de Franse Verleiding

'de Franse verleiding'

'la séduction française'

een ontdekkingsverhaal
van de geschiedenis van het reizen en het toerisme in Frankrijk, verzameld, uitgestald en verteld door

Ger Verhoeve

. l'histoire d'une découverte de la France et une découverte de
l'histoire du voyage et du tourisme en France.



Musée du voyage, 'la séduction française',
petit musée de l'histoire du voyage
et du tourisme en France.

Dans le Languedoc.

Vers le musée.


Reisemuseum 'die Verführung Frankreichs',
kleiner Museum der Geschichte Reisens
und Tourismus in Frankreich.

Zum Museum.In dem Languedoc.


Reismuseum 'de Franse verleiding',
klein museum over de geschiedenis
van het reizen en het toerisme
in Frankrijk.

Naar het museum in de Languedoc.


Museum of travel,'the French seduction',
small museum on the history of travel
and tourism in France.

In the Languedoc.

To the museum page.

OOO

----------------

Nieuw! Nouveau! Neu! New!

Zie ook, regardez aussi, schauen sie auch, see also:

languedoc-roussillon.org

+

En, onvermijdelijk: 'de Franse verleiding' / 'la séduction française' op Facebook.

--------

--

------------------

Een reismuseum?

Jawel.

Lees maar.

't Is maar een fragmentje van wat u te zien en te horen krijgt:

1666
Reken wel: vanuit de Noordelijke Nederlanden een reis van bijkans één volle week.

PARYS, Princes der Steên van ‘t machtigh Lely-rijck,

Vermakelijcke Stadt, waer vintmen uw’s gelijck,

In pracht en heerlijckheyt, in kostelijcke kleden;

In vriendelijck gelaet, in aengename zeden;

In hoff’lijck onderhout, in heug’lijck tijt-verdrijf

Met ‘t aerdigh Jufferschap, of ander man sijn wijf;

---

In menighte van Volck, in deftige Gebouwen,

Gelegentheyt van plaets, en schoonheyt van Landtsdouwen;

In lieffelijcke dranck, in aengename Spijs’?

Kort-om, ghy zijt in weeld’een wereldtsch Paradijs.

Men leef hoe datmen wil, men vint sijn vergenoegen.

---

Uit:
Dirck Buysero, Korte Beschrijvinge van Parys
En de manieren en Zeden die haer daer onthouden. 1666.

-----

En toen? En toen?

Eeuwen daarna alweer, in 1802, trok ene Adriaan van der Willigen zuidwaarts, ook naar Parijs en verder zelfs.
Terloops schreef hij van Parijs een soms hilarisch portret.

En toen. En toen?

Velen volgden hem. Zoals Conrad Busken Huet, de Hagenaar Louis de Semein, Leo Faust, Jan Brusse, Ed van der Elsken en tal van andere fotografen,
Jacqueline Wesselius ook, Philip Freriks, Wilfred de Bruijn en ... Ferry van der Vliet.

De muurschildering is trouwens volgens mij van ene Jef Aérosol, treffend de vroegere Franse president François Mitterrand verbeeldend.
Maar bij navraag bleek het een zelfportret van de artiest te zijn.

En niet verder vertellen? Nou, vergeet het maar!

Een reismuseum dus?
Un musée, een reismuseumpje dus?
Een museum zonder einde per definitie. In principe?

WILLKOMMEN, BIENVENUE, WELCOME, WELKOM.

Jawel en in het pittoreske dorpje Fontcouverte, in die Corbières en op de
rand van de Corbières en de Minervois, in de Zuidfranse mediterrane
Languedoc, precies tussen Narbonne en Carcassonne en, héél praktisch,
op slechts 10 minuten van de afslag Lézignan-Corbières van de Autouroute
'Entre-Deux-Mers, de A 61, tussen Narbonne, Carcassonne en Toulouse, midden in

'het land van de Katharen','le Pays Cathare'.

Precies, daar vindt U, met of zonder GPS, N 43° 10’ 4.46’’ ((())) E 2° 41’ 14.93’’

het kleine museum 'de Franse verleiding'.

En de Middellandse Zeestranden liggen op iets meer dan een half uurtje rijden .... .

------------------

Aan het romantisch belommerd dorpspleintje van Fontcouverte (Aude), op zich al een authentieke
bezienswaardigheid in de streek, is het kleine museum gevestigd in de vroegere 'boulangerie', de
dorpsbakkerij dus. Op die plek, precies op de plek van het museumpje, maar dan ook precies daar, werd in ieder
geval sedert minstens vierhonderd jaar lang brood gebakken. De conservator zal u wijzen op de sporen daarvan.

In die tijd, zo rond 1600 dus, waren er overigens nog geen toeristen, mensen die zomaar voor hun lol erop uit trokken.

Geen sprake van. Reizen toen ? Een bezoeking. Een ontbering.
En het woord 'toerist'? Voor iemand dus die er zomaar voor zijn of haar lol op uittrok ?
Tweehonderd jaar kunnen we er bij optellen.

Het is allemaal te beleven in dit intieme - en afgeladen - 'musée, eind 2016 geopend door

Philip Freriks

.

Le 'PPDA' néerlandais, Mr. Philip Freriks, inaugure le musée 'condensé' 'la séduction française'.

OOO

Het museum is geopend van dinsdag tot en met zaterdag van 10.30 tot 19.00 En buiten het seizoen na simpele telefonische afspraak. Echt doen !

