Inc., 2020.

Bill Kilday, Never Lost Again. The Google Mapping Revolution That Sparked New Industries and Augmented Our Reality. Harper Business, 2018.

Alan Kirby, Digimodernism. How New Technologies Dismantle the Postmodern and Reconfigure Our Culture. New York - London, Continuum, 2009.

Naomi Klein, Ne laissons pas les géants du web contrôler nos vies. In: Courrier international, N° 1547 du 25 juin au 1er juillet 2020.

Guy Klemens, The Cellphone. The History and Technology of the Gadget That Changed the World. McFarland & Company, 2010.

Gaspard Koenig, La Fin de l'individu. Voyage d'un philosophe au pays de l'intelligence artificielle. Paris, Editions L'Observatoire - Le Point, 2019.

C. Lafontaine, L'Empire cybernétique. Paris, Seuil, 2004.

Samuel Laurent, J'ai vu naître le monstre. Twitter va-t-il tuer la #démocratie?. Les Arènes, 2021.

Damien Leloup, La France aurait-elle vraiment pu inventer Internet? In: Le Monde, mercredi 31 mars, 2O21.
Via: https://www.lemonde.fr/sciences/article/2021/03/29/la-france-aurait-elle-vraiment-pu-inventer-internet_6074880_1650684.html

Jill Lepore, If Then. How One Data Company Invented the Future. John Murray, 2020.

Franck Leroy, Réseaux sociaux & Cie, le commerce des données personnelles. Actes Sud, 2013.

Caroline Lequesne Roth, « L’encadrement des technologies de surveillance est une condition de la démocratie ». In: Le Monde, 23 janvier 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/idees/article/2020/01/22/caroline-lequesne-roth-l-encadrement-des-technologies-de-surveillance-est-une-condition-de-la-democratie_6026778_3232.html

Yasha Levine, Surveillance Valley: The Secret Military History of the Internet. Icon Books Ltd., 2018.

Henri Lilen, La belle histoire des révolutions numériques. De Boeck, 2019.

Jean Lohisse, La planète numérisé ou l'informatique au-delà des usages. Bruxelles, Editions Labor, 2002.

Pierre Louette, Des géants et des hommes. Pour en finir avec l'emprise des Gafa sur nos vies. Paris, Robert Laffont, 2021.

Julien Mailland, Kevin Driscoll, Minitel: Welcome to the Internet. Cambridge Massachuts, MIT Press, 2017.

Kevin Maney, Why the World Hates Silicon Valley. In: Newsweek, 06-09-2016.
Via: https://www.newsweek.com/2016/06/17/silicon-valley-takeover-468182.html

Blaise Mao et Thomas Saintourens, Cyber Fragiles. Enquête sur les dangers de nos vies connectées. Paris, Editions Tallandier, 2016.

Céline Marange, Maud Quessard, Les guerres de l'information à l'ère numérique. Presses universitaires de France, 2021.

Michel Marchand, The Minitel Saga: A French Success Story. Larousse, Paris 1988.

John Markoff, What the Dormouse Said ... How the 60s Counterculture Shaped the Personal Computer Industry. New York, Viking Penguin, 2005.

Bernard Marr, Data Strategy. How to Profit from a World of Big Data. Analytics and the Internet of Things. Kogan Page, 2017.

Karim Massimov, Le prochain maître du monde. L'intelligence artificielle. Paris, Fayard, 2020.

Viktor Mayer-Schönberger and Kenneth Cukier, Big Data. Houghton Mifflin Harcourt, 2013.

Brian McCullough, How the Internet Happened: From Netscape to the iPhone. Liveright Publishing Corporation, 2018.

Edward Mendelson, In the Depths of the Digital Age. In: The New York Review of Books, June 23, 2016 issue.

Brian Merchant, The One Device. The Secret History of the iPhone. Corgi, 2018.

Michael Miller, You Tube 4 You. Indianapolis, IN., Que Publishing, 2007.

Martin Moore (Edited by), Digital Dominance: The Power of Google, Amazon, Facebook, and Apple. Oxford University Press, USA, 2018.

Vincent Mosco, To the Cloud: Big Data in a Turbulent World. Routledge, 2014.

Pierre-Éric Mounier-Kuhn, L'informatique en France de la seconde guerre mondiale au Plan Calcul. L'émergence d'une science. Paris, Presses Universitaires Paris-Sorbonne, 2010.

Chloé Moura, La grande distribution à l'heure de la mobilité. Les consommateurs sont-ils prêts à accepter les nouveaux outils digitaux en point de vente physique? Éditions universitaires européennes, 2017.

Amanda Mull, How Your Laptop Ruined Your Life. Smartphones aren’t the only killers of work-life balance. In: The Atlantic, February 10, 2020.
Via: https://www.theatlantic.com/technology/archive/2020/02/laptops-killed-work-life-balance/606334/?fbclid=IwAR0ebNLs1koREteCyWwYe60FUdQU3xwtUgXec9Mx-4vwu95dRePB1q8apN4

Laura W. Murphy (Introduction by), Facebook's Civil Rights Audit. Final Report. July 8, 2020.
Via: https://about.fb.com/wp-content/uploads/2020/07/Civil-Rights-Audit-Final-Report.pdf

John Naughton, Who is Doing Google and Facebook's Dirty Work? In: The Guardian, December 24, 2017.

Wouter van Noort, Is daar iemand? Hoe de smartphone ons leven beheerst. Amsterdam, Thomas Rap , 2017.

Dominique Nora, Les Conquérants du cybermonde. Paris, Calmann-Lévy, 1995.

Simon Nora and Alain Minc, The Computerisation of Society, MIT Press, Cambridge Massachusetts 1980.

G. Packer, No Death, No Taxes. The Libertarian Futurisme of a Silicon Billionaire. November 21, 2011.
Via: https://www.newyorker.com/magazine/2011/11/28/no-death-no-taxes

John Palfrey & Urs Gasser, Born Digital. Understanding the First Generation of Digital Natives. New York, Basic Books, 2008.

John Palfrey & Urs Gasser, Born Digital. How Children Grow Up in a Digital Age. New York, Basic Books, 2 édition, 2016.

Helen Papagiannis, Augmented Human. How Technology Is Shaping the New Reality. O'Reilly Media, 2017.

Kristopher L. Peak (Editor), Data Brokers and Information Resellers: Elements and Considerations. Nova Science Publications Inc., UK, 2014.

Denis Perier, Le dossier noir du minitel rose. L'étrange cohabitation des marchands de sexe, de l'administration et des patrons de presse. Paris, Albin Michel, 1988.

Nicolas Petit, Big Tech and the Digital Economy. The Moligopoly Scenario. Oxford, Oxford University Press, 2020.

S. Pinker, The Village Effect: How Face-to-Face contact can Male us Healthier and Happier. Random House of Canada, 2015.

Alexandre Piquard, Amazon, symbole de l'hyperpuissance contestée des GAFA. In: Le Monde, 7 novembre, 2020.

Yves Poullet (Sous la direction de), Vie privée, liberté d'expression et démocratie dans la société numérique. Centre de Recherche Information, Droit et Société. Larcier, 2020.

Alan J. Reid, The Smartphone Paradox - Our Ruinous Dependency in the Device Age. Springer International Publishing AG, 2018.

Éric Reinhardt, Comédies françaises. Paris, Gallimard, 2020.

Tony Reinke, Altijd en overal. Hoe je smartphone je leven verandert. De Banier, 2017.

Tony Reinke (Forword by John Piper), 12 Ways Your Phone Is Changing You. Crossway Books, 2017.
Tony Reinke (Préface de John Piper), Génération Smartphone. 12 façons dont le téléphone vous transforme. CLE Editions, 2018.

Loes Reijmer, De kunst van het verleiden op Instagram. In. 'de Volkskrant', 6 augustus 2019.
Via: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-kunst-van-het-verleiden-op-instagram~bdd6ed5b/

Rémy Rieffel, Révolution numérique, révolution culturelle? Paris, Gallimard Folio, 2014.

Jean-Yves Rincé, Le Minitel. Paris, PUF, 1985.

Sarah T. Roberts, Behind the Screen. Content Moderation in the Shadows of Social Media. Yale University Press, 2019.
Sarah T. Roberts, Derrière les écrans. Les nettoyeurs du web à l'ombre des réseaux sociaux. Paris, La decouverte, 2020.

John D. Rockefeller IV, Chairman, Committee on Commerce, Science, and Transportation, United States Senate, What information do data brokers have on consumers, and how do they use it? CreateSpace Independent Publishing Platform, 2017.

Cordula Rooijendijk, Alles moest nog worden uitgevonden. De Geschiedenis van de computer in Nederland. Amsterdam, Atlas, 2e druk, 2007.

Alex Rosenblat, Tamar Kneese and Danah Boyd, Workplace Surveillance. In: Social Science Research Network, December 14, 2014;
Via: https://papers.ssrn.com/abstract=2536605.

Paul Rosenzweig (narrator and author), The Surveillance State: Big Data, Freedom, and You. Audiobook. The Great Courses, 2016.

Douglas Rushkoff, Les 10 Commandement de l'ère numérique. Fyp Editions, 2012.

Pieter Sabel, Toen de zorg om privacy begon. Met de volkstelling vijftig jaar geleden ontsond in Nederland voor het eerst maatschappelijke onrust over de centrale opslag van de gegevens in een computer. In: de Volkskrant, zaterdag 3 april 2021.

Eric Sadin, La Vie Algorithmique. Critique de la raison numérique. Paris, Editions L'échappée, 2015.

Eric Sadin, La Silicolonisation du Monde. L'Irrésistible expansion du libéralisme numérique. Edition L'Echappée, 2016.

Eric Sadin, L'ère de l'individu tyran. La fin d'un monde commun. Paris, Grasset et Fasquelle, 2020.

Pierre-Henry de Saint-Jeoire, Les outils de la campagne électorale numérique. Gagner les élections grâces aux outils numériques. Les Éditions Politiques Associés, 2020.

Francois Saltiel, La société du sans contact. Selfie d'un monde en chute. Paris, Flammarion, 2020.

Peter H. Salus, Casting the Net. From ARPANET to INTERNET and Beyond. Addison Wesley, 1995.

Peter H. Salus (Editor), The ARPANET Sourcebook. The Unpublished Foundations of the Internet. Peer-To-Peer Communications, 2008.

Valérie Schafer et Benjamin G. Thierry, Le Minitel, l'enfance numérique de la France. CIGREF avec NUVIS, Collection Économie et Prospective numériques, 2012.

David Schardt, Marc Andreessen. The Young Man Who Opened the Web to Everyone. Nimble Enterprises, Format Kindle, 2012.

Eric Schmidt and Jared Cohen, The New Digital Age. Transforming Nations, Businesses, and Our Lives. New York, Vintage, 2014.

Bruce Schneier, Data and Goliath. The Hidden Battles to Collect Your Data and Control Your World. New York / London, W.W Norton & Co, 2013.

Brigid Schulte, Overwhelmed. London, Bloomsbury, 2014.

Laurence Scott, The Four-Dimensional Human. Ways of Being in the Digital World. Windmill Books, 2016.

Philippe Ségur, Sarah Périé-Frey (Sous la direction de), L'Internet & la démocratie numérique. Perpignan, Presses Universitaires de Perpignan, 2016.

Sergio Amadeu da Silveira (Sous la direction de), Everything about Every@ne: Digital Networks, Privacy and the Personal Data Trade. Edições Sesc SP, Format Kindle, 2017.

Chris Skinner, Digital Human: The Fourth Revolution of Humanity Includes Everyone. John Wiley & Sons Inc., 2018.

Ramesh Srinivasan, Whose Global Village? Rethinking How Technology Shapes Our World. New York, University of New York Press, 2018.

Ramesh Srinivasan, Beyond the Valley. How Innovators around the World are Overcoming Inequality and Creating the Technologies of Tomorrow. The MIT Press, 2019.

Oliver Stengel, Alexander van Looy, Stephan Wallaschkowski (Hrsg.), Digitalzeitalter - Digitalgesellschaft. Das Ende des Industriezeitalters und der Beginn einer neuen Epoche. Springer VS, 2017.

Roger de Le Taillandier, Dans l'enfer du Minitel rose. Paris, Editions Bernard de Fallois, 1989.

Chunlei Tang, Data Capital. How Data Is Reinventing Capital for Globalization. Springer Nature Switzerland AG, 2021.

Adam Tanner, Our Bodies, Our Data: How Companies Make Billions Selling Our Medical Records. Beacon Press, 2017.

Bruce Taplin, Smartphone History. Evolution & Revolution. Format Kindle, Bruce Taplin, 2013.

Astra Taylor, Démocratie.com - Pouvoir, culture et résistance à l'ère des géants de la Silicon Valley. Lux, 2014.

Olivier Tesquet, État d'urgence technologique. Comment l'économie de la surveillance tire parti de la pandémie. Premier Parallèle, 2021.

Joëlle Toledano, GAFA. Reprenons le pouvoir! Paris, Odile Jacob, 2020.

Joëlle Toledano (Propos recueillis par), "Il faut inventer de nouveaux dispositifs pour encadres ta toute puissance des GAFA." In: Le Monde, 2 février 2021.

Lefevre Toussaint, L'aventure du minitel. Paris, Nathan, 1991.

Sherry Turkle, Alone Together. Why We Expect More from Technology and Less from Each Other. Basic Books, 2017.

Fred Turner, From Counterculture to Cyberculture: Stewart Brand, the Whole Earth Network, and the Rise of Digital Utopianism. Chicago, University of Chicago Press, 2008.

Siva Vaidhyanathan, The Googlization of Everything (and Why We Should Worry). Berkeley, University of California Press, 2011.

Laurens Verhagen, Wil je wel de nieuwe Jeff Bezos zijn? De methode-Amazon ontmaskerd. Het succes van webwinkelgigant Amazon komt met een hoge prijs. Belastingontwijking, machtsmisbruik en slechte werkomstandigheden zijn de pijlers waarop topman Jeff Bezos zijn bedrijf heeft gebouwd. Hoelang is de ‘methode-Amazon’ nog houdbaar? In: de Volkskrant, 12 april 2021.
Via: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wil-je-wel-de-nieuwe-jeff-bezos-zijn-de-methode-amazon-ontmaskerd~bdbea6f8/

Stéphane Vial, L'être et l'écran - Comment le numérique change la perception. Paris, Presses Universitaires de France, 2013.

Geneviève Vidal,La médiation numérique muséale. Un renouvellement de la diffusion culturelle. Bordeaux, Presses Universitaires de Bordeaux, 2018.

David S. Vise, The Google Story. Inside the Hottest Business, Media and Technology Success of Our Time. Macmillan, 2018.

Louis de Vries, Signalering. De taal van de telefonie van analoog tot ISDN. Zwolle, Uitgeverij Kluwer b.v., 1995.

Kelli van der Waals, Picture perfect - het publieke leven van de smartphone-generatie. Amasterdam, Atlas Contact, 2020.

Joel Waldfogel, Digital Renaissance. What Data and Economists Tell Us about the Future of Popular Culture. Princeton University Press, (uncorrected advance proof), 2018.

Amy Webb, The Big Nine. How the Tech Titans and Their Thinking Machines Could Warp Humanity. Public Affairs, 2020.

Michel Weber, Covid-1984 ou La vérité (politique) du mensonge sanitaire: un fascisme numérique. Les éditions Chromatika, 21 décembre 2020.

Jack Wedam, Is your smartphone your possession - or your obsession? Pageturner, Press and Media, 2020.

Sarah West Myers, Meredith Whittaker and Kate Crawford. “Discriminating Systems: Gender, Race and Power in AI,” AI Now Institute, 2019.,
Via: https://ainowinstitute.org/discriminatingsystems.pdf

Alexis Wichowski, The Information Trade. How big tech conquers countries, challenges our rights, and transform our world. New Ourk NY, HarperOne, 2020.

Robert Wigley, Born Digital. The Story of a Distracted Generation. Whitefox Publishing, 2021.

Jonathan Yang, The Rough Guide to Blogging. London, Rough Guides, 2006.

Pia Zimmermann, Generation Smartphone - Wie die Digitalisierung das Leben von Kindern und Jugendlichen verändert. Was wir wissen sollten und was wir tun können. Fischer & Gann, 2016.

Shoshana Zuboff, The Age of Surveillance Capitalism. The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power. London, Profile Books Ltd., 2019.

Shoshana Zuboff, The Coup We Are Not Talking About. We can have democracy, or we can have a surveillance society, but we cannot have both. In: The New York Times, January 29, 2021.
Via: https://www.nytimes.com/2021/01/29/opinion/sunday/facebook-surveillance-society-technology.html?searchResultPosition=1

*** DIGITALISERING VAN HET REIZEN EN VAN HET TOERISME:

4YANG, Traducteur Parlant Instantané Vocal 138 Langues,Appareil de Traduction de Photo Portable et Traducteur Instantané Bidirectionnel, Réponse rapide en 0,2 secondes,Précision de 97%.
Marque : 4YANG. Vue le 9 mars, 2021.

Kilvantor, Traducteur Vocal Instantané, Traducteur Vocal Multi Langues Support 138 Langues Traducteur Vocal Offline WiFi/Hotspot/Écran tactile/Caméra.
Marque : Kilvanator. Vue le 9 mars, 2021.

LLDKA Traducteur, portable intelligent bidirectionnel traduction vocale en temps réel traduction simultanée, avec 40 langues Instant Real Time Langues vocales.
Marque: LLDK. Vue le 9 mars, 2021.

---------

ANWB Extra reisgidsen op tablet of smartphone.28 juni 2017.
Via: https://www.anwb.nl/vakantie/nieuws/2017/juni/anwb-extra-reisgidsen-op-tablet-of-smartphone

Manuelle Aquilina , Frédéric Pugnière-Saavedra , et al., La communication touristique: Vers de nouvelles interfaces? Québec (Québec) Presses de l'Université Laval, 2018.

Roland Atembe, The Use of Smart Technology in Tourism: Evidence From Wearable Devices. In: Journal of Tourism and Hospitality Management, December 2015, Vol. 3, No. 11-12, pp. 224-234.

Atout France, Réseaux et médias sociaux dans le tourisme. Paris, Atout France, 2011.

Atout France, Le numérique et les offices de tourisme. Paris, Atout France, Collection: Developpement touristique, série Analyses marketing, 2011

Eda Avci, Enhancing the Cultural Tourism Experience Through Augmented Reality. In Globe - Advances in Global Business and Economics, 2019, Volume 2, pp. 213-230, ANANEI Publishing, 2019.

Alistair Barr, 'Google Maps Guesses Where You're Headed Now'. In: Wall Street Journal (blog), January 13, 2016.
Via/ http://blogs.wsj.com/digits/2016/01/13/google-maps-guesses-where-youre-headed-now.

P. Benckendorff, G. Moscardo, & D. Pendergast (Eds.), Tourism and Generation Y. Wallingford, CABI, 2010.

Beer Bergman, Bienvenue à l'Hospitalité Digitale - Le nouveau prisme du marketing en ligne. Editions Kawa, 2018.

Elena Bondarik, Digital transformation in travel and tourism. 08/17/2018.
Via: https://www.geospatialworld.net/blogs/digital-transformation-in-travel-and-tourism-the-customer-journey/

Charlotte Bouillot, Tripadvisor: The Online Travel Community. How a crowdsourced review website transformed an industry. 50minutes.com, 2016.

P. Buonincontri & R. Micera, The experience co-creation in smart tourism destinations: a multiple case analysis of European destinations. Information Technology & Tourism, 16(3), 285-315, 2016.

P. Buonincontri & A. Marasco, Enhancing cultural heritage experiences with smart technologies: An integrated experiential framework. European Journal of Tourism Research 17, 3-101, 2017.

Jean-Louis Cabrespines, Régis Wargnier, Tourisme et numérique. Les éditions des Journaux Officiels, 2018.

L. Cantoni & Z. Xiang (Eds.), Information and communication technologies in tourism. Berlin-Heidelberg, Springer-Verlag. 2013.

G. Casella & M. Coelho, Augmented heritage: situating augmented reality mobile apps in cultural heritage communication. Proceedings of the International Conference on Information Systems and Design of Communication, Lisboa, Portugal, July 11- 12, 2013, pp. 138-140.

Sophy Caulier, Dossier: Le numérique entre réel et virtuel. Addenda par Sophy Caulier: 'Au secours du tourisme, du patrimoine et de la culture'. In: Le Monde 03-09-2019, pp. 14-15.

John Ch Lok, Learning Big Data Gathering To Predict Travel Industry Consumer Behavior. Independently published, 2018.

K. Cheverst, N. Davies, K. Mitchell, A. Friday, and C. Efstratiou, “Developing a Context-Aware Electronic Tourist Guide: Some Issues and Experiences.” In: Proceedings of the SIGCHI conference on Human factors in computing systems. New York, ACM, pp. 17-24, 2000.

Andrea Fortuna Chiopu, Ana Mihaela Padurean, Madalina Lavinia ala and Ana-Maria Nica, The influence of new technologies on tourism consumption behavior of the millennials.
In: Contemporary Approaches and Challenges of Tourism Sustainability, Vol. 18, Special Issue No. 10, pp. 829-846, November 2016.

M. Conyette, 21st century travel using websites, mobile and wearable technology devices. Athens: ATINER’s conferences Paper Series, No. TOU2015-1475, 2015.

E. Cranmer, M.C. tom Dieck, T. Jung. How Can Tourist Attractions Profit from Augmented Reality? In: T. Jung & M. C. tom Dieck (Eds.), Augmented Reality and Virtual Reality- Empowering Human, Place and Business, Springer, 2017.

Eleanor E. Cranmer, M. Claudia tom Dieck, Paraskevi Fountoulaki, Exploring the value of augmented reality for tourism. In: Tourism Management Perspectives, n° 35, 2020.

J.E. Dickinson et al., Tourism and the smartphone app: capabilities, emerging practice and scope in the travel domain. Current Issues in Tourism, 17(1), 84- 101, 2014.

M. C. tom Dieck, T. Jung & D. I. Han, Mapping requirements for the wearable smart glasses augmented reality museum application. Journal of Hospitality and Tourism Technology, 7(3), 2016, pp. 230-253.

M. C. tom Dieck & T. H. Jung, Value of augmented reality at cultural heritage sites: A stakeholder approach. Journal of Destination Marketing & Management, 6(2), 2017, pp. 110-117.

Maria Gorete Dini, Luis Bonixe, Sonia Lamy and Zelia Breda, Impact of New Media in Tourism. Business Science Reference, 2021.

Brice Duthion, Cyrille MandouL, L'innovation dans le tourisme. Culture numérique et nouveaux modes de vie. De Boeck - Collection Tourisme - Compétences et métiers. De Boeck Université, 2016.

F. Femenia-Serra, J.F. Perles-Ribes & J.A. Ivars-Baidal, (2018). Smart destinations and tech-savvy millennial tourists: hype versus reality. In: Tourism Review, 2018.
Via: http://doi.org/https://doi.org/10.1108/TR-02-2018-0018

Fingnet - Shaping the Future, How Is Augmented Reality Reshaping Travel and Tourism. Feb 05,2019
Via: https://www.fingent.com/blog/how-is-augmented-reality-reshaping-travel-and-tourism/

E. R. Fino, J. Martín-Gutiérrez, M.D.M. Fernández & E.A. Davara, Interactive tourist guide: Connecting web 2.0, augmented reality and QR codes. Procedia Computer Science, 25, 338-344, 2013.
Via: https://doi.org/10.1016/j.procs.2013.11.040.

Lani Fried, 8 of the Best Apps to Download Before Visiting Paris.
Via: https://toomanyadapters.com/best-apps-paris-travel/ (April 10, 2020. First published in 2019.)

F. Fritz, A. Susperregui and M.T. Linaza, Enhancing Cultural Tourism experiences with Augmented Reality Technologies. In: M. Mudge, N. Ryan, R. Scopigno (Editors), The 6th International Symposium on Virtual Reality, Archaeology and Cultural Heritage VAST, Short Presentations, 2005.

P. Galatis, D. Gavalas, V. Kasapakis, G. Pantziou & C. Zaroliagis, Mobile Augmented Reality Guides in Cultural Heritage. Proceedings of the 8th EAI International Conference on Mobile Computing, Applications and Services, Cambridge, Great Britain, November 30-December 1, 2016, pp. 11-19.

C. Gerrity, How augmented reality travel will re-shape the tourism industry. 2018.
Via: https://www.agencymabu.com/augmented-reality-travel-tourism/

K. ten Hagen, M. Modsching and R. Kramer, A location aware mobile tourist guide selecting and interpreting sights and services by context matching. In: Proceedings of the 2nd Annual International Conference on Mobile and Ubiquitous Systems: Networking and Services, 2005.

D.D. Han, J. Weber et al., Blowing your Mind: A Conceptual Framework to enhance to enhance the cultural visitor experience through Augmented Reality and Virtual Reality Application using EEG experience measures, Virtual and Augmented Reality Technologies to Enhance the Visitor Experience in Cultural Tourism: 6th European Conference, ECIL, Oulu, Finland, September 2018, pp.24–27.

S. Harkness, Wearable and wanderlust: How technology is changing travel. 2015.
Via: http://www.screenpilot.com/2015/03/wearables-wanderlust-how-technology-is-changing-travel/

Francis Jauréguiberry et Jocelyn Lachance, Le voyageur hypermoderne. Partir dans un monde connecté. Toulouse, Editions érès, 2016.

Francis Jauréguiberry, L’impossible déconnexion. Le voyage n’est plus ce qu’il était. In: Revue Espaces n°356, Septembre 2020.

I. Jeacle and C. Carter, "In TripAdvisor we trust: rankings, calculative regimes and abstract systems'. In: Accounting, Organizations and Society, Vol. 36, pp. 293-309, 2011.

Timothy Jung, M.Claudia tom Dieck (Eds.), Augmented Reality and Virtual Reality Empowering Human, Place and Business. Springer, 2017.

KANTAR TNS, Les Français connectés en vacances. Rapport complet, Juin 2017.
Via/https://www.tns-sofres.com/sites/default/files/2017.06.26-orange.pdf.

Yutaka Kidawara, Eiichiro Sumita, Hisashi Kawai (Editors), Speech-to-Speech Translation. Springer, 2019.

Bill Kilday, Never Lost Again. The Google Mapping Revolution That Sparked New Industries and Augmented Our Reality. Harper Business, 2018.

Guy Klemens, The Cellphone. The History and Technology of the Gadget That Changed the World. McFarland & Company, 2010.