De rondleiding duurt minstens een uur. Entrée volwassenen: € 7,- , kinderen tot 14 jaar gratis.
Voor de kleintjes zijn er dozen vol spelletjes.
Maar zo, vanaf 11, 12, tja, dan zou het verhaal wel eens een openbaring voor hen kunnen zijn,
hun eerste 'echte' historische 'ervaring. Dus, wat dan ook, neem ze mee !

2, Place de la Révolution,
in de oude boulangerie en naast het vroegere Café de la Place,
11700 Fontcouverte

N 43° 10’ 4.46’’ ((())) E 2° 41’ 14.93’’

00.33.4.68436016

00.33.6.49936049

Of per email: Ger Verhoeve

Klik hier of op de koffers boven tot en met de regenjassen helemaal onderaan om door te dringen tot wat hier allemaal achter schuil gaat.

_________________________________________________________________


Net zoals het 'Reise-, und TourismusMuseum - Die Reisekugel' in Berlijn en 'Norsk Reiselivsmuseum' in Belstrand, Noorwegen, heeft ook 'de Franse verleiding' plannen voor een grootser museum; zonder haar huidige authenticiteit te verliezen. Denk en werk mee en klik! 't Geeft een eerste indruk van de fascinerende geschiedenis van het reizen en het toerisme. Klik alleen al voor de plaatjes!

De pers over 'de Franse verleiding'-----
Ce que 'la presse' a écrit sur
'la séduction française'

Un musée consacré à l'Histoire du voyage et du tourisme? Oui! Ils existent déjà, à Berlin, le 'Reise-, und TourismusMuseum - Die Reisekugel' et à Balestrand en Norvège: le 'Norsk Reiselivsmuseum'. le Musée 'condensé' 'la seduction française', aussi voit aussi plus loin et voici des idées pour un musée encore plus éloquent, mais en restant authentique, sans perdre son âme. Contribuéz à ce projet! Cliquez!

OOO

OOO
Alleen al over mobiliteit valt veel te verhalen.

Over snelheid ook.

De reis om de wereld in 80 dagen?

Weet dan dat in 1211 de Noord-Groninger Emo er 72 dagen stevig
doorlopen over deed om Rome te bereiken om een akkoord te van
van de Paus te krijgen om in Wittewierum een abdij te stichten ....

Amsterdam - Marseille? Anno 1767? 't Was waarempel mogelijk
tegen die tijd. Per postkoets. Maar het nam wel drie volle
weken, dag en nacht. Geen hotelletje voor de nacht.

De reis om de wereld in 80 dagen?
Dat was ontsproten uit het zienersbrein van Jules Verne.

En reis om de wereld nu? Dat blijkt voor een gewone reiziger
toch nog vijf dagen te nemen per reguliere lijndiensten, want
vloeidende aansluitingen mankeren er nog aan. Langzaam toch nog?

Reisje naar de maan? Jules Verne ook weer. Na Neil Armstrong met
zijn kompanen in 1969 heeft dat er niet meer ingezeten, maar wel
een reisje rond de maan, dit jaar. Een reisje van een week.
Heen en thuis.

Tot 1876 duurde de reis vanuit de Noordelijke Nederlanden nog
bijkans een volle week reizen, per koets nog steeds. Maar toen,
in 1876 met de Moerdijkbrug en de trein plots bekort tot één volle dag reizen.

En nu? Amsterdam - Nice? Goed, met alle vliegveld-soesa, maar 't ligt
op niet veel meer dan een halve werkdag 'verplaatsen' binnen bereik.

Mobilité? Quelle histoire!

En allemaal mee te beleven in dit authentieke, oorspronkelijke museumpje.

Aussi.

Het moet in 1858 of 1959 zijn geweest dat Elise van Calcar (1822 - 1906) vanuit het Brabantse de reis naar Parijs ondernam.

Voor haar - als iemand van beneden de grote rivieren - betekende dat inmiddels één enkele dag reizen! Een revolutie.

Zij was een feminste en pedagoge avant la lettre, nog voor de meer politiek georienteerde Aletta Jacobs (1854- 1929),
pedagoge ginspireerd op de Duiste kinderpedadoog Friedrich Fröbel, ze was schrijfster en als publiciste pleitbezorgster voor
onderwijs voor vruwen. Was de achttiende eeuw het tijdperk van revolutionare ideeen en wetenschappelijke ontdekkingen, de
negentiende eeuw lag waarachtig in haar verlengde, zeker ook wat betreft technologische toepassingen. We treden het tijdperk
van de industriele revolutie binnen. En zo opent Elise van Calcar haar Parijse reisverslag 'Wat Parijs mij te zien en te denken gaf':

"Ik heb altijd een wijd verschiet bemind om inde verte te turen en mijn oog in de ruimte te laten dwalen - ik heb altijd gedroomd
van verre landen en groote tochten - het Oosten, het Westen en het Noorden hebben mij om strijd gewenkt, en altijd, alsik mij reis-
vaardig zou maken, viel het reisplan in duigen!Zoo had ik mij dan ook verzoend met het denkbeeld geen andere reizen te doen dan in
het hoekje van den haard of op de landkaart, om na te pluizen waar mijne meer bevoorregte vrienden het schoone jaargetijde sleten -
toen er een spoorlijn langs ons dorpje gellegd werd en wij ons eenslaps met onze Belgische buren in een gedurige gemeenscahp gesteld
zagen. Nu werd het ons eerst duidelijk hoe na wij aan de grenzen woonden. Wat was Antwerpen digt bij gekomen - en Brussel werd weldra
door onze dorpers bezocht eertijds Breda, om boodschappen te doen op eenen dag heen en weer."

G.V.Jr.: Elise van Calcar woonde in het Brabantse, dus bezuiden de grote rivieren, het grote obstakel voor de 'noordelijke ' Nederlanders
op reis naar het zuiden. Nederland heeft tot voorbij 2000 immer problemen gehad met de Noord-Zuidverbinding en het waren nota bene de
Belgen die in de jaren rond 1850 't zuidelijke spoorwegnetwerk 'omhoog' trokken met de aanleg van de spoorlijn Antwerpen ... Moerdijk,
niet verder. En 't zou nog 25 jaar duren voordat de grote rivieren met spoorwegbruggen overwonnen werden.

"Wij zoefden per expres-trein in zeven uren van Brussel naar Parijs. De vermoeijenis van deze, snellen rid, na een ochtend van allerlei
wederwaardigheden en afmattende drukt, had mij dermate aangegrepen dat ik met ene radelooze zeeziekte moest blijven liggen en niet kon
uitkijken voor de conducteur de deuren openwierp met het gewenscht: Paris ! - Paris ! - Dit woord had een magische kracht, en bij het
ophouden der trillende bewegig week ook de lastige kwaal. Had ik eenige oogenblikken van tevoren kunnen kiezen tusschen Parijs en mijn
afgelegen huis - mijn dorp .... Maar zie, daar schitteren de duizend, duizend lichten der wonderwereld die ons wenkte - alles nieuw,
alles glanzend en bekoorlijk, maar ook alles vreemd. En daarover welfde zich diezelfde aloude sterrenhemel, schitterend inn altijd nieuwe
pracht en heerlijkheid! .... "

Elise van Calcar bezocht Parijs op het breukvlak van twee tijdperken: onder de scepter van préfet en Baron Haussmann vergruzelde veel van
het Middeleeuwsche Parijs onder de sloophamer, werden in perspectief boulevards aangelegd waaraan monumentale huizenblokken van acht verdiepingen
verrezen, werden groene ruimten aangelegd, onder de gehele stad werden netwerken voor water en gas aangelegd en er kwam een gigantisch riolerings-
stelsel tot stand. 't Is nu nog een toeristentrekpleister, Parijs werd de mmeest moderne metropool en werd beschreven door o.a. Johan Gram in zijn
'Het nieuwe Parijs'. En het was Louis Napoléon Bonaparte, de zoon van de eerste Nederlandse koning ooit, de broer van Napoléon lui-même, Louis
Bonaparte (1806 - 1810) die zich na een staatsgreep uiteindelijk eind 1852 tot keizer der Fransen had laten uitroepen, die Haussman carte blanche
had gegeven. Het autoritare bewind van Napoléon III zou de wereld laten zien dat het zijn partijtje meeblies in het 'bourgeois kapitalisme'.

Hierboven, in allervroegste fotografie, een staaltje van de werzaamheden. Tegenwoordig staat de gotische Tour St. Jacques ietwat verloren op een
carré, temidden van het verkeersgedruis van het 4e arrondissment van Parijs. De 52 meter hoge toren is wat er is overgebleven van de tijdens de
Franse Revolutie afgebroken kerk Saint-Jacques-de-la-Boucherie diehet beginpunt vormde 'le chemin de Compostelle', de Franse pelgrimsroute naar
het Noordspaanse Santiago de Compostella. Onder het regime van Napoléon III werd de toren grondig gerestaureerd en er omheen werd, in samenhang
met de aanleg van de monumentale Rue de Rivoli een klein stadspark aangelegd.

De bovenstaande foto's van de Tour St. Jacques zijn met een tussenpoos genomen door Gustave Le Gray (1820-1884), de één 1852-53 en de ander 1857-59.
Op de beide foto's is duidelijk de ingrijpende omvang te zien van de Haussmann-ische stads'herschepping'.Let op de bomen die er ineens staan ... .

Coll.: 'dFv'.

Coll.: 'dFv'.

LA SÉDUCTION FRANÇAISE
MUSÉE 'CONDENSÉ' DU VOYAGE ET DU TOURISME EN FRANCE

THE FRENCH SEDUCTION
SMALL MUSEUM OF TRAVEL AND TOURISM IN FRANCE

DIE VERFÜHRUNG FRANKREICHS
KLEINES MUSEUM DES REISENS UND TOURISMUS IM FRANKREICH

DE FRANSE VERLEIDING
KLEIN MUSEUM OVER HET REIZEN EN HET TOERISME IN FRANKRIJK


Er wordt wat afgereisd tegenwoordig, gewoon, voor eigen plezier. Tot zo’n 250 jaar geleden was dat wel anders. Voor die tijd ging je alleen op pad met een serieuze ‘opdracht’: voor oorlog, ter bedevaart, voor handel, voor wetenschap, voor adellijk machtsvertoon, voor een kwakkelende gezondheid eventueel en voor algemene ontwikkeling ook, daartoe diende immers de ‘Grand Tour’.

De Amsterdammer Jacob Muhl wordt in het kleine museum opgevoerd als één van die eerste zeldzame toeristen die in 1778 ‘gewoon voor de lol’ naar Parijs was afgereisd. Per koets. Een rit van één volle week, dag en nacht rijden en zonder logis onderweg.
Of was het de Schot Tobias Smollett die in 1766 schreef over zijn verblijf in Nice, waarmee voor de Britse aristocratie ’t signaal op groen sprong om er ’t milde klimaat op te zoeken en er te overwinteren. En jawel hoor, ‘t eeuwenoude werk van Tobias ligt er!