Chris D. Kounavis, Anna E. Kasimati, Efpraxia D. ZamaniFirst, Enhancing the Tourism Experience through Mobile Augmented Reality: Challenges and Prospects. In: International Journal of Engineering Business Technology, January 1, 2012.
Via: https://journals.sagepub.com/doi/full/10.5772/51644

R. Kramer, M. Modsching, K. Hagen and U. Gretzel. (2007). “Behavioural Impacts of Mobile Tour Guides.” In: Information and Communication Technologies in Tourism, 2007, edited by M. Sigala, L. Mich, and J. Murphy. Vienna: Springer, pp. 109-118.

Julia Kulgavchuk, User-Generated Content for Urban Tourism: Augmented reality, location-based technologies and people in the cities. Lambert Academic Publishing, 2016.

Brice Lahaye, Workation, le futur du tourisme? Le Workation, de tendance de niche à norme bientôt généralisée? In: Espaces tourisme & loisirs, Décembre 2020.

Vanessa Rodriguez Lang, Social Media and Tourism Marketing: A Match Made in Digital Heaven. Why social media is important to travel brands and how to use it to increase brand awareness and earn customers.
Via: https://uhurunetwork.com/social-media-and-tourism-marketing/ (Consulté: 2018).

J. Lendino, Google Glass: Everything you need to know. 2014.
Via: http://www.pcmag.com/article2/0,2817,2416488,00.asp

Breno Machado et al., Adapting to the Internet: Trends in Travelers' Use of the Web for Trip Planning.
Via: https://www.academia.edu/36492489/Adapting_to_the_Internet_Trends_in_Travelers_Use_of_the_Web_for_Trip_Planning?email_work_card=thumbnail (O8-01-2020.)

Alexis C. Madrigal, 'How Google Builds Its Maps - and What It Means for the Future of Everything. In: Atlantic, September 2012.
Via: http://www;theatlantic.com/technology/archive/2012/09/how-google-builds-its-maps-and-what-it-means-for-the-future-of-everything/261913

Mezwofa (Manufactored by), Smart Instant Voice Translator 40+ Languages T8 Two-Way Real Time Multi-Languages Speech Interactive Translation Tool 2.4G Bluetooth Portable Support Chinese Arabic (Black). Consulted online, 2020.

Mortentr (Manufactured by), Language Translator Device Offline Translator Device Two Way Instant Voice Translator. Support 106 Languages with Camera Translation for Travelling Abroad Learning Shopping Business Chat Shopping Black. Smart translator:This translator integrate the world's leading AI translation engine: Google, Microsoft, Baidu, and IFLYTEK, support 2-way translator with 106 languages online, 8 languages offline real time translation which cover 98% of countries in the world. It has ultra-high translating accuracy for complicated sentences, the accuracy rate can reach to 98%. Consulted online, 2020

Saskia Naafs en Parcival Weijnen, De auto als datavergaarbak. ‘U rijdt zo langs ons Big Mac-menu’ - Over een jaar of drie zijn alle nieuwe auto’s in Europa connected. Gegevens over je auto maar óók over jouzelf worden dan non-stop naar de fabrikant geseind. Of je parkeert voor de McDonald’s, of bij een homo-strandje. Wie je contacten zijn, wat zij jou mailen. Waar komt de delete-knop? In: 'de Groene, nr. 47, 18 november 2020.
Via: https://www.groene.nl/artikel/u-rijdt-zo-langs-ons-big-mac-menu?utm_source=De+Groene+Amsterdammer&utm_campaign=ebe7d3f8b3-Dagelijks-2020-11-19&utm_medium=email&utm_term=0_853cea572a-ebe7d3f8b3-70676005

W.K. Obeidy, H. Arshad & J.Y Jiung Yao Huang, An acceptance model for smart glasses-based tourism augmented reality. The 2nd International Conference on Applied Science and Technology (ICAST’17), 2017.
Via: https://doi.org/10.1063/1.5005413.

N. Pappas & I. Bregoli (Eds.), Global dynamics in travel, tourism and hospitality. IGI Global, US, 2016.

K. Prabu, How Google's Project Glass is Going to Revolutionize Travellers and Travel Companies. 2012.
Via: http://www.travopia.com/2012/04/how-googles-project-glass-is-going-to.html

Vinay Prajapati, Augmented Reality (AR) for the Travel and Tourism Industry. In: techrevue, Feb 16, 2020.
Via: https://www.techprevue.com/augmented-reality-travel-tourism/

Mattia Rainoldi, Mario Jooss (Editors), Eye Tracking in Tourism. Springer, (Tourism on the Verge-series), 2020.

J. Rasinger, M. Fuchs, W. Höpken, and T. Beer, Building a mobile tourist guide based on tourists' on-site information needs. Tourism Analysis, 14(4), 2009, pp.483-502.

August Ray, These Practices Of Augmented Reality In Tourism Industry Will Make Your Jaw Drop! In: Augray experience redefined, May 16, 2019.
Via: https://augray.com/blog/augmented-reality-in-tourism-industry/

Prateek Saxena, How is Augmented Reality reshaping Travel and Tourism. March 16, 2020.
Via: https://appinventiv.com/blog/augmented-reality-in-travel-and-tourism/

Caroline Scarles and Jo-Anne Lester (Eds.), Mediating the Tourist Experience: From Brochures to Virtual Encounters. Farnham,. UK: Ashgate Publishing, 2013.

Dieter Schmalstieg, Tobias Hollerer, Augmented Reality. Principles and Practice. Addison Wesley, 2016.

Mrudul Shah, How Augmented Reality (AR) is Changing the Travel & Tourism Industry. Aug 21, 2019.
Via: https://towardsdatascience.com/how-augmented-reality-ar-is-changing-the-travel-tourism-industry-239931f3120c

M. Sigala, L. Mich, and J. Murphy, Information and Communication Technologies in Tourism. Vienna, Springer, 2007.

Brad Stone, The Upstarts: Uber, Airbnb and the Battle for the New Silicon Valley. Back Bay Books, 2018.

A. Tate, (2012). Google glasses (Project glass): The future of human computer interaction? 2012.
Via: http://usabilitygeek.com/google-glasses-project-glass-the-future-of-human-computer-interaction/

Sherry Turkle, Alone Together. Why We Expect More from Technology and Less from Each Other. Basic Books, 2017.

Iis P. Tussyadiah, Dan Wang, Tourists’ Attitudes toward Proactive Smartphone Systems. SAGA Publications, First Published December 16, 2014.
Via: https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/0047287514563168

Iis P. Tussyadiah, Dan Wang, Tourists’ Attitudes toward Proactive Smartphone Systems. In: Journal of Travel Research, December 16, 2014.
Via: http://jtr.sagepub.com/content/early/2014/12/15/0047287514563168.full.pdf+html

Iis P. Tussyadiah, Expectation of travel experiences with wearable computing devices. In: Z. Xiang, & I. Tussyadiah (Eds.), Information and communication technologies in tourism. Switzerland, Springer International Publishing, 2014.

Iis P. Tussyadiah and Dan Wang, Tourists' attitudes towards proactive smartphone systems. In: Journal of Travel Research, Sage Publications, december 16, 2014.
Via: https://www.academia.edu/10023013/Tourists_Attitudes_toward_Proactive_Smartphone_Systems?email_work_card=thumbnail

Ulmon Paris Travel Guide. CityMaps2Go, Travel & Local. This app is compatible with your device. Ulmon Offline & City Guides.
Via: https://play.google.com/store/apps/details?id=com.ulmon.android.playparis&hl=en_US (Consulté décembre 2020.)

Ulmon Paris Travel Guide and Map. Trip Planner, Offline City Map. Designed for iPad. Provider: Kulemba GmbH. Size 272.1 MB. Compatibility: Requires iOS 10.0 or later. Compatible with iPhone, iPad and iPod touch. Languages: English, French, German, Italian, Simplified Chinese, Spanish. Age Rating 12+. © 2020 Ulmon GmbH
Via: https://apps.apple.com/no/app/paris-travel-guide-and-map/id316996121

Geneviève Vidal et al., La médiation numérique muséale: Un renouvellement de la diffusion culturelle. Bordeaux, Presses Universitaires de Bordeaux, 2018.

Daniel Vroman Rusteen, For Travelers (and Digital Nomads) Not Tourists. A guide on how to connect with a destination for a more fulfilling travel experience. Optimizemybnb.com LLC, 2019.

Dan Wang & Z. Xiang, The New Landscape of Travel: A Comprehensive Analysis of Smartphone Apps. In: Information and Communication Technologies in Tourism, 38, pp. 308-319, 2012.

Dan Wang, Sangwon Park and Daniel R. Fesenmaier, The Role of Smartphones in Mediating the Touristic Experience. In: Journal of Travel Research, n° 51, 2012.
Via: http://jtr.sagepub.com/content/51/4/371

Alexis Wichowski, The Information Trade. How Big Tech Conquers Countries, Challenges Our Rights, and Transforms Our World. HarperOne, 2020.

Doug Williams, Is Technology ruining the wilderness experience. Publish Date: Jun 28, 2017.
Via: https://www.outdoorrevival.com/adventure/technology-ruining-wilderness-experience.html

Zkeng Xiang, I. Tussyadiah (Eds.), Information and Communication Technologies in Tourism. Springer, Heidelberg, 2014.

Zheng Xiang, Daniel R. Fesenmaier (Editors), Analytics in Smart Tourism Design: Concepts and Methods (Tourism on the Verge). Springer, 2017.

F. Xu, D. Buhalis & C. Gatzidis, Serious games and the gamification of tourism. In: Tourism Management, N° 60, pp. 244-256, 2017.

R. Yung & C. Khoo-Lattimore, New realities: A sytematic literature review on virtual reality and augmented reality in tourism research. In: Current Issues in Tourism, 22, 2017.

----------

MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN QUA TIJD plus TIJDSERVAREN, SNELHEID EN VERSNELLING:


*** MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN QUA TIJD plus TIJDSERVAREN:

Christian Antz, Bernd Eisenstein, Christian Eilzer (Editors), Slow Tourism: Reisen zwischen Langsamkeit und Sinnlichkeit. Peter Lang GmbH, Internationaler Verlag der Wissenschaften, 2011.

F. Ascher, F. Godard (éds.), Modernité: la nouvelle carte du temps. Editions de l'Aube, 2002.

Nicole Aubert, Le culte de l'urgence. La société malade du temps. Paris, Flammarion, 2009.

H. J. Boersma et al., Aspecten van tijd. Kampen, Uitgeverij Kok, 1988.

Christophe Bouton, Philippe Huneman (Sous la direction de), Temps de la nature, nature du temps. CNRS, 2018.

Wolfgang Blum, Die Erfindung der Zeit. Die Geschichte der Zeitmessung von der Antike bis heute. Delphin, 2020.

Jacqueline de Bourgoing, Le calendrier, maître du temps? Paris, Gallimard, 2000.

David Le Breton (dir.), L’Aventure. La passion des détours. Paris, Autrement, coll. ‘Mutations’, n°. 160, 1996.

David Le Breton, Marcher - Eloge des chemins et de la lenteur. Editions Anne-Marie Métailié, 2012.

P. Chaunu, Histoire, science sociale. La durée, l’espace et l’homme à l’époque moderne. Paris, SEDES, 1974.

Armand-François Collin, L'Unification de l'heure à Paris et dans toute la France (Éd. 1880). Paris, Hachette Livre BNF, 2016.

Albin Corbin, Les cloches de la terre. Paysage sonore et culture sensible dans les campagnes au XIXe siècle. Paris, Albin Michel - Champs Flammarion, 1994.

Adeline Daumard, Oisiveté et Loisirs dans les sociétés occidentales au XIXe. Colloque pluridisciplinaires. Université d'Amiens, 1982.

Alexander Demandt, Zeit. Eine Kulturgeschichte. Berlin, Propyläen Verlag, 2015.

E.J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld. Amsterdam, Amsterdam University Press, 2006.

Gerhard Dohrn-van Rossum, Die Geschichte der Stunde. Uhren und moderne Zeitordnung. München-Wien, 1992.
Gerhard Dohrn-van Rossum, L'histoire de l'heure - L'horlogerie et l'organisation moderne du temps. Paris, Editions de la Maison des sciences de l'homme, 1997.

D. Draaisma, Het verborgen raderwerk. Over tijd, machines en bewustzijn. Baarn, Uitgeverij Ambo, 1990.

Douwe Draaisma, Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt. Over het autobiografische geheugen. Groningen, Historische Uitgeverij Groningen, 2016.

J. Dronkers,'In welke landen is de urenzônentijd tot nu toe als eenheidstijd ingevoerd?'. In. De Ingenieur, n° 9, 1894.

G. Dux, Die Zeit in der Geschichte. Ihre Entwicklungslogik vom Mythos zur Weltzeit. Frankfurt am Main, 1992.

Trude Ehlert (Herausgeber), Zeitkonzeptionen - Zeiterfahrung - Zeitmessung: Stationen ihres Wandels vom Mittelalter bis zur Moderne. Verlag Ferdinand Schöningh, 1997.

Alfred Franklin, La Mesure du Temps. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIIIe siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, 1888.

Jacques Gapaillard, Histoire de l'heure en France. Paris, Vuibert, 2011.

Manfred Garhammer, Wie Europäer ihre Zeit nutzen. Zeitstrukturen und Zeitkulturen im Zeichen der Globaliserung. Berlin, Sigam, 1999.

Peter Gendolla, Zeit. Zur Geschichte der Zeiterfahrung. Köln, 1992.

Alexander C.T. Geppert, Till Kössler (HG.), Obsession der Gegenwart. Zeit im 20, Jahrhundert. Göttingen, 2015.

Jean Giono, Colline. Paris, Bernard Grasset, 1929.

Sylvie Giono, Jean Giono à Manosque. Le Paraïs, la maison d’un rêveur, Belin, 2012.

Richard Glasser, Studien zur Geschichte des französischen Zeitbegriffes. München, 1936.

J. Graf, Moderne Zeiten - Zeitmesserung auf dem Weg in die Gegenheit. 2006.

Adam Hart-Davis, Het verhaal van de tijd. Fontaine Uitgevers B.V., 2011.

Hélène L'Heuillet, Eloge du retard. Paris, Albin Michel, 2020.

H. J. A. Hofland, Geen tijd. Op zoek naar oorzaken en gevolgen van het moderne tijdgebrek. Amsterdam, Scheltema en Holkema, 1955.

Gerhard Hormann, Het nieuwe nietsdoen. Ontdek het geheim van het simpele leven. Just Publishers, 2017.

Marie-Clotilde Hubert, Construire le temps: normes et usages chronologiques du moyen âge à l'époque contemporaine. Librairie Droz, 2000.

Michael Jackson, Coincidences. Synchronicity, Verisimilitude, and Storytelling. Berkeley, University of California Press, 2021.

Peter Jay, Igor A. Jenzen, Uhrzeiten. Die Geschichte der Uhr und ihres Gebrauches. Frankfurt am Main, 1989.

W. Kaschuba, Die Überwindung der Distanz: Zeit und Raum in der Europäischen Moderne. Frankfurt/M., Fischer Taschenbuch Verlag, 2004.

Jean-Claude Kaufmann, C'est fatigant ... Une leçon de la crise. Editions de l'Observatoire, 2021.

Stephen Kern, The Culture of Time and Space 1880-1918. Harvard University Press, 1983.

Kay Kirchmann, Verdichtung, Weltverlust Und Zeitdruck: Grundzüge Einer Theorie Der Interdependenzen Von Medien, Zeit Und Geschwindigkeit Im Neuzeitlichen Zivilisationsprozeß. Opladen, Vs Verlag für Sozialwissenschaften, 1998.

Etienne Klein, Le temps (qui passe). Bayard Culture, 2019.

Stefan Klein, The Secret Pulse of Time. London, Da Capo Press, 2007.

Milan Kundera, La lenteur. Paris, Gallimard, 1997.

Paul Lafargue, Le droit à la paresse. Réfutation Du Droit au Travail de 1848. Paris, Henry Oriol Editeur, 1883 (1880).

Zaki Laïdi, La tyrannie de l'urgence. Cerf, 1999.

David Saul Landes, Revolution in Time. Clocks and the Making of the Modern World. The Belknap Press of Harvard University Press, 1983.
David Saul Landes, L’Heure qu’il est: les horloges, la mesure du temps et la formation du monde moderne. Paris, Gallimard, 1987.

Louis Lavelle, Du Temps et de l'éternité (La Dialectique de l'éternel présent). Aubier, Editions Montaigne, 1945.

Hans Lenz, Universalgeschichte der Zeit. Marix Verlag, 2013.

Robert Levine, Eine Landkarte der Zeit. Wie Kulturen mit Zeit umgehen. München/Zürich, 1997.

Kristen Lippincott et al., The Story of Time. Merrell Publishers, 2003.

Eugène Marsan, Eloge de la paresse. Paris, Hachette, 1926.

Olga Mecking, Niksen: De Dutch art of luieren. Kosmos Uitgevers, 2020.

Bernard Melguen, La mesure du temps. Apogée, 2009.

Paul Morand, Eloge du repos. Apprendre à se reposer. Paris, 1937.

Victor Nadal, Les Sept Péchés capitaux: La Paresse. Paris, E. Bernard & Cie, Imprimeurs-Editeurs, 1903.

Emile Noël (Introduction par), L'espace et le temps aujourd'hui. Paris, Seuil, 1983.

Wilhem de Nordling, L'Unification des heures. In: BSG, VII, XI, pp. 111--37, 1890.

Jenny Odell, How to do nothing. Resisting the Attention Economy. Melville House, 2019.

Vanessa Ogle, The Global Transformation of Time, 1870-1950. Cambridge, MA / London, 2015.

Clément Pansaers, L'apologie de la paresse. Ca ira, Anvers, 1921.

André Rauch, Paresse: histoire d’un peché capital. Paris, Armand Colin, 2013.

Pierre Sansot, Du bon usage de la lenteur. Paris, Rivages, 2000.

Jean-Louis Servan-Schreiber, Le Nouvel Art du temps. Contre le stress. Paris, Albin Michel, 2000.

Jean-Louis Servan-Schreiber, Trop vite! Pourquoi nous sommes prisonniers du court terme. Paris, Albin Michel, 2010.

Agnès Sinaï (présente), Walter Benjamin face à la tempête du progrès. Le Passager Clandestin, 2016.

Jean Souchay, La Mesure du Temps. Observatoire de Paris, Conférence UniverCité ouverte de Gif sur Yvette, 10 janvier, 2013.

Marie-Christine de La Souchère, Une histoire du temps et des horloges. Paris, Ellipses, 2007.

C. Spierdijk, Klokken en klokkenmakers: Zes eeuwen uurwerk 1300-1900. Amsterdam, 1967.

Eugène Sue, Les sept pêchés capitaux. La luxure, la paresse. Michel Lévy Frères, 1864.

Jean-Philippe Toussaint, L'urgence et la patience. Paris, Les Editions de Minuit, 2015.

Leonard van Veldhoven, Mayet Morbier Comtoise. Geboorte en levensloop van een legendarisch uurwerk. Leonard van Veldhoven, 2013.
Leonard van Veldhoven, Mayet Morbier Comtoise. Birth and Life of a Legendary Clock. Published by Leonard van Veldhoven, 2014.

J. Craig Venter, Life at the Speed of Light. London, Abacus, 2013.

Laurent Vidal, Les hommes lents. Résister à la modernité, XVe-XXe siècle. Paris, Flammarion, 2020.

Paul Virilio, Vitesse et Politique: essai de dromologie. Editions Galilée, 1977.
Paul Virilio, Speed and politics. Semiotexte, new edition edition, 2006.

Paul Virilio et al., Nomades et vagabonds. Union générale d'éditions 1977.

Paul Virilio, La crise des dimensions: la représentation de l'espace et la notion de dimension, École spéciale d'architecture, 1983.

Paul Virilio, L'Horizon négatif: essai de dromoscopie. Editions Galilée, 1984.
Paul Virilio, Het Horizon-Negatief. Essay over dromoscopie. Amsterdam, Duizend en één, 1989.

Judy Wajcman, Nigel Dodd (Edited by), The Sociology of Speed. Digital, Organizational and Social Temporalies. Oxford University Press, 2017.

R. Wendorff, Zeit und Kultur. Geschichte des Zeitbewusstseins in Europa. Opladen, 1985.

Maartje Willems en Lona Aalders, Niksen: Lang leve het lanterfanteren. Utrecht, Spectrum, 2020.

Mambrini Yann, Histoires de temps - De la nature du temps et de sa mesure. Ellipses, 2019.

Eviatar Zerubavel, ‘The standardization of time: a sociohistorical perspective’. In: American Journal of Sociology 88, 1, pp. 1–23, 1982.

*** SNELHEID:

Barbara Adam, A. Karlheinz, Martin Held (Hg.), Die Nonstop-Gesellschaft und ihr Preis. Stuttgart/Leipzig, 1998.

Lucien Baillaud, « Les chemins de fer et l’heure légale ». Dans: Revue d’histoire des chemins de fer, n° 35, pp. 25-40, 2006.

Louis Baudry de Saunier, Histoire Générale de Vélocipédie. Paris, Paul Ollendorff, Paris 1891.

Robert Beck, Histoire du dimanche de 1700 à nos jours. Editions de l'Atelier,1997.

Andreas Braun, Tempo, Tempo! Eine Kunst- und Kulturgeschichte der Geschwindigkeit im 19-en Jahrhundert. Frankfurt am Main, 2001.

Charles Dollfus, Encyclopédie de la vitesse. Histoire de la locomotion mécanique, de la navigation maritime et aérienne, les créateurs, les transports modernes, un siècle de progrès. Paris, Hachette, 1956.

Raymond Henry, Du Vélocipède au Dérailleur moderne. La Surprenante histoire des changements de vitesse. Saint-Etienne, Association des amis du Musée d'art et d'industrie de Saint-Étienne, nouvelle édition corrigée et réactualisée, 2003.

Bertrand Montulet, Michel Hubert, Christophe Jemelin, Serge Schmitz (Dir.), Mobilités et temporalités. Publications des Facultés universitaires Saint-Louis, 2006.

Paul Morand, Eloge de la vitesse, Paris, Edition KRA, 1929

Le Nouvel Observateur Hors-Série, n° 43. Génération vitesse. Paris, Le Nouvel Observateur, mars-avril, 2001. -

Jürgen Pott, Auf dem schmalen Pfad zu neuen Wegen. Die Entdeckung der Geschwindigkeit. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2016.

Frédéric Régamy, Vélocipédie et Automobilisme. Tours, A. Mame et Fils, 1898.

C. Studeny, « L’éveil de la vitesse: la France au galop de la malle-poste ». In: Revue de la Bibliothèque nationale, No 40, 1991, p. 44-55.

C. Studeny, L'invention de la vitesse. France XVIIIe-XXe siècle. Paris, Gallimard, 1995.

Christophe Studeny, Une histoire de la vitesse : le temps du voyage. In: Bertrand Montulet, Michel Hubert, Christophe Jemelin, Serge Schmitz (Dir.), Mobilités et temporalités, P. 113-128. Publications des Facultés universitaires Saint-Louis, 2006.

Christophe Studeny, L'emprise de l'heure. In: Romantisme, 2016/4 (n° 174), pages 10 à 19.
Via: https://www.cairn.info/revue-romantisme-2016-4-page-10.htm

Ir. P. Telder, Het wonder der snelheid. Amsterdam, H. J. W. Becht – Uitgever, z.j.. (Circa 1936 ?)

Herman van Veen, Opzij, Opzij. Wij hebben een ongelooflijke haast.
Via: https://www.youtube.com/watch?v=Q9gbui71QSw&list=PLBSWvcuFaK1LO2Cv71UUfjwJyYdWv_9rm&index=2

Ger Verhoeve, © A.W. Engelen (1804-1890) © H.J.A. Hofland (1927-2016) © Ger Verhoeve (1951-202?). Over tijd, reizen en snelheid. April, 2020
Via: https://www.defranseverleiding.nl/Engelen.html

*** VERSNELLING:

Nicole Aubert (Sous la direction de), @ La recherche du temps. Individus hyperconnectés, société accélérée: tensions et transformations. ERES, 2018.

Ken Auletta, Googled: The End of the World as We Know It. New York, Penguin, 2010.

F. Ascher, De la société à toute vitess à une société de toutes vitesses. In: Cahiers du Conseil national des Ponts et Chaussées, février 2003.

Association Echange et projets, La Révolution du temps choisi. Paris, Albin Michel, 1980.

Nicole Aubert, Le culte de l'urgence: La société malade du temps. Paris, Flammarion, 2009.

Lothar Baier, Keine Zeit! 18 Versuche über die Beschleunigung. Verlag Antje Kunstmann, 2001.
Lotahr Baier, Pas le temps! Traité sur l'accélération. Arles, Actes Sud, 2002.

Claudia Bell and John Lyall, The accelerated sublime. Landscape, tourism and identity. Westport, Connecticut, 2001.

Peter Borscheid, Das Tempo-Virus: eine Kulturgeschichte der Beschleunigung. Frankfurt am Main - New York, Campus, 2004.

Robert Colvile, The Great Acceleration. How the World Is Getting Faster, Faster. Bloomsbury USA, 2016.

Thomas L. Friedman, Thank You for Being Late: An Optimist's Guide to Thriving in the Age of Accelerations. Farrar, Straus and Giroux, 2016.

James Gleick, Faster: The Acceleration of Just About Everything. Vintage, 2000.

James Gleick, The Information. A History, a Theory, a Flood. Pantheon, 2011.

Halévy D., Essai sur l’accélération de l’histoire. Paris, Fayard, 1961.

Raymond Henry, Du Vélocipède au Dérailleur moderne. La Surprenante histoire des changements de vitesse. Saint-Etienne, Association des amis du Musée d'art et d'industrie de Saint-Étienne, nouvelle édition corrigée et réactualisée, 2003.

Gilles Heuré, Mort de Paul Virilio, théoriticien de la vitesse et lanceur d’alerte avant l’heure. In: Télérama, 19/09/2018.
Via: https://www.telerama.fr/idees/mort-de-paul-virilio,-theoricien-de-la-vitesse-et-lanceur-dalerte-avant-lheure,n5813242.php

Edward Kane and Maryanne Kane, How to Travel in the Future: Latest travel innovations: flying cars, hypersonic & supersonic jets, hyperloops, drone boats, planes & cars, space ships, ... Innovations Collection, Format Kindle, 2020 (?).

Kay Kirchmann, Verdichtung, Weltverlust Und Zeitdruck. Grundzüge Einer Theorie Der Interdependenzen Von Medien, Zeit Und Geschwindigkeit Im Neuzeitlichen Zivilisationsprozeß. Verlag Fur Sozialwissenschaften, 1998.

Gijs van Oenen, ‘Paul Virilio’, in: Bram Ieven, Aukje van Rooden, Marc Schuilenberg e.a.(eds.), De nieuwe Franse filosofie. Denkers en thema’s voor de 21e eeuw. Amsterdam, 2011.

J. Ollivro, L'homme à toutes vitesses. De la lenteur homogène à la rapidité différenciée. Rennes, Presses universitaires de Rennes, 2000.

Jean Ollivro, Quand la vitesse change le monde. Essor de la vitesse et transformation des sociétés. Rennes, Editions Apogée, 2006.

Aleksander Poniewierski, SPEED - no limits in the digital era. 2019.

Hartmut Rosa, Beschleunigung. Die Veränderung der Zeitstrukturen in der Moderne. Suhrkamp Verlag, 2005.
Hartmut Rosa, Accélération Une critique sociale du temps. Paris, La Découverte, 2013.

Hartmut Rosa & William Scheuerman, High-Speed Society. Social Acceleration, Power and Modernity. Pensylvania, Pensylvania State University, 2009.

Hartmut Rosa, Alienation and Acceleration: Towards a Critical Theory of Late-Modern Temporality. Nordic Summer University Press, 2010.
Hartmut Rosa, Aliénation et accélération. Vers une théorie critique de la modernité tardive, La Découverte, 2012.

Hartmut Rosa, Weltbeziehungen im Zeitalter der Beschleunigung. Umrisse einer neuen Gesellschaftskritik. Berlin, Suhrkamp Verlag, 2011.

Hartmut Rosa, Resonanz. Eine Soziologie der Weltbeziehung. Suhrkamp Verlag, Taschenbuch Wissenschaft, 2016.

Hartmut Rosa, Unverfügbarkeit. Suhrkamp Verlag, 2018.

Hartmut Rosa (Propos recueillis et traduits par Martin Legros), 'Pour résoner, il faut admettre que les choses nous échappent'. Dans: Philosophie Magazine, Mensuel n° 136, pp. 66-71, Février 2020.

J. M. Salmon, Un monde à grande vitesse. Paris, Grasset, 2000.

Jean-François Tetu, La récit médiatique et le temps. Accélérations, formes, ruptures. Paris Editions L'Harmattan, 2018.

Ger Verhoeve, Sneller ! Amsterdam – Marseille. Een korte geschiedenis. In: Het Parool – PS van de week, pp. 22-27, 21 juni, 2003.

Ger Verhoeve, 'Oeverloos' reizen naar het zuiden. Februari, 2020.
Via: https://www.defranseverleiding.nl/Oeverloos.html

Paul Virilio (entretien avec Philippe Petit), Cybermonde, la politique du pire. Les Editions Textuel, 1996.

Paul Virilio, La Bombe informatique : essai sur les conséquences du développement de l'informatique. Editions Galilée, 1998.

Judy Wajcman, Pressed for Time: The Acceleration of Life in Digital Capitalism. Chicago, University of Chicago Press, 2016.

----------

FRANSE EN 'VAN ELDERS' MAATSCHAPPELIJK EN CULTURELE GESCHIEDENIS EN TEGENWOORDIGE BESCHOUWINGEN:


Fabrice Abbad, La France des années 1920, Paris, Armand Colin, 1993.

Philippe Aghion, Céline Antonin et Simon Bunel, Le Pouvoir de la destruction créatrice. Innovation, croissance et avenir du capitalisme. Paris, Odile Jacob, 2020.

Luce Abeles & Guy Cogeval (Editeurs), La vie de Bohème. Catalogue. Exposition présentée au Musee d'Orsay du 19 décembre 1986 au 1er mars 1987. Paris, Ministere de la Culture, 1986.

Yann Algan et Pierre Cahuc, La société de défiance. Comment le modèle social français s'autodrétuit. Paris, Coll. Cepremap, Editions rue d'Ulm, 2007.

Yann Algan, Pierre Cahuc, André Zilberberg, La Fabrique de la défiance ... et comment s'en sortir. Paris, Albin Michel, 2013.

Carol Allain, Génération Z. L'humanité numérique en marche. Éditions Château d'encre, 2019.

Henry Southworth Allen, Going too far enough. American culture at century's end. Washington and London, Smithsonian Institution Press, 1994.

Henry Allen, What it felt like: Living in the American Century. Pantheon Books, 2000.

Nicole Aubert (Sous la direction de), L'individu hypermoderne. Erès, 2017.

Pascal Bruckner, Misère de la prospérité. La réligion marchande et ses ennemis. Paris, Bernard Grasset, 2002.

Steve Fraser, The Limousine Liberal. How an incendiary image united the right and fractured America. New York, Basic Books, 2016.

Jacques Généreux, La Dissociété. À la recherche du progrès humain - 1. Paris, Éditions du Seuil, coll. « Points Essais », 2011.

Jacques Généreux, L'autre société. À la recherche du progrès humain - 2. Paris, Éditions du Seuil, coll. « Points Essais », 2011.

Jacques Généreux, La grande régression. À la recherche du progrès humain - 3. Paris, Éditions du Seuil, coll. « Points Essais », 2011.

Martin Halliwell, Catherine Morley (Eds.), American Thought and Culture in the 21st Century. Edinburgh, Edinburgh University Press Ltd., 2008

Mark Hunyadi, La tyrannie des modes de vie. Sur le paradoxe moral de notre temps. Lormont, Le Bord de l'Eau, 2015.

Daan Kool, Eén voor allen, ieder voor zich: waarom de Fransen alles en iedereen wantrouwen. In: de Volkskrant, 20/02/2021.
Via: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/een-voor-allen-ieder-voor-zich-waarom-de-fransen-alles-en-iedereen-wantrouwen~bf139ae6/

Joel Kotkin, The Coming of Neo-Feudalism: A Warning to the Global Middle Class. Encounter Books, USA, 2020.

Gilles Lipovetsky, L'ère du vide. Essais sur l'individualisme contemporain. Paris, Gallimard, 1983, et 1993 pour la postface.

Gilles Lipovetsky, L'empire de l'éphémère. Paris, Gallimard, 1987.

Gilles Lipovetsky, Le Bonheur paradoxal: essai sur la société d'hyperconsommation. Paris, Gallimard, 2006.

Gilles Lipovetsky, De la légèreté. Vers une civilisation léger. Paris, Editions Grasset & Fasquelle, 2015.

Blair H. Sheppard et al., Ten Years to Midnight: Four Urgent Global Crises and Their Strategic Solutions. Berrett-Koehler Publishers, 2020.

G. Schulze, Die Erlebnisgesellschaft - Kultursoziologie der Gegenwart? Frankfur am Main, Campus Verlag, 1992.

----------

OVER CULTURELE ANTROPOLOGIE, LEEFSTIJLEN EN HAAR ONTWIKKELING, OMGANGSVORMEN, MENTALITEIT EN ZEDEN, UITERLIJKHEID, WAARDEN EN LEVENSNIVEAU:


*** CULTURELE ANTROPOLOGIE:

Yann Algan, Elizabeth Beasley et Claudi Senik, Les Francais, le bonheur et l'argent. Rue d'Ulm, 2018.

Georges de Vicomte Avenel, Le méchanisme de la vie moderne. Paris, Colin, 1896.

Dominique Barreau, Luc Millar, Le bonheur à la française. Et si on avait déjà tout pour être heureux? Eyrolles, 2019.

Jean-Claude Bologne, Du flambeau au bûcher. Magie et superstition au Moyen Age. Paris, Plon, 1993.

Jean-Michel Bessette, Il était une fois... la guillotine. Paris, Editions alternatives, 1982.

Marcel Gauchet (avec Eric Conan et François Azouvi), Comprendre le malheur français. Paris, Gallimard, 2016.

Johan Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen. Studie over levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden. (1919). Haarlem, H. D. Tjeenk Willink & Zoon N.V., 1941.

Johan Huizinga, Homo ludens. Essai sur la fonction sociale du jeu (1938). Paris, Gallimard, 2016.

Jelle Noorman, De haan op een mesthoop. Een culturele geschiedenis van Frankrijk. Amsterdam / Antwerpen, UItgeverij Atlas, 2001.

Mathieu Perona (dir.) et Claudia Senik (dir.), Le Bien-être en France. Rapport 2020. Paris, Observatoire du bien-être, CEPREMAP, Février 2021.

Claudia Senik, L'Economie du bonheur. Paris, Le Seuil, 2014.

Claudia Senik, Bien-être au travail. Ce qui compte. Paris, Les Presses de Sciences Po, 2020.

Claudia Senik (Propos receuillis par Anne Chemin), "Les Français sont particulièrement insatisfaits et pessimistes." In: Le Monde, 4 mars, 2021.

Nicolas Truong (Propos receuillis par), Sylvain Tesson: « Vivre mieux aujourd’hui consiste à échapper aux développements du progrès ». C’est un phénomène inédit dans l’histoire humaine: la vie s’invente à présent en faisant des pas de côté, loin de la modernisation, explique l’écrivain et aventurier. In: Le Monde, 27 juillet 2019.

*** LEEFSTIJLEN EN HAAR ONTWIKKELING:

M. Allem, La Vie quotidienne sous le Second Empire. Paris, Hachette 1948.

Catherine Arminjon (dir.), L'Art de vivre, deux cents ans de création en France, 1789-1989. Paris, Flammarion, 1989.

Nicole Aubert (Dir.), L'Individu hypermoderne. Erès, 2004.

Antoine de Baecque, Françoise Mélonio (Sous la direction de Jean-Pierre Rioux et Jean-François Sirinelli), Histoire culturelle de la France. 3. Lumières et liberté. Les XVIIIe et XIXe siècles. Paris, Seuil Points, 2005.

Honoré de Balzac, La Comédie humaine. 1829-1850. Paris, Gallimard, La Pléiade, 1936.

Christophe Barbier. Les tyrannies de l'épidémie. Nos libertés sacrifiées. Paris, Fayard, 2021.

Anne-Marie Baron, Le Paris de Balzac. Editions Alexandrines, 2016.

Jean-Baptiste Baronian, Le Paris de Simenon. Editions Alexandrines, 2016.

André Barre, Au pays des clochards. Paris, Editions de La Renaissance du Livre, Paris, 1932.

Louis Batiffol, La Vie de Paris sous Louis III. L'existence pittoresque des Parisiens au XVIIe siècle. Paris, Calman-Lévy, Editeurs, 1932.

C. Baudelot, R. Establet, J. Malemort, La Petite Bourgeoisie en France. Paris, Maspero, 1974.

Beauger, Paris au XIXe siècle. Recueil de scènes de la vie parisienne. (Éd. 1841). Ré-éd., Paris, Hachette Livre BNF, 2017.

Walter Benjamin, Baudelaire. Een dichter in het tijdperk van het hoog-kapitalisme. Amsterdam, Arbeiderspers, 1979.

Yves-Marie Bercé, Fête et révolte. Des mentalités populaire du XVIe au XVIIIe siècle. Paris, 1976.

Jean-Paul Bertaud, La vie quotidienne en France au temps de la Revolution, 1789-1795. Paris, Hachette, 1983.

Philippe Berthier, La vie quotidienne dans La Comédie humaine de Balzac. Paris, Hachette, 1996.

François Bluche, La vie quotidienne de la noblesse française au XVIIIe siècle. Paris, 1980.

François Bluche, La vie quotidienne au temps de Louis XIV. Paris, Hachette, 1991.

Jacques Boulenger (préf. de Marcel Boulenger), Les dandys sous Louis-Philippe. Paris, Paul Ollendorff, 1907.

Fernard Braudel, L'identité de la France. Tome 1: Espace et Histoire; tomes 2 et 3: Les Hommes et les choses. Paris, Editions Arthaud, 1986.

Emilièn Carassus, Le Mythe du dandy. Paris, Colin, 1971.

Gérard Chenuet (Direction éditoriale), 2000 ans de vie quotidienne en France. Paris, Sélection du Reader's Digest, 1998.

Françoise Coblence, Le Dandyisme, obligation d'incertitude. Paris,Presses universitaires de France, 1988.

Alain Corbin (dir.), Le Peuple de Paris au XIXe siècle. Des guingettes aux barricades. Paris, Musée Carnavalet, 2011.

Jean-Paul Crespelle, La Vie quotidienne à Montparnasse à la grande époque: 1905-1930. Paris, Hachette, 1976.

Jean-Paul Crespelle, La Vie quotidienne à Montmartre au temps de Picasso: 1900_1910. Paris, Hachette, 1978.

Jean-Paul Crespelle, La Vie quotidienne des impressionnistes: du Salon des Refusés (1863) à la mort de Manet (1883). Paris, Hachette, 1989.

Alain Croix, Jean Quéniart (Sous la direction de Jean-Pierre Rioux et Jean-François Sirinelli), Histoire culturelle de la France. 2. De la Renaissance à l'aube des Lumières. Paris, Seuil Points, 2005.

Patrick Declerck, Les naufragés - Avec les clochards de Paris. Paris, Plon, coll. "Terre humaine", 2001.

Dr. Bernard Durou, Vagabonds et Clochards. Étude Biologique, psychopathologique et sociale du Vagabondage. Agen, Imprimerie Moderne, 1966.

Dr. Bernard Durou et André Rimailho, Les "vagueux"" dans la société industrielle. Vagabonds, clochards, Beatniks, Hippies. Toulouse, Privat, 1970.

Charles-Emmanuel Dufourcq, La Vie quotidienne dans les ports méditerranéens au Moyen-Age (Provence-Languedoc-Catalogne). Paris, Hachette, 1975.

Charles-Emmanuel Dufourcq, La Vie quotidienne dans l'Europe médiévale sous domination arabe. Paris, Hachette, 1978.

Monique Eleb et Anne Debarre, L'invention de l'habitation moderne, Paris, 1880-1914. Paris, Hazan et Archives d'architecture moderne, 1995.

Alfred Franklin, Paris et les Parisiens au seizième siècle. Paris physique, Paris social, Paris intime. Paris, Emile-Paul, 1928.

Pascale Fautrier, Le Paris de Sartre et Beauvoir. Editions Alexandrines, 2015.

Jean Fourrastié, Machinisme et bien-être: niveau de vie et genre de vie en France de 1700 à nos jours. Paris, Les Editions de Minuit, 1962.

Alfred Franklin, ?La vie privée d'autrefois - Arts et Métiers, Modes, Moeurs, Usages des Parisiens du XIIe au XVIIIe siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Les magasins de nouveautés. 4 volumes. ? Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, 1894-1898.

Daniel Friedmann, Une histoire du blue-jean. Paris, Ramsay, 1987.

Lucien Gaillard, La Vie quotidienne des ouvriers provençaux au XIXe siècle.? Paris, Hachette, 1981.

Benoît Garnotet et Robert Muchembled, Société, cultures et genres de vie dans la France moderne : XVIe - XVIIIe siècle. Paris, Hachette, l 1991.

Robert Giraud (Photographie de Robert Doisneau), ?Le royaume d'argot. La vie quotidienne, le milieu, l'amour, la prostitution, les trafics, les jeux, les clochards, les bistrots, la prison. Paris, ? Denoël, 1965.

Bernard Groethuysen, Origine de l'esprit bourgeois en France. Paris, Gallimard, 1977.

André Guyaux, Le Paris de Baudelaire. Editions Alexandrines, 2017.

Bernard E. Harcourt, La Société d'exposition. Désir et désobéissance à l'ère numérique. Paris, Seuil, 2020.

Abel Hermant, Le Frisson de Paris. Paris, P. Ollendorff, 1895.

Abel Hermant, Scènes de la vie cosmopolite. Le caravansérail. Paris, A. Lemerre, 1917.

Jules Hoche, Les Parisiens chez eux. Paris, Dentu, 1883.

Rod Kedward, La vie en bleu: France and the French since 1900. London, 2006.

Hervé Le Bras, Se sentir mal dans une France qui va bien. La société paradoxale. Editions de l'Aube, 2019.

Antoine Lilti, Le monde des salons. Sociabilité et mondainité à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Fayard, 2005.

Robert Linhart, L'établi. Paris, Editions de Minuit, 1981.

Jacques Lucan, Paris, cent ans de logement. Eau et Gaz à tous les étages. Editions A&J Picard, 1999.

Maurice Magendie, La politesse mondaine et les théories de l'honnêteté en France au XVIIIe siècles. Paris, 1925.

Hervé Maneglier, Paris impérial, la vie quotidienne sous le Second Empire. Paris, A. Colin, 1990.

Didier Manseau, Une histoire du bon goût. Paris, Perrin, 2014.

Thierry Mantoux, BCBG. Le guide du bon chic bon genre. Paris, Seuil, 1986.

Cl. Marenco, Manières de table, manières de Moeurs, XVIIe-XXe siècle. Cachan, Editions de l'ENS Cachan, 1992.

P. Martino, Le Roman réaliste sous le Second Empire. Paris, Hachette, 1913.

P. Martino, Le naturalisme français (1870-1805). Paris, Colin, 1923.

Nelly Mauchamp, Les Français. Mentalites et comportements. Cle International, 1995.

Henri Mendras, Français, comme vous avez changé: histoires des Français depuis 1945. Paris, Tallandier, 2004.

Eric Mension-Rigau, Aristrocrates et grands bourgeois. Paris, Perrin, 2007.

Gérard Mermet, Francoscopie. Paris, Editions Larouse, 1985, 1987, 1989, 1991, 1993, 1995, 1997, 1999, 2001, 2003, 2005, 2007, 2010, 2013.

Gérard Mermet, Francoscopie 2030. Nous, aujourd'hui et demain. Paris, Editions Larouse, 2018.

Richard Michel, La Vie quotidienne des protestants sous l'Ancien régime. Paris, Hachette, 1966.

Robert Muchembled, Culture populaire et culture des élites dans la France moderne (XVe-XVIIIe siècle). Paris, Flammarion, Coll. Champs Histoire, 2011.

Roberte Muchembled, Société, cultures et mentalités dans la France moderne: XVIe-XVIIIe siècle. Paris, Armand Colin, 2013.

Henry Murger, Scenes de la vie de bohème. Paris, Calman Levy, 1895.

Véronique Nahoum-Grappe, La culture de l'ivresse. Essai de phénoménologie historique. Paris, Le Promeneur, 1991.

Alain Pagès, Le Paris d'Emile Zola. Editions Alexandrines, 2016.

G. Palmade, Capitalisme et Capitalistes français au XIXe siècle. Paris, Armand Colin, 1961.

A. Pardailhe-Galabrun, La naissance de l’intime: 3000 foyers parisiens XVIIe–XVIIIe siècle. Paris, 1988.

Michelle Perrot, Histoires des chambres. Paris, Seuil, 2009.

Marie-France Piguet, Classes. Histoire du mot et genèse du concept, des physiocrates aux historiens de la Restauration. Lyon, PUL, 1996.

Michelle Perrot, Le Mode de vie des familles bourgeoises. 1873-1953. Paris, Armand Colin, 1961.

Marie-France Piguet, Classes. Histoire du mot et genèse du concept, des physiocrates aux historiens de la Restauration. Lyon, PUL, 1996.

Michel Pinçon et Monique Pinçon-Charlot, Grandes Fortunes. Dynasties familiales et formes de richesse en France. Paris, Petite bibliothèque Payot, 2006.

Michel Pinçon et Monique Pinçon-Charlot, Les Ghettos du Gotha. Au coeur de la grande bourgeoisie. Paris, Seuil, coll. Points, 2010.

Bernard Plessy et Louis Challet, La vie quotidienne des mineurs au temps de Germinal. Paris, Hachette, 1984.

John C. Prevost, Le Dandysme en France (1817-1838). Genève/Paris, Droz et Minard, 1857.

Olivier Razemon,"Les Parisiens", une obsession française. Anatomie d'un déséquilibre. Rue de l'échiquier, 2021.

Jean-Pierre Rioux, Marcel Rioux, Jean-Francois Sirinelli (Sous la direction de Jean-Pierre Rioux et Jean-François Sirinelli), Histoire culturelle de la France . 4. Le temps des masses. Le XXe siècle. Paris, Seuil Points, 2005.

Daniel Roche, Le Peuple de Paris. Essai sur la culture populaire au XVIIIe siècle. Paris, Fayard, 2014.

P. Rollet, La vie quotidienne en Provence au temps de mistral. Paris, Hachette, 1971.

Kristin Ross, Fast Cars, Clean Bodies. Decolonization and the Reordering of French Culture. The MIT Press, New édition, 1996.

Michel Nicolas Balisson De Rougemont, Le Bonhomme, Ou Nouvelles Observations Sur Les Moeurs Parisiennes Au Commencement Du Dix-Neuvieme Siecle... Paris, Pillet, 1818. (Ré-éd. Nabu Press, 2012.)

George Sand, P.-J. Stahl, Léon Gozlan, P. Pascal, Frédéric Soulié, Ch. Nodier, E. Briffault, S. Lavalette, de Balzac, T. Delord, Alp. Karr, Méry, A. Juncetis, G. de Nerval, Arsène Houssaye, Alb. Aubert, Th. Gautier, Oct. Feuillet, Alfr. de Musset et Fr. Bérat, Le Diable à Paris. Paris et les Parisiens. Moeurs et coutumes, Caractères et Portraits des habitants de Paris, Tableau complet de leur vie privée, publique, politique, artistique, littéraire, industrielle, etc., etc., précédé d'une histoire de Paris par Th. Lavallée. Paris, J. Hetzel, 2 volumes, 1845-1846.

Daniel Salvatore Schiffer, Le Dandysme, dernier éclat d'héroïsme, Paris, P. U. F., collection « Intervention philosophique », 2010.

Nicole Savy, Le Paris de Hugo. Editions Alexandrines, 2016.

Alain Schiffres, Les Parisiens. Paris, Editions Jean-Claude Lattès, 1990.

Jerrold Seigel, Bohemian Paris. Culture, Politics, and the Boundaries of Bourgeois Life, 1830-1930. Penguin, 1986.

Anne-Marie Sohn, Chrysalides: femmes dans la privée (XIXe-XXe siècles. Paris, Publications de la Sorbonne, vol. 1, 1996.

Lindsey Tramuta, The New Parisienne. Abrams, 2020.

Fabien Truong, Des capuches et des hommes. La vérité sur les jeunes de banlieue. Buchet - Chastel, 2013.

Fabien Truong, Jeunesses françaises. Paris, La Découverte, 2015.

Nicolas Truong, Le tournant de la vie intellectuelle. Les penseurs de l'intime 1/10. In: Le Monde, 22 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Hervé Mazurel: "Nos gestes les plus anodins sont devenus source d'inquiétude." Les penseurs de l'intime 2/10. In: Le Monde, 23 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Thomas Dodman: "Les populismes montrent l'emprise d'une politique de la nostalgie." Les penseurs de l'intime 3/10. In: Le Monde, 24 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Belina Cannone: "L'amour est bouleversé par la nouvelle place de désir dans nos existances." Les penseurs de l'intime 4/10. In: Le Monde, 26 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Claire Marin: "Contaminés ou non, nous vivons tous comme des malades." Les penseurs de l'intime 5/10. In: Le Monde, 28 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Clémentine Vidal-Naquet: "L'intime devient soudainement visible en temps de guerre." Les penseurs de l'intime 6/10. In: Le Monde, 29 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Pierre Zaoui: "Dans un couple, il est important de laisser l'autre respirer." Les penseurs de l'intime 7/10. In: Le Monde, 30 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Eric Fiat: "Rien de plus fatigant qu'une angoisse et de plus défatigant qu'une joie." Les penseurs de l'intime 8/10. In: Le Monde, 31 décembre, 2020.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Michaël Foessel: "Ni l'Etat ni la médecine ne devraient avoir autorité sur l'intme." Les penseurs de l'intime 9/10. In: Le Monde, 2 janvier, 2021.

Nicolas Truong (Propos recueillis par), Eva Illouz: "Les femmes cherchent leur dignité dans l'intime." Les penseurs de l'intime 10/10. In: Le Monde, 4 janvier, 2021.

Jean Tulard, La Vie quotidienne des Français sous Napoléon. Paris, Hachette, 1978.

Laure Verly. L'Art de vivre: Guide de la courtoisie, des bonnes manières, des convenances modernes. Trévoux, Éditions pratiques, 1957.

Louis Veuillot, Les odeurs de Paris. Paris, Palmé, Éditeur des Bollandistes, 1867.

Jacques Wilhelm, La vie quotidienne des Parisiens au temps du Roi-Soleil 1660-1715. Paris, Hachette, 1977.

Jacques Wilhelm, La vie à Paris sous le second empire et la troisième république. Paris, Arts et Métiers Graphiques, 1947.

Jacques Wilhelm, La vie quotidienne au Marais au XVIIe siècle. Paris, Hachette, 1989.

Paul Yonnet, Jeux, modes et masses. La société française et le moderne 1945-1985. Paris, ?Gallimard, 1985.

Yves Charles Zarka (sous la direction de), La France et ses démons. Radioscopie des passions françaises. Cités Philosophie-Politique-Histoire, Hors Série. Paris, PUF, 2002.

Theodore Zeldin, The French. William Collins Sons & Co. Ltd., 1983.

*** WAARDEN:

Philippe Ariès, Histoire des populations françaises et de leurs attitudes devant la vie depuis le XVIIIe siècle. Paris, Seuil, Points-Histoire, 1971.

Philippe Ariès, Essais sur l'histoire de la mort en Occident du Moyen Age à nos jours. Paris, Editions du Seuil, 1975.

Robert Beck, Histoire du dimanche de 1700 à nos jours. Editions de l'Atelier,1997.

Victor Hugo, Le Dernier Jour d'un condamné. (1829) Paris, Pocket, Préface de Murielle Szac, 2006.

Edgar Morin, L'Esprit du temps. Paris, Bernard Grasset, 1962.

H. Riffaut (éd.), Les valeurs des Français. Paris, Presses universitaires de France, 1994.

Edith Wharton, French Ways and Their Meaning (1919). Repr. Woodstock, VT, Countryman Press, 1997.
Edith Wharton (Jean Pavans pour la traduction), Les Moeurs françaises et comment les comprendre. Paris, Payot, 2003.

*** OMGANGSVORMEN EN REGIONALE KARAKTERS:

Philippe Ariès et George Duby (Collection dirigée par), Histoire de la vie privée. Paris, Seuil, 1999-2000.
- 1. De l'Empire romain à l'an mil.
- 2. De l'Europe féodale à la Renaissance.
- 3. De la Renaissance au Lumières.
- 4. De la Révolution à la Grande Guerre.
- 5. De la Première Guerre mondiale à nos jours.