’t Woord ‘toerist’? De Fransen houden ’t op schrijver Stendhal met zijn ‘Mémoires d’un touriste’ uit 1838 als ‘uitvinder’ er van. La Côte d’Azur dan? Weer was ’t een schrijver, Stéphen Liégaard, die in 1887 een lyrische beschrijving over de kuststrook onder die titel publiceerde. Op de dikke blauwe pil met goudopdruk moet nadrukkelijk gewezen worden, want er ligt, staat en hangt zo véél in ‘le fournil’, in die vroegere bakkerij.

Zoiets als zonnebaden, vakantie en vrije tijd? Allemaal noties die pas in zwang raakten in de vorige eeuw. En kijk! Een kaart voor de eerste vélocipedisten, de eerste wielrijders waren dat, uit 1888! ’t Eerste stuk ‘autoroute’? Dat was bij Lille. Halverwege de vijftiger jaren. Nu eens niet tussen de volhangende muren, maar in één van de 21 vitrines staat er een prachtige foto van uit die tijd.

Een reisdeviezenboekje? Jan Brusse? Gestencilde ANWB-reismapjes voor de Dordogne en de Auvergne? Tom Manders’ Dorus en zijn ‘Avond in Saint Germain des Prés? Zo'n grijs Internationaal Rijbewijs? Een in plastic doos vervatte 'schuif'wegenkaart? De eerste Walkman? 'Alle Fransen dragen een alpino' dat Philip Freriks voor de Grenswisselkantoren schreef?

’t Is er allemaal, tot en met le Viaduc de Millau, van 2004 alweer, 't in 2015 zo prachtig uitgegeven 'Langzaam door Frankrijk' over de Nationale 7 van Peter Jacobs en Erwin de Decker, de tablet en de smartphone. Connecté! Pour toujours! Même (=Zelfs) à Fontcouverte!

Le Bataclan, omstreeks 1865, zo'n 150 jaar geleden.

OOOO

"Über die Grenze !"


Coll.: 'dFv'.


Coll.: 'dFv'.

"Über die Grenze, er ist über die Grenze!", riep mijn grootmoeder altijd als mijn vader voor zijn werk weer eens in Duitsland zat. Opa en oma gingen zelf ook wel eens voor een weekje naar Duitsland, naar de Eifel, zoals eeuwenlang een reisje naar Kleef hèt exotische uitstapje was voor rijke patriciërs. Ik was als jochie ook wel eens 'über die Grenze' geweest, 't moet Bremen geweest zijn en ik herinner me nog steeds als in 3D-beelden vlaktes bedekt met puin, vol puin. Ik had wel vol ongeloof 't vermoeden dat 't huizenblokken geweest moesten zijn, woonwijken zelfs, maar kon er met mijn pet niet bij. Wist ik veel: bombarderen?

De reisjes van Pap naar Duitsland waren voor mij spannend: pap smokkelde, voor mij. Voor mij smokkelde hij Märklin-treintjes, electrische wissels, ook van Märklin, alles van Märklin, de Rolls-Royce onder de treintjes en rails. Fleischman, Trix ook, dat was voor minderbedeelden. Pap deed dat heel stiekem, sluw ook en eigenlijk heldhaftig. Hij hing dan voor de grens nonchalent zijn colbertje aan het haakje boven de deur, stopte de kostbare Märklin-waar in de mouw en drukte dan de manchet met zijn schouder strak tegen de stoelleuning. "Niets aan de hand, Herr Zollbehörde." Slagboom omhoog en 'éh voilà', mijn Märklin was 'binnen'.

Binnen en buiten. 't Heeft er lange tijd veel van weg gehad dat grenzen binnen West-Europa vervaagden, zogenaamd 'weggevallen' waren en nu, nu is het weer een heikel onderwerp geworden, alsof je tussen duim en wijsvinger een vies-druipende dweil uit een gore emmer omhoog haalt. Über die Grenze, la frontière, 't waren nog lange tijd 'des moment forts' op reis. Achterin de auto hoorde we de waarschuwende woorden van Pap: "Koppen dicht, de grens!" en we probeerden ons dieper in de achterbank te drukken. Meestal moesten we wel in een rij wachten en een paspoort vond ik machtig interessant. Die van Mamma kreeg ik nooit in handen. Waarom dat was, daar kwam ik pas veel later achter. Strijk en zet liepen douanebambten spiedend rond de auto en je mocht van mazzel spreken als de achterbak niet open hoefde. Doorrijden, wegrijden beleefde ik als een opluchting en ik keek soms door de ovale achterruit van onze Volkswagen Kever achterom, met opwinding: "Zouden ze er toch één te grazen nemen?"

Met Pap en Mam was het Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Italië, maar eenmaal bij zinnen en 'vrij' werd het Frankrijk. Mijn opa en oma waren, toen ik zo'n jaar of veertien was, in hun DS, jawel, een DS mèt leren bekleding, naar de Rivièra geweest. Tot zo rond 2000, de tijd van Villa Felderhof, heette de Côte d'Azur in Nederland steevast 'de Rivièra', met de nadruk op , als of 't iets was dat niet stuk kon. Als beton, maar dan anders. Toen nog. Nee, alleen maar bloemen, zon, ijsjes en strand met het blauwe water van de Middellandse Zee.
Teruggekomen kon mijn grootvader er maar niet over uit: "Wàt een land, wàt een land!" Met De Gaulle op de televisie en de verhaaltjes van Jan Brusse moèst ik er het mijne van weten; En waarachtig, toen ik 18 was zette mijn ondernemende vader me op het vliegtuig naar Parijs, voor een logeerpartij van drie weken bij een zakenrelatie. En ik was verkocht. Voorgoed.


Coll.: 'dFv'.

En zo zat ik er het volgende jaar weer, met schoolreis, en met de door mij bijelkaar gemanipuleerde reisbestemming: Parijs! En hoe ik het voor elkaar heb gekregen is opgegaan in nevel, maar ik moet 'zijn' Parijse adres hebben weten te achterhalen. Waarschijnlijk ben ik van Bilthoven naar het hoofdpostkantoor in Utrecht gefiets. Op de grotere postkantoren lagen in die tijd nog hoge stapels buitenlandse telefoonboeken. En zo moet ik het Parijse adres van mijn held Jan Brusse achterhaald hebben. en hem een brief geschreven hebben om hem te vragen maar alsjeblieft langs te komen in onze jeugdherberg. En de goejert kwam! Waar het gesprek over is gegaan, als sla je me dood. Wel weet ik nog dat Jan Brusse en mijn leraar Frans Theo Gieling in het Spartaanse eetzaaltje van de jeugdherberg tijdens hun onderonsjes met genoegen en lust veel wijn achteroversloegen, althans in mijn ogen, een 'arroseren' dus. En ik weet nog dat Brusse aan Theo -, op de Werkplaats sprak je als 'werker' de 'medewerker' met zijn voornaam aan - vroeg wie 't nou was die hem had weten te strikken? Theo knikte vervolgens met een bedenkelijke blik in mijn richting en ik ervoer dat als kroon op mijn werk.


Coll.: 'dFv'.

Nog lange tijd daarna bleef de grens een realiteit. Nederland - België had nog z'n grenswisselkantoren, waar je soms, los van die grote, bruinachtige Franse bankbiljetteen en wat muntgeld - in België stopte je immers niet als het even mee zat - andere platte zaken kreeg, gratis dan. 't Boekje 'Alle Fransen dragen een alpino' van Philip Freriks bijvoorbeeld, een soort gecomprimeerde handleiding hoe Fransen te begrijpen en met hen om te gaan. En later, toen 'hogerhand' meende dat 'spanningen' tussen Nederlanders en Fransen opliepen, een ruim en ruimhartig bedoeld uitklapvel over het 'hoe en wat' van de Fransen en dat we begrip voor ze moesten hebben. Maar gecontroleerd werd er. Je paspoort, je kentekenbewijs, je groene kaart voor de autoverzekering, je grijze Internationale Rijbewijs ook, dat je in een volstrekt Kafka-iaanse ritueel bij, geloof ik, de ANWB 'bekwam' en ik was net te jong voor het Deviezenboekje of nee, dat heb ik geloof ik ook nog meegemaakt: valuta in en valuta uit, wat de mini-en maxi- en dan weer mini- was toegestaan. Een 'droit de passage' voor België, een 'recht van overpad', ontbrak er nog maar aan. En dan had je ook nog dat gele mapje 'de Internationale Reis- en Kredietbrief', ook voor je door de ANWB geritseld. Voor het geval je motorblok ontplofte of zoiets. Plus natuurlijk de kascheques van de Postcheque- en Girodienst, later kortstondig de Postbank voordat 't werd opgeslokt door de ING, en toen de grirobetaalkaarten om cash op te nemen bij 'la Poste', ik geloof tot een maximum van 700 Franse franken en daar kwam je een heel eind mee. Anderen 'deden het' met Eurocheques. Maar de jurisdictie, de controle op dat geldelijke gehannes was inmiddels met een ruimhartig gebaar ook voor de gewone man door de respectiefelijke overheden overboord gekieperd ... .

De Belgisch-Franse grens was immer een belevenis, spannend als vlak voor het moment dat het toneeldoek zou zich eindelijk zou openen. Eerste scène! De Franse douaniers, tja, die stelden nog wat voor bij die Nederlandse ambtenaren en die Belgische sullen met afgezakte broeken en scheefgeknoopte bovenjasjes. De Franse douanier vertegenwoordigde meer dan een ambtelijke plichtpleging onder een slappe platte casquette, pet. Nee, met hun hoogopstaande, bebiesde ze képo gaven ze je het gevoel niet zo zeer een voetveeg te zijn, maar een te scrutineren potentieel bevoorrechte, alsof ze je het brevet 'bevoorrechte' af gaven.
Hoe dan ook, over de grens kwam ik altijd 'thuis'. Frankrijk. Ik voelde me er immer geborgen. In haar - in mijn ogen van toen - onmetelijke en gevarieerde ruimte. In dat gevoel van 'geborgenheid', van 'permanentie' ook, ligt mijns inziens ook de verklaring voor de vloedgolf van Nederlandse lieve Frankrijk-boekjes vanaf circa 2000. In het, althans materieel 'open' (mentaal is het eerder gesloten) Nederland vond men in Frankrijk nog de emotionele en fysieke geborgenheid die in Nederland al stevig aan het verdampen was.


Coll.: 'dFv'.

En toen, met Schengen, de inburgering van de credit card en 'tenslotte' de euro ook, verdween veel van dat spannende als smeltende sneeuw in de zon. Letten op het toegestane gewicht aan tabak? Ik was aan de Gauloises Caporal en bij de volgende stop gewoon weer in te slaan. Niet meer demonstratief die landkaart op het dashbord, de sigaret uit, radio zachter of liever uit, een innemende glimlach ook. 't Is allemaal weg! Of het moeten die Stealth-achtige brigades zijn die je toch nog wat tientallen kilometers op scherp doen zitten. Maar zonder te huichelen zou ik niet weten wat mij aangerekend had kunnen worden, behalve mijn gedachten, en mijn levenspatroon een beetje. Toen was dat nog nauwelijks achterhaalbaar en, zoals nu, stante pede op te roepen, ter plekke. Bij de grens. Op de grens.