Bertall, La comédie de notre temps. La civilité - les habitudes - les moeurs - les coutumes - les manières et les manies de notre époque. Paris, E.Plon & Cie, 1874.

Patrice Boussel, Erotisme et Galanterie au 19e siècle. Berger-Levrault, 1979.

Jean de La Bruyère, Les caractères ou les moeurs de ce siècle [suivi de] Suite des caractères de Théophraste et des pensées de Mr. Pascal. Deux tomes. Paris, Etienne Michallet, 1697.

Patrick Cabanel, La haine du Midi: l'antiméridionalisme dans la France de la Belle Epoque. In: Claudine Vassas (dir.), Les suds. Construction et déconstruction. Toulouse, Editions du CTHS, 2005

Marc Constantin, Almanach du savoir-vivre. Ou l'art du bon ton, de l'élégance, de la politesse. ?Paris, Desloges, 1857.

Roger Cotterea, Les Provençales. Paris, Editions de la Revue Moderne, 1959.

Edmond Demolins, Les Français d'aujourd'hui: les types sociaux du Midi et du Centre. Paris, Librairie de Paris - Firmin-Didot et Cie., Editeurs, ca. 1898.

Alexandre Dumas et al., Paris et les Parisiens aux XIXe Siecle. Moeurs, Arts et Monuments. Paris, Morizot, Libraire-Editeur, 1856.

Françoise d'Eaubonne, Histoire de la galanterie. Editions de Cremille, 1996.

Michel Erman, Le Paris de Proust. Editions Alexandrines, 2015.

Patrice Flichy, Une histoire de la communication moderne. Espaces publics et vie privée. Paris, Edition La Découverte & Syros, 1997.

Alfred Franklin, Les repas. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIIIe siècle d'après des documents originaux et inédits. Paris, Librairie Plon, 1888.

Alfred Franklin, Variétés gastronomiques. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIII e siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, 1891.

Jean Hervez, Les Femmes et la Galanterie au XVII eme siècle. Paris, Daragon, 1907.

Verena Von Der Heyden-Rynsch, Philippe Giraudon, ?La Passion de séduire: Une histoire de la galanterie en Europe. Paris, ?Gallimard, 2005.

Gilles de Janzé, Le savoir-vivre en France. Editions Ouest-France. 1997.

P. Kayser, La Protection de la vie privée. Protection du secret de la vie privée. Economica, Presses universitaires d'Aix-Marseille, 1984.

Liselotte, Le Guide des Convenances. Nouvelle Encyclopédie Populaire des Usages Mondains, Revue & Corrigée. Paris, P. Orsoni Editeur, 1915.

Antoine Lilti, Le monde des salons. Sociabilité et mondainité à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Fayard, 2005.

Eugène Marsan, Savoir vivre en France et savoir s'habiller. ?Paris, Les Éditions de France, collection "Notre temps", 1926

Alain Montandon (sous la dir.), Dictionnaire raisonné de la politesse et du savoir-vivre. Du Moyen-Age à nos jours. Paris, Seuil, 1995.

Alain Montandon, L'Europe des politesses et les caractères des nations. Paris, Anthropos, 1997.

Michelle Perrot, Histoire de la vie privée. 5 volumes. Paris, Seuil, 1985-1987.

Michelle Perrot, Histoire de chambres. Paris, Seuil, 2009.

Le Point (En couverture), Intimité. Le combat du siècle. Le Point, n° 2478, 20 février 2020.

Nadine de Rothschild, Le Bonheur de séduire, l'art de réussir: Le Savoir-vivre du XXIe siècle. Paris, Robert Laffont, édition revue et augmentée, 2001.

Christophe Ruhles, Gens du nord, gens du sud. L’identité en poupées russes à l’épreuve de l’Occitan du sud. In: Claudine Vassas (dir.), Les suds. Construction et déconstruction. Toulouse, Editions du CTHS, 2005

A. de Signac, Faites ceci, dites cela. Guide pratique du savoir-vivre et des usages mondains. Domange, 1918.

Hervé Terral, L'homme du Midi et l'homme du nord. La question nationale chez Jules Michelet. In: Claudine Vassas (dir.), Les suds. Construction et déconstruction. Toulouse, Editions du CTHS, 2005

François Trassard et Boris Dänzer-Kantof (Direction d'ouvrage), La vie privée des Français à travers l'Histoire de France. Paris, Larousse, 2012.
La vie de Français au temps de:
- Jeanne d'Arc;
- Louis XIV;
- Napoléon;
- Croyances et traditions;
- Vie familiale;
- Moeurs et coutumes;
- Habitudes alimentaires ...

Claudine Vassas (dir.), Les suds. Construction et déconstruction. Toulouse, Editions du CTHS, 2005.

Raoul Veze, La galanterie parisienne au XVIIIe siècle. Paris, Daragon, 1905.

Boris Vian, Manuel de Saint-Germain-des-Prés. Paris, Editions du Scorpion, 1951. (Paris, [Sous la direction de Noël Arnaud], Pauvert, 1997.)

*** MENTALITEIT EN ZEDEN:

Richard Balducci, Les princesses de Paris. L'âge d'or des cocottes. Paris, Hors Collection/ Les Presses de Cité, 1994.

Honoré de Balzac, Théorie de la démarche et autres textes. (Préface par Jacques Bonnet: 'Grandeur et servitude du dandyisme'.) 'Théorie de la démarche' - Octobre 1833; "Traité des excitants modernes' - 1833; 'Physiology de la toilette' - Juin-Juillet 1830; 'Physiologie gastronomique' - Août-Ocobre 1830. Pandora Editions, 1978.

Louis Barron, Paris étrange. Moeurs parisiennes. Paris, E. Flammarion, 1898.

Daniel Baruch, Nicolas Edme Restif de la Bretonne. Paris, Fayard, 1996.

J. Baumgarten, A travers la France Nouvelle. Scènes de moeurs, esquisses littéraires et tableaux ethnographiques. Cassel, T. Kay, 1880.

Pim de Boer (red.), Beschaving. Een geschiedenis van de begrippen hoofsheid, heusheid, beschaving en cultuur. Amsterdam, Amsterdam Uiversity Press, 2001.

J.-C. Bologne, Histoire de la pudeur. O. Orban, 1986.

Jean de La Bruyère, Les caractères ou les moeurs de ce siècle [suivi de] Suite des caractères de Théophraste et des pensées de Mr. Pascal. Deux tomes. Paris, Etienne Michallet, 1697.

Comte de Roger de Bussy-Rabutin, Histoire Amoureuse des Gaules. Paris, Librairie Gernier Frères, 1930.

Comte de Roger de Bussy-Rabutin et Armand de Bourbon Conti, Carte géographique de la cour et autres galanteries. Cologne, Pierre Marteau, 1668.

Docteur Cabanès, Moeurs Intime du passé. En 12 volumes. Paris, Albin Michel, 1925.
- Volume 1 première série: Comment nos aïeux se garantissaient du froid;
- Volume 2 deuxième série: La vie aux bains;
- Volume 3 troisième série: La faune monstrueuse des cathédrales;
- Volume 4 quatrième série: Vie d'étudiant;
- Volume 5 cinquième série: Les fléaux de l'humanité;
- Volume 6 sixième série: Usages et coutumes disparus;
- Volume 7 septième série: Enfances Royales de Charles VI à Louis XIV;
- Volume 8 huitième série: Education des Princes;
- Volume 9 neuvième série: La locomotion curative, comment on payait les médecins:
- Volume 10 dixième série: La vie thermale au temps passé:
- Volume 11 onzième série: Le Sabbat a-t'il existé;
- Volume 12 douzième série: Villes d'eaux à la mode au grand siècle.

J. Y. Dangelzer, La Description du milieu dans le roman français de Balzac à Zola. Paris, Presses Modernes, 1938.

Charles Dantzig, Histoire de l'amour et de la haine. Paris, Grasset, 2015.

Alphonse Daudet, Sappho. Moeurs Parisiennes. Paris, G. Charpentier, 1884.

Michel Delon, L'Invention du boudoir. Cadeilhan, Zulma, 1999.

Alfred Fouillée, La France au point de vue moral. Paris, Félix Alcan, 1909.

Christèle Fraïssé, L'Homophobie: Et les expressions de l'ordre hétérosexiste. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2011.

Alfred Franklin, La cuisine. La vie d’autrefois. Arts et métiers, mode, moeurs, usage des Parisiens du XIIe au XVIIIe siècle. Paris, Librairie Plon, 1888.

Stéphanie Genand, Le libertinage et l’histoire: politique de la seduction a la fin de l’ancien regime. Oxford, Voltaire Foundation, 2005.

Victor Hugo, Oeuvres Complètes. Paris, Ollendorff, 1933.

Joseph Etienne de Jouy, L'Hermite de la Chaussée d'Antin, ou Observations sur les moeurs et les usages parisiens au commencement du XIXè siècle. Paris, Pillet et Michaud, 5 volumes, 1812-1818.

Victor Joseph Etienne de Jouy. De Kluizenaar van de Chaussée-d'Antin (een voornaam oord van Parijs), of opmerkingen over de Parijsche zeden en gebruiken, in het begin der negentiende eeuw. Naar het Fransch, met ophelderende aanteekeningen van den schrijver. Dordrecht, A. Blussé & Zoon, 1813.

Victor-Joseph Etienne de Jouy, Le Franc-Parleur suite de l'hermite de la chaussée d'Antin ou observations sur les moeurs et les usages parisiens au commencement du XIX ème siècle. Paris, Pillet imprimeur-Libraire, Deux volumes, 1815.

Victor Joseph Etienne Jouy, Vervolg van Den kluizenaar van de Chaussée-d'Antin (een voornaam oord van Parijs), of Opmerkingen over de Parijsche zeden en gebruiken, in het begin der negentiende eeuw. Vertaald uit het Frans. Dordrecht, A. Blussé en Zoon, 1815.

Dorelies Kraakman, Kermis in de hel: vrouwen en het pornografisch universum van de ‘Enfer’ 1750-1850. Amsterdam, Proefschrift geschiedenis, Universiteit van Amsterdam, 1997.

Janine Mossuz-Lavau, La vie sexuelle en France. La Martinière, 2018.

Daniel Oster et Jean-Marie Goulemot, La Vie parisienne, anthologie des moeurs du XIXe siècle. Paris, Sand-Conti, 1989.

Joseph Pain, C. de Beauregard, Nouveaux tableaux de Paris, ou observations sur les moeurs et usages des parisiens au commencement du XIXe siècle. Paris, Chez Pillet Ainé, Imprimeur-Libraire, 2 volumes, 1828.

Daniel Oster et Jean Goulemot, La vie parisienne, anthologie des moeurs du XIXe siècle. Paris, Sand/Conti, 1989.

Philip F. Riley, A Lust for Virtue: Louis XIV’s Attack on Sin in Seventeenth Century France. New York, Praeger, 2001.

Eric Sadin, L'ère de l'individu tyran. La fin d'un monde commun. Paris, Grasset et Fasquelle, 2020.
(-- Voire aussi: Gérald Bronner, La pensée extrême. Comment des hommes ordinaires deviennent des fanatiques. Paris, Presses universitaires de France, 2016.

Koenraad W. Swart, The sense of decadence in nineteenth century France. The Hague, 1964.

United States military authorities, 112 Gripes about the French. ( The 1945 Handbook for American GIs in Occupied France.) Fontenay-aux-Roses (Seine), Imprimerie Bellenand, 1945. (Ré-éd. The Bodleian Librairy, 2013. / Ré-éd. aussi sous le tître erroné: 'Nos amis les Français. Guide pratique à 'usage des GI's en France 1944-1945'. Paris, Le cherche midi, 2003.)

Octave Uzanne, Nos contemporaines. Notes successives sur les Parisiennes de ce temps dans leur divers milieux, états et condition. Paris, Librairie-Imprimeries réunies, 1894.

Octave Uzanne, Sottisier des Moeurs. Quelques Vanités Et Ridicules Du Jour. Modes Esthetiques, Domestiques Et Sociales. Facons De Vivre, D'etre Et De Paraitre. Bluffs Scientifiques Et Medicaux. Evolution Des Manieres, De L'espirit Et Du Gout, Etc.. Emile-Paul, 1911.

Louis Veuillot, Octave Uzanne, Etudes de sociologie féminine. Parisiennes de ce temps. En leurs divers milieux, états et conditions. Etudes pour servir à l'histoire des femmes, de la société, de la galanterie française, des moeurs contemporaines et de l'égoïsme masculin. Ménagères, Ouvrières et courtisanes, bourgeoises et mondaines, Artistes et comédiennes. Paris, Mercure de France, 1910.

Michel Vovelle, La mentalité révolutionaire. Société et mentalités sous la Révolution française. Paris, Messidor / Editions sociales, 1985.

Theodore Zeldin, Histoire des passions françaises. Paris, Encres, Editions Recherches:
1. Ambition et Amour (1978);
2. Orgueil et Intelligence (1978);
3. Goût et corruption (1979);
4. Colère et politique (1979);
5. Anxiété et hypocrisie (1979).

Emile Zola, Oeuvres complètes. Paris, Fasquelle, 50 vol., 1927-1929. Paris, Gallimard, Gallimard, Le Pléiade, 2 vol., 1960-1961.

*** UITERLIJKHEID:

Christine Bard, Une histoire politique du pantalon. Paris, Seuil, 2010.

Christine Bard, Ce que soulève la jupe. Identités, transgressions, résistances. Paris, Editions Autrement, 2010.

Laurence Benaïm, La Pantalon, une histoire en marche. Paris, Amateur, 1999.

François Chaille, La grande histoire de la Cravate. Paris, Flammarion, 1993.

Farid Chenoune, Des modes et des hommes. Deux siècles d'élégance masculine. Paris,Flammarion, 1993.

Alfred Delvau, Les Lions du jour. Physionomies parisiennes. Paris, Dentu, 1867.

Pierre Dufay, Un chapitre inédit de l'histoire de costume: le pantalon féminin. Paris, Librairie des Bibliophiles parisiens, 1916.

Victor Fournel, Les cris de Paris. Types et physionomies d'autrefois. Firmin Didot & Cie, 1888.

Sarah Gibbings, The Tie. Trends and Traditions. Barrons Educational Series Inc., 1990.
Sarah Gibbings, De Stropdas. Trends en Traditie. Lisse, Rebo productions, 1991.

A. Millaud, Physiologies Parisiennes. Paris, La Librairie illustree, 1887.

Guénolée Milleret, Haute couture. Histoire de l'industrie de la création française - Des précurseurs à nos jours. Eyrolles, 2015.

Marc de Valleyres, Sur le boulevard. Portraits et types modernes. Paris, ?Frinzine Klein et Cie, éditeurs, 1884.

*** LEVENSNIVEAU:

Georges de Vicomte Avenel, Histoire Economique de La Propriété, Des Salaires Des Denrées Et de Tous Les Prix En Général, Depuis L'An 1200 Jusqu'en L'An 1800 (1923). Nabu Press, Ré-éd., 2011.

Régis Bigot, Fins de mois difficiles pour les classes moyennes. La Tour-d'Aigues, Editions de l'Aube, 2009.

Bernard Chambaz, Une histoire vivante des ouvriers. De 1900 à nos jours. Paris, Seuil, 2020.

Louis Chauvel, Les classes moyennes à la dérive? Paris, Seuil, 2006.

Robert Fossier, Le travail au Moyen Age. Paris, Fayard, 'La Vie quotidienne', 2014.

J. Fourastié, Machinisme et bien-être. Niveau de vie et genre de vie en France de 1700 à nos jours. Paris, Editions de Minuit, 1962.

B. Geremek, Le Salariat dans l'artisanat parisien aux XIIIe-XVe siècles. Paris - La Haye, 1968.

Maurice Halbwachs, La classe ouvrière et les niveaux de vie. Paris/Londres, Gorden & Breach, 1970.

Victor Hugo, Les Misérables. 5 tomes. Bruxelles, A. Lacroix, Verboeckhoven & Cie., 1862

INSEE, Cinquante ans de consommation, édition 2009. Paris, INSEE, 2009.

René Lenoir, Les exclus. Un Français sur dix. Paris, Seuil, 1974.

Joël Michel, La mine dévoreuse d'hommes. Paris, Découverte Gallimard, 1993.

Leon Murard et Patrick Zylbermann, Le Petit Travailleur ou le prolétaire régénéré. Villes-usines, habitat et intimités au XIXe. Fontenay-sous-Bois, Recherches, 1975.

Gérard Noiriel, Les Ouvriers dans la société française . XIXe-XXe siècle. Paris, Seuil, 2016.

Joseph Ponthus, À la ligne. Feuillets d'usine. La Table Ronde, 2019.
Joseph Ponthus, Aan de lopende band. Aantekeningen uit de fabriek. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2020.

Daniel Roche, La culture des apparences. Une histoire du vêtement XVIIe-XVIIIé siècle. Paris, Fayard, 1989.

A. Shapiro, Housing the Poor of Paris, 1850-1902. London, 1985.

J. Singer-Kerel, Le coût de la vie à Paris de 1840 à 1954. Paris, Armand Colin, 1961.

Guy Standing, Le Précariat: les dangers d'une nouvelle classe. Paris, Les Editions de l'Opportun, 2017.

----------

GESCHIEDENIS VAN CONSUMPTIE, DUS VAN HET WINKELEN, WINKELTJES, 'LA GRANDE DISTRIBUTION', DUS HET GROOTWINKELBEDRIJF EN E-COMMERCE:


*** EERST OVER CONSUMPTIE EN NOG ZO WAT, ZOALS WINKELTJES:

Martijn Arets, Platformrevolutie Van Amazon tot Zalando, de impact van platformen op hoe wij werken en leven. Boom, 2020.

Olivier Badot et Philippe Moati (Sous la direction de), Utopies et consommation. EMS Editions, 2020.

Florence Aubenas, La revanche des épiceries. En Lozère et dans le Gard, des commerces de proximité connaissent une forme de renaissance, sous le double effet de la crise sanitaire et de l'arrivée de nouveaux habitants, lassés de la vie citadine. In: Le Monde, samedi 27 février, 2021.
Via: https://www.lemonde.fr/societe/article/2021/02/26/quelque-chose-est-possible-ici-meme-avec-un-salaire-modeste-dans-les-cevennes-et-sur-l-aubrac-la-revanche-des-epiceries-et-des-arriere-pays_6071244_3224.html

Laurence Benaim, René Lacoste. La Martinière, 2018.

Jean Bodin, Comment et pourquoi acheter à crédit. Paris, Librairie polytechnique Béranger, 1964.

Dominique Borne, Petits bourgeois en révolte? Le mouvement Poujade, Flammarion, 1977.

Noel Casse, Etude sur les magasins à prix uniques. Paris. Librairie Arthur Rousseau. Rousseaau et Cie. 1935.

CETELEM, De la 4 CV à la vidéo (1953-1983): ces 30 années qui ont changé notre vie. Paris, Communica international, 1983.

Vincent Chabault, Éloge du magasin. Contre l’amazonisation. Paris, Gallimard, 2020.

Marie-Emmanuelle Chessel, Histoire de la Consommation. Paris, Le Découverte, 2012.

Natacha Coquery, Qu'est-ce que le 'remarquable' en économie? La boutique dans le paysage urbain à Paris d'après les guides du XVIIIe siècle.
In: Gilles Chabaud et al.(Textes réunis et publiés par), Les Guides Imprimés du XVIe au XXe Siècle. Villes, paysages, voyages. Paris, Éditions Belin, 2000, pp. 419-428.

Natacha Coquery (red.), La boutique et la ville. Commerces, commerçants, espaces et clientèles. XVIe-XXe siècle. Tours, Presses Universitaires François-Rabelas, 2003.

Natacha Coquery (Préface de Daniel Roche), Tenir boutique à Paris au XVIIIe siècle: Luxe et demi-luxe. Comité des travaux historiques et scientifiques - CTHS, 2011.

Jean-Michel Le Corfec, José Sainz, Les petits métiers de Paris. Editions Sud-Ouest, 2008.

Jean-Michel Le Corfec, Petits commerces d'autrefois. Editions Sud Ouest, 2009.

Evariste Curtil, Des maisons françaises de magasins à succursales multiples. Dijon, Imp. J. Belvet, 1933.

Jean-Claude Daumas, La révolution matérielle. Une histoire de la consommation, France XIXe-XXIe siècle. Paris, Flammarion, 2018.

D. Davis, A History of Shopping. London and Toronto, 1966.

Quynh Delaunay, Histoire de la machine à laver: un objet technique dans la société française. Rennes, Presses universitaires de Rennes, 1994.

Quinh Delaunay, Société industrielle et travail domestique: l'électroménager en France (XIXe-XXe siècle°. Paris, L'Harmattan, 2003.

Jean-Noël Dey, La fin du petit commerce. Le Manuscrit, 2006.

Michel Drancourt, Une force inconnue: le crédit. Paris, Hachette, 1961.

Marie-Anne Dujarier, Le Travail du consommateur. De McDo à eBay: comment nous coproduisons ce que nous achetons. Paris, Le Découverte, 2014.

Henri Durand, L'Abondance à crédit. Paris, Seuil, 1966.

Sabine Effosse, Le Crédit à la consommation en France, 1947-1965. De la stigmatisation à la réglementation. Cheff-IGPDE, 2014.

François Fauconnet (ed.), Les Boutiques à Paris. Paris, Editions du Pavillon de l'Arsenal - Picard Editeur, 1997.

Alfred Franklin, Le Café, le Thé & le Chocolat. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIIIe siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, 1893.

Alfred Franklin, Les magasins de Nouveautés. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIIIe siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, Quatre volumes, 1894 - 1898.

Anthony Galluzzo, La Fabriqaue du consommateur. Une histoire de la société marchande. Zones, 2020.

Tristan Gaston-Breton et Patricia Deferer-Kapferer, La Magie Moulinex. Paris, Le Cherche Midi, 1999.

Georges Gomez y Cacérès et Marie Ange de Pierredon (dir.), Les décors des boutiques parisiennes. Paris, Délégation à l'Action Artistique de la Ville de Paris, 1987.

Emile Goudeau, Paris qui consomme: tableaux de Paris. 1893. (Ré-éd., Hachette Livre-BNF).

Koen Haegens, De rekening van al dat onlineshoppen komt later wel. Nederlanders zijn door de lockdown massaal online gaan winkelen. In het kielzog daarvan komt ook een nieuwe betaaltrend uit het buitenland overwaaien: nu kopen, later betalen! Niet iedereen is daar berust op. In: de Volkskrant, zaterdag 3 april, 2021.

Eva Illouz, Emotions as Commodities: Capitalism, Consumption and Authenticity. London, Routledge, 2017.

Eva Illouz (dir.), Les marchandises émotionnelles. L'authenticité au temps du capitalisme, Paris, Premier Parallèle, 2019.

Michel Jankowski, Ghislaine Werner, Lionel Morgaine, Magasins. Cinquante façades de magasins. Paris, Editions des Arts et Manufactures, 2 vol., 1966-1967.

Paul Jarry, Les Magasins de nouveautés. Histoire rétrospective et anecdotique. En marge du vieux Paris. Paris, Barry, 1948.

Marcel Jullian et Charles Meyer, Histoire de France des commerçants. Paris, Robert Laffont, 1983.

Alain Leenhardt, les magasins à prix uniques: leur rôle économique, leur régime judiciare. Paris, Librairie technique et économique, 1935.

ector Lefuel, Boutiques parisiennes du Premier Empire. Paris, Éditions Albert Morance, 1925.

Patrick Lefèvre-Utile, Lu, l'art du biscuit. Paris, Hazan, 2003.

Gilles Lipovetsky, Le Bonheur paradoxal: essai sur la société d'hyperconsommation. Paris, Gallimard, 2006.

Olivier Londeix, Le biscuit et son marché. Olibet, LU et les autres marques depuis 1850. Rennes, Presses Univerisitaires de Rennes, 2012.

Jacques Marseille (dir.), La Révolution commerciale en France: du 'Bon Marché' à l'hypermarché. Paris, Le Monde Editions, 1997.

Vincent Mayet, Amazon. Main basse sur le futur. Paris, Robert Laffont, 2019.

Claude-Pierre Meslier, Tout à crédit. Paris, Le Livre de Poche, 1967.

Philippe Moati, La Nouvelle Révolution commerciale. Paris, Odile Jacob, 2011.

Philippe Moati (dir.), Consommations émergentent: la fin d'une société de consommation? Lormont, Le Bord de l'eau, 2016.

Anthony Palou, Dans ma rue y avait trois boutiques. Paris, Presses de la Cité, 2021.

René Péron, La Fin des vitrines (Des temples de la consommation aux usines à vendre). Editions de l'ENS-Cachan, 1993.

Alain Perrier, Il était une fois... un épicier. litteratures.fr, 2019.

Daniel Roche, Histoires des choses banales: naissance de la consommation dans les sociétés traditionnelles (XVIIe- XIXe siècle). Paris, Fayard, 1997.
Daniel Roche, A History of Everyday Things: The Birth of Consumption in France, 1600-1800. Cambridge, Cambridge University Press, 2003.

Maurice Roy, Les commerçants entre la révolte et la modernisation. Paris, Seuil, 1971.

Raymond Ruyer, Eloge de la société de consommation. Paris, Calman-Lévy, 1969.

Charles-Antoine Schwerer, Partage: le nouveau stade du capitalisme. Lormont, Le Bord de l'eau, 2017.

Romain Souillac, Le mouvement Poujade: de la défense professionnelle au populisme nationaliste (1953-1962), Paris, Presses de Sciences Po, 2007,

Guillaume Tiffon, La Mise au travail des clients. Paris, Economica, 2013.

Paqtricia Toucas, Les Coopérateurs: deux siècles de pratiques coopératives. Paris, Les Éditions de l'Atelier, 2005.

Frank Trentmann, Empire of things: How we became a world of consumers , from the fifteenth century to the twenty-first. London, Allen Lane, 2016.

Jérôme Tubiana, La saga Danone. Paris, JC Lattès, 2015.

Sylvain Venayre, Pierre Singaravélou, Le magasin du monde. La mondialisation par les objets du XVIIIe siècle à nos jours. Paris, Fayard, 2020.

Laurens Verhagen, Wil je wel de nieuwe Jeff Bezos zijn? De methode-Amazon ontmaskerd. Het succes van webwinkelgigant Amazon komt met een hoge prijs. Belastingontwijking, machtsmisbruik en slechte werkomstandigheden zijn de pijlers waarop topman Jeff Bezos zijn bedrijf heeft gebouwd. Hoelang is de ‘methode-Amazon’ nog houdbaar? In: de Volkskrant, 12 april 2021.
Via: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wil-je-wel-de-nieuwe-jeff-bezos-zijn-de-methode-amazon-ontmaskerd~bdbea6f8/

Jan de Vries, The industrious revolution: consumer behavior and the household economy, 1650 to the present. Cambridge, 2008.