Open grenzen? Geen binnen meer? Geen buiten? Vergeet het maar, net zo goed als (im)migranten reizigers zouden zijn zonder bagage. Vergeet het maar, die welwillende naïviteit.


Coll.: 'dFv'.

'Open', 't is wel een begrip zo toepasselijk voor de ruimte die je beleeft als je, vanuit het Noorden komend, Frankrijk 'inglijdt'. Paul Scheffer vraagt zich ruiterlijk af hoeveel begrenzing een beschaving nodig heeft. 't Zijn heikele vragen plots, net zo goed als de vraag naar nationale, regionale of zelfs maar communale identiteit. En toch, ook al dringt de buitenwereld door al m'n poriën naar binnen, ik wil me nog steeds geborgen voelen in Frankrijk, 'binnen', zoals vroeger, maar in tegenstelling tot 'eens' blijk ik dat gevoel, nu ik er over nadenk, mentaal en emotioneel te moeten bevechten ... . Ook in Frankrijk is dat moeilijker geworden. De opstandige vrijdenker-filosoof Voltaire (1694 - 1778) schreef een verhaal over ene Candide (1759), wiens mentor Pangloss hem voorhield 'in de beste denkbare van de werelden' te leven. Edoch, en eenmaal op reis gegaan tuimelt Candide van de ene rampspoed in de andere;Zn begeleider Pangloss echter volhardt in zijn credo. Candide spreekt vervolgens als laatste woorden: "il faut cultiver son jardin", "je dient je tuin te onderhouden". Onderhouden? 'Cultiveren' klinkt voller, 't is in dat woord niet een kwestie van onderhouden en terugsnoeien. Nee,daarvoor was Voltaire te veel onverbetelijk optimist. 'Cultiver' vat ik op als 'perfectioneren, verfijnen. Over dat slot is dus veel te doen geweest. Volgens de één spreekt er een zich van de bozebuitenwereld afkerende berusting uit, volgens anderen een 'harken met de harken die je hebt, en mesten, nieuwe loten eventueel terugsnoeien'. Ik hou het op het laatste. In Voltaire's tijd, van religieus fanatisme en intolerantie doordrenkt, was er geen ontkomen aan. In de onze ook niet. Doorharken dus, onverbeterlijk vertrouwend op en stug werken aan betere tijden, een betere wereld. Doorharken.
't Klinkt waarachtig kinderachtig, maar in mijn jonge jaren had ik zo vaak in Frankrijk dat jochiegevoel van 'hutje bouwen' en avontuurlijk 'slootje springen'. 't Is er nog, dat gevoelen, dat beleven, maar ik moet er nu naar harken. Komt dat omdat ik ouder geworden ben, Frankrijk veranderd is of omdat de hele wereld en haar ogenschijnlijk ongebreidelde krachten constant op je af komt?
Doorharken.


Coll.: 'dFv'.

En hoe je een land, Frankrijk in dit geval, ook binnenste buiten hebt gekeerd, denk je aanmatigend, hoe lang je er al komt, hoe lang je er zelfs al woont: ergens lopen die grenzen nog steeds en, los van 'politieke' en 'administratieve', met name culturele grenzen, van mens, stad en landschap, en dàt, dat is de rijkdom van een landje als Nederland, van Frankrijk èn het is de rijkdom van Europa, - waar haar 'randen' ook mogen lopen, een unieke 'identiteit van diversiteiten' waar 'Europese richtlijnen', hoe dwingend en lachwekkend vaak ook, uiteindelijk toch het loodje tegen afleggen. 't Zou een onmogelijke opgaaf zijn, 't geografisch centrum van Europa uit te meten. Lukt je nooit. In Frankrijk hebben ze dat wel gedaan en nog strijden twee onbeduidende dorpen om de 'toeristische' eer. 't Hart van Europa? Parijs? Berlijn? London valt, in weerwil van 'the City' af, te excentrisch, Praag, Wenen? Wonderlijk: "Brussel' - let op de aanhalingstekens - kwam bij het aflopen van de kandidaatsteden nog geen eens bij me op. Eerder Sint-Peterburg. Sint-Petersburg, ooit een poosje Leningrad? Sint-Petersburg is toch eigenlijk Europees ... . Of ligt 't toch daarbuiten?
In Frankrijk wil ik nog steeds binnen 'zijn', maar ik vrees dat het een 'wanen' is geworden. Kwestie van door blijven harken. Cultiveren. Sublimeren?

Nog een klein 'cursiefje'.
Iets grappigs wat me onlangs overkwam. Grappig veelzeggend. Over die Europese diversiteit.
Maakte een Vlaming met mij een afspraak. In de voormiddag. Om 10.00 uur. Huh? Pardon? Teruggemaild met m'n virtuele vingertje. "Je moet je vergissen! Hoe laat kom je nou precies?" 't Antwoord was ontnuchterend: "Gerrit, in Vlaanderen ìs de ochtend de voormiddag."
Halverwege Frankrijk al!
Nog net Nederlands sprekend! Kun je nagaan hoe je in Frankrijk 't spoor bijster kunt raken.

Gewoon doen alsof je neus bloedt. Met of zonder 'Europese' richtlijn.

O>




Coll.: 'dFv'.


Deze site gaat over het Nederlandse reizen naar Frankrijk, over de geschiedenis daarvan, over nostalgie en melancholie dus ook wel een beetje, maar ook over het nu en een heel klein beetje over toekomst. Na het stoomtijdperk op hout en kolen èn de eerste grootscheepse mechanisering, na het tijdperk van electriciteit, olie, chemie, staal, de explosiemotor en het taylorisme en de automatisering, denk ook nog eens aan de bijkans volledige bedrading van de aarde, wordt met de digitalisering en robottisering de hedendaagse periode wel 'The Second Machine Age' genoemd, ja zelfs 'The Third Industrial Revolution' en hebben we op bureau of zelfs op schoot de wereld recht in de kijker. Denken we.

Was reizen ooit een exclusieve aangelegenheid, met het na de Tweede Wereldoorlog op gang gekomen massatoerisme kwam het bijna binnen ieders bereik in de 'ontwikkelde' wereld, terwijl het fenomeen nu in een waarachtig explosieve fase terecht is gekomen. Toeristische 'cult'-plekken zoals de Aya Sophia in Instanbul, het Parijse Louvre en het Colosseum in Rome om maar wat te noemen kunnen de aanzwellende stroom van bezoekers nauwelijks of niet meer aan en de Amsterdammer die z'n stad van nog geen eens zo lang geleden herinnert valt het fietsen vanwege de horden zwalkende 'tourist bikers' steeds zwaarder ... .

Stonden er een 20 jaar geleden zo'n 8 wachtenden voor mij in de rij om het huis van Anne Frank binnen te gaan, in het afgelopen Paasweekeinde had een toerist maar liefst acht uur in de rij gestaan, een rij die nu om de Westerkerk kringelt en in haar staart gaat bijten .... . Er wordt gesproken van 'vertoeristisering', 'pretparkisering' en 'verijsconisering'. Toeristenstromen tegenwoordig zijn niet meer 'spontaan' en 'willekeurig', 't is mede een resultante van marketing en als men daaraan niets zou veranderen is de prognose dat over minder dan 10 jaar Amsterdam 30 miljoen toeristen krijgt te verstouwen, 'Parijse aantallen', en het karakter van de stad definitief 'verbouwd' heeft. Het is mede tegen deze achtergrond ook dat 'de Franse verleiding' dus haar verhaal vertelt, van een mondjesmaat-toerisme via een massatoerisme naar 'une explosion touristique' ... .

En toch, die 'explosion' heeft haar historische paralellen. Terwijl in het negentiende eeuwse 'anti-revolutionaire' en goeddeels voortsukkelend Nederland een 'geest van Jan Salie' heerste, beleefde het 'revolutionaire' Frankrijk, Parijs dan, een voorproefje, een voorbode, van wat zou gaan komen. Trok de eerste Parijse 'Exposition Universelle' van 1855 het voor die tijd duizelingwekkende aantal van 5 miljoen bezoekers, met de klimmende bezoekersaantallen van de 'Expositions Universelles' in 1867, 1878 en 1989 stond de teller voor de 'Exposition Universelle' van 1900 al op een dikke 50 miljoen, in minder dan 50 jaar tijds een vertienvoudiging!

Ooit beleefden we die fascinerende 'Siècle des Lumières', nog rustig qua reizen, maar ongemakkelijk en gevaarlijk naar hedendaagse begrippen - ze wisten toen echter niet beter, wat reizen betreft althans - en een periode sprankelijkend qua denken, met als epicentrum Parijs, tweede helft achtiende eeuw dus, culminerend in de noties van 'Liberté, Egalité en Fraternité' en 'We, the People', met als weerslag de Amerikaanse 'Declaration of Independance' van 4 juli 1776, de in Nederland altijd weggemoffelde of op z'n best besmuikt aangestipte Bataafse Revolutie van 1786, de ondertekening van de Amerikaanse Grondwet in 1788 en dan het begin van de Franse Revolutie op 14 juli 1889.

De afgrijzelijke bloedbaden in Parijs hebben mede dààrom een diepe symbolische lading en, soms onbewust, zo'n enorme 'impact', een beter Nederlands woord bestaat er niet voor op dit moment. Thomas Jefferson, de hoofdopsteller van de Amerikaanse Grondwet, schreef ooit: "Iedereen heeft twee vaderlanden, het zijne èn Frankrijk" en Joséphine Baker zong: "J'ai deux amours." Dat geldt voor ontelbaar velen ook voor Parijs: "Iedereen heeft twee hoofdsteden, het zijne èn Parijs."

Zonder telefoon, radio, televisie en internet waren op één of andere manier de geografisch uit elkaar liggende gebeurtenissen aan het eind van de achttiende eeuw toch met elkaar vervlochten, 'het' zat in de lucht. Het reizen speelde daarin een essentiële rol èn Parijs. Door'vreemde' talen te beheersen en gesprekken aan te gaan, toen nog vooral in het Frans, leerde men en werden nieuwe ideeën opgedaan, uitgewisseld en ... gedeeld.


Coll.: 'dFv'.

Interessant zijn dan hierboven staande inleidende woorden van Piganiol de la Force tot zijn 'Nouveau Voyage de France' uit 1755. Ik geef zijn woorden eerst weer in het oud Frans en voor een slechte verstaander geef ik voor al die Nederlanders die het Frans niet beheersen een vrije vertaling:

Avertissement.