C. Walsh, ‘Shopping et tourisme. L’Attrait des boutiques Parisiennes au XVIIIe siècle’, in: N. Coquery (red.), La boutique et la ville. Commerces, commerçants, espaces et clientèles. XVIe-XXe siècle. Tours, 2000.

Rosalind Williams, Dream Worlds: Mass Consumption in Late Nineteenth-Century France. Berkeley, University of California Press, 1982.

***'LES GRAND MAGASINS', WARENHUIZEN:

Francis Ambrière, La vie secrète des grand magasins. Paris, Les Œuvres Français, 1938.

Béatrice de Andia (dir.), Les Cathédrales du commerce parisien - Grands magasins et enseignes. Paris, Action artistique de la Ville de Paris, coll. Paris et son patrimoine, 2006.

F. Avellis and P. Guyon, The Century of Galeries Lafayette: 1896–1996. Paris, Les Editions Stratégiques, Galeries Lafayette Publishing, 1996.

Jean-François Cabestan et al., La Samaritaine, Paris. Editions A. & J. Picard, 2015.

Jean-Paul Caracalla, Le Roman du Printemps. Histoire d'un grand magasin. Paris, Denoël, 1997.

Geoffrey Crossick and Serge Jaumain (Editors), Cathedrals of Consumption: European Department Stores, 1850-1939. Routledge, 2020.

Fernand Daudet, La Samaritaine, le génie et la générosité de deux grands commerçants. Dunod, 1933.

Josette Demory, La folie des grands magasins. Du May, 2009.

François Faraut, Histoire de la Belle Jardinière. Paris, Belin, 1987.

Tristan Gaston-Breton, Galeries Lafayette. La légende d'un siècle. Clio Média, 1997.

Michel Gaudin, La vie Samaritaine des Cognacq-Jaÿ. De la Dame aux Oies éditions, 2019.

Pierre Giffard, Paris sous la Troisième République: les Grands Bazars. Paris, Victor Havard, 1882.

Renee Grimaud, La fabuleuse histoire des grands magasins. Editions Prisma, 2016.

Pierre Guérin, Anne-Marie Piaulet, Le Printemps. Grand Magasin du XIXe Siècle - Paris. L'Instant durable, 2000.

Max Heilbronn, Galeries Lafayette, Buchenwald, Galeries Lafayette. Paris, Economica, 1989.

Jean-Philippe Hugron, Lafayette anticipations. Fondation d'entreprise Galeries Lafayette OMA. Archibooks / Bookstorming, 2019.

Fernand Laudet, La Samaritaine: le genie et la générosité de deux grands commerçants. Paris, Dunod, 1933.

Le Monde avec Reuters, La justice valide la cession du Printemps à des Qataris. In: Le Monde, 8 août 2013.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2013/08/08/la-justice-valide-la-cession-du-printemps-a-des-qataris_3459288_3234.html

Pierre MacOrlan, Le Printemps. Paris, Gallimard, 1930.

Les Magasins du Louvre. Paris. Leur rôle dans la vie nationale, sociale, économique de 1855-1933. (Brochure, sans détails.)

Bernard Marrey, Les grands magasins, des origines à 1938. Librairie Picard, 2018.

Jacques Marseille (dir.), La Révolution commerciale en France: du 'Bon Marché' à l'hypermarché. Paris, Le Monde Editions, 1997.

Roger Miellet (Samenstelling Marieke Voorn), Winkelen in weelde. Warenhuizen in West-Europa 1860-2000. Zutphen, Walburg Pers, 2001.

Michael B. Miller, The Bon Marché. Bourgeois Culture and the the department store, 1869-1920. Princeton NJ, Princeton University Press, 1981.
Michaël B. Miller, Au Bon Marché (1869-1920). Le consommateur apprivoisé. Paris, Colin, 1987.

Michael B. Miller, Au Bon Marché 1869-1920. Le consommateur apprivoisé. Paris, Armand Colin, 1987.

H. Pasdermadjian, Le Grand Magasin - Son Origine - son évolution - son avenir. Paris, Dunod, 1949.

Georges Renoy, Les grands magasins. Bruxelles, Rossel édition, 1986.

George Ritzer, Enchanting a Disenchanted World: Continuity and Change in the Cathedrals of Consumption. SAGE Publications Inc., 3 edition, 2009.

François Tétart-Vittu et Jean-Pierre Vittu, Au Paradis des dames: nouveautés, modes et confections (1610-1870). Paris, Paris-Musées, 1992.

J. Valmy-Baysse, Tableaux des grands magasins. Illustré de douze gravures au burin par J. E. Laboureur. Paris, Éditions de la Nouvelle Revue Française, 1925.

C. Vaxelaire, Au Bon Marché 1860-1960. Leuven, 1960.

Boris Veblen, Un flagship Art Déco? La Samaritaine selon LVMH. Éditions B2, 2013.

Philippe Verheyde (Auteur), Gérard Uféras (Photographies), Les grands magasins parisiens. 150 ans de prestige, de mode et de commerce. Balland, 2012.

Brian Wemp, The Grands Magasins Dufayel, the Workshop Class, and the Origins of Consumer Culture in Paris (1880-1915). Montréal, McGill University, 2010.

J. Whittaker, Une histoire des grands magasins. Citadelles & Mazenod, 2011.

C.H. de Ydewalle, Au Bon Marché: de la boutique au grand magasin. Paris, 1965.

Emile Zola, Au Bonheur des Dames. Paris, 1883.

***'LA GRANDE DISTRIBUTION', HET GROOTWINKELBEDRIJF:

M.-L. Alain, C. Chambolle, Economie de la distribution. Paris, La Découverte, 2003.

Clémentine Autain, A gauche en sortant de l'hyper marché. Paris, Grasset, 2020.

Olivier Badot, Jean-François Lemoine, (Préface de Michel-Edouard Leclerc), Distribution 4.0. Pearson, 2018.

Jean Baud, Coup de tonnerre dans la grande distribution. Pout la première fois le fondateur de Franpric et Leader Price Price parle. François Bourin Editeur, 2008.

Sophie Bernard, Travail et automatisation des services - La fin des caissières? Octares Editions, 2012.

Philippe Bertrand, La fin annoncée de l'hypermarché. In: Les Echos, 14 mars 2017.

Jean Bothorel, Philippe Sassier, La Grande Distribution. Enquête sur une corruption à la française. Bourin, 2007.

Claude Brosselin, La grande histoire des regroupements dans la distribution. Paris, Editions L'Harmattan, 2014.

Frédéric Carluer-Lossouarn, L'Aventure des premiers supermarchés. Cesson-Sévigné, Linéaires, 2007.

Frédéric Carluer-Lossuarn, Leclerc: enquête sur un système. Paris, Editions Bertrand Gobin, 2008.

Vincent Chabault, La FNAC: la distribution culturelle entre commerce et culture. Paris, Presses universitaires de France, 2010.

Claude Chinardet, Négocier avec la grande distribution. Méthodes et outils pour le compte clé. Editions d'Organisation, 2000.

Franck Cochoy, Sophie Dubuisson-Quellier (dir.), Distribution et marché: une affaire de taille et de détail. Cachan, Lavoisier, 2006.

Sylvain Courage, La Vérité sur Carrefour l’épicier planétaire aux 2 millions de clients par jour. Éditions Assouline, 1999.

Sylvain Courage, Diktat. Les dossiers noirs de la grande distribution. Racket des fournisseurs, pression sur les élus, lobbying auprès du gouvernement ... Enquête sur les pratiques d'un secteur qui met en péril le dynamisme économique et le tissu social du pays. In: Le Nouvel Observateur du 10 au 16 avril 2014, pp. 70-81.

Bernard Darty, Jean Rigaud, Une histoire de confiance - L'aventure DARTY. Dunod, 2018.

Jean-Claude Daumas, L'invention des usines à vendre. Carrefour et l'invention des hypermarchés. In: Franck Cochoy, Sophie Dubuisson-Quellier (dir.), Distribution et marché: une affaire de taille et de détail. Cachan, Lavoisier, 2006, pp. 59-91.

Christabel Donatienne Ruby (Ed.), Auchan. Multinational corporation, Discount store, Supermarket, Hypermarket, Optics, Pharmacy, Clothing, Cosmetics. Fidel, 2012.

Martine Donnette, 418 Milliards. La fraude de la grande distribution avec la complicité des élus et de l'administration. Talma studios, 2021.

Cédric Ducrocq, Distribution. Inventer le commerce de demain. Pearson, 2014.

Tristan Gaston-Breton et Patricia Kapferer, Monoprix. Au coeur de la VieVille. Paris, Le Cherche-midi Editeur, 2003.

Bertrand Gobin, Le secret des Mulliez. (N.d.l.r.: = Auchan). Éditions La Borne Seize, 2006.

Bertrand, La face cachée de l'empire Mulliez : La véritable histoire du clan à l'origine de la première fortune de France. (N.d.l.r.: = Auchan). Éditions La Borne Seize, février 2015.

Mathilde Golla, 100 jours sans supermarché: le premier guide des circuits courts. Paris, Flammarion, 2018.

Intermarché, La Référence Intermarché: Les Mousquetaires. Intermarché, 1995.

Christian Jacquiau, Les coulisses de la grande distribution. Paris, Albin Michel, 2002.

Patricia Kapferer, Tristan Gaston-Breton, Monoprix: au coeur de la ville. Paris, Le Cherche Midi, 2003.

Xavier Lejean, Présentation: Les stratégies achats de la grande distribution. Format Kindle, 2016.

Christian Lhermie, Carrefour ou l'invention de l'hypermarché. Paris, Vuibert, 2017.

Thomas Lugos, Grande Distribution. Vérités & Mensonges. Latresne, Editions Le Bord de l'Eau, 2003.

Jacques Marseille (dir.), La Révolution commerciale en France: du 'Bon Marché' à l'hypermarché. Paris, Le Monde Editions, 1997.

Jean-Louis Martinez, La fin des hypermarchés? Vers une redistribution de la grande distribution. La Charte, 2018.

Abel Mestre, « A gauche en sortant de l’hypermarché », un essai sur les vitrines de la société de consommation. Clémentine Autain, députée La France insoumise, ausculte les mécanismes du modèle économique des grandes surfaces du département où elle réside, la Seine-Saint-Denis, et appelle à revenir à une économie à taille humaine. In/ Le Monde Livres, 17 novembre, 2020.

Via: https://www.lemonde.fr/idees/article/2020/11/17/a-gauche-en-sortant-de-l-hypermarche-un-essai-sur-les-vitrines-de-la-societe-de-consommation_6060001_3232.html

Helene Mingam, La Grande Distribution d'aujourd'hui est-elle le vecteur des tendances? Université Européenne, 2016.

Philippe Moati, L'avenir de la grande distribution. Paris, Odile Jacob, 2001.

Chloé Moura, La grande distribution à l'heure de la mobilité. Les consommateurs sont-ils prêts à accepter les nouveaux outils digitaux en point de vente physique? Éditions universitaires européennes, 2017.

Audrey Pagot, Grande distribution, commerce traditionnel: quelle concurrence? Independently published, 2017.

René Péron, Les Boîtes. Les grandes surfaces dans la ville. Nantes, L'Atalante, 2004.

Grégoire Philonenko, Véronique Guienne, Au Carrefour de l’exploitation. Editions Desclée, 1998.

Cécile Prudhomme, En ville, le Covid-19 rebat les cartes des grandes surfaces. En raison de la crise sanitaire, les Français ont adopté de nouvelles habitudes de consommation, fréquentant davantage les magasins à proximité de chez eux. In: Le Monde, 24 novembre 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2020/11/24/en-ville-le-covid-19-rebat-les-cartes-des-grandes-surfaces_6060913_3234.html

Damien Saint, Votre Hypermarché Dans Tous Ses États. Ludique et Pédagogique, Instructif et Humoristique. Les Éditions Sydney Laurent, 2020.

Anna Sam, Les Tribulations d'une caissière. Paris, Le Livre de Poche, 2009.

Claude Sordet, Hypermarché: 50 ans déjà... Paris, Éditions L'Harmattan, 2014.

Yves Soulabail, Carrefour. Un combat pour la liberté. Le Loup Hurlant Éditions, 2010.

Christiane et Yves Tinard, La Grande Distribution française: bouc émissaire ou prédateur? Paris, Litec, 2003.

Etienne Thil, D'Edouard Leclerc aux Supermarchés. Combat pour la distribution. Éditions Arthaud, 1964.

Etienne Thil, Les Inventeurs du commerce moderne. Paris, Arthaud, 1966.

Christiane et Yves Tinard, La Grande Distribution française: bouc émissaire ou prédateur? Paris, Litec, 2003.

Joseph Turow, The Aisles Have Eyes. How Retailers Track Your Shopping, Strip Your Privacy, and Define Your Power. Yale University Press, 2017.

R. Uhrich, Super-marchés et usines de distribution. Hier aux Etats-Unis, aujourd'hui en France. Pris, 1962.

Jean-Marc Villermet, Naissance de l'hypermarché. Paris, Armand Colin, 1991.

Mathias Waelli, Caissière... et après? Une enquête parmi les travailleurs de la grande distribution. Paris, Presses Universitaires de France, 2009.

Claude Wagner, L'automobile et le supermarché - 50 ans de dérive consumériste. Du Croquant, 2019.

*** E-COMMERCE:

Olivier Allain, Comment Amazon a changé ma vie et peut changer la tienne. Books on Demand, 2020.

Berthelot Benoît, Le Monde Selon Amazon. Paris, Le Cherche Midi, 2019.

Emeline Cazi et Véronique Chocron, Vente en ligne, livraison… la folie du colis contraint la ville à se transformer. In: Le Monde, 22 décembre, 2020.
Via: https://www.lemonde.fr/economie/article/2020/12/21/la-folie-du-colis-contraint-la-ville-a-se-transformer_6064050_3234.html

Marie-Anne Dujarier, Le Travail du consommateur. De McDo à eBay: comment nous coproduisons ce que nous achetons. Paris, Le Découverte, 2014.

Brian Dumaine, Bezonomics. How Amazon Is Changing Our Lives and What the World's Best Companies Are Learning from It. Scribner, 2020.

Agnès Gautheron, Le 10 mars 1997, la première fois que 'Le Monde a écrit Amazon. In: M, Le magazine du Monde, n° 480, samedi 28 novembre, 2020.

Jean-Baptiste Mallet, Derrière les murs de 'l'usine à colis'. In: Le Monde Diplomatique, avril 2020.

Alexandre Piquard, Amazon, symbole de l'hyperpuissance contestée des GAFA. In: Le Monde, 7 novembre, 2020.

John Rossman, The Amazon Way on IoT. 10 Principles for Every Leader from the World's Leading Internet of Things Strategies. Published by John E. Rossman, 2016.

Brad Stone, The Everything Store. Jeff Bezos and the Age of Amazon. Little, Brown and Company, 2013.

Brad Stone, Amazon Unbound. Jeff Bezos and the Invention of a Global Empire. Simon & Schuster, 2021.

----------

HET FRANSE GEVOEL VOOR LUXE EN STIJL:


Bruno Abescat, La saga des Bettencourt. L'Oréal, une fortune française. Paris, Plon, 2010.

Béatrice de Andria et Dominique Fernandés (Textes réunis par), Rue du Faubourg-Saint-Honoré.? Paris, Délégation à l'Action artistique de la Ville de Paris, 1994.

Simon Barbe, Le Parfumeur François, qui enseigne toutes les manières de tirer les Odeurs des Fleurs ; & de faire toutes les sortes de compositions de Parfums. Avec le secret de purger le Tabac en poudre ; & le parfumer de toutes sortes d'odeurs. Pour le divertissement de la Noblesse, l'utilité des personnes Religieuses, & nécessaire aux Baigneurs & Perruquiers. Amsterdam, Paul Marret, 1696.

A. Baümer, Travel the Imperial Way. A Dream comes true. Majestic Imperator. Vienna, 2006.

Emile Bayard, L'Art du bon goût: étude théorique et pratique de la beauté mise à la portée de tous. Paris, Garnier frères, 1908.

Stéphane Bégoin et Flore Kosinetz (Réalisateurs), L'Invention du luxe à la française. 2020.

Louis Bergeron, Les industries du luxe en France. Paris, Éditions Odile Jacob, 1998.

Stéphanie Bonvicini, Louis Vuitton, une saga française. Paris, Fayard, 2004.

Eric Briones, Nicolas André, Le choc Z - La génération Z, une révolution pour le luxe, la mode et la beauté. Dunod, 2020.

Eugénie Briot, La fabrique des parfums: Naissance d'une industrie de luxe. Éditions Vendémiaire, 2015.

Jean Castarède, Histoire du luxe en France: Des origines à nos jours. Édition Eyrolles, 2006.

Nadine Coleno, Lancôme. 75 years of beauty, 1935-2010. Edition du Regard, 2009.

Béatrice Collin, Daniel Rouach, Le Modèle L'Oréal. Les stratégies-clés d'une multinationale. Pearson France, 2009.

Béatrice Collin, Jean-François Delplancke, L'Oréal. La beauté de la stratégie. Dunod, 2015.

Natacha Coquery, L'Hôtel aristocratique. Le marché de luxe à Paris au XVIIIe siècle. Paris, Publications de la Sorbonne, 1998.

Alain Corbin, Le Miasme et la Jonquille. L'odorat et l'imaginaire social XVIIIe-XIXe siècles. Paris, Flammarion, 1986.

François Dalle, L'Aventure l'Oréal. Paris, Odile Jacob, 2001.

Joan DeJean, The Essence of Style: How the French Invented High Fashion, Fine Food, Chic Cafes, Style, Sophistication, and Glamour. New York, Free Press, 2006.

Joan DeJean, The Age of Comfort: When Paris Discovered Casual-and the Modern Home Began. New York, Bloomsbury Publishing, 2013.

Claire Desbois-Thibault, L'extraordinaire aventure de champagne, Moët & Chandon, une affaire de famille. Paris, Presses universitaire de France, 2003.

Jean Feray, Architecture intérieure et décoration intérieure en France des origines à 1875. Paris, Berger-Levrault, 1988.

Marc de Ferrièrele Vayer, Christoffle, deux siècles d'aventure industrielle, 1793- 1993. Paris, Le Monde Éditions, 1995.

Elisabeth de Feydeau, Le roman des Guerlain. Parfumeurs de Paris. Paris, Flammarion, 2017.

Elisabeth de Feydeau, La Grande Histoire du parfum. Paris, Larousse, 2019.

N. Forestier, N. Ravai, The Taste of Luxury: Bernard Arnualt and the Moët-Hennessy Louis Vuitton Story. Bloomsbury Publishing PLC, 1992.

M. H. Fortoul, Les Fastes de Versailles depuis son origine jusqu'a nos jours. Paris, H.Delloye, 1839.

R. Fox and A. Turner (eds.), Luxury Trades and Consumerism in Ancien Régime Paris. Alderschot, Ashgate, 1998.

Pierre Galante, Les Années Chanel. Mercure de France, 1972.

Jean-Pierre Goubert, Du luxe au comfort. Paris, Belin, 1988.

Alexis Gregory, Ritz Paris. Éditions Assouline, 1999.

Catherine Guennec, La modiste de la Reine. Le roman de Rose Bertin. Paris, Éditions J.C. Lattes, 2004.

Stéphane Guibourgé, Lancôme Paris. Une excellence française. Editions du Regard, 2009.

Claude Habib, Galanterie française. Paris, Gallimard, 2006.

Pierre-André Hélène (Preface de Pierre Cardin), Palaces de France. Vie et Mémoire de l'Extravagance.Vogele, 2003.

Verena von der Heyden-Rynsch, Das Spiel der Verführung. Liebe und Galanterie im Wandel der Zeiten. Artemis & Winkler, 2004.

Pierre Jammet, Le Bristol. Un palace dans son siècle. Paris, Éd. Hoëbeke, 1998.

P. Kapferer, T. Gaston-Breton, La légende Lacoste. Le Cherche Midi, 2002.

Yann Kerlau, Les dynasties du luxe. Paris, Perrin, 2010.

Sophie Kosinski, Eric Micheletti, ?Grands Hotels du bord de mer. Paris, Éditions Histoire & Collections, 1996.

Emile Langlade, La marchande de modes de Marie-Antoinette, Rose Bertin. Paris, Michel Albin, 1925.

Anny Latour, Les magiciens de la mode. De Rose Bertin à Christian Dior. Paris, Julliard, 1961.

J.-M. Maire, La Vie dans les palaces parisiens. Photographies de Gilles André et Carlos Soldi. Éditions La Sirène, 1995.

Stéphane Marchand, Les Guerres du luxe, Fayard, 2001.

Jacques Marseille (dir.), Le luxe en France du siècle des 'Lumières' à nos jours. Paris, ADHE, 1999.

Jacques Marseille, L'Oréal 1909 2009. Paris, Librairie Académique Perrin, 2009.

Anne Martin-Fugier, La Vie élégante ou la formation du Tout-Paris. 1815-1848. Paris, Fayard, 1990.

Anne-Marie Martin-Fugier, La vie élégante. Paris, Tempus Perrin, 2011.

Bertrand Meyer-Stabley, Christian Dior, sous toutes les coutures. City Edition, 2017.

Guénolée Milleret, Haute couture. Histoire de l'industrie de la création française - Des précurseurs à nos jours. Eyrolles, 2015.

Liselotte, Le Guide des Convenances. Nouvelle Encyclopédie Populaire des Usages Mondains, Revue & Corrigée. Paris, P. Orsoni Éditeur, 1915.

Jacques Nathan (présenté par), Vingt-cinq ans d'élégance à Paris 1925-1950. Paris, Éditions Pierre Tisne, 1951.

Paul-Gérard Pasols, Louis Vuitton. La naissance du luxe moderne. Éditions de la Martinière, 2005.

Philippe Perrot, Le Luxe, une richesse entre faste et confort, XVIIIe-XIXe siècle. Paris, Seuil, 1995.

Patrice Piquard (responsable éditorial), Les secrets des génies du luxe. Gennevilliers, Capital, Dossier Spécial, décembre 2015 - janvier-février 2016.

Eric Pujalet-Plaa, Pierre Leonforte, Louis Vuitton, 100 malles de légende. Éditions de la Martinière, 2010.

Saphia Richou, Michel Lombard, Le luxe dans tous ses états. Paris, Economica, 1999.

Frédéric Rouvillois, Histoire de la politesse de 1789 à nos jours. Paris, Flammarion, Champs histoire, 2008.

Fernand de Saint-Simon, La Place Vendôme. Paris, Éditions Vendôme, 1982.

Michelle? Sapori, ?Rose Bertin, ministre des modes de Marie-Antoinette. Paris, Institut français de la mode, 2003.

C Sargentson, Merchants and Luxury Markets. The Marchands Merciers of Eighteenth-Century Paris. London, 1996.

Amy B. Trubek, Haute Cuisine: How the French Invented the Culinary Profession. Philadelphia, University of Pennsylvania Press, 2000.

Nicole Vedrès, Un Siècle d'Elégance française. Paris, Les Éditions du Chêne, 1943.

Alain Viala, La France galante. Essai historique sur une catégorie culturelle, des ses origines à la Révolution. Paris, Presses Universitaires de France, 2008.

Alain Viala, La Galanterie. Une mythologie française. Paris, Seuil, 2019.

Jean Watin-Augouard, Les marques de luxe françaises. Édition Eyrolles, 2009.

----------

LICHAAM, GEZONDHEID, REINHEID, LICHAMELIJKE HYGIÈNE, KLEDING, UITERLIJKHEID EN TOEBEHOREN ZOALS BAGAGE, SOUVENIRS EN ZWEMKLEDING:


*** LICHAAM:

Bernard Andrieu, Bronzage. Une petite histoire du Soleil et de la peau. CNRS, 2008.

Alain Corbin et al., Histoire du corps. De la Révolution à la Grande Guerre (2). Paris, Seuil Points, 2011.

Jean-jacques Courtine, Histoire du corps. Les mutations du regard. Le XXe (3). Paris, Seuil Point, 2015.

Pascal Ory, L'invention du bronzage. Paris, Éditions Complexe, 2008.

Georges Vigarello et al., Histoire du corps. De la Renaissance aux Lumières (1). Paris, Seuil, Seuil Points, 2016.

Georges Vigarello, La Silhouette - Naissance d'un défi du XVIIIe siècle à nos jours. Paris, Seuil, 2017.

*** GEZONDHEID:

Conrad Barnaby, Absinthe. History in a bottle. San Francisco, Chronicle Books, 1988.

Jacqueline Brossollet et Henri Mollaret, Pourquoi la peste? Le rat, la puce et le bubon. Paris, Découvertes Gallimard, 1994.

Marie-Claude Delahaye, L'Absinthe - Histoire de la Fée Verte. Paris, Berger-Levrault, 1983.

Elliot Frank, The Spanish Flu Pandemic. The Deadliest Pandemic in History and How it Changed the World. Independently published, 2020.

Alfred Franklin, Les médicaments. La vie privée d'autrefois. Arts et Métiers, Modes, Moeurs, Usages des Parisiens du XII°au XVIII°siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris. Plon, Nourrit et Cie., Imprimeurs-éditeurs, 1891.

Alfred Franklin, Les Médecins. La Vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIIIe siècle d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, Imprimeurs-éditeurs, 1892.

Alfred Franklin, Les Chirurgiens. La Vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des Parisiens du XIIe au XIIIe siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, Imprimeurs-éditeurs, 1893.

Christophe Granger, La saison des apparences. Naissance des corps d'été. Anamosa, 2017.

François de Lannoy, Pestes et épidémies au Moyen Age (VIe-XVe siècles). Ouest-France, 2018.

Serge Morand, La prochaine peste. Une histoire globale des maladies infectieuses. Paris, Fayard, 2016.

Jean Vitaux, Histoire de la peste. Paris, Presses Universitaires de France, 2010.

*** REINHEID:

L. Bouguoin, Exposition raisonnée des institution sanitaires depuis leur origine à nos jours. Paris, Everat, 1829.

Julia Csergo, Liberté, égalité, propreté: le monde de l'hygiène au XIX- siècle. Paris, Albin Michel, 1988.

L. Deslandes, Manuel de l'hygiène privée et publique, ou Précis élémentaire des connaissances relatives à la conservation dela santé et au perfectionnement physique et morale des hommes. Paris, Gabon, 1927.

Alfred Franklin, L'Hygiène. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIII e siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, 1890.

Alfred Franklin, Les Soins de toilette - Le savoir-vivre. La vie privée d'autrefois. Arts et métiers, modes, moeurs, usages des parisiens du XIIe au XVIIIe siècle, d'après des documents originaux ou inédits. Paris, Librairie Plon, Nourrit et Cie, 1894.

Gourcuff Gradenigo, Bains, bulles et beautés. Une histoire de la toilette et du savon, du XVIIIe au XXIe siècle. Gourcuff Gradenigo, 2014.

E. Guillot, La maison salubre. 1914.

Jean-Pierre Goubert, Du luxe au comfort. Paris, Belin, 1970.

Jean-Pierre Goubert, La conquête de l'eau du XVIIIe au XXe siècle. L'avènement de la santé à l'age industriel. Paris, Laffont, 1986.

Louis Havard, La Maison salubre et la maison insalubre à l'Exposition universelle de 1889. Paris, Charles Noblet, 1890.

Gérard Jorland, Une société à soigner. Hygiène et salubrité publiques en France au XIXe siècle. Paris, Gallimard, 2010.

Nadeijer Laneyre-Dagen, La Toilette: naissance de l'intime. Paris, Hazan/Musée Marmottant Monet, 2015.

Paul Negrier, Histoire du bain à travers les âges. Futur Luxe Nocturne Éditions, 2011.

Baronne Staffe, Règles du savoir-vivre dans la société moderne: usages du monde (122e édition) (Éd.1897.) Paris, Hachette Livre BNF, Ré-éd. 2012.

Baronne Staffe, Le cabinet de toilette. Paris, Flammarion, 1899.

Georges Vigarello, Nadeije Laneyre-Dagen, La Toilette: naissance de l'intime. Paris, Musée Marmottant Monet - Hazan, 2015.

Georges Vigarello (Propos recueillis par Marc-Olivier Bherer), La société occidentale a accompli un travail sur plusieurs siècles pour arriver au régime de propreté actuelle. In: Le Monde, 20 juin 2020.
Via: Https://www.lemonde.fr/idees/article/2020/06/19/georges-vigarello-la-societe-occidentale-a-accompli-un-travail-sur-plusieurs-siecles-pour-arriver-au-regime-de-proprete-actuelle_6043364_3232.html

*** LICHAMELIJKE HYGIÈNE:

Fanny Beaupré et Roger-Henri Guerrand, Le confident des dames. Le bidet du XVIIe au XXe siècle: histoire d'une initimité. Paris, Éditions La Découverte, 1997.

Julia Csergo, Liberté, égalité, propreté: la morale de l'hygiène au XIXe siècle. Paris, Albin Michel, 1988.

Robert Muchembled, La Civilisation des odeurs: (XVIe-début XIXe siècle). Les Belles Lettres, 2017.

Raymond Nogue, Hygiène du touriste. Paris, Doin, 1892.

S. Piesse, Histoire des parfums et hygiène de la toilette. poudres, vinaigres, dentifrices, fards... la parfumerie a travers les siecles, histoire naturelle des ... ... bibliotheque des connaisances utiles. Éd. Librairie J. -B. Bailliere et Fils, 1905.

André Rauch, Le souci du corps: histoire de l’hygiène en éducation physique. Paris, Presses Universitaires de France, 1983.

Georges Vigarello, Histoire des pratiques de santé: le sain et le malsain depuis le Moyen-Age. Paris, Seuil, 1985.

Georges Vigarello, Le propre et le sale. L'hygiène du corps depuis le Moyen Age. Paris, Éditions du Seuil, 1987.

*** KLEDING EN UITERLIJK:

Bernard Andrieu, Bronzage. Une petite histoire du Soleil et de la peau. Paris, CNRS, 2008.

Christine Bard, Les Garçonnes. Modes et fantasmes des Années folles, Paris, Flammarion, 1998.

Christine Bard, Une histoire politique du pantalon. Paris, Seuil, 2010.

Laurence Benaïm, Le Pantalon une histoire en marche. Éditions de l'Amateur 1999

François Boucher, Histoire du costume en Occident de l'antiquité à nos jours. Paris, Flammarion 1965.

Pierre Dufay, Le Pantalon Féminin. Paris, Charles Carrington, 1906.

Pierre Dufay, Un chapitre inédit de l’histoire du costume. Le Pantalon féminin. Nouvelle édition remaniée, considérablement augmentée. Paris, Charles Carrington, 1916.

Marquis Paul-Louis Victor de Giafferri, ?L'histoire du Costume féminin français de l'an 1037 à l'an 1870. Les modes du Moyen-âge.- Les modes de la Renaissance. - Les modes de Henri III à Louis XIII. - Les modes sous Louis XIV. - Les modes sous Louis XV. - Les modes sous Louis XVI. - Les modes sous la Révolution.- Les modes du 1er Empire. - Les modes de la Restauration 1815 à 1830. - Les modes du Second-Empire 1852 à 1870. 10 albums. Paris, Éditions Nilsson, 1922.

Sarah Gibbings, The Tie. Trends and Traditions. Barrons Educational Series Inc., 1990.
Sarah Gibbings, De Stropdas. Trends en Traditie. Lisse, Rebo productions, 1991.

John Grand-Carteret, La Femme en culotte. Paris, Flammarion, 1899.

Christophe Granger, La saison des apparences. Naissance des corps d'été. Anamosa, 2017.

J. S. Hall, The Book of the Feet. A History of Boots and Shoes. Read Books, 2017.

K. de Leeuw, Kleding in Nederland 1813-1920, van een traditioneel bepaald kleedpatroon naar een begin van modern kleedgedrag. Hilversum, 1992.

Jacques Mauvain, Leurs pantalons: comment elles les portent. Interviews et confessions. Paris, Jean Fort Éditeur, 1923 (1912).

Dominique Paquet, Miroir, mon beau miroir: Une histoire de la beauté. Paris, Découvertes Gallimard, 1997.

Isabelle Paresys (dir.), Paraître et apparences en Europe occidentale du Moyen Age à nos jours. Villeneuve-d'Ascq, PU du Septentrion, 2008.

Bernard Parisot, Encyclopédie de la chaussure. Du paléolithique supérieur au XXIe siècle. Éditions Le Bord de l'eau, 2020.

John Peacock, The Chronicle of Western Costume from the Ancient World to the late Twentieth Century. London, Thames and Hudson Ltd., 2003.

Philippe Perrot, Les Dessus et les dessous de la bourgeoisie. Une histoire du vêtement au XIXe siècle. Paris, Fayard, 1981.

F. Piponnier, P. Mane, Se vêtir au Moyen Age. Paris, 1995.

Daniel Roche, La culture des apparences. Une histoire du vêtement XVIIe-XVIIIe siècle. Paris, Fayard, 1989.

?Romi, Histoire pittoresque du pantalon féminin. ?Paris, Jacques Grancher, Éditeur, 1979.

Georges Vigarello, Histoire de la beauté. Le corps et l'art d'embelli de la Renaissance à nos jours. Paris, Seuil Points, 2014.

*** TOEBEHOREN ZOALS BAGAGE, SOUVENIRS EN ZWEMKLEDING:

Patrik Alac, The Bikini: a cultural history. Parkstone Press, 2002.
Patrik Alac, La grande histoire du Bikini. Parkstone Press, 2005.

Kelly Killoren Bensimon, Le bikini des années 1950 à nos jours. Assouline, 2006.

Beverley Birks, José María, Unsain Azpiroz, Swimsuits and Body Exposure - an Alternative History of the 20th Century. Editorial Nerea, S.A., 2012. Lydia Bjornlund, How the Refrigerator Changed History. Essential Library, 2015.

Stephanie Bonvicini, Louis Vuitton, une saga Française. Paris, Édition Fayard, 2004.

Denis Bruna (Sous la direction de), Marche et Démarche - une Histoire de la Chaussure. Les Arts Decoratifs, 2019.

Jenny Cave, Lee Jolliffe, Tom Baum (Edited by), Tourism and Souvenirs: Glocal Perspectives from the Margins. Channel View Publications, 2013.

Winston Collins, All About Shoes: Footwear Through the Ages. Bata Limited, 1994 / Winston Collins, Histoire de la chaussure à travers les âges. Bata limited, 1994.

Joshua Curtis, Sunkissed. Swimwear and the Hollywood Beauty. Collectors Press, 2003.

Mike Evans (Ed.), The bikini book. Universe, 1996.
Mike Evans, Le bikini. Courbevoie, Éditions Soline, 1997.

Christophe Granger, Les Corps d'été, XXe siècle. Naissance d'une variation saisonnière. Autrement, 2009.

Christophe Granger, La saison des apparences. Naissance des corps d'été. Anamosa, Hors collection, 2017.

Marie-Christine Grasse, Coups de soleil & bikinis. Milan, 1996.

M. Hitchcock & K. Teage (Eds.), Souvenirs: The material culture of tourism. Aldershot, Ashgate, 2000.

David Hume, Tourism Art and Souvenirs: The Material Culture of Tourism. Routledge, 2013.

Sarah Kennedy, The Swimsuit. A fashion history from 1920s Biarritz and the birth of the bikini to sportswear styles and catwalk trends. Carlton Books, 2007.

Paul LaCroix, Histoire de la Chaussure Depuis l'Antiquité La Plus Reculée Jusqu'à Nos Jours: Suivie de l'Histoire Sérieuse Et Drolatique Des Cordonniers Et des Artisans, Dont la Profession Se Rattache A la Cordonnerie. Paris, Sere, Éditeur, 1852. Forgotten Books, Classic Reprint, 2018.

Pierre Leonforte et Eric Pujalet, 100 malles de legendes Louis Vuitton. Éditions de la Martinière, 2010.

Theo St. Mane, Censors, Swimsuits & Scandal: A History of Vintage Bathing Costumes. Independently published, 2019.

Richard Martin, Harold Koda, Splash! A History of Swimwear. Rizzoli International Publications, 1990.

Patrick Mauriès et Pierre Léonforte, Louis Vuitton: l'âme du voyage. Paris, Flammarion, 2015.

A. Mihm, Packend ... Eine Kulturgeschichte des Reisekofferns. Marburg, Jonas Verlag, 2001.

Jonathan Mogul (Editor), Souvenirs and Objects of Remembrance. In: The Journal of Decorative and Propaganda Arts: Issue 27. The Wolfsonian-Florida International University, 2015.

Joëlle et Gérard Neudin, Les cartes postales. Rennes, Ouestfrance, 1982.

John Peacock, Shoes: The Complete Sourcebook. London, Thames and Hudson Ltd., 2005. / John Peacock, Chaussures: Un répertoire des modèles de l'Antiquité à nos jours. Éditions de la Martinière, 2005.

Rolf Potts, Souvenir. Bloomsbury Academic, 2018.

Christina Probert, Swimwear in Vogue Since 1910. Abbeville Press, 1981.

Georges Renoy, Les bains de mer au temps des maillots rayés. Bruxelles, Guides Rétro Rossel, 1976.

Aline Ripert et Cl. Frère, La carte postale, son histoire, sa fonction social. Éditions du CNRS, 1983.

Olivier Saillard et al., Volez, voguez, voyagez: Louis Vuitton. Catalogue de l'exposition dans le salon d'honneur deu Grand Palais. Paris, 2015.

R. Schultze, De dwaasheden der mode. Haarlem, 1869. >P> Rebecca Shawcross, Shoes: An Illustrated History. Bloomsbury Visual Arts, 2014.

Pedro Silmon, The Bikini. Virgin Books, 1986.
Pedro Silmon, Bikini. Geschiedenis van de Bikini in foto`s en teksten = 7 thema`s. Amsterdam, Loeb, 1986.

D. Sternberger, Panorama oder Ansichten vom 19. Jahrhundert. Frankfurt am Main, 1974.

Louis Vuitton, Histoire des bagages. Le voyage depuis les temps les plus reculés. 2011.

Hugh Wilkins, «Souvenirs: What and Why We buy». In: Journal of Travel Research, vol. 50, no 3, p. 239-247; mai 2011.

Martin Willougby, La Carte postale, une histoire illustrée. Paris, Bookking International, 1993.

----------

SEXUALITEIT, GEAARDHEID, MAN ZIJN, VROUW ZIJN EN PROSTITUTIE:


*** SEXUALITEIT:

Charles Baladier, Erôs au Moyen Age: Amour, désir et délectation morose. Cerf, 1999.

Joan Dejean, The Reinvention of Obscenity: Sex, Lies, and Tabloids in Early Modern France. Chicago, 2002.

Michel Foucault, Histoire de la sexualité:
- vol. 1: La volonté de savoir, Paris, Gallimard, 1976;
- vol. 2: L'usage des plaisirs, Paris, Gallimard, 1984;
- vol. 3: Le souci de soi, Paris, Gallimard, 1984:
- vol. 4: Les aveux de la chair, Paris, Gallimard, 2018.

Janine Mossuz-Lavau, La vie sexuelle en France. La Martinière, 2018.

Anne-Marie Sohn, Du premier baiser à l'alcove. Le sexualité des Français au quotidien (1850-1950). Paris, Aubier, 1996.

*** GEAARDHEID:

Jean-Loup Adénor et Timothée de Rauglaudre, Dieu est amour. Infiltré parmi ceux qui veulent 'guérir' les homosexuels. Paris, Flammarion, 2019.

Robert Aldrich (Sous la direction de), Une histoire de l'homosexualité. Pour la traduction francaise. Paris, Seuil, 2006.

Philippe Besson, "Arrête avec tes mensonges". Paris, Julliard, 2017.

James Baldwin, Giovanni's Room (1956). New York, Delta Book, 2000.

Simone de Beauvoir, Le deuxième sexe. Paris, Gallimard, 1949.

Marie-Jo Bonnet, Les relations amoureuses entre les femmes, XVIe - XXe siècle. Paris, Odile Jacob, 1995.

Daniel Borrillo et Caroline Mécary, L'homophobie. Paris, Presses Universitaires de France, 2019.

John Boswell, Christianity, Social Tolerance, and Homosexuality. Gay People in Western Europe from the Beginning of the Christian Era to the Fourteenth Century. Chicago and London, University of Chicago Press, 1981.

John Boswell, Les Unions du même sexe dans l'Europe antique et médiévale. Paris, 1996.

Arnaud (Préface de Serge Wolikow), Les homosexuel.le.s en France. Du bûcher aux camps de la mort. Histoire et mémoire d'une répression. Éditions Tirésias-Michel Reynaud, 2018.

François Buot, Gay Paris. Une histoire du Paris interlope entre 1900 et 1940. Paris, Fayard, 2013.

Nicole Canet, Jean Boullet (1921 - 1979) Passion et Subversion. Paris, Éditions Nicole Canet. Galerie au Bonheur du Jour, 2013.

Nicole Canet, Plaisirs & Débauches au masculin 1780-1940. Nicole Canet, Galerie au Bonheur du Jour, 2014.

Nicole Canet, Amours Secrètes. Dans l'intimité des écrivains: Marcel Proust, Renaud Icard, Roger Peyrefitte, Jean Genet. Éditions Nicole Canet, Galerie Au Bonheur du Jour, 2017.

Splinter Chabot, Confettieregen. Amsterdam, Het Spectrum, 2020.

Joëlle Chevé, Le cercle Versaillais des adeptes du 'vice italien'. In: Historia n° 845, pp. 35-38, Mai 2017.

Alice Coffin, Le génie lesbien. Paris, Grasset, 2020.

Claude Courove, Vocabulaire de l’homosexualitié masculine. Paris, Payot, 1985.

Katharine B. Crawford, 'Love, Sodomy, and Scandal: Controlling the Sexual Reputation of Henry III'. In: Journal of the History of Sexuality, vol. 12 pp. 513-542, 2003.

François Cusset, Queer critics. La littérature française déshabillée par ses homo-lecteurs. Paris, Presses Universitaires de France, 2002.

John Dececco, William Peniston, Pederasts and Others: Urban Culture and Sexual Identity in Nineteenth-Century Paris. Routledge, 2012.

Chad Denton, The Brotherhood: Male Same-Sex Love Among the Early Modern Court Nobility. Paris, Cour de France.fr, 2014.
Via: https://cour-de-france.fr/vie-quotidienne/sociabilite-et-psychologie/etudes-modernes/article/the-brotherhood-male-same-sex-love-among-the-early-modern

Maurice Duplay, Adonis Bar. Paris, Albin Michel, 1928.

Céline Etcheberry, Les mots d'Eden. Paris, Bragelonne-Milady, 2015.

Didier Eribon (Dir.), Les Etudes gays et lesbiennes. Actes du colloque des 21 et 27 juin, 1997. Paris, Éditions du Centre Georges-Pompidou, 1998.

Didier Eribon, Réflexions sur la question gay. Paris, Fayard, 1999.

Didier Eribon, Une morale du minoritaire. Variations sur un thème de Jean Genet (2001). Paris, Éditions Flammarion - Champs essais, 2015.

Didier Eribon, Dictionnaire des cultures gays et lesbiennes. Paris, Larousse, 2003.

Didier Eribon, Hérésies. Essais sur la théorie de la sexualité. Paris, Fayard, 2003.
Didier Eribon, Insult and the Making of the Gay Self. Duke University Press, 2004.

Didier Eribon, La société comme verdict. Classes, identités, trajectoires. Paris, Flammarion, 2014.

Didier Eribon, Une morale du minoritaire. Paris, Editions Flammarion, Champs essais, 2015.

Michel Erman, Le Paris de Proust. Éditions Alexandrines, 2015.

Lillian Faderman, The Gay Revolution: The Story of the Struggle. New York, Simon & Schuster, 2015.

Dominique Fernandez (Introduction), Les princes et leurs amants. Dossier Historia. Paris, Historia, Mai 2017.

E. M. Forster, Maurice. (1913). New York and Scarborough, Ontario, A Plume Book, New American Library, 1971.

Christèle Fraïssé, L'Homophobie: Et les expressions de l'ordre hétérosexiste. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2011.

Knet Gerard and Gert Hekma (dirs.), The Pursuit of Sodomy. London, 1989.

Daniel Guérin, La répression de l'homosexualité en France. La Nef, 1958.

Pierre Hahn, Nos Ancêtres les Pervers - La vie des homosexuels sous le Second Empire. Éditions H. et O., 2006.

Angelo Hesnard, Psychologie homosexuelle. Paris, Stock, 1929.

Jean-Luc Hennig, Les garçons de passe. Enquête sur la prostitution masculine. Libres Hallier, 1978.

Jean-Luc Hennig, Bi. De la bisexualité masculine. Paris, Gallimard, 1996.

Jean-Luc Hennig, De l'extrème amitié. Montaigne & La Boétie. Paris, Gallimard, L'Infini, 2015.

Guy Hocquenghem, L'Amphithéâtre des morts. Paris, Gallimard, 1994.

Guy Hocquenghem (Préface de Réné Schérer), Le Désir homosexuel, Paris, Fayard, 2000.

Janine Huas, L'homosexualité au temps de Proust. Éditions Danclou, 1992.

Antoine Idier, Les vies de Guy Hocquenghem. Paris, Fayard, 2017.

Emmanuel Jaurand, Les plages gays. Le genre: constructions spatiales et culturelles. 2005.

Emmanuel Jaurand, «Territoires de mauvais genre? Les plages gays ». In: Géographie et Cultures, n° 54, p. 71-84, 2005.

Emmanuel Jaurand, S. Leroy, « Bienvenue aux gays du monde entier: tourisme gay et mondialisation ». In: Mondes du tourisme, n° 54 hors-série «Tourisme et Mondialisation », p. 299-309, 2011.

Emmanuel Jaurand, 'Territorialités gays'. In: Espaces et Sociétés, Université d’Angers, N° 32, décembre, pp. 7-13, 2011.

Eric Jourdan, Pour jamais. H&O éditions, 2006.

Michel Larivière (Préface de Dominique Fernandez), Les amours masculines. Anthologie des amours masculines dans la littérature. Paris, Lieu Commun, 1984.

David Leavitt, Family Dancing. New York, Warner Books, 1984.

David Leavitt, The Lost Language of Cranes. London, Viking, 1987.

David Leavitt, Equal Affections. A Novel. London, Penguin Books, 1989.

David Leavitt, A Place I've Never Been. London, Penguin Books, 1990.

David Leavitt, While England Sleeps. New York etc, Viking, 1993.

David Leavitt, The Page Turner. A Novel. London, Little, Brown and Company, 1998.

David Leavitt, The Marble Quilt: Stories. Houghton Mifflin Harcourt, 2001.

David Leavitt, The Two Hotel Francforts. London, Bloomsbury Publishing, 2013.

Christine Lemoine et Ingrid Renard (dir.), Attirances. Lesbiennes fem / Lesbiennes butch. Paris, Éd. gaies et les biennes, 2001.

S. Leroy, «Le Paris gay. éléments pour une géographie de l’homosexualité ». In: Les Annales de Géographie, 114 (646), p. 579-601, 2005.

Maurice Lever, Les bûchers de Sodome. Histoire des 'infâmes'. Paris, Fayard, 1985.

Herbert Lottman, Oscar Wilde à Paris. Paris, Fayard, 2007.

Edouard Louis, En finir avec Eddy Bellegueule. Paris, Seuil, 2014.

Edouard Louis, Qui a tué mon père? Paris, Le Seuil, 2018.

Thomas Mann, Tod in Venedig. Novelle. Berlin, Fischer Verlag, 1912.

Robert Merle, "Oscar Wilde ou La "Destinée" de l'homosexuel". ?Paris, N.R.F, Gallimard, 1955.

Jeffrey Merrick, Bryant T. Ragan Jr. (ed.), Homosexuality in Modern France: A Documentary Collection. New York, Oxford University Press, 2001.

Robert Purks Maccubbin (Ed.), ’t Is Nature’s Fault: Unauthorized Sexuality during the Enlightenment. Cambridge University Press, 1987.

Magic City (Paris).
Via: https://fr.wikipedia.org/wiki/Magic_City_(Paris)

Frédéric Martel, La Longue Marche des gays. Paris, Découvertes Gallimard, 2002.

Claire Michard, Natacha Chetcuti (Sous la direction de), Lesbianisme et féminisme: histoires politiques. Paris, Éditions L'Harmattan, 2003.

Paul Monette, Becoming a Man. Half a Life Story. London, Abacus, 1994.

Chris Mounsey and Caroline Gronda, Queer People: Negotiations and Expressions of Homosexuality, 1700-1800. Bucknell University Press, 2007.

Thierry Pastorello, Sodome à Paris. Fin 18e - milieu 19e siècle. L'homosexualité masculine en construction. Créaphis, 2011.

Jules Prévost, Quand Henri III et ses "mignons" faisaient jaser. In: GEO Histoire, n°45, juin 2019.
Via: https://www.geo.fr/histoire/quand-henri-iii-et-ses-mignons-faisaient-jaser-197121

Philippe Randa, La Maffia Rose - Faut-il brûler les homosexuels? Le Carroussel, 1986.

Régis Reverin, Homosexualité et prostitution masculines à Paris, 1870-1918. Paris, L'Harmattan, 2005.

Régis Reverin, L'émergence d'un monde homosexuel moderne dans le Paris de la Belle Époque. In: Revue d’histoire moderne & contemporaine 2006/4 (no 53-4), pages 74 à 86.
Via: https://www.cairn.info/revue-d-histoire-moderne-et-contemporaine-2006-4-page-74.htm

Michel Rey. "Parisian Homosexuals Create a Lifestyle, 1700-1750: The Police Archives". In: Robert Purks Maccubbin (Ed.), ’Tis Nature’s Fault: Unauthorized Sexuality during the Enlightenment. Cambridge University Press, 1987.

Philip F. Riley, A Lust for Virtue: Louis XIV’s Attack on Sin in Seventeenth Century France. New York, Praeger, 2001.

Graham Robb, Strangers: Homosexual Love in the Nineteenth Century. New York, Pan MacMillan, 2003.

Nicolas Le Roux, Henri III et ses mignons: Ronsard disait-il vrai? In: Historia n° 845, pp. 33634, Mai 2017.

Dr. A. Stocker, L'amour interdit - Trois anges sur la route de Sodome. Éditions du Mont-Blanc, 1945.

Florence Tamagne, Histoire de l'homosexualité en Europe. Berlin, Londres, Paris. 1919-1939, Vol. I & II combined. Algora Publishing, 2004.

Edmund White, A Boy's Own Story. London, Pan Books Ltd., 1983.

Edmund White, Mes vies. Une autobiographie. Paris, Plon, 2006.

Gregory Woods, Homintern. How Gay Culture Liberated the Modern World. Yale University Press, 2016.

*** MAN ZIJN:

Elisabeth Badinter, XY, de l'identité masculine. Le Livre de Poche, 1994.

Pierre Bourdieu, La Domination masculine. Paris, Seuil, Points, édition revue et augmentée, 2014.

Farid Chenoune, Des modes et des hommes. Deux siècles d'élégance masculine. Paris, Flammarion, 1993.

Alain Corbin, Jean-jacques Courtine, Georges Vigarello, Histoire de la virilité, t. 2. Le Triomphe de la virilité. Paris, Seuil, 2015.

Jean-jacques Courtine (Sous la direction de), Histoire de la virilité, t. 3. La Virilité en crise? Le XXe-XXI siècle. Paris, Seuil Points, 2015.

M. Delbourg-Delphis, Masculin singulier. Le dandyisme et son histoire. Paris, Hahatte, 1985.

Yvonne Deslandres, Le costume: image de l'homme. Paris, Albin Michel, 1976.

Christopher E. Forth, Bertrand Taithe, French Masculinities: History, Politics and Culture. Palgrave Macmillan, 2007.

Olivia Gazalé, Le Mythe de la virilité. Un piège pour les deux sexes. Paris, Robert Laffont, 2017.

Jean Hervé, La coquetterie masculine - l'homme mis à nu. Félin, 1999.

Régis Revenin (dir.), Hommes et masculinités de 1789 à nos jours: contributions à l'histoire du genre et de la sexualité en France. Paris, Autrement, 2007.

Anne-Marie Sohn, Sois un homme! La construction de la masculinité. Paris, Seuil, 2009.

Anne-Marie Sohn, Une Histoire Sans les Hommes Est-Elle Possible?. Paris, Ecole Normale Supérieure, 2014.

Anne-Marie Sohn, La fabrique des garçons. L'éducation des garçons de 1870 à aujourd'hui. Paris, Textuel, 2015.

Catherine Valabrègue, La condition masculine. Paris, Payot, 1968.