"Les Voyages ont été les premieres Ecoles, & les Voyageurs les premiers Sçavans. C'est à eux qu'on est redevable de la circulation & du progrès des Sciences & des Arts. Les hommes avides d'apprendre voyageoient pour voir les Sçavant, & pour faire avec eux une espece de commerce & d'échange de connoiffiances."

Bericht vooraf.

"Reizen zijn de eerste scholen geweest en de reizigers de eerste geleerden. Het is aan hen dat we dankbaar moeten zijn voor de uitwisseling en vooruitgang van de Wetenschappen en de Kunsten. Kennis nastrevende heren reizen om geleerden te ontmoeten, en met hen een uitwisseling van kennis te hebben."

Heel veel Nederlanders hebben Frankrijk leren kennen gedurende 'les trentes glorieuses', zoals de Fransen die 'na-oorlogse' jaren van groeiende welvaart binnen bijna ieders bereik noemen. 'Gouden jaren' heten ze sinds kort in Nederland. Die jaren van optimisme lijken via het zogenaamde post-modernisme omgeslagen te zijn in verwarring en talloze benamingen vliegen om je oren; 'the Third' is in korte tijd maar liefst 'the Fourth Industrial Revolution' geworden en we zouden 'the Sixth Extinction' beleven. En de reiziger? De reiziger is al lang en breed toerist geworden om bepakt zoveel mogelijk ingepakt te worden. Touristes, toutristes? Omdat haar industrie iets aan de man brengt en het daarmee tegelijkertijd om zeep helpt?

Beleven we een 'Turning Point' of, nog griezeliger, een 'Tipping Point'? Of toch? Broeit het niet overal, 'grass roots'-gewijs, plots 'Nuits Debouts', de Franse versie van Qccupy, Franse verlichte politieke outsiders die onverwacht in onze media- en mediocratiën opduiken, buiten het establishment om, en denkers aan de randen van de universiteiten bijvoorbeeld, waar gesleuteld wordt aan een zo noodzakelijke 'Tweede Verlichting'.. 'Tweede Verlichting'? Of is het erger gesteld. 't Weekblad l'Obs,het vroegere 'Le Nouvel Observateur', waagde er een mei / juni 'Hors-Série', een speciale uitgave, aan: 'Les Lumières, un héritage en péril', 'de Verlichting, een erfenis in gevaar'. En les Nuits Debouts? Een 21-ste eeuwse versie van de achtiende eeuwse 'salons'?

Ach, en daar is dan toch iets van 'la France éternelle', ook al is er voor hen die al weer wat langer bij de les zijn veel veranderd en zelfs vergriept. Maar in Frankrijk kun je als toerist er nog zo heerlijk omheen, vragen voor een korte strekken tijd van je afschudden. Want toch is voor vele Nederlanders 'la Douce' nog steeds als een 'Hof van Eden', waarin je heerlijk kunt dolen en je vermeien, pastoraal, waar nog - schijnbaar wellicht - oorspronkelijke plekken en landschappen bestaan waarin je kunt 'vertrouwen en rusten'. En dat zal altijd wel zo blijven, 't zal als het ware 'onze tijd wel duren', tenminste ... . Vermeien, ja, maar in onze achterthuin, dat Frankrijk voor vele Nederlanders toch is, heeft het verderf inmiddels ook toegeslagen.

En toch en maar toch. De 'Hollandsche' trek naar het Franse zegt misschien wel veel over het hedendaagse Nederland. Zat de Nederlandse literator Franse Erens er heel ver naast toen hij de volgende zuivere woorden aan zijn papier toevertrouwde?

“In Frankrijk blijven de huizen langer in een-zelfden toestand dan bij ons en zelden wordt er tot afbraak zonder reden overgegaan. Hoe komt dat? Wij, Nederlanders, hebben de reputatie van kalm te zijn en de Franschman heet wispelturig, maar laten wij ons niets wijs maken. Wij zijn de onrustigen, de wispelturi-gen, die altijd aan het prutsen en het veranderen zijn. Daardoor zitten wij in een ongezellig kaal land. Wij laten niets met rust. Wij laten de dingen om ons heen niet bezinken. Wij willen geen mos op de muren en veroordelen den muur om het mos. De eeuwige zucht tot veranderen, die bij ons woedt, berooft het leven van alle innigheid. Men laat het wezen der dingen niet om ons heen groeien tot eenige vastheid.”

Uit: Frans Erens, Parijsche Heugenissen, in: Vervlogen Jaren, 1938.


Museum 'de Franse Verleiding'

\\\\\\\\\////////

THE FRENCH SEDUCTION
MUSEUM OF TRAVEL AND TOURISM IN FRANCE

LA SÉDUCTION FRANÇAISE
MUSÉE 'CONDENSÉ' DU VOYAGE ET DU TOURISME EN FRANCE

DIE VERFÜHRUNG FRANKREICHS
MUSEUM DES REISENS UND TOURISMUS IM FRANKREICH

DE FRANSE VERLEIDING
MUSEUM OVER HET REIZEN EN HET TOERISME IN FRANKRIJK

Voor wie het nog niet in de gaten heeft:
klik hier en op al het bovenstaand om verder door te dringen tot

'de Franse verleiding'.

Plannen:

van een 'musée condensé'
naar
een vrai musée ... .

Klik! Al was het maar voor de Hollandse illustraties ...

O O

Voor alle informatie:
gerrit.verhoeve@gmail.com

O O O O

Deze 'slow site' is voor het laatst bijgewerkt op dinsdag 21 augustus- ce site a été actualisé mardi, le 21 août 2018.

Instigator: Ger Verhoeve