Sylvain Venayre, Les valeurs viriles du voyage. In: A. Corbin, J.-J. Courtine et G. Vigarello (Sous la direction de), Histoire de la virilité, Tome 2, P. 307-330, Paris, Seuil, 2011.

Eliane Viennot, L'âge d'or de l'ordre masculin. La France, les femmes et le pouvoir 1804 - 1860. Paris, CNRS, 2020.

Georges Vigarello (Sous la direction de), Histoire de la virilité, t. 1. L'Invention de la virilité. De l'Antiquité aux Lumières. Paris, Seuil Points, 2015.

*** VROUW ZIJN:

Léon Abensour, La Femme et le féminisme avant la Révolution. Paris, Ernest Leroux, 1923.

Laure Adler, À l’aube du féminisme, les premières journalistes: 1830-1850. Paris, Payot, 1979.

Jo van Ammers-Küller, Elzelina. De geliefde van Maarschalk Ney. Naarden, Strengholt, 1951.

Maïté Albistur et Daniel Armogathe, Histoire du féminisme français. Tome 1, Du moyen âge à nos jours - Tome 2, De l'empire napoléonien à nos jours. Éditions des femmes, 1978.

M. Allem, La Vie quotidienne sous le Second Empire. Paris, Hachette 1948.

Ann Taylor Allen, Feminism and Motherhood in Western Europe 1890-1970. New York, Palgrave, 2005

Peter Altena en Myriam Everard (red.), Onbreekbare Burgerharten. De historie van Betje Wolff en Aagje Deken. Nijmegen, Vantilt, 2004.

J.-P. Aron (présenté par), Misérable et Glorieuse: la Femme du XIXe siècle. Paris, Fayard, 1981.

Séverine Auffret (Préface de Michel Onfray), Une histoire du féminisme de l'Antiquité grecque à nos jours. L'Observatoire, 2018.

Christine Bard, Les Garçonnes: modes et fantasmes des années folles. Paris, Flammarion, 1998.

Christine Bard (Sous la direction de, avec Sylvie Chaperon), Dictionnaire des féministes: France, XVIIIe-XXIe siècle, Paris, Presses universitaires de France, 2017.

Simone de Beauvoir, Le Deuxième Sexe. Paris, Gallimard, 1949.

Shari Benstock, Women of the Left Bank. Paris, 1900 – 1940. Austin, University of Texas Press, 1986.

Simone Bertière, Les Reines de France au Temps des Valois. Tome I. Le beau XVIe siècle. Éditions de Fallois, 1996.

Simone Bertière, Les Reines de France au Temps des Valois. Tome II. Les années sanglantes. Éditions de Fallois, 1994.

Simone Bertière, Les Reines de France au Temps des Bourbons. Tome I.Les deux régentes. Éditions de Fallois, 1996.

Simone Bertière, Les Reines de France au Temps des Bourbons. Tome II. Les femmes du Roi Soleil. Éditions de Fallois, 1999.

Simone Bertière, Les Reines de France au Temps des Bourbons, Tome III: La Reine et la favorite. Éditions de Fallois, 2002.

Christine Le Bozec, Les femmes et la Révolution. 1770-1830. Passés Composés, 2019.

Anne Bragance, Mata Hari. Une femme au coeur de la Grande Guerre. Paris, Belfond, 2014.

Marcel Braunschvig, ?La femme et la beauté. ?Le rôle de la beauté dans la nature - La coquetterie - La mode - La galanterie - l'évolution de la beauté. Paris. Armand Colin, 1929.

Guy Breton, Histoires d'Amour de l'Histoire de France, Tome VII. Napoléon et les femmes. Paris, Press Pocket, 1965.

Jan Brokken, Mata Hari, de ware en de legende. Amsterdam, Atlas/Contact, 2017.

P.J. Buijnsters, Wolff & Deken, een biografie. Leiden, Martinus Nijhoff, 1984.

Elise van Calcar, Wat Parijs mij te zien en te denken gaf. Door Mevr. Elise van Calcar, geb. Schiotling. Haarlem, A.C. Kruseman. 1859.

Daniel Cardon de Lichtbuer, Elisabet Badinter, Eliane Gubin, Vrouwen in de Franse Revolutie / Les femmes au temps de la Révolution française. Exposition Banque Bruxelles Lambert/Tentoonstelling Bank Brussel Lambert. Bruxelles/Brussel, Eric Andersen, 1989.

Elizabeth Coquart, Philippe Huet, Mistinguett - la Reine des Années Folles. Paris, Albin Michel, 1995.

Pierre Cornut-Gentille, Madame Roland. Une femme en politique sous la Révolution. Paris, Perrin, 2004.

Camille Cusumano (edited by), France, a love story. Women writing about the French Experience. Emeryville, CA, Seal Press, 2004.

Cecil Patrick Courtney, ?Isabelle de Charrière, Belle de Zuylen, a secondary bibliography. ?Oxford - Paris Voltaire Foundation, 1982.

Joelle Dautricourt, Elisabeth Belhomme, Petit Guide Féministe de France et d'Ailleurs. Éditions Carabosses, 1982.

Jean-Louis Debré et Valérie Bochenek, Ces femmes qui ont réveillé la France. Paris, Arthème Fayard, 2013.

Dominique Desanti, La Femme au temps des Années Folles, Paris, Stock-Laurence Pernoud, 1984.

Margot Dijkgraaf, Zij namen het woord: rebelse schrijfsters in de Franse letteren. Amsterdam, Atlas Contact, 2020.

Pierre H. en Simone Dubois, Zonder vaandel. Belle van Zuylen, een biografie. Amsterdam, Uitgeverij G.A. van Oorschot, 1993.

Georges Duby, Michelle Perrot (Sous la direction de Pauline Schmitt Pantel), Histoire des femmes en Occident, tome 1: L'Antiquité. Paris, Académique Perrin Éditions, 2002.

Georges Duby, Michelle Perrot (Sous la direction de Christiane Klapish-Zuber), Histoire des femmes en Occident, tome 2: Le Moyen Âge. Paris, Académique Perrin Éditions, 2002.

Georges Duby, Michelle Perrot (Sous la direction de Nathalie Zemon Davis et Arlette Farge), Histoire des femmes en Occident, tome 3: XVIe-XVIIIe siècle. Paris, Académique Perrin Éditions, 2002.

Georges Duby, Michelle Perrot (Sous la direction de Geneviève Fraisse et Michelle Perrot), Histoire des femmes en Occident, tome 4: Le XIXe siècl. Paris, Académique Perrin Éditions, 2002.

Georges Duby, Michelle Perrot (Sous la direction de François Thébaud), Histoire des femmes en Occident, tome 5: Le XXe siècle. Paris, Académique Perrin, 2002.

Pierre? Dufay, ?Le Pantalon Féminin. Charles Carrington, 1906.

Pierre Dufay, Un chapitre inédit de l'histoire de costume: le pantalon féminin. Paris, Librairie des Bibliophiles parisiens, 1916.

Marie Duhet (Présenté par), Les femmes et la Révolution française. Paris, Julliard, 1971.

Frieda van Essen, Elise's Parijs 1858. Reisimpressies. Reislustige Vrouwen, 2018.

Frank Estelmann, Sarga Moussa, Friedrich Wolfzettel Sous la direction de), Voyageuses européennes au XIXe siècle: Identités, genres, codes. Presses Universitaires Paris-Sorbonne, 2012.

Myriam Everhard, Les femmes dans la Révolution batave. Droits des femmes, droits du peuple. In: Annales historiques de la Révolution française. Pp. 93-105, 2001.
Via: https://www.persee.fr/doc/ahrf_0003-4436_2001_num_326_1_2551.

Myriam Everard en Peter Altena (red.), Onbreekbare burgerharten : de historie van Betje Wolff en Aagje Deken. Nijmegen, Uitgeverij Vantilt, 2004.

Myriam Everard, « Twee "dames hollandoises" in Trévoux. De politieke ballingschap van Elizabeth Wolff en Agatha Deken, 1788-1797». In: De achttiende eeuw, vol. 38, p. 147-167, 2006.

Myriam Everard, Deux Hollandaises à Trévoux (1788-1797): voyage d’agrément ou engagement politique? In: Genre & Histoire, n° 9, Automne, 2011.

Lucien François, Le métier d'être femme. Richard Masse, 1953.

Dominique Godineau, Citoyennes tricoteuses: les femmes du peuple à Paris pendant la Révolution française. Paris, Perrin, coll. « Pour l'histoire », 2004.

Claire Goldberg Moses, French feminism in the nineteenth century. Suny Press, 1984.

Lola Gonzalez-Quijano, Capitale de l'amour. Filles et lieux de plaisir à Paris au XIXe siècle. Vendémaire, 2015.

Susan K. Grogan, French Socialism and Sexual Difference: Women and the New Society, 1803-1844. New York, St. Martin's Press, 1992.

Benoîte Groult, Pauline Roland, ou comment la liberté vient aux femmes. Paris, Robert Laffont, 1991.

Eliane Gubin et al. (dir.), Le Siècle des féminismes. Paris, L'Atelier, 2004.

Gay Gullickson, Unruly women of Paris. Images of the Commune. Ithaca, 1996.

Caroline Hanken, Gekust door de koning. Over het leven van koninklijke maîtresses. Amsterdam, Meulenhoff, 1996.

Mr. H. Hardenberg, Etta Palm. Een Hollandse Parisienne, 1743 – 1799. Assen, Van Gorcum, 1962.

Sylvia Heimans, Josepha Mendels: het eigenzinnige leven van een niet-nette dame. Uitgeverij Cossée, 2016.

Sylvia Heimans, 'Parijs is niet verliefd op mij.' Josepha Mendels als exporteur van Frans erfgoed. In: Maaike Koffeman, Alicia C. Montoya, Marc Smeets (red.), Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk. Receptie, vertaling en cultuuroverdracht sinds de Middeleeuwen, pp.317 - 333. Amsterdam, Amsterdam University Press, 2017.

Ria van Hengel en Diny van de Manakker (Samenstelling en redactie), Vrolijk Vrouwen Vakantieboek 1983. De voorbereiding. Vakantie in Nederland. Vakantie in het buitenland. Korte verhalen. Voor zon en regen. Amsterdam, Feministische Uitgeverij Sara, 1983.

Natacha Henry, Ces femmes qui ont fait la France. City Edition, 2009.

Natacha Henry, Ces Femmes qui ont fait la France: 24 portraits légers et sympathiques. Format Kindle, 2020.

Joke J. Hermsen en Riëtte van der Plas (Red.), 'Nu eens dwaas dan weer wijs'. Belle van Zuylen tussen Verlichting en Romantiek. Amsterdam, 1990.

Jean Hervez, Les Femmes et la Galanterie au XVII eme siècle. Paris, Daragon, 1907.

Margaret Hunt (dir.), Women and the Enlightment. New York, Haworth Press, 1984.

Jehan d'Ivray, L'aventure Saint-Simonienne et les femmes. Paris, Félix Alcan, 1928.

Helen Josephy, Mary Margaret McBride, Paris is a Woman's Town. New York, Coward-McCann Inc., 1929.

Philippe Jullian, Sarah Bernhardt. Paris, Balland, 1977.

Julia Kavanagh, De Vrouwen in Frankrijk en haar invloed op maatschappij, wetenschappen en staatkunde gedurende de achttiende eeuw. 2 delen. Utrecht, Van der Post, 1851. Els Kloek, Vrouw des huizes. De Hollandse huisvrouw door de eeuwen heen. Amsterdam, Uitgeverij Balans, 2009.

Kate Kirkpatrick, Becoming Beauvoir. A Life. Bloomsbury Academic, 2019.

W.J. Koppius, Etta Palm (barones Aelders). Nederland's eerste féministe tijdens de Fransche Revolutie te Parijs. Zeist, Ploegsma, 1929.

Odile Krakovitch et Geneviève Sellier (dir.), ?L'Exclusion des femmes. Masculinité et politique dans la culture au XXe siècle. Éditions Complexe, 2001.

E. Lairtullier, ?Les femmes célèbres de 1789 à 1795 et leur influence dans la Révolution. Pour servir de suite et de complément à toutes les histoires de la Révolution française.? 2 tomes. ?Paris, France, à la Librairie politique, 1840.

Joan B. Landes, Women and the Public Sphere in the Age of the French Revolution. Ithaca, Cornell University Press, 1988.

Louis-Marie Lante et Georges-Jacques Gatine, Costumes d’ouvrières parisiennes. Paris, 1824.

Paul Leroy-Beaulieu, Le travail des femmes au XIXe siècle. 1873.

Séverine Liatard, Les femmes politiques en France de 1945 à nos jours. Bruxelles, Complexe, 2008.

C. de Loris, Le femme à bicyclette: ce qu'elles en pensent. Paris, Librairies Imprimeries Réunies, 1896.

Catherine Marand-Fouquet, La Femme au temps de la Révolution. Paris, Stock, 1989.

Jean-Clément Martin, La révolte brisée: femmes dans la Révolution française et l'Empire, Paris, Armand Colin, 2008.

Anne Martin-Fugier, La place des bonnes. La domesticité féminine à Paris en 1900. Paris, Perrin, 2003.

Hélène Maurel-Indart, Femmes artistes et écrivaines dans l'ombre des grands hommes. Éditions Classiques Garnier, 2019.

Jacques Mauvain, Leurs pantalons: comment elles les portent. Interviews et confessions. Paris, Jean Fort Éditeur, 1923 (1912).

Josepha Mendels, Alles even goed bij jou. Amsterdam, N.V. De Arbeiderspers, 1953.

Stéphane Michaud, Flora Tristan, George Sand, Pauline Roland: les Femmes et l’invention d’une nouvelle morale, 1830-1848. Paris, Créaphis, 2002.

Jules Michelet, Les femmes de la révolution. Paris, Club des Amis du Livre, vers 1962.

Isabelle Morau, Mon comportement sexuel. Une française répond au questionnaire Kinsey. Paris, Jean Froissart, 1953.

Max Nord, Josepha Mendels: Portret van een kunstenaar. Amsterdam, Meulenhoff, 1981.

Bibia Pavard, Florence Rochefort et Michelle Zancarini- Fournel, Ne nous libérez pas, on s'en charge. Une histoire des féminismes de 1789 à nos jours. Paris, La Découverte, 2020.

Michelle Perrot, La Place des femmes, une difficile conquête de l'espace public. Éditions Textuel, 2020.

Marinus M. van Praag, Maîtresses Royales. Drie eeuwen Franse geschiedenis uit de levens van vijf Grote Koninklijke Maitresses. (De Chateaubriant, De Poitiers, D'Estrées, De la Valliere en Du Barry). Den Haag, W. P. van Stockum, 1956.

Marinus M. van Praag, Liefde en terreur. De levensroman van Madame Tallien. Den Haag, W. P. van Stockum, 1957.

Colombe Pringle, Telles qu'Elle: cinquante ans d'histoire des Françaises à travers le journal Elle. Paris, Grasset, 1995.

Kol. H. van Reinzi, Vrouwen der Fransche Revolutie. Amsterdam, J.A. Fortuijn, 1901.

Emmanuelle Retaillaud, La Parisienne - Histoire d'un mythe. Du siècle des Lumières à nos jours. Paris, Le Seuil, 2020.

Michèle Riot-Sarcey, La démocratie à l'épreuve des femmes: trois figures critiques du pouvoir, 1830-1848. Paris, Albin Michel, 1994.

Michèle Riot-Sarcey, Histoire du féminisme, La Découverte, collection Repères, Paris, 2002.

Yannick Ripa, Les Femmes, actrices de l'histoire. France, 1789-1945. Paris, Armand Colin, 'Campus Histoire', 2002.

Yannick Ripa, Histoire Féminine de la France. De la Révoluiton à la Loi Veil. Paris, Belin, 2020.

Charles Rivers (Ed.), Mata Hari: The Controversial Life and Legacy of World War 1's Most Famous Spy. CreateSpace Independent Publishing Platform, 2016.

?Romi, Histoire pittoresque du pantalon féminin. ?Paris, Jacques Grancher, Éditeur, 1979.

Anette Rosa, Citoyennes: Les Femmes et la Révolution Française. Messidor, Paris, 1989.

Joost Rosendaal, 'Vrouwen op de vlucht. Patriotische vrouwen in ballingschap'. In: Myriam Everard en Peter Altena (red.), Onbreekbare burgerharten: de historie van Betje Wolff en Aagje Deken, pp. 153-158. Nijmegen, Uitgeverij Vantilt, 2004.

Sylvie Roy, La femme au volant. L'art de Voyager. Éditions Sociales Françaises, 1960.

Anne Sebba, Les Parisiennes. How the Women of Paris Lived, Loved, and Died Under Nazi Occupation. St. Martin's Griffin, 2017.
Anne Sebba, Les Parisiennes. Leur vie, leurs amours, leurs combats - 1939-1949. La Librairie Vuibert, 2018.

Léon Schirmann, L'Affaire Mata-Hari. Autopsie d'une machination. Paris, Tallandier, 1994.

Anne-Marie Sohn, et Françoise The lamon, L'Histoire sans les femmes et-elle possible? Paris, Perrin, 1998.

Charles Sowerwine et Claude Maignien, Madeleine Pelletier. Une féministe dans l'arène politique. Paris, Éditions ouvrieres, 1992.

Samia Spencer (ed.), French Women and the age of Enlightment. Bloomington, Indiana University Press, 1984.

Rémi Spinassou, Le droit de vote des femmes en France. Un événement clé passé sous silence. 50Minutes.fr, 2015.

Gertrude Stein, The Autobiography of Alice B. Toklas. The Bodley Head, 1933.

Madeleine van Strien-Chardonneau, Le Paris de Belle van Zuylen / Isabelle de Charrière. In: Kok-Escalle M.-C. (Éd.) Paris: de l'image a la memoire. Représentations artistiques, litteraires, socio-politiques. pp.58-72. Amsterdam/Atlanta: Rodopi, 1997.

Madeleine van Strien-Chardonneau, Belle van Zuylen /Isabelle de Charrière en de Franse Revolutie: Lettres trouvées dans des porte-feuilles d'émigrés (1793). In: Houppermans S., Kruk R., Maier H. (Eds.) Rapsoden & Rebellen. Literatuur en politiek in verschillende culturen, pp. 131-147. Amsterdam: Rozenberg Publishers, 2003.

Madeleine van Strien-Chardonneau, Belle, Betje, Antje...et les autres: Néerlandaises en voyage au XVIIIe siècle, Cahiers Isabelle de Charrière = Belle de Zuylen Papers 9: 115-134. Valkenswaard, Genootschap Belle van Zuylen /HoLaPress, 2014.

Abram de Swaan, Tegen de vrouwen. De wereldwijde strijd van rechtsisten en jhihadisten tegen de emancipatie. Amsterdam, Prometheus, 2019.
Abram de Swaan, Contre les femmes. La montée d'une haine mondiale. Paris, Seuil, 2021.

Françoise Thébaud, La femme au temps de la guerre de 14. Paris, Stock, 1986.

Édith Thomas, Pauline Roland: socialisme et féminisme au XIXe siècle. Paris, Marcel Rivière, 1956.

Louise A. Tilly, Joan W. Scott, Les femmes, le travail et la famille. Paris, Payot, 2002.

Charles Turgeon, Le Féminisme français. 1. L'Emancipation individuelle et sociale de la femme. 2. L'Emancipation politique et familiale de la femme. Paris, Librairie de la Société du Recueil général des Lois et des Arrêts, 1902.

Octave Uzanne, La Femme à Paris. Nos contemporaines. Notes successives sur les Parisiennes de ce Temps dans leurs divers Milieux, Etats et Conditions. Paris, Ancienne Maison Qantin, Librairies-Imprimeries Réunies, 1894.

Octave Uzanne, Etudes de sociologie féminine. Parisiennes de ce temps. En leurs divers milieux, états et conditions. Etudes pour servir à l'histoire des femmes, de la société, de la galanterie française, des moeurs contemporaines et de l'égoïsme masculin. Ménagères, Ouvrières et courtisanes, bourgeoises et mondaines, Artistes et comédiennes. Paris, Mercure de France, 1910.

Judith Vega, 'Feminist republicanism. Etta Palm-Aelders on justice, virtue and men.' In: History of European Ideas, t. 10, no. 3, pp. 333-351, 1989.

Judith Vega, Etta Palm, une hollandaise à Paris. In: Willem Frijhoff et Rudolf Dekker, Le voyage révolutionnaire. Actes du colloque franco-néerlandais du Bicentenaire de la Révolution française, Amsterdam. 12 - 13 octobre 1989, pp. 49-56. Hilversum, Verloren, 1991.

Jean Verdon, La femme au Moyen Age. Paris, Éditions Jean-Paul Gisserot, 1999.

Louis Veuillot, Octave Uzanne, Etudes de sociologie féminine. Parisiennes de ce temps. En leurs divers milieux, états et conditions. Etudes pour servir à l'histoire des femmes, de la société, de la galanterie française, des moeurs contemporaines et de l'égoïsme masculin. Ménagères, Ouvrières et courtisanes, bourgeoises et mondaines, Artistes et comédiennes. Paris, Mercure de France, 1910.

Pierre Vidal, Les heures de la femme a Paris.Tableux Parisiens. Paris, Éditions Boudet (Libraire Lahure), 1903.

Eliane Viennot, L'âge d'or de l'ordre masculin. La France, les femmes et le pouvoir 1804 - 1860. Paris, CNRS, 2020.

Isabelle Vissière, Isabelle de Charrière, Une aristocrate révolutionaire. Paris, Éditions des Femmes / Antoinette Fouque, 1988.

Andrea Weiss, Paris Was a Woman: Portraits from the Left Bank. San Francisco, Harpers San Francisco Counterpoint, 1995.

Betje Wolff en Aagje Deken, Wandelingen door Bourgogne. Uitgegeeven door E. Bekker. In 's Gravenhage by J. van Cleef, 1789.

Ripa Yannick, Histoire Feminine de la France - de la Revolution à la Loi Veil. Paris, Belin, 2020.

Michelle Zancarini-Fournel, Histoire des femmes en France: XIXe-XXe siècle. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2005.

*** PROSTITUTIE:

Laure Adler, La vie quotidienne dans les maisons closes 1830-1930. Paris, Hachette, 1990.

Richard Balducci, Les Princesses de Paris - L'Âge d'or des cocottes, Presses de la Cité, 1994.

Honoré de Balzac, Splendeurs et Misères des Courtisanes. Comment aiment les filles, à combien l'amour revient aux vieillards.(1838 à 1847) Paris, Les Belles Éditions, s.d..

Au temps des maisons closes 1850-1946. Marianne Hors-Série, Septembre 2015.

Richard Balducci, Les princesses de Paris. L’âge d’or des cocottes. Paris, Hors Collection: Les Presses de la Cité, 1994.

Erica-Marie Benabou, La prostitution et la police des moeurs au XVIIIe siècle. Paris, Perrin, 1987.

Marten Bossenbroek, 'Tourner la medaille'. Ondergang van een eeuw prostitutie op z'n Frans. In: M. P. Bossenbroek, M. E. H. N. Mout, en C. Musterd (red.), Met de Franse slag. Opstellen voor H. L. Wesseling. Pp. 48-68. Leiden, 1998.

Alphonse Boudard et Romi, L'âge d'or des maisons closes. Paris, 1990.

Lydia Cacho, Traffic des femmes. Enquête sur l'esclavage sexuel dans le monde. Paris, Nouveau Monde éditions, 2012.

Nicole Canet, Maisons closes, 1860-1946 (Bordels de femmes, Bordels d'hommes). Paris, Éditions Nicole Canet - Galerie au Bonheur du Jour, 2009.

Nicole Canet, Décord de Bordels 1860-1946. Entre intimité et exubérance. Paris, Éditions Nicole Canet - Galerie au Bonheur du Jour, 2011.

Nicole Canet, Hôtels Garnis. Garçons de joie. Prostitution masculine. Lieux et fantasmes à Paris de 1860 à 1960. Paris, Éditions Nicole Canet. Galerie au Bonheur du Jour, 2012.

Nicole Canet, Histoire de la célèbre Maison close 1877 - 1946 Le Chabanais. Paris, Éditions Nicole Canet, Galerie au Bionhheur du Jour, 2015.

Gaston Capon, Les Maisons Closes Au XVIIIe Siècle ...: Académies de Filles Et Courtières d'Amour, Maisons Clandestines, Matrones, Mères-Abbesses, Appareilleuses Et ... Secrets, Notes Personnelles Des Tenancières. Wentworth Press, 2018.

Nicolas Charbonneau, Laurent Guimier, Le Roman des Maisons Closes. Éditions du Rocher, 2010.

Alain Corbin, Les filles des noces: misère sexuelle et prostitution (19e et 20e siècles). Paris, 1978.

Catherine Guigon, Les Cocottes - Reines Du Paris 1900. Parigramme, 2012. Rééd. 2015.

Maurice Hamel & Charles Tournier (Enquête de), La Prostitution. Nice, C.G.E.P., 1927.

Jean-Luc Hennig, Les garçons de passe, enquête sur la prostitution masculine. Éditions Libres Hallier, 1978.

Alexandre-Jean-Baptiste Parent-Duchâtelet, De la prostitution dans la ville de paris, considérée sous le rapport de l'hygiène publique, de la moraler et de l'administration; ouvrage appuyé de documents statistiques puisés dans les archives de la préfecture de police. 2 volumes. Paris, Londres, Chez J.-B. Ballière, 1837.

Alexandre-Jean-Baptiste Parent-Duchâtelet, La prostitution à Paris au XIXé siècle. Paris, Éditions du Seuil, 1981.

Alexandre-Jean-Baptiste Parent-Duchâtelet, De la prostitution dans la ville de Paris. 1857

Regis Revenin, Homosexualité et prostitution masculines à Paris (1870-1918). Paris, Editions L'Harmattan, 2005.

Brigitte Rochelandet, Histoire de la prostitution: du Moyen Âge au XXe siècle. Yens-sur-Morge/Divonne-les-Bains, Cabedita, coll. « Archives vivantes », 2007.

Splendeurs et misères. Images de la prostitution 1850-1910. L'Objet d'Art, Hors-Série N° 91, Exposition au Musée d'Orsay, septembre 2015.

Jacques Solé, L'Age d'or de la prostitution. Paris, Plon, 1993.

Paul Teyssier, Maisons closes parisiennes. Paris, Parigramme, 2010.

----------

GEESTVERRUIMEND EN -VERDOVEND:


Tj. J. Addens, The distribution of opium cultivation and the trade in opium. Haarlem, Joh. Enschedé, 1939.

Charles Baudelaire, Les Paradis Artificiels, Opium Et Haschisch. Paris, Poulet-Malassis et de Broise, 1860.
Charles Baudelaire, Onechte paradijzen: opium en hasjiesj. Amsterdam, Meulenhoff, 1971.

Charles Baudelaire, Les Paradis artificiels / Du vin et du haschisch. In: Œuvres complètes de Charles Baudelaire, Michel Lévy frères, 1869, IV. Petits Poèmes en prose, Les Paradis artificiels (p. 351-383).

Walter Benjamin, Uber Haschisch. Ré-éd., Suhrkamp Verlag Gmbh, 2014.

Walter Benjamin, Protokolle zu Drogenversuchen Hauptzuge Der Ersten & Zweiten Haschisch-Impressionen + Protokoll Des Haschischversuchs + Haschisch + Crocknotizen + Protokoll Des Meskalinversuchs. Ré-éd., E-Artnow, 2018.

Ferdinand M. Bertholet e.a., Opium, het zwarte parfum. Kunst en geschiedenis van een verloren ritueel, 2007
F. M. Bertholet et Cees Hogendoorn, Opium, la fée noire. Art et histoire d'un rituel perdu. Fonds Mercator, 2007.

Paul Butel, L'Opium. Histoire d'une fascination, Paris, Librairie Académique Perrin, 1995.

Jean Cocteau, Opium. Journal d'une désintoxication. Paris, Libraire Stock, Delamain & Boutelleau, 1930.

David T. Courtwright, Forces of Habit. Drugs and the Making of the Modern World. Cambridge MA, Harvard University Press, 2002

Marie-Claude Delahaye, L'Absynthe. Histoire de la fée. Éditions Berger Levraulkt, 1983.

Marie-Claude Delahaye, L'absinthe: Son histoire. Auvers-sur-Oise, Musée de l'Absynthe Édition, 2001.

Jean Dugarin, Toxicomanie: historique et classifications. In: Histoire, économie & société, Année 1988, 7-4, pp. 549-586.
Via: https://www.persee.fr/doc/hes_0752-5702_1988_num_7_4_2395

Delphi Fabrice, Opium à Paris Éd. 1907. Rééd. Paris, Hachette Livre-BNF, 2016.

Herbert Grammatikopoulos, Opium als Mode und Alltagsdroge und die literarische Avantgarde des 19. Jahrhundert. GRIN Verlag, 2008.

Herbert Grammatikopoulos, Opium und die literarische Avantgarde der Romantik. Schmetterling Verlag GmbH, 2019.

Arnould de Liedekerke, La belle époque de l'opium. Anthologie littéraire de la drogue de Baudelaire à Cocteau. Paris, Éditions de la Différence - Le Sphinx, 1984.

Maurice Magre, La nuit de Haschich et d'Opium. Paris, Flammarion, 1929.

Didier Nourrisson, Le Buveur du XIXe siècle. Paris, Albin Michel, 1990.

Didier Nourrisson, Histoire sociale du tabac. Éditions Christian, 1999.

Frédéric Pagès, Descartes et le cannabis: Pourquoi partir en Hollande? Paris, Éditions Mille et une Nuits, 1996.

J. Pannier, Mémoire sur la question de l' opium telle qu'elle se présente en France et dans les Colonies françaises préparé à l'occasion de la Conférence internationale de La Haye. 1911.

Daniel Pierrejean, Les drogués du Führer: quand les soldats du Reich se droguaient pour gagner. Jourdan Éditions, 2019.

N. Pitsos, Les sirènes de la Belle Époque. Histoire des passions toxicomanes en France au début du siècle. Paris, Le Manuscrit, 2012.

Emmanuelle Retaillaud-Bajac, Les paradis perdus. Drogues et usagers de drogues dans la France de l'entre-deux-guerres. Rennes, Presses Universitaires de Rennes, 2009.

Wolfgang Schivelbusch, Das Paradies, der Geschmack und die Vernunft: eine Geschichte der Genussmittel. München/Wien, Carl Hanser Verlag, 1980.

Maurice Talmeyr, Les Possédés de la morphine. Paris, Librairi Plon, 1892.
Via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k62841g.pdf

Ewald Vanvugt, Wettig Opium. 350 jaar Nederlandse opiumhandel in de Indische Archipel. Uitgeverij In de Knipscheer B.V., 1985.

Jean-Jacques Yvorel, Les poisons de l'esprit: Drogues et drogués au XIXe siècle. Paris, Gallimard - Le Promeneur, 1992.

----------

FILOSOFIE EN ECONOMISCH DENKEN IN HET ALGEMEEN:


Walter Benjamin (Préface Baptiste Mylondo, Traduction Frédéric Joly), Le capitalisme comme religion: Et autre critiques de l'économie. Éditions Payot & Rivages, 2019.

Howard Eiland, Michael W. Jennings, Walter Benjamin: a critical life, Harvard university Press, 2014.

Paul Harrison, Elements of Pantheism: A Spirituality of Nature and the Universe. CreateSpace Independent Publishing Platform; edition 2013.

Jean Goldzink, Voltaire. La légende de Saint Arouet. Paris, Gallimard, 1989.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Spinoza, Kant, Hegel. Les textes fondamentaux de la philosophie moderne. Paris, Le Point Hors-Séries, septembre - octobre 2006.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Nos derniers maîtres. Les textes fondamentaux. Paris, Le Point Références, septembre-octobre 2011.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Avant-propos), Utopies. Changer le monde. Les grandes textes expliqués. Paris, Le Point Références, mars-avril 2015.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Eloge de la vie simple. Les textes fondamentaux commentés. Paris, Le Point Références, septembre-octobre 2015.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Spinoza. L'ultramoderne. Paris, Le Point Hors-Série - Les Maîtres Penseur, Numéro 19, octobre-novembre 2015.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Comprendre l'économie. Les textes fondamenaux. Paris, Le Point Références, mars-avril 2016.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Grands débats de l'économie. Les textes fondamentaux. Paris, Le Point Références, mai-juin 2019.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Montaigne.Paris, Le Point Hors-Serie - Les Maitres Penseurs, Numéro 25, mai -juin, 2019.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Machiavel. Cet ami qui vous veut du bien. Paris, Le Point Hors-Série - Les Maîtres Penseurs, Numéro 27, février-mars 2020.

Catharine Golliau (Rédactrice en chef et Éditorial), Hannah Arendt. Penser sans entraves. Paris, Le Point Hors-Série - Les Maîtres Penseurs, Numéro 20, février-mars, 2021.

Catharine Golliau (Rédactrice enchef et Éditorial), Les esprits libres. Les grands texts. Paris, Le Point Références, Numéro 84, Mars-Avril 2021.

Robert L. Heilbronner, De wereld jaagt naar geld. Amsterdam, H.J. Paris, 1957.

Robert L. Heilbronner, The Wordly Philosophers. The lives, times and ideas of the great economic thinkers. New York, NY, A TouchStone Book, published by Simon and Schuster, Fourth Edition. Completely Revised for the 1970's, 1972.

Sidney Hook (Ed.), Determinism and Freedom in the Age of Modern Science. New York, Collier Books - London, Collier MacMillan Publishers, 1974.

Martin Jay, The Dialectical Imagination. A History of the Frankfurt School and the Institute of Social Research 1923-50. London, Heinemann, 1973.

Le Monde Hors-Série, Karl Marx. La révolution anticapitaliste. Paris, Le Monde Hors-Série, 2016.

J. Allanson Picton, Pantheism. Its Story and Significance. ValdeBooks, 2010.

Gisèle Sapiro, dir., Dictionnaire international Bourdieu. Paris, CNRS Éditions, 2020.
(>>> Voire en même temps:) Nicolas Duvoux & Jules Naudet, Au fil du labyrinthe Bourdieu. Entretien avec Gisèle Sapiro et Franck Poupeau. La vie des idées, le 5 mars, 2021.
Via: https://laviedesidees.fr/Au-fil-du-labyrinthe-Bourdieu.html

Rolf Wiggershaus, Die Frankfurter Schule. Reinbek bei Hamburg, Rowohlt Taschenbuch Verlag, 2010.

----------

FILOSOFIE EN PRAKTIJK, IN HET BIJZONDER AANGAANDE NIHILISME, MODERNISME, POSTMODERNISME, LIBERALISME EN NEOLIBERALISME:


Gilbert Adair, The Postmodernist Always Rings Twice. Refections on Culture in the 90s. London, Fourth Estate, 1992.

Perry Anderson, The Origins of Postmodernity. Londen/New York, Verso, 1998.

Marc Augé, Non-lieux. Introduction à une anthropologie de la surmodernité. Paris, Le Seuil, 1992.

Eduardo Ayres Tomaz, Raphaëlle Nollez-Goldbach (Sous la direction de), Le postmodernisme, et après? Tumultes, N° 34, Mai 2010.

Kiff Bamford, Jean-François Lyotard. Reaktion Books (Critical Lives), 2017.

William-Josh Beck, L'accélérateur totalitaire. Phénomène viral et schizophrénie néolibérale. Paris, Editions L'Harmattan, 2021.

Marlene Benquet, Theo Bourgeron, La finance autoritaire - Vers la fin du néolibéralisme. Raisons d'agir, 2021.

M. Berman, All that is solid melts into air. The experience of modernity. New York, 1982.

Steven Best and Douglas Kellner, Postmodern Theory: Critical Interrogations. New York, Guilford, 1991.

Alain Bihr, La novlangue néolibérale. La rhétorique du fétichisme capitaliste. Éditions Syllepse, 2017.

Sam Binkley, Happiness as Enterprise: An Essay on Neoliberal Life. State University of New York Press, 2015.

Peter Bloom, Authoritarian Capitalism in the Age of Globalization. Edward Elgar Publishing Ltd., 2016.

Monique Boireau-Rouillé et al. (Rédaction de ce numéro), De Mai 68 au débat sur la postmodernité. Enjeux actuels de l'émancipation. Lyon, Réfractions - recherches et expressions anarchistes, N° 20, mai 2008.

Yves Boisvert, Le monde postmoderne. Analyse du discours sur la postmodernité. Paris, ?L'Harmattan, 1996.

Ernst Breisach, On the Future of History: The Postmodernist Challenge ans Its Aftermath. Chicago, University of Chicago Press, 2003.

Anton Brender, Capitalisme et progrès social. Paris, La Découverte, 2020.

Wendy Brown, 'Neo-liberalism and the End of Liberal Democracy'. In: Theory and Events, vol. VII, no. 1, 2003.
Via: https://muse.jhu.edu/article/48659

Wendy Brown, Undoing the Demos: Neoliberalism's Stealth Revolution. New York, Zone, 2015.

Thierry Brugvin (Collectif dirigé par), Etre humain en système capitaliste? L'impact psychologique du néolibéralisme. Gap, Yves Michel, 2015.

Christophe Butler, Postmodernism: A Very Short Introduction. Oxford, Oxford University Press, 2002.

Alain Caille, Critique de la raison utilitaire. Paris, La Découverte, 2003.

Alex Callinicos, Against Postmodernism. A Marxist Critique. Cambridge UK, Polity Press, (first edition 1989), 1992.

Karen L. Carr, The Banalization of Nihilism: Twentieth-Century Responses to Meaninglessness. Albany NY, State University of New York Press, 1992.

Grégoire Chamayou, Les Chasses à l'homme. La Fabrique, 2010.

Gregoire Chamayou, La Société ingouvernable. Une généalogie du libéralisme autoritaire. La Fabrique, 2018.

Grégoire Chamayou, The Ungovernable Society. A Genealogy of Authoritarian Liberalism. Polity Press, 2021

Kyle Chayka, How Nothingness Became Everything We Wanted. Even before the pandemic, American culture was embracing numbness as an antidote for the overload of digital capitalism. But is it a real escape — or another trap? In: The New York Times, Jan. 19, 2021, 5:00 a.m. ET. (A version of this article appears in print on Jan. 24, 2021, Page 24 of the Sunday Magazine with the headline: 'Into the Void.)
Via: https://www.nytimes.com/2021/01/19/magazine/negation-culture.html

Katy Cook, The Psychology of Silicon Valley. Ethicals threats and emotional unintelligence in the tech industry. Palgrave Macmillan, 2020.

Pierre Dardot et Christian Laval, Ce cauchemar qui n'en finit pas. Comment le néolibéralisme défait la démocratie. Paris, Le Découverte, 2016.

François Denord, Le néo-libéralisme à la française. Histoire d'une idéologie politique. Agone, 2016.

Chris Dillow, The End of Politics. New Labour and the Folly of Managerialism. Harriman House Publishing, 2007.

Brian Doherty, Radicals for Capitalism. A Freewheeling History of the Modern American Libertarian Movement. PublicAffairs, 2007.

J. M. Ellis, Against deconstruction. Princeton, 1989.

Ewald Engelen, Ontwaakt! Kom uit uw neoliberale sluim. Amsterdam, Athenaeum, 2021.

Eugène Enriquez (Sous la direction de), L'arrogance: Un mode de domination néo-libéral. In Press, 2015.

Willard F. Enteman, Managerialism. The Emergence of a New Ideology. University of Wisconsin Press, 1993.

Revue Esprit, l'Idéologie de la Silicon Valley. Paris, Mai 2019.

Dominique Girardot, La société du mérite. Idéologie méritocratique et violence néolibérale. Editions Le Bord de l'eau, 2011.

Mark Gottdiener, Postmodern Semiotics: Material Culture and the Forms of Postmodern Life. Blackwell Pub, 1995.

David Guilbaud (Préface d'Alain Caillé et de Philippe Chanial), L'Illusion méritocratique. Paris, Odile Jacob, 2018.

David Harvey, The Condition of Postmodernity: An Enquiry into the Origins of Cultural Change. Wiley-Blackwell, October 1991.

David Harvey, A brief history of neoliberalism. Oxford, UK, Oxford University Press, 2005.

Stephen Hicks, Explaining Postmodernism. Skepticism and Socialism from Rousseau to Foucault. Connor Court Publishing Pty Ltd., 2019.

Russell Jacoby, The End of Utopia: Politics and Culture in an Age of Apathy. New York, NY, Basic Books, 1999.

Frederic Jameson, Postmodernism or, the cultural logic of late capitalism. Durham, NC., Duke University Press, 1991.

Daniel Stedman Jones, Masters of the Universe – Hayek, Friedman, and the Birth of Neoliberal Politics. Princeton NJ, Princeton University Press, Updated edition, 2014.

Tony Judt, Contre le vide moral. Restaurons la social-démocratie. Paris, Flammarion, Champs essais, 2015.

Michel Keller, Cent Considérations sur le nihilisme contemporain et sur les caractères tragicomiques des sociétés postmodernes. L'Or des Fous, 2005.

Alan Kirby, Digimodernism. How New Technologies Dismantle the Postmodern and Reconfigure Our Culture. New York - London, Continuum, 2009.

Naomi Klein, "It was the Democrats' embrace of neoliberalism that won it for Trump". The Guardian, November 9, 2016.
Via: https://www.theguardian.com/commentisfree/2016/nov/09/rise-of-the-davos-class-sealed-americas-fate

T. Klikauer, Managerialism: A Critique of an Ideology. Palgrave Macmillan, 2013.

Christopher Lasch, Cornelius Castoriadis (Postface Claude Michéa), La Culture de l'égoïsme. Climats, 2012.

Scott Lash, Sociology of Postmodernism. London and New York, Routledge, 1990.

Alain Laurent, Ayn Rand ou la passion de l'égoïsme rationnel. Une biographie intellectuelle. Les Belles Lettres, 2011.

Christian Laval, Foucault, Bourdieu et la question néolibérale. Paris, La Découverte, 2018.

Cid Lazarou, Le postmodernisme: comment le nihilisme a consommé la gauche. In: The Epoche Times, 16 octobre 2019.
Via: https://fr.theepochtimes.com/le-postmodernisme-nihilisme-a-consomme-gauche-521544.html

Gilles Lipovetsky, L'ère du vide. Essais sur l'individualisme contemporain. Paris, Gallimard, 1983, et 1993 pour la postface.

Gilles Lipovetsky, L'empire de l'éphémère. Paris, Gallimard, 1987.

Robert R. Locke, J.-C. Spender, Confronting Managerialism. How the Business Elite and Their Schools Threw Our Lives Out of Balance. Zed Books Ltd., 2011.

Kem Luther, The Next Generation Gap: The Rise Of The Digitals And The Ruin Of Postmodernism. Universe, 2009.

Jean-François Lyotard, La condition postmoderne: rapport sur le savoir. Paris, Minuit, 1979.

Jean-François Lyotard, Le postmoderne expliqué aux enfants. Correspondance, 1982-1985.LGF, Coll. Biblio essais, 1993.

Michel Maffesoli, La transfiguration du politique. La tribalisation du monde postmoderne. La Table ronde, 2002.

Michel Maffesoli, La part du Diable. Précis de subversion postmoderne. Paris, Champs Flammarion, 2004.

Michel Maffesoli, L'Ordre des choses. Penser la postmodernité. Paris, CNRS, 2014.

Michel Maffesoli (Postface d'Hélène Strohl), Être postmoderne. Les éditions du Cerf, 2018.

Michel Maffesoli, Le temps des tribus. Le déclin de l'individualisme dans les sociétés postmodernes. La Table Ronde, 2019.

Michel Maffesoli, Le tourisme moderne est mort. Vive le tourisme postmoderne ! In: Revue Espaces n°355, Juillet 2020.

Pierre Manent, Histoire intellectuelle du libéralisme. Paris, Fayard/Pluriel, 2012.

José-Guilherme Merquior, Foucault ou le nihilisme de la chaire. Paris, PUF, "Sociologies", 1986.

Alfredo Gomez Muller, Nihilisme et capitalisme. Éditions Kimé, 2017.

Friedrich Wilhelm Nietzsche (Elisabeth Förster-Nietzsche - Hrsg.), Der Wille zur Macht - Band 1 & Band 2: Versuch einer Umwertung aller Werte (1906). Independently published, 2019.
Frédéric Nietzsche (Ed. par Henri Albert), La volonté de Puissance: Essai d'une transmutation de toutes les valeurs (Études et Fragments). CreateSpace Independent Publishing Platform, 2018.

Michel Onfray, Miroir du nihilisme: Houellebecq éducateur. Éditions Gallilée, 2017.

Michel Onfray, La résistance au nihilisme: Contre-histoire de la philosophie, tome XII. Paris, Grasset, 2020.

Ayn Rand, The Fountainhead. Bobbs Merrill, 1843.

Ayn Rand, Atlas Shrugged. Random House, 1957.

Hermann Rausching, La révolution du nihilisme. Paris, Gallimard, coll. "Problèmes et Documents", 1939.

Myriam Revault d'Allonnes, La faiblesse du vrai. Ce que la post-vérité fait à notre monde commun. Paris, Le Seuil, 2018.

Nadine Salamé, L'hyperréalité du monde postmoderne selon Jean Baudrillard. Essai de lecture analytique et critique. Paris, L'Harmattan, 2016.

Second Manifeste Convivialiste. Pour un monde post-néolibéral. Arles, Actes Sud, Internationale Convivialiste, 2020.

Claude Simon, L'idéologie néolibérale: ses fondements, ses dégâts. Éditions du Temps Présent, 2016.

Agnès Sinaï, Walter Benjamin face à la tempête du progrès. Lyon, Le passager clandestin, 2016.

William Slocombe, Nihilism and the Sublime Postmodern. The (Hi)story of a difficult Relationship from Romantism to Postmodernism. London, Routledge, 2013.

Timothy Snyder, On Tyranny. Twenty Lesson from the Twentieth Century. New York, Tim Duggan Books, 2017.

Timothy Snyder, The American Abyss. A historian of fascism and political atrocity on Trump, the mob and what comes next. In: The New York Times, Published Jan. 9, 2021. Updated Jan. 10, 2021, 10:12 a.m. ET.
Via: https://www.nytimes.com/2021/01/09/magazine/trump-coup.html

Andreas Urs Sommer, Umwerthung der Werthe. In: Henning Ottmann (Hrsg.), Nietzsche-Handbuch. Leben - Werk - Wirkung. Stuttgart / Weimar, 2000.
--- (Voire aussi: 'Umwertung aller Werte' via: https://de.wikipedia.org/wiki/Umwertung_aller_Werte et
------------------'La volonté de puissance' via: https://fr.wikipedia.org/wiki/La_Volont%C3%A9_de_puissance

Judith Stamps, Unthinking Modernity: Innis, McLuhan and the Frankfurt School. Montreal, McGill-Queen's University Press, 1995.

Daniel Stedman Jones, Masters of the Universe: Hayek, Friedman, and the Birth of Neoliberal Politics. Princeton, NJ, Princeton University Press, 2012.

Michael Tanner, Nietzsche. Rotterdam, Lemniscaat - Trouw Bibiotheek, 2012.

Paul van Tongeren, Het Europese nihilisme - Friedrich Nietzsche over de dreiging die niemand schijnt te deren. Uitgeverij Vantilt, 2012.

Shmuel Trigano, La nouvelle idéologie dominante. Le post-modernisme. Hermann Glassin Philosophie, 2012.

Agnès Vandevelde-Rougale, La novlangue managériale. Erès, 2017.

Gianni Vattimo, La fin de la modernité. Nihilisme et herméneutique dans la culture post-moderne. Paris, Seuil, 1987.

Pierre Le Vigan (Préface Christian Brosio), Soudain la postmodernité. Publication indépendant, 2018.

Ning Wang, Tourism and Modernity. A Sociological Analysis. Oxford, England, Pergamon, 2000.

Shane Weller, Modernism and Nihilism. Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2011.

Michelle Williams, Vishwas Satgar (Edited by), Destroying Democracy. Neoliberal Capitalism and the Rise of Authoritarian Politics. Wits University Press, 2021.

Ashley Woodward, Nihilism in Postmodernity. The Davies Group Publishers, 2009.

----------

TEKEN- EN WOORDENSYMBOLIEK, SEMIOLOGIE, SEMIOTIEK:


Roland Barthes, Mythologies. Paris, Éditions du Seuil, 1957.

Roland Barthes, La Tour Eiffel. Paris, Centre national de la photographie/Éditions du Seuil, 1964

Roland Barthes, L’empire des signes, Paris, Champs Flammarion, 1984.

Roland Barthes, Mythologies d'aujourd'hui (Dossier coordonné par Marie Fouquet et Tipaine Samoyault). In: Le Nouveau Magazine Littéraire, N° 28, pp.78-97, avril 2020.

Jean Baudrillard, Le système des objets. Paris, Éditions Gallimard, 1968.

Jean Baudrillard, Pour une critique de l'économie politique du signe. Paris, Gallimard, 1972.

Jean Baudrillard, Simulacres et simulation. Paris, Galilée, 1985.

J. Berger, Ways of Seeing. London, BBC and Penguin, 1983.

Gérard Blanchard, Pour une sémiologie de la typographie. Andenne, Rémy Margermans Editeur, 1979.

Pierre Bourdieu, Ce que parler veut dire. L'économie des échanges linguistiques. Paris, Fayard, 1982.

Jonathan Culler, The Semiotics of Tourism. In: Jonathan Culler, Framing the Sign: Criticism and Its Institutions (Oklahoma Project for Discourse & Theory). University of Oklahoma Press, 1989.

Régis Debray, Vie et mort de l'image. Une histoire du regard en Occident. Paris, Gallimard, 1992.

Umberto Eco, A Theory of Semiotics. Bloomington, Indiana University Press, 1976.

Umberto Eco, Travels in Hyperreality. New York and London, Harcourt Brace Jovanovich, 1986.

M. Eliade, Images et symboles. Paris, Gallimard, 1952.

Robin Dodd, From Gutenberg to Opentype. An Illustrated History of Type from the Earliest Letterforms to the Latest Digital Fonts. Hartley & Marks Publishers, 2006.

Jean-luc Dusong, Fabienne Sigwart, Typographie du plomb au numérique.Paris, Larousse-Bordas, 1996.

Jean-Pierre Faye, Langages totalitaires: Critique de la raison narrative, critique de l'économie narrative. Hermann, Éditeurs des Sciences et des Arts, 2004.

Laurent Gervereau, Voir, comprendre, analyser les images. Paris, Éditions la Découverte, 2004.

Mark Gottdiener, Postmodern Semiotics: Material Culture and the Forms of Postmodern Life. Blackwell Pub, 1995.

Edward T. Hall, The Silent Language. New York, Anchor Books, 1959.

Edward T. Hall, The Hidden Dimension. New York, Doubleday & Comp., 1966.

Edward T. Hall, Beyond Culture. New York, Anchor Press / Doubleday & Company Inc., 1976.

Edward T. Hall, The Dance of Life. The Other Dimension of Time. New York, Anchor Books / Doubleday, 1983.

Edward T. Hall, An Anthropology of Everyday Life. An Autobiography. New York, Doubleday, 1992.

Georges Jean, Langage des signes. L'écriture et son double. Paris, Découvertes Gallimard, 1989.

Thomas Kleinspehn, Die flüchtige Blick. Sehen und Identität in der Kultur der Neuzeit. Reinbeck bei Hamburg, 1989.

Robert Lanquar, Tourism signs and symbols: status report and a guidebook. Madrid, WTO/OMT, 2001.

Scott Lash & John Urry, Economies of signs and space. London, Sage Publications, 1994.

Thierry Lenain (Sous la direction de), L'Image: Deleuze, Foucault, Lyotard. Vrin, reprint, 1997.

Anne de Margerie, J. B. Bodoni, typographe italien (1740-1813). Paris, Jacques Damase éditeur, 1985.

Paul McNeil, The Visual History of Type. A visual survey of 320 typefaces. Laurence King Publishing, 2017.

Cseslaw Milosz, The Captive Mind. New York, 1953.

Czeslaw Milosz, Visions from San Francisco Bay. New York, Farrer Straus Giroux, 1982.

L. Morisset, B. Sarrasin et G. Ethiier, Epistémologie des études touristiques. Presses de l'Université de Québec, 2013.

Georges Mounin, Introduction à la sémiologie. Paris, Les Éditions de minuit, 1970.

Hamid Mowlana, George Gerbner and Herbert Schiller (eds), Triumph of the Image. Boulder, CO, Westview Press, 1992.

Shani Organ, Media Representation and the Global Imagination. Cambridge, Polity Press, 2012.

Michel Pastoureau, Noir. Histoire d'une couleur. Points Histoire, 2020.

Luc Pauwels & Jan Marie Peters, Denken over beelden. Theorie en analyse van het beeld en de beeldcultuur. Leuven, Acco, 2005.

Jan Marie Peters, Het bezielde beeld. Inleiding in de filmmontage. Amsterdam, Amsterdam University Press, 2003.

François Richaudeau, La Lisibilité. Langag